Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Zeeland

Regeling korting en non-activiteit Provincie Zeeland 2015

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieZeeland
OrganisatietypeProvincie
Officiële naam regelingRegeling korting en non-activiteit Provincie Zeeland 2015
CiteertitelRegeling korting en non-activiteit Provincie Zeeland 2015
Vastgesteld doorgedeputeerde staten
Onderwerpbestuur en recht
Eigen onderwerpPersoneel

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Gedeputeerde staten stellen deze regeling vast onder gelijktijdige intrekking van de Regeling korting en non-activiteit Zeeland.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Provinciewet, art. 158
  2. Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling Provincies (CAP)

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

24-04-201501-01-2015Nieuwe regeling

24-03-2015

Provinciaal Blad, 2015, 2148

15003828

Tekst van de regeling

Intitulé

Regeling korting en non-activiteit Provincie Zeeland 2015

BESLUIT van gedeputeerde staten van 24 maart 2015, kenmerk 15003828, houdende vaststelling van de Regeling korting en non-activiteit Provincie Zeeland 2015 en intrekking van de Regeling korting en non-activiteit Zeeland.

 

Gedeputeerde staten van Zeeland,

  • -

    overwegende dat het wenselijk is de Regeling korting en non-activiteit Zeeland aan te passen aan de invoering van het Individueel Keuzebudget (IKB) in de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling Provincies (CAP) per 1 januari 2015;

  • -

    overwegende dat het wenselijk is voornoemde regeling in juridisch-technische zin te verbeteren inzake de systematiek van de regeling;

  • -

    overwegende dat het wenselijk is een nieuwe regeling vast te stellen en de vigerende regeling in te trekken;

  • -

    gelet op artikel 158, eerste lid, onder c, van de Provinciewet;

  • -

    gehoord de commissie voor georganiseerd overleg;

besluiten vast te stellen de

Regeling korting en non-activiteit Provincie Zeeland 2015
Artikel 1 Begripsbepalingen

Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    ambtenaar: de ambtenaar als bedoeld in artikel A.1, eerste lid, onder a, van de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling Provincies (CAP);

  • b.

    bezoldiging: de voor de ambtenaar op de dag voorafgaande aan die waarop zijn non-activiteit aanving geldende bezoldiging in de zin van artikel A.1, eerste lid, onder e, van de CAP, vermeerderd met het bedrag van het Individueel Keuzebudget (IKB) als bedoeld in Hoofdstuk C van de CAP.

Artikel 2 Non-activiteit en buitengewoon verlof
  • 1.

    De ambtenaar die is verkozen dan wel is benoemd tot:

    • a.

      lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal;

    • b.

      lid van het Europees Parlement;

    • c.

      wethouder van een gemeente, of

    • d.

      lid van gedeputeerde staten van een andere provincie,

    • is met ingang van de dag waarop hij deze verkiezing of benoeming heeft aanvaard, van rechtswege op non-actief gesteld.

  • 2.

    De in het vorige lid bedoelde non-activiteit geldt slechts voor zover de desbetreffende verkiezing of benoeming een volledige dagtaak betreft.

  • 3.

    De op non-actief gestelde ambtenaar heeft gedurende het tijdvak van de non-activiteit geen aanspraak op bezoldiging.

  • 4.

    De non-activiteit eindigt met ingang van de dag waarop de op non-actief gestelde ambtenaar ophoudt de in het eerste lid bedoelde politieke functie uit te oefenen.

  • 5.

    Aan de ambtenaar die is benoemd tot deeltijd wethouder of deeltijd gedeputeerde, wordt met ingang van de dag waarop hij de benoeming heeft aanvaard, voor het bijwonen van vergaderingen van het college waarin hij is benoemd en voor het verrichten van de daaruit voortvloeiende werkzaamheden, buitengewoon verlof verleend zonder behoud van bezoldiging, voor zover het dienstbelang zich daartegen niet verzet.

Artikel 3 Einde non-activiteit
  • 1.

    Na het einde van de non-activiteit wordt de ambtenaar die op non-activiteit is gesteld zo mogelijk weer in zijn vroegere betrekking tewerkgesteld. Is dit niet mogelijk dan kan hij in een andere betrekking, welke hem in verband met zijn persoonlijkheid en omstandigheden redelijkerwijs kan worden opgedragen, te werk worden gesteld.

  • 2.

    Bij tewerkstelling in actieve dienst als bedoeld in het vorige lid, heeft de ambtenaar aanspraak op een bezoldiging die ten minste gelijk is aan de bezoldiging waarop hij aanspraak had op de dag voorafgaand aan die waarop de non-activiteit aanving.

  • 3.

    Indien de ambtenaar met toepassing van artikel B.9, onder e, van de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling Provincies (CAP) ontslag wordt verleend dan wel hem op aanvraag ontslag wordt verleend ingevolge het bepaalde onder a van genoemd artikel, vervalt de in het tweede lid bedoelde aanspraak, te rekenen vanaf de datum van ingang van het ontslag.

  • 4.

    Aan de ambtenaar aan wie met toepassing van artikel 2, vijfde lid, buitengewoon verlof zonder behoud van bezoldiging is verleend, wordt zodra de aanleiding daartoe zich niet meer voordoet, indien hij dat wenst en indien dat mogelijk is, de gelegenheid geboden zijn functie weer in de oorspronkelijke omvang te gaan vervullen. Indien dit niet mogelijk is wordt bezien of de ambtenaar aanvullend met andere passende werkzaamheden kan worden belast zodat zijn betrekking bij de provincie weer ten minste dezelfde omvang heeft als voor de aanvaarding van de politieke functie.

Artikel 4 Korting
  • 1.

    Indien de ambtenaar, voor het totaal van de te verrichten werkzaamheden in verband met het lidmaatschap van een publiekrechtelijk college alsmede van een bestuurslidmaatschap van een privaatrechtelijk lichaam als bedoeld in artikel 2.2 van het pensioenreglement van de Stichting pensioenfonds ABP, een vaste vergoeding ontvangt, wordt op de bezoldiging een korting toegepast over de uren die hij in verband met die werkzaamheden buitengewoon verlof geniet.

  • 2.

    De korting komt per uur overeen met hetgeen de ambtenaar gemiddeld per uur als vaste vergoeding geniet voor zijn werkzaamheden als bedoeld in het vorige lid. Het bedrag van de korting gaat de bezoldiging per uur van de ambtenaar niet te boven.

  • 3.

    Voor de berekening van hetgeen de ambtenaar die het lidmaatschap van een gemeenteraad heeft aanvaard uit dien hoofde gemiddeld per uur als vaste vergoeding geniet, wordt uitgegaan van een geschatte taakduur per maand van 30, 50 en 100 uur voor raadsleden van onderscheidenlijk kleine (tot en met 30.000 inwoners), middelgrote (30.001 tot en met 100.000 inwoners) en grote (meer dan 100.000 inwoners) gemeenten.

Artikel 5 Bezoldiging
  • 1.

    Indien de bezoldiging geheel of gedeeltelijk uit wisselende inkomsten bestaat, geldt ten aanzien van deze inkomsten als bezoldiging de gemiddelde bezoldiging over de laatste twaalf volle kalendermaanden voorafgaande aan de non-activiteit.

  • 2.

    Indien in een of meer van de elementen waaruit de bezoldiging is samengesteld uit andere hoofde dan wegens duurzame groei in het functioneren, wijziging zou zijn gekomen indien de ambtenaar in actieve dienst zou zijn gebleven, geldt vanaf de dag waarop die wijziging in werking zou zijn getreden het aldus gewijzigde bedrag als bezoldiging.

Artikel 6 Hardheidsclausule

In de gevallen waarin deze regeling niet voorziet kunnen gedeputeerde staten nadere regels stellen.

Artikel 7 Slotbepalingen
  • 1.

    Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling korting en non-activiteit Provincie Zeeland 2015.

  • 2.

    Deze regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2015.

  • 3.

    Gedeputeerde staten stellen deze regeling vast onder gelijktijdige intrekking van de Regeling korting en non-activiteit Zeeland.

Aldus vastgesteld in de vergadering van Gedeputeerde Staten van 24 maart 2015.

Drs. J.M.M. Polman, voorzitter

A.W. Smit, secretaris

Uitgegeven 23 april 2015

De secretaris, A.W. Smit