Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Zeeland

Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van Provinciale Staten van Zeeland

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieZeeland
OrganisatietypeProvincie
Officiële naam regelingReglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van Provinciale Staten van Zeeland
CiteertitelReglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van Provinciale Staten van Zeeland
Vastgesteld doorprovinciale staten
Onderwerpbestuur en recht
Eigen onderwerpBestuur

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Vervangen door Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van Provinciale Staten van Zeeland 2012.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Provinciewet, art. 16

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

18-02-200901-07-2012Art. 6, 10, 45

06-02-2009

Provinciaal Blad, 2009, 7

SGR-035
11-04-200718-02-2009Art. 6 en 53a

16-02-2007

Provinciaal Blad, 2007, 9

SGR-084
09-11-200511-04-2007Art. 42

26-09-2005

Provinciaal Blad, 2005, 27

SGR-059
31-03-200409-11-2005Art. 53a

23-03-2004

Provinciaal Blad, 2004, 6

SGR-028
23-04-200324-03-2004Nieuwe Regeling

06-03-2003

Provinciaal Blad, 2003, 24 en 25

030885/10

Tekst van de regeling

Intitulé

Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van Provinciale Staten van Zeeland

Provinciale staten van Zeeland

  • -

    gelezen het voorstel van gedeputeerde staten van 4 maart 2003, nr. 030885/10;

  • -

    overwegende dat het gewenst is regels te stellen voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van provinciale staten van Zeeland;

  • -

    gelet op artikel 16 van de Provinciewet;

besluiten vast te stellen de navolgende verordening houdende het Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van provinciale staten van Zeeland

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In dit reglement wordt verstaan onder:

  • a.

    voorzitter: de voorzitter van provinciale staten of diens vervanger;

  • b.

    amendement: voorstel tot wijziging van een ontwerpverordening of ontwerp-beslissing, naar de vorm geschikt om daarin direct te worden opgenomen;

  • c.

    subamendement: voorstel tot wijziging van een aanhangig amendement, naar de vorm geschikt om direct te worden opgenomen in het amendement, waarop het betrekking heeft;

  • d.

    motie: korte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp waardoor een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken;

  • e.

    voorstel van orde: voorstel betreffende de orde van de vergadering;

  • f.

    initiatiefvoorstel: een voorstel, anders dan gedaan door gedeputeerde staten.

Artikel 2 De voorzitter

De voorzitter is belast met:

  • a.

    het leiden van de vergadering;

  • b.

    het handhaven van de orde;

  • c.

    het doen naleven van het reglement van orde;

  • d.

    hetgeen de Provinciewet of dit reglement hem verder opdraagt;

  • e.

    het leiden van de werkzaamheden van het presidium.

Artikel 3 De griffier
  • 1.

    De griffier is in elke vergadering van provinciale staten aanwezig.

  • 2.

    Bij zijn verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een door provinciale staten daartoe aangewezen ambtenaar.

  • 3.

    Hij kan, indien hij daartoe door de voorzitter wordt uitgenodigd, aan de beraadslagingen als bedoeld in dit reglement deelnemen.

Artikel 4 De secretaris

Provinciale staten kunnen gedeputeerde staten verzoeken de secretaris in de vergadering aanwezig te laten zijn en deel te laten nemen aan de beraadslagingen als bedoeld in dit reglement.

Artikel 5 Het fractievoorzittersoverleg
  • 1.

    Provinciale staten hebben een fractievoorzittersoverleg.

  • 2.

    Het fractievoorzittersoverleg bestaat uit de voorzitter en de fractievoorzitters. De griffier is in elke vergadering van het fractievoorzittersoverleg aanwezig.

  • 3.

    De voorzitter kan voorstellen de secretaris uit te nodigen voor een bijeenkomst van het fractievoorzittersoverleg.

  • 4.

    Elke fractievoorzitter wijst een lid van provinciale staten aan, dat hem bij zijn afwezigheid in het fractievoorzittersoverleg vervangt.

  • 5.

    Elke fractievoorzitter heeft één stem in het fractievoorzittersoverleg.

Artikel 6 Het presidium
  • 1.

    Provinciale staten hebben een presidium, belast met de daaraan in dit reglement of anderszins door provinciale staten toegewezen werkzaamheden.

  • 2.

    Het Presidium bestaat uit de voorzitter en alle fractievoorzitters.

  • 3.

    Bij afwezigheid van de voorzitter, kiest het presidium een voorzitter uit hun midden.

  • 4.

    Elke in het vorige lid bedoelde fractievoorzitter wijst een lid van provinciale staten aan, dat hem bij zijn afwezigheid in het presidium vervangt.

  • 5.

    De griffier is in elke vergadering van het presidium aanwezig en dient het presidium van advies.

Hoofdstuk 2 Toelating van nieuwe leden; fracties
Artikel 7 Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging
  • 1.

    Bij elke benoeming van nieuwe leden van provinciale staten stellen provinciale staten een commissie in bestaande uit drie leden van provinciale staten. De commissie onderzoekt de geloofsbrieven, de daarop betrekking hebbende stukken van nieuw benoemde leden en de processen-verbaal van de stembureaus.

  • 2.

    De commissie brengt na haar onderzoek van de geloofsbrieven verslag uit aan provinciale staten en doet daarbij een voorstel voor een besluit.

  • 3.

    Na een provinciale statenverkiezing roept de voorzitter de toegelaten leden van provinciale staten op om in de eerste vergadering van provinciale staten in nieuwe samenstelling, bedoeld in artikel 18 van de Provinciewet, de voorgeschreven eed (verklaring en belofte) af te leggen.

  • 4.

    In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw benoemd lid van provinciale staten op voor de vergadering van provinciale staten waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed (verklaring en belofte) af te leggen.

Artikel 8 Fractie
  • 1.

    De leden van provinciale staten, die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de zitting als één fractie beschouwd. Is onder een lijstnummer slechts één lid verkozen, dan wordt dit lid als een afzonderlijke fractie beschouwd.

  • 2.

    Indien boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in provinciale staten deze aanduiding als naam. Indien geen aanduiding boven de kandidatenlijst was geplaatst, deelt de fractie in de eerste vergadering van provinciale staten aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in provinciale staten wil voeren.

  • 3.

    De namen van degenen die als voorzitter van de fractie en als diens plaatsvervanger optreden worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter.

  • 4.
    • a.

      Indien:

      • 1.

        één of meer leden van een fractie als zelfstandige fractie gaan optreden;

      • 2.

        twee of meer fracties als één fractie gaan optreden;

      • 3.

        één of meer leden van een fractie zich aansluiten bij een andere fractie; wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter.

    • b.

      Met de onder a beschreven veranderde situatie wordt rekening gehouden met ingang van de eerstvolgende vergadering van provinciale staten na de mededeling daarvan.

Hoofdstuk 3 Vergaderingen
Paragraaf 1 Tijdstip van vergaderen; voorbereidingen
Artikel 9 Vergaderfrequentie
  • 1.

    De vergaderingen van provinciale staten vinden plaats op basis van het aan het begin van het vergaderjaar door provinciale staten vastgestelde vergaderschema.

  • 2.

    De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag en aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij voert hierover, tenzij er sprake is van een spoedeisende situatie, overleg in het presidium.

Artikel 10 Oproep
  • 1.

    De voorzitter zendt ten minste zeven dagen voor een vergadering de leden van provinciale staten een schriftelijke oproep onder vermelding van dag, tijdstip en plaats van de vergadering. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter de schriftelijke oproep minder dan zeven dagen voor de vergadering verzenden.

  • 2.

    De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met uitzondering van de in artikel 25, eerste en tweede lid, van de Provinciewet bedoelde stukken worden tegelijkertijd met de schriftelijke oproep aan de leden van provinciale staten verzonden.

  • 3.

    Indien een aanvullende agenda wordt vastgesteld als bedoeld in artikel 11, tweede lid, worden deze agenda en de daarop vermelde voorstellen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de vergadering, aan de leden van provinciale staten gezonden.

Artikel 11 Agenda
  • 1.

    Voordat de schriftelijke oproep wordt verzonden, stelt het presidium de voorlopige agenda van de vergadering vast.

  • 2.

    In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van de schriftelijke oproep tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van een vergadering een aanvullende agenda opstellen.

  • 3.

    Bij aanvang van de vergadering stellen provinciale staten de agenda vast. Op voorstel van een lid van provinciale staten of de voorzitter kunnen provinciale staten bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren.

  • 4.

    Wanneer provinciale staten een onderwerp onvoldoende voor de openbare beraadslaging voorbereid achten, kunnen zij het onderwerp verwijzen naar een commissie of aan gedeputeerde staten nadere inlichtingen of advies vragen.

  • 5.

    Op voorstel van een lid van provinciale staten of van de voorzitter kunnen provinciale staten de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen.

Artikel 12 De gedeputeerde
  • 1.

    Het presidium kan een of meer gedeputeerden uitnodigen om in de vergadering aanwezig te zijn en aan de beraadslagingen deel te nemen.

  • 2.

    Indien een gedeputeerde bij een provinciale statenvergadering aanwezig wil zijn en wil deelnemen aan de beraadslagingen, doet hij hiertoe voor de vaststelling van de voorlopige agenda een verzoek aan de voorzitter.

  • 3.

    Voor de verzending van de schriftelijke oproep beslist het presidium op het verzoek.

Artikel 13 Ter inzage leggen van stukken
  • 1.

    Stukken, die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep voor een ieder op het provinciehuis ter inzage gelegd. De voorzitter maakt van de ter inzage legging melding in de openbare kennisgeving bedoeld in artikel 14. Indien na het verzenden van de schriftelijke oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van provinciale staten en zo mogelijk in een openbare kennisgeving.

  • 2.

    Een origineel van een ter inzage gelegd stuk wordt niet buiten het provinciehuis gebracht.

  • 3.

    Indien omtrent stukken op grond van artikel 25, eerste of tweede lid, van de Provinciewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van het eerste lid, onder berusting van de griffier en verleent de griffier de leden van provinciale staten inzage.

Artikel 14 Openbare kennisgeving
  • 1.

    De vergadering wordt door aankondiging in één of meer dag-, nieuws-, of huis-aan-huisbladen, in het Provinciaal Blad of op de voor afkondigingen in de provincie gebruikelijke wijze en door plaatsing op de internetsite van de provincie ter openbare kennis gebracht.

  • 2.

    De openbare kennisgeving vermeldt:

    • a.

      de datum, aanvangstijd en plaats van de vergadering;

    • b.

      de wijze waarop en de plaats waar een ieder de voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken kan inzien.

Paragraaf 2 Orde der vergadering
Artikel 15 Presentielijst

Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid van provinciale staten onmiddellijk de presentielijst. Aan het einde van elke vergadering wordt die lijst door de voorzitter en de griffier door ondertekening vastgesteld.

Artikel 16 Zitplaatsen
  • 1.

    De voorzitter, de leden van provinciale staten en de griffier hebben een vaste zitplaats, door de voorzitter na overleg in het fractievoorzittersoverleg bij aanvang van iedere nieuwe zittingsperiode van provinciale staten aangewezen.

  • 2.

    Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de voorzitter de indeling herzien na overleg in het fractievoorzittersoverleg.

  • 3.

    De voorzitter draagt zorg voor een zitplaats voor de gedeputeerden, secretaris en overige personen, die voor de vergadering zijn uitgenodigd.

Artikel 17 Opening vergadering; quorum
  • 1.

    De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur, indien het daarvoor door de wet vereiste aantal leden van provinciale staten blijkens de presentielijst aanwezig is.

  • 2.

    Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter, na voorlezing van de namen der afwezige leden, dag en uur van de volgende vergadering, met inachtneming van artikel 20 van de Provinciewet.

Artikel 18 Primus bij hoofdelijke stemming

Alvorens de aangekondigde onderwerpen aan de orde te stellen, deelt de voorzitter mede bij welk lid van provinciale staten de hoofdelijke stemming zal beginnen. Daartoe wordt bij loting een volgnummer van de presentielijst aangewezen. Bij het daar genoemde lid begint de hoofdelijke stemming.

Artikel 19 Notulen
  • 1.

    De ontwerpnotulen van de voorgaande vergadering worden aan de leden van provinciale staten toegezonden, zo mogelijk gelijktijdig met de schriftelijke oproep. De ontwerpnotulen worden gelijktijdig toegezonden aan de overige personen die het woord hebben gevoerd.

  • 2.

    Bij het begin van de vergadering worden, zoveel mogelijk, de notulen van de vorige vergadering vastgesteld.

  • 3.

    De leden, de voorzitter, en, naar aanleiding van en met betrekking tot hun deelname aan de beraadslaging, de gedeputeerden, de griffier en de secretaris hebben het recht, een voorstel tot verandering aan provinciale staten te doen, indien de notulen onjuistheden bevatten of niet duidelijk weergeven hetgeen gezegd of besloten is. Een voorstel tot verandering dient voor het vaststellen van de notulen bij de griffier te worden ingediend.

  • 4.

    De notulen moeten inhouden:

    • a.

      de namen van de voorzitter, de griffier en de ter vergadering aanwezige leden, alsmede van de leden die afwezig waren en overige personen die het woord hebben gevoerd;

    • b.

      een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest;

    • c.

      een zo getrouw mogelijke weergave van het ter vergadering gesprokene met vermelding van de namen van de aanwezigen die het woord voerden;

    • d.

      een overzicht van het verloop van elke stemming, met vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de leden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen van de leden die zich overeenkomstig de Provinciewet van stemming hebben onthouden;

    • e.

      de tekst van de ter vergadering ingediende initiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties, amendementen en subamendementen;

    • f.

      bij het desbetreffende agendapunt de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van het bepaalde in artikel 27 door provinciale staten is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen.

  • 5.

    De notulen worden opgesteld onder de zorg van de griffier.

  • 6.

    De vastgestelde notulen worden door de voorzitter en de griffier ondertekend.

Artikel 20 Ingekomen stukken
  • 1.

    Bij provinciale staten ingekomen stukken, waaronder schriftelijke mededelingen van gedeputeerde staten aan provinciale staten, worden op een lijst geplaatst. Deze lijst wordt aan de leden van provinciale staten toegezonden en ter inzage gelegd.

  • 2.

    Na de vaststelling van de notulen stellen provinciale staten op voorstel van de voorzitter de wijze van afdoening van de ingekomen stukken vast.

Artikel 21 Spreekregels
  • 1.

    De leden van provinciale staten en overige aanwezigen spreken vanaf hun plaats of van de spreekplaats.

  • 2.

    Bij bijzondere gelegenheden kan de voorzitter bepalen dat de leden van provinciale staten en de overige aanwezigen vanaf een andere plaats spreken.

Artikel 22 Volgorde sprekers
  • 1.

    De leden, die het voornemen hebben over punten vermeld op de agenda het woord te voeren, doen daarvan zo enigszins mogelijk voorafgaande aan de vergadering mededeling aan de griffier.

  • 2.

    Geen lid voert het woord dan na het van de voorzitter te hebben verkregen.

  • 3.

    De leden voeren, voor zover de staten ten aanzien van bepaalde onderwerpen niet anders bepalen, het woord in de door de voorzitter te bepalen volgorde.

  • 4.

    De volgorde van sprekers kan worden gewijzigd, indien een lid van provinciale staten het woord vraagt over de orde van de vergadering.

  • 5.

    Een voorstel over de orde van de vergadering kan worden gedaan door de voorzitter, door een lid van provinciale staten of door de gedeputeerde die is uitgenodigd in de vergadering. Over een voorstel over de orde van de vergadering beslissen provinciale staten terstond.

Artikel 23 Aantal spreektermijnen
  • 1.

    De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij provinciale staten anders beslissen.

  • 2.

    Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten.

  • 3.

    Een lid mag in een termijn niet meer dan één maal het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel.

  • 4.

    Het derde lid is niet van toepassing op:

    • a.

      de rapporteur van een commissie;

    • b.

      het lid dat een (sub)amendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend, voor wat betreft dat amendement, die motie of dat voorstel.

  • 5.

    Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde.

Artikel 24 Spreektijd

Een lid van provinciale staten kan een voorstel doen over de spreektijd van de leden en de overige aanwezigen.

Artikel 25 Handhaving orde; schorsing
  • 1.

    Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij

    • a.

      de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van dit reglement te herinneren;

    • b.

      een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden.

  • 2.

    Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien de betreffende spreker hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de vergadering, waarin zulks plaats heeft, over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen.

  • 3.

    De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering sluiten.

Artikel 26 Beraadslaging
  • 1.

    Provinciale staten kunnen op voorstel van de voorzitter of een lid van provinciale staten beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp of voorstel afzonderlijk te beraadslagen.

  • 2.

    Op verzoek van een lid van provinciale staten of op voorstel van de voorzitter kunnen provinciale staten besluiten de beraadslaging voor een door de voorzitter te bepalen tijd te schorsen teneinde gedeputeerde staten of de leden van provinciale staten de gelegenheid te geven tot onderling nader beraad. De beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode is verstreken.

Artikel 27 Deelname aan de beraadslaging door anderen
  • 1.

    Provinciale staten kunnen bepalen dat anderen dan de in de vergadering aanwezige leden van provinciale staten deelnemen aan de beraadslaging.

  • 2.

    Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of een lid van provinciale staten genomen alvorens met de beraadslaging over het aan de orde zijnde agendapunt wordt aangevangen.

Artikel 28 Stemverklaring

Na het sluiten van de beraadslaging en voordat provinciale staten tot stemming overgaan, heeft ieder lid het recht een stemverklaring af te leggen.

Artikel 29 Beslissing
  • 1.

    Wanneer de voorzitter vaststelt dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij provinciale staten anders beslissen.

  • 2.

    Nadat de beraadslaging is gesloten, vindt na een stemming over amendementen de stemming plaats over het voorstel zoals het dan luidt in zijn geheel, tenzij geen stemming wordt gevraagd.

  • 3.

    Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel over de te nemen eindbeslissing.

Paragraaf 3 Procedures bij stemmingen
Artikel 30 Algemene bepalingen over stemming
  • 1.

    De voorzitter vraagt of stemming wordt verlangd. Indien geen stemming wordt gevraagd en ook de voorzitter dit niet verlangt, stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder hoofdelijke stemming is aangenomen.

  • 2.

    In de vergadering aanwezige leden kunnen aantekening in de notulen vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich van stemming te hebben onthouden.

  • 3.

    Indien door een of meer leden stemming wordt gevraagd, doet de voorzitter daarvan mededeling. De stemming vindt alsdan plaats bij handopsteken.

  • 4.

    Indien door een of meer leden hoofdelijke stemming wordt gevraagd, doet de voorzitter daarvan mededeling.

  • 5.

    De voorzitter roept vervolgens de leden van provinciale staten bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het lid dat daarvoor overeenkomstig artikel 18 is aangewezen. De oproeping geschiedt naar de volgorde van de presentielijst.

  • 6.

    Bij hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden verplicht zijn stem uit te brengen.

  • 7.

    De leden brengen hun stem uit door het woord 'voor' of 'tegen' uit te spreken, zonder enige toevoeging.

  • 8.

    Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende lid gestemd heeft.

  • 9.

    De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mede, met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit.

Artikel 31 Stemming over amendementen en moties
  • 1.

    Indien een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend, wordt eerst over dat amendement gestemd.

  • 2.

    Indien op een amendement een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement.

  • 3.

    Indien twee of meer amendementen of subamendementen op een aanhangig voorstel zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de volgorde waarin hierover zal worden gestemd. Daarbij geldt de regel, dat het meest verstrekkende amendement of subamendement het eerst in stemming wordt gebracht.

  • 4.

    Indien aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie.

Artikel 32 Stemming over personen
  • 1.

    Wanneer een stemming over personen voor het doen van een voordracht of het opstellen van een voordracht of aanbeveling moet plaatshebben, benoemt de voorzitter twee leden tot stembureau.

  • 2.

    Ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet op grond van de Provinciewet van stemming moet onthouden is verplicht een stembriefje in te leveren. De stembriefjes dienen identiek te zijn.

  • 3.

    Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. Provinciale staten kunnen op voorstel van de voorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje.

  • 4.

    Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge het tweede lid verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen niet gelijk zijn worden de stembriefjes vernietigd zonder deze te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden.

  • 5.

    Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in artikel 30 van de Provinciewet worden geacht geen stem te hebben uitgebracht die leden die geen behoorlijk stembriefje hebben ingeleverd. Onder een niet behoorlijk ingevuld stembriefje wordt verstaan:

    • a.

      een blanco stembriefje;

    • b.

      een ondertekend stembriefje;

    • c.

      een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld, tenzij de stemming verschillende vacatures betreft;

    • d.

      een stembriefje waarbij, indien het een benoeming op voordracht betreft, op een persoon wordt gestemd die niet is voorgedragen;

    • e.

      een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt gestemd dan die waartoe de stemming is beperkt.

  • 6.

    In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist provinciale staten, op voorstel van de voorzitter.

  • 7.

    Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes onmiddellijk na vaststelling van de uitslag vernietigd.

Artikel 33 Herstemming over personen
  • 1.

    Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, wordt tot een tweede stemming overgegaan.

  • 2.

    Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte meerderheid is verkregen, heeft een derde stemming plaats tussen twee personen, die bij de tweede stemming de meeste stemmen op zich hebben verenigd. Zijn bij de tweede stemming de meeste stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming uitgemaakt tussen welke twee personen de derde stemming zal plaatshebben.

  • 3.

    Indien bij tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen staken, beslist terstond het lot.

Artikel 34 Beslissing door het lot
  • 1.

    Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen wie de beslissing moet plaatshebben, door de voorzitter op afzonderlijke, geheel gelijke, briefjes geschreven.

  • 2.

    Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal gedeponeerd en omgeschud.

  • 3.

    Vervolgens neemt de voorzitter een van de briefjes uit de stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is gekozen.

Hoofdstuk 4 Rechten van leden
Artikel 35 Amendementen
  • 1.

    Ieder lid van provinciale staten kan tot het sluiten van de beraadslagingen amendementen indienen. Een amendement kan het voorstel inhouden om een geagendeerd voorstel in één of meer onderdelen te splitsen, waarover afzonderlijke besluitvorming zal plaatsvinden. Alleen beraadslaagd kan worden over amendementen die ingediend zijn door leden van provinciale staten, die de presentielijst getekend hebben en in de vergadering aanwezig zijn.

  • 2.

    Ieder lid dat in de vergadering aanwezig is, is bevoegd op het amendement dat door een lid is ingediend, een subamendement voor te stellen.

  • 3.

    Elk (sub)amendement moet om in behandeling te kunnen worden genomen schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend, tenzij de voorzitter - met het oog op het eenvoudige karakter van het voorgestelde -oordeelt, dat met een mondelinge indiening kan worden volstaan.

  • 4.

    Intrekking, door de indiener(s), van het (sub)amendement is mogelijk.

Artikel 36
  • 1.

    Een amendement is ontoelaatbaar, indien het een strekking heeft, tegengesteld aan die van het voorstel waarop het betrekking heeft, of indien er tussen de materie van het amendement en die van het voorstel geen rechtstreeks verband bestaat.

  • 2.

    Een amendement wordt geacht toelaatbaar te zijn zolang provinciale staten het niet ontoelaatbaar hebben verklaard. Een daartoe strekkend voorstel kan, zo nodig met onderbreking van de orde, worden gedaan hetzij door de voorzitter, hetzij door een van de leden.

Artikel 37

De eerste ondertekenaar is bevoegd in het amendement veranderingen aan te brengen. De eerste ondertekenaar is ook bevoegd het amendement in te trekken, doch indien de beraadslaging gesloten is alleen met toestemming van provinciale staten.

Artikel 38

De regels die voor amendementen gelden zijn ook van toepassing op voorstellen tot wijziging van door een ander lid ingediende amendementen.

Artikel 39
  • 1.

    De voorzitter deelt tijdens de beraadslaging over een voorstel mee dat een amendement is overgenomen indien:

    • a.

      de gedeputeerde te kennen geeft zich met de inhoud van een ingediend amendement te kunnen verenigen en

    • b.

      de voorzitter zich ervan heeft overtuigd dat geen van de in de vergaderzaal aanwezige leden zich tegen het overnemen van het amendement verzet.

  • 2.

    Een overgenomen amendement is vanaf het tijdstip van de in het eerste lid bedoelde mededeling onderdeel van de ontwerpverordening of ontwerpbeslissing; het maakt geen afzonderlijk onderwerp van de beraadslaging meer uit.

Artikel 40 Moties
  • 1.

    Ieder lid van provinciale staten kan ter vergadering een motie indienen.

  • 2.

    Een motie moet om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend.

  • 3.

    De behandeling van een motie over een aanhangig onderwerp of voorstel vindt tegelijk plaats met de beraadslaging over dat onderwerp of voorstel.

  • 4.

    De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende onderwerpen zijn behandeld.

Artikel 41 Voorstellen van orde
  • 1.

    De voorzitter en ieder lid van provinciale staten kunnen tijdens de vergadering mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht.

  • 2.

    Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering betreffen.

  • 3.

    Over een voorstel van orde beslissen provinciale staten terstond.

Artikel 42 Initiatiefvoorstel
  • 1.

    Een initiatiefvoorstel moet om in behandeling te kunnen worden genomen schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend.

  • 2.

    Het presidium plaatst het voorstel op de agenda van de eerstvolgende plenaire vergadering, tenzij de indieners het voorstel eerst willen behandelen in een commissie of wanneer de schriftelijke oproep voor de planaire vergadering reeds is verzonden. In dit laatste geval wordt het voorstel op de agenda van de daaropvolgende vergadering geplaatst.

  • 3.

    Wanneer provinciale staten oordelen dat het voorstel eerst dient te worden behandeld in een commissie of voor advies naar gedeputeerde staten dient te worden gezonden, bepalen provinciale staten in welke vergadering het voorstel opnieuw wordt geagendeerd.

  • 4.

    Provinciale staten kunnen voorwaarden stellen aan de indiening en behandeling van een voorstel, niet zijnde een voorstel voor een verordening.

Artikel 43 Interpellatie
  • 1.

    Het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt, behoudens in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, ten minste 48 uur voor de aanvang van de vergadering schriftelijk bij de voorzitter ingediend. Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving van het onderwerp waarover inlichtingen worden verlangd alsmede de te stellen vragen.

  • 2.

    De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van provinciale staten en de gedeputeerden. Bij de behandeling van de ingekomen stukken van de eerstvolgende vergadering na indiening van het verzoek wordt het verzoek in stemming gebracht. Provinciale staten bepalen op welk tijdstip tijdens de vergadering de interpellatie zal worden gehouden.

  • 3.

    De interpellant voert niet meer dan tweemaal het woord, de overige leden van provinciale staten, de commissaris van de Koning en de gedeputeerden niet meer dan eenmaal, tenzij provinciale staten hen hiertoe verlof geven.

  • 4.

    Indien de interpellatie de commissaris van de Koning betreft, wordt het voorzitterschap van de vergadering voor de duur van die interpellatie waargenomen door degene die de voorzitter vervangt.

Artikel 44 Schriftelijke vragen
  • 1.

    Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. Bij de vragen wordt aangegeven of schriftelijke of mondelinge beantwoording wordt verlangd.

  • 2.

    De vragen worden bij de voorzitter van provinciale staten ingediend. Deze draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van provinciale staten, gedeputeerde staten of de commissaris van de Koning worden gebracht.

  • 3.

    Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen dertig dagen nadat de vragen zijn binnengekomen. Mondelinge beantwoording vindt plaats in de eerstvolgende provinciale statenvergadering. Indien beantwoording niet binnen deze termijnen kan plaatsvinden, stelt het verantwoordelijk lid van gedeputeerde staten de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn aangegeven wordt, waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. Dit bericht wordt behandeld als een antwoord.

  • 4.

    De antwoorden worden door de verantwoordelijke gedeputeerde respectievelijk de commissaris van de Koning aan de leden van provinciale staten medegedeeld.

  • 5.

    De vragen en schriftelijke antwoorden worden gelijktijdig met de stukken als bedoeld in artikel 20 aan de leden van provinciale staten toegezonden.

  • 6.

    De vragensteller kan, bij schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende provinciale statenvergadering en bij mondelinge beantwoording in dezelfde provinciale statenvergadering, na de behandeling van de op de agenda voorkomende onderwerpen nadere inlichtingen vragen omtrent het door de commissaris van de Koning of door gedeputeerde staten gegeven antwoord, tenzij provinciale staten anders beslissen.

Artikel 45 Vragensessie
  • 1.

    Tijdens de statenvergadering is er, na afloop van behandeling van de ingekomen stukken, gelegenheid tot het stellen van vragen vreemd aan de orde van de dag.

  • 2.

    Het lid van provinciale staten dat tijdens deze vragensessie vragen wil stellen, meldt dit onder aanduiding van het onderwerp tenminste een uur voor aanvang van de vergadering bij de voorzitter.

  • 3.

    De voorzitter bepaalt de volgorde waarin aangemelde onderwerpen tijdens de vragensessie aan de orde worden gesteld.

  • 4.

    De voorzitter bepaalt per onderwerp de spreektijd voor de vragensteller, voor de gedeputeerden, voor de commissaris van de Koning en voor de overige leden van provinciale staten.

  • 5.

    Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer vragen aan gedeputeerde staten of de commissaris van de Koning te stellen en een toelichting daarop te geven.

  • 6.

    Na de beantwoording door gedeputeerde staten of de commissaris van de Koning krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen.

  • 7.

    Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden van provinciale staten het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan gedeputeerde staten, hetzij aan de commissaris van de Koning vragen te stellen over hetzelfde onderwerp.

Artikel 46 Inlichtingen
  • 1.

    Indien een lid van provinciale staten over een onderwerp inlichtingen als bedoeld in de artikelen 167, derde lid, en 179, derde lid, van de Provinciewet verlangt, wordt een verzoek daartoe schriftelijk ingediend bij gedeputeerde staten of de commissaris van de Koning.

  • 2.

    Een afschrift van dit verzoek wordt door de indiener in afschrift toegezonden aan provinciale staten.

  • 3.

    De verlangde inlichtingen worden mondeling of schriftelijk in de eerstvolgende of in de daarop volgende vergadering gegeven.

  • 4.

    De gestelde vragen en het antwoord vormen een agendapunt voor de vergadering, waarin de antwoorden zullen worden gegeven.

Artikel 47 Verslag; verantwoording
  • 1.

    Een lid van provinciale staten, een gedeputeerde, de commissaris van de Koning of de griffier, die door provinciale staten is aangewezen tot lid van het algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van een ander gemeenschappelijk orgaan, ingesteld op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, heeft het recht (om in aansluiting op de behandeling van de lijst van ingekomen stukken òf voor het sluiten van de vergadering) verslag te doen over zaken die in het algemeen bestuur als bedoeld aan de orde zijn. Door provinciale staten gewenste bespreking van dit verslag kan de voorzitter verwijzen naar de desbetreffende commissie.

  • 2.

    Ieder lid van provinciale staten kan aan een persoon als bedoeld in het eerste lid, schriftelijke vragen stellen. De regels voor het stellen van schriftelijke vragen, vastgesteld in artikel 44, zijn van overeenkomstige toepassing.

  • 3.

    Wanneer een lid van provinciale staten een persoon als bedoeld in het eerste lid ter verantwoording wenst te roepen over zijn wijze van functioneren als zodanig, besluiten provinciale staten over het toestaan daarvan. De regels voor het vragen van inlichtingen, vastgesteld in artikel 46, zijn van overeenkomstige toepassing.

  • 4.

    De leden 1 tot en met 3 zijn van overeenkomstige toepassing op verslag en verantwoording met betrekking tot vertegenwoordiging van de provincie in andere organisaties of instituties.

Hoofdstuk 7 Besloten vergadering
Artikel 48 Algemeen

Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van dit reglement van overeenkomstige toepassing voorzover deze bepalingen niet strijdig zijn met het besloten karakter van de vergadering.

Artikel 49 Notulen
  • 1.

    De notulen van een besloten vergadering worden niet rondgedeeld, maar liggen uitsluitend voor de leden ter inzage.

  • 2.

    Deze notulen worden zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering nemen provinciale staten een besluit over het al dan niet openbaar maken van deze notulen. De vastgestelde notulen worden door de voorzitter en de griffier ondertekend.

Artikel 50 Opheffing geheimhouding

Indien provinciale staten op grond van artikel 25, derde en vierde lid, artikel 55, tweede en derde lid, of artikel 91, tweede lid, van de Provinciewet voornemens zijn de geheimhouding op te heffen wordt, indien daarom wordt verzocht door het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd, in een besloten vergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd over de opheffing van de geheimhouding.

Hoofdstuk 8 Toehoorders en pers
Artikel 51 Toehoorders en pers
  • 1.

    De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen bijwonen.

  • 2.

    Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is verboden.

Artikel 52 Geluid- en beeldregistraties

Degenen die in de vergaderzaal tijdens de provinciale statenvergadering geluid- dan wel beeldregistraties willen maken doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen.

Hoofdstuk 9 Slotbepalingen
Artikel 53 Uitleg reglement

In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing van het reglement, beslissen provinciale staten op voorstel van de voorzitter.

Artikel 54 Inwerkingtreding
  • 1.

    Dit reglement treedt in werking op 21 maart 2003.

  • 2.

    Op dat tijdstip vervalt het Reglement van orde voor de vergadering van de Staten van Zeeland, vastgesteld bij besluit van de staten van Zeeland van 10 februari 1995 onder nr. 22. (provinciaal blad nr. 10 van 1995).

Aldus vastgesteld in de vergadering van provinciale staten van 20 maart 2003.

Voorzitter, drs. W.T. VAN GELDER.

Griffier, mevr. drs. B.L. ALLEWIJN.

Uitgegeven 22 april 2003.

De secretaris,

mr. drs. L.J.M. VERDULT.