Regeling vervallen per 19-10-2011

Regeling voorkomen en bestrijden van seksuele intimidatie, pesten, agressie en geweld op het werk provincie Zeeland

Geldend van 31-03-2004 t/m 18-10-2011

Intitulé

Regeling voorkomen en bestrijden van seksuele intimidatie, pesten, agressie en geweld op het werk provincie Zeeland

Gedeputeerde staten van Zeeland maken bij deze bekend dat zij in hun vergadering van 6 februari 2001 onder nummer 45 hebben vastgesteld:

Regeling voorkomen en bestrijden van seksuele intimidatie, pesten, agressie en geweld op het werk.

Begripsomschrijvingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • 1.

    seksuele intimidatie: de als ongewenst ervaren seksuele toenadering, verzoeken om seksuele gunsten of ander verbaal, non-verbaal of fysiek gedrag van seksuele aard waarbij tevens sprake is van één of meer van de volgende punten:

    • a.

      onderwerping aan dergelijk gedrag wordt, hetzij expliciet hetzij impliciet, gehanteerd als voorwaarde voor tewerkstelling.

    • b.

      onderwerping aan of afwijzing van dergelijk gedrag wordt gebruikt of mede gebruikt als basis voor beslissingen die de werknemer raken.

    • c.

      onderwerping aan dergelijk gedrag heeft tot doel of als gevolg dat de werkprestaties in onredelijke mate aangetast worden of een intimiderende, vijandige of onaangename werkomgeving wordt gecreëerd.

  • 2.

    pesten, agressie en geweld: voorvallen waarbij een werknemer psychisch of fysiek wordt lastig gevallen, bedreigd of aangevallen, onder omstandigheden, die rechtstreeks verband houden met het verrichten van de arbeid.

  • 3.

    werknemer: degene, die werkzaam is bij de provincie Zeeland hetzij in vaste dienst hetzij op arbeidsovereenkomst, alsmede degene die als stagiair, uitzendkracht of anderszins tijdelijk werkzaam is en die onderwerp is van bejegeningen in de zin van de leden 1 en 2.

  • 4.

    vertrouwenspersoon: degene tot wie de werknemer, die zich slachtoffer voelt van seksuele intimidatie, pesten, agressie of geweld zich kan wenden voor advies en ondersteuning.

  • 5.

    klachtencommissie: de commissie, die belast is met de behandeling van klachten terzake van seksuele intimidatie, pesten, agressie of geweld.

  • 6.

    begeleidingscommissie: de commissie, die de vertrouwenspersonen begeleidt en ondersteunt.

Vertrouwenspersonen

Artikel 2 Benoeming van de vertrouwenspersonen

  • 1.

    Gedeputeerde staten benoemen voor elke organisatie-eenheid twee vertrouwenspersonen, bij voorkeur één mannelijke en één vrouwelijke.

  • 2.

    De vertrouwenspersonen worden benoemd aan de hand van een voordracht van de ondernemingsraad.

  • 3.

    Tot vertrouwenspersoon kunnen alleen worden benoemd personen in dienst van de provincie Zeeland.

Artikel 3 Taken van de vertrouwenspersonen

De vertrouwenspersonen hebben tot taak:

  • 1.

    het bieden van een eerste opvang aan de werknemer.

  • 2.

    het adviseren over de mogelijkheden het probleem aan te pakken.

  • 3.

    het bieden van ondersteuning bij het realiseren van de door de werknemer gewenste oplossing.

  • 4.

    het verlenen van nazorg na de oplossing of na de behandeling van een klacht door de klachtencommissie.

  • 5.

    het signaleren van algemene knelpunten in de organisatie.

  • 6.

    het met toestemming van de werknemer signaleren van concrete knelpunten bij functionarissen, die beroepshalve een verantwoordelijkheid hebben bij het aanpakken van seksuele intimidatie, pesten, agressie of geweld.

  • 7.

    het registreren van meldingen ten behoeve van een geanonimiseerd jaarverslag aan gedeputeerde staten en aan de hoofden van de organisatie-eenheden.

Artikel 4 Werkwijze van de vertrouwenspersonen

  • 1.

    De vertrouwenspersonen zijn verplicht tot geheimhouding van alle hen vertrouwelijk ter kennis gekomen informatie. De vertrouwenspersonen winnen niet zonder toestemming van de werknemer informatie in bij derden. De geheimhoudingsplicht blijft ook na beëindiging van de benoeming tot vertrouwenspersoon van kracht.

  • 2.

    Indien een vertrouwenspersoon vermoedt dat hij door het bieden van hulp in een rolconflict kan geraken, kan de vertrouwenspersoon de werknemer verwijzen naar een andere vertrouwenspersoon.

Artikel 5 Beëindiging van de functie van vertrouwenspersoon

  • 1.

    Gedeputeerde staten verlenen de vertrouwenspersoon op zijn verzoek ontslag.

  • 2.

    Gedeputeerde staten verlenen een vertrouwenspersoon ongevraagd ontslag, als na een onderzoek overeenkomstig artikel 6 van deze regeling is vastgesteld dat het functioneren van de vertrouwenspersoon aanleiding tot klachten geeft.

Artikel 6 Klachten over de vertrouwenspersoon

  • 1.

    Klachten over een vertrouwenspersoon worden ingediend bij gedeputeerde staten.

  • 2.

    Gedeputeerde staten stellen een commissie van onderzoek in bestaande uit drie leden: één lid af te vaardigen door en uit de begeleidingscommissie, één lid af te vaardigen door de Ondernemingsraad en één lid aan te wijzen door het hoofd van de organisatie-eenheid waar de vertrouwenspersoon werkzaam is.

  • 3.

    Indien gedeputeerde staten aan de hand van de rapportage van de commissie van onderzoek het ontslag uit de functie van vertrouwenspersoon overwegen, horen zij hierover de begeleidingscommissie. Het voorstel tot ontslag behoeft de instemming van de begeleidingscommissie.

Artikel 7 Faciliteiten voor de vertrouwenspersoon

  • 1.

    Gedeputeerde staten dragen er zorg voor dat de vertrouwenspersoon, ook na beëindiging van de functie, geen nadelen ondervindt als gevolg van de uitoefening van de functie van vertrouwenspersoon.

  • 2.

    Het hoofd van de organisatie-eenheid stelt de vertrouwenspersoon te allen tijde in de gelegenheid zijn functie naar behoren uit te voeren. De vertrouwenspersoon is gerechtigd het reguliere werk ogenblikkelijk te onderbreken.

  • 3.

    Vertrouwenspersonen moeten kunnen beschikken over een ruimte die geschikt is voor het voeren van vertrouwelijk gesprekken. Indien nodig, maken zij afspraken en voeren zij gesprekken buiten de provinciale gebouwen.

  • 4.

    Een ieder, die werkt onder het gezag of in opdracht van gedeputeerde staten, is verplicht de vertrouwenspersoon de inlichtingen te geven, waarom de vertrouwenspersoon in verband met een klacht verzoekt.

Begeleidingscommissie

Artikel 8 Benoeming van de leden

  • 1.

    Gedeputeerde staten benoemen de leden van de commissie voor een periode van 4 jaar.

  • 2.

    De commissie bestaat uit:

    • -

      de medewerker doelgroepenbeleid

    • -

      de bedrijfsmaatschappelijk werker

    • -

      een jurist

    • -

      een ARBO-deskundige

    • -

      een lid, benoemd op voordracht van de ondernemingsraad

    • -

      een lid, benoemd op voordracht van de commissie voor georganiseerd overleg

    • -

      een lid, benoemd op voordracht van het directieteam

Artikel 9 Taken van de begeleidingscommissie

  • 1.

    De commissie adviseert de vertrouwenspersonen en het management bij het verzorgen van voorlichting en publiciteit op het gebied van seksuele intimidatie, pesten, agressie of geweld. De commissie kan daarbij stimulerend en sturend optreden.

  • 2.

    De commissieleden adviseren desgevraagd de vertrouwenspersonen vanuit hun specifieke deskundigheid.

  • 3.

    De commissie toetst de toepassing en toereikendheid van het beleid ter zake en doet waar nodig voorstellen aan gedeputeerde staten.

  • 4.

    De commissie en haar leden zijn verplicht tot geheimhouding van al hetgeen de commissie en haar leden vertrouwelijk ter kennis is gekomen.

Klachtencommissie

Artikel 10 Samenstelling van de klachtencommissie

  • 1.

    De commissie bestaat uit drie leden, waarvan er twee vrouwen zijn.

  • 2.

    Gedeputeerde staten en de commissie voor georganiseerd overleg wijzen elk een lid en een plaatsvervangend lid aan.

  • 3.

    De beide leden wijzen gezamenlijk een vrouwelijk voorzitter en een vrouwelijk plaatsvervangend voorzitter aan, beiden geen deel uitmakende van, in dienst van of ondergeschikt aan het provinciaal bestuur.

  • 4.

    Secretaris is het lid aangewezen door gedeputeerde staten.

  • 5.

    De functie van vertrouwenspersoon en het lidmaatschap van de begeleidingscommissie zijn onverenigbaar met het lidmaatschap of het plaatsvervangend lidmaatschap van de klachtencommissie.

Artikel 11 Indienen van klachten

  • 1.

    Een klacht inzake seksuele intimidatie, pesten, agressie of geweld wordt schriftelijk met vermelding van degene, tegen wie de klacht is gericht, bij de klachtencommissie ingediend.

  • 2.

    Anonieme klachten worden niet in behandeling genomen.

Artikel 12 Behandeling door de klachtencommissie

  • 1.

    De secretaris zendt de klager een schriftelijke bevestiging van de ontvangst van de klacht, waarin de secretaris meedeelt dat een commissie met de behandeling belast is.

  • 2.

    De secretaris zendt degene op wiens gedraging de klacht betrekking heeft een afschrift van het klaagschrift alsmede van de daarbij meegezonden stukken.

Artikel 13

Voordat een klacht in behandeling wordt genomen, onderzoekt de commissie of haar leden betrokken zijn of zijn geweest bij de zaak, waarop een klacht betrekking heeft. Het lid, van wie de betrokkenheid aannemelijk is, laat zich vervangen.

Artikel 14

  • 1.

    De commissie stelt de klager en degene, op wiens gedraging de klacht betrekking heeft in de gelegenheid te worden gehoord. Partijen kunnen zich door een adviseur laten bijstaan.

  • 2.

    De commissie kan besluiten partijen buiten elkaars aanwezigheid te horen. De commissie besluit daartoe in ieder geval, indien een van de partijen verzoekt buiten de aanwezigheid van de andere partij te worden gehoord.

  • 3.

    De commissie is in het belang van het onderzoek bevoegd derden te horen.

  • 4.

    De commissie stelt partijen in kennis van haar voornemen derden te horen.

  • 5.

    De derde, die in dienst is van de provincie Zeeland, wordt op geen enkele wijze als gevolg van het afleggen van een verklaring in zijn positie benadeeld.

Artikel 15

  • 1.

    Alle stukken waarvan de commissie gebruik maakt om tot een advies te komen, zijn voor de klager en de aangeklaagde alsmede voor hun adviseurs toegankelijk.

  • 2.

    De commissie behandelt alle informatie, die haar ter kennis komt vertrouwelijk.

Artikel 16

Van elke zitting wordt door of vanwege de secretaris een verslag gemaakt.

De verslagen zijn vertrouwelijk.

Artikel 17

  • 1.

    De commissie maakt binnen 6 weken na ontvangst van de klacht een schriftelijk en gemotiveerd advies over de klacht bekend.

  • 2.

    Indien de commissie voorziet dat de commissie haar werkzaamheden niet binnen de termijn kan voltooien, deelt zij dit mee aan partijen onder vermelding van een termijn, waarbinnen het advies te verwachten valt.

  • 3.

    Indien de klacht naar het oordeel van de commissie gegrond is, kan de commissie gedeputeerde staten voorstellen een disciplinaire of organisatorische maatregel dan wel beide maatregelen te nemen.

  • 4.

    Afschriften van het advies aan gedeputeerde staten worden gezonden aan de klager, de aangeklaagde, de vertrouwenspersoon en het hoofd van de organisatie-eenheid.

Artikel 18

  • 1.

    Deze regeling kan worden aangehaald als: Regeling voorkomen en bestrijden van seksuele intimidatie, pesten, agressie en geweld op het werk provincie Zeeland. Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 maart 2001.

  • 2.

    Op de datum van inwerkingtreding van deze regeling komt de "Regeling voorkomen en bestrijden van seksuele intimidatie op het werk provincie Zeeland" zoals vastgesteld bij besluit van gedeputeerde staten van 6 oktober 1998 Provinciaal Blad van 6 oktober 1998 nr. 51 te vervallen.

  • 3.

    Klachten, waarvan de behandeling op 1 maart 2001 niet is voltooid, worden met in acht nemen van het bepaalde in de Verordening, zoals deze op 6 oktober 1998 is vastgesteld, behandeld.

Ondertekening

Gegeven te Middelburg, 6 februari 2001.
Gedeputeerde Staten voornoemd,
drs. W. T. VAN GELDER, voorzitter.
mr. drs. L. J. M. VERDULT, griffier.
Uitgegeven 20 februari 2001.
De griffier der Staten,
mr. drs. L. J. M. VERDULT.