Regeling vervallen per 01-06-2011

Beleidsregels Provincie Zeeland ten aanzien van de inzet van het BIBOB instrumentarium met betrekking tot vergunningen op grond van artikel 8.1 van de Wet milieubeheer

Geldend van 23-11-2007 t/m 31-05-2011

Intitulé

Beleidsregels Provincie Zeeland ten aanzien van de inzet van het BIBOB instrumentarium met betrekking tot vergunningen op grond van artikel 8.1 van de Wet milieubeheer

Gedeputeerde staten van Zeeland

besluiten:

de volgende beleidsregels vast te stellen:

Opzet:

Toepassing van de Wet BIBOB maakt een zorgvuldige beoordeling van de aanvraag, dan wel tussentijdse beoordeling bij een voorgenomen intrekking, noodzakelijk. Dit kunnen we voor een deel zelf doen, door onderzoek van open bronnen en de beoordeling van de extra informatie die een ondernemer verplicht is aan te leveren op het moment dat er wordt gekozen voor een zogenaamde BIBOB-intake. Deze intake bestaat er uit dat de aanvrager van een vergunning vragenformulieren moet invullen. De ingevulde vragenformulieren worden vervolgens beoordeeld aan de hand van indicatoren. Op basis van deze uitkomsten wordt dan door het bestuursorgaan besloten of er aanleiding is een BIBOB-advies aan te vragen bij het bureau BIBOB.

De provincie zal echter bij de inzet van het BIBOB-instrumentarium strategisch te werk gaan. In het hierna volgende beleid wordt allereerst aangegeven hoe de Wet BIBOB ingezet zal worden en wanneer standaard een BIBOB-intake plaats zal vinden. Daarna wordt aangegeven wanneer de provincie na deze intake zal overgaan tot het vragen van een advies aan het bureau BIBOB (indicatoren). Ook wordt ingegaan op de Wet BIBOB als handhavinginstrument. De Wet BIBOB is niet van toepassing op Amvb-bedrijven, op veranderingen van inrichtingen die met een melding kunnen worden gerealiseerd en in gedoogsituaties.

1. BIBOB-intake:

Het bestuursorgaan vraagt aan de aanvrager of de houder van de vergunning om vragenformulieren in te vullen op basis waarvan door het bestuursorgaan aan de hand van indicatoren beoordeeld wordt of er aanleiding is om een advies bij het bureau BIBOB te vragen. Het bestuursorgaan doet dan een BIBOB-intake. Er zullen dan meer vragen worden gesteld dan bij een normale intake en ondernemers zullen extra informatie moeten aanleveren onder andere over de financiering van de inrichting, het eigendom van het pand waar een inrichting in is gevestigd, het eigendom van de inventaris en eventueel ander schulden die een aanvrager kan hebben. Met de informatie die naar aanleiding van deze intake wordt aangeleverd door de aanvrager zal het bestuursorgaan proberen meer zicht te krijgen op de zakelijke relaties van de aanvrager die betrekking hebben op de inrichting waarvoor een vergunning wordt aangevraagd.

Het bestuursorgaan moet een keuze maken of bij iedere aanvraag voor een Wm-vergunning de eerste BIBOB intake uitgevoerd wordt (het invullen van de vragenlijst en het toetsen van de resultaten aan de indicatoren door het bestuursorgaan) of dat bepaalde branches geselecteerd worden waarbij altijd een BIBOB intake uitgevoerd zal worden.

Gezien de hoeveelheid besluiten ex artikel 8.1 Wet milieubeheer kiest de provincie Zeeland ervoor om bepaalde branches te selecteren waarbij de aanvraagformulieren altijd ingevuld dienen te worden en waarbij deze getoetst worden aan de indicatoren. Door bepaalde branches te kiezen wordt voldaan aan het subsidiariteits- en proportionaliteitsbeginsel van de Awb. De vragenformulieren van het bureau BIBOB zullen hiervoor gebruikt worden.

Keuze voor de afvalbranche:Er zijn verschillende onderzoeken gedaan naar criminaliteit in de milieuwereld. Zowel uit deze onderzoeken als ook uit eigen ervaringen vanuit Handhaving blijkt dat binnen het werkveld milieu met name een deel van de afvalbranche gevoelig is voor criminaliteit. Met het ontduiken van de milieuregelgeving kunnen grote winstmarges behaald worden. Wij hebben daarom gekozen voor de afvalbranche. Bedrijven in de afvalbranche moeten bij een aanvraag om een vergunning ex artikel 8.1. Wm altijd BIBOB vragenformulieren invullen. Hierop geldt echter een uitzondering, namelijk dat dit niet nodig is wanneer onmiskenbaar duidelijk is dat er geen BIBOB toets nodig is omdat dit geen nieuwe informatie op zal leveren dan die al bij het bestuur bekend is. Dit kan aan de orde zijn wanneer met zekerheid bekend is hoe de bedrijfsstructuur en financiering van een bedrijf in elkaar steekt en wie de drijver van de inrichting zal zijn . Een ander voorbeeld is een aanvraag om vergunning voor een overheidsdienst. Ook heeft het geen nut om bij bedrijven die regelmatig een aanvraag indienen voor een veranderingsvergunning telkens een BIBOB-intake uit te voeren.

Andere gevallen:

De bovengenoemde brancheselectie sluit overigens nadrukkelijk niet uit dat in overige gevallen op basis van informatie van handhaving of indicaties die de vergunningverlener krijgt bij de aanvraag om vergunning besloten wordt om de aanvrager te verzoeken de BIBOB-aanvraagformulieren in te vullen. Ook kan in alle gevallen op basis van een advies van het Openbaar Ministerie een BIBOB-intake gestart worden.

2. Indicatoren om bij het bureau BIBOB advies te vragen:

Hierboven is aangegeven wanneer een BIBOB-intake zal worden toegepast en hieronder wordt aangegeven wanneer daadwerkelijk een BIBOB-advies gevraagd zal worden. Wanneer de vragenformulieren ingevuld zijn (BIBOB-intake) zal de provincie een BIBOB-screening uitvoeren door aan de hand van een lijst van indicatoren te besluiten of er redenen aanwezig zijn om een BIBOB-advies aan te vragen.

Voor wat betreft de indicatoren zal de provincie Zeeland gebruik maken van de door het bureau BIBOB ontwikkelde standaardindicatoren voor het werkveld milieu. Deze indicatoren zijn door het Ministerie van Justitie in samenwerking met het werkveld ontwikkeld.

  • -

    Er zijn twee aanleidingen die in een concreet geval zullen leiden tot een verzoek om advies aan bureau BIBOB:

  • -

    De BIBOB Officier van Justitie geeft een tip om in het kader van een aanvraag van een vergunning, dan wel een bestaande vergunning,een advies aan Bureau BIBOB te vragen

  • -

    Na de BIBOB intake en screening door de provincie blijven vragen bestaan over:

    • -

      De bedrijfsstructuur, of de activiteiten in de directe omgeving van de onderneming

    • -

      De financiering van het bedrijf

    • -

      De omstandigheden in de persoon van de aanvrager, de financier van de onderneming of de eigenaar van het pand/inrichting waarin de onderneming is gevestigd

    • -

      (andere) omstandigheden die de provincie doen vermoeden dat er sprake is van een ernstig gevaar dat de vergunning zal worden gebruikt voor het plegen van strafbare feiten, of het gebruiken van voordelen uit strafbare feiten

    • -

      (andere) omstandigheden die de provincie doen vermoeden dat ter verkrijging van de aangevraagde dan wel gegeven vergunning een strafbaar feit is gepleegd

Het besluit een aanvraag in te dienen bij het bureau BIBOB is geen beschikking in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. Hiertegen staat geen afzonderlijk bezwaar of beroep open. Wel is het de aanvrager van een vergunning te allen tijde toegestaan de aanvraag in te trekken. De aanvrager zal door de provincie schriftelijk worden bericht dat de provincie een BIBOB-advies zal aanvragen. Voor het indienen van de adviesaanvraag bij het bureau BIBOB wordt gebruik gemaakt van de door het bureau BIBOB ontwikkelde standaardformulier (zie bijlagen).

3. BIBOB als handhavingsinstrument:

De Wet BIBOB biedt ook een grondslag om bestaande vergunningen in te trekken. Het komt er dan op neer dat een drijver van een inrichting die over een geldende vergunning beschikt, verzocht wordt om de vragenformulieren in te vullen. Dit kan uiteindelijk resulteren in een adviesaanvraag bij het bureau BIBOB en een intrekkingsprocedure van de vergunning. Gelet op het ingrijpende karakter van dit instrument zal hier in beginsel terughoudend mee omgegaan worden. Een voorbeeld wanneer een dergelijke procedure opgestart zal worden is na een concreet advies van de BIBOB Officier van justitie. Daarnaast zal voordat een dergelijke intake gestart wordt altijd overleg gepleegd worden met het openbaar Ministerie van dit arrondissement om zeker te stellen dat door de BIBOB procedure geen strafrechtelijke onderzoeken doorkruist worden.

4. Slotbepalingen:

Deze beleidsregels treden in werking met ingang van de tiende dag na de publicatie in het Provinciaal Blad van Zeeland.

Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels Provincie Zeeland ten aanzien van de inzet van het BIBOB instrumentarium met betrekking tot vergunningen op grond van artikel 8.1 van de Wet milieubeheer.

Ondertekening

Middelburg 14 augustus 2007.
Gedeputeerde staten voornoemd
drs. K.M.H. PEIJS, voorzitter.
mr. drs. L.J.M. VERDULT, secretaris.
Uitgegeven, 13 november 2007
De secretaris,
mr. drs. L.J.M. VERDULT