Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Zeist

Verordening op de heffing en de invordering van leges 2013

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieZeist
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening op de heffing en de invordering van leges 2013
CiteertitelLegesverordening 2013
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Datum ingang heffing 1 januari 2013

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Gemeentewet, art. 156, lid 2, art. 229, lid 1; Wet van 13 oktober 2011, houdende regeling van een grondslag voor de heffing van rechten voor de Nederlandse identiteitskaart(Stb. 2011, 440), art. 1

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

29-11-201227-12-2012Nieuwe regeling

06-11-2012

De Nieuwsbode, 21-11-2012

Nr. 770

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening op de heffing en de invordering van leges 2013

 

De raad van de gemeente Zeist;

 

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 18 september 2012;

 

gelet op artikel 156, tweede lid, aanhef en onderdeel h, en artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Gemeentewet en artikel 1 van de Wet van 13 oktober 2011, houdende regeling van een grondslag voor de heffing van rechten voor de Nederlandse identiteitskaart(Stb. 2011, 440);

 

besluit:

 

vast te stellen de:

 

Verordening op de heffing en de invordering van leges 2013

 

Nr. 770

Verordening op de heffing en de invordering van leges 2013

vastgesteld 6 november 2012

De raad van de gemeente Zeist;

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 18 september 2012;

gelet op artikel 156, tweede lid, aanhef en onderdeel h, en artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Gemeentewet en artikel 1 van de Wet van 13 oktober 2011, houdende regeling van een grondslag voor de heffing van rechten voor de Nederlandse identiteitskaart(Stb. 2011, 440);

besluit:

vast te stellen de:

Verordening op de heffing en de invordering van leges 2013

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Deze verordening verstaat onder:

  • a.

    ’dag’: de periode van 00.00 uur tot 24.00 uur, waarbij een gedeelte van een dag als een hele dag wordt aangemerkt;

  • b.

    ’week’: een aaneengesloten periode van zeven dagen;

  • c.

    ’maand’: het tijdvak dat loopt van ne dag in een kalendermaand tot en met de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand;

  • d.

    ’jaar’: het tijdvak dat loopt van de ne dag in een kalenderjaar tot en met de (n-1)e dag in het volgende kalenderjaar;

  • e.

    'kalenderjaar': de periode van 1 januari tot en met 31 december.

Artikel 2 Belastbaar feit

Onder de naam ‘leges’ worden rechten geheven voor:

  • a.

    het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten;

  • b.

    het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van een Nederlandse identiteitskaart als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de paspoortwet;

een en ander zoals genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel.

Artikel 3 Belastingplicht

Belastingplichtig is de aanvrager van de dienst of van de Nederlandse identiteitskaart, dan wel degene ten behoeve van wie de dienst is verleend of de handelingen zijn verricht.

Artikel 4 Vrijstellingen

Leges worden niet geheven voor:

  • a.

    diensten waarvan de kosten krachtens afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening (grondexploitatie) zijn of worden verhaald;

  • b.

    diensten met betrekking tot een aanvraag tot verlening of gehele of gedeeltelijke intrekking van een omgevingsvergunning of wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning, voor zover die aanvraag betrekking heeft op een activiteit met betrekking tot een inrichting als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;

  • c.

    het in behandeling nemen van een aanvraag tot verlening van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel i, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, voor zover het een activiteit betreft bedoeld in artikel 2.2a van het Besluit omgevingsrecht (omgevingsvergunning beperkte milieutoets);

  • d.

    het raadplegen van de bij de gemeente berustende registers, leggers en plankaarten van de Diensten van het Kadaster en de Openbare Register door ambtenaren, in de uitoefening van hun functie;

  • e.

    het in behandeling nemen van aanvragen van verklaringen omtrent inkomen en vermogen;

  • f.

    vervallen;

  • g.

    de verstrekking van stukken als bedoeld onder de onderdelen 1.7.2. en 1.7.3. van de tarieventabel aan afdelingen van politieke partijen, waarvan de naam is geregistreerd, dan wel van andere verenigingen, welke naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders een politieke doelstelling hebben of aan een organisatie en instelling van welzijn, mits deze organisatie plaatselijk, dan wel buurt- of wijkgebonden is, de totale plaatselijke bevolking, dan wel de gehele buurt- of wijkbevolking als doelgroep beschouwt en zich als doel stelt het namens en voor deze doelgroep onderhouden van contacten met de plaatselijke overheid, zulks tot ten hoogste vijf exemplaren;

  • h.

    het in behandeling nemen van een aanvraag tot verkrijgen van een ontheffing als bedoeld onder het onderdeel 1.19.1.2 van de tarieventabel van Stichting Dierenambulance Utrecht.

Artikel 5 Maatstaven van heffing en tarieven

  • 1.

    De leges worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel, met in achtneming van het overigens in dit artikel bepaalde.

  • 2.

    Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het nemen van een projectuitvoeringsbesluit als bedoeld in artikel 2.10 van de Crisis- en herstelwet bedraagt het tarief de som van de bedragen die op grond van deze verordening verschuldigd zouden zijn voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning, ontheffing, vrijstelling of enig ander besluit in het kader van de ontwikkeling en verwezenlijking van het project, voor zover het projectuitvoeringsbesluit strekt ter vervanging van deze besluiten, zoals bedoeld in artikel 2.10, derde lid, van de Crisis- en herstelwet.

  • 3.

    Voor de berekening van de leges wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.

Artikel 6 Wijze van heffing

De leges worden geheven door middel van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, zegel, nota of andere schriftuur. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.

Artikel 7 Termijnen van betaling

1.In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de leges worden betaald ingeval de kennisgeving als bedoeld in artikel 6:

  • a.

    mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving;

  • b.

    schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen dertig dagen na de dagtekening van de kennisgeving.

2 De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen.

Artikel 8 Kwijtschelding

Bij de invordering van de leges wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 9 Teruggaaf

  • 1.

    Gehele of gedeeltelijke vermindering of teruggaaf van leges voor een in de bij deze verordening behorende tarieventabel omschreven dienst wordt verleend overeenkomstig een met betrekking tot die dienst in die tarieventabel opgenomen bepaling.

  • 2.

    Voor de toepassing van artikel 28, vierde lid, van de Invorderingswet 1990 wordt de teruggaaf van leges, bedoeld in het eerste lid, aangemerkt als een vermindering van de belastingaanslag.

Artikel 10 Overdracht van bevoegdheden

Het college is bevoegd tot het wijzigen van deze verordening, indien de wijzigingen:

  • a.

    van zuiver redactionele aard zijn;

  • b.

    een gevolg zijn van nieuwe of gewijzigde rijksregelgeving die in werking treedt binnen drie maanden na de officiële bekendmaking van de inwerkingtreding ervan in het Staatsblad of de Staatscourant en het de volgende hoofdstukken of onderdelen van titel 1 van de tarieventabel betreft:

    • 1.

      hoofdstuk 2 (reisdocumenten);

    • 2.

      hoofdstuk 3 (rijbewijzen);

    • 3.

      onderdeel 1.4.3 (papieren verstrekking uit gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens);

    • 4.

      hoofdstuk 6 (verstrekkingen op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens);

    • 5.

      onderdeel 1.9.1.1 (verklaring omtrent het gedrag);

    • 6.

      hoofdstuk 16 (kansspelen);

een en ander voor zover met deze wijzigingen niet reeds bij het vaststellen of latere wijziging van deze verordening bij raadsbesluit rekening is gehouden.

Artikel 11 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de leges.

Artikel 12 Overgangsrecht

  • 1.

    De Legesverordening 2012, laatstelijk gewijzigd bij raadsbesluit van 14 februari 2012, wordt ingetrokken met ingang 1 januari 2013, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 2.

    De op artikel 10 van de in het eerste lid genoemde verordening gebaseerde regels van het college worden geacht mede gebaseerd te zijn op artikel 11 van deze verordening.

Artikel 13 Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van de bekendmaking.

  • 2.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2013.

Artikel 14 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Legesverordening 2013.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 6 november 2012.

mr. J. Janssen, griffier drs. J.J.L.M. Janssen, voorzitter

Datum publikatie Nieuwsbode: 21 november 2012

Datum inwerkingtreding: 29 november 2012

Tarieventabel, behorende bij de Legesverordening 2013

 

Indeling tarieventabel

 

 

 

 

Titel 1

Algemene dienstverlening

 

 

 

 

Hoofdstuk 1

Burgerlijke stand

 

Hoofdstuk 2

Reisdocumenten

 

Hoofdstuk 3

Rijbewijzen

 

Hoofdstuk 4

Verstrekkingen uit de Gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens

 

Hoofdstuk 5

Verstrekkingen uit het Kiezersregister

 

Hoofdstuk 6

Verstrekkingen op grond van Wet bescherming persoonsgegevens

 

Hoofdstuk 7

Bestuursstukken

 

Hoofdstuk 8

Vastgoedinformatie

 

Hoofdstuk 9

Overige publiekszaken

 

Hoofdstuk 10

Gemeentearchief

 

Hoofdstuk 11

Huisvestingswet

 

Hoofdstuk 12

Leegstandwet

 

Hoofdstuk 13

Gemeentegarantie

 

Hoofdstuk 14

Marktstandplaatsen

 

Hoofdstuk 15

Winkeltijdenwet

 

Hoofdstuk 16

Kansspelen

 

Hoofdstuk 17

Kinderopvang

 

Hoofdstuk 18

Telecommunicatie

 

Hoofdstuk 19

Verkeer en vervoer

 

Hoofdstuk 20

Diversen

 

 

 

 

Titel 2

Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning

 

 

 

 

Hoofdstuk 1

Begripsomschrijvingen

 

Hoofdstuk 2

Vooroverleg/beoordelen conceptaanvraag

 

Hoofdstuk 3

Omgevingsvergunning

 

Hoofdstuk 4

Vermindering

 

Hoofdstuk 5

Teruggaaf

 

Hoofdstuk 6

Intrekking omgevingsvergunning

 

Hoofdstuk 7

Wijziging omgevingsvergunning als gevolg van wijziging project

 

Hoofdstuk 8

Bestemmingswijzigingen zonder activiteiten

 

Hoofdstuk 9

Sloopmelding

 

Hoofdstuk 10

In deze titel niet benoemde beschikking

 

 

 

 

Titel 3

Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn

 

 

 

 

Hoofdstuk 1

Horeca

 

Hoofdstuk 2

Organiseren evenementen of markten

 

Hoofdstuk 3

Prostitutiebedrijven

 

Hoofdstuk 4

Splitsingsvergunning woonruimte

 

Hoofdstuk 5

Leefmilieuverordening

 

Hoofdstuk 6

Brandbeveiligingsverordening

 

Hoofdstuk 7

In deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Titel 1

Algemene dienstverlening

tarief

 

 

2013

 

 

 

Hoofdstuk 1 Burgerlijke stand

 

 

 

 

1.1.1

Het tarief bedraagt voor de voltrekking van een huwelijk of registratie van een partnerschap op:

 

1.1.1.1

maandag tot en met vrijdag

335,75

1.1.1.2

zaterdag

395,35

 

 

 

1.1.2

Het tarief bedraagt voor het omzetten van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk in een spreekkamer

66,15

1.1.2.1

Het tarief bedraagt voor het omzetten van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk indien daarbij gebruik gemaakt wordt van de trouwzaal of een andere door de gemeente hiertoe aangewezen ruimte op:

 

1.1.2.2

maandag tot en met vrijdag

335,75

1.1.2.3

zaterdag

395,35

 

 

 

1.1.3

Het tarief bedraagt voor de voltrekking van een huwelijk of registratie van een partnerschap in een bijzonder huis op grond van artikel 64, Boek 1, van het Burgerlijk Wetboek op:

 

1.1.3.1

maandag tot en met vrijdag

335,75

1.1.3.2

zaterdag

395,35

1.1.3.a

Het tarief bedraagt voor een huwelijksvoltrekking of een partnerregistratie als omschreven in 1.1.1, 1.1.2 en 1.1.3:

 

1.1.3.a.1

op een ander tijdstip dan tussen 9.00 en 17.00 uur; 1,25 maal het tarief van het voor die dag bepaalde;

 

1.1.3.a.2

op een zondag of daaraan gelijkgestelde dag: 2 maal het voor de zaterdag bepaalde tarief.

 

1.1.4

Het tarief bedraagt voor het omzetten van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk in een bijzonder huis op grond van artikel 64, Boek 1, van het Burgerlijk Wetboek op:

 

1.1.4.1

maandag tot en met vrijdag

335,75

1.1.4.2

zaterdag

395,35

1.1.4.3

indien voor de voltrekking van een huwelijk of de registratie van een partnerschap benoeming plaatsvindt van een trouwambtenaar naar eigen keuze tot buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand voor één dag vindt er een toeslag op bovengenoemde tarieven plaats van

113,30

1.1.4.a

Het tarief voor het getuige zijn bij een huwelijk, ingevuld door een ambtenaar van de gemeente, bedraagt per kwartier

18,35

1.1.5

Het tarief bedraagt voor het verstrekken van:

 

1.1.5.1

een (duplicaat van) trouwboekje of partnerschapboekje

35,70

1.1.6

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een lijst waarop zijn vermeld:

 

1.1.6.1

alle op één dag, in één week of in één maand geborenen en overledenen, voor zover voor plaatsing op die lijst toestemming is verleend, voor elk op die lijst vermelde aangifte

25,30

1.1.6.2

alle op één dag, in één week of in één maand ondertrouwde en getrouwde paren of geregistreerde partners, als voor plaatsing op die lijst toestemming is verleend, voor elk op die lijst vermeld paar

25,30

1.1.7

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het afsluiten van een abonnement op het geregeld eenmaal per week verstrekken van lijsten als in 1.1.6.1 en 1.1.6.2 bedoeld:

 

1.1.7.1

zonder opgave van adres

255,15

1.1.7.2

voor elke volgende categorie vermeerderd met

159,75

1.1.8

Het tarief bedraagt voor het doen van naspeuringen in de registers van de burgerlijke stand, voor ieder daaraan besteed kwartier

18,35

1.1.9

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een stuk als bedoeld in artikel 2 van de Wet rechten burgerlijke stand geldt het tarief zoals dat is opgenomen in het Legesbesluit akten burgerlijke stand.

 

 

 

 

Hoofdstuk 2 Reisdocumenten

 

 

 

 

1.2.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

1.2.1.1

tot het verstrekken van een nationaal paspoort, een reisdocument voor vluchtelingen of een reisdocument voor vreemdelingen

48,70

1.2.1.2

tot het verstrekken van een nationaal paspoort, een groter aantal bladzijden bevattende dan een nationaal paspoort als bedoeld in 1.2.1.1 (zakenpaspoort)

48,70

1.2.1.3

tot het verstrekken van een reisdocument ten behoeve van een persoon die op grond van de Wet betreffende de positie van Molukkers als Nederlander wordt behandeld (faciliteitenpaspoort)

52,10

1.2.1.4

tot het bijschrijven van een kind in een reisdocument als bedoeld in 1.2.1.1, 1.2.1.2 en1.2.1.3, direct bij de aanvraag van dit nieuwe reisdocument

vervallen

1.2.1.5

tot het bijschrijven van een kind middels een bijschrijvingssticker in een reeds uitgegeven reisdocument als bedoeld in 1.2.1.1, 1.2.1.2 en1.2.1.3

vervallen

1.2.1.6

vervallen

 

1.2.1.a

Indien de aanvraag betrekking heeft op het verstrekken van documenten als bedoeld in 1.2.1, na vermissing, worden de tarieven genoemd onder 1.2.1 verhoogd met

36,70

1.2.2

Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van een Nederlandse identiteitskaart (NIK) als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de Paspoortwet:

40,05

1.2.2.1

voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van veertien jaar nog niet heeft bereikt

30,00

1.2.3

De tarieven genoemd in de onderdelen 1.2.1.1 tot en met 1.2.1.3 alsmede in 1.2.2 en 1.2.2.1 worden bij een spoedlevering vermeerderd met een bedrag van

45,90

1.2.4

Het tarief genoemd in 1.2.2 wordt bij een gecombineerde spoedlevering van een nieuw reisdocument als bedoeld in 1.2.1.1, 1.2.1.2 en 1.2.1.3 en het bijschrijven van één of meer kinderen als bedoeld in 1.2.1.4, slechts één keer per reisdocument berekend.

vervallen

1.2.5

Het tarief genoemd in onderdeel 1.2.1.5 wordt bij een spoedlevering vermeerderd met een bedrag per bijschrijvingssticker van

vervallen

 

 

 

Hoofdstuk 3 Rijbewijzen

 

 

 

 

1.3.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het afgeven, vernieuwen of omwisselen van een rijbewijs

39,40

1.3.2

Het tarief genoemd in onderdeel 1.3.1 wordt bij een spoedlevering vermeerderd met

33,50

1.3.3

Indien de aanvraag betrekking heeft op het verstrekken van documenten als bedoeld in 1.3.1, na vermissing, worden de tarieven genoemd onder 1.3.1 verhoogd met

36,70

 

 

 

Hoofdstuk 4 Verstrekkingen uit de Gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.4.1

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder één verstrekking verstaan één of meer gegevens omtrent één persoon waarvoor de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens moet worden geraadpleegd.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.4.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.4.2.1

tot het verstrekken van gegevens, per verstrekking

11,95

 

 

 

 

 

 

 

 

1.4.2.2

tot het verstrekken van een afschrift van de persoonslijst (uitgezonderd de wettelijk voorgeschreven eerste levering)

8,15

 

 

 

 

 

 

 

 

1.4.3

In afwijking van de voorgaande onderdelen bedraagt het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van gegevens als bedoeld in artikel 10, tweede lid, van het Besluit gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens

2,25

 

 

 

 

 

 

 

 

1.4.4

Het tarief bedraagt voor het op verzoek doornemen van de gemeentelijke basisadministratie, voor ieder daaraan besteed kwartier

18,35

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 5 Verstrekkingen uit het Kiezersregister

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.5

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een inlichting betreffende de registratie van de aanvrager als kiezer bedoeld in artikel D4 van de Kieswet

nihil

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 6 Verstrekkingen op grond van Wet bescherming persoonsgegevens

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.6.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een bericht als bedoeld in artikel 35 van de Wet bescherming persoonsgegevens:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.6.1.1

bij verstrekking op papier, indien het afschrift bestaat uit:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.6.1.1.1

ten hoogste 100 pagina’s, per pagina

0,23

 

 

 

 

 

 

 

 

 

met een maximum per bericht van

4,50

 

 

 

 

 

 

 

 

1.6.1.1.2

meer dan 100 pagina’s

22,50

 

 

 

 

 

 

 

 

1.6.1.2

bij verstrekking anders dan op papier

4,50

 

 

 

 

 

 

 

 

1.6.1.3

dat bestaat uit een afschrift van een, vanwege de aard van de verwerking, moeilijk toegankelijke gegevensverwerking

22,50

 

 

 

 

 

 

 

 

1.6.2

Indien voor hetzelfde bericht op grond van de onderdelen 1.6.1.1, 1.6.1.2 en 1.6.1.3 meerdere vergoedingen kunnen worden gevraagd, wordt slechts de hoogste gevraagd.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.6.3

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een verzet als bedoeld in artikel 40 van de Wet bescherming persoonsgegevens

4,50

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 7 Bestuursstukken

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

begroting, jaarrekening

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.7.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.7.1.1

een afschrift van de gemeentebegroting

42,15

 

 

 

 

 

 

 

 

1.7.1.2

een afschrift van de gemeenterekening

65,80

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

raadsstukken, raadsverslagen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.7.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.7.2.1

tot het verstrekken van:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.7.2.1.1

een afschrift van het verslag van een raadsvergadering, per pagina

0,30

 

 

 

 

 

 

 

 

1.7.2.1.2

een afschrift van de stukken behorende bij een raadsvergadering, per pagina

0,30

 

 

 

 

 

 

 

 

1.7.2.2

tot het afsluiten van een abonnement voor een kalenderjaar:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.7.2.2.1

op de verslagen van de raadsvergaderingen

24,65

 

 

 

 

 

 

 

 

1.7.2.2.2

op de stukken behorende bij de raadsvergaderingen

34,45

 

 

 

 

 

 

 

 

1.7.2.3

voor toezending van de onder 1.7.2.2.1 en 1.7.2.2.2 bedoelde bescheiden

73,50

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

commissiestukken, commissieverslagen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.7.3

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.7.3.1

tot het verstrekken van:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.7.3.1.1

een afschrift van het verslag van een vergadering van een raadscommissie, per pagina

0,30

 

 

 

 

 

 

 

 

1.7.3.1.2

een afschrift van de stukken behorende bij een vergadering van een raadscommissie, per pagina

0,30

 

 

 

 

 

 

 

 

1.7.3.2

tot het afsluiten van een abonnement voor een kalenderjaar:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.7.3.2.1

op de verslagen van de vergaderingen van een raadscommissie

12,60

 

 

 

 

 

 

 

 

1.7.3.2.2

op de stukken behorende bij de vergaderingen van een raadscommissie

29,80

 

 

 

 

 

 

 

 

1.7.3.3

voor toezending van de onder 1.7.3.2.1 en 1.7.3.2.2 bedoelde bescheiden

73,50

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

gemeentebladen, verordeningen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.7.4

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.7.4.1

tot het verstrekken van het gemeenteblad, per pagina

0,30

 

 

 

 

 

 

 

 

1.7.4.2

tot het afsluiten van een abonnement voor een kalenderjaar op het gemeenteblad

20,05

 

 

 

 

 

 

 

 

1.7.5

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.7.5.1

een afschrift van de bouwverordening met toelichting

87,80

 

 

 

 

 

 

 

 

1.7.5.2

een afschrift van de de brandbeveiligingsverordening

12,00

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 8 Vastgoedinformatie

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.8.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.8.1.1

voor het beschikbaar stellen van een bestemmingsplan of een ontwerp daarvan, dan wel om beschikbaarstelling van hiermee gelijk te stellen stukken, bedraagt per plan of een gedeelte daarvan

39,40

 

 

 

 

 

 

 

 

1.8.1.2

Het onder 1.8.1.1 vermelde bedrag wordt verhoogd met een bedrag van

8,75

 

 

 

 

 

 

 

 

 

per plankaart of een gedeelte daarvan, te vermeerderen met de externe door de gemeente te maken kosten op basis van een vooraf opgestelde offerte. De aanvrager wordt geïnformeerd over de hoogte van deze kosten.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.8.2

Het tarief bedraagt voor het verlenen van inzage in de kadastrale kaarten, per perceel

5,15

 

 

 

 

 

 

 

 

1.8.3

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van inlichtingen uit het AKR-bestand, per perceel

17,50

 

 

 

 

 

 

 

 

1.8.4

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een fotokopie van de kadastrale kaart op A3, of A4-formaat, per fotokopie

17,50

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 9 Overige publiekszaken

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.9.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.9.1.1

tot het verkrijgen van een verklaring omtrent het gedrag

30,05

 

 

 

 

 

 

 

 

1.9.1.2

tot het verkrijgen van een bewijs van in leven zijn

13,95

 

 

 

 

 

 

 

 

1.9.1.3

tot het verkrijgen van een bewijs van Nederlanderschap

13,95

 

 

 

 

 

 

 

 

1.9.1.4

tot het verkrijgen van een uittreksel uit het GBA

13,95

 

 

 

 

 

 

 

 

1.9.1.5

tot het verkrijgen van een legalisatie van een handtekening

5,45

 

 

 

 

 

 

 

 

1.9.1.6

tot het verkrijgen van een certificat d'hébergement

5,45

 

 

 

 

 

 

 

 

1.9.2

Voor het in behandeling nemen van een verzoek als bedoeld in artikel 13 van de Rijkswet op het Nederlanderschap geldt het tarief zoals dat is opgenomen in het vigerende Besluit optie- en naturalisatiegelden (o.a: verkrijging van Nederlanderschap).

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 10 Gemeentearchief

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.10.1

Het tarief bedraagt voor het op verzoek doen van naspeuringen in de in het gemeentearchief berustende stukken (w.o. gemeentelijke bouwdossiers jonger dan 20 jaar), voor ieder daaraan besteed half uur, of een gedeelte daarvan, ongeacht het resultaat

36,70

 

 

 

 

 

 

 

 

1.10.1.a

Indien met de onder 1.10.1 bedoelde verrichtingen naar verwachting meer tijd is gemoeid dan een half uur, wordt vooraf met de opdrachtgever overleg gepleegd over aard en omvang van de opdracht.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.10.2

Onverminderd het bepaalde onder 1.10.1 bedraagt het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.10.2.1

een afschrift of fotokopie van een in het gemeentearchief berustend stuk, per pagina

0,75

 

 

 

 

 

 

 

 

1.10.2.2

een uittreksel uit een in het gemeentearchief berustend stuk

6,15

 

 

 

 

 

 

 

 

1.10.2.3

lichtdrukken tot en met A4-formaat, per lichtdruk

1,00

 

 

 

 

 

 

 

 

1.10.2.4

lichtdrukken groter dan A4-formaat, per lichtdruk

2,10

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 11 Huisvestingswet

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.11

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.11.1

tot het verkrijgen van een huisvestingsvergunning als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Huisvestingswet

92,50

 

 

 

 

 

 

 

 

1.11.2

tot het verkrijgen van een vergunning tot gehele of gedeeltelijke onttrekking van woonruimte aan de bestemming tot bewoning als bedoeld in artikel 30, eerste lid, onderdeel a, van de Huisvestingswet

514,00

 

 

 

 

 

 

 

 

1.11.3

tot het verkrijgen van een vergunning tot samenvoeging van woonruimte met andere woonruimte als bedoeld in artikel 30, eerste lid, onderdeel b, van de Huisvestingswet

514,00

 

 

 

 

 

 

 

 

1.11.4

tot het verkrijgen van een vergunning tot omzetting van zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimte als bedoeld in artikel 30, eerste lid, onderdeel c, van de Huisvestingswet

514,00

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 12 Leegstandwet

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.12

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.12.1

tot het verkrijgen van een vergunning tot tijdelijke verhuur van leegstaande woonruimte als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Leegstandwet

92,50

 

 

 

 

 

 

 

 

1.12.2

tot verlenging van een vergunning tot tijdelijke verhuur van woonruimte als bedoeld in artikel 15, vierde lid, van de Leegstandwet

46,25

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 13 Gemeentegarantie

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.13

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.13.1

tot het verkrijgen van een gemeentegarantie

109,25

 

 

 

 

 

 

 

 

1.13.2

tot het instemmen met het wijzigen of omzetten van een door de gemeente gegarandeerde hypothecaire geldlening

109,25

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 14 Marktstandplaatsen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.14

vervallen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.14.1

vervallen

nihil

 

 

 

 

 

 

 

 

1.14.2

vervallen

nihil

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 15 Winkeltijdenwet

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.15

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.15.1

voor een ontheffing in het kader van de Winkeltijdenwet of het Vrijstellingenbesluit Winkeltijdenwet

36,70

 

 

 

 

 

 

 

 

1.15.2

tot het verlenen van toestemming om een in onderdeel 1.15.1 bedoelde ontheffing over te dragen aan een ander

36,70

 

 

 

 

 

 

 

 

1.15.3

tot het intrekken of wijzigen van een in onderdeel 1.15.1 bedoelde ontheffing

36,70

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 16 Kansspelen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.16.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een aanwezigheidsvergunning als bedoeld in artikel 30b van de Wet op de kansspelen:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.16.1.1

voor een periode van twaalf maanden voor één kansspelautomaat

56,50

 

 

 

 

 

 

 

 

1.16.1.2

voor een periode van twaalf maanden voor twee kansspelautomaten

90,50

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.16.1.a

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een aanwezigheidsvergunning voor onbepaalde tijd, in een inrichting bestemd om publiek de gelegenheid te geven een spel d.m.v. kansspelautomaten te beoefenen als bedoeld in artikel 30c lid 1, onder b, van de Wet op de kansspelen

226,00

 

 

 

 

 

 

 

 

1.16.1.a.1

een basisbedrag van

90,50

 

 

 

 

 

 

 

 

1.16.1.a.2

vermeerderd met het produkt van het aantal kansspelautomaten die op de vergunning zijn vermeld, een bedrag van

142,55

 

 

 

 

 

 

 

 

1.16.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Wet op de kansspelen (loterijvergunning)

36,70

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 17 Kinderopvang

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.17.1

vervallen

nihil

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 18 Telecommunicatie

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In Zeist worden geen leges geheven voor werkzaamheden als bedoeld in de Telecommunicatiewet. In Zeist wordt de vergoeding geregeld in een private overeenkomst ter zake van het uit te voeren werk.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 19 Verkeer en vervoer

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.19.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.19.1.1

tot het verkrijgen van een ontheffing als bedoeld in artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV, Stb. 459) voor zover noodzakelijk voor en direct samenhangend met de uitvoering van bijzondere transporten

27,00

 

 

 

 

 

 

 

 

1.19.1.2

tot het verkrijgen van een ontheffing volgens artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV, Stb. 459) anders dan volgens onderdeel 1.19.1.1

32,90

 

 

 

 

 

 

 

 

1.19.1.3

tot het verkrijgen van een ontheffing als bedoeld in artikel 9.1van de Regeling voertuigen

27,00

 

 

 

 

 

 

 

 

1.19.1.4

tot het verkrijgen van een gehandicaptenparkeerkaart als bedoeld in artikel 49 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW)

32,90

 

 

 

 

 

 

 

 

1.19.1.5

tot wijziging van een gehandicaptenparkeerkaart

16,45

 

 

 

 

 

 

 

 

1.19.1.6

tot afgifte van een duplicaat gehandicaptenparkeerkaart, in geval van diefstal en op vertoon van proces verbaal

16,45

 

 

 

 

 

 

 

 

1.19.1.7

tot afgifte van een duplicaat gehandicaptenparkeerkaart, anders dan genoemd in 1.19.1.6

49,35

 

 

 

 

 

 

 

 

1.19.2

Voor een geneeskundig onderzoek ten behoeve van de aanvraag als bedoeld in 1.19.3 wordt afzonderlijk in rekening gebracht

107,85

 

 

 

 

 

 

 

 

1.19.3

Bij het niet op het juiste tijdstip verschijnen voor het geneeskundig onderzoek als bedoeld in 1.19.2 wordt in rekening gebracht

41,95

 

 

 

 

 

 

 

 

1.19.4

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het nemen van een besluit tot het plaatsen van Bord E6 van bijlage I van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV, Stb. 459)

31,35

 

 

 

 

 

 

 

 

1.19.5

Het tarief bedraagt voor het verstrekken van een real time parkeerkaart

2,50

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 20 Diversen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Overige vergunningen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.20.1.1

Ventvergunningen (vervallen)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag ter verkrijging van een ventvergunning als bedoeld in artikel 5.2.2 van de APV, zo deze vergunning geldt voor:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.20.1.1.1

een dag:

nihil

 

 

 

 

 

 

 

 

1.20.1.1.2

een week:

nihil

 

 

 

 

 

 

 

 

1.20.1.1.3

een maand:

nihil

 

 

 

 

 

 

 

 

1.20.1.1.4

een kwartaal:

nihil

 

 

 

 

 

 

 

 

1.20.1.1.5

een half jaar:

nihil

 

 

 

 

 

 

 

 

1.20.1.1.6

een jaar:

nihil

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.20.1.2

Uitoefenen beroep of bedrijf/diversen (vervallen)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag ter verkrijging van een vergunning tot het op of aan de weg uitoefening van het beroep of bedrijf als bedoeld in artikel 2.1.4.3 van de APV (straatartiest, straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids), zo deze vergunning geldt voor:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.20.1.2.1

een dag:

nihil

 

 

 

 

 

 

 

 

1.20.1.2.2

een week:

nihil

 

 

 

 

 

 

 

 

1.20.1.2.3

een maand:

nihil

 

 

 

 

 

 

 

 

1.20.1.2.4

een jaar:

nihil

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.20.1.3

Als een gevraagde vergunning als bedoeld onder 1.20.1.1 of 1.20.1.2 wordt geweigerd bedraagt het tarief

36,70

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Brandweer

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.20.1.4

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot ontheffing van het verbod volgens artikel 5.34 van de APV (stookverbod):

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.20.1.4.1

voor een tijdelijke ontheffing:

36,70

 

 

 

 

 

 

 

 

1.20.1.4.2

voor een doorlopende ontheffing:

73,45

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Gebruik gemeentegrond

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.20.1.5

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot verstrekken van een vergunning (gebruik gemeentegrond) volgens artikel 2.10 van de APV per kwartier ambtelijke inzet of een deel daarvan

15,70

 

 

 

 

 

 

 

 

 

met een minimum bedrag per vergunning van

31,35

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vangnetbepalingen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.20.1a

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot verkrijging van ontheffing van enigerlei bepaling van de APV, voor zover niet in deze tabel genoemd

36,70

 

 

 

 

 

 

 

 

1.20.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.20.2.1

gewaarmerkte afschriften van stukken, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, per pagina

6,15

 

 

 

 

 

 

 

 

1.20.2.2

afschriften, doorslagen of fotokopieën van stukken, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.20.2.2.1

per pagina op papier van A4-formaat, of kleiner

0,30

 

 

 

 

 

 

 

 

1.20.2.2.2

per pagina op papier groter dan A4-formaat

0,60

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.20.2.3

kaarten, tekeningen en lichtdrukken, al dan niet behorend bij de in de onderdelen 1.20.2.1 en 1.20.2.2 genoemde stukken, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, per kaart, tekening of lichtdruk:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.20.2.3.1

van A4-formaat, of kleiner

1,05

 

 

 

 

 

 

 

 

1.20.2.3.2

groter dan A4-formaat

2,05

 

 

 

 

 

 

 

 

1.20.2.4

een beschikking op aanvraag, voor zover daarvoor niet elders onder Titel 1 of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen

36,70

 

 

 

 

 

 

 

 

1.20.2.5

stukken of uittreksels, welke op aanvraag van de aanvrager moeten worden opgemaakt, voor zover daarvoor niet elders onder Titel 1 of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, per pagina

6,15

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.20.3

Voor zover niet elders in deze tabel een tarief is opgenomen of een ander wettelijk voorschrift geldt, bedraagt het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.20.3.1

voor het verrichten van onderzoek in bij de gemeente berustende documenten of bestanden, ongeacht het resultaat, door een daartoe bevoegde ambtenaar; per half uur of een gedeelte daarvan

36,70

 

 

 

 

 

 

 

 

1.20.3.2

Indien met de onder 1.20.3.1 bedoelde verrichtingen naar verwachting meer tijd is gemoeid dan een half uur, wordt vooraf met de opdrachtgever over aard en omvang van de opdracht overleg gevoerd.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.20.4.1

Voor zover niet elders in deze tabel opgenomen, wordt als de aanvrager verzoekt om toezending van in deze tabel genoemde stukken, de daarvoor verschuldigde leges verhoogd met het door de posterijen gehanteerde tarief voor ieder poststuk dat meer weegt dan 20 gram, tenzij aangetekend of per expresse verzonden, in welk geval de kosten daarvan in rekening worden gebracht

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.20.4.2

De aanvrager wordt geïnformeerd over deze kosten voordat de aanvraag in behandeling genomen wordt.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/ omgevingsvergunning

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 1 Begripsomschrijvingen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.1.1

Voor de toepassing van deze titel wordt verstaan onder:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.1.1.1

aanlegkosten:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

de aannemingssom exclusief omzetbelasting, bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, van de Uniforme administratieve voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 (UAV 2012), voor het uit te voeren werk, of voor zover deze ontbreekt, een raming van de aanlegkosten, de omzetbelasting niet inbegrepen. Indien de werken of werkzaamheden geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschieden wordt in deze titel onder aanlegkosten verstaan: de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor de werken of werkzaamheden waarop de aanvraag betrekking heeft;

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.1.1.2

bouwkosten:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

de aannemingssom exclusief omzetbelasting, bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, van de Uniforme administratieve voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 (UAV 2012), voor het uit te voeren werk, of voor zover deze ontbreekt een raming van de bouwkosten, exclusief omzetbelasting, bedoeld in het normblad NEN 2631, uitgave 1979, of zoals dit normblad laatstelijk is vervangen of gewijzigd. Indien het bouwen geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschiedt wordt in deze titel onder bouwkosten verstaan: de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor het tot stand brengen van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft;

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.1.1.3

exploitatieplan:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

een plan als bedoeld in artikel 6.12, eerste lid van de Wet ruimtelijke ordening

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.1.1.4

Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.1.2

In deze titel voorkomende begrippen die in de Wabo zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als bij of krachtens de Wabo bedoeld.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.1.3

In deze titel voorkomende begrippen die niet nader in de Wabo zijn omschreven en die betrekking hebben op activiteiten waarvoor het toetsingskader in een ander wettelijk voorschrift is uitgewerkt, hebben dezelfde betekenis als in dat wettelijk voorschrift bedoeld.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 2 Beoordeling conceptaanvraag

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.2.1

om beoordeling van een conceptaanvraag om een omgevingsvergunning:

50%

 

 

 

 

 

 

 

 

 

van de leges zoals deze bij een daadwerkelijke aanvraag om een omgevingsvergunning voor het project zouden worden vastgesteld, met dien verstande dat het minimumtarief bedraagt

286,00

 

 

 

 

 

 

 

 

2.2.2

Indien over de conceptaanvraag het advies van de Welstand Monumenten Midden Nederland moet worden ingewonnen, wordt het op grond van 2.2.1 verschuldigde bedrag verhoogd met:

63,90

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 3 Omgevingsvergunning

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een project: de som van de verschuldigde leges voor de verschillende activiteiten of handelingen waaruit het project geheel of gedeeltelijk bestaat en waarop de aanvraag betrekking heeft en de verschuldigde leges voor de extra toetsen die in verband met de aanvraag moeten worden uitgevoerd, berekend naar de tarieven en overeenkomstig het bepaalde in dit hoofdstuk en hoofdstuk 4 van deze titel. In afwijking van de vorige volzin kan ook per activiteit, handeling of andere grondslag een legesbedrag worden gevorderd.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.1

Bouwactiviteiten

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.1.1

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, bedraagt het tarief:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.1.1.1

indien de bouwkosten € 5.000.000,- of minder bedragen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

voor elke € 500,- bouwkosten of een gedeelte daarvan

14,30

 

 

 

 

 

 

 

 

 

met een minimum bedrag per vergunning van

286,00

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.1.1.2

indien de bouwkosten meer dan € 5.000.000,-, maar niet meer dan

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

€ 10.000.000,- bedragen:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

een bedrag van

143.000,00

 

 

 

 

 

 

 

 

 

vermeerderd met een bedrag van

13,50

 

 

 

 

 

 

 

 

 

voor elke € 500,- bouwkosten of een gedeelte daarvan, dat de € 5.000.000,- aan bouwkosten overstijgt;

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.1.1.3

indien de bouwkosten meer dan € 10.000.000,-, maar niet meer dan € 20.000.000,- bedragen:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

een bedrag van

278.000,00

 

 

 

 

 

 

 

 

 

vermeerderd met een bedrag van

12,80

 

 

 

 

 

 

 

 

 

voor elke € 500,- bouwkosten of een gedeelte daarvan, dat de € 10.000.000,- aan bouwkosten overstijgt;

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.1.1.4

indien de bouwkosten meer dan € 20.000.000,- bedragen:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

een bedrag van

534.000,00

 

 

 

 

 

 

 

 

 

vermeerderd met een bedrag van

12,10

 

 

 

 

 

 

 

 

 

voor elke € 500,- bouwkosten of een gedeelte daarvan, dat de € 20.000.000,- aan bouwkosten overstijgt.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Welstandstoets

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.1.2

Onverminderd het bepaalde in onderdeel 2.3.1.1 wordt, indien een welstandstoets noodzakelijk is, het tarief:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.1.2.1

als over het bouwplan niet het advies van de Welstand Monumenten Midden Nederland (WMMN) behoeft te worden ingewonnen (toetsing aan loketcriteria), het bedrag van

35,20

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.1.2.2

als over het bouwplan wel het advies van de WMMN moet worden ingewonnen, het bedrag van:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.1.2.2.1

indien de bouwkosten niet meer dan € 5.000 bedragen, het bedrag van

25,30

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.1.2.2.2

indien de bouwkosten meer dan € 5.000,-, maar niet meer dan

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

€ 225.000,- bedragen:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

een bedrag van

13,50

 

 

 

 

 

 

 

 

 

vermeerderd met een bedrag van

2,40

 

 

 

 

 

 

 

 

 

voor elke € 1.000,- bouwkosten;

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.1.2.2.3

indien de bouwkosten meer dan € 225.000,-, maar niet meer dan

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

€ 450.000,- bedragen:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

een bedrag van

544,40

 

 

 

 

 

 

 

 

 

vermeerderd met een bedrag van

1,40

 

 

 

 

 

 

 

 

 

voor elke € 1.000,- bouwkosten, dat de € 225.000,- aan bouwkosten overstijgt;

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.1.2.2.4

indien de bouwkosten meer dan € 450.000,-, maar niet meer dan

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

€ 2.250.000,- bedragen:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

een bedrag van

848,60

 

 

 

 

 

 

 

 

 

vermeerderd met een bedrag van

0,30

 

 

 

 

 

 

 

 

 

voor elke € 1.000,- bouwkosten, dat de € 450.000,- aan bouwkosten overstijgt;

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.1.2.2.5

indien de bouwkosten meer dan € 2.250.000,- bedragen:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

een bedrag van

1.335,30

 

 

 

 

 

 

 

 

 

vermeerderd met een bedrag van

0,10

 

 

 

 

 

 

 

 

 

voor elke € 1.000,- bouwkosten, dat de € 2.250.000,- aan bouwkosten overstijgt;

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.1.3

Dit artikelnummer is niet in gebruik

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Achteraf ingediende aanvraag

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.1.4

Onverminderd het bepaalde in onderdeel 2.3.1.1 bedraagt het tarief, indien de in dat onderdeel bedoelde aanvraag wordt ingediend na aanvang of gereedkomen van de bouwactiviteit, waarvoor een omgevingsvergunning verplicht is:

10%

 

 

 

 

 

 

 

 

 

van de op grond van dat onderdeel verschuldigde leges, met een maximum van € 1.000,00

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Beoordeling aanvullende gegevens

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.1.5

Zeist heft niet aanvullend voor het in behandeling nemen van aanvullende gegevens die worden ingediend nadat de aanvraag al in behandeling is genomen. Dit is betrokken in de tariefstelling van onderdeel 2.3.1.1.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.2

Aanlegactiviteiten

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.2.1

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een aanlegactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder b, van de Wabo, is het tarief gelijk aan het tarief bedoeld in onderdeel 2.3.1.1, met dien verstande dat voor het begrip "bouwkosten" wordt gelezen "aanlegkosten".

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Achteraf ingediende aanvraag

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.2.2

Onverminderd het bepaalde in onderdeel 2.3.2.1 bedraagt het tarief, indien de in dat onderdeel bedoelde aanvraag wordt ingediend na aanvang of gereedkomen van de aanlegactiviteit, waarvoor een omgevingsvergunning verplicht is:

10%

 

 

 

 

 

 

 

 

 

van de op grond van dat onderdeel verschuldigde leges, met een maximum van € 1.000,00

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.3

Planologisch strijdig gebruik waarbij tevens sprake is van een bouwactiviteit

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Onverminderd het bepaalde in onderdeel 2.3.1 wordt, indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo, en tevens sprake is van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, het tarief:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.3.1

indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 1º, van de Wabo wordt toegepast (binnenplanse afwijking):

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

bedraagt het tarief

118,70

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.3.2

indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2º, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse kleine afwijking)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

bedraagt het tarief

118,70

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.3.3.1

indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3º van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse grote afwijking), wordt aanvullend op de leges van onderdeel 2.3.1 een tarief geheven dat 53% bedraagt van de in de artikelen 2.3.1.1 genoemde bedragen, doch minimaal

150,80

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.3.3.2

indien een aanvraag als bedoeld in onderdeel 2.3.3.3.1 ter inzage wordt gelegd op grond van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, wordt aanvullend op onderdeel 2.3.3.3 een tarief geheven dat 53% bedraagt van de in artikel 2.3.1.1 genoemde bedragen, doch minimaal

150,80

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.3.5

Artikelnummer niet in gebruik

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.3.6

indien artikel 2.12, tweede lid, van de Wabo wordt toegepast (tijdelijke afwijking):

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

bedraagt het tarief;

118,70

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.3.7

indien artikel 2.12, eerste lid, onder b, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van exploitatieplan):

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

bedraagt het tarief;

1.323,20

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.3.8

indien de aanvraag een project van provinciaal belang betreft, de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.1, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van provinciale regelgeving):

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

bedraagt het tarief

1.323,20

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.3.9

indien de aanvraag een project van nationaal belang betreft, de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.3, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van nationale regelgeving)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

bedraagt het tarief

1.323,20

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.3.10

indien artikel 2.12, eerste lid, onder d, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van voorbereidingsbesluit)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

bedraagt het tarief

118,70

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.3.11

Indien nog geen sprake is van een aanvraag om een omgevingsvergunning dient voor de bepaling van de verschuldigde leges in de onderdelen 2.3.3.3.1 en 2.3.3.3.2 te worden uitgegaan van de raming van de bouwkosten van de voorzieningen die in de omgevingsvergunning met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3º van de Wabo zijn opgenomen, een en ander overeenkomstig het bepaalde in onderdeel 2.1.1.2.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.4

Planologisch strijdig gebruik waarbij tevens sprake is van een aanlegactiviteit

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Onverminderd het bepaalde in onderdeel 2.3.2 wordt, indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo, en tevens sprake is van een aanlegactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder b, van de Wabo, het tarief:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.4.1

indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 1º, van de Wabo wordt toegepast (binnenplanse afwijking):

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

bedraagt het tarief

118,70

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.4.2

indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2º, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse kleine afwijking)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

bedraagt het tarief

118,70

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.4.3.1

indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3º van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse grote afwijking), wordt aanvullend op de leges van onderdeel 2.3.2 een tarief geheven dat 53% bedraagt van de in de onderdelen 2.3.2, juncto 2.3.1.1 genoemde bedragen, doch minimaal

150,80

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.4.3.2

indien een aanvraag als bedoeld in onderdeel 2.3.4.3.1 ter inzage wordt gelegd op grond van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, wordt aanvullend op onderdeel 2.3.4.3.1 een tarief geheven dat 53% bedraagt van de in de onderdelen 2.3.2, juncto 2.3.1.1 genoemde bedragen, doch minimaal

150,80

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.4.5

artikelnummer niet in gebruik

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.4.6

indien artikel 2.12, tweede lid, van de Wabo wordt toegepast (tijdelijke afwijking):

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

bedraagt het tarief;

118,70

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.4.7

indien artikel 2.12, eerste lid, onder b, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van exploitatieplan):

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

bedraagt het tarief;

1.323,20

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.4.8

indien de aanvraag een project van provinciaal belang betreft, de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.1, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van provinciale regelgeving):

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

bedraagt het tarief

1.323,20

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.4.9

indien de aanvraag een project van nationaal belang betreft, de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.3, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van nationale regelgeving)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

bedraagt het tarief

1.323,20

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.4.10

indien artikel 2.12, eerste lid, onder d, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van voorbereidingsbesluit)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

bedraagt het tarief

118,70

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.4.11

Indien nog geen sprake is van een aanvraag om een omgevingsvergunning dient voor de bepaling van de verschuldigde leges in de onderdelen 2.3.4.3.1 en 2.3.4.3.2 te worden uitgegaan van de raming van de aanlegkosten van de voorzieningen die in de omgevingsvergunning met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3º van de Wabo zijn opgenomen, een en ander overeenkomstig het bepaalde in onderdeel 2.1.1.1.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.4.a

Planologisch strijdig gebruik waarbij sprake is van een functiewijziging of gebruikswijziging

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.4.a.1

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit voor een functie- of gebruikswijziging en niet tevens sprake is van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo of een aanlegactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder b, van de Wabo, bedraagt het tarief:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.4.a.1.1

-als de nieuwe functie een woonfunctie is; per m2 bruto vloeroppervlakte, een bedrag van:

30,80

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.4.a.1.2

-als de nieuwe functie een niet-woonfunctie is: per m2 bruto vloeroppervlakte, een bedrag van:

123,20

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.4.a.1.3

-voor overige functie- of gebruikswijzigingen; per m2 bruto vloeroppervlakte, een bedrag van:

61,60

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.4.a.2

De tarieven voor functie- of gebruikswijzigingen als bedoeld onder 2.3.4.a.1 zijn per aanvraag nooit hoger dan

1.811,50

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.4.a.3

Onverminderd het bepaalde in onderdeel 2.3.4.a.1 wordt, indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo, het tarief:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.4.a.3.1

indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 1º, van de Wabo wordt toegepast (binnenplanse afwijking):

118,70

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.4.a.3.2

indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2º, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse kleine afwijking)

118,70

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.4.a.3.3.1

indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3º van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse grote afwijking), wordt aanvullend een tarief geheven dat 53% bedraagt van de in de artikelen 2.3.4.a.1 en 2.3.4.a.2 genoemde bedragen, doch minimaal

150,80

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.4.a.3.3.2

indien een aanvraag als bedoeld in onderdeel 2.3.4.a.3.3.1 ter inzage wordt gelegd op grond van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, wordt aanvullend op onderdeel 2.3.4.a.3.3.1 een tarief geheven dat 53% bedraagt van de in artikel 2.3.4.a.1 en 2.3.4.a.2 genoemde bedragen, doch minimaal

150,80

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.4.a.3.5

Artikelnummer niet in gebruik

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.4.a.3.6

indien artikel 2.12, tweede lid, van de Wabo wordt toegepast (tijdelijke afwijking):

150,80

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.4.a.3.7

indien artikel 2.12, eerste lid, onder b, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van exploitatieplan):

1.323,20

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.4.a.3.8

indien de aanvraag een project van provinciaal belang betreft, de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.1, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van provinciale regelgeving):

1.323,20

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.4.a.3.9

indien de aanvraag een project van nationaal belang betreft, de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.3, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van nationale regelgeving)

1.323,20

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.4.a.3.10

indien artikel 2.12, eerste lid, onder d, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van voorbereidingsbesluit)

118,70

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.4.a.3.11

Indien nog geen sprake is van een aanvraag om een omgevingsvergunning dient voor de bepaling van de verschuldigde leges in dit onderdeel 2.3.4.a.1 te worden uitgegaan van een raming van de oppervlakte.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.5

In gebruik nemen of gebruiken bouwwerken in relatie tot brandveiligheid

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.5.1

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder d, van de Wabo, bedraagt het tarief:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

een basisbedrag van

214,60

 

 

 

 

 

 

 

 

 

te vermeerderen met een bedrag, voor een inrichting van een vloeroppervlak van

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

0 tot 100 m2, van

477,80

 

 

 

 

 

 

 

 

 

100 tot 500 m2, van

955,60

 

 

 

 

 

 

 

 

 

500 tot 2.000 m2, van

1.911,20

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.000 tot 5.000 m2, van

2.866,80

 

 

 

 

 

 

 

 

 

5.000 tot 15.000 m2, van

3.822,50

 

 

 

 

 

 

 

 

 

15.000 tot 25.000 m2, van

4.778,10

 

 

 

 

 

 

 

 

 

25.000 tot 50.000 m2, van

5.733,70

 

 

 

 

 

 

 

 

 

50.000 en meer m2, van

6.689,30

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.5.2

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot wijziging van een bestaande gebruiksvergunning is gelijk aan het tarief bedoeld onder 2.3.5.1.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.5.3

Het tarief bedraagt voor een aanvraag tot vervanging van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.3.5.1 indien de bestaande vergunning in het ongerede is geraakt:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.5.3.1

een basisbedrag van:

214,60

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.5.3.2

te vermeerderen met een bedrag van:

-

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.5.3.3

per afschrift op papier van A4-formaat of kleiner:

0,30

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.5.3.4

per afschrift op papier groter dan A4-formaat:

0,60

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.6

Activiteiten met betrekking tot monumenten of beschermde stads- of dorpsgezichten

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.6.1

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit met betrekking tot een beschermd monument als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder f, van de Wabo, of op een activiteit als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder b, van de Wabo met betrekking tot een krachtens provinciale verordening of de gemeentelijke Erfgoedverordening aangewezen monument, waarvoor op grond van die provinciale verordening of de gemeentelijke Erfgoedverordening een vergunning of ontheffing is vereist, bedraagt het tarief:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.6.1.1

voor het slopen, verstoren, verplaatsen of in enig opzicht wijzigen van een monument:

86,10

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.6.1.2

voor het herstellen, gebruiken of laten gebruiken van een monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht:

86,10

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.6.2

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het slopen van een bouwwerk in een beschermd stads- of dorpsgezicht, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder h, van de Wabo, of op het slopen van een bouwwerk in een krachtens provinciale verordening, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder c, van de Wabo, waarvoor op grond van die provinciale verordening een vergunning of ontheffing is vereist,bedraagt het tarief:

126,60

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.6.3

Onverminderd het bepaalde in onderdelen 2.3.1.1 en 2.3.6.1 wordt, indien de aanvraag ter beoordeling in handen wordt gesteld van de gemeentelijke monumentencommissie, het tarief:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.6.3.1

indien de bouwkosten niet meer dan € 10.000 bedragen, het bedrag van

39,20

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.6.3.2

indien de bouwkosten meer dan € 10.000,-, maar niet meer dan

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

€ 225.000,- bedragen:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

een bedrag van

20,00

 

 

 

 

 

 

 

 

 

vermeerderd met een bedrag van

1,90

 

 

 

 

 

 

 

 

 

voor elke € 1.000,- bouwkosten;

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.6.3.3

indien de bouwkosten meer dan € 225.000,-, maar niet meer dan

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

€ 450.000,- bedragen:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

een bedrag van

452,00

 

 

 

 

 

 

 

 

 

vermeerderd met een bedrag van

1,10

 

 

 

 

 

 

 

 

 

voor elke € 1.000,- bouwkosten, dat de € 225.000,- aan bouwkosten overstijgt;

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.6.3.4

indien de bouwkosten meer dan € 450.000,-, maar niet meer dan

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

€ 2.250.000,- bedragen:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

een bedrag van

690,00

 

 

 

 

 

 

 

 

 

vermeerderd met een bedrag van

0,20

 

 

 

 

 

 

 

 

 

voor elke € 1.000,- bouwkosten, dat de € 450.000,- aan bouwkosten overstijgt;

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.6.3.5

indien de bouwkosten meer dan € 2.250.000,- bedragen:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

een bedrag van

1.086,00

 

 

 

 

 

 

 

 

 

vermeerderd met een bedrag van

0,10

 

 

 

 

 

 

 

 

 

voor elke € 1.000,- bouwkosten, dat de € 2.250.000,- aan bouwkosten overstijgt;

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.7

Sloopactiviteiten anders dan bij monumenten of in beschermd stads- of dorpsgezicht

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.7.1

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het slopen van een bouwwerk, bedraagt het tarief:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.7.1.1

in gevallen waarin dat in een bestemmingsplan, beheersverordening of voorbereidingsbesluit is bepaald, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder g, van de Wabo, of waarvoor op grond van een provinciale verordening een vergunning of ontheffing is vereist, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wabo:

126,60

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.7.1.2

artikel is vervallen. De hier bedoelde vergunning is met ingang van 1 april 2012 komen te vervallen

-

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Aanleggen of veranderen weg

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.8

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het aanleggen van een weg of verandering brengen in de wijze van aanleg van een weg waarvoor op grond van een bepaling in een provinciale verordening of artikel 2.11 van de APV een vergunning of ontheffing is vereist, als bedoeld in artikel 2.2, aanhef en eerste lid, onder d, van de Wabo, bedraagt het tarief:

36,70

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.9

Uitweg/inrit

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het maken, hebben, veranderen of veranderen van het gebruik van een uitweg waarvoor op grond van een bepaling in een provinciale verordening of artikel 2.12 van de APV een vergunning of ontheffing is vereist, als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wabo, bedraagt het tarief:

106,40

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.10

Kappen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.10.1

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het vellen of doen vellen van houtopstand, waarvoor op grond van een bepaling in een provinciale verordening of de gemeentelijke Bomenverordening 2005 een vergunning of ontheffing is vereist, als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder g, van de Wabo, bedraagt het tarief:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

per vergunning

76,40

 

 

 

 

 

 

 

 

 

dit bedrag wordt per boom verhoogd met:

15,30

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.10.2

Indien sprake is van een besluit tot noodkap op grond van de Bomenverordening 2005 wordt hetzelfde bedrag gehanteerd als onder artikel 2.3.10.1.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.10.3

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot verkrijging van een ontheffing als bedoeld in artikel 11 van de Bomenverordening 2005:

33,90

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.11

Opslag van roerende zaken

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dit artikel is bedoeld voor gemeenten die opslag van roerende zaken in de APV nog niet hebben gedereguleerd. Zeist heeft ter zake geen bepaling in de APV.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.12

Projecten of handelingen in het kader van de Natuurbeschermingswet 1998

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.12.1

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op handelingen in een beschermd natuurgebied die schadelijk kunnen zijn voor het natuurschoon, de natuurwetenschappelijke betekenis of voor de dieren of planten, als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de Natuurbeschermingswet 1998 bedraagt het tarief:

126,60

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

-

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.12.2

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het realiseren van projecten of andere handelingen met gevolgen voor habitats en soorten in een door de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aangewezen gebied als bedoeld in artikel 19d, eerste lid, van de Natuurbeschermingswet 1998, bedraagt het tarief

126,60

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.13

Handelingen in het kader van de Flora- en Faunawet

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een handeling waarvoor op grond van artikel 75, derde lid, van de Flora- en Faunawet ontheffing nodig is, bedraagt het tarief

126,60

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.14

Andere activiteiten

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het verrichten van een andere activiteit of handeling dan in de voorgaande onderdelen van dit hoofdstuk bedoeld en die activiteit of handeling:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.14.1

behoort tot een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie activiteiten die van invloed kunnen zijn op de fysieke leefomgeving, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder i, van de Wabo, bedraagt het tarief:

126,60

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.14.2

behoort tot een bij provinciale verordening, gemeentelijke verordening of waterschapsverordening aangewezen categorie activiteiten die van invloed kunnen zijn op de fysieke leefomgeving, als bedoeld in artikel 2.2, tweede lid, van de Wabo, bedraagt het tarief:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.14.2.1

als het een gemeentelijke verordening betreft

126,60

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.14.2.2

als het een provinciale of waterschapsverordening betreft

126,60

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.15

Omgevingsvergunning in twee fasen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning op verzoek in twee fasen plaatsvindt, als bedoeld in artikel 2.5, eerste lid, van de Wabo, bedraagt het tarief:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.15.1

voor het in behandeling nemen van de aanvraag voor een beschikking met betrekking tot de eerste fase: het bedrag dat voortvloeit uit toepassing van de tarieven in dit hoofdstuk voor de activiteiten waarop de aanvraag voor de eerste fase betrekking heeft;

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.15.2

voor het in behandeling nemen van de aanvraag voor een beschikking met betrekking tot de tweede fase: het bedrag dat voortvloeit uit toepassing van de tarieven in dit hoofdstuk voor de activiteiten waarop de aanvraag voor de tweede fase betrekking heeft.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.16

Beoordeling bodemrapport

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.16.1

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor het instellen van een historisch bodemonderzoek bedraagt:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.16.1.1

voor het verkrijgen van een ontheffing als bedoeld in artikel 2.1.5, leden twee, drie en zes, van de Bouwverordening als onderdeel voor een bodemonderzoek overeenkomstig NEN 5740 voor een aanvraag om een omgevingsvergunning, een bedrag van

43,50

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.16.1.2

voor het in behandeling nemen van een aanvraag als bedoeld in artikel 2.1.5, vierde lid, van de Bouwverordening om beoordeling, respectievelijk goedkeuring van de onderzoeksopzet van een bodemonderzoek overeenkomstig NEN 5740 voor een aanvraag omgevingsvergunning, een bedrag van

86,90

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.16.1.3

voor het in behandeling nemen van een aanvraag als bedoeld in artikel 2.1.5, eerste lid, van de Bouwverordening voor het beoordelen van de resultaten van een onderzoeksrapport inzake de gesteldheid van de bodem als bedoeld in artikel 2.1.5 van de bouwverordening, een bedrag van

86,90

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.16.2

Als uit het bodemgesteldheidonderzoek blijkt dat een saneringsonderzoek nodig is en/of de bodem dient te worden gesaneerd en aan de bouwvergunning één of meer saneringsvoorwaarden dienen te worden verbonden, bedraagt het tarief

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

bij saneringskosten tot ten hoogste € 100.000:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.16.2.1

voor beoordeling van een nader (sanerings)onderzoek

300,00

 

 

 

 

 

 

 

 

 

voor beoordeling van het saneringsplan

300,00

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.16.2.2

bij saneringskosten tussen € 100.000 en € 500.000:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

voor beoordeling van een nader (sanerings)onderzoek

750,90

 

 

 

 

 

 

 

 

 

voor beoordeling van het saneringsplan

750,90

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.16.2.3

bij saneringskosten hoger dan € 500.000:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

voor beoordeling van een nader (sanerings)onderzoek

1.473,70

 

 

 

 

 

 

 

 

 

voor beoordeling van het saneringsplan

1.473,70

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.16.3

Onverminderd het bepaalde in de voorgaande onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, indien krachtens wettelijk voorschrift voor de in dat onderdeel bedoelde aanvraag een bodemrapport wordt beoordeeld, voor de beoordeling van een archeologisch bodemrapport

158,80

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.17

Advies

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Onverminderd het bepaalde in de voorgaande onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, indien een daartoe bij wettelijk voorschrift aangewezen bestuursorgaan of andere instantie advies moet uitbrengen over de aanvraag of het ontwerp van de beschikking op de aanvraag om een omgevingsvergunning:

158,80

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.18

Verklaring van geen bedenkingen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.18.1

Onverminderd het bepaalde in de voorgaande onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, indien een daartoe bij wet of algemene maatregel van bestuur aangewezen bestuursorgaan een verklaring van geen bedenkingen moet afgeven voordat de omgevingsvergunning kan worden verleend, als bedoeld in artikel 2.27, eerste lid, van de Wabo

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.18.1.1

indien de gemeenteraad een verklaring van geen bedenkingen moet afgeven

158,80

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.18.1.2

indien een ander bestuursorgaan een verklaring van geen bedenkingen moet afgeven

158,80

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.20

Akoestisch onderzoek

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.20.1

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor het beoordelen van de resultaten van een akoestisch onderzoek ter bepaling van de maximaal toegestane geluidsbelasting op gevels van gebouwen bedraagt

36,70

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.21

Wonen in gebouwen niet in gebruik als woning

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Artikel is vervallen bij invoering van de Wabo per 1 oktober 2010.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.22

Huisnummers

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.22.1

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag om toekenning, respectievelijk vernummering van de huisnummers bedraagt:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.22.2

als de aanvraag één huisnummer betreft:

77,00

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.22.3

als de aanvraag maximaal vijf huisnummers betreft, per toe te kennen of te wijzigen huisnummer:

38,50

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.22.4

als de aanvraag meer dan vijf huisnummers betreft, per toe te kennen of te wijzigen huisnummer:

19,30

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Rioolaansluitingsvergunning

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.23

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een rioolaansluitingsvergunning waarbij op grond van artikel 2.11 van de APV een vergunning is vereist, bedraagt

55,10

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.24

Handelsreclame

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.24.1.

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op handelsreclame met behulp van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook, die zichtbaar is vanaf een voor het publiek toegankelijke plaats, waarvoor ingevolge een bepaling in een provinciale verordening of artikel 2.10 van de APV een vergunning of ontheffing is vereist, en indien niet tevens sprake is van een activiteit als bedoeld in onderdeel 2.3.1.1 (bouwactiviteit), bedraagt het tarief indien de activiteit bestaat uit het maken of voeren van die handelsreclame bedoeld in artikel 2.2, aanhef en eerste lid, onder g, van de Wabo:

36,70

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.24.2

Indien over de aanvraag het advies van de Welstand Monumenten Midden Nederland moet worden ingewonnen, wordt het op grond van 2.3.24.1 verschuldigde bedrag verhoogd met:

63,90

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.25

Publicatie

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.25.1

Als met betrekking tot het verlenen van een omgevingsvergunning met toepassing van de artikelen 2.12 lid 1, onder a, onder 1°, 2°, 3°, artikel 2.12 lid 2, artikel 2.12 lid 1, onder b, artikel 2.12 lid 1 onder c en artikel 2.12 lid 1, onder d, van de Wabo enigerlei vorm van publicatie verplicht of noodzakelijk is, wordt het verschuldigde tarief verhoogd met een bedrag van

113,70

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 4 Vermindering

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.4.1

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning is voorafgegaan door een aanvraag om beoordeling van een conceptaanvraag als bedoeld in hoofdstuk 2, waarop de eerstgenoemde aanvraag betrekking heeft, worden de ter zake van de beoordeling van de conceptaanvraag geheven leges in mindering gebracht op de leges voor het in behandeling nemen van de aanvraag om de omgevingsvergunning bedoeld in hoofdstuk 3.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.4.2

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op meer dan vijf activiteiten, bestaat aanspraak op vermindering van leges, met uitzondering van het legesdeel in verband met adviezen of verklaringen van geen bedenkingen als bedoeld in de onderdelen 2.3.17 en 2.3.18. De vermindering bedraagt:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.4.2.1

bij 5 tot 10 activiteiten:

2%

 

 

 

 

 

 

 

 

 

van de voor die activiteiten verschuldigde leges;

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.4.2.2

bij 10 tot 15 activiteiten:

3%

 

 

 

 

 

 

 

 

 

van de voor die activiteiten verschuldigde leges;

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.4.2.3

bij 15 of meer activiteiten:

5%

 

 

 

 

 

 

 

 

 

van de voor die activiteiten verschuldigde leges.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 5 Teruggaaf

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.5.1

Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning voor bouw- of aanlegactiviteiten

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw- of aanlegactiviteiten, als bedoeld in de onderdelen 2.3.1 of 2.3.2, intrekt terwijl deze reeds in behandeling is genomen door de gemeente, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt:

50%

 

 

 

 

 

 

 

 

 

van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.5.2

Teruggaaf als gevolg van intrekking verleende omgevingsvergunning voor bouw- of aanlegactiviteiten

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Als de gemeente een verleende omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw- of aanlegactiviteiten als bedoeld in de onderdelen 2.3.1 of 2.3.2, intrekt op aanvraag van de vergunninghouder, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges, mits van de vergunning geen gebruik is gemaakt. De teruggaaf bedraagt:

25%

 

 

 

 

 

 

 

 

 

van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.5.3

Teruggaaf als gevolg van het weigeren van een omgevingsvergunning voor bouw of aanlegactiviteiten

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.5.3.1

Als de gemeente een omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw- of aanlegactiviteiten als bedoeld in de onderdelen 2.3.1 of 2.3.2 weigert, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt:

25%

 

 

 

 

 

 

 

 

 

van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.5.3.2

Onder een weigering bedoeld in onderdeel 2.5.3.1 wordt mede verstaan een vernietiging van de beschikking waarbij de vergunning is verleend bij rechterlijke uitspraak.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.5.4

Teruggaaf als gevolg van buiten verdere behandeling stellen aanvraag omgevingsvergunning voor bouw- of aanlegactiviteiten

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Als een aanvraag om omgevingsvergunning met de activiteit bouwen of aanleggen buiten verdere behandeling wordt gesteld op grond van artikel 4:5 van de Awb, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges bedoeld in de onderdelen 2.3.1 en 2.3.2. De teruggaaf bedraagt:

75%

 

 

 

 

 

 

 

 

 

van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 6 Intrekking omgevingsvergunning

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.6

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot gehele of gedeeltelijke intrekking van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.33, tweede lid, onder b, van de Wabo, tenzij onderdeel 2.5.2 van toepassing is:

126,60

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 7 Wijziging omgevingsvergunning als gevolg van wijziging project

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.7.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot wijziging van een omgevingsvergunning als gevolg van een, naar de omstandigheden beoordeeld, geringe wijziging in het project:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.7.1.1

een bedrag naar tarief en berekend volgens de onder artikel 2.3.1 en 2.3.2 genoemde methode, met dien verstande dat het bedrag nooit minder bedraagt dan

158,80

 

 

 

 

 

 

 

 

2.7.2

Er vindt geen teruggave plaats als de totale bouw- of aanlegkosten lager zijn dan bij de indiening van de oorspronkelijke verleende omgevingsvergunning zijn berekend.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.7.3

Er vindt geen teruggave plaats als de afwijking zodanig is, dat naar omstandigheden beoordeeld, sprake is van een nieuw bouw- of aanlegplan.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 8 Bestemmingswijzigingen zonder activiteiten

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.8.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het vaststellen van een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening

26.464,50

 

 

 

 

 

 

 

 

2.8.2.1

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor het toepassen van een wijzigingsbevoegdheid ex artikel 3.6, eerste lid, onder a, van de Wet ruimtelijke ordening, voor de bouw van maximaal 5 woningen en/of de bouw van overige gebouwen met een bebouwd oppervlak van maximaal 800m2 of de daarbij behorende onbebouwde oppervlakte van maximaal 4.000 m2, bedraagt het tarief

5.431,20

 

 

 

 

 

 

 

 

2.8.2.2

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor het toepassen van een wijzigingsbevoegdheid ex artikel 3.6, eerste lid, onder a, van de Wet ruimtelijke ordening, voor de bouw van meer dan 5 woningen en/of de bouw van overige gebouwen met een bebouwd oppervlak groter dan 800m2 of de daarbij behorende onbebouwde oppervlakte van meer dan 4.000 m2, bedraagt het tarief

10.862,40

 

 

 

 

 

 

 

 

2.8.3

De onder 2.8.1 tot en met 2.8.3 vermelde bedragen worden verhoogd met externe advieskosten op basis van een vooraf opgestelde offerte.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Indien een offerte als bedoeld in de eerste volzin is uitgebracht, wordt de aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de offerte aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Publicatie

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.8.4

Als bij toepassing van de onderdelen 2.8.1 of 2.8.2 enigerlei vorm van publicatie verplicht of noodzakelijk is, wordt het verschuldigde tarief verhoogd met een bedrag van

113,70

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 9 Sloopmelding

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.9

artikel is vervallen. De hier bedoelde melding is met ingang van 1 april 2012 komen te vervallen

-

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 10 In deze titel niet benoemde beschikking

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.10

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een andere, in deze titel niet benoemde beschikking

86,10

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 1 Horeca

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3.1.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning op grond van artikel 3 van de Drank- en Horecawet

406,55

 

 

 

 

 

 

 

 

3.1.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een melding als bedoeld in artikel 30 van de Drank- en Horecawet

36,70

 

 

 

 

 

 

 

 

3.1.3

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing als bedoeld in artikel 35 van de Drank- en Horecawet

36,70

 

 

 

 

 

 

 

 

3.1.4

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning tot geopend houden van cafés en dergelijke inrichtingen tot na het algemene sluitingsuur, voor elk volgend uur, geldig voor:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3.1.4.1

een dag:

36,70

 

 

 

 

 

 

 

 

3.1.4.2

een maand:

41,40

 

 

 

 

 

 

 

 

3.1.4.3

twee maanden:

70,15

 

 

 

 

 

 

 

 

3.1.4.4

drie maanden:

101,80

 

 

 

 

 

 

 

 

3.1.4.5

onbepaalde tijd:

169,65

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Exploiteren van een horecabedrijf

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3.1.5

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een exploitatievergunning ingevolge de APV voor het exploiteren van een Horecabedrijf (artikel 2.28 van de APV)

271,05

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 2 Organiseren evenementen of markten

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3.2.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning voor het organiseren van een evenement als bedoeld in artikel 2.25 van de APV (evenementenvergunning)

36,70

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 3 Prostitutiebedrijven

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3.3

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3.3.1

een exploitatievergunning of wijziging van een exploitatievergunning als bedoeld in artikel 3.4 van de APV

1.453,15

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 4 Splitsingsvergunning woonruimte

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3.4

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een splitsingsvergunning als bedoeld in artikel 33 van de Huisvestingswet

428,35

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 5 Leefmilieuverordening

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De gemeente Zeist kent geen leefmilieuverordening

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 6 Brandbeveiligingsverordening

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3.6.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning, dan wel een aanvraag tot wijziging van een bestaande vergunning met betrekking tot het brandveilig gebruik van een inrichting, als bedoeld in de Brandbeveiligingsverordening:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3.6.1.1

een basisbedrag van

217,90

 

 

 

 

 

 

 

 

3.6.1.2

te vermeerderen met een bedrag als het gaat om een inrichting met een vloeroppervlakte van

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3.6.1.2.1

0 tot 100 m2, van

121,60

 

 

 

 

 

 

 

 

3.6.1.2.2

100 tot 500 m2, van

243,30

 

 

 

 

 

 

 

 

3.6.1.2.3

500 tot 2.000 m2, van

486,50

 

 

 

 

 

 

 

 

3.6.1.2.4

2.000 tot 5.000 m2, van

729,80

 

 

 

 

 

 

 

 

3.6.1.2.5

5.000 tot 15.000 m2, van

973,00

 

 

 

 

 

 

 

 

3.6.1.2.6

15.000 tot 25.000 m2, van

1.216,30

 

 

 

 

 

 

 

 

3.6.1.2.7

25.000 tot 50.000 m2, van

1.459,50

 

 

 

 

 

 

 

 

3.6.1.2.8

50.000 en meer m2, van

1.702,80

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3.6.2

Het tarief voor een aanvraag tot vervanging van een gebruiksvergunning, indien de bestaande vergunning in het ongerede is geraakt bedraagt:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3.6.2.1

een basisbedrag van:

217,90

 

 

 

 

 

 

 

 

3.6.2.2

te vermeerderen met een bedrag van:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3.6.2.3

per afschrift op papier van A4-formaat of kleiner:

0,30

 

 

 

 

 

 

 

 

3.6.2.4

per afschrift op papier groter dan A4-formaat:

0,60

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 7 In deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3.7

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een andere, in deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking, die valt onder de Europese dienstenrichtlijn

36,70