Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Zevenaar

nr 04.24 Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2011

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieZevenaar
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingnr 04.24 Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2011
CiteertitelVerordening parkeerbelastingen 2011
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerp4. Gemeentelijke belastingen

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Heffing met ingang van 1 januari 2011

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. artikel 225 van de Gemeentewet
  2. Parkeerverordening 2010
Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

23-12-201029-12-2011Nieuwe regeling

15-12-2010

Zevenaar Post, 22 december 2010

10-066

Tekst van de regeling

Intitulé

V erordening parkeerbelastingen 2011

 

De raad van de gemeente Zevenaar;

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 9 november 2010, nr. 10-066;

gelet op artikel 225 van de Gemeentewet en de Parkeerverordening 2010;

besluit:

vast te stellen de volgende verordening:

Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2011

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

a. parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van zaken, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden;

 

b. motorvoertuigen: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990 met inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1 onder ia van het RVV 1990;

 

c. houder: degene op wiens naam het voor het motorrijtuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren was ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet 1994 aangehouden register van opgegeven kentekens;

 

d. parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten, met inbegrip van verzamelparkeermeters, en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan.

Artikel 2 Belastbaar feit

Onder de naam 'parkeerbelastingen' worden de volgende belastingen geheven:

 

a. een belasting ter zake van het parkeren van een voertuig op een bij, dan wel krachtens deze verordening in de daarin aangewezen gevallen door het college van burgemeester en wethouders te bepalen plaats, tijdstip en wijze;

 

b. een belasting ter zake van een van gemeentewege verleende vergunning voor het parkeren van een voertuig op de in die vergunning aangegeven plaats en wijze.

Artikel 3 Belastingplicht

1.De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven van de degene die het voertuig heeft geparkeerd.

 

2. Als degene die het voertuig heeft geparkeerd wordt mede aangemerkt:

a. degene die de belasting voldoet, dan wel te kennen geeft of heeft gegeven de belasting te willen voldoen;

 

b. zolang geen voldoening van de belasting genoemd in artikel 2, onderdeel a, heeft plaatsgevonden: de houder van het voertuig, met dien verstande dat

1e als een voor ten hoogste drie maanden aangegane huurovereenkomst wordt overgelegd waaruit blijkt wie ten tijde van het parkeren ingevolge deze overeenkomst de huurder van het motorvoertuig was, niet de houder maar de huurder wordt aangemerkt als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd;

2e als blijkt dat een ander in het kentekenregister had moeten staan ingeschreven, die ander wordt aangemerkt als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd.

 

3. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt niet geheven van degene die op de voet van het tweede lid, onderdeel b, als degene die het voertuig heeft geparkeerd wordt aangemerkt, als deze aannemelijk maakt dat ten tijde van het parkeren een ander tegen zijn wil van het voertuig heeft gebruik gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen.

 

4. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven van degene die de vergunning heeft aangevraagd.

Artikel 4 Vrijstelling

De belasting wordt niet geheven ter zake van een motorvoertuig op een parkeerapparatuurplaats dat is voorzien van een geldige gehandicaptenparkeerkaart, mits die parkeerkaart op een van buitenaf duidelijk leesbare plaats achter de voorruit van het motorvoertuig is aangebracht.

Artikel 5 Maatstaf van heffing, belastingtarief en belastingtijdvak

De maatstaf van heffing, het belastingtarief en het belastingtijdvak zijn vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieventabel.

Artikel 6 Wijze van heffing

1.De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte. Als voldoening op aangifte wordt aangemerkt het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de door het college van burgemeester en wethouders gestelde voorschriften.

 

2. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte.

Artikel 7 Ontstaan van de belastingschuld

1.De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, is verschuldigd bij de aanvang van het parkeren.

 

2. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, is verschuldigd op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.

Artikel 8 Termijnen van betaling

1.De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald bij de aanvang van het parkeren.

 

2. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.

 

3. In afwijking van het bepaalde in het tweede lid kan een werknemersvergunning als bedoeld in artikel 3, derde lid, sub c van de Parkeerverordening 2010 (categorie III) door middel van automatische incasso in 12 maandelijkse termijnen van de betaalrekening van de belastingschuldige worden afgeschreven. De incassotermijnen vervallen aan het einde van de maand.

 

4. Een naheffingsaanslag als bedoeld in artikel 234 van de Gemeentewet moet terstond worden betaald.

Artikel 9 Bevoegdheid tot aanwijzing parkeerplaatsen

De aanwijzing van de plaats waar, het tijdstip en de wijze waarop tegen betaling van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, mag worden geparkeerd geschiedt in alle gevallen door het college van burgemeester en wethouders bij openbaar te maken besluit.

Artikel 10 Kosten

De kosten van de naheffingsaanslag ter zake van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, bedragen € 52,-.

Artikel 11 Kwijtschelding

Bij de invordering van de parkeerbelastingen wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 12 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de parkeerbelasting.

Artikel 13 Overgangsbepaling

De ‘Verordening parkeerbelastingen 2010”, vastgesteld bij raadsbesluit van 24 februari 2010, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 14, tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 14 Inwerkingtreding

1.Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van bekendmaking.

 

2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2011.

Artikel 15 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening parkeerbelastingen 2011'.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Zevenaar, gehouden op 15 december 2010.

De griffier, De voorzitter,

 

 

Tarieventabel behorende bij de Verordening parkeerbelastingen 2011.

1. Het tarief voor het parkeren bij parkeerapparatuur als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, bedraagt € 0,10 per eenheid van 9 minuten in de gebieden als genoemd in onderstaande tabel.

Gebied

Locatie

Omschrijving

II

Parkeerterreinen rond het centrum

Parkeerterrein Kampsingel (nabij Albert Heijn) Parkeerterrein Oude Doesburgseweg Parkeerterrein Haspelstraat Parkeerterrein Schievestraat (nabij Aldi) Masiusplein (laag 0) Masiusgarage (lagen -1 en -2) Parkeerterrein Didamsestraat Parkeerterrein Bergvrede/Stadsgracht Parkeerterrein Karel van Gelrestraat Arnhemseweg (deels)

III

Stationskwartier

Kerkstraat Kostschoollaan Van Munsterstraat (deels) Oude Wal Nieuwe Doelenstraat Romei Enghuizen

III a

Stationskwartier

Molenstraat (deels) Gersdorfstraat

IV a

Touwslagersbaan

Parkeerterrein Touwslagersbaan

V

Bastion/Bergvrede

Bastion Bergvrede

VI

Centrum-west

Ridder Anselmstraat Hamalandstraat Wecelostraat Haspelstraat Schievestraat (ten zuiden van Haspelstraat)

VII

Centrum-noord

Schievestraat (ten noorden van Haspelstraat) Keizer Hendrikstraat Subenharastraat

2. Het tarief voor het parkeren bij parkeerapparatuur als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, bedraagt € 1,50 per periode van vijf uur in het gebied als genoemd in onderstaande tabel. Het maximumtarief per dag bedraagt € 3,-.

III

Stationskwartier

Kerkstraat Kostschoollaan Van Munsterstraat (deels) Oude Wal Nieuwe Doelenstraat Romei Enghuizen

III a

Stationskwartier

Molenstraat (deels) Gersdorfstraat

IV

Overige parkeerterreinen

Parkeerterrein Oude Doesburgseweg Karel van Gelrestraat Arnhemseweg (deels)

IV a

Touwslagersbaan

Parkeerterrein Touwslagersbaan

V

Bastion/Bergvrede

Bastion Bergvrede

VI

Centrum-west

Ridder Anselmstraat Hamalandstraat Wecelostraat Haspelstraat Schievestraat (ten zuiden van Haspelstraat)

VII

Centrum-noord

Schievestraat (ten noorden van Haspelstraat) Keizer Hendrikstraat Subenharastraat

3a. Het tarief voor een bewonersvergunning als bedoeld in artikel 3, derde lid, sub a van de Parkeerverordening 2010 (categorie I) bedraagt € 40,- per kalenderjaar. Indien de belastingplicht in de loop van het kalenderjaar eindigt, bestaat geen recht op restitutie;

 

3b. Het tarief voor een bedrijfsvergunning als bedoeld in artikel 3, derde lid, sub b van de Parkeerverordening 2010 (categorie II) bedraagt € 300,- per kalenderjaar. Indien de belastingplicht in de loop van het kalenderjaar eindigt, bestaat geen recht op restitutie;

 

3c. Het tarief voor een werknemersvergunning als bedoeld in artikel 3, derde lid, sub c van de Parkeerverordening 2010 (categorie III) bedraagt € 75,- per kalenderkwartaal; € 300,- per kalenderjaar. Indien de belastingplicht in de loop van het kalenderjaar eindigt, bestaat recht op restitutie voor het aantal volle kalenderkwartalen dat na het einde van de belastingplicht resteert;

 

3d Het tarief voor een vergunning voor verleners van spoedeisende hulp als bedoeld in artikel 3, derde lid, sub d van de Parkeerverordening 2010 (categorie IV) bedraagt € 40,- per kalenderjaar. Indien de belastingplicht in de loop van het kalenderjaar eindigt, bestaat geen recht op restitutie.

 

Behoort bij het besluit van de raad van de gemeente Zevenaar van 15 december 2010,

Mij bekend, De griffier,