Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Zoetermeer houdende regels omtrent de lijst buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waarvoor advies met instemming van de raad benodigd is

Geldend van 01-01-2024 t/m heden

Intitulé

Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Zoetermeer houdende regels omtrent de lijst buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waarvoor advies met instemming van de raad benodigd is

Gelet op de artikelen 16.15, 16.15a en 16.15b van de Omgevingswet heeft de gemeenteraad van Zoetermeer op 21 september 2020 besloten:

  • 1.

    De normen voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteiten te actualiseren (zie bijlage 2 Was-Wordt-Tabel) en in te stemmen met de volgende wijzigingen:

    • a.

      Toevoegen als 1b: 'het oprichten van nieuwe bebouwing ten behoeve van een woonfunctie en daarmee samenhangende bebouwing indien de omvang van de nieuwe bebouwing groter is dan 50 niet zelfstandige woningen in een woonzorgcentrum.';

    • b.

      De maximale inhoud van woningen buiten de bebouwde kom (onder 2) verruimen van 650 m3 naar 750 m3;

    • c.

      Voor zorginstellingen (onder 3c) het criterium wijzigen van '250 bedden' naar 'meer dan 2000 m2 bvo';

    • d.

      Voor detailhandel (onder 4c) het criterium wijzigen van 2500 m2 bvo naar 2000 m2 bvo;

    • e.

      Toevoegen perifere detailhandel (onder 4d): 'de ontwikkeling van perifere detailhandel groter dan 1.000 m2 bvo';

    • f.

      Voor het uitbreiden van agrarische bedrijfsbebouwing (onder 6) het criterium wijzigen van 'meer dan 1,5 ha' naar 'meer dan 2 ha'.

  • 2.

    De Lijst van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waarvoor advies met instemming van de raad nodig is (zoals opgenomen in bijlage 1) vast te stellen;

  • 3.

    De lijst met categorieën van gevallen waarvoor geen verklaring van geen bedenkingen benodigd is in te trekken.

  • 4.

    Geen samenspraak toe te passen op grond van artikel 2, lid 6 sub d van de Samenspraakverordening, omdat dit besluit een beleidsvoornemen betreft dat betrekking heeft op interne organisatorische aangelegenheden van de gemeente.

  • 5.

    De lijst (opgenomen in bijlage 1) te evalueren 2 jaar nadat de Omgevingswet in werking is getreden.

Lijst van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waarvoor advies met instemming van de raad nodig is

Wanneer het college van burgemeester en wethouders voornemens is een positief besluit te nemen over een aanvraag omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, is een advies met instemming vereist in de volgende gevallen:

  • 1.

    Woningbouw binnen de bebouwde kom

    • a.

      Het oprichten van nieuwe bebouwing 1 ten behoeve van een woonfunctie2 en daarmee samenhangende bebouwing indien de omvang van de nieuwe bebouwing groter is dan 25 zelfstandige woningen;

    • b.

      het oprichten van nieuwe bebouwing ten behoeve van een woonfunctie en daarmee samenhangende bebouwing indien de omvang van de nieuwe bebouwing groter is dan 50 niet zelfstandige woningen in een woonzorgcentrum;

  • 2.

    Vergroten woningen buiten de bebouwde kom

    • a.

      Het vernieuwen, verbouwen en vergroten van bestaande en als zodanig bestemde woningen buiten de bebouwde kom zoals aangegeven in de Bouwverordening, dan wel in het omgevingsplan, indien de inhoudsmaat meer dan 750 m3 bedraagt;

  • 3.

    Maatschappelijke voorzieningen Het bouwen en/of uitbreiden van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van voorzieningen van educatieve, (sociaal)-medische, sportieve, recreatieve, (sociaal)-maatschappelijke en levensbeschouwelijke aard3 , indien:

    • a.

      Door de ontwikkeling het bezoekersaantal met gemiddeld meer dan 1.000 bezoekers per dag toeneemt;

    • b.

      Scholen: door de ontwikkeling is er sprake van een toename van 1.000 leerlingen;

    • c.

      Zorginstelling: uitbreiding van meer dan 2.000 m2 bvo4 .

  • 4.

    Winkels, horeca, kantoren en bedrijfsgebonden kantoren Het oprichten en/of uitbreiden van winkels, bedrijvigheid, horeca en kantoren en de daarbij behorende voorzieningen5 , indien:

    • a.

      de ontwikkeling van zelfstandige kantoren groter dan 5.000 m2 bruto vloeroppervlakte (bvo);

    • b.

      de ontwikkeling van een kantoor, behorend bij een bedrijf (op een bedrijventerrein), mits groter dan 50% van het bvo van het bedrijf en groter dan 3.000 m2 bvo;

    • c.

      de ontwikkeling van detailhandel groter dan 2.000 m2 bvo in het Woonhart, Stadshart, Dorpsstraat, wijkwinkelcentra, buurtwinkelcentra of buurtstrips;

    • d.

      de ontwikkeling van perifere detailhandel groter dan 1.000 m2 bvo;

    • e.

      horeca: de ontwikkeling van horeca groter dan 350 m2 bvo.

  • 5.

    Bedrijventerrein

    • a.

      De ontwikkeling van meer dan 5 ha bedrijven(terrein);

  • 6.

    Oprichten van en uitbreiding van agrarische bedrijfswoningen en agrarische bedrijfsgebouwen buiten de bebouwde kom

    • a.

      het bouwen van agrarische bedrijfsgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde waardoor het bouwperceel groter wordt dan 2 ha.

Aanvragen waarvoor geen advies met instemming is vereist

In afwijking van het hiervoor gestelde is voor de hiervoor genoemde buitenplanse omgevingsactiviteiten geen advies met instemming van de raad nodig in de volgende gevallen:

  • 1.

    Aanvragen voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten die betrekking hebben op een gebruikswijziging van een bestaand gebouw. Deze activiteiten vielen voorheen onder de kruimelgevallenregeling van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en het Besluit omgevingsrecht. De wetgever heeft voorheen bepaald dat dergelijke aanvragen volledig afgehandeld konden worden door het college en dat hiervoor dus ook geen verklaring van geen bedenkingen nodig was, of

  • 2.

    Aanvragen voor een omgevingsvergunning die voldoen aan de daarvoor opgenomen wijzigingsbevoegdheid6 in het omgevingsplan van rechtswege (voorheen het bestemmingsplan), of

  • 3.

    Aanvragen voor een omgevingsvergunning die door het college van burgemeester en wethouders niet verleend zullen worden (geweigerd of buiten behandeling gesteld).

Randvoorwaarden

Voor alle genoemde categorieën geldt dat de voorgenomen ontwikkeling niet in strijd mag zijn met door de raad vastgesteld ruimtelijk relevant beleid. In ieder geval wordt onder ruimtelijk beleid verstaan de gemeentelijke omgevingsvisie in de zin van artikel 3.1. Omgevingswet.

Toelichting

Op grond van de Omgevingswet is het college van burgemeester en wethouders bevoegd om te beslissen op de aanvragen om omgevingsvergunningen voor omgevingsplanactiviteiten. Omgevingsplanactiviteiten zijn in de Omgevingswet gedefinieerd als:

  • a.

    een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het verboden is deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die niet in strijd is met het omgevingsplan,

  • b.

    een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het verboden is deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan, of

  • c.

    een andere activiteit die in strijd is met het omgevingsplan.

De activiteit onder a zijn de binnenplanse omgevingsplanactiviteiten. De activiteiten onder b en c zijn in de Omgevingswet aangemerkt als buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Voor de activiteit vallend onder b geldt dat de activiteit niet voldoet aan de beoordelingsregels van het omgevingsplan. De activiteit kan echter niet zomaar worden geweigerd op grond van de beoordelingsregels. Onderzocht moet worden of de vergunning verleend kan worden met het oog op evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Voor de activiteit onder c geldt dat deze activiteiten in strijd zijn met het omgevingsplan. Ook voor deze activiteiten geldt dat onderzocht moet worden of aan deze activiteiten medewerking verleend kan worden als voldaan wordt aan een evenwichtige toedeling van functies en de instructieregels en instructies van Rijk en provincie.

Voor de activiteiten onder b en c moet dus onderzocht worden of een vergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit verleend kan worden.

Op grond van artikel 16.15 juncto artikelen 16.15a en 16.15b van de Omgevingswet kan de gemeenteraad worden aangewezen als adviseur die een advies met instemming moet verlenen voordat het college een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit kan verlenen. Hiervoor is vereist dat de gemeenteraad de betreffende gevallen waarvoor hij een advies instemming wil verlenen, aanwijst. Het advies met instemming vervangt de huidige ‘verklaring van geen bedenkingen’ (vvgb).

In de afgelopen jaren is voor circa 5 vergunningen per jaar een verklaring van geen bedenkingen (vvgb) verleend. In alle gevallen heeft de gemeenteraad ingestemd met het afgeven van een vvgb. Daarnaast zijn er voor dergelijke activiteiten ook projectbestemmingsplannen vastgesteld. Dit zijn bestemmingsplannen die voor een concreet bouwplan zijn opgesteld (ook hier gaat het om circa 5 per jaar). In totaal is de inschatting dat voor circa 10 gevallen per jaar een advies met instemming nodig zal zijn.

In het Programma Implementatie Omgevingswet Zoetermeer is als uitgangspunt genomen om beleidsneutraal over te gaan. Daarom zijn deze activiteiten waarvoor de raad een advies met instemming moet geven zoveel als mogelijk gelijk aan de gevallen waarin op grond van de huidige afspraken een vvgb benodigd is. Bij nadere bestudering bleek een actualisatie wenselijk. Daarom is een aantal wijzigingen doorgevoerd, te weten:

  • 1.

    Onder 1b is toegevoegd: ‘het oprichten van nieuwe bebouwing ten behoeve van een woonfunctie en daarmee samenhangende bebouwing indien de omvang van de nieuwe bebouwing groter is dan 50 niet zelfstandige woningen in een woonzorgcentrum’. Dit aantal is gebaseerd op recente projecten in Zoetermeer (bijvoorbeeld Katwijkerlaantracé).

  • 2.

    Vergroten van een woning buiten de bebouwde kom. Voorheen was voor een woning met een maximale inhoud van 650 m3 geen verklaring van geen bedenkingen nodig. Op grond van de geldende bestemmingsplan was in het buitengebied al een woning mogelijk van 660 m3. Een verruiming van de inhoudsmaat ligt dan ook in rede. Een inhoudsmaat van 750 m3 is een gebruikelijke maat voor woningen in het buitengebied.

  • 3.

    Voor zorginstellingen (genoemd onder 3c) gold dat voor een instelling met 250 bedden geen verklaring van geen bedenkingen vereist was. Tegenwoordig is er meer sprake van poliklinische zorg. Daarom is ervoor gekozen het beddencriterium te schrappen en in plaats daarvan dat voor een zorginstelling van meer dan 2000 m2 een advies met instemming nodig is.

  • 4.

    Voor detailhandel (genoemd onder 4c) is de oppervlaktemaat gewijzigd van 2500 m2 naar 2000 m2. Dit is overeenkomstig het detailhandelsbeleid van de gemeente.

  • 5.

    Toegevoegd is perifere detailhandel (genoemd onder 4d). Dit is overeenkomstig het detailhandelsbeleid van de gemeente.

  • 6.

    Voor het uitbreiden van agrarische bedrijfsbebouwing was voorheen 1,5 ha opgenomen. Deze maat is tegenwoordig heel gebruikelijk en ook al opgenomen in bestemmingsplannen. Daarom is de oppervlakte van het agrarisch bouwperceel waarvoor advies met instemming van de raad nodig is gewijzigd in meer dan 2 ha.

Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de Omgevingswet in werking treedt. Tenzij over dit besluit een inleidend verzoek tot het houden van een referendum wordt gedaan.

Ondertekening

Zoetermeer, 15 oktober 2020

de griffier,

drs. R. Blokland MCM

de voorzitter,

drs. J.P.J. Lokker


Noot
1

Het gaat hier niet om gebruikswijzigingen van bestaande bebouwing.

Noot
2

Onder ‘woonfunctie’ worden woningen, woonzorgcentra, woonwagens enz. verstaan, inclusief de bij die functie behorende bijgebouwen, bouwwerken geen gebouwen zijnde en voorzieningen als garages, carports, parkeerkelders, zwembaden enz.

Noot
3

Het gaat hier niet om gebruikswijzigingen van bestaande bebouwing

Noot
4

Bruto vloeroppervlakte: het totale vloeroppervlak van alle ruimten die gebruikt worden, gemeten langs de binnenomtrek van de opgaande scheidingswanden die de desbetreffende ruimtes omhullen. Dit geldt ook voor de andere categorieën.

Noot
5

Het gaat hier niet om gebruikswijzigingen van bestaande bebouwing

Noot
6

In de bestemmingsplannen zijn wijzigingsbevoegdheden opgenomen op grond waarvan het college van burgemeester en wethouders bevoegd is een andere functie toe te laten. Hiervoor kan het college een wijzigingsplan laten opstellen. Bij het toepassen van deze bevoegdheid moet wel voldaan worden aan de voorwaarden die in het bestemmingsplan zijn opgenomen en dus door de gemeenteraad zijn meegegeven.