Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Gemeente Bergambacht

Bezoldigingsverordening 2002

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OverheidsorganisatieGemeente Bergambacht
Officiële naam regelingBezoldigingsverordening 2002
CiteertitelBezoldigingsverordening 2002
Vastgesteld doorcollege van burgemeester en wethouders
Onderwerppersoneel en organisatie
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Ambtenarenwet 1929, artikel 125, Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling art. 3.1

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerking-

treding

Terugwerkende

kracht tot en met

Datum uitwerking-

treding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

15-10-2002nieuwe regeling

15-10-2002

onbekend

Onbekend

Tekst van de regeling

Intitulé

Bezoldigingsverordening 2002

Burgemeester en wethouders van Bergambacht

gelet op de instemming van het Geordaniseerd Overleg van 2 oktober 2002;

dat, de financiering van ee pc-privéregeling mogelijk is door tijdelijk het salaris te verlagen, dat daarom onder de begripsbepalingen de definitie van "salaris'' moet worden herzien;

gelet op artikel 125 van de Ambtenarenwat 1929 en het bepaalde in de Gemeentewet;

gelet op artikel 3:1 van de Collecieve arbeidsvoorwaardenregeling;

BESLUIT:

Vast te stellen de navolgende verordening

Bezoldigingsverordening 2002

Begripsbepalingen

Artikel 1

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    ambtenaar :

    • 1.

      de ambtenaar in de zin van de Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling;

    • 2.

      de werknemer in de zin van artikel 2:5:1 van de Uitwerkingsovereenkomst;

  • b.

    salaris :

    het salaris, als bedoeld in artikel 3:1, tweede lid, van de Col lectieve arbeidsvoorwaardenregeling, tenzij toepassing is gegeven aan artikel 4a:3 van de Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling, in welk geval het salaris gelijk is aan het verlaagde bedrag;

  • c.

    salaris per uur :

    het 1/156e deel van het salaris bij een gemiddeld 36-urige werkweek;

  • d.

    salarisschaal :

    de schaal als bedoeld in artikel 3:1, tweede lid, van de Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling opgenomen in bijlagen II en IIa bij die regeling;

  • e.

    salarisnummer :

    een aanduiding, bestaande uit een getal of uit een letter en een getal, dat in een salarisschaal voor een salaris is vermeld;

  • f.

    maximumsalaris :

    het hoogste bedrag van een salarisschaal, dat kan worden bereikt door jaarlijkse salarisverhogingen;

  • g.

    bezoldiging :

    de bezoldiging als bedoeld in artikel 3:1, tweede lid, van de Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling;

  • h.

    functie :

    het samenstel van werkzaamheden door de ambtenaar te verrichten;

  • i.

    functiewaarderingsonderzoek:

    het op systematische wijze in rangorde plaatsen van functies, met als criterium de relatieve zwaarte van het werk;

  • j.

    conversie :

    de vertaling van de gevonden rangorde naar salarisschalen;

  • k.

    volledige betrekking:

    een betrekking waarbij de formele arbeidsduur 36 uren per week bedraagt;

  • l.

    personeelsbeoordeling :

    een oordeel vormen over de wijze van functievervulling;

  • m.

    inconveniënt :

    fysiek bezwarend aspect in een functie;

  • n.

    overwerk :

    werkzaamheden, als bedoeld in artikel 1:1, onder l, van de Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling.

Aanvang en einde bezoldiging

Artikel 2
  • 1.

    Het recht op bezoldiging vangt aan met de dag waarop de aanstelling van de ambtenaar ingaat.

    Indien in het aanstellingsbesluit geen datum van ingang is vermeld, vangt het recht op bezoldiging aan met de dag waarop de ambtenaar feitelijk in dienst is getreden.

  • 2.

    Het recht op bezoldiging eindigt, in geval van ontslag, met ingang van de dag waarop het ontslag ingaat.

Gebroken tijdvakken

Artikel 3

Wanneer het salaris, een emolument of een toelage moet worden berekend over een gedeelte van een maand, wordt het bedrag per dag vastgesteld door het maandbedrag te delen door het aantal kalenderdagen van die maand.

Salarisbedragen

Artikel 4

Het salaris van de ambtenaar, wiens salaris niet bij of krachtens de wet is geregeld, worden vastgesteld op de bedragen volgens de salarisschalen zoals opgenomen in bijlage II of IIA van de Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling, of, indien voor zijn betrekking een vast bedrag geldt, dit bedrag, opgenomen in bijlage A van deze verordening.

Artikel 5
  • 1a.

    Bijlage II van de Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling is van toepassing op die ambtenaar die ook op 31 maart 1996 reeds een salaris genoot op grond van bijlage II van de Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling, tenzij op grond van het gestelde onder b, tweede gedachtestreepje, bijlage IIa op hem van toepassing is.

  • 1b.

    Bijlage IIa is van toepassing op:

    • -

      de ambtenaar die op of na 1 april 1996 een betrekking aanvaardt in de zin van de Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling, zonder direct daaraan voorafgaand een betrekking in de zin van de Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling te hebben vervuld en

    • -

      de ambtenaar die op of na 1 april 1996 een nieuwe betrekking in de zin van de Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling aanvaardt, direct voorafgegaan door een andere betrekking in de zin van de Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling, waarbij aan die nieuwe betrekking een beter salarisperspectief is verbonden. Hierbij wordt een betrekking mede als nieuw aangemerkt ingeval een bestaande aanstelling of arbeidsovereenkomst wordt gewijzigd, als gevolg van een wijziging in de uit te voeren taken.

  • 2a.

    De ambtenaar met een salaris ingevolge bijlage II, die voor 1 april 1997 reeds het maximum heeft bereikt van de schaal en die binnen die betrekking geen perspectief heeft op een hogere schaal, ontvangt eerst per 1 april 1997 een salaris op basis van het maximum van dezelfde schaal ingevolge bijlage IIa;

  • 2b.

    De ambtenaar met een salaris ingevolge bijlage II die op of na 1 april 1997 het maximum bereikt van de schaal en binnen zijn betrekking geen perspectief heeft op een hogere schaal op de datum van het bereiken van het maximum van de schaal, ontvangt een salaris op basis van het maximum van dezelfde schaal ingevolge bijlage IIa.

  • 3.

    Burgemeester en wethouders bepalen met inachtneming van de resultaten van een functiewaarderingsonderzoek en aan de hand van de vastgestelde conversie de voor de ambtenaar geldende salarisschaal, tenzij zijn wijze van functioneren zich nog daartegen verzet.

  • 4.

    Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen met betrekking tot de uitvoering van een functiewaarderingsonderzoek en de daarbij te hanteren methode.

  • 5.

    Anders dan bij wijze van disciplinaire straf, als bedoeld in de Uitwerkingsovereenkomst dan wel bij herplaatsing bij arbeidsongeschiktheid, als bedoeld in artikel 7:3 van de Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling, kan zonder voorafgaand ontslag voor een ambtenaar geen salarisschaal gaan gelden met een lager maximumsalaris dan dat van de reeds voor hem geldende salarisschaal.

Salaris bij aanstelling

Artikel 6
  • 1.

    Bij aanstelling kennen de burgemeester en wethouders de ambtenaar het salaris toe dat:

    • a.

      wanneer hij 22 jaar of ouder is, in de voor hem geldende salarisschaal is vermeld achter het salarisnummer 0;

    • b.

      wanneer hij jonger dan 22 jaar is, in de voor hem geldende salarisschaal is vermeld achter het salarisnummer, bestaande uit de letter J en het getal, dat overeenkomt met zijn leeftijd.

  • 2.

    Van het bepaalde in het vorige lid kan worden afgeweken door het toekennen van een hoger salaris, indien daarvoor naar het oordeel van burgemeester en wethouders aanleiding bestaat.

  • 3.

    Het bepaalde in de voorgaande leden is eveneens van toepassing op de in artikel 5, lid 1, onderdeel b bedoelde ambtenaar, met dien verstande dat voor 22 gelezen dient te worden: 21.

Verhoging van het salaris

Artikel 7
  • 1.

    Het salaris van de ambtenaar wordt - bij voldoende bekwaamheid, geschiktheid of ijver - binnen de voor hem geldende salarisschaal periodiek, per 1 januari, verhoogd tot het naasthogere bedrag.

  • 2.

    De periodieke verhogingen worden toegekend:

    • a.

      wanneer de ambtenaar 22 jaar of ouder is en hij het maximumsalaris van de voor hem geldende salarisschaal nog niet heeft bereikt, voor de eerste maal met ingang van de eerste dag van het kalenderjaar en nadien telkens na één jaar;

    • b.

      wanneer de ambtenaar jonger dan 22 jaar is, met ingang van de eerste van de maand waarin zijn verjaardag valt.

  • 3.

    Het tijdstip waarop ingevolge het vorige lid aan de onder a. bedoelde ambtenaar voor de eerste maal een periodieke verhoging wordt toegekend, kan worden vervroegd indien daartoe naar het oordeel van burgemeester en wethouders aanleiding bestaat.

  • 4.

    Het salaris wordt, indien de salarisschaal dit aangeeft en wanneer het maximumsalaris is bereikt, voor de eerste maal na drie jaar en vervolgens om de twee jaar verhoogd tot het naasthogere bedrag, vermeld achter een salarisnummer beginnende met de letter U.

  • 5.

    De tijd gedurende welke de ambtenaar ingevolge wettelijke verplichting, als bedoeld in hoofdstuk 3 van de Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling, wordt geacht in zijn betrekking met verlof te zijn, wordt voor de toekenning van het salaris als diensttijd in aanmerking genomen.

  • 6.

    Het bepaalde in de leden één tot en met zes is eveneens van toepassing op de in artikel 5, eerste lid, onderdeel b, bedoelde ambtenaar, met dien verstande dat voor 22 gelezen dient te worden: 21.

Buitengewone bekwaamheid, enz.

Artikel 8
  • 1.

    Burgemeester en wethouders kunnen op grond van de personeelsbeoordeling aan de ambtenaar, die het maximumsalaris van de voor hem geldende salarisschaal nog niet heeft bereikt, een extra salarisverhoging tot een in de salarisschaal genoemd bedrag, niet uitgaande boven het maximumsalaris, toekennen op grond van:

    • a.

      buitengewone bekwaamheid, geschiktheid en ijver;

    • b.

      andere door burgemeester en wethouders van voldoende belang geachte, werkzaamheden.

  • 2.

    Bij de toepassing van het vorige lid blijft het tijdstip waarop ingevolge artikel 7 een salarisverhoging wordt toegekend onverlet, tenzij burgemeester en wethouders anders bepalen.

Onvoldoende bekwaamheid, enz.

Artikel 9
  • 1.

    Bij onvoldoende bekwaamheid, geschiktheid of ijver van de ambtenaar, blijkens de personeelsbeoordeling, kunnen burgemeester en wethouders bepalen dat ten aanzien van hem salarisverhogingen, als bedoeld in artikel 7, achterwege worden gelaten.

  • 2.

    Burgemeester en wethouders kunnen nadien bepalen dat de salarisverhogingen, welke met toepassing van het eerste lid achterwege zijn gelaten, al dan niet met terugwerkende kracht, alsnog worden toegekend.

  • 3.

    Van een beslissing tot toepassing van het eerste lid wordt de ambtenaar zo spoedig mogelijk, doch in elk geval vóór de datum waarop anders de salarisverhoging zou ingaan, schriftelijk mededeling gedaan, onder vermelding van de redenen welke tot de beslissing hebben geleid.

Salaris bij overgang naar hogere schaal

Artikel 10
  • 1.

    Wanneer voor de ambtenaar een salarisschaal gaat gelden met een hoger maximumsalaris, wordt:

    • a.

      voor de ambtenaar als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a, het salaris in de nieuwe schaal vastgesteld op het bedrag, gelegen onmiddellijk boven het salaris dat de ambtenaar in de oude schaal zou hebben genoten;

    • b.

      voor de ambtenaar als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel b, het salaris in de nieuwe schaal vastgesteld op het eersthogere bedrag in die schaal, waarmee gerealiseerd wordt dat het verschil tussen het nieuwe salaris en het oude salaris van de ambtenaar tenminste 75% bedraagt van het verschil tussen het salaris dat de ambtenaar laatstelijk genoot en het naasthogere bedrag in die oude schaal, dan wel het naastlagere bedrag in die oude schaal, indien het salaris in de oude schaal reeds overeenkwam met het hoogste bedrag uit die schaal.

  • 2.

    Onverminderd het bepaalde in artikel 7 wordt het salaris van de ambtenaar als bedoeld in het vorige lid, onderdeel a, in de nieuwe salarisschaal verhoogd tot een bedrag in die schaal, zodra en voor zoveel zulks nodig is om te bereiken dat het nieuwe salaris blijft uitgaan boven het salaris dat de ambtenaar in de oude schaal zou hebben genoten.

Onvolledige betrekking

Artikel 11

Het salaris van de ambtenaar met een onvolledige betrekking wordt vastgesteld op een evenredig deel van het salaris dat voor hem zou gelden bij een volledige betrekking.

Persoonlijke toelagen

Artikel 12
  • 1. Aan de ambtenaar die tenminste twee jaar het maximum van de voor hem geldende salarisschaal heeft bereikt, kan door burgemeester en wethouders en structurele toelage worden toegekend, indien die functionarissen in de loop der jaren een méérwaarde voor de organisatie hebben verkregen. Van meerwaarde kan sprake zijn indien:

    • a.

      de ambtenaar in staat wordt geacht een hogere gewaardeerde functie te vervullen.

    • b.

      de ambtenaar beschikt over zodanige persoonlijke kwaliteiten dat de functievervulling op een duidelijk hoger niveau geschiedt.

    • c.

      de ambtenaar de geschiktheid heeft getoond tot inzetbaarheid in andere functies c.q. taken.

  • 2. De persoonlijke toelage in de vorm van een "persoonlijke verdiensteschaal" zal in geen geval automatisch worden toegekend en vereist naast de personeelsbeoordeling een duidelijke motivering van burgemeester en wethouders.

  • 3. De in het vorige lid bedoelde toelage is niet hoger dan 10 procent van het salaris van de betrokken ambtenaar, met dien verstande dat de som van dat salaris en die toelage het hoogste bedrag van de naasthogere salarisschaal niet overschrijdt.

Artikel 13
  • 1.

    Aan de ambtenaar kan op grond van de regeling, "beloningsdifferentiatie" een individuele tijdelijke toelage worden toegekend, rekening houdend met de uitkomst van de personeelsbeoordeling.

  • 2.

    De bedoelde individuele toelage bedraagt ten hoogste 20% van het voor de ambtenaar geldend maximum maandsalaris.

Uitkering voor werving of behoud

Artikel 14
  • 1.

    Aan de ambtenaar kan om redenen van werving of behoud een uitkering worden toegekend tot ten hoogste 10% van het salaris van betrokken functionaris, met dien verstande, dat de som van dat salaris en die toelage het hoogste bedrag van de naasthogere salarisschaal niet overschrijdt.

  • 2.

    De in de eerste lid bedoelde uitkering wordt toegekend door burgemeester en wethouders, die aan het toekennen nadere voorwaarden kunnen verbinden.

  • 3.

    Aan de ambtenaar die niet heeft kunnen voldoen aan de in het tweede lid bedoelde voorwaarden door een naar het oordeel van burgemeester en wethouders niet aan hemzelf te wijten oorzaak, kan de uitkering gedeeltelijk worden toegekend.

Overwerkvergoeding

Artikel 15

Aan de ambtenaar, voor wie een salarisschaal geldt met een lager maximumsalaris dan dat van de functie van gemeentesecretaris, wordt ingeval van overwerk een overwerkvergoeding toegekend overeenkomstig hetgeen is bepaald in artikel 3:2 van de Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling en artikel 3:2:1 van de Uitwerkingsovereenkomst.

Toelage beschikbaarheids- en bereikbaarheidsdienst

Artikel 16

Burgemeester en wethouders stellen nadere regels vast inzake de toekenning van een toelage voor de opgelegde verplichting zich buiten de voor de betrekking vastgestelde werktijden beschikbaar te houden voor het zo nodig gaan verrichten van werkzaamheden.

Toelage inconveniënten

Artikel 17
  • 1. Aan de ambtenaar, die een functie uitoefent tot en met schaal 6, waaraan één of meer inconveniënten verbonden zijn, kan een inconveniëntentoelage worden toegekend.

  • 2. In de mate van in een functie voorkomende inconveniënten als bedoeld in lid 1 wordt het volgende onderscheid gemaakt:

    • Niveaugroep 0: In de functie komen geen inconveniënten voor of met een zo geringe mate of veelvuldigheid/duur dat ze gemakkelijk te verdragen zijn en hoogstens incidenteel als enigszins hinderlijk kunnen worden ervaren (minder dan 15% van de werktijd).

    • Niveaugroep I: In de functie komen geen inconveniënten voor die zich in grote mate voordoen, gedurende een klein deel van de werktijd (tussen 15% en 40% van de werktijd).

    • Niveaugroep II: De functie kenmerkt zich door één belangrijk inconveniënt dan wel een aantal matige inconveniënten, die door hun combinatie een ernstige uitwerking hebben. Deze omstandigheden doen zich regelmatig voor, gedurende een groot deel der werktijd (tussen 40% en 70% van de werktijd).

    • Niveaugroep III: In de functie zijn minstens twee inconveniënten aspecten voor een groot deel der werktijd in ernstige mate van toepassing, dan wel één ernstig inconveniënt vrijwel voortdurend (70% van de werktijd of meer).

  • 3. De in lid 1 bedoelde functies worden ingedeeld in een van de in lid 2 genoemde niveaugroepen, zoals vermeld in bijlage B van deze regeling.

  • 4. De ambtenaar, die tijdelijk gedurende een periode van langer dan 30 dagen een functie uitoefent, waarvoor een hogere inconveniëntentoelage geldt dan voor de eigen functie, ontvangt gedurende de hele periode een toelage gelijk aan het verschil tussen de hogere inconveniëntentoelage en de bij de eigen functie behorende inconveniëntentoelage.

Artikel 18
  • 1. Aan de ambtenaar wiens bezoldiging, als gevolg van het buiten zijn toedoen beëindigen of verminderen van de inconveniëntentoelage een blijvende verlaging ondergaat, wordt een aflopende toelage toegekend, mits hij eerstgenoemde toelage direct voorafgaande aan het tijdstip van vorenbedoelde beëindiging of vermindering ervan, gedurende tenminste 2 jaren zonder wezenlijke onderbreking heeft genoten.

  • 2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt aan de ambtenaar van 60 jaar of ouder, wiens bezoldiging, als gevolg van het buiten zijn toedoen beëindigen of verminderen van de inconveniëntentoelage een blijvende verlaging ondergaat, een blijvende toelage toegekend, mits hij eerstgenoemde toelage, direct voorafgaande aan het tijdstip van vorenbedoelde beëindiging of vermindering daarvan, gedurende ten minste 10 jaren zonder wezenlijke onderbreking heeft genoten.

  • 3. De in het eerste lid bedoelde aflopende toelage gaat, wanneer de ambtenaar de leeftijd van zestig jaar bereikt en hij, onmiddellijk voor de aanvang van de toelage, gedurende tenminste 10 jaren zonder wezenlijke onderbreking een inconveniëntentoelage heeft genoten, over in de blijvende toelage als bedoeld in het vorige lid.

  • 4. Voor de toepassing van de vorige leden wordt onder wezenlijke onderbreking verstaan een onderbreking van langer dan twee maanden.

  • 5. De uitvoering van de bepalingen van dit artikel geschiedt overeenkomstig de door de Minister van Binnenlandse Zaken terzake gestelde nadere regels ingevolge artikel 18 van het BBRA 1984.

  • Ziekte en periodieke salarisverhoging

Artikel 19

Een verhindering wegens ziekte als bedoeld in hoofdstuk 7 van de Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling en Uitwerkingsovereenkomst zal niet van invloed zijn op het tijdstip van toekenning van periodieke salarisverhogingen.

Ziekte en (overgangs)toelage onregelmatige dienst alsmede prestatiebeloning

Artikel 20

De vergoeding toelage onregelmatige dienst, de overgangstoelage onregelmatige dienst, alsmede de prestatiebeloning worden slechts geacht te behoren tot de bezoldiging tot een bedrag dat overeenkomt met hetgeen in de drie kalendermaanden, voorafgaande aan de datum waarop de verhindering tot het vervullen van de betrekking is ontstaan, gemiddeld per maand is toegekend aan die vergoeding of die beloning.

Voor zover de ambtenaar op evenbedoelde datum minder dan drie kalendermaanden zijn betrekking heeft vervuld, wordt gerekend met het bedrag dat hem gemiddeld per maand is toegekend over het tijdvak waarin hij vóór het ontstaan van de verhindering in dienst is geweest.

Onvoorziene gevallen

Artikel 21

Voor gevallen waarin deze verordening niet of niet naar billijkheid voorziet, treffen burgemeester en wethouders een bijzondere regeling.

Slot- en overgangsbepalingen

Artikel 22
  • 1. Deze verordening kan worden aangehaald als "Bezoldigingsverordening 2002".

  • 2. Deze verordening wordt geacht in werking te zijn getreden op de datum van vaststelling.

Artikel 23
  • Met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze verordening vervalt de Bezoldigingsverordening 2000 welke is vastgesteld op 9 december 2000.

    Bergambacht, 15 oktober 2002

    Burgemeester en wethouders voornoemd,

    de secretaris, de burgemeester,

    P.van Willigen mr. J.H. Oosters

Bijlage A (behorende bij de Bezoldigingsverordening 2002)

Betrekkingen waarvoor vast bedrag geldt, als bedoeld in artikel 4.

1.Buitengewoon ambtenaar burgerlijke stand vervallen

Vergoeding geregeld in de Rechtspositieregeling voor de buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand gemeente Bergambacht

2.Bodewerkzaamheden burgerlijke stand een bruto-vergoeding op basis

van 3 uur per huwelijksvoltrekking afgeleid van schaal 4, periodiek 11 van bijlage IIa van de Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling. De vergoeding geldt alleen bij een huwelijksvoltrekking op zaterdag of zondag. Het bedrag wordt verhoogd met een percentage van als bedoeld in artikel 3:2:1 van de Collectieve arbeidsvoorwaar-denregeling.

De reiskosten worden vergoed overeenkomstig de vrijgestelde vergoeding voor de werkelijke kosten van het heen en weer reizen per auto ingevolge de handleiding loonbelasting, premie volksverzekeringen en premies werknemers-verzekeringen.

  • 3.

    Gemeente-geneesheer een bruto-vergoeding per maand op basis van 2 uur afgeleid van schaal 10A, periodiek 11 van bijlage IIa van de Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling.

  • 4.

    Beiaardier een bruto-vergoeding per maand op basis van 15 uur afgeleid van schaal 9, periodiek 11 van bijlage IIa van de Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling.

Bijlage B (behorende bij de Bezoldigingsverordening 2002)

Toelage beschikbaarheids- en bereikbaarheidsdienst als bedoeld in artikel 16.

Storingsdienst riolering

De ambtenaar, op wie de verplichting rust zich buiten de voor hem geldende werktijden ter beschikking te houden ten behoeve van de storingsdienst gemeentelijke riolering, heeft aanspraak op een vergoeding.

De vergoeding bedraagt 8% van het 1/156 gedeelte van het salaris per maand voor elk uur, waarin de ambtenaar zich ter beschikking moet houden, voor zover deze uren vallen op een zondag, nieuwjaarsdag, tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, tweede Pinksterdag, de beide Kerstdagen, Koninginnedag alsmede de lokaal vastgestelde feestdagen Goede Vrijdag en Bevrijdingsdag. De vergoeding bedraagt 5% van het 1/156 gedeelte van het salaris per maand voor elk uur, indien de ambtenaar zich ter beschikking moet houden op andere dagen. De uitbetaling heeft zo spoedig mogelijk plaats.

Toelage gladheidbestrijding

De ambtenaar, op wie de verplichting rust zich buiten de voor hem geldende werktijden ter beschikking te houden ten behoeve van de gladheidbestrijding, heeft aanspraak op een toelage van € 100,-- bruto per week. (peildatum 1 mei 2001). Deze toelage wordt aangepast met het percentage van de generieke salarisverhoging waarmee ook de salaristabel gemeenteambtenaren stijgt.

Bijlage C (behorende bij de Bezoldigingsverordening 2002)

Toelage inconveniënten als bedoeld in artikel 17.

Niveaugroep I een bruto-vergoeding per maand op basis van 2 uur afgeleid van schaal 5, periodiek 11 van bijlage IIa van de Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling.

Niveaugroep II een bruto-vergoeding per maand op basis van 4 uur afgeleid van schaal 5, periodiek 11 van bijlage IIa van de Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling.

Niveaugroep III en bruto-vergoeding per maand op basis van 10 uur afgeleid van schaal 5, periodiek 11 van bijlage IIa van de Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling.