| Overheidsorganisatie | Gemeente De Bilt |
|---|---|
| Officiële naam regeling | Gedragscode politieke ambtsdragers De Bilt 2010 |
| Citeertitel | Gedragscode politieke ambtsdragers De Bilt 2010 |
| Vastgesteld door | gemeenteraad |
| Onderwerp | algemeen |
| Eigen onderwerp |
Met de inwerkingtreding van deze regeling wordt de Gedragscode gemeentebestuur De Bilt 2004 ingetrokken.
Artikel 15, derde lid, 41c, tweede lid en 69, tweede lid Gemeentewet
1.Geen
| Datum inwerking- treding | Terugwerkende kracht t/m | Datum uitwerking- treding | Betreft | Datum ondertekening Bron bekendmaking | Kenmerk voorstel |
|---|---|---|---|---|---|
| 01-04-2010 | nieuwe regeling | 18-02-2010 Biltbuis 10-03-2010 | rv26-01-2010 |
De raad van de gemeente De Bilt;
gelezen het voorstel van de voorzitter van de raad en de griffier d.d. 26 januari 2010;
gelet op artikel 15, derde lid, 41c, tweede lid en 69, tweede lid Gemeentewet;
B E S L U I T:
vast te stellen de navolgende:
1. Deze gedragscode verstaat onder:
2. Onder raadslid wordt ook het commissielid als bedoeld in de Verordening op de raadscommissies verstaan.
1. Deze gedragscode geldt voor de leden van de raad, het college en de burgemeester.
2. In gevallen waarin de code niet voorziet of waarbij de toepassing niet eenduidig is, vindt bespreking plaats in het college voor wat betreft aangelegenheden aangaande het college, respectievelijk vindt bespreking plaats in het seniorenconvent voor wat betreft aangelegenheden aangaande de raad.
1. De code is openbaar en door derden te raadplegen.
2. De leden van het college en de leden van de raad ontvangen bij hun aantreden een exemplaar van de code.
Een politieke ambtsdrager doet opgave van zijn financiële belangen in ondernemingen en organisaties waarmee de gemeente zakelijke betrekkingen onderhoudt. De opgave is openbaar en door derden te raadplegen.
1. Bij privaat-publieke samenwerkingsrelaties voorkomt de politieke ambtsdrager (de schijn van) bevoordeling in strijd met eerlijke concurrentieverhoudingen.
2. Een voormalig politieke ambtsdrager wordt het eerste jaar na de beëindiging van zijn ambtstermijn uitgesloten van het tegen beloning verrichten van werkzaamheden voor de gemeente.
3. Een politieke ambtsdrager die familie- of vriendschapsbetrekkingen of anderszins persoonlijke betrekkingen heeft met een aanbieder van diensten aan de gemeente, onthoudt zich van deelname aan de besluitvorming over de betreffende opdracht.
4. Een politieke ambtsdrager neemt van een aanbieder van diensten aan de gemeente geen faciliteiten of diensten aan die zijn onafhankelijke positie ten opzichte van de aanbieder kan beïnvloeden.
1. Een politieke ambtsdrager vervult geen nevenfuncties waarbij strijdigheid is of kan zijn met het belang van de gemeente.
2. Een politieke ambtsdrager maakt melding van al zijn nevenfuncties waarbij tevens wordt aangegeven of de functie wel of niet bezoldigd is. Deze gegevens worden openbaar gemaakt.
3. De kosten die een politieke ambtsdrager maakt in verband met een nevenfunctie uit hoofde van het ambt (q.q.-nevenfunctie), worden vergoed door de instantie waar de nevenfunctie wordt uitgeoefend.
4. Een politieke ambtsdrager die een nevenfunctie wil vervullen anders dan uit hoofde van het ambt, bespreekt dit voornemen in het seniorenconvent wanner hij raadslid is, respectievelijk het college wanneer hij collegelid is. Daarbij komt tevens aan de orde hoe wordt gehandeld met betrekking tot eventuele vergoedingen en de te maken kosten.
1. Een politieke ambtsdrager gaat zorgvuldig en correct om met informatie waarover hij uit hoofde van zijn ambt beschikt. Hij verstrekt geen geheime informatie.
2. Een politieke ambtsdrager houdt geen informatie achter, tenzij deze geheim of vertrouwelijk is en het niet geven van informatie mogelijk is op grond van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur.
3. Een politieke ambtsdrager maakt niet ten eigen bate of van zijn persoonlijke betrekkingen gebruik van in de uitoefening van het ambt verkregen informatie.
3.Geschenken en giften worden niet op het huisadres ontvangen. Indien dit toch is gebeurd, wordt dit gemeld in het seniorenconvent wanneer de ontvanger raadslid is, respectievelijk het college wanneer de ontvanger collegelid is. Het seniorenconvent, respectievelijk het college neemt een besluit over de bestemming van het geschenk.
1. Uitgaven worden uitsluitend vergoed als de hoogte en de functionaliteit ervan kunnen worden aangetoond, zulks ter beoordeling van de griffier wanneer het een raadslid betreft, respectievelijk de gemeentesecretaris wanneer het een collegelid betreft.
2. Ter bepaling van de functionaliteit van bestuurlijke uitgaven worden de volgende criteria gehanteerd:
1. De politieke ambtsdrager declareert geen kosten die reeds op andere wijze worden vergoed.
2. Declaraties worden afgewikkeld volgens de declaratierichtlijnen voor politieke ambtsdragers die door het college worden vastgesteld.
3. De griffier respectievelijk de gemeentesecretaris is verantwoordelijk voor een deugdelijke administratieve afhandeling en registratie van declaraties. Declaraties van politieke ambtsdragers worden administratief afgehandeld door een daartoe aangewezen ambtenaar.
4. In geval van twijfel omtrent een declaratie, wordt deze voorgelegd aan de burgemeester. Zonodig wordt de declaratie ter besluitvorming aan het seniorenconvent, respectievelijk het college voorgelegd.
Gebruik van gemeentelijke eigendommen of voorzieningen voor privé-doeleinden is niet toegestaan.
1. Een politieke ambtsdrager die het voornemen heeft een buitenlandse reis te maken, heeft toestemming nodig van de gemeenteraad, respectievelijk het college. De gemeenteraad wordt van het besluit van het college op de hoogte gesteld.
2. Een politieke ambtsdrager die het voornemen van een reis meldt, verschaft informatie over het doel van de reis, de bijbehorende beleidsoverwegingen, de samenstelling van het gezelschap en de geraamde kosten.
3. Uitnodigingen voor reizen, werkbezoeken en dergelijke op kosten van derden worden altijd besproken in de gemeenteraad wanneer het een raadslid betreft, respectievelijk het college wanneer het een collegelid betreft. Uitnodigingen voor reizen, werkbezoeken en dergelijke op kosten van derden worden onder meer getoetst op het risico van belangenverstrengeling. Het gemeentelijk belang van de reis is doorslaggevend voor de besluitvorming.
4. Van de reis wordt een verslag opgesteld. Buitenlandse reizen worden vermeld in een jaarverslag.
5. Het ten laste van de gemeente meereizen van de partner van een politieke ambtsdrager is uitsluitend toegestaan wanneer dit gebeurt op uitnodiging van de ontvangende partij en het belang van de gemeente daarmee gediend is. Het meereizen van de partner wordt bij de besluitvorming van de gemeenteraad, respectievelijk het college betrokken.
6. Het anderszins meereizen van derden op kosten van de gemeente is niet toegestaan. Het meereizen van derden op eigen kosten is toegestaan en wordt in dat geval bij de besluitvorming van de gemeenteraad, respectievelijk het college betrokken.
7. Het verlengen van een buitenlandse dienstreis voor privé-doeleinden is toegestaan, mits dit is betrokken bij de besluitvorming van de gemeenteraad, respectievelijk het college. De extra reis- en verblijfkosten komen volledig voor rekening van de politieke ambtsdrager.
8. De in verband met de buitenlandse dienstreis gedane functionele uitgaven worden vergoed conform de geldende regelingen. Uitgaven worden vergoed voorzover zij redelijk en verantwoord worden geacht.
1. Het college stelt voor het personeel een gedragscode vast.
2. De medewerkers van de griffie vallen onder de gedragscode voor het personeel van de gemeente De Bilt, waarbij voor hen het seniorenconvent bevoegd is.
Deze regeling kan worden aangehaald als Gedragscode politieke ambtsdragers De Bilt 2010.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van 18 februari 2010.
de griffier, de voorzitter,
mr.drs. J.L. van Berkel A.J. Gerritsen Toelichting
Het doel van deze gedragscode is om politieke ambtsdragers een houvast te bieden bij het bepalen van normen omtrent de integriteit van het bestuur. De code bevat regels zowel voor het bestuursorgaan in zijn geheel als voor politieke ambtsdragers afzonderlijk. Onder politieke ambtsdragers worden primair verstaan burgemeester en wethouders en raadsleden.
De code geeft niet per definitie regels die rechtskracht hebben, maar heeft vooral bestuurlijke en politieke relevantie. Politieke ambtsdragers zijn op de naleving van gedragscodes aanspreekbaar en wanneer zij zich er niet aan houden kan dat gevolgen hebben voor hun functioneren en voor hun positie.
De code bevat zowel normen over hoe in een bepaalde situatie te handelen als regels over procedures die moeten worden gevolgd. Procedure-afspraken kunnen een onlosmakelijk onderdeel zijn van een gedragsregel en de transparantie en daarmee de controleerbaarheid vergroten.
De code bestaat uit twee onderdelen. Deel I beschrijft een aantal kernbegrippen van integriteit en plaatst daarmee het vraagstuk in een breder kader. Zij vormen als het ware de algemene uitgangspunten voor de gedragscode. De gehanteerde begrippen zijn in dezelfde of soms iets andere bewoordingen in de publicatie terug te vinden.
Deel II bevat de feitelijke gedragsregels, waarbij een aantal thema's wordt onderscheiden: