| Overheidsorganisatie | Gemeente De Bilt |
|---|---|
| Officiële naam regeling | Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen Brandenburg en Westbroek |
| Citeertitel | Beheersverordening begraafplaatsen Brandenburg en Westbroek |
| Vastgesteld door | gemeenteraad |
| Onderwerp | algemeen |
| Eigen onderwerp |
Met inwerkingtreding van deze verordening vervallen de volgende verordeningen:
1.Nadere regels begraafplaatsen Brandenburg en Westbroek 2003.
| Datum inwerking- treding | Terugwerkende kracht t/m | Datum uitwerking- treding | Betreft | Datum ondertekening Bron bekendmaking | Kenmerk voorstel |
|---|---|---|---|---|---|
| 01-01-2003 | 17-02-2011 | nieuwe regeling | 31-10-2002 Biltbuis 14-11-2002 | rv15-10-2002 |
De raad van de gemeente De Bilt;
gelezen het voorstel van het college d.d. 15 oktober 2002;
gelet op de artikelen 35 en 90 van de Wet op de lijkbezorging en artikel 149 van de Gemeentewet;
overwegende dat het gewenst is om regels vast te stellen voor het gebruik en beheer van de gemeentelijke begraafplaatsen;
besluit:
vast te stellen de volgende
Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen Brandenburg en Westbroek
Deze verordening verstaat onder:
a begraafplaatsen:
b eigen graf: een graf, grafkelder daaronder begrepen, waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:
c algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin aan een ieder gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van lijken;
d eigen urnengraf: een graf van ca. 40 x 40 centimeter (lengte x breedte), dat uitsluitend bedoeld is voor het bijzetten van asbussen met of zonder urnen en waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;
e urnentuin: ruimte voor het doen oprichten van eigen urnengraven op de begraafplaats Westbroek;
f urn: een voorwerp ter berging van één of meer asbussen;
g asbus: een bus ter berging van as van een overledene;
h grafbedekking: gedenkteken en grafbeplanting op een graf of gedenkplaats;
i eigen gedenkplaats: een plaats ingericht om overledenen te gedenken, waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het gedenken van één of meer overledenen;
j beheerder: de door de burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaar die belast is met de dagelijkse leiding van de desbetreffende begraafplaats, waarbij voor de twee gemeentelijke begraafplaatsen eventueel afzonderlijke beheerders kunnen worden aangewezen;
k rechthebbende: de rechthebbende op een eigen graf, of een eigen urnengraf of een eigen gedenkplaats;
l lijk: het stoffelijk overschot van een overleden mens of doodgeborene.
Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt, voor zover van belang en voor zover uit de context niet anders blijkt onder ‘eigen graf’ mede verstaan: eigen urnengraf, of eigen gedenkplaats.
1 De begraafplaatsen zijn voor een ieder dagelijks toegankelijk van 8.00 uur tot één uur na zonsondergang.
a elders dan op de daartoe aangewezen rijwegen. Motorrijtuigen zijn buiten de rijwegen (slechts) toegestaan voor begrafenissen of voor het vervoer van materialen;
b sneller dan 10 km per uur.
1 Dodenherdenkingen, onthullingen van gedenktekens en dergelijke plechtigheden op een begraafplaats moeten vijf dagen tevoren worden gemeld aan de beheerder onder opgave van datum en uur van de plechtigheid en de wijze waarop de plechtigheid zal plaatsvinden.
2 De deelnemers aan de plechtigheid, bedoeld in het eerste lid moeten zich in het belang van de orde, rust en netheid houden aan de aanwijzingen van de beheerder.
1 Het opgraven van lijken en het ruimen van graven is slechts toegestaan indien daarbij geen andere personen aanwezig zijn dan degenen die met deze werkzaamheden zijn belast.
2 Burgemeester en wethouders kunnen van het bepaalde in het eerste lid ontheffing verlenen.
1 Degene, die wil doen begraven, as wil doen bijzetten of as wil doen verstrooien, geeft daarvan zo spoedig mogelijk kennis aan de beheerder, doch niet later dan 36 uur na overlijden. Indien de burgemeester toestemming heeft gegeven om het stoffelijk overschot binnen 36 uur na het overlijden te begraven moet de kennisgeving aan de beheerder zo spoedig mogelijk worden gedaan.
2 Het lijk, dan wel het omhulsel, dan wel de asbus of urn, moet zijn voorzien van een duurzaam identiteitskenmerk. De gegevens van dit kenmerk moeten overeenstemmen met de administratie van de begraafplaats.
3 Het openen van een graf ter begraving of voor het bezorgen van as, en het daarna sluiten van een graf, alsmede het bedienen van de hulpmiddelen mag uitsluitend geschieden door het personeel van de begraafplaats op aanwijzing en onder toezicht van de beheerder. De nabestaanden kunnen deze werkzaamheden onder toezicht van de beheerder geheel of gedeeltelijk zelf verrichten indien zij hun wens daartoe uiterlijk 36 uur na het overlijden schriftelijk aan de beheerder hebben kenbaar gemaakt. Zij dienen bij deze werkzaamheden aanwijzingen van de beheerder op te volgen.
1 Het gebruik van de op de begraafplaats Brandenburg aanwezige aula, alsmede van de muziekinstallatie of het orgel moet uiterlijk 36 uur na het overlijden worden aangevraagd bij de beheerder.
2 De aula, de muziekinstallatie en het orgel staan voor iedere plechtigheid gedurende een per keer vooraf te bepalen tijdsduur ter beschikking van de aanvrager.
1 Begraving mag slechts geschieden indien van tevoren het verlof tot begraven is overlegd aan de beheerder.
2 Indien de begraving of de bezorging van as in een eigen graf zal plaatsvinden, dient een machtiging daartoe aan de beheerder te worden overlegd ondertekend door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door degene die in de uitvaart voorziet.
3 Begraving of bijzetting in een eigen graf waarvan de uitgiftetermijn binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn met een zodanige periode dat de alsdan resterende uitgiftetermijn ten minste gelijk is aan de wettelijke minimum grafrusttermijn. De verlenging dient te worden aangevraagd door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door een van de andere personen, genoemd in artikel 18, tweede lid.
4 De in het vorige lid bedoelde periode van verlenging wordt naar boven toe afgerond op gehele jaren.
5 De beheerder onderzoekt de genoegzaamheid van de overgelegde stukken.
a een afschrift van een rapport waaruit blijkt dat de gebruikte hoes voldoet aan de normen van het Lijkomhulselbesluit 1998;
b een bewijs dat de betreffende hoes is aangekocht.
4Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in de vorige leden.
1De tijd van begraven en het bezorgen van as is:
Op maandag tot en met donderdag van 9.00 tot 15.00 uur;
Op vrijdag van 9.00 tot 14.00 uur;
Op zaterdag van 9.00 tot 12.00 uur.
1Op de gemeentelijke begraafplaats Brandenburg kunnen worden uitgegeven:
a eigen graven;
b eigen gedenkplaatsen.
2Op de gemeentelijke begraafplaats Westbroek kunnen worden uitgegeven:
a eigen graven;
b eigen gedenkplaatsen;
c eigen urnengraven, welke uitsluitend mogen worden opgericht op de daarvoor speciaal bedoelde urnentuin, een en ander voor zover die tuin daartoe nog ruimte biedt.
1De algemene graven worden onderverdeeld in:
a algemene graven waarin gelegenheid wordt gegeven voor het begraven van lijken gedurende een periode van 10 jaar;
b algemene graven waarin gelegenheid wordt gegeven voor het begraven van lijken gedurende een periode van 25 jaar.
1 De eigen graven worden slechts voor directe begraving en in volgorde van ligging uitgegeven.
2 Burgemeester en wethouders kunnen een eigen graf toewijzen anders dan voor directe begraving en buiten de volgorde van uitgifte, indien dit wegens de situatie op de betreffende begraafplaats niet bezwaarlijk is.
1 Burgemeester en wethouders kunnen bij nader vast te stellen regels de algemene en eigen graven verder onderverdelen in categorieën. Zij bepalen voor de verschillende categorieën de situering en oppervlakte.
2 Het bepaalde in artikel 12, vijfde lid, is overeenkomstig van toepassing.
1 Burgemeester en wethouders verlenen, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de betreffende begraafplaats zulks toelaat, op een daartoe bij hen schriftelijk in te dienen aanvraag, voor de tijd van twintig jaar of voor onbepaalde tijd het recht op een eigen graf. De termijn begint te lopen op de datum waarop het eigen graf is uitgegeven.
2 Het in het eerste lid van dit artikel bedoelde recht voor de tijd van twintig jaar wordt op aanvraag van de rechthebbende verlengd telkens met een termijn van tien jaren, mits de aanvraag vóór het verstrijken van de lopende termijn wordt ingediend.
3 Een recht als in dit artikel bedoeld, kan slechts aan één rechthebbende worden verleend ten behoeve van zichzelf en voor de personen genoemd in artikel 18, eerste lid. Verlening van het recht ten behoeve van een ander is slechts mogelijk indien daarvoor gewichtige redenen bestaan.
1 Burgemeester en wethouders kunnen aan de rechthebbende op een eigen graf, dat voor onbepaalde tijd is uitgegeven, vergunning verlenen tot het daarin voor eigen rekening doen aanbrengen van een grafkelder overeenkomstig de door hen aan de vergunning te verbinden voorschriften.
2 De bovenkant van een grafkelder mag niet meer dan 0.50 meter boven het maaiveld uitkomen.
1 Het recht op een eigen graf kan op aanvraag van de rechthebbende worden overgeschreven ten name van de echtgenoot of levenspartner dan wel een bloedverwant of aanverwant tot en met de derde graad. Overschrijving op verzoek van de rechthebbende ten name van een ander dan de vorengenoemde personen is slechts mogelijk, indien daarvoor gewichtige redenen bestaan.
2 Na het overlijden van de rechthebbende kan het eigen graf worden overgeschreven op naam van de echtgenoot of levenspartner dan wel een bloed- of aanverwant tot en met de derde graad, mits de aanvraag hiertoe wordt gedaan binnen één jaar na het overlijden van de rechthebbende. Overschrijving ten name van een ander dan de in de vorige zin bedoelde personen is slechts mogelijk, indien daarvoor gewichtige redenen bestaan.
3 Indien na het overlijden van de rechthebbende de aanvraag tot overschrijving aan burgemeester en wethouders niet wordt gedaan binnen de in het tweede lid van dit artikel gestelde termijn, zijn burgemeester en wethouders bevoegd het recht op het eigen graf te doen vervallen.
4 Na het verstrijken van de in het tweede lid genoemde termijn van een jaar kunnen burgemeester en wethouders het eigen graf alsnog op naam stellen van een nieuwe rechthebbende, tenzij dit recht betrekking heeft op een eigen graf dat inmiddels is geruimd.
Zonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding kan de rechthebbende schriftelijk afstand doen ten behoeve van de gemeente van het recht op het eigen graf. De ontvangst van een dergelijke verklaring wordt schriftelijk aan de rechthebbende bevestigd.
1 Op aanvraag van de rechthebbende kunnen burgemeester en wethouders een graf gesloten verklaren. Gedurende de tijd dat een graf gesloten is, mag daarop geen andere grafbedekking worden geplaatst en mag daarin geen andere begraving plaatshebben, of asbus worden bijgezet, dan wel as verstrooid dan die van de stoffelijke overschotten van de personen die de rechthebbende in zijn aanvraag met name heeft genoemd.
2 Burgemeester en wethouders bepalen in overleg met de rechthebbende de periode waarvoor de in het eerste lid bedoelde sluiting zal geschieden. Zij stellen de bijzondere voorwaarden vast, waaraan moet zijn voldaan alvorens het graf gesloten wordt verklaard.
a niet voldaan wordt aan de door hen vastgestelde nadere regels;
b de grafbedekking afbreuk doet aan het aanzien van de begraafplaats;
c de duurzaamheid van de materialen onvoldoende is;
d de constructie van de grafbedekking ondeugdelijk is.
5Grafbedekking wordt geacht voor rekening en risico van de rechthebbende op het eigen graf of de aanvrager van een algemeen graf te zijn aangebracht. Schade als gevolg van brand, vandalisme, vorst, wateroverlast, storm, dieren en andere van buiten komende oorzaken, of ontstaan door het weghalen en terugplaatsen van een gedenkteken ten behoeve van een bijzetting, en eventuele gevolgschade voor derden is voor rekening van de rechthebbende of aanvrager.
Niet-blijvende beplantingen op een graf die in een verwaarloosde staat verkeren kunnen door de beheerder worden verwijderd zonder dat aanspraak gemaakt kan worden op schadevergoeding. Losse bloemen, planten, kransen en dergelijke kunnen, wanneer zij verwelkt zijn, door de beheerder worden verwijderd. Linten, siervazen en dergelijke voorwerpen worden gedurende twaalf weken ter beschikking gehouden van de rechthebbende indien deze daartoe tevoren een mondelinge of schriftelijke aanvrage heeft ingediend bij de beheerder.
a geen verzoek op grond van het derde lid is ingediend en de termijn waarbinnen dit verzoek had kunnen worden ingediend is verstreken;
b de grafbedekking niet binnen twaalf weken nadat deze van het graf is verwijderd, is afgehaald.
1 De rechthebbende is verplicht de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen.
2 Indien hij nalaat de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen, kunnen burgemeester en wethouders de hiervoor in aanmerking komende voorwerpen of zo nodig de gehele grafbedekking doen verwijderen. Het verwijderde blijft gedurende twaalf weken ter beschikking van de rechthebbende en vervalt daarna aan de gemeente, zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht is.
3 Verwijderde beplanting wordt, in afwijking van het bepaalde in het tweede lid, direct vernietigd, zonder dat aanspraak op vergoeding kan worden gemaakt.
4 De verwijdering vindt niet plaats dan nadat de rechthebbende behoorlijk per brief is opgeroepen om te worden ingelicht over de toestand van de grafbedekking. De oproeping geschiedt door mededeling op het mededelingenbord op de begraafplaats als het adres van de rechthebbende niet bekend is. Bij het graf wordt een verwijzing naar de mededeling aangebracht.
Burgemeester en wethouders voorzien in het schoonhouden van het gedenkteken en in de zorg voor de winterharde beplantingen. Het hiervoor verschuldigde tarief zal bij afzonderlijke verordening worden vastgesteld. Bij eventuele verzakkingen van het gedenkteken zal de rechthebbende in kennis worden gesteld, op de in artikel 24, vierde lid, bedoelde wijze.
Nabestaanden van een overledene waarvan een asbus al of niet met een urn is bijgezet in een algemeen graf kunnen bij burgemeester en wethouders een aanvraag indienen om deze ter beschikking te houden voor herbegraving of verstrooiing elders.
4De rechthebbende op een eigen graf, kan bij burgemeester en wethouders een aanvraag indienen om de overblijfselen te doen verzamelen om deze wederom in dezelfde grafruimte te doen plaatsen dan wel om deze elders opnieuw te doen begraven in een door rechthebbende ter beschikking gestelde kist.
De rechthebbende op een urnengraf kan bij burgemeester en wethouders een aanvraag indienen de asbus gedurende een termijn van maximaal twaalf weken ter beschikking te houden om elders bij te zetten of om de as te doen verstrooien.
1 Het bepaalde in dit artikel is uitsluitend van toepassing indien een deel van de begraafplaats, overeenkomstig het bepaalde in artikel 39 van de Wet op de lijkbezorging, ter beschikking is gesteld van een kerkgenootschap.
2 Burgemeester en wethouders kunnen na overleg met het bestuur van het kerkgenootschap ten aanzien van de openstelling van het gedeelte, de indeling van de graven, de onderverdeling van graven in categorieën en de eisen voor de grafbedekking op het ter beschikking van het kerkgenootschap gestelde deel van de begraafplaats nadere regels stellen die afwijken van het bepaalde in artikel 3, eerste lid, of van de krachtens artikel 12, derde en vierde lid, artikel 15 en 21, tweede lid gestelde nadere regels.
3 Het bestuur van het kerkgenootschap kan burgemeester en wethouders schriftelijk verzoeken hem er schriftelijk van in kennis te stellen dat er onderhoud of herstel door de rechthebbende nodig is van de grafbedekking op een of meer graven op het deel van de begraafplaats dat aan het kerkgenootschap ter beschikking is gesteld.
4 Op grond van het in het tweede lid genoemde verzoek stellen burgemeester en wethouders het bestuur van het kerkgenootschap schriftelijk in kennis dat de grafbedekking van een of meer graven onderhoud en herstel behoeft. De kennisgeving laat de bevoegdheid van burgemeester en wethouders onverlet om de rechthebbende op de graven ervan in kennis te stellen dat de grafbedekking moet worden onderhouden of hersteld.
1 Burgemeester en wethouders houden een lijst bij van graven die van historische betekenis of van plaatselijk belang zijn of waarvan de grafbedekking een opvallende kwaliteit heeft.
2 Alvorens tot ruiming van graven wordt overgegaan onderzoeken burgemeester en wethouders of er graven zijn die in aanmerking komen op de lijst te worden bijgeschreven.
3 De gemeenteraad beslist over het ruimen van graven en het verwijderen van grafbedekkingen die op de in het eerste lid bedoelde lijst staan.
1 Burgemeester en wethouders kunnen voorschriften vaststellen voor het register van de begraven lijken en de bezorgde as.
2 Het register wordt bijgehouden door de beheerder.
De rechten en verplichtingen met betrekking tot eigen graven die voortvloeien uit één van de ingevolge artikel 32 vervallen verklaarde verordeningen, worden geacht ingevolge deze verordening te zijn ontstaan, met dien verstande dat de termijn waarvoor graven zijn uitgegeven hierdoor niet wordt verlengd of verkort.
Hij die handelt in strijd met de artikelen 3, 4 of 10 wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie.
a De Beheersverordening gemeentelijke begraafplaats Maartensdijk 1998, zoals vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de voormalige gemeente Maartensdijk d.d. 2 juli 1998;
b De Beheersverordening gemeentelijke begraafplaats Brandenburg 1995, zoals vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de voormalige gemeente De Bilt d.d. 30 maart 1995.
Deze verordening kan worden aangehaald als: Beheersverordening begraafplaatsen Brandenburg en Westbroek.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 31 oktober 2002
| De voorzitter, | De secretaris, |
| mr A. Tchernoff | mr. O. Pol |