Verordening Provinciale Commissie Verkeer- en Vervoerberaad Drenthe

Geldend van 14-06-2001 t/m heden

Intitulé

Verordening Provinciale Commissie Verkeer- en Vervoerberaad Drenthe

Inhoud

Artikel 1, Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

-     besluit: besluit van 22 oktober 1994, houdende vaststelling van regels inzake een tijdelijke doeluitkering aan provincies als bijdrage in de kosten van de uitvoering van het regionaal verkeersveiligheidsbeleid;

-     Verkeer- en Vervoerberaad: het Verkeer- en Vervoerberaad als bedoeld in artikel 13 van de Planwet verkeer en vervoer;

-     portefeuillehouder: het lid van het college van burgemeester en wethouders belast met verkeer en vervoer in een Drentse gemeente;

-     gedeputeerde: de door het college van gedeputeerde staten van Drenthe aangewezen gedeputeerde belast met verkeer en vervoer.

Artikel 2, Instelling Provinciale Commissie Verkeer- en Vervoerberaad

Drenthe

Met ingang van 1 juli 2001 wordt ingesteld een Provinciale Commissie Verkeer- en Vervoerberaad Drenthe, hierna te noemen "de Commissie".

Artikel 3, Taken en bevoegdheden

1.   De Commissie zal fungeren als het Verkeer- en Vervoerberaad als bedoeld in artikel 13 van de Planwet verkeer en vervoer en zal belast zijn met de uitvoering van het regionaal verkeersveiligheidsbeleid zoals bedoeld in het besluit.

2.   De Commissie kan het provinciaal bestuur en de besturen van de Drentse gemeenten gevraagd en ongevraagd van advies dienen met betrekking tot:

a.   de planvorming op het gebied van verkeer en vervoer;

b.   het openbaar vervoer;

c.   de verkeersveiligheid en de fysieke infrastructuur.

3.   De Commissie kan bij de uitvoering van haar taken werkgroepen in het leven roepen.

4.   De Commissie stelt jaarlijks een werkplan op met betrekking tot de verkeersveiligheid dat vóór 1 januari van het desbetreffende begrotingsjaar ter kennisneming aan gedeputeerde staten en provinciale staten wordt aangeboden.

     In het werkplan staat beschreven welke doelen de Commissie nastreeft en op welke wijze de Commissie het geraamde budget zal aanwenden ter bereiking van die doelen.

5.   De bevoegdheden van provinciale staten en gedeputeerde staten met betrekking tot het toekennen van subsidies genoemd in het besluit worden aan de Commissie overgedragen, met dien verstande dat de bepalingen van de geldende provinciale subsidieverordening, voor zover van toepassing, moeten worden nageleefd.

6.   De Commissie heeft de bevoegdheid zelfstandig opdrachten te verstrekken tot het leveren van goederen en diensten door derden en kan deze bevoegdheid overdragen tot en met een bedrag van € 25.000,-- (inclusief BTW) per opdracht aan de voorzitter van de Commissie en tot en met € 2.500,-- (inclusief BTW) per opdracht aan de secretaris van de Commissie.

     Bij de opdrachten aan derden tot het leveren van goederen en het verrichten van diensten dienen de regels en procedures die bij de provincie Drenthe op dit gebied zijn vastgesteld in acht te worden genomen.

7.   De Commissie is gehouden aan de begrotingsprocedure die bij de provincie Drenthe wordt gehanteerd.

8.   Na vaststelling van de provinciale begroting en eventuele begrotingswijzigingen door provinciale staten heeft de Commissie de bevoegdheid tot besteding van maximaal de door de staten van Drenthe voor de desbetreffende prestatie in de provinciale begroting uitgetrokken gelden voor het begrotingsjaar.

9.   De besteding door de Commissie van de gelden die op grond van het besluit aan de provincie worden uitgekeerd, vindt eerst plaats na advisering door de in artikel 6 genoemde adviesgroep.

10. De Commissie heeft het recht tot onderlinge verschuivingen in de werkplanbegroting binnen de doelstelling. Een besluit daartoe wordt zo spoedig mogelijk aan gedeputeerde staten medegedeeld.

11. De Commissie beslist op bezwaarschriften die op grond van artikel 6:4, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht tegen haar besluiten worden ingediend.

12. Op de behandeling van een bezwaarschrift is de Verordening inzake de behandeling van bezwaarschriften ingevolge de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.

Artikel 4, Wet op de ondernemingsraden

Voor zover de uitvoering van taken en bevoegdheden, als bedoeld in artikel 3, betrekking heeft of kan hebben op onderwerpen waaromtrent op grond van het gestelde in de hoofdstukken IV, IVA en IVB van de Wet op de ondernemingsraden het advies of de instemming van, dan wel overleg met de Ondernemingsraad van de provincie Drenthe is vereist, draagt de voorzitter van de Commissie er zorg voor dat het voorgenomen besluit tijdig wordt toegezonden aan de griffier der staten van Drenthe met het verzoek het voorgenomen besluit ter advisering, instemming dan wel overleg voor te leggen aan de Ondernemingsraad van de provincie Drenthe, in afwachting waarvan niet tot definitieve vaststelling van het besluit wordt overgegaan.

Artikel 5, Samenstelling

1.   De gedeputeerde is lid en voorzitter van de Commissie.

2.   Naast de voorzitter zijn lid van de Commissie de portefeuillehouders verkeer en vervoer van de gemeenten in Drenthe en de hoofdingenieur-directeur van Rijkswaterstaat, Directie Noord-Nederland.

3.   De bestuurlijke leden van de Commissie kunnen zich door hun bestuurlijke plaatsvervanger laten vertegenwoordigen in de Commissie. In voorkomende gevallen is ambtelijke vervanging mogelijk.

     De hoofdingenieur-directeur van Rijkswaterstaat, Directie Noord-Nederland, kan zich laten vertegenwoordigen door zijn formele plaatsvervanger.

4.   Andere personen of organisaties kunnen aan het overleg deelnemen op uitnodiging van de Commissie.

Artikel 6, Adviesgroep

1.   De Commissie wordt bij haar werkzaamheden ondersteund door de adviesgroep Duurzaam Veilig Drenthe.

2.   Ten minste de huidige, niet het openbaar bestuur vertegenwoordigende, leden van het Regionaal Orgaan Verkeersveiligheid Drenthe en van het Provinciaal Overleg Verkeer en Vervoer Drenthe participeren, voor wat betreft verkeers- en vervoersaangelegenheden, in de adviesgroep genoemd in het vorige lid. Daarnaast zullen ambtelijke vertegenwoordigers van de gemeenten, het Rijk en de provincie zitting nemen in deze adviesgroep.

3.   De Commissie stelt regels omtrent hun werkwijze.

Artikel 7, Stemverhouding

1.   Het stemrecht ten aanzien van alle besluiten die door de Commissie worden genomen is voorbehouden aan de leden van de Commissie en hun bestuurlijke/

formele plaatsvervangers.

2.   Een stemming van de Commissie is slechts geldig indien ten minste 8 leden van de Commissie c.q. hun bestuurlijke plaatsvervangers daaraan hebben deelgenomen.

3.   Voor het totstandkomen van een besluit bij stemming is de volstrekte meerderheid vereist van hen die een stem hebben uitgebracht.

4.   Tenzij de Commissie voltallig is, wordt bij staking van stemmen het nemen van een besluit uitgesteld tot een volgende vergadering.

5.   Indien de stemmen staken in een voltallige vergadering of in een ingevolge het vierde lid opnieuw belegde vergadering, is het voorstel niet aangenomen.

6.   De adviezen van de Commissie worden uitgebracht overeenkomstig het gevoelen van de meerderheid van haar leden.

7.   Op verzoek van de leden die ter vergadering een standpunt hebben ingebracht dat afwijkt van het gevoelen van de meerderheid, wordt dat standpunt in het advies vermeld. De leden kunnen omtrent een zodanig standpunt een afzonderlijke nota bij het advies voegen.

Artikel 8, Werkwijze

De Commissie vergadert ten minste 2 keer per jaar en zo vaak de voorzitter dat

nodig oordeelt of een lid van de Commissie hem daarom heeft verzocht.

Artikel 9, Secretariaat

Door de griffier wordt voorzien in de functie van de secretaris van de Commissie en de adviesgroep.

Artikel 10, Openbaarheid

1.   De vergaderingen van de Commissie worden in het openbaar gehouden.

2.   De voorzitter brengt dag, tijdstip en plaats van de vergadering ter openbare kennis. De agenda met bijbehorende stukken wordt op een bij de openbaarmaking aan te geven wijze ter inzage gelegd.

3.   Op verzoek van een of meer leden van de Commissie of indien de voorzitter het nodig oordeelt sluit de vergadering de deuren.

4.   De Commissie beslist vervolgens of met gesloten deuren zal worden vergaderd.

5.   Van een vergadering met gesloten deuren wordt een afzonderlijk verslag opgemaakt dat niet openbaar wordt gemaakt tenzij de Commissie anders besluit.

6.   De Commissie kan op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, omtrent het in een besloten vergadering behandelde en omtrent de inhoud van de stukken die aan de Commissie worden overgelegd, geheimhouding opleggen. De geheimhouding wordt door alle leden van de Commissie in acht genomen tot zij door de Commissie wordt opgeheven.

Artikel 11, Verslaglegging

1.   Een verslag als bedoeld in artikel 10, vijfde lid, wordt aan provinciale staten en de gemeenten overgelegd onder vermelding van het besloten karakter ervan.

2.   Alle stukken waaromtrent door de Commissie geheimhouding is opgelegd ingevolge artikel 10, vierde lid, van de Wet openbaarheid van bestuur worden aan provinciale staten overgelegd onder uitdrukkelijke vermelding van de op die stukken rustende geheimhouding.

Artikel 12, Reglement van orde

De Commissie stelt een Reglement van orde vast. Daarin stelt zij nadere regels betreffende haar werkwijze en die van de adviesgroepen. Het reglement wordt ter kennisneming aan gedeputeerde staten gezonden.

Artikel 13, Comptabele zaken

1.   De door gedeputeerde staten aangewezen comptabele voert de financiële administratie van de Commissie binnen de financiële administratie van de provincie.

2.   De Commissie krijgt op grond van artikel 163, tweede lid, van de Provinciewet de bevoegdheid tot het geven van betalingsopdrachten.

3.   Voor het betalingsverkeer wordt gebruikgemaakt van de door gedeputeerde staten aangewezen comptabele en kassier van de provincie waarbij de regels en procedures van de provincie Drenthe in acht worden genomen.

4.   De Commissie draagt er zorg voor dat de comptabele tijdig alle gegevens verkrijgt die hij ten behoeve van een juiste administratie van baten en lasten, investeringen, de kredietbewaking en de verslaggeving nodig heeft.

Artikel 14, Rekening en verantwoording

1.   De toelichting op de door de comptabele van de provincie verstrekte rekening-cijfers wordt door de Commissie vóór 15 maart volgend op het dienstjaar aan de comptabele verstrekt en in de jaarrekening van de provincie opgenomen.

2.   De Commissie legt jaarlijks rekening en verantwoording aan provinciale staten af van het door haar gevoerde beheer door vóór 1 mei een verslag van haar werkzaamheden over te leggen.

3.   De vaststelling van de jaarrekening ontlast de Commissie ten aanzien van het in de jaarrekening verantwoorde financiële beheer behoudens later in rechte gebleken onregelmatigheden.

4.   De in artikel 7, eerste lid, van het besluit aan gedeputeerde staten opgedragen taak wordt aan de Commissie overgedragen.

TOELICHTING OP DE VERORDENING PROVINCIALE COMMISSIE VERKEER- EN VERVOERBERAAD DRENTHE

Algemeen

De provincie Drenthe heeft op grond van de Planwet verkeer en vervoer de wettelijke verantwoordelijkheid om zorg te dragen voor de organisatie van het verkeer- en vervoerberaad op provinciaal niveau, ten behoeve van de onderlinge afstemming van het verkeers- en vervoersbeleid van Rijk, provincies en gemeenten en de uitvoering daarvan.

Tevens is in het Convenant Decentralisatie Regionaal Verkeersveiligheidsbeleid vastgelegd dat de provincie de primaire verantwoordelijkheid heeft voor de aanpak van de verkeersveiligheid en draagt zij de zorg voor het functioneren van een onafhankelijk overlegplatform en het daaraan door de provincie toegevoegde secretariaat.

Beide verantwoordelijkheden worden in deze verordening geregeld.

In het voorjaar van 2000 is opdracht verleend aan KPMG om een onderzoek te doen naar het functioneren van het Regionaal Orgaan Verkeersveiligheid (ROV) Drenthe. Dit heeft geleid tot het rapport "Advies Versterking ROV". In de vergadering van het bestuurscollege ROV Drenthe van 13 juli 2000 is dit rapport besproken. Deze bespreking heeft geleid tot de notitie Toekomst en Koers ROV Drenthe. Op basis van deze notitie is besloten tot samenvoeging van Provinciaal Overleg Verkeer en Vervoer Drenthe (POVVD) en ROV Drenthe tot een Verkeer- en Vervoerberaad Drenthe (hierna genoemd ¿de Commissie¿) en de daarbijbehorende adviesgroep Duurzaam Veilig Drenthe.

De Commissie is een bestuurlijk overleg waaraan deelnemen de gemeenten (wethouders), provincie (gedeputeerde) en Rijk (hoofdingenieur-directeur Rijkswaterstaat, Directie Noord-Nederland), zijnde de overheden met wettelijke taken en verantwoordelijkheden op het gebied van verkeer en vervoer. Het voorzitterschap is neergelegd bij de provincie.

De Commissie is belast met de noodzakelijke afstemming in planvorming en implementatie op het gebied van verkeer en vervoer. Daarbij hebben de leden een bijzondere verantwoordelijkheid ten aanzien van de implementatie van activiteiten op het terrein van gedragsbeïnvloeding van verkeersdeelnemers. Deze verantwoordelijkheid wordt vastgelegd in het periodiek vast te stellen Werkplan regionale verkeersveiligheid (voormalig werkplan ROV).

De Commissie wordt bij haar werkzaamheden ondersteund door de adviesgroep Duurzaam Veilig Drenthe. Adviezen en voorstellen van de adviesgroep worden door de Commissie besproken. De Commissie kan deze adviezen en voorstellen niet ongemotiveerd naast zich neer leggen.

Voorts krijgt dit bestuurlijk overleg bevoegdheden van provinciale staten en gedeputeerde staten toebedeeld op het gebied van de verdeling van verkeersveiligheidsgelden die op grond van het Convenant Decentralisatie Regionaal Verkeersveiligheidsbeleid en het besluit van 22 oktober 1994, houdende vaststelling van regels inzake een tijdelijke doeluitkering aan provincies als bijdrage in de kosten van de uitvoering van het regionaal verkeersveiligheidsbeleid (hierna te noemen "het besluit"), aan de provincie worden uitgekeerd.

Naast de bevoegdheden ten aanzien van genoemde gelden heeft het overleg een adviserende taak naar de respectieve in het overleg vertegenwoordigde besturen.

De provincie heeft als bestuurlijke partner van de commissie de intentie zich te committeren aan het uitgangspunt dat beleidsbeslissingen door de daartoe bevoegde organen van de individuele partners pas worden genomen nadat de desbetreffende beleidskwestie in de Commissie aan de orde is geweest.

Tot slot kan de commissie advies vragen, over openbaarvervoeraangelegenheden, aan het Consumentenplatform dat op grond van de Wet personenvervoer 2000 ingesteld wordt door de provincie Drenthe.

De adviesgroep Duurzaam Veilig Drenthe heeft tot taak de Commissie gevraagd en ongevraagd te adviseren over verkeers- en vervoerszaken in brede zin. Daarnaast is de adviesgroep belast met de voorbereidende werkzaamheden voor het Werkplan regionale verkeersveiligheid en doet zij voorstellen aan de commissie voor de besteding van de doeluitkering op basis van het Convenant Decentralisatie Impuls Verkeersveiligheid. Het Beraad stelt zo spoedig mogelijk na installatie nadere regels op omtrent de werkwijze van de adviesgroep.

In de adviesgroep nemen zitting:

-     vertegenwoordigers van niet openbaar bestuur vertegenwoordigende deelnemers (zoals maatschappelijke organisaties, politie, Openbaar Ministerie en dergelijke) van het ROV Drenthe en POVVD (Kamer van Koophandel);

-     ambtelijke vertegenwoordigers van de gemeenten, het Rijk en de provincie.

Door de gekozen structuur en samenstelling is de adviesgroep onafhankelijk in haar advisering. Daarmee functioneert de adviesgroep als regionaal overlegorgaan verkeersveiligheid.

De keuze voor een functionele commissie, waaraan bevoegdheden van provinciale staten met betrekking tot de verkeersveiligheidsbudgetten worden overgedragen, brengt mee dat de Commissie moet worden ingesteld als bestuurscommissie op basis van de artikelen 80, 81 en 152 van de Provinciewet.

Voorts zijn in verband met de overdracht aan de Commissie van onder andere de, door middel van het besluit, aan gedeputeerde staten opgedragen taak tot verslaglegging aan de minister, de artikelen 82 en 163 van de Provinciewet mede grondslag van de Commissie.

Artikelsgewijs

Artikel 2, Instelling Provinciale Commissie Verkeer- en Vervoerberaad

Drenthe

Het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening is zo spoedig mogelijk na vaststelling door provinciale staten.

Overigens kan voor wat betreft de organisatie en werkwijze van het Verkeer- en Vervoerberaad en haar adviesgroep reeds worden geanticipeerd op de nog niet-vastgestelde verordening, voor zover dat mogelijk is.

Artikel 3, Taken en bevoegdheden

Artikel 3 omschrijft de taken en bevoegdheden van de Commissie. Met de vaststelling dat de Commissie tevens fungeert als Commissie in de zin van de Planwet verkeer en vervoer, zijn haar de taken die haar bij deze wet worden opgedragen toebedeeld. Op grond van artikel 13 van deze wet draagt de provincie zorg voor de organisatie van het provinciale beraad ten behoeve van de beleidsafstemming op het gebied van verkeer en vervoer tussen provincie en gemeenten. De wet omvat een aantal vrij summiere bepalingen ten aanzien van dit beraad. De wetgever is uit het oogpunt van soberheid van wetgeving terughoudend geweest ten aanzien van het regelen van de organisatie ervan. De werkzaamheden van het beraad worden evenmin in detail geregeld. Uit de memorie van toelichting bij de wet blijkt dat "alles aan de orde (kan) komen dat voor een effectief en efficiënt verkeers- en vervoersbeleid door de verschillende partijen noodzakelijk wordt geoordeeld." De Commissie kan bij de uitvoering van haar werkzaamheden structurele en/of ad-hocwerkgroepen in het leven roepen om met bepaalde groepen in de samenleving, bijvoorbeeld het bedrijfsleven, te overleggen.

Aangezien de Commissie een bestuursorgaan is met eigen bevoegdheden, is ook geregeld dat de Commissie voor de besteding van de ter beschikking gestelde gelden zelfstandig kan deelnemen aan het rechtsverkeer.

Door de adviesgroep Duurzaam Veilig Drenthe wordt een werkplan opgesteld ten behoeve van de besteding van de verkeersveiligheidsgelden, zoals bepaald is in het Convenant Decentralisatie Regionaal Verkeersveiligheidsbeleid. Dit werkplan wordt ter vaststelling voorgelegd aan de Commissie.

Het artikel bepaalt voorts dat de Commissie haar toegekende bevoegdheid op grond van het besluit in onderling verband met deze verordening slechts kan nemen nadat zij advies heeft ingewonnen bij hierna nog toe te lichten adviesgroep Duurzaam Veilig Drenthe.

In deze adviesgroep participeren:

1.   ten minste de huidige, niet het openbaar bestuur vertegenwoordigende leden van het ROV Drenthe en POVVD;

2.   ambtelijke vertegenwoordigers van gemeenten, Rijk en provincie.

In dit artikel wordt een onderscheid aangebracht tussen de bevoegdheden van de Commissie ten aanzien van de verkeersveiligheidsgelden, aan welke bevoegdheden de Commissie haar grondslag mede ontleent (artikel 81 van de Provinciewet) en de adviserende taak van de Commissie. Deze functies dienen voor de duidelijkheid onderscheiden te worden. Bindende besluiten van de Commissie worden alleen genomen op basis van het achtste lid; de besluitvorming ten aanzien van de onderwerpen waarover de Commissie adviseert, blijft uiteraard geheel bij de respectieve besturen liggen. In het verlengde hiervan ligt een overeenkomstige verdeling van de verantwoordelijkheid voor het gevoerde beleid.

Bij de in artikel 3, vierde lid, genoemde bevoegdheden wordt tevens de Regeling gelden stimulering regionaal en lokaal verkeersveiligheidsbeleid Drenthe bedoeld. De regeling zal worden ingetrokken omdat de regeling dan niet meer van toepassing is. De Commissie zal zo spoedig mogelijk na haar instelling een nieuwe soortgelijke regeling vaststellen.

Voorts zijn in artikel 3 bepalingen opgenomen die verband houden met de begroting en bestedingsbevoegdheid van de Commissie en die gebaseerd zijn op de begrotingsprocedure en de regels die gelden bij de provincie Drenthe. De bevoegdheid van provinciale staten tot het vaststellen en wijzigen van de begroting kan wettelijk niet worden overgedragen.

In artikel 6:4, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht is bepaald dat het maken van bezwaar geschiedt door het indienen van een bezwaarschrift bij het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen. Uit artikel 3 van de onderhavige verordening blijkt dat de bevoegdheden van provinciale staten en gedeputeerde staten met betrekking tot het toekennen van subsidies op het terrein van verkeersveiligheid aan de Commissie zijn gedelegeerd. Dit betekent dat de commissie onder eigen verantwoordelijkheid en in eigen naam besluiten met betrekking tot subsidiëring neemt. Met andere woorden: de Commissie is het bestuursorgaan waarbij, gelet op het bepaalde in artikel 6:4, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, een bezwaarschrift dient te worden ingediend. Nu ook bevoegdheden van provinciale staten aan de Commissie worden overgedragen ligt het niet voor de hand provinciale staten als beroepsinstantie aan te wijzen voor de besluiten van de Commissie die gebaseerd zijn op overgedragen bevoegdheden van gedeputeerde staten.

Op de behandeling van deze bezwaarschriften is de Verordening inzake de behandeling van bezwaarschriften ingevolge de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing verklaard.

Artikel 4, Wet op de ondernemingsraden

Nu aan de Commissie een aantal bevoegdheden wordt overgedragen is deze bepaling vanuit het oogpunt van medezeggenschap opgenomen. Ze heeft betrekking op de onderwerpen die normaliter op grond van de Wet op de ondernemingsraden in de provinciale Ondernemingsraad aan de orde dienen te komen.

Artikel 5, Samenstelling

De samenstelling van de Commissie vloeit voort uit de Planwet verkeer en vervoer.

De bestuurlijke betrokkenheid van de gemeenten en het Rijk is gewaarborgd door deelname van de portefeuillehouders respectievelijk de hoofdingenieur-directeur Rijkswaterstaat, Directie Noord-Nederland. Aangezien alle deelnemers uitsluitend op grond van hun functie lid zijn van de Commissie bepaalt de verordening dat zij allen ambtshalve lid zijn.

Aangezien het Verkeer- en Vervoerberaad Drenthe een bestuurlijk overleg betreft is in dit artikel aangegeven dat vertegenwoordiging van een lid in principe dient te geschieden door haar/zijn bestuurlijke plaatsvervanger. In voorkomende gevallen dient ambtelijke vertegenwoordiging krachtens mandaat mogelijk te zijn. De hoofdingenieur-directeur Rijkswaterstaat, Directie Noord-Nederland zal in voorkomende gevallen kunnen worden vervangen door diens formele plaatsvervanger.

In het vierde lid wordt heel in het algemeen de mogelijkheid geopend om andere personen of organisaties dan vorengenoemde aan de vergaderingen van de Commissie deel te laten nemen. Deze bepaling is onder meer van belang voor de hierna in deze toelichting genoemde uitbreiding van de Commissie ten minste eenmaal per jaar met de leden van de adviesgroep Duurzaam Veilig Drenthe voor het houden van plenaire thematische bijeenkomsten.

Daarnaast kan op andere beleidsterreinen dan verkeersveiligheid de behoefte bestaan aan advies van deskundigen of inbreng van maatschappelijke organisaties in het in de Commissie gevoerde overleg. Het stemrecht blijft voorbehouden aan de leden van de Commissie genoemd in artikel 5, eerste, tweede en derde lid.

Artikel 6, Adviesgroep

De adviesgroep Duurzaam Veilig Drenthe wordt ingesteld.

De in het akkoord VERDI tussen decentrale overheden en de minister van verkeer en waterstaat overeengekomen taakverdeling, krijgt een wettelijke basis in de Planwet verkeer en vervoer en de Wet personenvervoer.

De taakverdeling op decentraal niveau wordt gekenmerkt door het op planvormingsniveau hanteren van 2 in detaillering verschillende planfiguren: het Provinciaal verkeers- en vervoersplan (PVVP) en het niet-verplichte Gemeentelijk verkeers- en vervoersplan (GVVP). Ten behoeve van de onderlinge afstemming van deze plannen dient er een Verkeer- en Vervoerberaad te zijn, dat voor Drenthe zoals opgemerkt vorm wordt gegeven bij deze verordening. De adviesgroep Duurzaam Veilig Drenthe ondersteunt en adviseert de Commissie dus in haar hoedanigheid van

regionaal verkeer- en vervoerberaad betreffende de realisatie van een integraal verkeers- en vervoersbeleid.

Daarnaast zal de adviesgroep een belangrijke taak hebben op het gebied van verkeersveiligheid en gedragsbeïnvloeding van deelnemers.

De betrokkenheid van de maatschappelijke organisaties is van groot belang voor de verkeersveiligheid. Deze betrokkenheid wordt in vorengenoemd voorstel organisatorisch vormgegeven door participatie van ten minste de huidige, niet het openbaar bestuur vertegenwoordigende, deelnemers van het ROV Drenthe en POVVD in de Adviesgroep Duurzaam Veilig Drenthe en ambtelijke vertegenwoordigers van gemeenten, Rijk en provincie.

Tot de taken van deze adviesgroep behoren ondersteuning van c.q. advisering aan de Commissie op de volgende onderdelen:

-     besteding van de gelden voor verkeersveiligheid;

-     opstellen van een werkplan;

-     opstellen van een meerjarenplan;

-     communicatie en gedragsbeïnvloeding;

-     voortgangsbewaking van de uitvoering van plannen;

-     vormgeving van de infrastructuur in relatie tot de verkeersveiligheid;

-     handhaving van bepalingen met betrekking tot de verkeersveiligheid;

-     (permanente) educatie van en voorlichting over weggebruikers en bewoners.

De bedoeling is de Commissie ten minste eenmaal per jaar uit te breiden met de leden van de adviesgroep Duurzaam Veilig Drenthe voor het houden van plenaire thematische bijeenkomsten.

Artikel 7, Stemverhouding

Het eerste lid van artikel 7 van de verordening stelt buiten iedere twijfel dat de bestuurlijke besluitvorming bij de Commissie ligt, in welke hoedanigheid zij ook bijeen is. In het artikel is de wens om naar analogie met de procedure, zoals de Gemeentewet die kent tot besluitvorming te komen grotendeels tot uiting gebracht.

Artikel 8, Werkwijze

Om een minimum aan continuïteit te waarborgen is hier bepaald dat de Commissie ten minste 2 maal per jaar vergadert. Uit de aard van de taak van voorzitter vloeit voort dat hij, indien hij dat nodig acht dan wel een lid van de Commissie hem daarom heeft verzocht, de Commissie bijeen kan roepen. De gang van zaken omtrent het bijeenkomen van de Commissie alsmede de frequentie daarvan wordt echter voor het overgrote deel aan het eigen inzicht van de Commissie overgelaten, waartoe zij een Reglement van orde vaststelt als bedoeld in artikel 12.

Artikel 9, Secretariaat

De provincie Drenthe zal zorg dragen voor het secretarisschap van het Verkeer- en Vervoerberaad Drenthe en de adviesgroep Duurzaam Veilig Drenthe.

Artikel 10, Openbaarheid

Artikel 80 van de Provinciewet verplicht bij instelling van een Commissie tot het opnemen van een regeling inzake de wijze waarop de leden van provinciale staten inzage hebben in stukken waaromtrent door de Commissie geheimhouding is opgelegd. Bij opstelling van de tekst van de artikelen 9 en 10 is aangesloten bij hetgeen de Provinciewet regelt ten aanzien van de openbaarheid en beslotenheid van vergaderingen van provinciale staten. Met name dienen hier genoemd te worden artikel 23, dat op grond van artikel 81, tweede lid, Provinciewet van overeenkomstige toepassing is op vergaderingen van de Commissie, met inachtneming van door provin-ciale staten te stellen nadere regels, en op artikel 25, onder meer voor wat betreft het belang op grond waarvan het opleggen van geheimhouding gerechtvaardigd kan zijn.

De toepasselijkheid van rechtswege van artikel 23 van de Provinciewet betekent dat de vergaderingen van de Commissie in het openbaar worden gehouden. Desondanks is de openbaarheid expliciet in de verordening opgenomen.

Als nadere regel kan in dit verband in de eerste plaats genoemd worden het feit dat in afwijking van artikel 23, tweede lid, het verzoek van 1 lid van de Commissie voldoende is voor sluiting van de deuren. Dit rechtvaardigt de opneming van de tekst van het derde lid in de verordening.

Ten tweede bepaalt de verordening dat de Commissie in haar Reglement van orde een regeling opneemt over de vormvereisten die met betrekking tot die openbaarheid in acht genomen dienen te worden. Het Reglement van orde van provinciale staten kan hierbij als uitgangspunt dienen.

Artikel 11, Verslaglegging

Artikel 11 bepaalt zowel de verslaglegging aan provinciale staten over het behandelde in besloten vergaderingen alsmede alle overige stukken waaromtrent door de Commissie geheimhouding is opgelegd.

Artikel 12, Reglement van orde

Zoals reeds opgemerkt wordt de Commissie een grote vrijheid gelaten met betrekking tot haar werkwijze. Hiermee wordt onderstreept dat de taakvervulling door de Commissie door deelname vanuit de verschillende betrokken bestuursorganen vormgegeven dient te worden.

Artikel 13, Comptabele zaken

De inkomsten en uitgaven die betrekking hebben op de taken van de Commissie worden in de provinciale rekening verantwoord. De comptabele en de kassier kunnen op de gebruikelijke wijze worden ingeschakeld voor het betalingsverkeer.

Betalingen vinden plaats op basis van een betalingsopdracht van de Commissie, waarbij de regels en procedures van de provincie Drenthe in acht worden genomen. Betalingsopdrachten kunnen door de Commissie aan de voorzitter worden gemandateerd.

De Commissie heeft geen eigen bankrekening maar maakt gebruik van de door de kassier beheerde bankrekening van de provincie.

Voor overschrijdingen van de begrotingsbedragen is de Commissie, evenals gedeputeerde staten in voorkomende gevallen, op grond van artikel 193, vierde lid, en artikel 205, eerste lid, aansprakelijk, tenzij provinciale staten de hogere uitgaven in de provinciale jaarrekening opneemt.

De comptabele zal de Commissie regelmatig een overzicht verstrekken van de betalingen en vastgelegde verplichtingen ten behoeve van de budgetbewaking.

Artikel 14, Rekening en verantwoording

De schriftelijke verslaglegging van de Commissie aan het provinciaal bestuur heeft betrekking op al haar werkzaamheden. De jaarlijkse verslaglegging aan het provinciaal bestuur vloeit voort uit de aard van de Commissie als provinciale bestuurscommissie. Met deze bepaling wordt voorts invulling gegeven aan de verplichting die artikel 81 van de Provinciewet stelt omtrent de verantwoording aan provinciale staten.

Evenals dat voor gedeputeerde staten het geval is loopt de rekening en verantwoording parallel met de provinciale jaarrekening.

De besteding van de gelden ten aanzien waarvan de Commissie besluitvormende bevoegdheid heeft, vraagt uiteraard om een financiële en beleidsmatige analyse die deel uitmaken van het verslag. De verplichting tot financiële verslaglegging vloeit bovendien voort uit artikel 7 van het besluit.

De Commissie wordt belast met de taak van gedeputeerde staten tot verslaglegging aan de minister.

Indien provinciale staten dit wensen kunnen zij verzoeken dat de Commissie mondeling verantwoording aflegt.