| Overheidsorganisatie | Gemeente Ede |
|---|---|
| Officiële naam regeling | Verordening speelautomaten 2000 |
| Citeertitel | Verordening speelautomaten 2000 |
| Vastgesteld door | gemeenteraad |
| Onderwerp | algemeen |
| Eigen onderwerp |
Op 1 juni 2000 zijn de gewijzigde Wet op de kansspelen en het Speelautomatenbesluit 2000 in werking getreden.
Uitgangspunt voor de nieuwe regelgeving is, dat het plaatsen van speelautomaten, zowel kansspelautomaten als behendigheidsautomaten, maar voor een beperkt aantal locaties is toegestaan. Bovendien is en blijft het plaatsen verboden tenzij de burgemeester een (aanwezigheid) vergunning verleend.
Wet op de Kansspelen , art. 30c
1.Geen
| Datum inwerking- treding | Terugwerkende kracht t/m | Datum uitwerking- treding | Betreft | Datum ondertekening Bron bekendmaking | Kenmerk voorstel |
|---|---|---|---|---|---|
| 09-11-2000 | nieuwe regeling | 09-11-2000 Ede Stad | VR 2000/78 |
De raad van de gemeente Ede,
gelet op het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 5 september 2000, nummer AJZ 2000/888 N;
gelet op het bepaalde in artikel 30c van de gewijzigde Wet op de Kansspelen;
gelet op de wens om de gokverslaving terug te dringen en het tot nu toe gevoerde speelautomatenbeleid voort te zetten;
In dit artikel wordt verstaan onder:
a. Wet: de Wet op de kansspelen;
b. speelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder a van de Wet;
c. kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder c van de Wet;
d. hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder d van de Wet;
e. laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder e van de Wet.
a. In hoogdrempelige inrichtingen zijn twee speelautomaten toegestaan, waarvan maximaal twee kansspelautomaten;
b. In laagdrempelige inrichtingen zijn twee speelautomaten toegestaan, met dien verstande dat kansspelautomaten in het geheel niet zijn toegestaan.
Het is verboden een speelautomatenhal te vestigen.
Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad der gemeente Ede, gehouden op 9 november 2000, nr. V.R. 2000/78.
de secretaris w.g. MIEDEMA
de voorzitter w.g. BLANKEN