| Overheidsorganisatie | Gemeente Ede |
|---|---|
| Officiële naam regeling | Verordening op de aansluiting op de gemeentelijke riolering en het daarvoor verschuldigde tarief 2004 |
| Citeertitel | Verordening aansluiting gemeentelijke riolering 2004 |
| Vastgesteld door | gemeenteraad |
| Onderwerp | algemeen |
| Eigen onderwerp | riolering |
In deze regeling is vastgelegd, dat voor aansluiting van een particuliere rioolleiding op het gemeentelijk riool een vergunning nodig is. Hieraan zijn kosten verbonden, waarbij de hoogte afhangt van factoren als omvang en aard (d.w.z. huishoudelijk of bed of bedrijfsmatig) van de lozing, buislengte en buisdiameter. Ook maakt het verschil of men aansluit op traditioneel vrijvervalriool, of op een drukrioleringssysteem dan wel een gemeentelijke minizuivering. Aan de vergunning zijn voorwaarden verbonden waaraan men moet voldoen bij het aansluiten en het gebruik van de aansluiting.
Gemeentewet, art. 149
1. Geen
| Datum inwerking- treding | Terugwerkende kracht t/m | Datum uitwerking- treding | Betreft | Datum ondertekening Bron bekendmaking | Kenmerk voorstel |
|---|---|---|---|---|---|
| 01-01-2004 | nieuwe regeling | 18-12-2003 Ede Stad 23-12-2003 | SG 2004 5 |
De raad van de gemeente Ede;
gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 11 november 2003, nummer BB 2003/222;
gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;
In deze verordening wordt verstaan onder:
a. gemeentelijke riolering:
- elk type openbaar rioleringssyteem, dat door of vanwege de gemeente is en/of wordt aangelegd, onderhouden en/of beheerd, ongeacht de toegepaste techniek van inzameling en transport;
- het voor de openbare dienst bestemde gemeentewater;
- de Individuele Behandelingsvoorzieningen Afvalwater (IBA’s) die zijn voorzien in het geldende gemeentelijke rioleringsplan.
b. bestaande lozing op de bodem:
- een lozing op de bodem welke al plaatsvond vóór 1 juli 1990 (01-07-1990), zoals genoemd in het Lozingenbesluit bodembescherming
c. nieuwe lozing op de bodem:
- een lozing op de bodem die geen bestaande lozing op de bodem is
d. bestaande lozing op oppervlaktewater:
- een lozing op of in de nabijheid van oppervlaktewater welke al plaatsvond vóór 1 maart 1997 (01-07-1997), zijnde de inwerkingstredingdatum van het Lozingenbesluit Wvo huishoudelijk afvalwater
e. nieuwe lozing op oppervlaktewater:
- een lozing op of in de nabijheid van oppervlaktewater die geen bestaande lozing op oppervlaktewater is
1. Voor het maken en hebben van een aansluiting aan de gemeentelijke riolering is een vergunning vereist.
2. Voor het verkrijgen van een vergunning dient belanghebbende bij het college van burgemeester en wethouders een schriftelijke aanvraag in overeenkomstig een door dat college vast te stellen model.
3. Een vergunning wordt door het college van burgemeester en wethouders verleend onder door het college vast te stellen voorwaarden.
Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2, lid 1, van deze verordening is de aanvrager, dan wel degene ten behoeve van wie de aanvraag is ingediend, een bijdrage in de aansluitkosten verschuldigd.
1. De bijdrage in de aansluitkosten bedraagt in geval van een bestaande lozing, ongeacht of deze plaatsvindt op bodem of oppervlaktewater:
a. voor huisaansluitingen en bedrijfsaansluitingen met een lozing kleiner dan 3 vervuilingseenheden,
| Bij een buisdiameter | en een buislengte van | ||
|---|---|---|---|
| 0 t/m 8 m1 | 8 t/m 15 m1 | meer dan 15 m1 | |
| tot en met 125 mm | € 690,00 | € 690,00 + € 26,00 per m1 of gedeelte daarvan boven de 8 m1 | kostprijs |
| > 125 mm | kostprijs | kostprijs | kostprijs |
b. voor bedrijfsaansluitingen met een lozing van 3 of meer inwoner-equivalent ongeacht de buisdiameter en de buislengte, de kostprijs.
2. De bijdrage in de aansluitkosten is gelijk aan de kostprijs in geval van nieuwe lozingen op bodem of oppervlaktewater, niet zijnde aansluitingen op een vrijvervalrioleringssysteem.
3. Indien in enig geval de kostprijs verschuldigd is, wordt het bedrag daarvan voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag door het college van burgemeester en wethouders vastgesteld op de vermoedelijk verschuldigde kosten.
4. Indien de kostprijs verschuldigd is, wordt de aanvraag in behandeling genomen op de tiende werkdag na de dag waarop de aanvrager op de hoogte is gesteld van de op grond van lid 4 door burgemeester en wethouders vastgestelde vermoedelijk verschuldigde kosten.
De bijdrage in de aansluitkosten wordt geheven bij wege van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, zegel, nota of andere schriftuur.
In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moeten de leges worden betaald op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen 30 dagen na de dagtekening van de kennisgeving.
Na het tot stand komen van de aansluiting vindt verrekening plaats wanneer blijkt dat de werkelijke kostprijs lager is dan de door het college van burgemeester en wethouders conform artikel 4, lid 3 van deze verordening vastgestelde vermoedelijk verschuldigde kosten.
1. De verordening op de aansluiting aan de gemeentelijke riolering en het daarvoor verschuldigde tarief van 19 december 2002, bekendgemaakt op 24 december 2002, wordt ingetrokken met ingang van de in het tweede lid genoemde datum van ingang, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
2. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2004.
3. Deze verordening kan worden aangehaald als 'Verordening aansluiting gemeentelijke riolering 2004'.
Vastgesteld bij raadsbesluit van 18 december 2003, nr. V.R. 2003/112-i.
Bekendgemaakt d.d. 23 december 2003.