| Overheidsorganisatie | Gemeente Leiden |
|---|---|
| Officiële naam regeling | Inspraakverordening |
| Citeertitel | Inspraakverordening |
| Vastgesteld door | gemeenteraad |
| Onderwerp | bestuur en recht |
| Eigen onderwerp |
Geen
Gemeentewet, art. 150.
| Datum inwerking- treding | Terugwerkende kracht t/m | Datum uitwerking- treding | Betreft | Datum ondertekening Bron bekendmaking | Kenmerk voorstel |
|---|---|---|---|---|---|
| 18-12-2010 | 01-10-2010 | div. artikelen | 02-12-2010 Stadskrant, 17 december 2010 | RV 100089 | |
| 14-04-2007 | 01-10-2010 | wijziging | 27-03-2007 Stadsblad, 6 april 2007. | RV 070014 |
INSPRAAKVERORDENING (inspraakverordening)
1. Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
2. Indien en voor zover de voorbereiding van de besluitvorming de verantwoordelijkheid is van een ander gemeentelijk orgaan, wordt in deze verordening dat orgaan in de plaats van burgemeester en wethouders gelezen.
Voorts wordt ten aanzien van een beleidsvoornemen waarop reeds inspraak is verleend, opnieuw inspraak verleend, indien er een termijn van tenminste drie jaar is verstreken tussen de gegeven inspraak over het beleidsvoornemen en de definitieve vaststelling van dat beleidsvoornemen, tenzij aannemelijk is dat de reeds ingebrachte inspraakreacties nog als actueel kunnen worden beschouwd.
Op het besluit daartoe van burgemeester en wethouders is het bepaalde in artikel 6, eerste lid, van overeenkomstige toepassing. Het besluit maakt melding van de mogelijkheid om ex artikel 13 van de Inspraakverordening een klacht in te dienen.
1. Burgemeester en wethouders verlenen inspraak aan ingezetenen en belanghebbenden.
2. De in lid 1 bedoelde natuurlijke en rechtspersonen kunnen individueel of door middel van een groepering aan de inspraak deelnemen.
3. Deelnemers aan inspraakactiviteiten kunnen zich op een door hen te bepalen wijze laten begeleiden. Zij kunnen zich doen vertegenwoordigen, waartoe een machtiging is vereist.
4. Indien inspraak wordt verleend over een beleidsvoornemen waarvan redelijkerwijs te verwachten valt, dat veel nietNederlandstaligen zich daarbij in het bijzonder betrokken voelen, wordt daarmee bij het verlenen van inspraak rekening gehouden.
Inspraak dient aan de volgende vereisten te voldoen:
1. Voorafgaand aan de inspraak stellen burgemeester en wethouders een inspraakprocedure vast, hetzij door de procedure als bedoeld in artikel 6 tot en met 10 van toepassing te verklaren, hetzij door een adhocinspraakprocedure vast te stellen.
2. Een adhocinspraakprocedure omvat tenminste een regeling inzake de vorm, de opzet en de fasering van de inspraakactiviteiten.
1. Burgemeester en wethouders maken de beleidsvoornemens waarop inspraak wordt verleend publiekelijk bekend op de in de gemeente gebruikelijke wijze, waarbij tevens wordt aangegeven waar en eventueel tegen welke vergoeding het voorgenomen besluit met daarbij behorende stukken kan worden afgehaald en waar dit kan worden ingezien en op welke tijdstippen.
2. De beleidsvoornemens worden om commentaar gezonden aan daarvoor in aanmerking komende personen en instanties.De beleidsvoornemens worden voorts gedurende de in artikel 7, eerste en tweede lid, bedoelde termijn ter inzage gelegd in het Stadhuis, het Stadsbouwhuis en andere openbare gebouwen die zich daarvoor lenen.
3. Artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur is van overeenkomstige toepassing. Indien op grond daarvan bepaalde stukken niet ter inzage worden gelegd, wordt daarvan mededeling gedaan.
4. De bekendmaking omvat tevens de te volgen inspraakprocedure.
1. Gedurende zes weken na verzending c.q. publicatie van het voorgenomen besluit wordt gelegenheid geboden tot het indienen van schriftelijk commentaar.
2. Indien de periode van de kerstvakantie en de zomervakantie, zoals die gelden voor het basisonderwijs vallen binnen de in het eerste lid genoemde termijn, wordt de termijn verlengd met het aantal dagen dat in die periode valt met een maximum van twee weken. Deze verlenging is niet van toepassing ingeval het betreft de in artikel 2, eerste lid, onder c. bedoelde beleidsvoornemen.
3. De ontvangst van inspraakreacties wordt schriftelijk aan de insprekers bevestigd.
1. Indien in de inspraakprocedure is voorzien in één of meerdere inspraakbijeenkomsten worden die inspraakbijeenkomsten niet eerder dan twee weken na publicatie van het voorgenomen besluit georganiseerd. In die bijeenkomsten wordt door of namens burgemeester en wethouders mondeling de nodige toelichting verstrekt en kunnen commentaren mondeling kenbaar worden gemaakt.
2. De inspraakbijeenkomsten worden gehouden op een tijdstip en een plaats die voor potentiële insprekers gunstig lijken.
1. Burgemeester en wethouders dragen zorg voor schriftelijke verslaglegging van de inspraakbijeenkomsten.
2. Het verslag wordt zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen twee weken toegezonden aan de insprekers.
3. Insprekers kunnen nadere opmerkingen over het verslag gedurende een week na verzending indienen. Deze opmerkingen worden aan het verslag toegevoegd, waarmee het is vastgesteld.
4. Het bepaalde in artikel 6, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
1. Het eventueel bijgestelde beleidsvoornemen wordt tezamen met de schriftelijke ingekomen reacties, het vastgestelde verslag van de inspraakbijeenkomst(en) en een document waarin een verantwoording wordt gegeven van de wijze waarop met de ingekomen reacties, respectievelijk de gemaakte opmerkingen is gehandeld, door burgemeester en wethouders vastgelegd in een eindrapportage, met dien verstande dat zulks zo spoedig mogelijk plaatsvindt doch uiterlijk binnen 6 maanden na afloop van de inspraaktermijn. Burgemeester en Wethouders kunnen eenmaal schriftelijk en gemotiveerd besluiten deze termijn met 6 maanden verlengen. Dit besluit wordt ter kennis van de raad gebracht.
2. Degenen die een schriftelijke reactie hebben ingezonden dan wel aanwezig waren bij een inspraakbijeenkomst wordt een afschrift van deze stukken toegezonden of worden geïnformeerd over de tijd en plaats waar deze stukken ter inzage liggen. Bij die gelegenheid worden betrokkenen tevens geïnformeerd over de nader te volgen procedure, zo mogelijk inclusief het tijdpad alsmede over de mogelijkheid om ex artikel 13 van de Inspraakverordening een klacht over de inspraakprocedure in te dienen bij burgemeester en wethouders.
3. Degenen die aan de inspraak hebben deelgenomen worden geïnformeerd over het uiteindelijke besluit.
In spoedeisende gevallen kunnen burgemeester en wethouders direct tot tussentijdse afwijking van de inspraakprocedure overgaan.
De afwijking wordt, met vermelding van de redenen die hiertoe hebben geleid, terstond publiekelijk bekend gemaakt.
1. Indien een voorgenomen besluit of maatregel dan wel de wijze van uitvoering van een besluit of maatregel van belang is voor een beperkt aantal personen, stellen burgemeester en wethouders – spoedeisende gevallen uitgezonderd – belanghebbenden in de gelegenheid zich daarover uit te spreken
2. Door of namens burgemeester en wethouders worden belanghebbenden tijdig op de hoogte gesteld van een voornemen of een wijze van uitvoering als bedoeld in het eerste lid en wordt die informatie verstrekt die nodig moet worden geacht voor het vormen van een oordeel daarover.
3. Indien de informatie tevens voorziet in een informatieve bijeenkomst, dragen burgemeester en wethouders zorg voor een schriftelijke vastlegging daarvan.
4. Door of namens burgemeester en wethouders worden degenen die van de in het eerste lid bedoelde gelegenheid gebruik hebben gemaakt, schriftelijk en gemotiveerd medegedeeld in hoeverre met de ingekomen reacties rekening is gehouden. Hierbij wordt gewezen op de mogelijkheid om over de gevolgde procedure een klacht in te dienen volgens artikel 13 van deze procedure en wordt zo nodig de verdere procedure aangegeven.”
1. Ingezetenen en belanghebbenden kunnen bij burgemeester en wethouders schriftelijk klachten indienen omtrent de uitvoering van de verordening.
2. Op de behandeling van deze klachten is hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht en het Klachtreglement van toepassing.
3. Burgemeester en wethouders brengen de beslissing omtrent het klaagschrift terstond ter kennis van de klager.
4. Indien sprake is van een klacht omtrent een lopende inspraakprocedure kunnen burgemeester en wethouders besluiten dat de inspraakprocedure wordt geschorst totdat op het klaagschrift is beslist.
5. Indien sprake is van een klacht omtrent een afgeronde inspraakprocedure kunnen burgemeester en wethouders besluiten dat de besluitvorming over c.q. uitvoering van de beleidsvoornemens die in de inspraak zijn gebracht, wordt geschorst totdat op het klaagschrift is beslist.
1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van de bekendmaking .
2. Zij kan worden aangehaald als "Inspraakverordening”.