| Overheidsorganisatie | Gemeente Moerdijk |
|---|---|
| Officiële naam regeling | Marktverordening gemeente Moerdijk 2005 |
| Citeertitel | Marktverordening gemeente Moerdijk 2005 |
| Vastgesteld door | gemeenteraad |
| Onderwerp | algemeen |
| Eigen onderwerp |
Geen
| Datum inwerking- treding | Terugwerkende kracht t/m | Datum uitwerking- treding | Betreft | Datum ondertekening Bron bekendmaking | Kenmerk voorstel |
|---|---|---|---|---|---|
| 17-02-2005 | 01-01-2006 | nieuwe regeling | 13-12-2004 De Moerdijkse Bode 04-01-2005 | 04 14931 |
De raad van de gemeente Moerdijk, in zijn vergadering van 13 december 2004;
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 26 oktober 2004;
gelet op; artikelen 147 en 149 van de Gemeentewet;
overwegende dat het wenselijk is regels vast te stellen voor een ordelijk verloop van de markt(en)
BESLUIT:
vast te stellen de volgende verordening:
MARKTVERORDENING GEMEENTE MOERDIJK 2005
1. In deze verordening wordt verstaan onder:
1. het college bepaalt ten aanzien van de markt:
2. Het college kan voor de markt vaststellen:
3. Het is verboden op de weekmarkt gebruikte goederen aanwezig te hebben, te koop aan te bieden, of te verkopen.
Het college is bevoegd nadere regels te stellen betreffende het bepaalde in deze verordening.
1. Het college kan voorschriften en beperkingen verbinden aan een krachtens deze verordening verleende vergunning of ontheffing, ter bescherming van de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist.
2. Degene aan wie krachtens deze verordening een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen in acht te nemen.
Het is verboden een standplaats op een markt in te nemen zonder vergunning van het college.
Voor toewijzing van een standplaats komt uitsluitend in aanmerking een handelingsbekwaam natuurlijk persoon die een aanvraag voor een vergunning heeft ingediend bij het college en die daarbij tevens aantoont dat hij persoonlijk voldoet aan alle publiekrechtelijke verplichtingen op het gebied van bedrijfsuitoefening en bedrijfsorganisatie.
1. De vergunning voor het innemen van een vaste plaats wordt ingetrokken:
2. Het college kan een vergunning intrekken:
3. Indien degene op wie een vergunning ingevolge 2.9 is overgeschreven, reeds vergunning heeft voor een andere vaste plaats op dezelfde markt, wordt deze vergunning ingetrokken.
Indien een vaste plaats kan worden toegewezen, verleent het college een vergunning waarin in ieder geval is bepaald:
Vergunninghouders van vaste plaatsen worden met vermelding van en in volgorde van de datum, waarop aan hen voor het eerst een vaste plaats is toegewezen, op een doorlopend te nummeren lijst ingeschreven. Bij deze inschrijving wordt tevens vermeld welke artikelen de vergunninghouder mag verhandelen.
1. Het college schrijft de aanvrager in op de wachtlijst, indien:
2. Het college vermeldt bij de inschrijving in ieder geval:
3. Het college verstrekt de aanvrager een schriftelijk bewijs van inschrijving op de wachtlijst.
4. De inschrijving op de wachtlijst blijft gehandhaafd, indien deze door de ingeschrevene jaarlijks voor 1 januari schriftelijk wordt verlengd.
De inschrijving op de wachtlijst wordt doorgehaald:
Indien voor de toewijzing van een beschikbare vaste plaats meer aanvragers in aanmerking komen, wordt de plaats achtereenvolgens toegewezen aan:
1. In geval van overlijden dan wel bij blijvende arbeidsongeschiktheid van de vergunninghouder kan de vergunning voor de vaste plaats worden overgeschreven op de achterblijvende echtgenoot, de geregistreerde partner of de levenspartner van de vergunninghouder.
2. Indien de vergunning niet kan worden overgeschreven op grond van het eerste lid, kan een kind van de vergunninghouder vergunning voor een vaste plaats krijgen indien hij ten minste drie jaar in loondienst van het marktbedrijf van de vergunninghouder heeft gewerkt of gedurende eenzelfde periode als mede-eigenaar in dit bedrijf heeft gefunctioneerd en zich heeft laten inschrijven op de wachtlijst.
3. Indien de vergunning niet kan worden overgeschreven op grond van het eerste dan wel tweede lid, kan een medewerker van de vergunninghouder vergunning voor een vaste plaats krijgen indien hij ten minste drie jaar in loondienst van het marktbedrijf van de vergunninghouder heeft gewerkt of gedurende eenzelfde periode als mede-eigenaar in dit bedrijf heeft gefunctioneerd en zich heeft laten inschrijven op de wachtlijst. Voorts dient bij notariële akte te worden aangetoond dat de onderneming in eigendom van de medewerker is overgegaan en dat de marktplaats geen economische factor is.
4. Een aanvraag tot overschrijving wordt ingediend binnen twee maanden na het overlijden van de vergunninghouder dan wel nadat de blijvende arbeidsongeschiktheid is vastgesteld.
5. Het college is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken van het bepaalde in dit artikel.
1. Toewijzing van een dagplaats geschiedt door afgifte van een vergunning door het college op het moment dat de standplaats niet als vaste plaats wordt ingenomen.
2. De dagplaats wordt toegewezen overeenkomstig de plaats op de wachtlijst van de gegadigden die zich daarvoor op de dag zelf minimaal een uur voor aanvang van de weekmarkt aanmelden bij de marktmeester.
1. Het college wijst een standwerkersplaats toe door middel van loting.
2. Om voor een standwerkersplaats in aanmerking te komen dient men telefonisch een plaats te reserveren bij de marktmeester, uiterlijk 1 uur voor aanvang van de markt, zulks onder opgave van de naam van de weekmarkt en het standwerkersartikel.
3. Het is een ingeschrevene op de wachtlijst niet toegestaan deel te nemen aan de loting voor een standwerkersplaats zolang deze inschrijving niet definitief is vervallen.
4. Indien een standwerker zich wil doen bijstaan, meldt hij dit vooraf aan de marktmeester onder vermelding van de naam van degene die hem zal bijstaan. Degene die hem zal bijstaan, mag niet op eigen naam deelnemen aan de loting.
1. De vergunninghouder neemt de standplaats die hem is toegewezen persoonlijk in. Hij mag de standplaats niet aan een ander of in gebruik geven.
2. De vergunninghouder mag zich op de standplaats doen bijstaan.
3. De standwerker mag zich alleen doen bijstaan door degene die hij overeenkomstig artikel 2.11, vierde lid bij de marktmeester heeft aangemeld.
De vergunninghouder neemt ten minste eenmaal per twee weken en ten minste tien maal per dertien weken zijn plaats op de markt in, dit met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 3.3 en 3.4.
1. De vergunninghouder van een vaste plaats die wegens ziekte, vakantie of bijzondere omstandigheden verhinderd is zijn plaats in te nemen, deelt dit schriftelijk mee aan het college. Bij vakantie geeft de vergunninghouder aan hoe lang zijn afwezigheid duurt.
2. De schriftelijke mededeling dat wordt tijdig voor de betreffende marktdag gedaan. Plotselinge verhindering wordt mondeling of telefonisch aan de marktmeester gemeld, gevolgd door een schriftelijke bevestiging daarvan aan het college.
3. Bij langdurige afwezigheid wegens ziekte overlegt de vergunninghouder als bewijs van ziekte iedere drie maanden een geneeskundige verklaring aan het college, tenzij het college hiervan ontheffing heeft verleend.
1. In geval van ziekte, vakantie of bijzondere omstandigheden kan het college op aanvraag van de vergunninghouder van een vaste plaats hem tijdelijk ontheffing verlenen van de verplichting om ten minste eenmaal per twee weken en tienmaal per dertien weken de plaats op de markt in te nemen.
2. Het college kan op aanvraag van de vergunninghouder hem vergunning verlenen zich op zijn standplaats te laten vervangen door een met name genoemde persoon.
1. Degene die een standplaats op de markt inneemt of wenst in te nemen, dient op de eerste aanvraag van de marktmeester aan te tonen dat hij de vergunninghouder is.
2. De vergunninghouder dient bij zijn standplaats duidelijk zichtbaar zijn naam en bedrijfsnaam aan te geven.
1. Het is verboden voor vergunninghouders op het marktterrein meer dan anderhalf uur voor aanvang en meer dan anderhalf uur na afloop van de markt met een voertuig, goederen of anderszins ruimte in te nemen dan wel goederen aan of af te voeren.
2. De vergunninghouder is verplicht zijn standplaats tot de sluitingstijd van de markt te blijven innemen. Het college kan van deze verplichting ontheffing verlenen.
3. Indien de vergunninghouder zijn vaste plaats niet uiterlijk één uur voor aanvang van de weekmarkt heeft ingenomen, wordt de betreffende plaats voor die dag als dagplaats aangemerkt.
4. Het bepaalde in het derde lid is niet van toepassing indien de vergunninghouder de marktmeester vóór dit tijdstip, onder opgave van een geldige reden die hem belet tijdig aanwezig te zijn, heeft verzocht de plaats vrij te houden.
Overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze verordening wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie of hechtenis van ten hoogste twee maanden en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechtelijke uitspraak.
Onverminderd het bepaalde in art. 2.3 kan het college:
Het college kan een vergunninghouder van een dagplaats of een standwerkerplaats van de toewijzing van de dagplaats of een standwerkerplaats uitsluiten voor ten hoogste vier marktdagen, gelegen binnen een periode van twee jaar na bekendmaking van het besluit tot uitsluiting indien deze:
Onverminderd het bepaald in artikel 125 van de Gemeentewet kan het college, indien het dit noodzakelijk acht, een vergunninghouder of standwerker gelasten zich onmiddellijk van de markt verwijderen, indien hij:
Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de bij het besluit van het college aangewezen personen.
De “Marktverordening Gemeente Moerdijk 2001, vastgesteld op 20 december 2001, wordt ingetrokken
1. Besluiten – verleend krachtens eerdere Marktverordeningen blijven – indien en voorzover het gebod of verbod waarop dit verbod betrekking heeft, ook vervat is in deze verordening – van kracht tot de termijn waarvoor het werd verleend, is verstreken of totdat het worden ingetrokken.
2. Voorschriften en beperkingen opgelegd krachtens eerdere Marktverordeningen blijven – indien en voorzover de bepalingen ingevolge welke deze verplichtingen zijn opgelegd, ook zijn vervat in deze verordening – van kracht tot de termijn waarvoor zij zijn opgelegd, is verstreken of totdat zij worden ingetrokken.
3. Besluiten bedoeld in het eerste lid en verplichtingen bedoeld in het tweede lid, worden geacht besluiten in de zin van deze verordening te zijn.
4. Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om vergunning op grond van eerdere Marktverordeningen is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening niet op de aanvraag is beslist, wordt daarop deze verordening toegepast.
1. Deze verordening treedt in werking 6 weken na de dag van publicatie in de Moerdijkse Bode;
Deze verordening wordt aangehaald als “Marktverordening gemeente Moerdijk 2005”.
Vastgesteld in de vergadering van de raad d.d. 13 december 2004,