Gemeente Wijk bij Duurstede

Verordening op de destructie in de gemeente Wijk bij Duurstede

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling

OverheidsorganisatieGemeente Wijk bij Duurstede
Officiële naam regelingVerordening op de destructie in de gemeente Wijk bij Duurstede
CiteertitelDestructieverordening voor de gemeente Wijk bij Duurstede
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpalgemeen
Eigen onderwerpdestructie

Opmerkingen m.b.t. de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

art 17 destructiewet

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerking-
treding
Terugwerkende
kracht t/m
Datum uitwerking-
treding
BetreftDatum ondertekening
Bron bekendmaking
Kenmerk voorstel
01-10-1989Onbekend26-09-1989
Wijkse Courant
Onbekend

Tekst van de regeling

GEMEENTE WIJK BIJ DUURSTEDE

de raad van de gemeente Wijk bij Duurstede;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 12 september 1989, nr. 105;

gelet op artikel 17 van de Destructiewet;

b e s l u i t

vast te stellen de volgende Verordening op de destructie in de gemeente Wijk bij Duurstede:

Algemene bepalingen

Artikel 1.

Deze verordening verstaat onder:

  • a. "wet": de Destructiewet;

  • b. " directeur": de directeur van kring 8 van de rijksdienst voor de keuring van vee en vlees, zoals deze is vastgesteld bij besluit van de Staatssecretaris van Landbouw en Visserij van 20 maart 1984 nr. J7845 (Stort. 62);

c."aangifteplichtige" degene, die als eigenaar of houder van destructiemateriaal ingevolge de wet verplicht is daarvan aangifte te doen;

d."ondernemer" : de natuurlijke of rechtspersoon, aan wie een vergunning, als bedoeld in artikel 5 der wet, is verleend en in wiens krachtens artikel 10 der wet vastgestelde gebied de gemeente is gelegen;

  • e. ‘drestructor’ : inrichting, uitsluitend of in hoofdzaak bestemd tot het door verwerking onschadelijk maken van destructiemateriaal, voor welke aan de ondernemer een vergunning is verleend, als bedoeld in artikel 5 der wet;

  • f. "destructiemateriaal"materiaal van dierlijke herkomst, bedoeld in artikel 2 der wet;

g."destructiemateriaal A" : doodgeboren slachtdieren, alsmede

gestorven of in nood gedode slachtdieren, welke moeten worden onbruikbaar

gemaakt voor voedsel voor mens en dier,

zonder dat een nader onderzoek ingevolge de Vleeskeuringswet plaats heeft gevonden;

h."destructiemateriaal B" : destructiemateriaal, bedoeld in artikel 2, eerste lid, sub b, f en

h, der wet;

i."destructiemateriaal C" : overig destructiemateriaal, dat zich tot het tijdstip van ophalen door de ondernemer onder beheer of toezicht van de direkteur bevindt.

Aangifte,vervoer en bewaring door de aangifteplichtige

Artikel

2.

  • 1. De aangifteplichtige doet van het hebben of houden van destructiemateriaal zo spoedig mogelijk doch uiterlijk op de eerste werkdag, volgende op de dag, waarop dit materiaal als zodanig is ontstaan in persoon of telefonisch, aangifte bij de direkteur.

  • 2. De aangifte geschiedt, onder opgave van de soort en de hoeveelheid van het destructiemateriaal, alsmede van de plaats, waar het zich bevindt; de aangifte wordt in 3-voud opgemaakt.

  • 3. De direkteur stelt met inachtneming van het bepaalde in artikel 12, tweede lid; der wet een model van het aangifteformulier vast.

  • 4. . De aangifteplichtige ontvangt van de direkteur een gewaarmerkt exemplaar van het ingevulde aangifteformulier.

  • 5. De ondernemer ontvangt het terde exemplaar.

Artikel 3.

Het bepaalde in artikel 2, tweede en vierde lid, geldt niet ten aanzien van destructiemateriaal B, indien de direkteur ter zake van de aangifte van dat materiaal afwijkende regelen vaststelt.

Artikel 4.

Het bepaalde in artikel 2 geldt niet ten aanzien van destructie materiaal C.

Artikel 5.

Behoudens het bepaalde in artikel 15 is de aangifteplichtige ten aanzien van destructiemateriaal A gehouden:

  • a. tot vervoer van het destructiemateriaal naar een door de direkteur goedgekeurde, voor een vervoermiddel van de ondernemer redelijkerwijs. bereikbare plaats; omtrent het tijdstip van vervoer naar en de bewaring van het destructiemateriaal op die plaats kan de direkteur dan wel aanwijzingen geven;

  • b. tot het ter beschikking houden van het destructiemateriaal, afkomstig van gestorven dieren, geleden hebbende aan of verdacht van een ziekte, waarop titel III der Veewet van toepassing is, alsmede tot het afgeven daarvan voor vervoer door of vanwege de ondernemer ter plaatse, waar dit destructiemateriaal zich bevindt, met inachtneming van de omtrent de bewaring van dat destructiemateriaal door de direkteur gegeven aanwijzingen.

Artikel 6.

  • 1. De aangifteplichtige is gehouden destructiemateriaal B en C te bewaren, ter beschikking te stellen en af te geven voor vervoer naar de destructor met inachtneming van de ter zake door te direkteur gegeven aanwijzingen.

  • 2. Destructiemateriaal, genoemd in artikel 2, eerste lid, sub b, c, d of f, der wet, alsmede dat, genoemd in artikel 2, tweede lid der wet,_ moet_. worden bewaard in daarvoor bestemde bakken, dan wel metalen confiscaatemmers, tenzij de direkteur ter zake van de bewaring een andere regeling met de aanfigteplichtige treft.

  • 3. De direkteur kan ten aanzien van het bepaalde in dit artikel afwijkende regelen met betrekking tot destructiemateriaal B of C vaststellen, indien ter zake van de afgifte van dit materiaal een voorziening is getroffen, als bedoeld in artikel 20 der wet.

Artikel 7.

De aangifteplichtige is gehouden, zolang destructiemateriaal onder zijn berusting is, bederf of vermenging met andere stoffen tegen te gaan, zulks overeenkomstig door de direkteur gegeven aanwijzingen.

Artikel 8.

Aanwijzingen van de direkteur omtrent de bewaring van destructiemateriaal, anders dan op grond van artikel 7, kunnen slechts strekken ter voorkoming van gevaar, schade of hinder voor de openbare gezondheid.

Ophalen en vervoer van destructiemateriaal door of vanwege de ondernemer.

Artikel 9.

  • 1. De ondernemer is verplicht tot het ophalen van het destructiemateriaal van de plaats, waar dit zich ingevolge de bepalingen van deze verordening bevindt.

  • 2. Het ophalen geschiedt uiterlijk op de werkdag, volgende op die, waarop het destructiemateriaal is aangemeld, tenzij het betreft destructiemateriaal B of C, dat door de ondernemer, ingevolge een met de direkteur getroffen regeling, op gezette tijden wordt opgehaald.

  • 3. De direkteur kan ten aanzien van het bepaalde in het eerste lid afwijkende regelen met betrekking tot destructiemateriaal B of C vaststellen, indien ter zake van de afgifte van dit materiaal een voorziening is getroffen, als bedoeld in artikel 20 der wet.

Artikel 10.

Het vervoer van destructiemateriaal binnen de gemeente dient langs de kortste weg plaats te vinden. De vervoerder is verplicht er voor zorg te dragen, dat het vervoer geen sporen van het destructiemateriaal op de openbare weg nalaat.

Overdracht

Artikel 11

  • 1. Ten dienste van de overdracht aan de ondernemer wordt destructiemateriaal A door of vanwege de direkteur op de dag van aangifte telefonisch aangemeld bij de ondernemer, onder mededeling van de gegevens, bedoeld in artikel 2, tweede lid.

  • 2. De aanmelding bij de ondernemer van destructiemateriaal B of C geschiedt door de direkteur zo spoedig mogelijk, tenzij het betreft destructiemateriaal, dat..door de ondernemer, ingevolge een met de direkteur getroffen regeling, op gezette tijden wordt opgehaald.

Artikel

12.

  • 1. De overdracht van destructiemateriaal geschiedt door inlading in een daarvoor bestemd vervoermiddel van de ondernemer.

  • 2. De ondernemer is verplicht de overdracht van destructiemateriaal B of C jaarlijks voor 1 maart, onder opgave van de totale hoeveelheid over het voorafgaande jaar aan het gemeentebestuur alsmede aan de direkteur te bevestigen.

Dode honden en katten

Artikel 13.

Omtrent de aangifte, het vervoer, het ophalen en de overdracht van dode honden en katten, alsmede omtrent de afgifte daarvan aan een van gemeentewege aangewezen verzameldienst, kunnen burgemeester en wethouders na overleg met de direkteur, met inachtneming van het bepaalde in artikel 32 van het Destructiebesluit (St.. 1958, 71), nadere voorschriften geven.

Slotbepalingen

Artikel 14

  • 1. De aanwijzing van materiaal, als bedoeld in artikel 2, derde lid, laatste alinea, der wet, geschiedt door de burgemeester op voorstel van de direkteur of de direkteur gehoord; zij wordt onverwijld aan de eigenaar of houder medegedeeld.

  • 2. De direkteur houdt aantekening van het ingevolge het eerste lid aangewezen destructiemateriaal.

Artikel 15.

Indien de direkteur dan wel de eigenaar of houder van destructiemateriaal A, sectie van dit destructiemateriaal noodzakelijk of wenselijk acht, wordt de sectie verricht in een daartoe door de direkteur aangewezen lokaliteit dan wel in de daarvoor bestemde ruimte van de destructor.

De eigenaar of houder is, indien de sectie niet aan de destructor geschiedt, verplicht het destructiemateriaal naar eerstgenoemde lokaliteit te vervoeren of te doen vervoeren.

Artikel 16.

Deze verordening kan worden aangehaald als "Destructieverordening voor de gemeente Wijk bij Duurstede" en treedt in werking met ingang van de dag, volgende op die van haar afkondiging, op welke datum

vervalt de "Destructieverordening voor de gemeente Wijk bij Duurstede", vastgesteld bij raadsbesluit van 31 augustus 1971 goedgekeurd door gedeputeerde staten van Utrecht bij hun besluit van 15 oktober 1971, afdeling 1A nr. 4328AZ/3510, zoals sedertdien gewijzigd.

Vastgesteld in de openbare vergadering van 26 september 1989.

De raad voornoemd,

De secretaris, De voorzitter

GEMEENTE WIJK BIJ DUURSTEDE