| Overheidsorganisatie | Gemeente Wijk bij Duurstede |
|---|---|
| Officiƫle naam regeling | Kampeerverordening voor de gemeente Wijk bij Duurstede |
| Citeertitel | Kampeerverordening voor de gemeente Wijk bij Duurstede |
| Vastgesteld door | gemeenteraad |
| Onderwerp | algemeen |
| Eigen onderwerp | kamperen |
Geen
Kampeerwet
| Datum inwerking- treding | Terugwerkende kracht t/m | Datum uitwerking- treding | Betreft | Datum ondertekening Bron bekendmaking | Kenmerk voorstel |
|---|---|---|---|---|---|
| 10-03-1994 | Onbekend | 21-12-1993 Onbekend | Onbekend |
GEMEENTE WIJK BIJ DUURSTEDE
De raad der gemeente Wijk bij Duurstede;
gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 7 december 1993 , nr. 152;
gelet op artikel 10 van de Kampeerwet en artikel 149 van de Gemeentewet;
b e s l u i t
vast te stellen de volgende: Kampeerverordening.
HOOFDSTUK I BEGRIPSBEPALINGEN
Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt verstaan onder:
1 wet: de wet van 14 mei 1981 (Stb. 372), houdende regelen
met betrekking tot kampeerplaatsen (Kampeerwet);
2 vergunning: een St. als bedoeld in artikel 14, lid 1
1, van de wet;
3 vrijstelling: een vrijstelling als bedoeld in artikel 21, lid 1, en artikel 22 van de wet;
4 ontheffing: een ontheffing als bedoeld in artikel 27, lid 4 van de wet;
5 recreatief nachtverblijf: het zich bevinden op of in een kampeerplaats of in een kampeermiddel tussen 22.00 uur en 6.00 uur;
6 rechthebbende: degene die krachtens een zakelijk of persoonlijk recht de beschikking heeft over enig onroerend goed;
7 kampeerplaats: een kampeerplaats als bedoeld in artikel
1, lid 1, onder a, van de Kampeerwet;
8 gebouw: een bouwwerk, niet zijnde een kampeerplaats,
waarvoor ingevolge de Woningwet een bouwvergunning is
vereist;
9 jaarstandplaats: het terreingedeelte dat bestemd is voor het plaatsen van een kampeermiddel dat gedurende het gehele jaar aldaar aanwezig mag zijn;
10 seizoenstandplaats: het terreingedeelte dat bestemd is voor het plaatsen van een kampeermiddel voor ten hoogste de periode van 15 maart tot 31 oktober;
11 toeristische standplaats: het terreingedeelte dat bestemd is voor het plaatsen van een kampeermiddel, niet zijnde een bouwwerk, dat slechts gedurende een beperkte periode van ten hoogste enige weken aanwezig is;
12 reglement: het reglement bedoeld in artikel 16 van de wet;
13 recreatiewoonverblijf: een gebouw, geen woonkeet en geen caravan of ander bouwsel op wielen zijnde, bestemd om uitsluitend door een gezin of een daarmede gelijk te stellen groep van personen dat/die zijn hoofdverblijf elders heeft, te worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf;
14 kampeermiddel: een kampeermiddel als bedoeld in artikel 1, lid 1, onder b, van de wet;
15: agrarisch bedrijf: onder agrarisch bedrijf als bedoeld in artikel 21, lid 1, van de wet wordt verstaan een bedrijf dat bestemd is, en gebruikt wordt, voor het voortbrengen van produkten door middel van het telen van gewassen en/of het houden of fokken van vee.
HOOFDSTUK II AANVRAAG
1 De aanvraag van een vergunning of vrijstelling vermeldt:
a. naam en adres van de rechthebbende en de beheerder van de kampeerplaats;
b. indien van toepassing een opgave van het aantal jaar-, seizoen- en toeristische standplaatsen en recreatiewoonverblijven op de kampeerplaats;
c. een opgave van het aantal toe te laten verblijfsrecreanten op of in de kampeerplaats;
d. de periode of het aantal dagen dat de kampeerplaats per kalenderjaar kan worden gebruikt.
2 Bij de aanvraag van een vergunning of vrijstelling moeten
de volgende bescheiden worden overgelegd:
a. een situatietekening in 2-voud van de kampeerplaats op schaal van ten minste 1 : 1.000 met een kadastrale omschrijving van het perceel waarop, indien van toepassing, is aangegeven:
o de plaats van de bestaande en op te richten gebouwen met hun functie;
o de aanwezige en aan te brengen randbeplanting, alsmede het assortiment waaruit deze randbeplanting bestaat;
o het verloop van de wegen en paden;
o de parkeergelegenheid;
o de kavelbegrenzing van de jaar- en seizoenstandplaatsen, de recreatiewoonverblijven alsmede de begrenzing van de plaatsen bestemd voor toeristisch kamperen en voor sport en spel;
o de aanwezige en te realiseren voorzieningen ter bestrijding van brand;
b. een toelichting waaruit blijkt welke sanitaire voor
zieningen er zijn en hoe de afvoer van vaste en
vloeibare afvalstoffen is geregeld.
3 Bij de aanvraag van een vergunning of vrijstelling voor een kampeerplaats als bedoeld in artikel 1, lid 1, onder a, sub 2, van de wet moet, naast de in het tweede lid bedoelde bescheiden, een tekening in 2-voud van de kampeerplaats worden overgelegd op schaal van ten minste 1 : 200 waarop, indien van toepassing, zijn aangegeven:
a. de situering van de slaapplaatsen per vertrek;
b. de dagverblijf/eetruimte;
c. de vluchtwegen.
1 De aanvraag van een ontheffing vermeldt de naam en het adres van de rechthebbende.
2 De aanvraag van een ontheffing gaat vergezeld van een situatietekening in 2-voud van het terrein op schaal van ten minste 1 : 1.000 waarop ten minste is aangegeven:
a.de aanwezige en aan te brengen randbeplanting, als
mede het assortiment waaruit deze randbeplanting
bestaat;
b.de situering van het kampeermiddel.
In bijzondere gevallen kunnen burgemeester en wethouders bepalen dat niet alle bescheiden, genoemd in de artikelen 2 of 3 behoeven te worden overgelegd.
HOOFDSTUK III WIJZIGING REGLEMENT
Wijzigingen in het reglement worden niet van kracht dan nadat burgemeester en wethouders er mee hebben ingestemd.
HOOFDSTUK IV VOORSCHRIFTEN
1 Burgemeester en wethouders verbinden aan de vergunning, vrijstelling of ontheffing voorschriften met betrekking tot de geldigheid en duur van de vergunning, vrijstelling of ontheffing.
2 Burgemeester en wethouders kunnen aan de vergunning, vrijstelling of ontheffing voorschriften verbinden betreffende de aanwezigheid van voorzieningen voor sport en spel en betreffende het gebruik en de inrichting van de kampeerplaats.
HOOFDSTUK V SLOTBEPALING
1 Deze verordening kan worden aangehaald als "Kampeerveror
dening voor de gemeente Wijk bij Duurstede".
2 Zij treedt in werking op de achtste dag na de dag waarop
zij is bekend gemaakt.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 21 december 1993.
De raad voornoemd,
De secretaris, De voorzitter,
Openb.kennisg. d.d.: 02-03-1994
Inw. treding d. d.: 10-03-1994