| Overheidsorganisatie | Gemeente Wijk bij Duurstede |
|---|---|
| Officiële naam regeling | Winkeltijdenverordening Wijk bij Duurstede 2002 |
| Citeertitel | Verordening winkeltijden Wijk bij Duurstede 2002 |
| Vastgesteld door | |
| Onderwerp | |
| Eigen onderwerp |
Geen
| Datum inwerking- treding | Terugwerkende kracht t/m | Datum uitwerking- treding | Betreft | Datum ondertekening Bron bekendmaking | Kenmerk voorstel |
|---|---|---|---|---|---|
| 01-01-2002 | Onbekend | 11-12-2001 Onbekend | Geen |
Verordening
De raad van de gemeente Wijk bij Duurstede;
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders
d.d. 8 mei 2007,
Nr. 175
gelet op artikel 3 van de Winkeltijdenwet en
de artikelen 108, lid 1 en 147, lid 2 van de Gemeentewet
en de evaluatienota Winkeltijdenverordening 2006
gelet op artikel 149 van de Gemeentewet, artikel 4 van de Winkeltijdenwet en de Algemene wet bestuursrecht;
besluit vast te stellen de volgende verordening:
WINKELTIJDENVERORDENING WIJK BIJ DUURSTEDE 2002
In deze verordening wordt verstaan onder:
a. de wet: de Winkeltijdenwet;
b. feestdagen: nieuwjaarsdag, tweede paasdag, Hemelvaartsdag, tweede pinksterdag, eerste kerstdag en tweede kerstdag.
1. Ontheffingen op grond van deze verordening zijn overdraagbaar na verkregen toestemming van burgemeester en wethouders.
2. In geval van een voorgenomen overdracht van de in het eerste lid bedoelde ontheffingen doet de houder van de ontheffing hiervan onmiddellijk schriftelijk mededeling aan burgemeester en wethouders onder vermelding van de naam en het adres van de voorgestelde rechtverkrijgende.
Burgemeester en wethouders kunnen een ontheffing intrekken of wijzigen indien:
a. ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt;
b. op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing, moet worden aangenomen dat intrekking of wijziging wordt gevorderd door het belang of de belangen ter bescherming waarvan de ontheffing is vereist;
c. het gebruik van de winkel of de uitoefening van een bedrijf anders dan in een winkel op basis van de ontheffing gevaar oplevert voor de openbare orde, de veiligheid of het woon- en leefklimaat ter plaatse;
d. de aan de ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;
e. van de ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn of, bij gebreke van een dergelijke termijn, binnen een redelijke termijn;
f. de houder of zijn rechtverkrijgende dit verzoekt.
1. De verboden, vervat in artikel 2, eerste lid, onder a. en b. van de wet, gelden niet op ten hoogste twaalf door burgemeester en wethouders aan te wijzen, zon- en feestdagen per kalenderjaar.
2. De in het eerste lid bedoelde bevoegdheid geldt voor elk deel van de gemeente afzonderlijk. Als afzonderlijke delen van de gemeente worden beschouwd de volgende gebieden:
· Wijk bij Duurstede - Binnenstad incl. hoek Zandweg/Steenstraat;
· Wijk bij Duurstede - Overige winkelgebieden/winkels binnen de kern;
· Wijk bij Duurstede - Broekweg en Langshaven;
· Cothen en Langbroek;
· Buitengebied.
1. Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van de in artikel 2 van de wet vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op de zondag, nieuwjaarsdag, tweede paasdag, Hemelvaartsdag, tweede pinksterdag en eerste of tweede kerstdag, ten behoeve van:
a. bijzondere gelegenheden van tijdelijke aard;
b. het uitstallen van goederen.
2. De in het eerste lid genoemde ontheffing kan ook worden verleend in geval van: feestelijkheden, bijeenkomsten, veilingen, beurzen, kunstateliers en galeries.
Burgemeester en wethouders kunnen bepalen dat de vrijstelling genoemd in artikel 12 van het Vrijstellingenbesluit Winkeltijdenwet niet geldt voor de gehele gemeente of voor een of meer delen van de gemeente.
1. Burgemeester en wethouders kunnen op aanvraag ontheffing verlenen van de verboden van artikel 2 van de wet, voor zover deze betrekking hebben op werkdagen.
2. De ontheffing kan worden geweigerd als de woon- en leefsituatie of de openbare orde in de omgeving van de winkel op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed door de openstelling van de winkel.
3. Bij toepassing van de in het vorige lid genoemde weigeringsgrond wordt rekening gehouden met het karakter van de straat en de wijk waarin de winkel is gelegen of zal zijn gelegen, de aard van de winkel en de spanning waaraan het woonmilieu ter plaatse blootstaat of bloot zal komen te staan door de ontheffing van openstelling op werkdagen gedurende het bovengenoemde tijdvak.
1. Burgemeester en wethouders kunnen op aanvraag een ontheffing verlenen van de verboden, vervat in artikel 2, eerste lid van de wet, in verband met de toeristische aantrekkingskracht van door burgemeester en wethouder aan te wijzen gebieden.
2. Burgemeester en wethouders kunnen voorschriften verbinden aan de ontheffing.
3. De ontheffing wordt geweigerd indien er geen sprake van is dat de aantrekkingskracht van het toerisme geheel, of nagenoeg geheel, gelegen is binnen de verkoopactiviteiten die door de ontheffing mogelijk worden gemaakt.
1. Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na die waarop zij is bekendgemaakt.
2. De verordeningen als bedoeld in artikel 9, lid 1, van de laatstelijk gewijzigd bij raadsbesluit van 15 juli 1987 en artikel 3, lid 3, van de Winkelsluitingswet 1976, zoals laatstelijk gewijzigd bij raadsbesluit van 30 oktober 1979 (‘koopavond voor winkels’) worden ingetrokken.
3. Vrijstelling verleend op grond van de Winkelsluitingswet worden geacht te zijn verleend op grond van de Winkeltijdenwet.
Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening winkeltijden Wijk bij Duurstede 2002".
Deze wijziging van de verordening zal onder verwijzing naar artikel 142 van de Gemeentewet in werking treden op de 8e dag na publicatie van dit besluit.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 19 juni 2007
De raad voornoemd,
griffier, voorzitter,
Artikelsgewijze toelichting Winkeltijdenverordening Wijk bij Duurstede 2002
Voor de omschrijving van het begrip feestdagen is aansluiting gezocht bij artikel 2 van de wet.
Koninginnedag is in de wet niet meer aangemerkt als een feestdag.
De bepaling bindt de overdracht van de ontheffing aan de toestemming van burgemeester en wethouders. Deze tussenkomst geeft het college de gelegenheid om inzicht te krijgen in de handel en wandel van de opvolger.
Op maximaal 3 zon- en feestdagen per jaar kan afgeweken worden van het sluitingsgebod. Burgemeester en wethouders hebben deze bevoegdheid gedelegeerd gekregen van de gemeenteraad.
Het afwijkende openstellingsregime op zon- en feestdagen maakt het noodzakelijk voor winkels die op werkdagen tot 22.00 uur, of met ontheffing tot latere tijdstippen geopend zijn en waar hoofdzakelijk eet-en drinkwaren worden verkocht een afzonderlijk regeling in de verordening op te nemen.
Het artikel is gebaseerd op artikel 4 van de wet. Het stellen van voorschriften en beperkingen is mogelijk.
De vrijstelling betreft het te koop aanbieden en verkopen van voor directe consumptie geschikte
eetwaren en alcoholvrije dranken.
Artikel 7 van de wet geeft de mogelijkheid de openingstijden op werkdagen tussen 22.00 en 6.00 uur te reguleren. Dat kan door gebieden aan te wijzen waarin het verbod niet geldt of door vormen van detailhandel aan te wijzen waarvoor het verbod niet geldt. Ook kan in afzonderlijke gevallen ontheffing verleend worden.
De verordening gaat ervan uit dat voor de nachtelijke openstelling de ontheffing het belangrijkste instrument is. Per geval is dan een afweging te maken of de gewenste openstelling zich verhoudt met belangen van de woon- en leefomgeving en de openbare orde.
De vrijstellingen en ontheffingen kunnen onder beperkingen en voorschriften worden verleend.
In het Vrijstellingenbesluit is voor een aantal overige vormen van detailhandel alleen de openstelling op zon- en feestdagen geregeld. De openstelling van deze vormen van detailhandel op de uren tussen 10uur 's avonds en zes uur in de ochtend op werkdagen wordt door de verordeningsbepaling geregeld.
De grondslag van het artikel is artikel 3, derde lid, onder a van de wet. De wet laat de keuze tussen het verlenen van vrijstelling door de raad of het op basis van de verordening verlenen van ontheffing door burgemeester en wethouders.
De wet kent geen overgangsregeling. Ook in de verordening is geen overgangsbepaling opgenomen.