Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Delft

Beleidsregels Schuldhulpverlening gemeente Delft

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieDelft
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingBeleidsregels Schuldhulpverlening gemeente Delft
CiteertitelBeleidsregels Schuldhulpverlening gemeente Delft
Vastgesteld doorcollege van burgemeester en wethouders
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Onbekend

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

11-10-201201-07-2012nieuwe regeling

14-09-2012

Stadskrant, 3 oktober 2012

.

Tekst van de regeling

Intitulé

Beleidsregels Schuldhulpverlening gemeente Delft

 

 

Artikel 1. Uitleg van begrippen

Awb Algemene wet bestuursrecht.

Budgetbeheer Beheer van het inkomen, tegen betaling, door een onafhankelijke

derde.

Consulent Medewerker van de FWvD die gespecialiseerd is in

schuldhulpverlening.

FWvD Financiële Winkel van Delft.

Hulpvrager Degene die zich meldt met een financiële hulpvraag.

Ketenpartner Lokale organisatie of instelling die een bijdrage levert aan de

integrale schuldhulpverlening.

Klant Klant van de FWvD.

Minnelijke regeling De schulden afhandelen met schuldeisers zonder dat de rechtercommissaris

van de rechtbank erbij betrokken wordt.

Moratorium Juridisch rechtsmiddel, waarbij het schuldeisers voor een bepaalde

tijd onmogelijk wordt gemaakt om schulden te innen.

NVVK Nederlandse Vereniging Van Volkskrediet (brancheorganisatie

schuldhulpverlening en sociaal bankieren).

Plan van aanpak In het plan van aanpak staat welke stappen de FWvD en deschuldenaar ondernemen om tot een schuldbemiddeling te komen.

Saneringskrediet De schuld wordt in een keer afgelost door een lening bij de

kredietbank Den Haag. De looptijd is meestal 36 maanden.

Wgs Wet gemeentelijke schuldhulpverlening.

Schuldregelingsovereenkomst De overeenkomst waar de rechten, verplichtingen en voorwaarden

van de klant en de FWvD zijn opgenomen.

Wettelijke regeling De schulden afhandelen met schuldeisers op basis van de Wetschuldsanering natuurlijke personen (Wsnp). Dit loopt via de

rechter-commissaris van de rechtbank.

Wsnp Wet schuldsanering natuurlijke personen.

Artikel 2. Doelgroep gemeentelijke schuldhulpverlening

Alle inwoners van de gemeente Delft die 18 jaar of ouder zijn.

Artikel 3. Welke procedure volgen we bij een hulpvraag

De gemeentelijke schuldhulpverlening bestaat uit verschillende fasen. Welke stappen de hulpvrager

precies neemt, hangt af van zijn specifieke situatie. De volledige schuldhulpverleningsprocedure

omvat de volgende stappen:

  • 1.

    De hulpvrager meldt zich bij het Inloopspreekuur. Daar vindt verheldering van de hulpvraagplaats. Hierbij kijken we naar:

    • -

      het schuldenpakket

    • -

      het inkomen

    • -

      de psychosociale situatie

    • -

      motivatie van de hulpvrager

    • -

      eerdere schuldhulpverlening

    • -

      of er sprake is van crisis

    Waar noodzakelijk vragen we hierbij advies aan ketenpartners.

  • 2.

    Afhankelijk van de hulpvraag en het oordeel van de consulent worden de volgende actiesingezet: geven van informatie en/of advies, crisisinterventie, doorverwijzing naarketenpartners of doorverwijzing naar de workshop administratief ordenen, als eerste stap naareen mogelijke schuldbemiddeling. De bevindingen, afspraken en gegeven adviezen, dietijdens het Inloopspreekuur aan de orde zijn gekomen worden vastgelegd in hetInloopregistratieformulier;

  • 3.

    De klanten die mogelijk in aanmerking komen voor schuldbemiddeling nemen vervolgens deelaan de Workshop administratief ordenen. Deelname is verplicht tenzij de consulent, naoverleg met een betrokken hulpverlenende instantie, oordeelt dat het niet noodzakelijk is.

  • 4.

    Daarna volgt de Intake voor de schuldbemiddeling, die uit verschillende gesprekken kanbestaan. Tijdens de Intake wordt een Plan van aanpak opgesteld. De klant en de FWvDtekenen een schuldregelingsovereenkomst, waarin de rechten, plichten en voorwaarden zijnvastgelegd.

  • 5.

    Vervolgens wordt getracht met de schuldeisers een minnelijke schuldregeling te treffen.

    Wanneer dat lukt kunnen vervolgens de schulden worden afgelost;

  • 6.

    Klanten waarbij een minnelijke schuldregeling niet haalbaar blijkt kunnen mogelijk een beroepop Wet schuldsanering natuurlijke personen (WSNP);

  • 7.

    Aan het einde van de schuldregeling volgt een nazorgtraject.

Artikel 4. Wat bieden we aan?

De gemeente kan de volgende producten inzetten:

  • 1.

    Inloopspreekuur

  • 2.

    Crisisinterventie

  • 3.

    Wettelijk moratorium (nog niet van kracht)

  • 4.

    Consultatie en advies aan ketenpartners

  • 5.

    Verwijzing naar ketenpartners

  • 6.

    Huisbezoek bij fysieke beperkingen

  • 7.

    Voorlichting

  • 8.

    Budgettraining

  • 9.

    Saneringskrediet

  • 10.

    Schuldhulpfonds

  • 11.

    Basisbankrekening

Artikel 5. Hoe snel reageren we op een melding (wachttijden)?

  • -

    Als iemand zich meldt met een schuldhulpvraag, moet de gemeente binnen vier weken een eerstegesprek voeren met de hulpvrager. Hierin stelt de gemeente de hulpvraag vast.

  • -

    Is er sprake van een dreigende (crisis)situatie? Dan moet de gemeente binnen drie werkdageneen eerste gesprek voeren over de hulpvraag.

In beide gevallen nodigt de gemeente de klant hiervoor uit op het inloopspreekuur.

Artikel 6. Hoe lang duurt de procedure (doorlooptijden)?

Workshop administratief ordenen

De workshop vindt iedere twee weken plaats, behalve tijdens de zomervakantie.

Intake

Als na de workshop administratief ordenen de gegevens compleet zijn, kan de klant binnen vier weken

terecht voor een eerste intakegesprek ten behoeve van de schuldbemiddeling.

Van intake tot schuldbemiddeling

Na de workshop administratie ordenen vinden er maximaal 3 gesprekken plaats om te bepalen of de

schuldbemiddeling definitief doorgezet kan worden.

Van schuldbemiddeling naar schuldregeling

Als het plan van aanpak is ondertekend, moet binnen 120 dagen duidelijk zijn of een schuldregeling

mogelijk is, tenzij er bijzondere omstandigheden zijn. Dit is de norm die de NVVK hiervoor stelt.

Aflossing via het minnelijk traject

Als een minnelijk traject mogelijk is, lost de klant binnen 36 maanden zijn schulden af. Voorwaarde is

wel dat de klant bij de start van het minnelijk traject een budgetbeheerder heeft, dat er een overzicht is

van de schulden, dat er een plan van aanpak is ondertekend en dat alle schuldeisers akkoord zijn.

Informatievoorziening

De consulent vertelt de hulpvrager tijdens het inloopspreekuur binnen welke termijn de workshop

administratie ordenen en de intake plaats vinden. Tijdens de Workshop administratie ordenen wordt

verder uitgelegd wat het betekent om gebruik te maken van de schuldhulpverlening. Tijdens de

intakegesprekken informeert de consulent de klant over de termijnen die aan de schuldregeling

gekoppeld zijn.

Artikel 7. Wat zijn de verplichtingen van de hulpvrager?

Als de hulpvrager aanspraak wil maken op schuldhulpverlening, moet hij alle benodigde informatieaan de FWvD geven. Dit zijn gegevens over feiten en omstandigheden die invloed hebben op deschuldhulpverlening. Met deze informatie wordt bepaald of er sprake is van een problematische

schuldsituatie en of hulp noodzakelijk is. Deze informatie levert de hulpvrager zowel tijdens hethulpvraagverhelderingstraject als tijdens het schuldhulpverleningstraject.

Daarnaast is de hulpvrager verplicht volledig mee te werken tijdens het hulpvraagverhelderingstraject,

de schuldbemiddeling en het schuldhulpverleningstraject. Deze medewerking bestaat onder andere

uit:

  • -

    afspraken nakomen, zoals onder andere vastgelegd in de schuldregelingsovereenkomst;

  • -

    deelnemen aan de workshop administratief ordenen;

  • -

    geen nieuwe schulden aangaan (onder andere door de inzet van budgetbeheer);

  • -

    zich houden aan de bepalingen van het plan van aanpak en de schuldregelingsovereenkomst.

Artikel 8. Wanneer weigeren of beëindigen we de schuldhulpverlening?

Komt de hulpvrager niet of onvoldoende zijn verplichtingen na, zoals genoemd in artikel 7, dan kan het

college van BenW besluiten om schuldhulpverlening te weigeren dan wel te beëindigen. Daarnaastkan het college besluiten de schuldhulpverlening te beëindigen als:

  • -

    het schuldhulpverleningstraject succesvol is afgerond;

  • -

    de klant zijn beschikbare aflossingscapaciteit niet wil gebruiken om de schulden af te lossen;

  • -

    blijkt dat op grond van onjuiste gegevens schuldhulpverlening aan een klant is toegekend.

  • -

    we tijdens de schuldsanering constateren dat de klant zich onvoldoende inspant om meerinkomen te genereren, bijvoorbeeld doordat hij zich niet aan de sollicitatieplicht houdt;

  • -

    de klant zich misdraagt tegen de medewerkers die de schuldhulpverlening uitvoeren;

  • -

    de klant in staat is om zelf zijn schulden te regelen, dan wel in staat is de schulden zelfstandig tebeheren;

  • -

    de geboden hulpverlening, gelet op de persoonlijke omstandigheden van de klant, niet (langer)passend is;

  • -

    de schuldhulpverlening volgens het college niet langer noodzakelijk is;

  • -

    de klant verhuist naar een andere gemeente.

Schuldhulpverlening kan worden geweigerd wanneer de hulpvrager strafrechtelijk is veroordeeld- ofeen onherroepelijke bestuurlijke sanctie heeft gekregen vanwege fraude met financiële benadeling bijeen bestuursorgaan.

Artikel 9. Wanneer kan de hulpvrager opnieuw een traject aanvragen (recidive)?

Na beëindiging van het minnelijk schuldhulpverleningstraject is de klant drie jaar lang uitgesloten vanen nieuw gemeentelijk schuldhulpverleningstraject. Dit betreft ook de voortijdige beëindiging. Delant kan in die tijd wel langskomen op het inloopspreekuur voor informatie, advies en verwijzing. Dit artikel is ook van toepassing bij beëindiging van een minnelijk schuldhulpverleningstraject in eenandere gemeente

Bij Wsnp termijn tien jaar

Na een Wsnp-traject is de hulpvrager tien jaar lang uitgesloten van een nieuw Wsnp-traject ofminnelijk traject. Hij kan in die tijd wel langskomen op het inloopspreekuur voor informatie, advies enverwijzing.

Niet meegewerkt aan intake? Dan drie maanden wachten

Is het traject dat vooraf gaat aan de intake eerder beëindigd, omdat de hulpvrager onvoldoende heeftmeegewerkt? Dan kan hij pas drie maanden na die beëindiging opnieuw schuldhulpverleningaanvragen. Voor deze eventuele nieuwe aanvraag moet de hulpvrager zich opnieuw bij het

inloopspreekuur melden.

Artikel 10. Klachtenprocedure en bezwaar

Klachten

Hulpvragers en klanten van de FWvD kunnen een klacht indienen over de dienstverlening. Hierondervallen klachten over bejegening. Hiervoor moeten ze het gemeentelijke klachtenformulier invullen, dat

te vinden is op www.delft.nl /Gemeenteloket. Is de hulpvrager of klant niet tevreden over hoe de klacht is afgehandeld? Dan kan hij binnen een jaar na de reactie op zijn klacht nog een brief sturen aan deNationale Ombudsman. Deze behandelt klachten over de afhandeling van een klacht.

Overtreden NVVK-normen

Vindt een klant dat een gedragscode of module van de NVVK is overtreden? Dan kan hij zijn klacht ofhet geschil ook melden bij de Commissie Kwaliteitszorg van de NVVK.

Bezwaarmogelijkheden

De gemeentelijke schuldhulpverlening valt met de komst van de WGS onder het regime van de Awb.Dat betekent dat hulpvragers en klanten bezwaar kunnen aantekenen tegen besluiten die eenrechtsgevolg hebben. Bijvoorbeeld tegen besluiten die bepaalde verplichtingen opleggen of het

beëindigen van de schuldbemiddeling.

Artikel 11. Hardheidsclausule

Het college kan in bijzondere gevallen gemotiveerd afwijken van de bepalingen in deze regeling. Ditdoet het college als onverkorte toepassing daarvan zou leiden tot disproportionele onredelijkheid ofonbillijkheid. In gevallen waarin deze regeling niet voorziet, beslist het college.

Artikel 12. Inwerkingtreding

Deze beleidsregels treden in werking op…….en werken terug tot 1 juli 2012.

Het toepassen van het wettelijk moratorium en de basisbankrekening gaat in op het moment dat ditwettelijk mogelijk is.

Artikel 13. Citeertitel

De gemeente haalt deze regeling aan als ‘Beleidsregels Schuldhulpverlening gemeente Delft’.

College

Burgemeester, gemeentesecretaris

Toelichting Beleidsregels schuldhulpverlening gemeente Delft

Algemeen

Vanaf 1 juli 2012 is de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (WGS) van kracht. Dit betekent datvanaf die datum de gemeente Delft schuldhulpverlening als wettelijke taak heeft. Om hieraan te

kunnen voldoen, is in 2011 het Beleidsplan Schuldhulpverlening Nieuwe Stijl 2011 - 2014 opgestelden beleidsregels opgesteld. Deze toelichting beleidsregels is een nadere uitwerking van debeleidsregels.

De Wet gemeentelijke schuldhulpverlening schrijft voor dat gemeenten een beleidsplan moetenmaken. Dit plan bevat de hoofdzaken van het door de gemeente te voeren beleid betreffende integrale

schuldhulpverlening en het voorkomen van schulden. De gemeenteraad stelt het plan vast, telkensvoor een periode van maximaal 4 jaar. Het college is verantwoordelijk voor de uitvoering van het plan.

De Wet gemeentelijke schuldhulpverlening is een kaderwet. Gemeenten hebben de vrijheid om huneigen regels te stellen wat betreft toelating-, weigering-, of beëindiging van de schuldhulpverlening.

Het hoofddoel van de gemeente Delft is problematische schulden opheffen en voorkomen. Dit willenwij bereiken door de financiële zelfredzaamheid van burgers te vergroten. Daarnaast willen weschuldensituaties hanteerbaar maken en waar mogelijk de burger zelf laten werken aan een

schuldenvrije toekomst. Om dit te bereiken moeten hulpvragers zo snel als mogelijk in aanmerkingkomen voor een passend aanbod dat:

  • a)

    helpt schulden te voorkomen;

  • b)

    bedreigende schulden beheersbaar maakt;

  • c)

    hulpvragers ondersteunt om schulden op te lossen;

  • d)

    de financiële vaardigheden van hulpvragers vergroot en daarmee gedragsverandering mogelijkmaakt.

We verwachten daarbij dat hulpvragers zich zo goed mogelijk (naar vermogen) inzetten om uit deschulden te raken en te blijven. En dat ze (zo veel als mogelijk) eigen inkomsten genereren. Onsuitgangspunt hierbij is dat de hulpvrager zelf verantwoordelijkheid neemt voor het slagen van deschuldhulpverlening.

 

De samenwerking met ketenpartners is essentieel, zeker waar het gaat om hulpvragers, waarvoor alsgevolg van beperkingen op financieel- of psychosociaal gebied, geen schuldbemiddeling- ofschuldregeling mogelijk is. De FWvD kan bijvoorbeeld, waar mogelijk, een bijdrage te leveren aan hetterugdringen van financiële problemen bij de aanpak van multiproblem situaties door middel vanzorgcoördinatie of casemanagement.

 

De Financiële Winkel van Delft (FWvD) voert de schuldhulpverlenende taak van de gemeente uit. DeFWvD is aangesloten bij de Nederlandse Vereniging Van Volkskrediet (NVVK). Dit is eenbrancheorganisatie voor schuldhulpverlening en sociaal bankieren. De FWvD is gebonden aan de

werkwijze en de kwaliteitsnormen van de NVVK. U kunt deze gedragscodes nalezen opwww.nvvk.eu.

 

Artikel 1.Uitleg van begrippen

In dit artikel worden de begrippen uitgelegd, die in de beleidsregels worden gebruikt.

 

Artikel 2. Doelgroep gemeentelijke schuldhulpverlening

Dit zijn alle inwoners van de gemeente Delft die 18 jaar of ouder zijn en die ingeschreven staan bij degemeente Delft op grond van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens. Zelfstandig

ondernemers worden verwezen naar gespecialiseerde hulp.

 

Artikel 3. Welke procedure volgen we bij een hulpvraag

  • 1.

    Verhelderen van de hulpvraag

    Tijdens het inloopspreekuur vraagt de consulent aan de hulpvrager:

    • -

      wat de hulpvraag is;

    • -

      of er schulden zijn;

    • -

      wat de hulpvrager zelf heeft gedaan.

    Als basis voor dit gesprek gebruikt de consulent een screeningsformulier die de hulpvrager voorafheeft ingevuld. Daarna schat de consulent in of er sprake is van een problematische schuld en/ of eencrisissituatie en of er sprake is van een bemiddelbare hulpvrager en een bemiddelbaar schuldenpakket. Daar waar sprake is van psychosociale problematiek worden waar mogelijkbegeleiders van ketenpartners geconsulteerd. Op basis van dit gesprek stelt de consulent de situatievan de hulpvrager vast. Dit kunnen de vier volgende situaties zijn:

    • a)

      Bemiddelbare hulpvrager met een bemiddelbaar schuldenpakket

      Voor deze groep kunnen we een schuldregeling opzetten. De FWvD begeleidt dit proces. Dehulpvrager wordt in deze situatie dus klant van de FWvD.

    • b)

      Bemiddelbare hulpvrager met een niet-bemiddelbaar schuldenpakket

      In deze situatie onderzoekt de FWvD of de schulden bemiddelbaar zijn. Daarnaast probeertde FWvD de situatie van de hulpvrager zo veel mogelijk te stabiliseren. Als de schuldsaneerbaar is of wordt, kan de FWvD een traject opzetten voor de hulpvrager. Is of wordt hetschuldenpakket niet saneerbaar? Dan krijgt de klant een advies en verwijst de FWvD hem alsdat nodig is door naar een van de ketenpartners.

    • c)

      Niet-bemiddelbare hulpvrager met een bemiddelbaar schuldenpakket

      In deze situatie verwijst de FWvD de hulpvrager door naar een van de ketenpartners. Zijzorgen voor de hulpverlening of kunnen de hulpverlener begeleiden. Als de situatie van dehulpvrager is gestabiliseerd (het inkomen is geoptimaliseerd en de schuldensituatie isgestabiliseerd), kan de FWvD een schuldregeling opzetten. De betrokken ketenpartner houdtcontact met de klant. De FWvD heeft alleen een advies- en consultatiefunctie. Als dat nodig is,overlegt de FWvD met de ketenpartner.

    • d)

      Niet-bemiddelbare hulpvrager met een niet-bemiddelbaar schuldenpakket

      Voor deze hulpvragers kan de FWvD geen schuldregeling opzetten. Ook in deze situatieverwijst de FWvD de hulpvrager dus door naar een van de ketenpartners. De ketenpartnerkan de FWvD nog wel benaderen voor een advies of consult. Als dat nodig is, overlegt deFWvD met de ketenpartner.

     

    Indien er geen sprake is van een problematische schuldsituatie, dan zal er sprake zijn van adviseringwat de hulpvrager voor stappen kan ondernemen om de situatie weer beheersbaar te maken.

     

    Wat de FWvD bespreekt tijdens het inloopspreekuur, wordt vastgelegd in hetinloopregistratieformulier. Hierin staat wat er uit het gesprek is gekomen, wat de consulent concludeerten welke afspraken er zijn gemaakt. De hulpvrager en de consulent ondertekenen allebei hetInloopregistratieformulier. Zowel de FWvD als de hulpvrager ontvangen een exemplaar van ditformulier.

 

  • 2.

    De mogelijke vervolgstappen worden verder toegelicht onder Artikel 4. Wat bieden we aan?

 

  • 3.

    Workshop administratie ordenen

    Is er sprake van een problematische schuldsituatie en zijn de hulpvrager en zijn schuldenbemiddelbaar? Dan vragen we de hulpvrager allereerst om de workshop administratief ordenen tevolgen. De workshop is verplicht en is een voorwaarde om verder te kunnen gaan richting de Intakevoor schuldbemiddeling. Tijdens de workshop wordt verteld wat het betekent als iemand in deschuldhulpverlening gaat. Daarnaast wordt met de klant de informatie doorgenomen over inkomen,uitgaven, schulden en over andere relevante zaken die aangeleverd moeten worden. Het is belangrijkdat de klant zich hierop voorbereidt en de benodigde stukken hiervoor meeneemt. Ook moet de klantzich legitimeren. Als de administratie niet op orde is, nodigen we de klant opnieuw uit. Hierbij proberenwe de zelfwerkzaamheid en verantwoordelijkheid zo veel mogelijk te stimuleren.

    De workshop administratief ordenen wordt gegeven door adviseurs van de FWvD, ondersteund doorvrijwilligers van Humanitas en de Interkerkelijke Stichting voor Ondersteuning bij Financiën enAdministratie (ISOFA). Aan het eind van de workshop bepaalt de adviseur of alle benodigde gegevensaangeleverd zijn en de klant doorgaat naar de intake voor de schuldbemiddeling. Als dat zo is,ontvangt de klant hiervoor een uitnodiging. Kan de klant niet door naar de intake? Dan ontvangt deklant hierover een schriftelijk bericht met daarin de redenen hiervoor.

 

  • 4.

    Intake schuldbemiddeling

    Is er schuldsanering of -bemiddeling mogelijk? Dan volgt de intake voor de schuldbemiddeling. Dezebestaat uit één tot maximaal drie gesprekken met de klant. Tijdens deze gesprekken beoordeelt deconsulent van de FWvD in hoeverre de klant baat heeft bij een schuldhulpverleningstraject en inhoeverre de klant voor zichzelf kan zorgen en een eventueel schuldhulpverleningstraject succesvolkan doorlopen. Hij beoordeelt dit op basis van:

    • -

      het Inloopregistratieformulier en het Screeningsformulier;

    • -

      de door de hulpvrager aangeleverde gegevens (zoals inkomsten, uitgaven, schuldenoverzicht enafgesloten boekhouding);

    • -

      de houding en het gedrag van de hulpvrager vanaf het moment dat deze zich heeft aangemeld.

     

    Intake bij hulpvragers die onder bewind zijn gesteld

    Het kan voorkomen dat de hulpvrager onder bewind is gesteld. In dat geval overlegt de consulent metde bewindvoerder. Samen bepalen zij wat de mogelijkheden en beperkingen zijn van de hulpvrager.

    Op basis hiervan bepaalt de consulent vervolgens wat de te volgen lijn is.

     

    Vrij te laten bedrag berekenen

    Tijdens de intake berekent de consulent ook het vrij te laten bedrag (VTLB). Dat is het bedragwaarvan de klant maandelijks moet rondkomen; hiervan moet hij dus al zijn uitgaven bekostigen. Ditbedrag baseert de consulent op het overzicht van het inkomen. De berekening bestaat uit tweeonderdelen:

    • -

      de beslagvrije voet. Dit is de basisnorm (in principe 90 procent van de bijstandsnorm inclusiefvakantiegeld) vermeerderd met ziektekosten en woonlasten;

    • -

      de nominale correcties. Hieronder vallen bijvoorbeeld de reserveringtoeslag, arbeidstoeslag,woonkosten, eigen risico ziektekostenverzekering, correctie autokosten, kinderopvang,studiekosten en alimentatie.

     

    Aflossingscapaciteit berekenen

    Als het VTLB is berekend, wordt ook duidelijk wat de aflossingscapaciteit is. Deze berekenen we doorhet totale (gezins)inkomen te nemen en daar het VTLB af te trekken, dus inkomsten - VTLB =aflossingscapaciteit.

     

    Consulent licht schuldhulptraject toe

    Tijdens de Intake licht de consulent bovendien het schuldhulptraject toe. Hierbij gaat de consulent inop:

    • -

      de oorzaken van de schulden;

    • -

      wat van de klant verwacht wordt en welke verplichtingen hij heeft;

    • -

      hoe lang het traject duurt;

    • -

      in welke gevallen de FWvD het traject beëindigt (beëindigingsgronden);

    • -

      wat de klant nog kan doen om zijn situatie te stabiliseren;

    • -

      wat budgetbeheer inhoudt;

    • -

      de budgettrainingen die de klant moet volgen.

    Tot slot stelt de consulent een plan van aanpak op. Zowel de klant als de consulent ondertekenen ditdocument.

 

  • 5.

    Minnelijke schuldregeling treffen

    De FWvD moet altijd eerst proberen een minnelijke regeling te treffen tussen de klant en deschuldeisers. Hiervoor zijn, afhankelijk van de situatie, verschillende opties:

    • -

      schuldsanering: de schuldenaar betaalt in één keer een deel van zijn schulden aan zijnschuldeisers. Hiervoor krijgt de schuldenaar een krediet van de Gemeentelijke Kredietbank DenHaag. Het restant wordt kwijtgescholden;

    • -

      schuldbemiddeling: de schuldeisers krijgen ieder een gelijk deel van het aflossingsbedrag dat isberekend.

     

    Schuldeisers niet akkoord? Dwangakkoord mogelijk

    Als niet alle schuldeisers akkoord gaan met een minnelijke regeling, kan de FWvD een dwangakkoordaanvragen. Hierbij vraagt de FWvD aan de rechter om in te stemmen met de voorgesteldeschuldregeling. Op die manier ‘dwingt’ de rechter de schuldeisers dus om mee te werken aan deregeling. In de praktijk bereiden we tegelijkertijd een beroep op de Wet schuldsanering natuurlijkepersonen (WSNP) voor. Dit is namelijk de volgende stap, als de rechter niet akkoord gaat.

     

    Start minnelijk traject

    Het minnelijk traject start zodra het plan van aanpak is ondertekend door zowel de hulpvrager als debudgetconsulent. Hiervoor moet de klant wel zijn ondergebracht bij een budgetbeheerorganisatie. Alsde klant onder bewind staat (er is sprake van handelingsonbekwaamheid), dan tekent debewindvoerder namens de klant voor akkoord.

     

    Ieder jaar financiële situatie klant opnieuw bekeken

    Na de start van de schuldregeling vindt iedere 12 maanden een financiële hercontrole plaats. Hierbijkijkt de FWvD naar wat er het afgelopen jaar is gereserveerd is om af te lossen aan de schuldeisers.De FWvD vraagt vervolgens aan de budgetbeheerorganisatie om de vooraf afgesproken percentagesof gereserveerde aflossingsbedragen uit te betalen aan de schuldeisers. Daarnaast maakt de FWvDopnieuw een VTLB-berekening, op basis van de recentste overzichten van inkomsten en uitgaven enwat de aflossingscapaciteit gaat worden voor de komende 12 maanden. De schuldeisers en dehulpvrager ontvangen hierover een bericht van de FWvD. Wanneer de financiële situatie van een klantonvoorzien substantieel wijzigt, kan er tussentijds een herberekening plaatsvinden om te bekijken ofde regeling met schuldeisers stand kan houden.

     

    Succesvol bemiddelingstraject

    Na drie jaar, als het volledige bemiddelingstraject is doorlopen, laat de consulent aan alle schuldeisersweten dat het traject is afgerond. De budgetbeheerorganisatie betaalt de gereserveerde bedragen uitaan de schuldeisers. Daarnaast vraagt de FWvD aan de schuldeisers om het restant van de schuldenaf te boeken.

     

    Niet-succesvol bemiddelingstraject:

    Is om wat voor reden dan ook het bemiddelingstraject tussentijds gestopt (bijvoorbeeld door nieuweschulden of onvoldoende meewerken aan traject)? Dan ontvangen alle schuldeisers hierover eenbericht. Ook betaalt de budgetbeheerorganisatie alle tot dan toe gereserveerde bedragen uit aan deschuldeisers

     

    Verplichtingen: werk behouden, uitbreiden of zoeken tijdens traject

    Als een klant en eventuele partner in een bemiddelingstraject zit, is het een voorwaarde dat zo veelals mogelijk (naar vermogen) inkomen wordt genereerd. We verwachten daarom dat de klant (tot 65jaar) en partner zich tot het uiterste inspannen om het werk te behouden en indien mogelijk maximaaluit te breiden. Heeft iemand geen betaald werk, dan geldt een sollicitatieplicht. Dit betekent dat ergezocht moet worden naar een betaalde fulltime baan. Deze verplichtingen worden vastgelegd in deschuldregelingsovereenkomst

     

    Kosten bemiddeling

    Voor het bemiddelingstraject brengt de gemeente Delft kosten in rekening. Hiervoor baseren we onsop de richtlijnen van de NVVK. De bemiddelingskosten zijn 9 procent van de berekendeaflossingscapaciteit. Deze kosten stellen we vast als de schuldsanering start. Is er sprake van eenminimaal aflosbedrag, zoals bepaald in de NVVK-tabel. Dan brengen we geen kosten in rekening.Daarnaast kunnen we ook voor de kosten van financieel beheer een door de NVVK vastgesteldbedrag in rekening brengen.

 

  • 6.

    Beroep op de Wet schuldsanering natuurlijke personen (WSNP)

    Is het niet mogelijk om een minnelijke regeling te treffen? Dan is het laatste redmiddel een beroep opde Wet schuldsanering natuurlijke personen (WSNP). Hiervoor moet de klant wel aan specifieketoelatingseisen voldoen. De klant vraagt de schuldsanering op basis van de WSNP zelf aan.Bij beroep op WSNP voert de bewindvoerder de schuldsanering uit

    Mag de klant een beroep doen op de WSNP? Dan wijst de rechtbank voor drie tot maximaal vijf jaareen bewindvoerder aan die de financiële situatie van de klant onderzoekt en controleert. Dezebewindvoerder ontvangt alle post en voert het saneringsplan uit. De klant moet de kosten van debewindvoerder zelf betalen. Heeft hij hiervoor onvoldoende inkomsten? Dan kan de klant eventueelnog een beroep doen op de bijzondere bijstand. Daarnaast heeft de klant tijdens de schuldsanering opbasis van de WSNP een arbeids- en sollicitatieplicht. Ook mag hij geen nieuwe schulden maken.

     

    Als schuldsanering WSNP start, sluit dossier FWvD

    Ontvangt de FWvD de uitspraak van de rechter dat de klant is toegelaten tot de WSNP? Dan wordthet dossier bij de FWvD gesloten. De klant kan de FWvD nog wel vragen om advies, en een budgetcursus volgen bij de FWvD.

     

    Deelname en registratie WSNP

    Iemand kan hooguit één keer in de tien jaar deelnemen aan de WSNP. Als de klant het WSNP-trajectafsluit, blijft hij vijf jaar geregistreerd bij het Bureau Kredietregistratie (BKR).

     

    Niet toegelaten? Beroep mogelijk

    Wordt de klant niet toegelaten tot de WSNP? Dan kan hij binnen 8 dagen in beroep gaan tegen deuitspraak van de rechter.

     

  • 7.

    Nazorg traject

    In de laatste zes maanden van de minnelijke schuldregeling nemen klanten verplicht deel aan hettweede deel van de budgetcursus. Dit uiteraard alleen als dit zo is afgesproken in het plan vanaanpak. Ook krijgt de budgetbeheerder te horen dat de schuldregeling binnenkort eindigt.

     

    Gemeente houdt contact

    Iedere klant die een traject heeft afgesloten, wordt binnen een halfjaar nadat de schuldbemiddeling isgerealiseerd door de FWvD telefonisch benaderd. We informeren dan naar de huidige (financiële)situatie van de gesaneerde hulpvrager. Op basis van dit gesprek bekijken we of en wat vooraanvullende acties nodig en beschikbaar zijn om de (ex-)klant te ondersteunen.

     

    Budgetbeheer valt niet onder nazorg

    Het budgetbeheer voor de schuldregeling stopt zodra het schuldhulpverleningstraject eindigt. Zijnklanten gebaat bij langer budgetbeheer? Dan moeten zij dat op eigen kosten inhuren. Als de klanthiervoor onvoldoende draagkracht heeft, kan hij een beroep doen op de bijzondere bijstand.

 

  • 4.

    Wat bieden we aan?

    12. Inloopspreekuur

    Iedere Delftenaar met schulden kan gebruik maken van het inloopspreekuur. Tijdens hetinloopspreekuur stelt een consulent schuldhulpverlening de hulpvraag vast. Vooraf vult de hulpvragereen screeningsformulier in. Daar waar sprake is van psychosociale problematiek worden waarmogelijk begeleiders van ketenpartners geconsulteerd. Aan het eind van het gesprek vult de consulenthet inloopregistratieformulier in. Op basis van de informatie en de inhoud van het gesprek beoordeeltde consulent of er sprake is van een problematische schuldsituatie en geeft de consulent aan wat hetbeste vervolgtraject kan zijn. De FWvD kan:

    • -

      informatie en advies geven. Bijvoorbeeld over hoe de hulpvrager zelfstandig of met behulp vanherfinanciering of een afbetalingsregeling de schulden kan afbetalen. Hiervoor moet de hulpvrageroverigens zelf contact opnemen met de bank;

    • -

      doorverwijzen naar een of meerdere ketenpartners die helpen om de situatie te stabiliseren. Ditgebeurt vooral als er sprake is van niet-bemiddelbare schulden en/of niet-bemiddelbarehulpvragers;

    • -

      doorverwijzen naar de workshop administratieordening. De consulent maakt deze keuze, als hijdenkt dat de schulden mogelijk regelbaar zijn en de hulpvrager in staat is mee te werken aan eenschuldenregeling.

     

    Tijdens het inloopspreekuur checken we ook of er sprake is van recht op inkomensondersteunendevoorzieningen of mogelijke toeslagen. Daarnaast kan de consulent de hulpvrager doorverwijzen naarde belastingadviseur om belastingteruggave aan te vragen.

     

    Hulpvrager kan iemand meenemen

    Als een hulpvrager dat wil, kan hij een professionele of vrijwillige begeleider meenemen naar hetinloopspreekuur. Dit is vooral aan te raden als die persoon of een organisatie de hulpvrager heeftaangemeld of doorverwezen.

     

    Overige functies inloopspreekuur

    Het inloopspreekuur is het moment waarop de consulent schuldhulpverlening de situatie van dehulpvrager beoordeelt.

    Daarnaast heeft het echter ook nog de volgende functies:

    • -

      als contactmoment voor crisisinterventie;

    • -

      als plek waar vrijwillige of professionele begeleiders kunnen overleggen over het traject vanklanten die in een schuldhulptraject zitten;

    • -

      als plek waar ketenpartners een hulpvrager na financiële en/of psychosociale stabilisatie kunnenaanmelden voor schuldhulpverlening.

     

    13. Crisisinterventie

    Als een hulpvrager in een (persoonlijke) crisissituatie terechtkomt, zet de gemeente eencrisisinterventie in. Er is volgens de wet sprake van crisis, als de hulpvrager:

    • -

      een aanzegging heeft ontvangen dat zijn woning wordt ontruimd;

    • -

      een aanzegging heeft ontvangen dat gas, water of energie worden afgesloten.

    Daarnaast ziet de gemeente de volgende situaties als een crisis:

    • -

      aangekondigde boedelverkoop;

    • -

      (verplichte) verkoop eigen woning;

    • -

      loonbeslag;

    • -

      bankbeslag;

    • -

      aanvraag faillissement.

     

    Crisisinterventie: noodzakelijke acties in gang zetten

    Bij een crisisinterventie neemt de consulent schuldhulpverlening contact op met de eisende instellingof deurwaarder om na te gaan wat noodzakelijk is om de crisissituatie af te wenden. Vervolgens zet deconsulent in overleg met de hulpvrager de benodigde acties in gang. Crisisinterventie moet zo snelmogelijk starten en binnen twee weken worden afgerond.

     

    Voorlopige voorziening

    Als er sprake is van een crisis, kan de rechter een voorlopige voorziening treffen. Dit kan bijspoedeisende situaties zoals dreigende uithuiszetting. De rechter kan in dat geval huisuitzettingvoorkomen. Het heeft in de praktijk alleen maar zin een voorlopige voorziening aan te vragen, als er aleen minnelijke schuldregeling is getroffen. Als dat nodig is, verwijzen we vervolgens door naarbijvoorbeeld budgetbeheer en verdere schuldhulpverlening.

     

    14. Wettelijk moratorium

    Is er sprake van een dreigende situatie? Dan kan het college van burgemeester en wethouders vanDelft (BenW) aan de rechtbank vragen om een afkoelingsperiode af te kondigen. Dit zogenoemdewettelijk moratorium duurt maximaal zes maanden. De afkoelingsperiode is bedoeld om rust tecreëren, zodat de hulpvrager samen met de FWvD naar een structurele oplossing kan zoeken. Bij eenmoratorium mag onder andere de huur niet worden opgezegd, gas, water en elektra mogen nietworden afgesloten en/of de zorgverzekering mag niet worden opgezegd of ontbonden. We vragenalleen een moratorium aan, als deze periode noodzakelijk is voor de schuldhulpverlening. Het geeft dehulpvrager tijd om een minnelijke schuldregeling af te spreken.

    De wettelijke mogelijkheid om het moratorium in kunnen te zetten vergt een wijziging van het Wetboekvan Burgerlijke Rechtsvordering. Een wetswijziging is in voorbereiding.

     

    15. Consultatie en advies aan ketenpartners

    Ketenpartners kunnen tijdens kantooruren altijd bellen met de FWvD voor adviezen overschuldhulpverlening en alles wat daarmee samenhangt. Ook kunnen adviseurs of consulenten van deFWvD op afspraak in company bij een ketenpartner langskomen voor consultatie of advies.

     

    16. Verwijzing naar ketenpartners

    Op verschillende momenten kiest de FWvD ervoor om hulpvragers te verwijzen naar externeinstanties. Dit kan tijdens het inloopspreekuur, maar ook tijdens eventuele vervolgstappen in deschuldbemiddeling of schuldregeling De verwijzing kan zijn voor bijvoorbeeld administratieordening,budgethulp of psychosociale hulp. Daarnaast kunnen instanties ook verwijzen naar de FWvD. Hetinloopspreekuur is dan het eerste contactmoment.

     

    Overleg met ketenpartners

    De FWvD werkt nauw samen met onze ketenpartners schuldhulpverlening. Dit zijn de instanties waarde FWvD regelmatig naar verwijst of die regelmatig verwijzen naar de FWvD. De FWvD overlegtregelmatig met de belangrijkste ketenpartners. Daarnaast overleggen de ketenpartners vaakonderling. De regie voor het ketenoverleg ligt bij de gemeente.

     

    Verwijzen zelfstandig ondernemers

    De FWvD kan ondernemers, als ze ingeschreven staan bij de kamer van koophandel, niet helpen aaneen schuldregeling. Wij verwijzen hen door naar gespecialiseerde schuldhulpbureaus. De FWvD kanpas helpen bij schuldbemiddeling, als:

    • -

      de boekhouding volledig is afgerond;

    • -

      alle belastingaangiftes over de jaren dat het bedrijf actief is geweest, zijn gerealiseerd;

    • -

      de ex-zelfstandige in het bezit is van de definitieve aanslagen.

    De gemeente kan ondernemers wel adviseren. Hiervoor kunnen zij contact opnemen met hetgemeentelijke Bureau Zelfstandigen.

     

    17. Huisbezoek bij fysieke beperkingen

    Is een hulpvrager door aantoonbare fysieke beperkingen niet in staat het inloopspreekuur tebezoeken? Dan legt een adviseur van de FWvD een huisbezoek af. Tijdens dit huisbezoek bespreektde adviseur dezelfde onderwerpen als die tijdens het inloopspreekuur aan de orde kunnen komen.

     

    18. Voorlichting

    De gemeente vindt het belangrijk om haar burgers voor te lichten over:

    • -

      hoe ze schulden kunnen voorkomen;

    • -

      hoe ze geld kunnen besparen (tips);

    • -

      wat ze zelf kunnen doen om hun schulden af te lossen;

    • -

      hoe een schuldhulptraject eruitziet en wat dat betekent voor een hulpvrager;

    • -

      waar een hulpvrager nog meer met zijn schuldgerelateerde vraag terecht kan.

    Wij verstrekken deze informatie onder andere via:

    • -

      onze website (www.delft.nl);

    • -

      een hand-out voor hulpvragers en intermediairs;

    • -

      huisbezoeken en voorlichtingsactiviteiten door de adviseurs van de FWvD;

    • -

      voorlichting aan ketenpartners;

    • -

      nieuwsbrieven en pers.

     

    19. Budgettraining

    Bij een deel van de klanten staat in hun plan van aanpak dat zij moeten deelnemen aan eenbudgettraining. Deze vindt plaats in de periode tussen de intake en de start van de schuldregeling en

    bestaat uit verschillende bijeenkomsten. De training gaat over verstandig omgaan met geld en hetvoorkomen van schulden. In de laatste zes maanden van de schuldregeling biedt de FWvD aanklanten ook een vervolgtraining aan. Doel van deze vervolgtraining is dat de klanten herhaling van ofterugval in schulden leren voorkomen.

     

    20. Saneringskrediet

    Tijdens de intake bepaalt de budgetconsulent of een saneringskrediet nodig is voor deschuldbemiddeling. Bij een saneringskrediet krijgen de schuldeisers in één keer een deel van deschulden betaald via een krediet. Het restant moeten zij in dat geval dan kwijtschelden. Deschuldvrager moet wel de rente over de schuld afbetalen en het krediet in 36 maandelijkse termijnenafbetalen aan de Kredietbank..

     

    Noodzaak saneringskrediet bepalen

    De budgetconsulent baseert zijn keuze op het toekomstperspectief van de klant: is er zicht op meerinkomsten? En er wordt een toets gedaan op het totaal aan openstaande schulden. Het totale bedragwat als lening verstrekt kan worden mag niet meer dan € 5000,00 zijn. Bovendien moet er bij eensaneringskrediet sprake zijn van problematische schulden. Dit blijkt uit het feit of de achterstand bij hetBureau Kredietregistratie is gemeld.

     

    Gemeentelijke Kredietbank verstrekt krediet

    Saneringskredieten worden verstrekt door de Gemeentelijke Kredietbank Den Haag. De gemeenteDelft staat hierbij borg . De kosten voor deze dienstverlening worden in rekening gebracht bij degemeente Delft. Als een klant een saneringskrediet krijgt, stelt de FWvD stelt samen met de klant eenplan van aanpak op. Ook zorgt de FWvD voor een betalingsvoorstel en een overeenkomst met deschuldeisers.

     

    21. Schuldhulpfonds

    De gemeente stelt jaarlijks een bedrag ter beschikking voor schuldhulpverlening. Dit doet zij in devorm van een Schuldhulpfonds. In uitzonderlijke situaties kan de FWvD vanuit dit noodfonds eenlening verstrekken. Dit doet de FWvD in vastgelopen situaties, bijvoorbeeld als één schuld een totaleschuldregeling in de weg staat. De lening uit het noodfonds kan een schuldenregeling dan tochmogelijk maken. Uiteraard is een aanspraak op het Schuldhulpfonds alleen mogelijk, als er geenandere voorzieningen zijn waarop de klant een beroep kan doen (voorliggende voorzieningen). Delening dient terugbetaald te worden na afronding van het volledige schuldsaneringstraject of is directopeisbaar direct nadat, door eigen toedoen, het traject wordt beëindigd.

     

    22. Basisbankrekening

    Heeft een klant geen bankrekening? Dan kan hij op basis van de WGS een betaalrekening metbankpas aanvragen. Op deze rekening kan de klant niet rood staan. Voor de wettelijke invoering vande basisbankrekening moet eerst de Wet op het financieel toezicht wel gewijzigd worden.

     

    Artikel 5. Hoe snel reageren we op een melding (wachttijden)?

    De gemeente moet volgens de wet binnen een bepaalde tijd reageren op hulpvragen. Voorschuldhulpverlening gelden de hier beschreven termijnen.

     

    Artikel 6. Hoe lang duurt de procedure (doorlooptijden)?

    Voor de verschillende stappen in de schuldhulpverleningsprocedure staan verschillendedoorlooptijden. In dit artikel staat hoe lang de verschillende stappen ongeveer duren.

     

    Workshop administratief ordenen

    Hulpvragers die in aanmerking komen voor een schuldregeling, volgen de eerstvolgende workshopadministratief ordenen (zie de beleidsregels voor de termijn). Als tijdens deze workshop de gegevensniet compleet zijn, kan de hulpvrager nog terecht op een volgende workshop.

     

    Intake

    Tijdens deze officiële intake stelt de FWvD met de klant het plan van aanpak op (zie de beleidsregelsvoor termijn).

     

    Van intake tot schuldregeling

    Deze termijn is bepaald in de kwaliteitsnormen van de NVVK(zie de beleidsregels voor termijn).

     

    Aflossing via het minnelijk traject

    Deze schuldregeling loopt vanaf de dagtekening van de schuldregelingsovereenkomst.Volgens de WGS moet de gemeente de hulpvrager inzicht geven in hoeveel weken er zitten tussenhet eerste gesprek en het bereiken van het resultaat.

     

    Artikel 7. Wat zijn de verplichtingen van de hulpvrager?

    Dit artikel heeft geen nadere toelichting nodig.

     

    Artikel 8. Wanneer weigeren of beëindigen we de schuldhulpverlening?

    Bij verhuizing van- of naar een andere gemeente geldt het volgende:

    • -

      Overdracht van dossiers is niet gewenst wanneer een schuldregeling eenmaal is opgestart en deschuldeisers akkoord zijn gegaan. Wanneer een verhuizing echter leidt tot nieuwe schulden kan deschuldhulpverlening worden geweigerd of beëindigd.

    • -

      Wanneer de individuele omstandigheden van een klant daarom vragen kan, in samenspraak tussende betreffende schuldhulpinstanties, een dossier wel worden overgedragen.

     

    Artikel 9. Wanneer kan de hulpvrager opnieuw een traject aanvragen (recidive)?

    Dit artikel heeft geen nadere toelichting nodig.

     

    Artikel 10. Klachtenprocedure en bezwaar

    Dit artikel heeft geen nadere toelichting nodig.

     

    Artikel 11. Hardheidsclausule

    Dit artikel heeft geen nadere toelichting nodig.

     

    Artikel 12. Inwerkingtreding

    De beleidsregels gaan met terugwerkende kracht in omdat per 1 juli 2012 de Wet gemeentelijkeschuldhulpverlening van kracht is geworden.

     

    Artikel 13. Citeertitel

    Dit artikel heeft geen nadere toelichting nodig.