Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Lopik

Beleidsregels reiskosten- en fietsvergoeding voor statushouders

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieLopik
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingBeleidsregels reiskosten- en fietsvergoeding voor statushouders
CiteertitelBeleidsregels reiskosten- en fietsvergoeding voor statushouders
Vastgesteld doorcollege van burgemeester en wethouders
Onderwerpbestuur en recht
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Artikel 9 bevat een hardheidsclausule.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Participatiewet, art. 35, lid 1

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

29-06-2016nieuwe regeling

15-12-2015

Elektronisch Gemeenteblad, 28-06-2016

Onbekend.

Tekst van de regeling

Intitulé

Beleidsregels reiskosten- en fietsvergoeding voor statushouders

Het college van gemeente Lopik

 

gelet op artikel 35 lid 1 van de Participatiewet;

 

B E S L U I T

 

de volgende beleidsregels vast te stellen:

 

‘Beleidsregels reiskosten- en fietsvergoeding voor statushouders’

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

  • a.

    statushouder: verblijfsgerechtigde vreemdeling die ingevolge de Vreemdelingenwet als vluchteling is toegelaten dan wel beschikt over een op grond van een asielaanvraag verleende vergunning of over een voorwaardelijke vergunning tot verblijf.

  • b.

    gezinsleden: de kinderen van een statushouder jonger dan 18 jaar.

  • c.

    BOL-opleiding: beroeps opleidende leerweg.

  • d.

    inburgeringscursus: cursus Nederlands taalonderwijs, oriëntatie op de Nederlandse samenleving, beroepenoriëntatie en maatschappelijke begeleiding voor immigranten om de integratie te bevorderen.

Artikel 2. Rechthebbenden

Rechthebbenden zijn:

  • a.

    statushouders met een uitkering op grond van de Participatiewet of;

  • b.

    statushouders met een inkomen tot: Houten 100% van de toepasselijke bijstandsnorm

    Nieuwegein 100%

    Lopik 100%

    Vianen 110%

    IJsselstein 110%

    waarbij rekening gehouden wordt met aanwezige draagkracht, en;

  • b.

    die een inburgeringscursus volgen bij een officieel erkende onderwijsinstelling.

  • c.

    gezinsleden van een statushouder die extra taalonderwijs volgen, voor zover er geen sprake is van een voorliggende voorziening.

Artikel 3. Wie komen niet in aanmerking
  • 1.

    Belanghebbenden die een BOL opleiding volgen.

  • 2.

    Overige inburgeringsplichtigen.

Hoofdstuk 2 Reiskostenvergoeding

Artikel 4. Aanvraag reiskostenvergoeding

Bijzondere bijstand voor reiskostenvergoeding wordt op aanvraag verstrekt.

Artikel 5. Hoogte en duur reiskostenvergoeding

  • 1.

    Reiskosten worden vergoed indien de reisafstand tussen het woonadres en de onderwijsinstelling tussen de twee en tien kilometer bedraagt.

  • 2.

    Bij een reisafstand van minder dan twee kilometer wordt belanghebbende geacht deze afstand per voet te kunnen afleggen en komt hij niet in aanmerking voor een reiskostenvergoeding.

  • 3.

    Bij een reisafstand zoals bedoeld in het eerste lid van dit artikel, worden de reiskosten vergoed voor maximaal zes maanden. Na maximaal zes maanden wordt rechthebbende geacht te kunnen fietsen en derhalve gebruik te maken van de fiets als vervoersmiddel. Op grond van artikel 7 van deze beleidsregels kan aan rechthebbende tevens een fietsvergoeding verstrekt worden.

  • 4.

    Wanneer rechthebbende aantoonbaar om medische redenen niet in staat kan worden geacht te fietsen, kan de reiskostenvergoeding gecontinueerd worden tot maximaal drie jaar.

  • 5.

    Wanneer de reisafstand tussen het woonadres en de onderwijsinstelling groter is dan tien kilometer, dan worden de daadwerkelijke reiskosten vergoed gedurende de hele periode waarin scholing wordt gevolgd, echter met een maximale duur van drie jaar.

  • 6.

    Wanneer rechthebbende in deeltijd taalscholing volgt, dan worden de reiskosten vastgesteld op basis van het gemiddeld aantal dagen per week.

  • 7.

    Reiskosten worden maandelijks uitbetaald.

  • 8.

    Reiskosten worden vergoed op basis van de goedkoopste wijze van reizen met het openbaar vervoer, tussen het woonadres en het adres van de onderwijsinstelling.

Artikel 6. Verantwoording reiskosten

Rechthebbende is zelf verantwoordelijk voor het bijhouden van de reiskosten en moet op verzoek een overzicht van deze kosten overleggen. De controle op de ingediende declaraties kan steekproefsgewijs geschieden.

Hoofdstuk 3 Fietsvergoeding

Artikel 7. Aanvraag fietsvergoeding

  • 1.

    Indien aanvrager een rechthebbende is zoals bedoeld in artikel 2 van deze beleidsregels en de reisafstand tussen de onderwijsinstelling en het huisadres bedraagt tussen de twee en tien kilometer, kan aan hem een fietsvergoeding verstrekt worden.

  • 2.

    In alle andere gevallen bestaat er geen recht op een fietsvergoeding.

  • 3.

    De uitbetaling vindt plaats na het overleggen van de nota fietsaankoop.

Artikel 8. Hoogte fietsvergoeding

  • 1.

    De fietsvergoeding, inclusief slot en verlichting, bedraagt maximaal € 150,-

  • 2.

    De fietsvergoeding wordt om niet verstrekt.

Artikel 9. Hardheidsclausule

In gevallen waarin deze beleidsregels niet voorzien, beslist het college.

Artikel 10. Inwerkingtreding

Deze beleidsregels treden met ingang van 1 januari 2015 in werking.

Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lopik van 15 december 2015

de secretaris, de burgemeester,

H. CAPEL MW. MR. R.G. WESTERLAKEN-LOOS

Algemene toelichting  

De Lekstroomgemeenten hebben een taakstelling met betrekking tot het bieden van huisvesting aan statushouders. Statushouders zijn “verblijfsgerechtigde vreemdelingen die ingevolge de Vreemdelingenwet als vluchteling zijn toegelaten dan wel beschikken over een op grond van een asielaanvraag verleende vergunning of over een voorwaardelijke vergunning tot verblijf”. Statushouders moeten inburgeren: Nederlands leren spreken en leren hoe de Nederlandse samenleving in elkaar zit.

Er zijn meerdere manieren waarop dit inburgeren kan plaatsvinden: er kan een beroepsopleiding gevolgd worden, er kan Staatsexamen worden afgelegd en men kan naar een inburgeringscursus gaan. Inburgeringscursussen en Nederlandse taallessen worden aangeboden door een officiële onderwijsinstelling. Het inburgeringsexamen moet binnen drie jaar afgelegd worden. Indien dit niet gehaald wordt, moet er een herexamen worden afgelegd, net zo lang totdat men slaagt voor het inburgeringsexamen.

 

De kosten voor inburgering

Nieuwe inburgeraars kunnen een lening afsluiten voor taalscholing bij Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO). In de reiskosten wordt door DUO echter niet voorzien.

 

Bijzondere bijstand voor reiskosten

Normaal gesproken wordt iedere burger geacht eventuele reiskosten zelf te bekostigen uit middelen voor levensonderhoud. Reiskosten worden zogezegd gezien als algemene kosten en niet als bijzondere kosten.

Statushouders hebben meestal een inkomen op bijstandsniveau en in bijna alle situaties is een lening voor inrichtingskosten verstrekt. De maandelijkse aflossing van deze lening bedraagt tussen de 6% en 10% van de bijstandsnorm. Door de aflossing op deze lening is er geen financiële ruimte in de middelen voor levensonderhoud om zelf de reiskosten te betalen die gepaard kunnen gaan met het volgen van een inburgeringscursus. Ook kan gesteld worden dat de hier bedoelde reiskosten bijzonder zijn, in die zin dat niet iedere burger vanwege een inburgeringsplicht te maken krijgt met deze (extra) kosten.

Om te voorkomen dat statushouders geen taalscholing c.q. een inburgeringscursus volgen omdat zij de reiskosten naar de onderwijsinstelling niet kunnen dragen, is in deze beleidsregels vastgelegd dat statushouders voor deze specifieke reiskosten individuele bijzondere bijstand kunnen aanvragen. Ook de kinderen van een statushouder die (naast regulier onderwijs) extra taallessen moeten volgen, komen in aanmerking voor deze vergoeding.

 

Bijzondere bijstand voor de aanschaf van een fiets

Het is in beginsel niet mogelijk om bijzondere bijstand voor een fiets te verstrekken. Ook hier geldt namelijk dat de aanschaf van een fiets voor iedere burger gezien wordt als algemene kosten. In het geval van statushouders die recht hebben op de reiskostenvergoeding zoals bedoeld in deze beleidsregels, maken we een uitzondering.

De reden hiervoor is dat we van mening zijn dat een bepaalde reisafstand redelijkerwijs gewoon per fiets afgelegd kan worden. Wij maximeren derhalve de reiskostenvergoeding bij een afstand tussen de twee en tien kilometer tot zes maanden. In die zes maanden krijgt een rechthebbende de gelegenheid om (voor zover hij daar niet over beschikt) een fiets aan te schaffen en te leren fietsen.

 

Beëindiging bijzondere bijstand

Wanneer de reisafstand tussen de twee en tien kilometer bedraagt, wordt de bijzondere bijstand beëindigd na zes maanden beëindigd. De rechthebbende statushouder wordt geacht deze afstand per fiets te overbruggen en heeft gebruik kunnen maken van de fietsvergoeding indien hij niet over een fiets beschikt én heeft een redelijke termijn gekregen om te leren fiets.

 

Geen recht op de fietsvergoeding

Bedraagt de reisafstand méér dan tien kilometer, dan vinden wij het niet redelijk om van een rechthebbende te verwachten dat hij deze afstand per fiets aflegt. In die situatie blijven wij de reiskostenvergoeding verstrekken tót het moment waarop men geslaagd is voor het examen, echter met een maximum van drie jaar.

Let op: in deze gevallen bestaat er geen recht op de fietsvergoeding. Zoals gezegd wordt de aanschaf van een fiets in beginsel als algemene kosten gezien. Door de reiskosten te blijven vergoeden gedurende het gehele inburgeringstraject, is er geen bijzondere noodzaak voor het aanschaffen van een fiets. Bijzondere bijstand verstrekken in de vorm van een fietsvergoeding is dan ook niet op z’n plaats.