Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Gemeente Amersfoort

Verordening voor het crematorium en de gemeentelijke begraafplaatsen Amersfoort 2011

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OverheidsorganisatieGemeente Amersfoort
Officiële naam regelingVerordening voor het crematorium en de gemeentelijke begraafplaatsen Amersfoort 2011
CiteertitelVerordening voor het crematorium en de gemeentelijke begraafplaatsen Amersfoort 2011
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpalgemeen
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Verordening voor het crematorium en de gemeentelijke begraafplaatsen Amersfoort 2005 intrekken met ingang van inwerkingtreding nieuwe verordening. Aanvragen voor vergunning ingediend onder de oude regeling, waarop nog geen besluit is genomen, vallen onder de nieuwe verordening.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Art. 149 Gemeentewet
  2. Art. 35 Wet op de lijkbezorging

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Uitvoeringsbesluit graven, asbezorging en gedenkplaatsen Amersfoort 2011

Uitvoeringsbesluit grafbedekkingen Amersfoort 2011

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerking-

treding

Terugwerkende

kracht tot en met

Datum uitwerking-

treding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-01-2011Nieuwe regeling

25-01-2011

Stadsberichten

3626741

Tekst van de regeling

Verordening

De raad van de gemeente Amersfoort;

heeft het voorstel van burgemeester en wethouders gelezen van sector SOB/CBA (nr. 3626660);

heeft artikel 149 van de Gemeentewet gelezen alsmede artikel 35 van de Wet op de Lijkbezorging

b e s l u i t:

vast te stellen de:

Verordening voor het crematorium en de gemeentelijke begraafplaatsen Amersfoort 2011

Enig-artikel

HOOFDSTUK IALGEMENE BEPALINGEN

Hoofdstuk IBegripsbepalingen

HOOFDSTUK IVoor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    gemeentelijke begraafplaatsen: - Begraafplaats Rusthof, gelegen aan de Dodeweg Oost 31 te Leusden;

    • -

      Rooms Katholieke gedeelte van Rusthof, de begraafplaats Maranatha gelegen aan de Dodeweg West 28 te Amersfoort;

-de begraafplaats Soesterweg, gelegen aan de Soesterweg 187 te Amersfoort;

  • b.

    gemeentelijk crematorium: - crematorium, gelegen aan de Dodeweg Oost 3l te Leusden;

  • c.

    particulier graf: een graf, grafkelder daaronder begrepen, waarvoor aan een natuurlijke persoon of rechtspersoonvoor bepaalde tijd het uitsluitend recht is verleend tot

    • -

      het doen begraven en begraven houden van lijken;

    • -

      het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;

    • -

      het doen verstrooien van as in het graf.

  • d.

    algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin aan een ieder de gelegenheid

HOOFDSTUK I wordt geboden tot het doen begraven van lijken;

e.particulier urnengraf: een graf, grafkelder daaronder begrepen, waarvoor aan een

HOOFDSTUK I natuurlijke persoon of rechtspersoon voor bepaalde tijd het uitsluitend recht is verleend tot:

  • -

    het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;

  • -

    het doen verstrooien van as in een graf;

    • f.

      particuliere urnennis: een nis waarvoor aan een natuurlijke of rechtspersoon voor bepaalde tijd het

HOOFDSTUK I uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van een asbus met of zonder urn;

g.particuliere plaats in de urnentuin: een plaats waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon voor

HOOFDSTUK I bepaalde tijd het recht is verleend tot doen bijzetten van een urn waarin een asbus urn kan worden

HOOFDSTUK I geplaatst;

  • h.

    urn: een voorwerp ter berging van één of meerdere asbussen;

  • i.

    asbus: een bus ter berging van as van een overledene;

  • j.

    verstrooiingsplaats: een plaats waarop as wordt verstrooid;

  • k.

    grafbedekking: gedenkteken en/of winterharde grafbeplanting op een graf, op een gedenkplaats of op een

HOOFDSTUK I urnengraf;

  • l.

    gedenkplaats: een plaats ingericht om overledenen te gedenken;

  • m.

    gedenkzuil: een zuil op de gedenkplaats waarop gedenkplaten zijn bevestigd waarop namen zijn vermeld van overledenen;

  • n.

    gedenkteken: een monument waarvoor vergunning is verleend om dat voor een bepaalde tijd voor de

HOOFDSTUK I overledene op te richten;

o.grafbeplantingen: winterharde beplanting welke door de rechthebbende en/of de gemeente op een graf

HOOFDSTUK I wordt aangebracht;

p.bedrijfsleider: de ambtenaar die namens het gemeentebestuur belast is met de dagelijkse leiding van de

HOOFDSTUK I begraafplaatsen of degene die hem vervangt, of namens hem optreedt;

q.rechthebbende: een natuurlijke persoon of rechtspersoon, die het uitsluitend recht heeft verkregen tot het

HOOFDSTUK I begraven of tot het bijzetten van een asbus in een particulier graf of tot het bijzetten van een urn in een

HOOFDSTUK I urnengraf, een urnennis, of in de urnentuin.

HOOFDSTUK IIOPEnstelling, ORDE EN RUST OP DE BEGRAAFPLAATSEN

HOOFDSTUK IArtikel 2 Openstelling begraafplaatsen

  • 1.

    De begraafplaatsen zijn voor een ieder dagelijks toegankelijk gedurende de volgende tijden:

    • -

      van 1 maart tot 1 mei van 08.00 uur tot 19.00 uur;

    • -

      van 1 mei tot 1 september van 08.00 uur tot 21.00 uur;

    • -

      van 1 september tot 1 november van 08.00 uur tot 19.00 uur;

    • -

      van 1 november tot 1 maart van 08.00 uur tot 16.00 uur.

  • 2.

    Ter handhaving van de orde, rust en veiligheid op de begraafplaatsen kunnen de toegangen

HOOFDSTUK I tijdelijk worden gesloten. Ten behoeve van werkzaamheden op de begraafplaats kan de

HOOFDSTUK I bedrijfsleider tijdelijk delen voor het publiek afsluiten.

3.Het is verboden gedurende de tijd dat de begraafplaats niet voor het publiek geopend is, zich daar te bevinden, anders dan voor het bijwonen van een begrafenis of bezorging van as.

HOOFDSTUK IArtikel 3 Ordemaatregelen

  • 1.

    Het is verboden met motorrijtuigen op de begraafplaats te rijden anders dan voor een begrafenis.

  • 2.

    Er mag op de begraafplaatsen niet sneller worden gereden dan 10 km per uur en uitsluitend op

HOOFDSTUK I de asfaltrijwegen.

  • 3.

    Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid opgenomen verbod:

    • a.

      aan steenhouwers, hoveniers en daarmede gelijk te stellen personen.

    • b.

      aan personen die voor grafbezoek als gevolg van invaliditeit op dit vervoer zijn aangewezen.

  • 4.

    Personen die op de begraafplaatsen werkzaamheden hebben te verrichten en zich bedienen van

HOOFDSTUK I een motorvoertuig, dienen zich eerst bij de bedrijfsleider te melden.

5.Bezoekers, personeel van uitvaartondernemingen en personen die werkzaamheden op de

HOOFDSTUK I begraafplaatsen hebben te verrichten, zijn verplicht zich in het belang van de orde, rust en

HOOFDSTUK I netheid te houden aan de aanwijzingen van de bedrijfsleider.

  • 6.

    De bedrijfsleider kan personen die zich niet aan de in het vorige lid bedoelde aanwijzingen houden van de begraafplaats verwijderen of laten verwijderen.

  • 7.

    Het is verboden op de begraafplaatsen:

    • a.

      voor derden, bloemen of andere artikelen te koop aan te bieden of aanbiedingen te doen met

      betrekking tot de verzorging van graven en/of grafbedekkingen;

    • b.

      op enigerlei wijze reclame te maken voor handel, beroep of bedrijf;

    • c.

      onaangelijnde honden mee te nemen;

    • d.

      alsmede planten of voorwerpen buiten de grafmaat te plaatsen.

      Deze worden direct verwijderd, zonder dat aanspraak gemaakt kan worden op enige

      vergoeding.

HOOFDSTUK IArtikel 4 Plechtigheden

1.Dodenherdenkingen, onthullingen van gedenktekens en dergelijke plechtigheden op de

HOOFDSTUK I begraafplaatsen moeten een week tevoren worden gemeld aan de bedrijfsleider onder opgave

HOOFDSTUK I van datum en uur van de plechtigheid en de wijze waarop de plechtigheid zal plaatsvinden.

2.De deelnemers aan de plechtigheid, bedoeld in het eerste lid, moeten zich in het belang

HOOFDSTUK I van de orde, rust en netheid houden aan de aanwijzingen van de bedrijfsleider.

HOOFDSTUK IArtikel 5 Opgravingen en ruimen

HOOFDSTUK IHet opgraven van lijken en het ruimen van graven is slechts toegestaan, indien daarbij geen andere personen aanwezig zijn dan degenen die door de bedrijfsleider met deze werkzaamheden zijn belast.

HOOFDSTUK IHOOFDSTUK III VOORSCHRIFTEN VOOR LIJKBEZORGING

HOOFDSTUK IArtikel 6 Kennisgeving begraven, cremeren en asbezorging, openen en sluiten van het graf

1. Degenen, die wil doen begraven of cremeren, as wil doen bijzetten of as wil doen verstrooien,

HOOFDSTUK I geeft daarvan uiterlijk om 12.00 uur van de werkdag voorafgaande aan die waarop de begraving,

HOOFDSTUK I crematie, bijzetting of verstrooiing moet plaatsvinden, schriftelijk kennis aan de bedrijfsleider. De

HOOFDSTUK I zaterdag geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Indien de burgemeester

HOOFDSTUK I toestemming heeft gegeven om het lijk binnen 36 uur na het overlijden te begraven moet de

HOOFDSTUK I kennisgeving aan de bedrijfsleider zo tijdig mogelijk worden gedaan.

2.Het openen van een graf ter begraving of voor het bezorgen van as, en daarna sluiten van een

HOOFDSTUK Igraf, alsmede het bedienen van de hulpmiddelen mag uitsluitend geschieden door het personeel van de begraafplaatsen. De nabestaanden kunnen deze werkzaamheden onder toezicht van de bedrijfsleider geheel of gedeeltelijk zelf verrichten, indien zij hun wens daartoe uiterlijk om 12.00 uur van de voorafgaande werkdag mondeling of schriftelijk aan de bedrijfsleider hebben kenbaar gemaakt. De zaterdag geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Zij dienen bij deze werkzaamheden de aanwijzingen van de bedrijfsleider op te volgen.

HOOFDSTUK IArtikel 7 Gebouwen en voorzieningen zoals geluidinstallatie,muziekinstrumenten en beamer

HOOFDSTUK IHet gebruik van de ontvangstruimten, de aula en de condoleanceruimte, alsmede de

HOOFDSTUK I muziekinstrumenten en de beamer moet gelijktijdig met de aanmelding van de

HOOFDSTUK I plechtigheid worden aangevraagd bij de bedrijfsleider. De ruimten en voorzieningen staan voor iedere plechtigheid op een vooraf te bepalen tijdstip en tijdsduur ter beschikking van de aanvrager.

HOOFDSTUK IArtikel 8 Over te leggen stukken

  • 1.

    Begraving en cremeren mag slechts geschieden, indien van tevoren het verlof tot begraven/ cremeren is overgelegd aan de bedrijfsleider.

  • 2.

    Indien de begraving of de bezorging van as in een particulier graf zal plaatsvinden, dient een

HOOFDSTUK Imachtiging daartoe aan de bedrijfsleider te worden overgelegd, ondertekend door de

HOOFDSTUK Irechthebbende.

3.Begraving of bijzetting in een particulier graf waarvan de uitgiftetermijn binnen de wettelijke

HOOFDSTUK Iminimum grafrusttermijn afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van

HOOFDSTUK Ide uitgiftetermijn met een zodanige periode dat de alsdan resterende uitgiftetermijn ten minste

HOOFDSTUK Igelijk is aan de wettelijke minimum grafrusttermijn. De verlenging dient te worden

HOOFDSTUK Iaangevraagd door de rechthebbende.

4.De bedrijfsleider onderzoekt of de overgelegde stukken toereikend zijn.

HOOFDSTUK IArtikel 9 Aanvangstijden van begraven cremeren en asbezorging

  • 1.

    De aanvangstijden van begraven:

    • a.

      van maandag tot en met vrijdag van 09.00 uur tot 15.00 uur;

    • b.

      op zaterdag van 09.00 uur tot 15.00 uur;

HOOFDSTUK I met uitzondering van de algemeen erkende feestdagen.

  • 2.

    De aanvangstijden voor crematieplechtigheden zijn

    • a.

      van maandag tot en met vrijdag van 9.00 uur tot 17.00 uur,

HOOFDSTUK I b op zaterdag van 9.00 uur tot 15.00 uur,

3.De aanvangstijden voor asbezorging:

HOOFDSTUK I van maandag tot en met vrijdag van 09.00 uur tot 16.00

HOOFDSTUK I met uitzondering van de algemeen erkende feestdagen

4.Het college kan in bijzondere gevallen van deze dagen en tijden afwijken.

HOOFDSTUK IHOOFDSTUK IIII INDELING EN UITGIFTE VAN GRAVEN

HOOFDSTUK IArtikel 10 Indeling graven en asbezorging

  • 1.

    Op de begraafplaats kunnen worden uitgegeven:

    • a.

      particuliere graven aan pad;

    • b.

      particuliere bosgraven;

    • c.

      particuliere kindergraven;

    • d.

      algemene graven;

    • e.

      algemene kindergraven;

    • f.

      urnennissen;

    • g.

      particuliere plaats in urnentuin;

    • h.

      particuliere urnengraven;

    • i.

      particuliere gedenkplaat op de gedenkzuil;

    • j.

      algemene asverstrooiingsplaatsen.

  • 2.

    Het college bepaalt bij nader vast te stellen regels het onderscheid tussen en voorwaarden voor uitgifte of

HOOFDSTUK I gebruik van de in lid 1 bedoelde graven, nissen, platen en plaatsen. Zij bepalen hoeveel lijken en hoeveel

HOOFDSTUK I asbussen met of zonder urnen kunnen worden bijgezet in particuliere graven.

HOOFDSTUK I 3. Het college draagt er zorg voor dat op de begraafplaats Rusthof een afzonderlijk gedeelte van de

HOOFDSTUK I begraafplaats wordt gebruikt voor asbusbijzetting in urnengraven en wijzen terreinen aan waarop as kan

HOOFDSTUK I worden verstrooid. As wordt alleen verstrooid op het aangewezen terrein en niet op of in de directe

HOOFDSTUK I omgeving van graven.

4.Het college draagt er zorg voor dat een gedeelte van de begraafplaats Rusthof wordt ingericht voor het

HOOFDSTUK I begraven volgens islamitische traditie.

HOOFDSTUK IArtikel 11 Aantal overledenen in graven 1. In algemene graven kan een door het college te bepalen aantal lijken worden begraven. 2. In of op algemene graven kunnen geen asbussen worden bijgezet of asverstrooingen plaats vinden.

HOOFDSTUK IArtikel 12 Volgorde van uitgifte

1.De algemene graven worden slechts voor directe begraving en in volgorde van uitgifte

HOOFDSTUK I uitgegeven.

HOOFDSTUK I2 Voor particuliere graven geldt geen volgorde van uitgifte, met uitzondering van nieuw uit te geven

HOOFDSTUK I grafvelden op de begraafplaats Rusthof en graven die voor een periode van 10 jaar worden uitgegeven.

HOOFDSTUK I Particuliere graven worden zowel uitgegeven voor directe als niet directe begraving.

HOOFDSTUK I Urnengraven, urnennissen en plaatsen in de urnentuin worden zowel uitgegeven voor directe bijzetting

HOOFDSTUK I als niet directe bijzetting.

HOOFDSTUK IArtikel 13 Categorieën

HOOFDSTUK IHet college kan bij nader vast te stellen regels de algemene en particuliere graven onderverdelen in categorieën. Zij bepalen voor de verschillende categorieën de situering en oppervlakte.

HOOFDSTUK IArtikel 14 Termijnen particuliere graven, urnengraven en urnennissen

  • 1.

    Het college verleent, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de begraafplaatsen zulks toelaat, op een daartoe bij hen schriftelijke in te dienen aanvraag, voor de tijd van tien of vijfentwintig jaar het recht op een particulier graf. De termijn begint te lopen op de datum waarop het particuliere graf is uitgegeven.

  • 2.

    Het in het eerste lid van dit artikel bedoelde recht wordt op aanvraag van de rechthebbende verlengd telkens met een termijn van vijf of tien jaren, mits de aanvraag vóór het verstrijken van de lopende termijn wordt ingediend. Het college zal de rechthebbende één jaar voor de afloop van de termijnen genoemd in lid 1 en 2 op de verlenging attenderen.

  • 3.

    Het college verleent, voor zover de daartoe bestemde ruimte zulks toelaat, op een daartoe schriftelijk in te dienen aanvraag voor de tijd van vijf jaar het recht op een urnennis met het recht op verlenging van telkens 5 jaar, voor een particulier geldt een termijn van 10 of 25 jaar met de mogelijkheid om te verlengen voor een periode van 5 of 10 jaar.

HOOFDSTUK IArtikel 15 Termijnen algemene graven

HOOFDSTUK IHet recht tot het begraven in algemene graven, inclusief algemene kindergraven, berust bij het college. Met inachtneming van de wettelijke grafrusttermijn is het recht tot begraven in een algemeen graf voor een periode van 10 jaar.

HOOFDSTUK IArtikel 16 Overschrijving van verleende rechten

  • 1.

    Het recht op een particulier graf kan op aanvraag van de rechthebbende worden overgeschreven op naam van een natuurlijk persoon of rechtspersoon.

  • 2.

    Na het overlijden van de rechthebbende kan het particuliere graf worden overgeschreven op naam van een natuurlijk persoon of rechtspersoon, mits de aanvraag hiertoe wordt gedaan binnen zes maanden jaar na het overlijden van de rechthebbende. Indien de overleden rechthebbende in het graf dient te worden begraven, of indien de asbus met zijn resten in het graf dient te worden bijgezet, dient het verzoek tot overschrijving daaraan voorafgaand te worden gedaan.

  • 3.

    Indien na het overlijden van de rechthebbende de aanvraag tot overschrijving aan burgemeester en wethouders niet wordt gedaan binnen de in het tweede lid van dit artikel gestelde termijn van zes maanden, is het college bevoegd het recht op het particuliere graf te doen vervallen.

  • 4.

    Na het verstrijken van de in het tweede lid genoemde termijn van zes maanden kunnen burgemeester en wethouders het particuliere graf alsnog op naam stellen van een nieuwe rechthebbende, tenzij dit recht betrekking heeft op een particulier graf dat inmiddels is geruimd.

HOOFDSTUK IArtikel 17 Afstand doen van graven

  • 1.

    Zonder aanspraak te maken op enige vergoeding kan de rechthebbende schriftelijk afstand doen ten behoeve van de gemeente van het recht op het particuliere graf. Van de ontvangst van zodanige verklaring doet het college schriftelijk mededeling aan de rechthebbende.

  • 2.

    Indien overeenkomstig het voorafgaande lid afstand wordt gedaan zal met inachtneming van de wettelijke termijn van grafrust het stoffelijk overschot worden bijgezet in een verzamelgraf.

HOOFDSTUK IIn geval van een urnengraf zal met inachtneming van de wettelijke termijn van grafrust de as worden verstrooid.

HOOFDSTUK IHOOFDSTUK V GRAFBEDEKKINGEN

HOOFDSTUK IArtikel 18 Voorschriften gedenkteken en grafbeplantingen

  • 1.

    Op graven kunnen een winterharde grafbeplanting of een gedenkteken worden aangebracht, mits deze voldoen aan de in of krachtens deze verordening gestelde voorschriften.

  • 2.

    Voor het hebben van een gedenkteken is een schriftelijke vergunning nodig van het college.

  • 3.

    Omtrent de wijze van aanvragen van de vergunning voor een gedenkteken, de aard en de afmeting van de grafbedekking en de wijze van aanbrengen kan het college nadere regels vaststellen.

  • 4.

    Het college kan de vergunning weigeren indien:

    • a.

      niet voldaan wordt aan de door hen vastgestelde nadere regels, genoemd in het derde lid;

    • b.

      het gedenkteken afbreuk doet aan het aanzien van de begraafplaats;

    • c.

      de duurzaamheid van de materialen onvoldoende is;

    • d.

      de constructie van het gedenkteken ondeugdelijk is.

HOOFDSTUK IArtikel 19 Niet-blijvende grafbeplanting en losse voorwerpen

HOOFDSTUK INiet blijvende beplantingen of voorwerpen op een graf die in een verwaarloosde staat verkeren kunnen door de bedrijfsleider worden verwijderd, zonder dat aanspraak kan worden gemaakt op

HOOFDSTUK Ischadevergoeding. Losse bloemen, planten, kransen, en dergelijk kunnen, wanneer zij verwelkt zijn, door de bedrijfsleider worden verwijderd. Linten, siervazen en dergelijke voorwerpen worden gedurende twee weken ter beschikking gehouden van de rechthebbende, indien deze daartoe tevoren een schriftelijke aanvraag heeft ingediend bij de bedrijfsleider.

HOOFDSTUK IArtikel 20 Onderhoud gedenktekenen, grafbedekking en dergelijke

  • 1.

    Het college voorziet in het onderhouden van de graven, de urnentuin en de urnengraven, het schoonhouden van de daarop geplaatste gedenktekenen en het verzorgen van de winterharde beplantingen, tegen een jaarlijks vast te stellen door de rechthebbende verschuldigd tarief.

  • 2.

    Het in vorig lid bedoelde verplichte onderhoud geldt voor:

    • -

      particuliere graven indien er een grafrecht wordt verkregen voor 10 of 25 jaar en bij verlengingen van het grafrecht;

    • -

      algemene graven waarop een gedenkteken is geplaatst.

  • 3.

    Het (doen) plaatsen, aanbrengen, herstellen, vernieuwen of verwijderen van de grafbedekking geschiedt door, voor rekening van en voor risico van de rechthebbende.

  • 4.

    De rechthebbende is verplicht de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen.

  • 5.

    Indien de rechthebbende nalaat de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen, kan het college de hiervoor in aanmerking komende voorwerpen of zo nodig de gehele grafbedekking doen verwijderen. Het verwijderde blijft gedurende dertien weken ter beschikking van de rechthebbende of de gebruiker en vervalt daarna aan de gemeente, zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht is.

  • 6.

    De verwijdering vindt niet plaats dan nadat het college de rechthebbende door middel van een verklaring schriftelijk op de hoogte heeft gesteld van de toestand van de grafbedekking. Wanneer het adres van de rechthebbende niet bekend is maakt het college de verklaring bij de ingang van de begraafplaats op het mededelingenbord bekend. Bij het graf wordt een verwijzing naar de mededeling aangebracht.

  • 7.

    Het college kan de rechthebbende per aanschrijving verplichten een beschadiging aan de grafbedekking te herstellen binnen de door het college gestelde termijn indien de beschadiging zodanig is dat deze naar het oordeel van het college het uiterlijk aanzien van de begraafplaats schaadt of indien de beschadiging van de grafbedekking gevaar op levert voor derden.

  • 8.

    Indien gedurende 3 jaren de in lid enkele bedoelde onderhoudskosten niet zijn voldaan kunnen burgemeester en wethouders het grafrecht vervallen verklaren. Indien dat geval kan zonder nadere sommatie of ingebrekestelling de grafbedekking worden verwijderd, zonder dat aanspraak bestaat op enige schadeloosstelling.

HOOFDSTUK IArtikel 21 Verwijderen grafbedekking na verstrijken van de termijn

  • 1.

    De grafbedekking kan na het verstrijken van de termijn van uitgifte van het graf door het college worden verwijderd.

  • 2.

    Het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking maakt het college ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop de grafbedekking zal worden verwijderd per brief aan de rechthebbende of, wanneer het een algemeen graf betreft, aan de belanghebbende bekend. Wanneer het adres van de rechthebbende of belanghebbende niet bekend is, maakt het college het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop de grafbedekking zal worden verwijderd door middel van een bij het graf te plaatsen bordje en op het mededelingenbord bij de ingang van de begraafplaats bekend.

  • 3.

    Indien de grafbedekking niet binnen dertien weken na de verwijdering is afgehaald, vervalt deze aan de gemeente, zonder dat de gemeente tot enige vergoeding verplicht is.

HOOFDSTUK IHOOFDSTUK VI RUIMING VAN GRAVEN, URNENGRAVEN EN URNENNISSEN

HOOFDSTUK IArtikel 22 Ruiming, bezorging van overblijfselen en as

HOOFDSTUK IHet voornemen van het college om een graf te ruimen wordt een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop het graf geruimd zal worden per brief aan de rechthebbende of, wanneer het een algemeen graf betreft, aan de belanghebbende bekend gemaakt. Wanneer het adres van de rechthebbende of belanghebbende niet bekend is maakt het college het voornemen tot ruiming van het graf gedurende een jaar voorafgaande aan het tijdstip van ruiming door middel van een bij het graf te plaatsen bordje en op het mededelingenbord bij de ingang van de begraafplaats bekend.

HOOFDSTUK IDe bedrijfsleider draagt er zorg voor dat met de bij de ruiming van het graf nog aanwezige menselijke resten te allen tijde respectvol wordt omgegaan en dat bezoekers van de begraafplaats niet met menselijke resten worden geconfronteerd.

HOOFDSTUK IDe bij de ruiming van het graf nog aanwezige menselijke resten worden begraven en de as wordt verstrooid op een van de daartoe bestemde gedeelten van de begraafplaats(en).

HOOFDSTUK INabestaanden van een overledene die begraven is in een algemeen graf kunnen gedurende de in het eerste lid bedoelde termijn bij de beheerder een aanvraag indienen om bij ruiming de menselijke resten, indien mogelijk, bijeen te doen brengen voor crematie of voor herbegraving elders. Nabestaanden van een overledene waarvan een asbus al of niet met een urn is bijgezet in een algemeen graf kunnen bij de bedrijfsleider een aanvraag indienen om deze ter beschikking te houden voor herbegraving of verstrooiing elders.

HOOFDSTUK IDe rechthebbende op een particulier graf kan bij de bedrijfsleider een aanvraag indienen om de menselijke resten te doen verzamelen om deze opnieuw in dezelfde grafruimte te doen plaatsen dan wel om deze te cremeren of elders opnieuw te doen begraven. De rechthebbende op een particulier urnengraf of particuliere urnennis kan bij de bedrijfsleider een aanvraag indienen de asbus ter beschikking te houden om elders bij te zetten of om de as te doen verstrooien.

HOOFDSTUK IHOOFDSTUK VII INSTANDHOUDING HISTORISCHE GRAVEN EN OPVALLENDE GRAFBEDEKKINGEN

HOOFDSTUK IArtikel 23 Lijst

  • 1.

    Het college houdt een lijst bij van graven die van historische betekenis zijn of waarvan de grafbedekking een opvallende kwaliteit heeft.

  • 2.

    Alvorens tot ruiming van graven wordt overgegaan onderzoekt het college of er graven zijn die in aanmerking komen op de lijst te worden bijgeschreven.

  • 3.

    De gemeenteraad beslist over het ruimen van graven en het verwijderen van grafbedekkingen die op de in het eerste lid bedoelde lijst staan.

HOOFDSTUK IHOOFDSTUK VIII INRICHTING REGISTER

HOOFDSTUK IArtikel 24 Voorschriften

  • 1.

    Het college stelt voorschriften vast voor het register van begraven lijken.

  • 2.

    Het register wordt bijgehouden door de beheerder.

HOOFDSTUK IHOOFDSTUK IX SLOTBEPALINGEN

HOOFDSTUK IArtikel 25 Intrekking oude regeling

HOOFDSTUK IDe verordening voor het crematorium en de gemeentelijke begraafplaatsen Amersfoort 2005, vastgesteld op 4 oktober 2005, wordt ingetrokken.

HOOFDSTUK IArtikel 26 Overgangsbepaling

1.Besluiten van het college die genomen zijn krachtens de verordening voor het crematorium en de gemeentelijke Begraafplaatsen 2005 gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening 2011.

2.Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om vergunning op grond van de oude verordening is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening niet op deze aanvraag is beslist, wordt daarop deze verordening toegepast.

HOOFDSTUK IArtikel 27 Strafbepaling

HOOFDSTUK IHij die handelt in strijd met artikel 2, lid 3, wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie.

HOOFDSTUK IArtikel 28 Citeertitel

HOOFDSTUK IDeze verordening wordt aangehaald als Verordening voor het crematorium en de gemeentelijke begraafplaatsen Amersfoort 2011.

HOOFDSTUK I Artikel 29 Inwerkingtreding

HOOFDSTUK IDeze verordening treedt in werking op 1 januari 2011.

Ondertekening

HOOFDSTUK IVastgesteld in de openbare vergadering van 25 januari 2011.

de griffier,

de voorzitter,

HOOFDSTUK IPUBLICATIEDATUM: 9 februari 2011