Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Amsterdam

Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland 2015

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieAmsterdam
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingGemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland 2015
CiteertitelGemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland 2015
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpopenbare orde en veiligheid
Eigen onderwerpOpenbare orde en veiligheid

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Datum ondertekening inwerkingtredingsbesluit:

Bron bekendmaking inwerkingtredingsbesluit: Staatscourant. 2015, 49357

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Onbekend.

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-01-2016nieuwe regeling

01-01-2016

Staatscourant, 2015, 49357

-

Tekst van de regeling

Intitulé

Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland 2015

 

 

Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland

Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland

De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Aalsmeer, Amstelveen, Amsterdam, Diemen, Ouder-Amstel en Uithoorn, na verkregen toestemming van de raden van deze gemeenten;

overwegende dat:

a. deze gemeenten een gemeenschappelijke regeling zijn aangegaan onder de titel ‘Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland 2008';

b. de Wet veiligheidsregio's op 1 oktober 2010 in werking is getreden onder gelijktijdige intrekking van de Brandweerwet 1985, de Wet rampen en zware ongevallen en de Wet geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen;

c. de Wijzigingswet veiligheidsregio's per 1 januari 2014 is ingegaan;

d. de Wet veiligheidsregio's een slagvaardige organisatie beoogt tot stand te brengen op het terrein van de rampenbestrijding en crisisbeheersing;

e. de artikelen 8 en 9 van de Wet veiligheidsregio's bepalen, dat de colleges van burgemeester en wethouders in de regio Amsterdam-Amstelland een gemeenschappelijke regeling treffen waarbij een openbaar lichaam wordt ingesteld met de aanduiding: veiligheidsregio;

f. artikel 76 van de Wet veiligheidsregio's bepaalt, dat deze gemeenschappelijke regeling wordt getroffen uiterlijk drie maanden na de inwerkingtreding van deze wet;

gelet op:

de Wet veiligheidsregio's, Tijdelijke wet ambulancezorg, de Wet gemeenschappelijke regelingen en de Gemeentewet:

besluiten

de ‘Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland 2008' te wijzigen  en als volgt vast te stellen:

Hoofdstuk 1. Algemene Bepalingen

HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1. Definities

    1.     In deze regeling wordt verstaan onder:

a. het algemeen bestuur: het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio, ook wel genoemd het Veiligheidsbestuur (zie ook hierna, aanhef onder o.);

b. de brandweer: het onderdeel van de Veiligheidsregio dat zich bezig houdt met de uitvoering van brandweerzorg zoals genoemd in artikel 3 lid 1 en de taken zoals genoemd in artikel 25 van de Wet;

c. de burgemeester(s): de burgemeester(s) van de Gemeenten;

d. de colleges: de colleges van burgemeester en wethouders van de Gemeenten;

e. het dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur van de Veiligheidsregio;

f. Gedeputeerde Staten: het college van gedeputeerde staten van de provincie Noord-Holland;

g. de Gemeente(n): de aan deze regeling deelnemende gemeente(n);

h. geneeskundige hulpverlening: geneeskundige hulpverlening in het kader van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing door daartoe aangesteld personeel, als onderdeel van een gecoördineerde inzet van diensten en organisaties van verschillende disciplines, door tussenkomst van een meldkamer;

i. GHOR: de geneeskundige hulpverleningsorganisatie in de regio, belast met de coördinatie, aansturing en regie van de geneeskundige hulpverlening en met de advisering van andere overheden en organisaties op dat gebied;

j. Hoofdofficier van Justitie: de Hoofdofficier van Justitie in het Arrondissement Amsterdam;

k. meldkamer: de gemeenschappelijke meldkamer zoals bedoeld in artikel 35 van de Wet veiligheidsregio's;

l. de raden: de gemeenteraden van de Gemeenten;

m. de regeling: deze gemeenschappelijke regeling;

n. het Veiligheidsbureau: het op grond van artikel 17 lid 7 van de regeling in te stellen Veiligheidsbureau;

o. het Veiligheidsbestuur: het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio;

p. de Veiligheidsregio: het openbaar lichaam als bedoeld in artikel 3 van deze regeling;

q. de Voorzitter: de voorzitter van de Veiligheidsregio;

r. het Verzorgingsgebied: het grondgebied van de Gemeenten;

s. de Wet: de Wet veiligheidsregio's.

Artikel 2. Gemeentewet           

Waar in deze regeling artikelen van de Gemeentewet of van enige andere wet of wettelijke regeling van overeenkomstige toepassing worden verklaard, komen in die artikelen in de plaats van de gemeente, het college en de burgemeester onderscheidenlijk de Veiligheidsregio, het Veiligheidsbestuur en de Voorzitter.

Artikel 3. Openbaar lichaam

1. Er is een rechtspersoonlijkheid bezittend openbaar lichaam genaamd: Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland.

2. Het openbaar lichaam is gevestigd te Amsterdam.

Artikel 4. Verzorgingsgebied

Het Verzorgingsgebied van de regeling omvat het grondgebied van de Gemeenten.

Hoofdstuk 2 Doelstelling, taken en bevoegdheden

HOOFDSTUK 2. DOELSTELLING, TAKEN EN BEVOEGDHEDEN

Artikel 5. Doelstelling

De Veiligheidsregio heeft tot doel om ter behartiging van de belangen van de Gemeenten:

a. uitvoering te geven aan de Wet;

b. uitvoering te geven aan de Tijdelijke wet ambulancezorg;

c. uitvoering te geven aan de Wet Publieke Gezondheid;

d. de organisatie van de regionale taken crisisbeheersing, brandweerzorg, alarmering en staf Veiligheidsbureau in stand te houden.

Artikel 6. Taken

1. Ter behartiging van de in artikel 5 van de regeling genoemde doelstelling is de Veiligheidsregio belast met de uitvoering van de taken en bevoegdheden, zoals genoemd in artikel 10, 25, 32, 35 en 36 van de Wet en de overige taken en bevoegdheden die bij of krachtens wet en regelgeving aan de Veiligheidsregio worden opgedragen.

2. De Veiligheidsregio is tevens belast met het organiseren van de regionale coördinatie van de gemeentelijke processen.

Artikel 7. Verplichtingen van de Gemeenten

De Gemeenten zijn in ieder geval verplicht om kosteloos de volgende faciliteiten ter beschikking te stellen aan de Veiligheidsregio:

a. bereikbare en bruikbare bluswatervoorzieningen;

b. toegang tot geografische en bouwkundige informatie;

c. informatie over wegomleggingen en -afsluitingen etc.;

d. informatie over relevante vergunningen;

e. voor de Veiligheidsregio relevante informatie voortvloeiende uit handhaving en toezicht door de Gemeenten.

Hoofdstuk 3. Het bestuur van de Veiligheidsregio

HOOFDSTUK 3. HET BESTUUR VAN DE VEILIGHEIDSREGIO

Artikel 8. Organen

De Veiligheidsregio kent de volgende organen:

a. het algemeen bestuur, tevens genoemd het Veiligheidsbestuur;

b. het dagelijks bestuur; en

c. de Voorzitter.

3.1 HET VEILIGHEIDSBESTUUR

Artikel 9. Samenstelling

1. De leden van het Veiligheidsbestuur zijn de burgemeesters van de Gemeenten.

2. Het dagelijks bestuur bestaat uit de Voorzitter en twee of meer andere leden, door en uit het Veiligheidsbestuur aan te wijzen. De leden van het dagelijks bestuur mogen niet de meerderheid uitmaken van het Veiligheidsbestuur.

3. Het lidmaatschap van het Veiligheidsbestuur en het dagelijks bestuur eindigt zodra een lid ophoudt burgemeester te zijn van de gemeente die hem heeft aangewezen.

4. De leden van het Veiligheidsbestuur worden bij verhindering vertegenwoordigd overeenkomstig artikel 77 van de Gemeentewet.

5. De Voorzitter van het Veiligheidsbestuur wordt, bij koninklijk besluit benoemd uit de burgemeesters.

6. Bij verhindering of ontstentenis van de Voorzitter wordt deze vervangen door een door het Veiligheidsbestuur aan te wijzen lid van het Veiligheidsbestuur.

Artikel 10. Werkwijze

1. Het Veiligheidsbestuur vergadert tenminste 4 keer per jaar en voorts zo dikwijls als de Voorzitter het nodig acht of tenminste twee leden dit de Voorzitter schriftelijk en met redenen omkleed verzoeken. In het laatste geval wordt de vergadering binnen veertien dagen na een zodanig verzoek gehouden.

2. Het Veiligheidsbestuur stelt een reglement van orde vast.

3. De Hoofdofficier van Justitie, de Dijkgraaf van het Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht en de Commissaris van de Koning worden uitgenodigd om deel te nemen aan de vergaderingen van het Veiligheidsbestuur.

4. Bij de vergaderingen van het Veiligheidsbestuur worden de Commandant van de Brandweer, de Directeur Publieke Gezondheid, de Politiechef Regionale Eenheid Amsterdam, de Coördinerend functionaris evenals andere functionarissen wier aanwezigheid in verband met de te behandelen onderwerpen van belang is uitgenodigd.

5. De vergaderingen van het Veiligheidsbestuur zijn openbaar, tenzij met inachtneming van artikel 22 van de Wet gemeenschappelijke regelingen wordt besloten de deuren te sluiten.

6. In een besloten vergadering kan niet worden beraadslaagd of besloten over:

a. Het vaststellen van het regionaal beleidsplan;

b. Het vaststellen of wijzigen van de begroting;

c. Het vaststellen van de jaarrekening;

d. Het wijzigen van deze regeling;

e. Het vaststellen van het liquidatieplan.

Artikel 11. Besluitvorming

1. Elk lid van het Veiligheidsbestuur heeft in de vergadering één stem.

2. De besluiten worden genomen met gewone meerderheid van stemmen. Staken de stemmen, dan beslist de stem van de Voorzitter.

3. In de gevallen waarin de burgemeester van de gemeente Amsterdam overwegende bezwaren heeft tegen een besluit en met het oog daarop tegenstemt, leidt die tegenstem tot verwerping van het besluit.

Artikel 12. Taken en bevoegdheden

Het Veiligheidsbestuur heeft tot taak:

1. Toezien op de uitvoering van doelstelling, taken en bevoegdheden als bedoeld in artikelen 5 en 6 van de regeling:

a. Organiseren van voorbereiding en uitvoering van eigen besluitvorming;

b. Het beheer van de organisatie van de Veiligheidsregio;

c. Het Veiligheidsbestuur is bevoegd alle beslissingen te nemen op het gebied van personeel en organisatie van de Veiligheidsregio;

d. Het Veiligheidsbestuur stelt voor nader door haar aan te geven onderwerpen en/of taken en bevoegdheden een mandaatregeling vast.

Artikel 13. Informatie en verantwoording

1. Het Veiligheidsbestuur kan de raden en de colleges ongevraagd informatie verschaffen die voor een juiste beoordeling van het door hen gevoerde en te voeren beleid nodig is.

2. Het Veiligheidsbestuur verstrekt de raden en/of de colleges de door een of meer leden van die raden en/of colleges verzochte informatie ten aanzien van het door het Veiligheidsbestuur gevoerde beleid met in achtneming van artikel 16 lid 6 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Op de voet van deze bepaling zal geen informatie worden verstrekt indien dat, gelet op de door de Veiligheidsregio te behartigen belangen, naar het oordeel van het Veiligheidsbestuur noodzakelijk is.

3. De leden van het Veiligheidsbestuur leggen jegens hun raad en college verantwoording af over het door de Veiligheidsregio gevoerde beleid op de voor hen als burgemeester gebruikelijke wijze.

Artikel 14. Advies

1. Het Veiligheidsbestuur is bevoegd ongevraagd aan een of meer colleges advies te geven of voorstellen te doen, die in verband met deze regeling nodig worden geacht.

2. De desbetreffende colleges delen op zo kort mogelijke termijn aan het Veiligheidsbestuur mee of een advies of voorstel aanleiding is geweest tot het treffen van maatregelen.

3.2 DE VOORZITTER

Artikel 15. Taken en bevoegdheden

1. De Voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het Veiligheidsbestuur.

2. De Voorzitter vertegenwoordigt de Veiligheidsregio in  en buiten rechte. De Voorzitter kan de in het eerste lid bedoelde vertegenwoordiging opdragen aan een door hem aan te wijzen persoon.

Hoofdstuk 4. De ambtelijke organisatie

HOOFDSTUK 4. DE AMBTELIJKE ORGANISATIE

Artikel 16. Aanwijzing van de secretaris en vaststellen van de taakomschrijvingen

1. Het Veiligheidsbestuur wijst een ambtelijk secretaris aan.

2. Het Veiligheidsbestuur stelt in een instructie nadere regels over de taak en bevoegdheden van de ambtelijk secretaris en de eindverantwoordelijken van de organisaties als bedoeld in artikel 17.

Artikel 17. De organisaties

1. Het Veiligheidsbestuur benoemt de Commandant van de Brandweer Amsterdam-Amstelland. De Commandant Brandweer is belast met de operationele leiding van de brandweer.

2. De Brandweer Amsterdam-Amstelland is belast met de uitvoering van de brandweerzorg als bedoeld in artikel 3 lid 1 van de Wet en de taken als bedoeld in artikel 25 van de Wet.

3. Het Veiligheidsbestuur stelt een GHOR in en houdt deze in stand. De GHOR staat onder leiding van de Directeur Publieke Gezondheid Amsterdam.

4. De Directeur Publieke Gezondheid Amsterdam is belast met de operationele leiding van de geneeskundige hulpverlening.

5. Het Veiligheidsbestuur wijst een Coördinerend functionaris aan op voordracht van de gemeentesecretarissen van de Gemeenten en met instemming van het betrokken College van Burgemeester en Wethouders.

6. De Coördinerend functionaris is belast met de coördinatie van de maatregelen en voorzieningen die de gemeenten treffen met het oog op een ramp of crisis.

7. Het Veiligheidsbestuur stelt een Veiligheidsbureau in. Het Veiligheidsbureau is belast met de regie op multidisciplinaire regionale samenwerking op het gebied van crisisbeheersing. Daartoe zal het Veiligheidsbureau het Veiligheidsbestuur ondersteunen en adviseren, alsmede multidisciplinaire taken en projecten faciliteren en coördineren.

8. Er is een vaste commissie van advies aan het Veiligheidsbestuur. Deze commissie van advies bestaat uit de Hoofdofficier van Justitie, de Commandant van de Brandweer, de Directeur Publieke Gezondheid, de Politiechef Regionale Eenheid Amsterdam en de Coördinerend functionaris. De voorzitter van de vaste commissie van advies is de ambtelijk secretaris van het Veiligheidsbestuur.

9. Bij de vergaderingen van de vaste commissie van advies worden de Directeur DWI gemeente Amsterdam, de Directeur directie Communicatie gemeente Amsterdam, de Dijkgraaf van het Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht, de Directeur van het Havenbedrijf Amsterdam, de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied evenals andere functionarissen wier aanwezigheid in verband met de te behandelen onderwerpen van belang is uitgenodigd.

Artikel 18. De inrichting van de ambtelijke organisatie en rechtspositieregeling

Het Veiligheidsbestuur is verantwoordelijk voor de inrichting van de ambtelijke organisatie die valt onder de Veiligheidsregio en stelt de rechtspositieregeling(en) van het personeel vast.

Hoofdstuk 5. Financiele bepalingen

HOOFDSTUK 5. FINANCIËLE BEPALINGEN

Artikel 19. Administratie en controle

1. Het Veiligheidsbestuur stelt regels vast met betrekking tot de organisatie van de financiële administratie en van het beheer van de geldmiddelen met inachtneming van de toepasselijke wettelijke bepalingen.

Artikel 20. Programmabegroting

1. Het Veiligheidsbestuur streeft ernaar iedere 4 jaar een programma-indeling vast te stellen met de mogelijkheid om deze jaarlijks te herijken.

2. De programmabegroting bevat op hoofdlijnen de beleidsdoelstellingen en maatschappelijke effecten die worden nagestreefd, evenals de financiële middelen die daarvoor beschikbaar zijn, één en ander zo mogelijk uitgedrukt in relevante prestatiecijfers en kengetallen.

3. Het Veiligheidsbestuur draagt zorg voor het verzamelen en vastleggen van gegevens over de geleverde goederen en diensten, opdat de doelmatigheid en doeltreffendheid van het beleid zoals vastgesteld door het Veiligheidsbestuur kunnen worden getoetst.

Artikel 21. Begrotingsprocedure

1. Het Veiligheidsbestuur of het dagelijks bestuur zendt jaarlijks vóór 1 april een ontwerpprogrammabegroting van de Veiligheidsregio voor het komende kalenderjaar, vergezeld van een behoorlijke toelichting, toe aan de raden.

2. Deze ontwerpprogrammabegroting wordt door de zorg van de besturen van de Gemeenten voor een ieder ter inzage gelegd en tegen betaling van de kosten algemeen verkrijgbaar gesteld. Artikel 190, tweede en derde lid, van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing.

3. De raden kunnen binnen twee maanden na toezending bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerpprogrammabegroting naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren, waarin deze zienswijzen zijn vervat, bij de ontwerpprogrammabegroting, zoals deze aan het Veiligheidsbestuur wordt aangeboden.

4. Het Veiligheidsbestuur stelt de programmabegroting vast vóór 1 juli van het jaar, voorafgaande aan het jaar waarvoor de begroting moet dienen.

5. Na de vaststelling van de programmabegroting zendt het Veiligheidsbestuur deze zo nodig aan de raden.

6. Het Veiligheidsbestuur of het dagelijks bestuur zendt de programmabegroting binnen twee weken na de vaststelling doch in ieder geval vóór 15 juli aan Gedeputeerde Staten.

7. Het bepaalde in dit artikel is van overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting.

Artikel 22. Bijdragen aan de Veiligheidsregio

1. De bijdrage van elke Gemeente bestaat uit de kosten voor crisisbeheersing, brandweerzorg eventueel met maatwerktaken per gemeente, alarmering en staf Veiligheidsbureau opgenomen in de programmabegroting.

2. De toerekening van de kosten van de brandweerzorg vindt plaats op basis van een door het Veiligheidsbestuur vastgestelde financiële verdeelsleutel.

3. Indien afzonderlijke Gemeenten besluiten tot het inkopen van aanvullende maatwerktaken brandweerzorg, dan worden de feitelijke kosten per gemeente in rekening gebracht. Afspraken dienaangaande worden vastgelegd in de programmabegroting.

4. De toerekening van de kosten voor de programma's crisisbeheersing, alarmering en staf Veiligheidsbureau vindt plaats naar evenredigheid van het aantal inwoners van iedere Gemeente per 1 januari van het jaar voorafgaande aan het desbetreffende begrotingsjaar. Voor de vaststelling van de aantallen inwoners worden de door het Centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfers aangehouden.

5. Met de Gemeenten worden afspraken gemaakt over bevoorschotting.

6. De Gemeenten dragen er zorg voor dat de Veiligheidsregio te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan zijn verplichtingen te kunnen voldoen.

Artikel 23. Indexering

De Veiligheidsregio volgt de indexering van de gemeente Amsterdam.

Artikel 24. Jaarrekeningprocedure

1. Het Veiligheidsbestuur of het dagelijks bestuur zendt jaarlijks vóór 1 april van het jaar volgend op het jaar waarop deze betrekking heeft de voorlopige jaarrekening van de Veiligheidsregio, vergezeld van een behoorlijke toelichting, toe aan de raden.

2. Het Veiligheidsbestuur stelt de jaarrekening vast vóór 1 juli in het jaar volgend op het jaar waarop deze betrekking heeft.

3. Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na vaststelling, doch uiterlijk vóór 15 juli van het jaar volgend op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan Gedeputeerde Staten.

4. In de jaarrekening wordt de door elk van de Gemeenten en de door derden over het desbetreffende dienstjaar werkelijk verschuldigde bijdrage opgenomen. Verrekening van het verschil tussen het op grond van artikel 22 van deze regeling betaalde voorschot en het werkelijk verschuldigde bedrag vindt plaats onmiddellijk na de kennisgeving aan de Gemeenten van de vaststelling van de jaarrekening.

5. Onverminderd het voorgaande lid kan het dagelijks bestuur een voorstel doen voor het bestemmen van het resultaat.

6. Het Veiligheidsbestuur bepaalt op welke wijze de resultaten van de jaarrekening over de Gemeenten zullen worden verdeeld met in achtneming van artikel 21 lid 7.

Artikel 25. Kostendekkendheid

De geldmiddelen van de Veiligheidsregio bestaan uit:

a. de bijdragen van de Gemeenten, ingevolge artikel 22 van deze regeling;

b. de bijdragen van derden, ingevolge op verzoek of volgens overeenkomst geleverde diensten;

c. subsidies en rijksbijdragen;

d. renten en opbrengsten van bezittingen;

e. onvoorziene ontvangsten;

f. bestemmingsreserve;

g. geldleningen.

Hoofdstuk 6. Administratieve bepalingen

HOOFDSTUK 6. ADMINISTRATIEVE BEPALINGEN

Artikel 26. Archivering

1. Ten aanzien van de zorg en het beheer van de archiefbescheiden van de Veiligheidsregio alsmede ten aanzien van het toezicht op het beheer, zijn de voorschriften van de gemeente Amsterdam van overeenkomstige toepassing, tenzij het Veiligheidsbestuur anders besluit met in achtneming van de Archiefwet.

2. De ambtelijk secretaris van het Veiligheidsbestuur is belast met het beheer van de archiefbescheiden, bedoeld in het eerste lid.

De aan de uitvoering van het eerste lid verbonden kosten komen ten laste van de Veiligheidsregio.

Hoofdstuk 7 Bijzondere bepalingen

HOOFDSTUK 7. BIJZONDERE BEPALINGEN

Artikel 27. Toe- en uittreding

1. Toe- en uittreding van gemeenten tot deze regeling is slechts mogelijk na wijziging van de indeling van gemeenten in regio's als bedoeld in de Wet.

2. Het Veiligheidsbestuur regelt de gevolgen van de toetreding en kan voorwaarden verbinden aan de toetreding.

3. Uittreding door een of meer van de Gemeenten uit deze regeling is slechts mogelijk na voldoening aan door het Veiligheidsbestuur nader te stellen voorwaarden.

4. De toe- of uittreding treedt in werking met ingang van de eerste dag van de maand volgend op die waarin het besluit tot toetreding of tot uittreden door de Veiligheidsregio bekend is gemaakt.

Artikel 28. Wijziging

1. Het Veiligheidsbestuur en de Gemeenten kunnen voorstellen tot wijziging van de regeling doen, onverminderd de van toepassing zijnde bepalingen in de Wet gemeenschappelijke regelingen en de Wet.

2. De wijziging treedt in werking op de in de wijziging bepaalde datum en anders met ingang van de eerste dag van de maand volgend op die waarin het besluit tot wijziging door de Veiligheidsregio bekend is gemaakt.

Artikel 29. Opheffing

1. De gemeenschappelijke regeling kan slechts worden opgeheven voor zover dit op grond van artikel 8 en artikel 9 van de Wet mogelijk is. Een besluit tot opheffing van deze gemeenschappelijke regeling wordt niet genomen voordat de bevoegde bestuursorganen van de Gemeenten daarmee hebben ingestemd.

2. In geval van opheffing van de regeling besluit het Veiligheidsbestuur tot liquidatie en stelt daarvoor de nodige regels, waaronder het tijdstip van opheffing.

3. Het Veiligheidsbestuur stelt, gehoord hebbende de bevoegde bestuursorganen van de Gemeenten, tenminste zes maanden voor het tijdstip van opheffing, een liquidatieplan en een sociaal plan voor het personeel vast. Het liquidatieplan voorziet in de financiële gevolgen van de opheffing.

4. Het Veiligheidsbestuur is belast met de uitvoering van de liquidatie.

5. Zonodig blijven de organen van het samenwerkingsverband ook na het tijdstip van opheffing in functie, totdat de liquidatie is voltooid.

Hoofdstuk 8. Geschillen, klachten en bezwaren

HOOFDSTUK 8. GESCHILLEN, KLACHTEN EN BEZWAREN

Artikel 30. Geschillen

1. Voordat over een geschil als bedoeld in artikel 28 van de Wgr de beslissing van Gedeputeerde Staten wordt ingeroepen, legt het Veiligheidsbestuur het geschil voor aan een daartoe door partijen in te stellen geschillencommissie.

2. De geschillencommissie bestaat uit vertegenwoordigers, aangewezen door elk der bij het geschil betrokken partijen, alsmede een door deze vertegenwoordigers aangewezen onafhankelijke voorzitter.

3. De geschillencommissie hoort de bij het geschil betrokken besturen.

4. De geschillencommissie brengt aan het Veiligheidsbestuur advies uit over de mogelijkheden partijen tot overeenstemming te brengen.

Artikel 31. Klachten

Voor de afhandeling van klachten zal een klachtenregeling worden opgesteld.

Artikel 32. Behandeling bezwaarschriften

Bij de afhandeling van bezwaarschriften op grond van de Algemene wet bestuursrecht zal toepassing worden gegeven aan artikel 7:13 Algemene wet bestuursrecht en zal voor het horen van belanghebbenden gebruik worden gemaakt van de voorzieningen van de gemeente Amsterdam, tenzij het Veiligheidsbestuur anders besluit.

Hoofdstuk 9. Slotbepalingen

HOOFDSTUK 9. SLOTBEPALINGEN

Artikel 33. Bekendmaking

1. De colleges dragen op de gebruikelijke wijze zorg voor de bekendmaking van de regeling.

2. Binnen een maand na vaststelling van de regeling dragen de colleges zorg voor de opname van de regeling in het register als bedoeld in artikel 27 van de Wet gemeenschappelijke regelingen.

3. Het Veiligheidsbestuur zendt de regeling aan Gedeputeerde Staten.

4. Het bepaalde in het eerste tot en met het derde lid is ook van toepassing op besluiten tot toetreding en uittreding tot de regeling alsmede tot wijziging en opheffing van de regeling.

Artikel 34. Inwerkingtreding en duur

1. De regeling vervangt de ‘Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland 2008'.

2. De regeling treedt in werking met ingang van 1 november 2015.

3. De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.

Artikel 35. Overgangsbepaling

Totdat ter zake een nieuw besluit wordt genomen, blijven besluiten en verordeningen gebaseerd op de ‘Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland 2008' onverkort van toepassing.

Artikel 36. Titel

De regeling wordt aangehaald als: Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland 2015.