| Overheidsorganisatie | Gemeente Bergambacht |
|---|---|
| Officiële naam regeling | Participatieverordening Wet werk en bijstand 2011 |
| Citeertitel | Participatieverordening Wet werk en bijstand 2011, gemeente Bergambacht |
| Vastgesteld door | gemeenteraad |
| Onderwerp | maatschappelijke zorg en welzijn |
| Eigen onderwerp |
Geen
art. 7, 8 en 10, lid 2 Wwb, art. 34, 35 en 36 Ioaw en art. 34, 35 en 36 Ioaz
| Datum inwerking- treding | Terugwerkende kracht t/m | Datum uitwerking- treding | Betreft | Datum ondertekening Bron bekendmaking | Kenmerk voorstel |
|---|---|---|---|---|---|
| 01-07-2011 | Art. 13: Datum inwerkingtreding bepaald op 1 juli 2011 | 28-06-2011 Gemeentepagina, 17 augustus 2011 | n.v.t. | ||
| 12-05-2011 | 01-07-2011 | n.v.t. | 19-04-2011 Gemeentepagina, 4 mei 2011 | n.v.t. |
De raad van de gemeente Bergambacht;
Gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling K5-gemeenten d.d. 4 januari 2011
Gelet op artikel 147 lid 1 Gemeentewet, artikelen 7, 8 en 10, lid 2 Wet werk bijstand(Wwb), artikelen 34, 35 en 36 van de Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers(Ioaw) en artikelen 34, 35 en 36 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen(Ioaz);
gelet op de Verordening nr. 800/2008 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 6 augustus 2008, en de Verordening nr. 1998/2006 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 15 december 2006;
b e s l u i t :
vast te stellen de:
Participatieverordening Wet werk en bijstand 2011
1. In deze verordening wordt verstaan onder:
1. Het K5-bestuur is verantwoordelijk voor de ondersteuning bij de arbeidsinschakeling en, voor zover het K5-bestuur dat noodzakelijk acht, een voorziening gericht op die arbeidsinschakeling voor uitkeringsgerechtigden, Anw-ers en Nug-ers alsmede voor personen die vanwege een voorziening gericht op arbeidsinschakeling niet tot een van de voornoemde groepen behoren. Deze verantwoordelijkheid geldt jegens belanghebbenden die hun woonplaats in de gemeenten Bergambacht, Nederlek, Ouderkerk, Schoonhoven of Vlist hebben.
2. Ten behoeve van de arbeidsinschakeling van uitkeringsgerechtigden kan het K5-bestuur tevens aan werkgevers een voorziening aanbieden.
3. Bij de keuze van de mogelijkheden van ondersteuning en het aanbieden van voorzieningen wordt door het K5-bestuur een afweging gemaakt, waarbij gekeken wordt naar:
4. Het K5-bestuur kan voor de beoordeling van de mogelijkheden en capaciteiten van de belanghebbende gebruik maken van het advies van een door het K5-bestuur aan te wijzen deskundige.
5. Het K5-bestuur kan bij het aanbieden van voorzieningen gebruik maken van de diensten van re-integratiebedrijven.
De ondersteuning die het K5-bestuur kan aanbieden, bestaat uit de volgende soorten voorzieningen:
1. Voorzieningen:
Het K5-bestuur kan aan een uitkeringsgerechtigde de volgende flankerende vergoedingen aanbieden:
Het K5-bestuur kan in bijzondere gevallen ten gunste van de belanghebbende afwijken van de bepalingen in deze verordening, indien toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.
Deze verordening kan worden aangehaald als “Participatieverordening Wet Werk en Bijstand 2011, gemeente Bergambacht.
1. Deze verordening treedt in werking op 1 juli 2011.
De re-integratieverordening ‘Wet Werk en Bijstand gemeente Bergambacht’ van 25 september 2007 wordt met ingang van deze datum ingetrokken.
2. De Participatieverordening Wet werk en bijstand 2011 gemeente Bergambacht, vastgesteld op 19 april 2011, wordt ingetrokken.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad der gemeente Bergambacht op 28 juni 2011.
de griffier, mr. drs. E.J. Karman-Moerman
de voorzitter, A. van Erk.
Toelichting algemeen
De Wet werk en bijstand (Wwb) geeft het K5-bestuur de opdracht om zorg te dragen voor de re-integratie van bijstandsgerechtigden, Nuggers, Anw-ers, en personen die vanwege een voorziening gericht op arbeidsinschakeling niet tot één van de drie hiervoor genoemde groepen behoren. Op basis van de Gemeenschappelijke Regeling K5 is deze opdracht neergelegd bij het K5-bestuur. De Wwb draagt aan de gemeenteraad op om een verordening vast te stellen waarin het beleid van de gemeente ten aanzien van haar re-integratietaak wordt neergelegd. Tevens wordt hierin de aanspraak van burgers op ondersteuning bij re-integratie geregeld.
De basis voor de verordening is neergelegd in artikel 8, eerste lid, onder a, en tweede lid en artikel 10, eerste en tweede lid, van de Wwb.
In de gemeente wordt het beleid op een aantal niveaus geregeld:
In deze verordening wordt dan ook vastgelegd: de verhouding tussen raad en K5-bestuur alsmede enkele algemene artikelen over de opdracht aan het K5-bestuur, de aanspraak op voorzieningen, de inzet van voorzieningen en de rechten en plichten van de cliënt. Al het overige wordt vastgelegd in de kadernota of in de beleidsregels van het K5-bestuur.
Artikelsgewijze toelichting
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
In lid 1 onder a tot en met c wordt omschreven wat de doelgroep is aan wie de gemeente ondersteuning moet bieden. Dit is geregeld in artikel 7, eerste lid van de Wwb.
Wat een voorziening is, wordt omschreven onder d. Het betreft een voorziening gericht op de arbeidsinschakeling, waarbij ook voorzieningen (bijvoorbeeld sociale activering) ingezet kunnen worden om belemmeringen voor aanvaarding van algemeen geaccepteerde arbeid weg te nemen.
De Wwb hanteert het begrip algemeen geaccepteerde arbeid. Dit is een ruimer begrip dan het begrip passende arbeid dat in de Algemene bijstandswet werd gehanteerd. In deze verordening wordt onder algemeen geaccepteerde arbeid verstaan: werk dat en maatschappelijk breed geaccepteerd is en niet tegen iemands religie of levensovertuiging ingaat. Hierbij wordt rekening gehouden met persoonlijke omstandigheden voor zover deze de uitstroom naar werk niet vertragen. Gewetensbezwaren dienen goed onderbouwd te worden.
Artikel 2 Opdracht K5-bestuur
De Wwb geeft aan burgemeester en wethouders de verantwoordelijkheid voor het bieden van ondersteuning. Deze verantwoordelijkheid is ingevolge de Gemeenschappelijke Regeling K5 neergelegd bij het K5-bestuur. Hoewel cliënten aanspraak kunnen maken op ondersteuning, is er geen afdwingbaar recht op ondersteuning. Het is aan het K5-bestuur om zorg te dragen voor voldoende aanbod van voorzieningen, waarbij zij te maken hebben met beperkte financiële middelen.
Artikel 2.2 geeft aan dat het K5-bestuur ook aan werkgevers een voorziening kan aanbieden. Het betreft hier voorzieningen die werkgevers ondersteunen en/of stimuleren tot het in dienst nemen van een uitkeringsgerechtigde. Ook hier geldt dat het niet gaat om een afdwingbaar recht op een voorziening. De vraag naar ondersteuning of het bieden van een voorziening aan werkgevers zal afhankelijk zijn van een veelheid aan sociaal-economische factoren. In artikel 2.3 is omschreven op welke gronden een afweging wordt gemaakt.
In artikel 2.4 is opgenomen dat t.b.v. het aanbieden van een voorziening aan een uitkeringsgerechtigde, anw’er of nugger bij die afweging gebruik gemaakt kan worden van een externe deskundige. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan een arbeidsdeskundige. Het K5-bestuur kan bij het aanbieden van re-integratievoorzieningen gebruik maken van diensten van derden. Hierbij kan gedacht worden aan re-integratiebedrijven, uitzendbureaus e.d.
Artikel 3 Budget- en subsidieplafond
De Wwb stelt dat het ontbreken van financiële middelen alleen geen reden kan zijn voor de afwijzing van een aanvraag. De gemeente dient dan na te gaan welke andere, goedkopere alternatieven beschikbaar zijn. Dit houdt dus in dat er geen algemeen plafond ingesteld kan worden. Wel kan per voorziening een plafond worden ingebouwd. Dit laat de mogelijkheid open naar andere instrumenten uit te wijken.
Daarnaast is het mogelijk een limiet te stellen aan het aantal personen dat deel kan nemen aan een bepaalde voorziening. Dit wordt geregeld in artikel 3.2. Ook hier blijft de mogelijkheid open dat bij het bereiken van de limiet uitgeweken kan worden naar andere instrumenten.
Artikel 4 Beleidskader
Zoals ook in de algemene toelichting is gesteld, geeft de Wwb aan de gemeenteraad de opdracht om het re-integratiebeleid vast te leggen in een verordening. Artikel 4 geeft aan dat ten minste een keer per vier jaar via een beleidsplan de kaders voor het re-integratiebeleid door de raad worden vastgesteld. In 4.2 wordt de inhoud van het beleidsplan geschetst.
Artikel 5 Algemene bepalingen over voorzieningen
In dit artikel is onder 5.1 geregeld dat het K5-bestuur nadere verplichtingen kan opleggen bij het verstrekken van een voorziening. Artikel 5.2 geeft aan dat het K5-bestuur een voorziening kan beëindigen en in welke gevallen zij dit kan doen. Artikel 5.3 geeft het K5-bestuur de mogelijkheid nadere regels te stellen t.b.v. de uitvoering.
Artikel 6 Voorzieningen voor de uitkeringsgerechtigde
In dit artikel wordt aangegeven welke voorzieningen het K5-bestuur kan bieden.
Artikel 7 Voorzieningen voor Anw’ers of Nuggers
Dit artikel regelt onder welke voorwaarden Anw’ers of Nuggers aanspraak kunnen maken op een persoonsgebonden re-integratiebudget en wat de maximale hoogte van het budget is.
Artikel 8 Verplichtingen
In de Wwb is al uitgebreid aangegeven welke verplichtingen gelden bij het recht op een uitkering. Uit oogpunt van kenbaarheid en consistentie zijn in het eerste en tweede lid de verplichtingen conform de wet geformuleerd.
Deelname aan re-integratie is voor de doelgroep bijstandsgerechtigden niet vrijblijvend. Zij zijn reeds door het ontvangen van een uitkering aan bepaalde verplichtingen gehouden.
Voor diegene zonder uitkering moeten daarom in deze verordening voorwaarden aan het re-integratietraject worden gekoppeld. Deze gelden dan vanzelfsprekend ook voor de bijstandsgerechtigde. Het niet nakomen van de verplichtingen geeft de mogelijkheid om een traject af te breken of gevraagde ondersteuning te weigeren, bijvoorbeeld als iemand niet mee wil werken aan een onderzoek.
Artikel 9 Flankerende voorzieningen voor de uitkeringsgerechtigde
De mogelijkheid tot inkomstenvrijlating is bij wet vastgelegd in artikel 31 tweede lid onder o van de Wwb. Hoe de inkomstenvrijlating wordt ingevuld, moet worden geregeld in een verordening. Artikel 9 lid 1 regelt in welke gevallen de belanghebbende in aanmerking komt voor de inkomstenvrijlating. Vrijlating van inkomsten kan plaatsvinden als dit bijdraagt aan de arbeidsinschakeling is. Hiervan is volgens de regels van deze verordening sprake als de belanghebbende 16 uur per week werkt. Vrijlating kan volgens de Wwb ten hoogste zes aaneengesloten maanden plaatsvinden.
Artikel 9 lid 2 regelt de mogelijkheid tot het vergoeden van kosten die in het kader van een re-integratietraject worden gemaakt, bijvoorbeeld reiskosten. Er is geen limitatieve opsomming. Wel dienen de kosten altijd beoordeeld te worden op noodzaak en redelijkheid en op de mogelijkheden van voorliggende voorzieningen. Te denken valt hierbij aan vergoedingen door de werkgever of fiscale regelingen. Lid 3 en 4 regelen de voorwaarden waaronder iemand in aanmerking kan komen voor een activerings- of uitstroompremie. In de Wwb is geregeld in artikel 31 lid 2 sub j dat een premie verstrekt kan worden. Deze premie is onbelast, en telt dus ook niet mee bij de toepassing van inkomensafhankelijke regelingen. Omdat de regeling van zowel de activerings- als de uitstroompremie verschilt van de regeling in de voorgaande verordening (Re-integratieverordening van 1 januari 2007) is een overgangsregeling getroffen (lid 3 f en lid 4 k). Voor de mensen die onder lid 3 f en lid 4 k vallen, geldt artikel 14 van de oude verordening:
Re-integratieverordening Wwb van 1 januari 2007: Artikel 14 Premies
1. Het K5-bestuur kan aan een uitkeringsgerechtigde, die minimaal reeds één jaar een uitkering ontvangt in het kader van de Wwb op aanvraag een activeringspremie toekennen.
2. De premie bedraagt:
a. 500 euro bij het gedurende tenminste zes maanden en tenminste 20 uur per week verrichten van vrijwilligerswerk;
b. 1000 euro bij het aanvaarden en gedurende tenminste zes maanden behouden van (door de gemeente op grond van deze verordening) gesubsidieerd werk voor minimaal 12 uur per week;
c. 2000 euro bij het aanvaarden en gedurende tenminste zes maanden behouden van regulier werk voor minimaal 12 uur per week.
3. Belanghebbende kan maximaal één keer per drie jaar in aanmerking komen voor de activeringspremie wegens vrijwilligerswerk.
4. Indien aan belanghebbende binnen drie jaar na toekenning van een activeringspremie op grond van het tweede lid, onderdeel a of b, wegens gewijzigde omstandigheden opnieuw een activeringspremie wordt toegekend op grond van het tweede lid, onderdeel b of c, dan wordt de eerder toegekende premie in mindering gebracht op de nieuw toegekende activeringspremie.
5. Een premie kan meerdere keren per jaar toegekend worden, de premie kan echter maar één keer per jaar onbelast worden betaald. Indien de belanghebbende meerdere keren per jaar voor een premie in aanmerking komt, wordt de 1e premie in het jaar van toekenning uitbetaald, de tweede premie wordt uitbetaald in januari van het volgende jaar.
Onder regulier werk wordt verstaan arbeid in loondienst of als zelfstandige waarbij geen sprake is van subsidies en/ of overheidsondersteuning.
Artikel 10 Voorzieningen voor de werkgever
Dit artikel geeft het K5-bestuur de mogelijkheid om, door het aanbieden van een voorziening, het voor werkgevers aantrekkelijker te maken een uitkeringsgerechtigde in dienst te nemen. Indien het K5-bestuur dat wenselijk acht kan de werkgever een soort ‘cafetaria-model’ geboden worden: of alleen loonkostensubsidie of alleen nazorg of alleen scholingskosten of een combinatie van deze voorzieningen. De ene werkgever zal meer gebaat zijn bij nazorg omdat het een uitkeringsgerechtigde betreft die nog wat extra ondersteuning nodig heeft die de werkgever niet kan bieden. Een andere werkgever heeft de ondersteuning wel zelf in huis, en is meer gebaat bij een loonkostensubsidie. Soms is scholing genoeg en soms kan het nodig zijn om een combinatie van voorzieningen aan te bieden, bijvoorbeeld bij een uitkeringsgerechtigde die zonder nazorg en scholing geen kans maakt een arbeidsplaats te vinden.
Artikel 10 lid 2 geeft aan onder welke voorwaarden een voorziening kan worden verstrekt. De leden 4, 5 en 6 geven de maximale duur en/of hoogte aan van de te verstrekken voorziening. Het gaat hier uitdrukkelijk om maxima. Minder kan dus ook, meer niet.
Wanneer inzet van een combinatie van voorzieningen nodig is, dan worden bepaalde grenzen gesteld: die zijn verwoord onder 10 lid 3. Bij een combinatie van scholing met ofwel loonkostensubsidie ofwel nazorg wordt de hoogte van de te vergoeden scholingskosten maximaal € 1.000,-. Als er sprake is van scholing èn loonkostensubsidie èn nazorg, dan wordt niet alleen de vergoeding voor scholingskosten maximaal € 1.000,-, maar wordt ook de loonkostensubsidie beperkt tot maximaal 3 maanden.
In het zevende lid wordt bepaald dat er een schriftelijke overeenkomst wordt afgesloten met de werkgever. In de schriftelijke overeenkomst moet in ieder geval opgenomen zijn wat het doel van de werkzaamheden is, de duur van de overeenkomst en de wijze waarop de begeleiding plaatsvindt. Tevens wordt opgenomen welke voorziening onder welke condities wordt ingezet.
Artikel 11 Hardheidsclausule
Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.
Artikel 12 Citeertitel
Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.
Artikel 13 Inwerkingtreding
Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.