Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Bloemendaal

Legesverordening Bloemendaal 2019

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieBloemendaal
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingLegesverordening Bloemendaal 2019
CiteertitelLegesverordening Bloemendaal 2019
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. artikel 156, eerste lid, van de Gemeentewet
  2. artikel 156, tweede lid, van de Gemeentewet
  3. artikel 229, eerste lid, van de Gemeentewet
  4. artikel 7 van de Paspoortwet
  5. artikel 2, tweede lid, van de Paspoortwet
Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

28-12-2018Nieuwe regeling

13-12-2018

gmb-2018-280374

2018016081

Tekst van de regeling

Intitulé

Legesverordening Bloemendaal 2019

De raad der gemeente Bloemendaal;

 

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 13 november 2018

 

gelet op de artikelen 156, eerste en tweede lid, aanhef en onderdeel h en 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Gemeentewet en de artikelen 2, tweede lid, en 7 van de Paspoortwet;

besluit:

 

vast te stellen de:

 

LEGESVERORDENING BLOEMENDAAL 2019

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Deze verordening verstaat onder:

  • a.

    dag:

    de periode van 00.00 uur tot 24.00 uur, waarbij een gedeelte van een dag als een hele dag wordt aangemerkt;

     

  • b.

    week:

    een aaneengesloten periode van zeven dagen;

     

  • c.

    maand:

    het tijdvak dat loopt van ne dag in een kalendermaand tot en met de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand;

     

  • d.

    jaar:

    het tijdvak dat loopt van de ne dag in een kalenderjaar tot en met de (n-1)e dag in het volgende kalenderjaar;

     

  • e.

    kalenderjaar:

    de periode van 1 januari tot en met 31 december.

Artikel 2 Belastbaar feit

Onder de naam ‘leges’ worden rechten geheven voor:

  • a.

    het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten;

  • b.

    het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van een Nederlandse identiteitskaart of een reisdocument;

een en ander zoals genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel.

Artikel 3 Belastingplicht

Belastingplichtig is de aanvrager van de dienst, de Nederlandse identiteitskaart of het reisdocument dan wel degene ten behoeve van wie de dienst is verleend of de handelingen zijn verricht.

Artikel 4 Vrijstellingen

Leges worden niet geheven voor:

  • a.

    diensten waarvan de kosten krachtens afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening (grondexploitatie) zijn of worden verhaald;

  • b.

    diensten met betrekking tot een aanvraag tot verlening of gehele of gedeeltelijke intrekking van een omgevingsvergunning of wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning, voor zover die aanvraag betrekking heeft op een activiteit met betrekking tot een inrichting als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;

  • c.

    het in behandeling nemen van aanvragen van verklaringen omtrent inkomen en vermogen;

  • d.

    het in behandeling nemen van aanvragen tot het verlenen van een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen inzake het plaatsen van zonnecollectoren en -panelen bij een Rijks- of een gemeentelijk monument of in een beschermd dorpsgezicht.

Artikel 5 Maatstaven van heffing en tarieven

  • 1.

    De leges worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

  • 2.

    Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het nemen van een projectuitvoeringsbesluit als bedoeld in artikel 2.10 van de Crisis- en herstelwet bedraagt het tarief de som van de bedragen die op grond van deze verordening verschuldigd zouden zijn voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning, ontheffing, vrijstelling of enig ander besluit in het kader van de ontwikkeling en verwezenlijking van het project, voor zover het projectuitvoeringsbesluit strekt ter vervanging van deze besluiten, zoals bedoeld in artikel 2.10, derde lid, van de Crisis- en herstelwet.

  • 3.

    Voor de berekening van de leges wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.

Artikel 6 Wijze van heffing

De leges worden geheven door middel van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, zegel, nota of andere schriftuur. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.

Artikel 7 Termijnen van betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de leges worden betaald ingeval de kennisgeving bedoeld in artikel 6:

    • a.

      mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving;

    • b.

      schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen 1 maand na de dagtekening van de kennisgeving.

  • 2.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen.

Artikel 8 Kwijtschelding

Bij de invordering van de leges wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 9 Vermindering of teruggaaf

  • 1.

    Gehele of gedeeltelijke vermindering of teruggaaf van leges voor een in de bij deze verordening behorende tarieventabel omschreven dienst wordt verleend overeenkomstig een met betrekking tot die dienst in die tarieventabel opgenomen bepaling.

  • 2.

    Voor de toepassing van artikel 28, vierde lid, van de Invorderingswet 1990 wordt de teruggaaf van leges, bedoeld in het eerste lid, aangemerkt als een vermindering van de belastingaanslag.

Artikel 10 Overdracht van bevoegdheden

Het college is bevoegd tot het wijzigen van deze verordening, indien de wijzigingen:

  • a.

    van zuiver redactionele aard zijn;

  • b.

    een gevolg zijn van nieuwe of gewijzigde rijksregelgeving die in werking treedt binnen drie maanden na de officiële bekendmaking van de inwerkingtreding ervan in het Staatsblad of de Staatscourant en het de volgende hoofdstukken of onderdelen van de tarieventabel betreft:

    • 1.

      hoofdstuk 10 (reisdocumenten);

    • 2.

      hoofdstuk 11 (rijbewijzen);

    • 3.

      hoofdstuk 12 (Wet op de kansspelen);

    • 4.

      onderdeel 4.7.1 (verklaring omtrent het gedrag)

een en ander voor zover met deze wijzigingen niet reeds bij het vaststellen of latere wijziging van deze verordening bij raadsbesluit rekening is gehouden.

Artikel 11 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de leges.

Artikel 12 Overgangsrecht, inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    De 'Legesverordening Bloemendaal 2018’ van 21 december 2017 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan alsmede dat artikel 12, eerste lid van de verordening (en daarmee de ‘Legesverordening Bloemendaal 2010’ ) van toepassing blijft op de belastbare feiten:

    • a.

      die zich voor 1 oktober 2010 hebben voorgedaan;

    • b.

      waarop de Wet ruimtelijke ordening of de Woningwet zoals deze luidden voor inwerkingtreding van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht nog moeten worden toegepast;

  • 2.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 3.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2019.

  • 4.

    Deze verordening kan worden aangehaald als 'Legesverordening Bloemendaal 2019’.

     

Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad der gemeente Bloemendaal, gehouden op 13 december 2018.

voorzitter,

griffier,

Bijlage TARIEVENTABEL behorende bij de Legesverordening Bloemendaal 2019

 

Hoofdstuk 1 Algemeen

1.1

Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van:

 

1.1.1

afschriften, doorslagen, fotokopieën of faxen van stukken in zwart-wit, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen:

 

1.1.1.1

per pagina op A4-formaat

€ 0,30

 

per pagina op A3-formaat

€ 0,60

 

per pagina op A2-formaat

€ 1,65

 

per pagina op A1-formaat

€ 3,65

 

per pagina op A0-formaat

€ 7,10

1.1.2

afschriften, doorslagen of fotokopieën van stukken in kleur, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen:

 

1.1.2.1

per pagina op A4-formaat

€ 1,20

 

per pagina op A3-formaat

€ 2,50

1.1.3

kaarten en tekeningen, al dan niet behorend bij de in de subonderdelen 1.1.1 en 1.1.2 genoemde stukken voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, per kaart of tekening

 

 

€ 3,85

1.1.4

stukken of uittreksels, welke op aanvraag van de aanvrager moeten worden opgemaakt, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, per pagina of gedeelte daarvan

 

 

€ 2,25

1.1.5

De bedragen genoemd onder 1.1 worden met ieder daaraan besteed kwartier, of gedeelte van dat kwartier, verhoogd met

 

€ 22,35

1.1.6

Digitale stukken, voor ieder aan het opzoeken en verzenden van digitale stukken besteed kwartier, of gedeelte van dat kwartier

 

€ 22,35

 

Hoofdstuk 2 Bestuursstukken

2.1

Vervallen

 

2.2

Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van:

 

 

– rapporten op grond van de Wet Openbaarheid van Bestuur per pagina

€ 0,30

 

met een maximum per rapport van

€ 19,15

 

– rapporten op grond van de Wet Openbaarheid van Bestuur per CD of DVD

€ 19,15

2.2.1

De bedragen genoemd onder 2.2 worden met ieder daaraan besteed kwartier verhoogd met

 

€ 22,35

 

Hoofdstuk 3 Burgerlijke stand

3.1

Het tarief bedraagt voor de voltrekking van een huwelijk of de registratie van een partnerschap in het gemeentehuis:

 

 

– in de trouwzaal op maandag t/m vrijdag om 10.00 uur, 11.00 uur, 12.00 uur, 14.00 uur, 15.00 uur en 16.00 uur

 

€ 459,45

 

– in de burgerzaal op vrijdag om 10.00 uur, 14.00 uur en 16.00 uur

€ 919,00

 

– in de trouwzaal op de 1e, 3e en eventueel 5e zaterdag van de maand om 13.00 uur en 14.00 uur

 

€ 835,45

 

– in de burgerzaal op de 1e, 3e en eventueel 5e zaterdag van de maand om 12.00 uur

 

€ 1.670,80

 

– in de trouwzaal op alle hiervoor niet genoemde dagen en tijden, met uitzondering van maandag 08.30 uur en 09.00 uur

 

€ 835,45

 

– in de burgerzaal op alle hiervoor niet genoemde dagen en tijden

€ 1.670,80

 

– in de trouwzaal op maandag om 08.30 en 09.00 uur

Kosteloos

3.2

Het tarief bedraagt voor het omzetten van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk:

 

 

– in de trouwzaal op maandag t/m vrijdag om 10.00 uur, 11.00 uur, 12.00 uur, 14.00 uur, 15.00 uur en 16.00 uur

 

€ 459,45

 

– in de burgerzaal op vrijdag om 10.00 uur, 14.00 uur en 16.00 uur

€ 819,00

 

– in de trouwzaal op de 1e, 3e en eventueel 5e zaterdag van de maand om 13.00 uur en 14.00 uur

 

€ 835,45

 

– in de burgerzaal op zaterdag op de 1e, 3e en eventueel 5e zaterdag van de maand om 12.00 uur

 

€ 1.670,80

 

– in de trouwzaal op alle hiervoor niet genoemde dagen en tijden, met uitzondering van maandag 08.30 uur en 09.00 uur

 

€ 835,45

 

– in de burgerzaal op alle hiervoor niet genoemde dagen en tijden

€ 1.670,80

 

– in de trouwzaal op maandag om 08.30 en 09.00 uur

Kosteloos

3.2.1

Het tarief bedraagt, indien de voltrekking van een huwelijk, registratie van een partnerschap of omzetting als bedoeld in 3.2 niet wordt verricht in het gemeentehuis:

 

 

– op maandag t/m vrijdag

€ 678,25

 

– op andere dagen

€ 1.060,75

3.2.2

Voor het in behandeling nemen van een verzoek tot aanwijzing van een keuzelocatie als ‘huis van de gemeente’ teneinde aldaar een huwelijk, geregistreerd partnerschap of omzetting als bedoeld in 3.2 mogelijk te maken worden de tarieven onder 3.2.1 verhoogd met:

 

 

 

€ 182,50

3.3

Voor de voltrekking van een huwelijk of de registratie van een partnerschap of omzetting als bedoeld in 3.2, buiten het gemeentehuis, ingevolge artikel 1:64 van het Burgerlijk Wetboek, worden de onder 3.1 genoemde tarieven verhoogd met:

 

 

 

10%

3.4

Het tarief bedraagt voor het verstrekken van een trouwboekje of een partnerschapsboekje

 

€ 23,25

3.5

Het tarief bedraagt voor het op verzoek wijzigen of annuleren van het tijdstip of de datum waarop een huwelijk, registratie van een partnerschap of omzetting als bedoeld in 3.2 of 3.2.1 wordt gesloten

 

 

€ 23,25

3.6

Het tarief bedraagt voor het van gemeentewege beschikbaar stellen van getuigen: per getuige

 

€ 39,55

3.7

Het tarief bedraagt voor het doen van naspeuringen in de registers van de Burgerlijke stand, voor ieder daaraan besteed kwartier

 

€ 22,35

3.8

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een stuk als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet rechten burgerlijke stand geldt het tarief zoals dat is opgenomen in het Legesbesluit akten burgerlijke stand.

 

3.9

Het tarief voor de benoeming van een buitengewoon ambtenaar burgerlijke stand voor één dag bedraagt

 

€ 89,20

3.10

Indien het aanvangstijdstip met meer dan 15 minuten wordt overschreden, door omstandigheden niet aan de gemeente te wijten, kan het van toepassing zijnde tarief, genoemd onder 3.1, 3.2 en 3.2.1 worden verdubbeld

 

3.11

Indien een huwelijksvoltrekking, registratie van een partnerschap of omzetting als bedoeld in 3.2 of 3.2.1 niet plaatsvindt, wordt op aanvraag teruggaaf van 60% van de geheven leges verleend

 

 

Hoofdstuk 4 Verstrekkingen uit de basisregistratie personen

4.1

Voor de toepassing van dit hoofdstuk, met uitzondering van de onderdelen 4.3 en 4.4, wordt onder één verstrekking verstaan één of meer gegevens omtrent één persoon waarvoor de basisregistratie personen moet worden geraadpleegd.

 

4.2

Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van gegevens: per verstrekking

 

€ 10,30

4.3

Voor de toepassing van onderdeel 4.4 wordt onder één verstrekking verstaan één of meer gegevens omtrent één persoon die niet zijn opgenomen in de basisregistratie personen

 

4.4

Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van gegevens: per verstrekking

 

€ 10,30

4.5

Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een bewijs van Nederlanderschap

 

€ 10,30

4.6

Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een bewijs van inschrijving in de basisregistratie personen

 

€ 10,30

4.7

Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

4.7.1

tot het verkrijgen van een verklaring omtrent gedrag

€ 42,20

4.7.2

tot het verkrijgen van een attestatie de vita

€ 10,30

4.7.3

tot het verkrijgen van een legalisatie van een handtekening of het waarmerken van een fotokopie

 

€ 13,50

4.9

Het tarief bedraagt ter zake van het op verzoek doornemen van de basisregistratie personen voor ieder daaraan besteed kwartier

 

€ 22,35

4.10

Vervallen

 

 

Hoofdstuk 5 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning

5.1

Begripsomschrijvingen

 

5.1.1

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

 

5.1.1.1

Aanlegkosten:

 

 

de aannemingssom exclusief omzetbelasting, bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, van de Uniforme Administratieve Voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 (UAV 2012), voor het uit te voeren werk, of voor zover deze ontbreekt, een raming van de aanlegkosten, de omzetbelasting niet inbegrepen. Indien de werken of werkzaamheden geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschieden wordt in dit hoofdstuk onder aanlegkosten verstaan: de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor de werken of werkzaamheden waarop de aanvraag betrekking heeft;

 

5.1.1.2

Bestemmingsplanvraag

 

 

Een verzoek om informatie welk bestemmingsplan, welke bestemmingen en welke voorschriften van toepassing zijn op een bepaalde locatie

 

5.1.1.3

Bouwkosten:

 

 

de raming van de kosten die voortvloeien uit aangegane verplichtingen ten behoeve van de fysieke realisatie (het (ver)bouwen) van de bouwwerken, exclusief omzetbelasting, bestaande uit kosten voor (a) bouwkundige werken, (b) installaties, (c) vaste inrichtingen / voorzieningen, (d) terrein en (e) algemene uitvoeringskosten. Indien het bouwen geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschiedt wordt in dit hoofdstuk onder bouwkosten verstaan: de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor het tot stand brengen van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft. De gemeente hanteert bij twijfel over de opgegeven bouwkosten de meest recente uitgave van de taxatieboekjes (her)bouwkosten woningen, bedrijfspanden en agrarische gebouwen van BIM media;

 

5.1.1.4

Principeverzoek:

 

 

Een verzoek van een initiatiefnemer aan het college van burgemeester en wethouders om, voorafgaand aan het indienen van een formele aanvraag, duidelijkheid te krijgen of het college al dan niet bereid is om af te wijken van het bestemmingsplan.

 

5.1.1.5

Quick scan redelijke eisen van welstand

 

 

Een toets of een (bouw)initiatief voldoet aan vooraf gestelde criteria in de gemeentelijke welstandsverordening

 

5.1.1.6

Schetsplan:

 

 

Een verzoek van een initiatiefnemer aan de gemeente om een (ver)bouw- en/of vestigingsinitiatief, voordat een formele aanvraag voor vergunning wordt ingediend, te toetsen aan de regels van het bestemmingsplan.

 

5.1.1.7

Toets redelijke eisen van welstand

 

 

Een adviesverzoek aan een externe partij om te beoordelen of een (bouw)initiatief voldoet aan redelijke eisen van welstand.

 

5.1.1.8

Verklaring vergunningsvrij bouwen/ gebruiken

 

 

Een verzoek van een initiatiefnemer aan de gemeente om een verklaring dat voor het initiatief geen gemeentelijke vergunningen nodig zijn.

 

5.1.1.9

Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

 

5.1.2

In dit hoofdstuk voorkomende begrippen die in de Wabo zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als bij of krachtens de Wabo bedoeld.

 

5.1.3

In dit hoofdstuk voorkomende begrippen die niet nader in de Wabo zijn omschreven en die betrekking hebben op activiteiten waarvoor het toetsingskader in een ander wettelijk voorschrift is uitgewerkt, hebben dezelfde betekenis als in dat wettelijk voorschrift bedoeld.

 

5.2

Beoordeling principeverzoek of schetsplan

 

5.2.1

Principeverzoek

 

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een principeverzoek

€ 659,65

5.2.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een Schetsplan

 

 

– bij een bouwsom tot € 20.000

€ 75,00

 

– bij een bouwsom vanaf € 20.000 tot € 100.000

€ 150,00

 

– bij een bouwsom vanaf € 100.000

€ 200

5.2.3

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een verzoek om een verklaring vergunningsvrij bouwen/ gebruiken

 

€ 75,00

5.2.4

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een bestemmingsplanvraag

 

€ 75,00

5.3

Omgevingsvergunning

 

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning voor een project: de som van de verschuldigde leges voor de verschillende activiteiten of handelingen waaruit het project geheel of gedeeltelijk bestaat en waarop de aanvraag betrekking heeft en de verschuldigde leges voor de extra toetsen die in verband met de aanvraag moeten worden uitgevoerd, berekend naar de tarieven en overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 3 en 4 van dit hoofdstuk. In afwijking van de vorige volzin kan ook per activiteit, handeling of andere grondslag een legesbedrag worden gevorderd.

 

5.3.1

Bouwactiviteiten

 

5.3.1.1

Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, bedraagt het tarief:

 

 

– voor het uitsluitend realiseren van een erfafscheiding bestaande uit een gazen hekwerk, volledig begroeid met groenblijvende beplanting en met een hoogte van ten hoogste 1,80 meter:

 

 

€ 164,85

 

– indien de bouwkosten minder dan € 4.500 bedragen:

€ 164,85

 

– indien de bouwkosten € 4.500 tot € 10.000 bedragen:

€ 329,80

 

– indien de bouwkosten € 10.000 tot € 100.000 bedragen:

3,90%

 

van de bouwkosten, met een maximum van € 3.000

 

 

– indien de bouwkosten € 100.000 tot € 1.000.000 bedragen:

2,85%

 

van de bouwkosten, met een minimum van € 3.000

 

 

– indien de bouwkosten € 1.000.000 tot € 4.500.000 bedragen:

2,85%

 

van de bouwkosten, met een maximum van € 108.000

 

 

– indien de bouwkosten € 4.500.000 of meer bedragen:

2,65%

 

met een maximum van € 500.000

 

5.3.1.2

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een tijdelijke bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, bedraagt het tarief

 

 

2,97%

 

van de werkelijke kosten tot het realiseren van het tijdelijke bouwwerk (huur o.i.d.), met een minimum van

 

€ 143,45

 

Achteraf ingediende aanvraag

 

5.3.1.3

Onverminderd het bepaalde in subonderdeel 5.3.1.1 bedraagt het tarief, indien de in dat subonderdeel bedoelde aanvraag wordt ingediend na aanvang of gereedkomen van de bouwactiviteit, verhoogd met:

 

 

50%

 

van de op grond van dat onderdeel verschuldigde leges, tot een maximum van

€ 5.000,00

5.3.2

Aanlegactiviteiten

 

 

Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op een aanlegactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder b, van de Wabo, bedraagt het tarief:

 

 

€ 388,40

5.3.3

Planologisch strijdig gebruik waarbij tevens sprake is van een bouwactiviteit

 

 

Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo, en tevens sprake is van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in onderdeel 5.3.1:

 

5.3.3.1

indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 1º, van de Wabo wordt toegepast (binnenplanse afwijking)

 

€ 329,80

5.3.3.2

indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2º, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse kleine afwijking):

 

€ 989,30

5.3.3.3a

indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3º, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse afwijking (voormalige projectbesluit)):

 

€ 9.892,85

5.3.3.3b

indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3º, van de Wabo wordt toegepast en de ruimtelijke ontwikkeling behoort tot de categorie, waarvoor als gevolg van toepassing van artikel 6.5, derde lid, van het Bor geen Verklaring Van Geen Bedenkingen is vereist:

 

 

 

€ 3.297,65

5.3.3.4a

indien artikel 2.12, tweede lid, van de Wabo wordt toegepast (tijdelijke afwijking) voor een afwijking ex artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 1º (binnenplanse afwijking):

 

 

€ 329,80

5.3.3.4b

indien artikel 2.12, tweede lid, van de Wabo wordt toegepast (tijdelijke afwijking) voor een afwijking ex artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2º (buitenplanse kleine afwijking)

 

 

€ 989,30

5.3.3.4c

indien artikel 2.12, tweede lid, van de Wabo wordt toegepast (tijdelijke afwijking) voor een afwijking ex artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3º (buitenplanse afwijking (voormalige projectbesluit))

 

 

€ 3.297,65

5.3.3.5

indien artikel 2.12, eerste lid, onder b, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van exploitatieplan):

 

€ 329,80

5.3.3.6

indien de aanvraag een project van provinciaal belang betreft, de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.1, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van provinciale regelgeving):

 

 

 

€ 1.978,60

5.3.3.7

indien de aanvraag een project van nationaal belang betreft, de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.3, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van nationale regelgeving):

 

 

 

€ 1.978,60

5.3.3.8

indien artikel 2.12, eerste lid, onder d, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van voorbereidingsbesluit):

 

€ 989,30

5.3.4

Planologisch strijdig gebruik waarbij geen sprake is van een bouwactiviteit

 

 

Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo, en niet tevens sprake is van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, bedraagt het tarief:

 

5.3.4.1

indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 1º, van de Wabo wordt toegepast (binnenplanse afwijking):

 

€ 329,80

5.3.4.2

indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2º, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse kleine afwijking):

 

€ 989,30

5.3.4.3a

indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3º, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse afwijking (voormalig projectbesluit)):

 

€ 9.892,85

5.3.4.3b

indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3º, van de Wabo wordt toegepast en de ruimtelijke ontwikkeling behoort tot de categorie, waarvoor als gevolg van toepassing van artikel 6.5, derde lid, van het Bor geen Verklaring Van Geen Bedenkingen is vereist:

 

 

 

€ 3.297,65

5.3.4.4a

indien artikel 2.12, tweede lid, van de Wabo wordt toegepast (tijdelijke afwijking) ex artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 1º (binnenplanse afwijking):

 

€ 329,80

5.3.4.4b

Indien artikel 2.12, tweede lid, van de Wabo wordt toegepast (tijdelijke afwijking) voor een afwijking ex artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2º (buitenplanse kleine afwijking):

 

 

€ 989,30

5.3.4.4c

Indien artikel 2.12, tweede lid, van de Wabo wordt toegepast (tijdelijke afwijking) voor een afwijking ex artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3º (buitenplanse afwijking (voormalige projectbesluit)):

 

 

€ 3.297,65

5.3.4.5

indien artikel 2.12, eerste lid, onder b, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van exploitatieplan):

 

€ 329,80

5.3.4.6

indien de aanvraag een project van provinciaal belang betreft, de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.1, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van provinciale regelgeving):

 

 

 

€ 1.978,60

5.3.4.7

indien de aanvraag een project van nationaal belang betreft, de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.3, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van nationale regelgeving):

 

 

 

€ 1.978,60

5.3.4.8

indien artikel 2.12, eerste lid, onder d, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van voorbereidingsbesluit):

 

€ 989,30

5.3.5

In gebruik nemen of gebruiken bouwwerken in relatie tot brandveiligheid

 

 

Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder d, van de Wabo, bedraagt het tarief:

 

 

– tot 100 m2

€ 497,50

 

– van 100 m2 tot 500 m2, per m2

€ 1,80

 

plus een vast bedrag van

€ 497,50

 

– van 500 m2 tot 2.000 m2, per m2

€ 0,85

 

plus een vast bedrag van

€ 1.185,65

 

– van 2.000 m2 tot 5.000 m2, per m2

€ 0,55

 

plus een vast bedrag van

€ 2.612,80

 

– van 5.000 m2 tot 50.000 m2, per m2

€ 0,10

 

plus een vast bedrag van

€ 4.372,20

 

– groter dan 50.000 m2

€ 6.718,05

5.3.6

Sloopactiviteiten op basis van bestemmingsplan

 

 

Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op het slopen van een bouwwerk in gevallen waarin dat in een bestemmingsplan, beheersverordening of voorbereidingsbesluit is bepaald, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder g van de Wabo, bedraagt het tarief:

 

 

 

€ 329,80

5.3.7

Vervallen

 

5.3.8

Aanleggen of veranderen weg

 

 

Indien de aanvraag tot verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op het aanleggen van een weg of verandering brengen in de wijze van aanleg van een weg waarvoor op grond van een bepaling in een provinciale verordening of de Algemene plaatselijke verordening een vergunning of ontheffing is vereist, als bedoeld in artikel 2.2, aanhef en eerste lid, onder d, van de Wabo, bedraagt het tarief:

 

 

 

 

 

€ 703,25

5.3.9

Uitweg/inrit

 

 

Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op het maken, hebben, veranderen of veranderen van het gebruik van een uitweg waarvoor op grond van een bepaling in een provinciale verordening of de Algemene plaatselijke verordening een vergunning of ontheffing is vereist, als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wabo, bedraagt het tarief:

 

 

 

 

 

€ 178,80

5.3.10

Kappen

 

 

Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op het vellen of doen vellen van houtopstand, waarvoor op grond van een bepaling in een provinciale verordening of de Algemene plaatselijke verordening een vergunning of ontheffing is vereist, als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder g, van de Wabo, bedraagt het tarief:

 

 

 

 

€ 89,35

5.3.10A

Handelsreclame en ontsierende gevelkleuren en –schilderingen

 

 

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op handelsreclame met behulp van een opschrift, aankondiging, afbeelding of op gevelkleuren in welke vorm dan ook, die zichtbaar is vanaf een voor het publiek toegankelijke plaats, waarvoor ingevolge een bepaling in een provinciale verordening of een bepaling in de Algemene plaatselijke verordening een vergunning of ontheffing is vereist, en indien niet tevens sprake is van een activiteit als bedoeld in onderdeel 5.3.1.1 (bouwactiviteit), bedraagt het tarief:

 

5.3.10A.1

indien de activiteit bestaat uit het maken of voeren van die handelsreclame, bedoeld in artikel 2.2, aanhef en eerste lid, onder h, van de Wabo, dan wel de ontsierende gevelkleuren of –schilderingen:

 

 

€ 67,10

5.3.10A.2

indien de activiteit bestaat uit het als eigenaar, beperkt gerechtigde of gebruiker van een onroerende zaak toestaan of gedogen dat die handelsreclame aan de onroerende zaak wordt gemaakt of gevoerd, bedoeld in artikel 2.2, aanhef en eerste lid, onder h, van de Wabo, dan wel de ontsierende gevelkleuren of –schilderingen:

 

 

 

 

€ 67,10

5.3.14

Andere activiteiten

 

 

Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op het verrichten van een andere activiteit of handeling dan in de voorgaande onderdelen van deze paragraaf bedoeld en die activiteit of handeling:

 

5.3.14.1

behoort tot een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie activiteiten die van invloed kunnen zijn op de fysieke leefomgeving, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder i, van de Wabo, bedraagt het tarief:

 

 

€ 329,80

5.3.14.2

behoort tot een bij provinciale verordening, gemeentelijke verordening of waterschapsverordening aangewezen categorie activiteiten die van invloed kunnen zijn op de fysieke leefomgeving, als bedoeld in artikel 2.2, tweede lid, van de Wabo, bedraagt het tarief:

 

 

 

€ 329,80

5.3.14.2.1

als het een gemeentelijke verordening betreft: het bedrag dat op grond van deze tarieventabel voor de betreffende vergunning of ontheffing verschuldigd is als de activiteit zou worden uitgevoerd zonder omgevingsvergunning. Als de activiteit in geen enkel geval kan worden uitgevoerd zonder omgevingsvergunning bedraagt het tarief:

 

 

 

 

€ 329,80

5.3.14.2.2

als het een provinciale of waterschapsverordening betreft: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag om een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld. Indien een begroting als bedoeld in de eerste volzin is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

 

5.3.15

Omgevingsvergunning in twee fasen

 

 

Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning op verzoek in twee fasen plaatsvindt, als bedoeld in artikel 2.5, eerste lid, van de Wabo, bedraagt het tarief:

 

5.3.15.1

voor het in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een beschikking met betrekking tot de eerste fase: het bedrag dat voortvloeit uit toepassing van de tarieven in dit hoofdstuk voor de activiteiten waarop de aanvraag voor de eerste fase betrekking heeft;

 

5.3.15.2

voor het in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een beschikking met betrekking tot de tweede fase: het bedrag dat voortvloeit uit toepassing van de tarieven in dit hoofdstuk voor de activiteiten waarop de aanvraag voor de tweede fase betrekking heeft;

 

5.3.16

Beoordeling bodemrapport

 

 

Onverminderd het bepaalde in de voorgaande onderdelen van deze paragraaf bedraagt het tarief, indien krachtens wettelijk voorschrift voor de in dat onderdeel bedoelde aanvraag een bodemrapport wordt beoordeeld:

 

5.3.16.1

voor de beoordeling van een milieukundig bodemrapport

€ 196,80

5.3.16.2

voor de beoordeling van een archeologisch bodemrapport

€ 196,80

5.3.17

Advies

 

5.3.17.1

Onverminderd het bepaalde in de voorgaande onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, indien een daartoe bij algemene maatregel van bestuur, provinciale of gemeentelijke verordening aangewezen bestuursorgaan of andere instantie advies moet uitbrengen over de aanvraag of het ontwerp van de beschikking op de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 2.26, derde lid, van de Wabo: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag om een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld.

 

5.3.17.2

Indien een begroting als bedoeld in subonderdeel 5.3.17.1 is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

 

5.4

Vermindering

 

5.4.1

Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning is voorafgegaan door een aanvraag om beoordeling van een principeverzoek als bedoeld in hoofdstuk 5.2, waarop de eerstgenoemde aanvraag betrekking heeft, wordt 50% de ter zake van het principeverzoek geheven leges in mindering gebracht op de leges voor het in behandeling nemen van de aanvraag om de omgevingsvergunning bedoeld in hoofdstuk 5.3. Voorwaarde is dat de aanvraag omgevingsvergunning binnen 6 maanden na het principebesluit wordt ingediend en past binnen de kaders die in het principebesluit zijn vastgelegd.

 

5.4.2

Indien de aanvraag om een herziening van een bestemmingsplan is voorafgegaan door een aanvraag om beoordeling van een principeverzoek als bedoeld in hoofdstuk 5.2, waarop de eerstgenoemde aanvraag betrekking heeft, wordt 50% de ter zake van de beoordeling van het principeverzoek geheven leges in mindering gebracht op de leges voor het in behandeling nemen van de aanvraag om herziening van het bestemmingsplan als bedoeld in hoofdstuk 5.8. Voorwaarde is dat de aanvraag omgevingsvergunning binnen 6 maanden na het principebesluit wordt ingediend en past binnen de kaders die in het principebesluit zijn vastgelegd.

 

5.5

Teruggaaf

 

5.5.1

Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning voor bouw- of aanlegactiviteiten

 

 

Als een aanvrager zijn aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw- of aanlegactiviteiten, als bedoeld in de onderdelen 5.3.1 en 5.3.2, intrekt terwijl deze reeds in behandeling is genomen door de gemeente, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt:

 

5.5.1.1

indien de aanvraag wordt ingetrokken binnen een termijn van 4 weken na het in behandeling nemen ervan doch voor het verlenen/weigeren van de vergunning

 

 

60%

 

van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges;

 

5.5.1.2

indien de aanvraag wordt ingetrokken na 4 weken na het in behandeling nemen ervan doch voor het verlenen/weigeren van de vergunning

 

40%

 

van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges;

 

5.5.2

Teruggaaf als gevolg van intrekking verleende omgevingsvergunning voor bouw- of aanlegactiviteiten

 

 

Als de gemeente een verleende omgevingsvergunning, voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw- of aanlegactiviteiten als bedoeld in de onderdelen 5.3.1 en 5.3.2, intrekt op aanvraag van de vergunninghouder, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges, mits deze aanvraag is ingediend binnen 18 maanden na verlening van de vergunning en van de vergunning geen gebruik is gemaakt. De teruggaaf bedraagt:

 

 

 

 

 

20%

 

van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges.

 

5.5.3

Teruggaaf als gevolg van het intrekken van een aanvraag om een omgevingsvergunning die betrekking heeft op planologisch strijdig gebruik waarbij tevens sprake is van een bouwactiviteit

 

5.5.3.1

Als een aanvrager zijn aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning als bedoeld in hoofdstuk 5.3.3 van deze tabel intrekt terwijl deze al in behandeling is genomen door de gemeente, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges.

 

5.5.3.2

De teruggaaf bedraagt:

 

 

indien de aanvraag wordt ingetrokken voor de planologische beoordeling heeft plaatsgevonden;

 

100%

 

van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges;

 

5.5.3.3

indien de aanvraag wordt ingetrokken na de planologische beoordeling maar voor het verlenen/weigeren van de vergunning

 

50%

 

van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges;

 

5.5.3.4

Onder een weigering bedoeld in de onderdelen 5.5.3.1, 5.5.3.2 en 5.5.3.3 wordt mede verstaan een vernietiging van de beschikking waarbij de vergunning is verleend bij rechterlijke uitspraak.

 

5.5.4

Teruggaaf als gevolg van het intrekken van een aanvraag om een omgevingsvergunning die betrekking heeft op planologisch strijdig gebruik waarbij geen sprake is van een bouwactiviteit

 

5.5.4.1

Als een aanvrager zijn aanvraag om omgevingsvergunning als bedoeld in paragraaf 5.3.4 van deze tabel intrekt terwijl deze al in behandeling is genomen door de gemeente, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges.

 

5.5.4.2

De teruggaaf bedraagt:

 

 

indien de aanvraag wordt ingetrokken voor de planologische beoordeling

100%

 

van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges;

 

5.5.4.3

indien de aanvraag wordt ingetrokken na de planologische beoordeling maar voor het verlenen/weigeren van de vergunning

 

50%

 

van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges;

 

5.5.4.4.

Onder een weigering bedoeld in de onderdelen 5.5.4.1, 5.5.4.2 en 5.5.4.3 wordt mede verstaan een vernietiging van de beschikking waarbij de vergunning is verleend bij rechterlijke uitspraak.

 

5.5.5

Teruggaaf als gevolg van het weigeren van een omgevingsvergunning voor bouw- en aanlegactiviteiten

 

5.5.5.1

Als de gemeente een omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw- en aanlegactiviteiten als bedoeld in de onderdelen 5.3.1, 5.3.2 en 5.3.6 weigert, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt:

 

 

 

20%

 

van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges.

 

5.5.6

Teruggaaf als gevolg van het weigeren van een omgevingsvergunning die betrekking heeft op planologisch strijdig gebruik waarbij tevens sprake is van een bouwactiviteit

 

5.5.6.1

Indien op een aanvraag als bedoeld in hoofdstuk 5.3.3 van deze tabel afwijzend wordt beschikt, bedragen de verschuldigde leges

 

50%

 

van de leges als bedoeld in paragraaf 5.3.3

 

5.5.6.2

Bij een op voorhand ambtelijk negatief advies om artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°, van de Wabo toe te passen (buitenplanse afwijking) bedragen de verschuldigde leges

 

 

15%

 

van de leges als bedoeld in artikel 5.3.3.3

 

5.5.6.3

Bij een op voorhand ambtelijk negatief advies om een artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo toe te passen (afwijking van provinciale of nationale regelgeving) bedragen de verschuldigde leges:

 

 

15%

 

van de leges als bedoeld in de artikelen 5.3.3.6 en 5.3.3.7

 

5.5.6.4

Bij een op voorhand ambtelijk negatief advies om een artikel 2.12, eerste lid, onder d, van de Wabo toe te passen (afwijking van een voorbereidingsbesluit) bedragen de verschuldigde leges

 

 

15%

 

van de leges als bedoeld in artikel 5.3.3.8

 

5.5.7

Teruggaaf als gevolg van het weigeren van een omgevingsvergunning die betrekking heeft op planologisch strijdig gebruik waarbij geen sprake is van een bouwactiviteit

 

5.5.7.1

Indien op een aanvraag als bedoeld in paragraaf 5.3.4 van deze tabel afwijzend wordt beschikt, bedragen de verschuldigde leges

 

80%

 

van de leges als bedoeld in paragraaf 5.3.4

 

5.5.7.2

Bij een op voorhand ambtelijk negatief advies om artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°, van de Wabo toe te passen (buitenplanse afwijking) bedragen de verschuldigde leges:

 

 

15%

 

van de leges als bedoeld in artikel 5.3.4.3

 

5.5.7.3

Bij een op voorhand ambtelijk negatief advies om een artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo toe te passen (afwijking van provinciale of nationale regelgeving) bedragen de verschuldigde leges:

 

 

15%

 

van de leges als bedoeld in de artikelen 5.3.4.6 en 5.3.4.7

 

5.5.7.4

Bij een op voorhand ambtelijk negatief advies om een artikel 2.12, eerste lid, onder d, van de Wabo toe te passen (afwijking van een voorbereidingsbesluit) bedragen de verschuldigde leges

 

 

15%

 

van de leges als bedoeld in artikel 5.3.4.8

 

5.5.8

Onder een weigering bedoeld in de onderdelen 5.5.5, 5.5.6 en 5.5.7 wordt mede verstaan een vernietiging van de beschikking waarbij de vergunning is herroepen naar aanleiding van een ingediend bezwaarschrift of bij rechterlijke uitspraak.

 

5.5.9

Minimumbedrag voor teruggaaf

 

 

Een bedrag minder dan € 75,00 wordt niet teruggegeven.

 

5.5.10

Geen teruggaaf leges principeverzoek

 

5.5.10.1

Van de leges verschuldigd op grond van subonderdeel 5.2 wordt geen teruggaaf verleend op het moment dat het principeverzoek wordt ingetrokken nadat het ambtelijk advies gereed is.

 

5.5.10.2

Als de leges voor de omgevingsvergunning minder bedragen dan de leges voor het principeverzoek vindt geen teruggaaf plaats.

 

5.5.11

Geen teruggaaf legesdeel advies of verklaring van geen bedenkingen

 

 

Van de leges verschuldigd op grond van het subonderdeel 5.3.17 wordt geen teruggaaf verleend.

 

5.6

Intrekking omgevingsvergunning

 

5.6.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het geheel of gedeeltelijk intrekken van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.33, tweede lid, onder b, van de Wabo, tenzij onderdeel 5.5.2 en 5.5.3 van toepassing zijn:

 

 

 

€ 329,80

5.7

Wijziging omgevingsvergunning als gevolg van wijziging project

 

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het wijzigen van een omgevingsvergunning als gevolg van een, naar de omstandigheden beoordeeld, geringe wijziging in het project:

 

 

€ 329,80

5.8

Bestemmingswijzigingen zonder activiteiten

 

5.8.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het vaststellen van een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening

 

 

€ 9.892,85

5.8.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het wijzigen of uitwerken van een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onder a en b van de Wet ruimtelijke ordening

 

 

€ 6.595,25

5.8.3

Indien op een aanvraag als bedoeld in de artikelen 5.8.1 tot en met 5.8.2 van deze tabel afwijzend wordt beschikt, bedragen de verschuldigde leges

 

50%

 

van de leges als bedoeld in de artikelen 5.8.1 tot en met 5.8.2

 

5.8.4

Bij een op voorhand ambtelijk negatief advies voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het vaststellen van een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening bedraagt het tarief

 

 

€ 1.319,05

5.8.5

Bij een op voorhand ambtelijk negatief advies voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het wijzigen of uitwerken van een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onder a en b van de Wet ruimtelijke ordening bedraagt het tarief

 

 

 

€ 1.319,05

5.9

Anterieure overeenkomst

 

 

Het tarief voor het maken van een anterieure of samenwerkingsovereenkomst ter dekking van kosten verband houdend met de herziening van een bestemmingsplan, het wijzigen een bestemmingsplan, het uitwerken van een bestemmingsplan of het verlenen van een omgevingsvergunning waarvoor een verklaring van geen bedenkingen nodig is, bedraagt per uur

 

 

 

 

€ 106,05

5.10

Redelijke eisen van welstand

 

5.10.1

Quick scan

 

 

Het tarief voor elke ambtelijke toetsing aan de criteria voor redelijke eisen van welstand bedraagt

 

€ 40,00

5.10.2

Toets redelijke eisen van welstand

 

 

Het tarief voor externe toetsing aan de criteria voor redelijke eisen van welstand bedraagt 0,1% van de bouwsom met een minimum van

 

€ 40,00

5.11

Monumentenadviezen MOOI Noord-Holland Erfgoedcommissie

 

 

Het tarief voor het behandelen van een initiatief in de erfgoedcommissie bedraagt

 

€ 220,00

5.12

In deze titel niet benoemde beschikking

 

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het nemen van een andere, in deze titel niet benoemde beschikking

 

€ 329,80

 

Hoofdstuk 6 Wet milieubeheervergunningen en –ontheffingen

6.1

Vervallen

 

 

Hoofdstuk 7 Gemeentearchief

7.1

Het tarief bedraagt ter zake van het op verzoek doen van nasporingen in de in het gemeentearchief berustende stukken, voor ieder daaraan besteed kwartier

 

€ 22,35

7.2

Het tarief bedraagt voor het afgeven van een verklaring WKPB-registratie conform artikel 9 van de Wet Kenbaarheid Publiekrechtelijke Beperkingen

 

€ 22,35

 

Hoofdstuk 8 Kiezersregister

8.1

Vervallen

 

 

Hoofdstuk 9 Kadaster

9.1

Vervallen

 

 

Hoofdstuk 10 Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart

10.1

Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag:

 

10.1.1

van een nationaal paspoort, een zakenpaspoort of een reisdocument ten behoeve van een persoon die op grond van de Wet betreffende de positie van Molukkers als Nederlander wordt behandeld (faciliteitenpaspoort)

 

10.1.1.1

voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is

€ 71,35

10.1.1.2

voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt

 

€ 53,95

10.1.2

van een reisdocument voor vluchtelingen of een reisdocument voor vreemdelingen

 

€ 53,95

10.1.3

van een Nederlandse identiteitskaart:

 

10.1.3.1

voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is

€ 56,80

10.1.3.2

voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt

 

€ 29,95

10.1.4

voor een spoedlevering van de in de onderdelen 10.1.1 t/m 10.1.3 genoemde documenten, de in die onderdelen genoemde leges vermeerderd met een bedrag van

 

 

€ 48,60

10.1.5

voor het bezorgen van een reisdocument of van een Nederlandse identiteitskaart als bedoeld in de onderdelen 10.1.1 t/m 10.1.3, worden de in die onderdelen genoemde leges vermeerderd met een bedrag van

 

 

€ 15,30

 

Hoofdstuk 11 Rijbewijzen

11.1

Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het afgeven, vernieuwen of omwisselen van een rijbewijs

 

€ 39,75

11.1.1

Het tarief genoemd in onderdeel 11.1 wordt bij een spoedlevering vermeerderd met

 

€ 34,10

11.2

Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van gegevens uit het Centraal Register Rijbewijzen

 

€ 12,85

 

Hoofdstuk 12 Wet op de kansspelen

12.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een aanwezigheidsvergunning als bedoeld in artikel 30b van de Wet op de kansspelen:

 

12.1.1

voor een periode van twaalf maanden voor één kansspelautomaat

€ 57,75

12.1.2

voor een periode van twaalf maanden voor twee of meer kansspelautomaten, voor de eerste kansspelautomaat

 

€ 57,75

 

– en voor iedere volgende kansspelautomaat

€ 34,75

12.1.3

voor één kansspelautomaat, welke vergunning geldt voor een periode van 5 jaar

 

€ 231,50

12.1.4

voor twee of meer kansspelautomaten welke vergunning geldt voor een periode van 5 jaar, voor de eerste kansspelautomaat

 

€ 231,50

 

– en voor iedere volgende kansspelautomaat

€ 139,00

12.1.5

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Wet op de kansspelen (loterijvergunning)

 

 

€ 41,70

 

Hoofdstuk 13 Drank- en Horecawet

13.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een vergunning ingevolge artikel 3 van de Drank- en Horecawet

 

€ 533,15

13.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een ontheffing als bedoeld in artikel 35 van de Drank- en Horecawet

 

€ 90,95

13.3

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een melding als bedoeld in artikel 30 en 30a van de Drank- en Horecawet

 

€ 45,50

13.4

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een vergunning als bedoeld in artikel 3, eerste lid van de Drank- en Horecawet, en/of artikel 2.28 (oud artikel 2.3.1.2) van de Algemene plaatselijke verordening (exploitatievergunning horecabedrijf), en/of een bouwvergunning wordt, indien na de reguliere beoordeling van de aanvraag een zogenoemde integriteitstoetsing (intake en screening) moet plaatsvinden, verhoogd met

 

 

 

 

 

€ 516,20

13.5

vervallen

 

 

Hoofdstuk 14 Winkeltijdenwet

14.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

14.1.1

tot het verlenen van een ontheffing in het kader van de Winkeltijdenwet

€ 45,50

14.1.2

vervallen

 

14.1.3

vervallen

 

 

Hoofdstuk 15 Wonen

15.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

15.1.1

tot het verlenen van een huisvestingsvergunning als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Huisvestingswet

 

€ 52,95

15.1.2

vervallen

 

15.1.3

vervallen

 

15.1.4

vervallen

 

15.1.5

tot het verlenen van een splitsingsvergunning als bedoeld in artikel 33, eerste lid van de Huisvestingswet

 

€ 412,15

15.1.6

tot het verlenen van een vergunning tot tijdelijke verhuur van leegstaande woonruimte als bedoeld in artikel 15, eerste lid van de Leegstandwet

 

€ 164,85

15.1.6.2

tot het verlengen van een vergunning tot tijdelijke verhuur van woonruimte als bedoeld in artikel 15, vijfde lid van de Leegstandwet

 

€ 82,55

15.1.7

Tot het verlenen van een urgentieverklaring als bedoeld in artikel 14, eerste lid van de Huisvestingsverordening Bloemendaal 2007, indien woonruimte in het kader van een stadsvernieuwings- of herstructureringsproject op korte termijn moet worden verlaten (artikel 16 lid b Huisvestingsverordening Bloemendaal 2007). De leges worden per huishouden in rekening gebracht bij de verhuurder.

 

 

 

 

€ 52,95

15.1.8

Bij het afwijzen of intrekken van een aanvraag tot het verlenen van een vergunning of verklaring als bedoeld in hoofdstuk 15 van deze tabel bedraagt de leges:

 

 

50%

 

van de op grond van die onderdelen voor de betreffende vergunning of verklaring verschuldigde leges.

 

 

Hoofdstuk 16 Verkeer en Vervoer

16.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

16.1.1

tot het verlenen van een ontheffing/vergunning voor het parkeren van een motorvoertuig op grond van artikel 149 Wegenverkeerswet 1994 juncto art. 87 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (blauwe zone) of de Parkeerverordening zone E9 Bloemendaal 2006:

 

 

a. voor een vergunning/ontheffing op kenteken (geldig 1 kalenderjaar of een deel daarvan)

 

€ 31,25

 

b. voor een eerste bezoekersvergunning betrekking hebbend op zone E9 (geldig 1 kalenderjaar of een deel daarvan)

 

nihil

 

c. voor een tweede bezoekersvergunning betrekking hebbend op zone E9 (geldig 1 kalenderjaar of een deel daarvan)

 

€ 12,00

 

d. een tijdelijke vergunning (maximaal 30 dagen) op grond van art. 3 lid 6 van de Parkeerverordening zone E9 Bloemendaal 2006

 

€ 14,10

16.1.2

tot het verlenen van een invalidenparkeerkaart of gehandicaptenparkeerkaart als bedoeld in artikel 49 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer indien sprake is van een vijfjaarlijkse keuring in een stabiele situatie (stabiel of statisch ten aan zien van fysieke gesteldheid als grondslag voor het in aanmerking komen van een kaart)

 

 

 

 

nihil

16.1.3

tot het verlenen van een vergunning op grond van artikel 2.10 (oud artikel 2.1.5.1) van de Algemene Plaatselijke Verordening voor de gemeente Bloemendaal, waarvoor een verkeersbesluit genomen moet worden op grond van de artikelen 15 en 18 van de Wegenverkeerswet 1994

 

 

 

€ 45,45

16.1.4

vervallen

 

16.1.5

vervallen

 

16.1.6

tot het verlenen van een ontheffing als bedoeld in artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 anders dan een parkeerontheffing zoals bedoeld onder 16.1.1

 

 

€ 71,15

16.1.7

tot het verlenen van een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats op kenteken waarvoor een verkeersbesluit moet worden genomen op grond van artikel 18 van de Wegenverkeerswet 1994

 

 

€ 259,10

 

Hoofdstuk 17 Wet op de openluchtrecreatie

17.1

Vervallen

 

 

Hoofdstuk 18 Diversen

18.3

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

18.3.1

Vervallen

 

18.3.1

voor het verlenen van een vergunning of voor het wijzigen van een al verleende vergunning voor het met een pleziervaartuig innemen van een ligplaats aan openbare grond

 

 

€ 127,10

18.3.1.1

als op een aanvraag als bedoeld in onderdeel 18.3.1 van deze tabel afwijzend wordt beschikt, bedragen de verschuldigde leges

 

€ 84,70

18.3.1.2

indien de aanvraag wordt ingetrokken binnen een termijn van 4 weken na het in behandeling nemen ervan doch voor het verlenen/weigeren van de vergunning

 

 

60%

 

van de op grond van onderdeel 18.3.1 verschuldigde leges

 

18.3.1.3

indien de aanvraag wordt ingetrokken na 4 weken na het in behandeling nemen ervan doch voor het verlenen/weigeren van de vergunning

 

40%

 

van de op grond van onderdeel 18.3.1 verschuldigde leges

 

18.3.1.4

Als een aanvraag als bedoeld in onderdeel 18.3.1 buiten behandeling wordt gesteld

 

€ 42,35

18.3.2

Vervallen

 

18.3.3

tot het verlenen van een vergunning tot het innemen van een staan- of ligplaats binnen de gemeente met een woonwagen of woonschip

 

€ 90,90

18.3.5

tot het verlenen van een ontheffing op grond van artikel 5.45 van de Algemene Plaatselijke Verordening voor het mogen berijden van het strand en/of de strandafgang

 

 

€ 45,45

18.3.7

tot het verlenen van een ontheffing van het verbod als bedoeld in artikel 4.6 (oud artikel 4.1.5) van de Algemene Plaatselijke Verordening voor de gemeente Bloemendaal

 

 

– Muziek in de open lucht

€ 45,45

 

– Nachtelijke werkzaamheden

€ 136,40

18.3.8

tot het verlenen van een ontheffing als bedoeld in artikel 4.25 (oud artikel 4.4.1) van de Algemene Plaatselijke Verordening voor de gemeente Bloemendaal

 

€ 234,40

18.3.9

Vervallen

 

18.3.10

Vervallen

 

18.3.11

tot het verlenen van een ontheffing op grond van artikel 2.9 (oud artikel 2.1.4.2) van de Algemene Plaatselijke Verordening voor de gemeente Bloemendaal voor het op of aan de weg optreden als straatartiest

 

 

€ 45,45

18.3.12

tot het verlenen van een vergunning op grond van artikel 2.25 (oud artikel 2.2.2) van de Algemene Plaatselijke Verordening voor de gemeente Bloemendaal voor het organiseren van een evenement

 

 

– voor zover het betreft de behandeling van een aanvraag (al dan niet) met advisering

 

€ 48,50

 

– voor zover het betreft de behandeling van een uitgebreide aanvraag met advisering door diverse disciplines

 

€ 96,85

 

– voor zover het betreft de behandeling van een uitgebreide, complexe aanvraag waarvoor vooroverleg, uitgebreide advisering en/of controle(s) vereist zijn

 

€ 350,40

 

– voor zover het betreft de behandeling van een nieuwe, uitgebreide, complexe aanvraag waarvoor vooroverleg, uitgebreide advisering en/of controle(s) vereist zijn

 

 

€ 700,90

18.3.12.1

Indien er door de GGD/GHOR, conform het Evenementenbeleid 2011-2015 GHOR Kennemerland, een evenementenadvisering heeft plaatsgevonden, of dient plaats te vinden, worden de onder artikel 18.3.12 genoemde bedragen verhoogd met het bedrag voor advieskosten dat voor elk afzonderlijk evenement in rekening wordt gebracht:

 

 

– voor evenementen uit de categorie ‘verhoogde veiligheidsaandacht’ die op de bestuurlijk vastgestelde Regionale Evenementenkalender staan

 

€ 2.204,30

 

– voor evenementen uit de categorie ‘veiligheidsaandacht’ die op de bestuurlijk vastgestelde Regionale Evenementenkalender staan

 

€ 1.156,40

 

– voor evenementen niet vallende onder de hierboven vermelde categorieën van dit artikel

 

€ 1.156,40

18.3.13

tot het verlenen van een vergunning of ontheffing tot het openhouden na sluitingstijd van inrichtingen, als bedoeld in artikel 2.29 (oud artikel 2.3.1.4) van de Algemene Plaatselijke Verordening voor de gemeente Bloemendaal:

 

 

€ 45,45

18.3.14

Vervallen

 

18.3.15

tot het verlenen van een vergunning op grond van artikel 2.11 (oud artikel 2.1.5.2) van de Algemene Plaatselijke Verordening voor de gemeente Bloemendaal voor het leggen van kabels en leidingen door nutsbedrijven die niet vallen onder de Telecommunicatiewet

 

 

 

€ 71,05

18.3.16

tot het verlenen van een vergunning en/of ontheffing tot handelingen, waarvoor krachtens wet, reglement of verordening een vergunning, ontheffing dan wel een verklaring van geen bezwaar moet worden gevraagd en voor zover daarvoor geen wettelijke regeling of vrijstelling bestaat of bijzondere regeling is opgenomen en voorts er daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen

 

 

 

 

 

€ 45,45

18.3.17

Vervallen

 

18.3.18

Vervallen

 

18.4.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een melding in verband met het verlenen van instemming omtrent tijdstip, plaats en werkwijze van uitvoering van werkzaamheden als bedoeld in artikel 5.2, derde lid, van de Telecommunicatiewet

 

 

 

€ 71,05

18.4.2

Het in 18.4.1 genoemde bedrag wordt:

 

18.4.2.1

indien met betrekking tot een melding overleg plaats moet vinden tussen gemeente, andere beheerders van openbare grond en de aanbieder van het netwerk, verhoogd met

 

 

€ 142,05

18.4.2.2

indien met betrekking tot een melding onderzoek naar de status van de kabel plaatsvindt, verhoogd met het bedrag voorafgaand aan het in behandeling nemen van de melding aan de melder meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die ter zake door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld.

 

18.4.3

Indien een begroting als bedoeld in 18.4.2.2 is uitgebracht, wordt een melding in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de melder ter kennis is gebracht, tenzij de melding voor de vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

 

18.6

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een vergunning als bedoeld in artikel 3.4, lid 2 (oud artikel 3.2.1, lid 2) van de Algemene Plaatselijke Verordening voor de gemeente Bloemendaal (escortvergunning)

 

 

 

€ 1.819,20

18.7

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een verzoek tot registratie in het landelijk register kinderopvang (of een wijziging) voor een kindercentrum (dagopvang of buitenschoolse opvang) dan wel een gastouderbureau als bedoeld in artikel 1.45 van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen

 

 

 

 

€ 754,35

18.8

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een verzoek tot registratie in het landelijk register kinderopvang (of een wijziging) voor een gastouder als bedoeld in artikel 1.45 van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen

 

 

 

€ 377,15

18.9

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een aanwijs- of verwijsbord nadat daarvoor een vergunning is verleend op grond van artikel 2.10 Algemene Plaatselijke Verordening:

 

18.9.1

voor een door de gemeente te leveren aanwijs- of verwijsbord, te plaatsen op een nieuwe verkeerspaal (per stuk)

 

€ 235,45

18.9.2

voor een door de gemeente te leveren aanwijs- of verwijsbord, te plaatsen op een bestaande verkeerspaal (per stuk)

 

€ 117,75

18.9.3

voor een door derden ter beschikking gesteld aanwijs- of verwijsbord, te plaatsen op een nieuwe verkeerspaal (per stuk)

 

€ 117,75

18.9.4

voor een door derden ter beschikking gesteld aanwijs- of verwijsbord, te plaatsen op een bestaande verkeerspaal (per stuk)

 

€ 58,85

18.10

Vervallen

 

 

Behorende bij raadsbesluit van 13 december 2018.

De griffier van de gemeente Bloemendaal.