Gemeenschappelijke regeling Recreatieschap Drenthe

Geldend van 18-05-2016 t/m heden

Intitulé

Gemeenschappelijke regeling Recreatieschap Drenthe

HOOFDSTUK I BEGRIPS- EN INTERPRETATIEBEPALINGEN

Artikel 1

  • 1. In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder:

    • a.

      de regeling : deze gemeenschappelijke regeling;

    • b.

      het samenwerkingsverband : het openbaar lichaam als bedoeld in artikel 2 van de regeling;

    • c.

      de gemeenten : de deelnemende gemeenten;

    • d.

      de raden : de raden van de gemeenten, bedoeld in het eerste lid onder c.;

    • e.

      de colleges : de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten, bedoeld in het eerste lid onder c.;

    • f.

      het Algemeen Bestuur : het Algemeen Bestuur van het openbaar lichaam;

    • g.

      het Dagelijks Bestuur : het Dagelijks Bestuur van het openbaar lichaam.

  • 2. Ingeval in de regeling artikelen van de Gemeentewet of van enig andere wet of wettelijke regeling van overeenkomstige toepassing worden verklaard en in die artikelen wordt gesproken van de gemeente, de raad, lid van de raad, het college van burgemeester en wethouders, wethouders en burgemeester c.q. voorzitter van de raad, dient te worden gelezen onderscheidenlijk de regeling, het Algemeen Bestuur, lid van het Algemeen Bestuur, het Dagelijks Bestuur, lid van het Dagelijks Bestuur en de voorzitter.

HOOFSTUK II HET SAMENWERKINGSVERBAND

Artikel 2

  • 1. Er is een samenwerkingsverband genaamd het openbaar lichaam Recreatieschap Drenthe.

  • 2. Het is gevestigd te Assen.

  • 3. Het gebied van het samenwerkingsverband omvat het grondgebied van de aan het Recreatieschap Drenthe deelnemende gemeenten.

Artikel 3

Vervallen.

HOOFDSTUK III TAKEN

Artikel 4

  • 1. Het samenwerkingsverband heeft tot taak de gemeenschappelijke belangen van de deelnemende gemeenten te behartigen op het gebied van recreatie en toerisme.

  • 2. Het Recreatieschap voert deze taak uit door:

    • a.

      het opstellen van beleidsplannen en werkplannen;

    • b.

      het, waar mogelijk in samenwerking met anderen, bevorderen van:

      • 1.

        de instandhouding en verbetering van het natuur- en landschapsschoon;

      • 2.

        het coördineren van de plannen der deelnemende gemeenten ten aanzien van recreatie en toerisme;

      • 3.

        de bereikbaarheid en toegankelijkheid van de recreatiegebieden;

      • 4.

        de totstandkoming en de instandhouding c.q. de verbetering van de nodige gebouwen;

      • 5.

        terreinen en werken en overige voorzieningen ten dienste van de recreatie en toerisme;

      • 6.

        samenwerking met andere instellingen en lichamen inzake de in lid 1 genoemde doelstelling;

      • 7.

        het overleg over eventuele maatregelen op het gebied van de openbare orde, zedelijkheid en gezondheid, echter uitsluitend ten behoeve van de in lid 1 genoemde doelstelling;

      • 8.

        overige de recreatie en/of het toerisme dienende activiteiten.

  • 2. Het geven van voorlichting en het verstrekken van adviezen, verband houdende met de in lid 1 genoemde doelstelling.

  • 3. Het met inachtneming van de in lid 1 vermelde doelstelling de totstandkoming en exploitatie van voorzieningen in het belang van de openluchtrecreatie in zijn gebied ter hand te nemen, voor zover de totstandkoming en/of de exploitatie door de deelnemers aan het Recreatieschap Drenthe is opgedragen/overgelaten.

  • 4. Het beheren van toeristisch/recreatieve voorzieningen of het uitoefenen van toezicht op deze voorzieningen, voor zover het beheer en/of het toezicht door de deelnemers aan het Recreatieschap Drenthe is opgedragen/overgelaten.

HOOFDSTUK IV UITOEFENING VAN BEVOEGDHEDEN

Artikel 5

Vervallen.

Artikel 6

  • 1. De raad, het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester van de deelnemende gemeenten kunnen ter behartiging van de taken als bedoeld in artikel 4 en in aanvulling op de bevoegdheden genoemd in artikel 5, besluiten bevoegdheden over te dragen aan onderscheidenlijk het Algemeen Bestuur, het Dagelijks Bestuur en de voorzitter van het samenwerkingsverband.

  • 2. Het samenwerkingsverband oefent de overgedragen bevoegdheden eerst uit voor zover het Algemeen Bestuur daarmee instemt.

  • 3. Een besluit als bedoeld in het eerste lid regelt zo nodig de bijdrage in de kosten in verband met de uitoefening van de betreffende bevoegdheden.

  • 4. Een vertegenwoordiger van een deelnemende gemeente, waarvan het bestuur de bepaalde bevoegdheid niet heeft overgedragen, onthoudt zich in de vergadering van het Algemeen Bestuur van medestemmen over aangelegenheden, die betrekking hebben op de uitoefening van bedoelde bevoegdheid.

  • 5. De wettelijke voorschriften met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde bevoegdheden, de uitoefening van deze bevoegdheden en het toezicht daarop, zijn van overeenkomstige toepassing.

  • 6. Een besluit, als bedoeld in het eerste lid, wordt de aan het samenwerkingsverband deelnemende gemeenten meegedeeld en wordt bekend gemaakt door ter inzagelegging ter secretarie van de gemeente, die het aangaat, alsmede opgenomen in de registers als bedoeld in artikel 27 van de Wet gemeenschappelijke regelingen.

    De voorzitter van het samenwerkingsverband maakt de ter inzagelegging tevoren bekend in één of meerdere dag- of nieuwsbladen, die in het gebied verspreid worden.

Artikel 7

Vervallen.

HOOFDSTUK V HET ALGEMEEN BESTUUR

PARAGRAAF I: DE SAMENSTELLING

Artikel 8

Elke deelnemer wijst een lid en een plaatsvervangend lid van het Algemeen Bestuur aan.

Artikel 9

Vervallen.

Artikel 10

Vervallen.

PARAGRAAF II: DE WERKWIJZE

Artikel 11

Het Algemeen Bestuur vergadert tenminste vijfmaal per jaar en voorts zo dikwijls als de voorzitter dit nodig oordeelt of wanneer tenminste drie leden zulks onder opgave van redenen dit schriftelijk verzoeken. In dat geval vindt de vergadering binnen 30 dagen plaats.

Artikel 12

In de vergadering van het Algemeen Bestuur heeft ieder lid één stem.

Artikel 13

De stukken die van het Algemeen Bestuur uitgaan worden door de voorzitter en door de directeur als secretaris ondertekend.

PARAGRAAF III: INLICHTINGEN EN VERANTWOORDING

Artikel 14

Bij het afleggen van verantwoording en het verstrekken van inlichtingen aan een raad of een lid van een raad of het ontslag van een lid van het Algemeen Bestuur door een raad is het reglement van orde van die raad van toepassing.

Artikel 15

Vervallen.

Artikel 16

Vervallen.

HOOFDSTUK VI DAGELIJKS BESTUUR

PARAGRAAF I: DE SAMENSTELLING

Artikel 17

  • 1. het Dagelijks Bestuur bestaat uit de voorzitter en twee leden.

  • 2. Vervallen.

  • 3. Vervallen.

  • 4. Vervallen.

PARAGRAAF II: DE WERKWIJZE

Artikel 18

  • 1. Het Dagelijks Bestuur vergadert zo dikwijls als de voorzitter of tenminste twee leden dit nodig achten. In dat geval vindt de vergadering binnen 14 dagen plaats.

  • 2. Elk lid van het Dagelijks Bestuur heeft in de vergadering van het Dagelijks Bestuur één stem.

  • 3. Vervallen.

Artikel 19

De stukken, die van het Dagelijks Bestuur uitgaan, worden door de voorzitter en de secretaris ondertekend.

PARAGRAAF III INLICHTINGEN EN VERANTWOORDING

Artikel 20

Vervallen.

Artikel 21

  • 1. Het Dagelijks Bestuur geeft aan de raden van de deelnemende gemeenten ongevraagd alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het bestuur gevoerde beleid en te voeren beleid nodig is. Tot die informatie behoren in ieder geval de verslagen van de vergaderingen.

  • 2. Het Dagelijks Bestuur verstrekt aan de raden van de deelnemende gemeenten alle inlichtingen die door één of meer leden van de raden worden verlangd op de wijze zoals in het reglement van orde van die raad is bepaald.

HOOFDSTUK VII DE VOORZITTER

Artikel 22

Vervallen.

HOOFDSTUK VIII COMMISSIES

Artikel 23

Het Algemeen Bestuur kan commissies instellen met het oog op de behartiging van bepaalde belangen.

Artikel 24

Vervallen.

Artikel 25

Vervallen.

HOOFDSTUK IX DE ORGANISATIE

PARAGRAAF I: DIRECTEUR

Artikel 26

Vervallen.

PARAGRAAF II ORGANISATIE EN PERSONEEL

Artikel 27

Vervallen.

Artikel 28

Vervallen.

Artikel 29

Vervallen.

PARAGRAAF III FINANCIËLE ADMINISTRATIE

Artikel 30

Vervallen.

Artikel 31

Vervallen.

HOOFDSTUK X FINANCIËLE BEPALINGEN

BEGROTING

Artikel 32

  • 1. Het Dagelijks Bestuur zendt de kadernota voor 1 februari aan de deelnemers.

  • 2. Het Dagelijks Bestuur zendt de ontwerpbegroting voor 1 mei aan de deelnemers.

  • 3. Het Dagelijks Bestuur verzamelt de commentaren van de raden en voegt deze bij het ontwerp zoals die aan het Algemeen Bestuur wordt aangeboden.

Artikel 33

  • 1. Het Algemeen Bestuur stelt de begroting vast voor 1 juli van het jaar, voorafgaande aan dat waarvoor de begroting moet dienen.

  • 2. Terstond na de vaststelling wordt aan de raden van de deelnemende gemeenten medegedeeld dat de begroting is vastgesteld onder eventuele mededeling van wijziging t.o.v. de ontwerp-begroting.

Artikel 34

  • 1. In de begroting wordt aangegeven de naar raming door elke deelnemende gemeente voor het jaar, waarop de begroting betrekking heeft, verschuldigde bijdrage in de kosten van het samenwerkingsverband.

  • 2. Investeringsplannen, vervreemdingen, ruilingen en nieuwe activiteiten met financiële consequenties, dienen vergezeld te gaan van een overzicht (begrotingswijziging) waarin de financiële c.q. personele gevolgen zijn weergegeven.

  • 3. Eventuele reservevorming dient bij afzonderlijke begrotingswijziging aan de orde te komen.

Artikel 35

Vervallen.

HOOFDSTUK XI REKENING

Artikel 36

Vervallen.

Artikel 37

  • 1. Het Algemeen Bestuur stelt de rekening voor 1 juli van het jaar volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft, vast.

  • 2. Terstond na de vaststelling zendt het Dagelijks Bestuur de jaarrekening aan de raden van de deelnemende gemeenten.

  • 3. Vervallen.

Artikel 38

Vervallen.

Artikel 39

  • 1. De bijdragen van de deelnemende gemeenten in de apparaatskosten van het samenwerkingsverband worden berekend op de volgende wijze:a. de verdeelsleutel voor de Drentse gemeenten is als volgt bepaald:

    • a.

      Gemeente Aa en Hunze 7,75 %

      Gemeente Assen 7,5%

      Gemeente Borger-Odoorn 8,0%

      Gemeente Coevorden 9,25 %

      Gemeente De Wolden 6,75%

      Gemeente Emmen 18,0%

      Gemeente Hoogeveen 8,0%

      Gemeente Meppel 4,0%

      Gemeente Midden-Drenthe 10,0%

      Gemeente Noordenveld 7,25%

      Gemeente Tynaarlo 6,25%

      Gemeente Westerveld 7,25%

    • b.

      De verdeelsleutel voor de niet-Drentse gemeenten wordt bepaald op basis van een gemiddelde van de percentages van twee vergelijkbare Drentse gemeenten qua inwoneraantal en oppervlakte.

    • c.

      De bijdrage zoals berekend op grond van het percentage genoemd onder b van dit artikel wordt opgeteld bij de som van de berekende bijdragen op grond van het bepaald in lid 1 onder a van dit artikel.

    • d.

      De bijdragen van de deelnemende gemeenten in de investerings- en projectkosten worden berekend door de inkomsten toeristenbelasting in de gemeenten, gebaseerd op de gemeenterekening over het kalenderjaar, gelijk aan dat van het Recreatieschap Drenthe, te delen door het tarief toeristenbelasting per overnachting en vervolgens de uitkomst hiervan te vermenigvuldigen met een nader door het Algemeen Bestuur te bepalen bedrag.

    • e.

      Indien in een deelnemende gemeente geen sprake is van het heffen van toeristenbelasting wordt uitgegaan van een door het Algemeen Bestuur nader vast te stellen bedrag op basis van de bekende toeristische overnachtingen.

    • f.

      Inzake de onder artikel 39 lid 2 sub a. en b. genoemde bijdrage stelt het Algemeen Bestuur tevens een minimum bijdrage voor de deelnemende gemeenten vast.

  • 2. De definitieve vaststelling van de door elke deelnemende gemeente verschuldigde bijdrage in de kosten geschiedt in de jaarrekening.

  • 3. Op de bijdragen, bedoeld in het eerste en tweede lid worden, volgens de door het Algemeen Bestuur te bepalen wijze, door de deelnemende gemeenten voorschotten verstrekt.

  • 4. De voorschotten worden bepaald aan de hand van de begroting voor het desbetreffende jaar.

Artikel 40

De betaling van rente en aflossing van de door het Recreatieschap Drenthe gesloten of te sluiten geldleningen wordt zo nodig door de deelnemende gemeenten gegarandeerd.

HOOFDSTUK XII TOETREDEN, UITTREDEN EN OPHEFFEN

Artikel 41

  • 1. Toetreding, door een niet aan deze regeling deelnemende gemeente, kan plaats hebben bij besluit van de raad, het college van burgemeester en wethouders, ieder voor zover zij voor eigen gemeente bevoegd zijn, indien tenminste tweederde van het aantal raden, colleges en burgemeester en wethouders zich daar vóór hebben verklaard.

  • 2. Het Algemeen Bestuur stelt de financiële gevolgen van toetreding vast, welke een direct gevolg zijn van de toetreding en waarvan het niet redelijk is, dat deze mede voor rekening komen van de reeds deelnemende gemeenten.

  • 3. De toetreding gaat in op de eerste dag van de maand, na de publicatie van het besluit tot toetreding in de Staatscourant.

  • 4. Vervallen.

Artikel 42

  • 1. Een deelnemende gemeente kan uittreden uit de regeling door een daartoe strekkend besluit van de raad, het college van burgemeester en wethouders. De uittreding wordt van kracht zes maand na de datum waarop het besluit is gepubliceerd in de Staatscourant.

  • 2. Het Algemeen Bestuur stelt, binnen een periode van zes maanden na ontvangst van het besluit tot uittreding de financiële gevolgen vast, alsmede de overige gevolgen van de uittreding.

  • 3. Uittreding kan, behoudens door het Algemeen Bestuur toe te stane afwijking slechts plaats hebben met een opzegtermijn van twee jaar. Met dien verstande, dat de voor de uittreding eventueel noodzakelijke wijziging van de regeling in werking moet zijn getreden voor 1 januari van het jaar van uittreding.

  • 4. Uittreding kan niet plaatsvinden gedurende de eerste vijf jaren na de inwerking treding van deze regeling of na de toetreding.

Artikel 43

  • 1. Het Dagelijks Bestuur en de besturen van de deelnemende gemeenten kunnen aan het Algemeen Bestuur voorstellen doen tot wijziging van de regeling.

  • 2. Indien het Algemeen Bestuur wijziging van de regeling wenselijk acht, doet het Dagelijks Bestuur een daartoe strekkend voorstel toekomen aan de besturen van de deelnemende gemeenten.

  • 3. Een wijziging is tot stand gekomen wanneer:

    • a.

      Het Algemeen Bestuur zich daar vóór heeft verklaard en

    • b.

      tweederde van het aantal raden, tweederde van het aantal colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten zich daar vóór hebben verklaard, ieder voor zover het zijn bevoegdheid betreft.

  • 4. De wijziging gaat in op de eerste dag van de maand volgende op die waarin het besluit in de Staatscourant is geplaatst.

Artikel 44

  • 1. De regeling kan opgeheven worden bij daartoe strekkende besluiten van tenminste tweederde van het aantal raden, tweederde van het aantal colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten, ieder voor zover het zijn bevoegdheid betreft.

  • 2. Ingeval van opheffing van de regeling, regelt het Algemeen Bestuur de financiële gevolgen daarvan bij een liquidatieplan.

  • 3. Het liquidatieplan wordt niet vastgesteld, dan nadat de raden, de colleges van burgemeester en wethouders zijn gehoord. In dit plan zijn bepalingen opgenomen omtrent de vereffening van het vermogen van het samenwerkingsverband naar de deelnemende gemeenten toe.

  • 4. De organen van het samenwerkingsverband blijven, zo nodig, na het tijdstip van opheffing van de regeling in functie, totdat de liquidatie is voltooid.

HOOFDSTUK XII OVERGANGS- EN SLOTBEPALING

Artikel 45

  • 1. De aanwijzing, volgens artikel 8, van nieuwe leden van het Algemeen Bestuur vindt plaats binnen drie maanden na het inwerking treden van deze regeling.

  • 2. De thans fungerende voorzitter roept binnen één maand na afloop van de in het vorig lid genoemde termijn de tot dan toe krachtens het eerste lid benoemde leden van het Algemeen Bestuur voor de eerste maal in vergadering bijeen. In deze vergadering benoemt het Algemeen Bestuur de voorzitter en de overige leden van het Dagelijks Bestuur.

  • 3. Tot de dag waarop het Algemeen Bestuur het Dagelijks Bestuur en de voorzitter in functie treden, blijven de thans functionerende organen hun taken en bevoegdheden uitoefenen.

Artikel 46

Burgemeester en wethouders van de gemeente Assen worden aangewezen als het gemeentebestuur, bedoeld in artikel 26 van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen.

Artikel 47

Deze Gemeenschappelijke Regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag van de maand, volgende op die, waarin de goedkeuring op de regeling door Gedeputeerde Staten is ontvangen en de regeling in de registers, als bedoeld in artikel 27 van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen, is opgenomen.

Artikel 48

Deze regeling treedt in de plaats van de Gemeenschappelijke Regeling Recreatieschap Noord- en Midden-Drenthe, de Gemeenschappelijke Regeling Samenwerkingsverband Zuidoost Drenthe onderdeel bestuurscommissie Recreatieschap Zuidoost Drenthe en de Gemeenschappelijke Regeling Recreatieschap Zuidwest Drenthe.

Artikel 49

Voorschriften, regelingen, besluiten - hoe ook genaamd - vastgesteld op grond van het bepaalde bij of krachtens de Gemeenschappelijke Regeling Recreatieschap Noord- en Midden-Drenthe, Gemeenschappelijke Regeling Intergemeentelijk Samenwerkingsverband Zuidoost Drenthe bestuurscommissies Recreatieschap Zuidoost Drenthe en Gemeenschappelijke Regeling Zuidwest Drenthe in werking getreden op respectievelijk 1 januari 1971, 1 januari 1990, 1 december 1970 worden geacht te zijn genomen op grond van deze regeling. Zij blijven van kracht, totdat zij – zo nodig - door andere worden vervangen.

Artikel 50

In alle gevallen, waarin deze regeling niet voorziet, wordt – onverminderd het bepaalde in artikel 28 van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen – door het Algemeen Bestuur een voorziening getroffen.

Artikel 51

Deze regeling kan worden aangehaald als: Gemeenschappelijke Regeling Recreatieschap Drenthe.

Ondertekening

II OVER TE GAAN TOT DE OPHEFFING VAN:
de Gemeenschappelijke Regeling Recreatieschap Noord- en Midden-Drenthe;
de Gemeenschappelijke Regeling Recreatieschap Zuidwest Drenthe;
met ingang van de datum van het formeel van kracht worden van de Gemeenschappelijke Regeling Recreatieschap Drenthe.
III TEN AANZIEN VAN HET PERSONEEL
1. Het personeel van het Centraal Secretariaat Recreatieschappen Drenthe, formeel in dienst van het Recreatieschap Noord- en Midden-Drenthe, te ontslaan op de datum van opheffing van het Recreatieschap Noord- en Midden-Drenthe;
2. Het personeel van het Centraal Secretariaat Recreatieschappen op het moment van opheffing van het Recreatieschap Noord- en Midden-Drenthe aan te stellen in vaste dienst van het Recreatieschap Drenthe met ingang van het formeel van kracht worden van dit Recreatieschap. Hierbij uitgaande van het feit, dat het moment van opheffing van het Recreatieschap Noord- en Midden-Drenthe gelijk valt met het formeel van kracht worden van de Gemeenschappelijke Regeling van het Recreatieschap Drenthe.
3. Het personeel als bedoeld onder 2 wordt aangenomen in vast dienstverband van het Recreatieschap Drenthe in gelijke functies en onder dezelfde rechtspositionele voorwaarden en condities als bij het dienstverband met het Recreatieschap Noord- en Midden-Drenthe, waarbij de instelling van de Gemeenschappelijke Regeling van het Recreatieschap Drenthe geen aanleiding zal vormen tot wijziging van de functies en/of arbeidsvoorwaarden van dit personeel en geen aanleiding zal zijn voor ontslag.
Aldus gewijzigd vastgesteld door de deelnemende college van burgemeesters en wethouders.
Na verkregen toestemming van de raden d.d. 6 september 2015.