Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Gemeente Brunssum

Overig besluit van algemene strekking van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Brunssum houdende het mandaatbesluit Algemeen mandaatbesluit gemeente Brunssum

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OverheidsorganisatieGemeente Brunssum
Officiële naam regelingOverig besluit van algemene strekking van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Brunssum houdende het mandaatbesluit Algemeen mandaatbesluit gemeente Brunssum
CiteertitelAlgemeen mandaatbesluit gemeente Brunssum
Vastgesteld doorcollege van burgemeester en wethouders
Onderwerppersoneel en organisatie
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Deze wijziging is gerectificeerd op 24-01-2017.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Gemeentewet
  2. Algemene wet bestuursrecht
  3. art. 14 Organisatiebesluit gemeente Brunssum
Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerking-

treding

Terugwerkende

kracht tot en met

Datum uitwerking-

treding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

10-01-2017bijlage 1

03-01-2017

Gemeenteblad 2017, 3565

699050
04-08-201610-01-2017bijlage 1

26-07-2016

Gemeenteblad 2016, 107102

667336
05-05-201604-08-2016bijlage 1

25-04-2016

Elektronisch Gemeenteblad, 04-05-2016

649211
21-04-201605-05-2016bijlage 1

12-04-2016

Elektronisch Gemeenteblad, 20-04-2016

Onbekend.
14-05-200921-04-2016Nieuwe regeling

28-04-2009

Parelnieuws, 13 mei 2009

2009/6202

Tekst van de regeling

Algemeen mandaatbesluit gemeente Brunssum

ALGEMEEN MANDAATBESLUIT GEMEENTE BRUNSSUM

Het college van burgemeester en wethouders c.q. de burgemeester van de gemeente Brunssum, elk voor zover hun bevoegdheden betreft;

overwegende, dat het met het oog op een doelmatige besluitvorming en een vlotte en klantvriendelijke afdoening van zaken gewenst is de afhandeling van zaken in daarvoor in aanmerking komende gevallen op te dragen aan ambtenaren c.q. ondergeschikten;

dat het college van burgemeester en wethouders op grond van artikel 14, vijfde lid van het Organisatiebesluit gemeente Brunssum de mandaten en volmachten kan verlenen aan de gemeentesecretaris, directeuren (en hoofden van stafafdelingen), afdelingshoofden en/of de medewerkers en dat dit wordt vastgelegd in een mandaatbesluit en mandatenregister;

dat met vaststelling van dit Algemeen Mandaatbesluit met bijbehorend eerder bij collegebesluit d.d. 17 februari 2009 vastgestelde mandatenregister aan voornoemd gestelde wordt voldaan;

gelet op het bepaalde in de Gemeentewet, de Algemene wet bestuursrecht en artikel 14, vijfde lid van het Organisatiebesluit gemeente Brunssum, alsmede overig ter zake toepasselijk recht;

besluiten:

  • I.

    het op 27 maart 2000 genomen Algemeen Mandaatbesluit in te trekken;

  • II.

    de volgende beleidsregels voor het gebruik van mandaten (inclusief volmachten, machtigingen, ondermandaten, subvolmachten en submachtigingen) vast te stellen:

BELEIDSREGELS

Afdeling 1: Begripsbepaling

Artikel 1

  • 1. Onder "correspondentie", zoals vermeldt in het Mandatenregister wordt verstaan de door het bevoegde orgaan ter voorbereiding c.q uitvoering van besluiten uitgaande stukken, niet zijnde de beslissingen ter zake.

  • 2. Het mandatenregister: het bij besluit van 17 februari 2009 vastgestelde mandatenregister en de eventuele na 17 februari 2009 doorgevoerde en door te voeren wijzigingen.

  • 3. Onder medewerkers worden naast ambtenaren van de gemeente Brunssum tevens externe ondergeschikten verstaan.

Afdeling 2: Algemeen

Artikel 2

  • 1. De uitoefening ten aanzien van de in het bij dit besluit behorende mandatenregister vermelde bevoegdheden en de ondertekening van de in dit register genoemde stukken wordt opgedragen aan de in het mandatenregister genoemde gemeentesecretaris, directeuren, hoofden van de stafafdelingen, afdelingshoofden en/of medewerkers van de betreffende diensten c.q. stafafdelingen.

  • 2. Indien de uitoefening van de in het mandatenregister opgenomen mandaten het beslissen over de besteding van budgetten met zich meebrengt, maakt dit onderdeel uit van het vermelde mandaat. Dit voor zover daarbij de te nemen besluiten niet zullen leiden tot overschrijding van het betreffende budget zoals opgenomen in de gemeentelijke begroting en voorts met inachtneming van de in het register opgenomen bijzondere bepalingen en van de budgethoudersregeling.

Artikel 3

  • 1. De directeuren en hoofden van de stafafdelingen zijn bevoegd om de aan hen gemandateerde bevoegdheden onder te mandateren aan onder hen ressorterende hoofden en medewerkers. Van deze bevoegdheid wordt geen gebruik gemaakt dan na uitdrukkelijke schriftelijke instemming van het college van burgemeester en wethouders of van de burgemeester, ieder voor zover het haar of zijn bevoegdheid betreft. Bij vaststelling van het mandatenregister is van de bevoegdheid gebruik gemaakt conform het gestelde in dit register en is door het college van burgemeester en wethouders c.q. de burgemeester hiermee, ieder voor wat hun bevoegdheden betreft, ingestemd.

  • 2. De mandaatgever kan de gemandateerde dan wel de ondergemandateerde per geval of in het algemeen instructies geven terzake van de uitoefening van de gemandateerde dan wel de ondergemandateerde bevoegdheid.

  • 3. Mandaat en ondermandaat doen geen afbreuk aan de in het Organisatiebesluit vastgelegde verantwoordingslijnen.

  • 4. Op ondermandaat zijn de bepalingen van deze regeling van overeenkomstige toepassing.

Artikel 4

De gemeentesecretaris informeert het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester zo vaak hij dit nodig acht, doch minimaal één keer per jaar omtrent het gebruik van de verleende mandaten.

Afdeling 3: Toepassing van het mandaat

Artikel 5

De mandaatverlening geldt niet voor de bevoegdheid tot:

  • a.

    het vaststellen van algemeen verbindende voorschriften;

  • b.

    het vaststellen van beleidsregels;

  • c.

    het beslissen op bezwaarschrift.

Artikel 6

  • 1. De (onder)gemandateerden leggen voorgenomen besluiten die beleidsaspecten in zich bergen ter nadere besluitvorming voor aan het college van burgemeester en wethouders c.q. aan de burgemeester.

  • 2. Voorgenomen besluiten worden geacht in elk geval beleidsaspecten te bevatten:

    • a)

      indien er sprake is van een zogenaamde negatieve beschikking of een weigeringsbesluit dan wel indien het gaat om een intrekkingsbesluit, dat van de voorafgestelde kaders afwijkt en met uitzondering van de in het mandatenregister genoemde besluiten;

    • b)

      indien een beleidskader of een gangbare praktijk ontbreekt;

    • c)

      het te nemen besluit precedentwerking kan hebben;

    • d)

      indien de afdoening zou leiden tot een afwijking of aanvulling van een eerder vastgelegde gedragslijn c.q. beleidslijn;

    • e)

      indien de afdoening niet als routinematig kan worden aangeduid, omdat er een aparte beoordeling en besluitvorming nodig is;

    • f)

      indien inwilliging van het verzoek zal leiden tot strijdigheid met of afwijking van het bestaande beleid, voorschriften of richtlijnen of andere niet voorziene financiële of andere consequenties kan hebben;

    • g)

      indien het gaat om besluiten waarbij in de voorbereidingsfase duidelijk wordt, dat tegen de beslissing een bezwaarschrift zal worden ingediend;

    • h)

      indien het een aanschrijving tot de uitoefening van bestuursdwang of het opleggen van een dwangsom betreft, tenzij in het mandatenregister anders is aangegeven;

    • i)

      indien dit door het college van burgemeester en wethouders of de burgemeester kenbaar is gemaakt;

Artikel 7

  • 1. Indien een voorgenomen besluit meer dan één dienst c.q. stafafdeling aangaat, dient overeenstemming te bestaan over de wijze van afdoening.

  • 2. Bij het ontbreken van deze overeenstemming wordt de zaak voorgelegd aan het college van burgemeester en wethouders of aan de burgemeester, inclusief de van elkaar afwijkende standpunten.

Artikel 8

De (onder)gemandateerde mag geen gebruik maken van de bevoegdheid tot ondertekening van besluiten en correspondentie indien:

  • a.

    de wens daartoe door of namens het college van burgemeester en wethouders of de burgemeester kenbaar is gemaakt;

  • b.

    het correspondentie betreft waarvan ondertekening uit een oogpunt van representatie van de gemeente gewenst is;

  • c.

    zich na de beslissing nieuwe feiten voordoen of bekend worden als gevolg waarvan het besluit heroverweging verdient of aan het besluit alsnog andere zwaarwegende aspecten verbonden raken;

  • d.

    het de formele verzending van besluiten van de gemeenteraad betreft en brieven uitgaande van de gemeenteraad.

Artikel 9

  • 1. Een krachtens mandaat genomen besluit alsmede de op de gemandateerde bevoegdheden betrekking hebbende correspondentie worden door de (onder)gemandateerde ondertekend op de volgende wijze:

    “Het college van burgemeester en wethouders/de burgemeester van Brunssum, krachtens (onder)mandaat, Directeur (het hoofd, de medewerker..) etc.

  • 2. Bij volmacht geldt de volgende ondertekening:

    “De burgemeester van Brunssum, krachtens (sub) volmacht, Directeur (hoofd van de stafafdeling)

Artikel 10

De leidinggevende moet regelmatig de onder zijn leiding in ondermandaat genomen besluiten bij wijze van steekproef controleren.

Afdeling 4: Vervanging

Artikel 11

  • 1. Bij afwezigheid van de gemandateerde en indien verder geen ondermandatering is verleend voor de bevoegdheid tot het nemen van besluiten, treedt de gemeentesecretaris in de plaats van de gemandateerde.

  • 2. Bij afwezigheid van zowel de gemandateerde als de gemeentesecretaris en indien verder geen ondermandatering is verleend, worden besluiten voorgelegd aan het college van burgemeester en wethouders of de burgemeester.

  • 3. Bij afwezigheid van de gemandateerde en indien verder geen ondermandatering is verleend. wordt de correspondentie afgedaan door de medewerkers van de betreffende diensten c.q. stafafdelingen.

Afdeling 5: Het mandatenregister

Artikel 12

Het bij dit besluit behorende mandatenregister en zoals dit register nadien zal worden gewijzigd, geeft een overzicht van de bevoegdheden welke worden geacht te zijn gemandateerd en welke worden geacht te zijn ondergemandateerd.

Artikel 13

Het mandatenregister is openbaar en ligt voor een ieder ter inzage.

Afdeling 6: Slot- en overgangsbepalingen

Artikel 14

De in dit besluit opgenomen (onder)mandaten worden geacht te zijn gewijzigd of vervallen voor zover en op het tijdstip dat de hierin genoemde wetten, regelingen, beschikkingen en verordeningen zijn gewijzigd, ingetrokken of vervallen.

Artikel 15.

  • 1. Het bepaalde in deze regeling en de werking daarvan wordt zo vaak als nodig, doch minstens eenmaal per jaar geëvalueerd.

  • 2. Indien deze evaluatie daartoe aanleiding geeft, dan wordt de regeling aangepast.

Artikel 16

  • 1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van haar bekendmaking.

  • 2. Op dat tijdstip vervalt het Algemeen Mandaatbesluit van 27 maart 2000 en de wijzigingen hiervan.

Artikel 17

Deze regeling kan worden aangehaald als Algemeen Mandaatbesluit gemeente Brunssum.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de vergadering het

College van Burgemeester en Wethouders voornoemd

d.d.

, burgemeester.

. secretaris.

Aldus vastgesteld door de Burgemeester

d.d.