Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Capelle aan den IJssel

Beleidsregels bijzondere bijstand

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieCapelle aan den IJssel
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingBeleidsregels bijzondere bijstand
CiteertitelBeleidsregels bijzondere bijstand
Vastgesteld doorcollege van burgemeester en wethouders
Onderwerpmaatschappelijke zorg en welzijn
Eigen onderwerpmaatschappelijke zorg en welzijn

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Algemene wet bestuursrecht, art. 4:81

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

04-10-2018Nieuwe regeling

25-09-2018

gmb-2018-209682

1034136
01-10-201204-10-2018nieuwe regeling

18-09-2012

IJssel- en Lekstreek van 26-09-2012

468272

Tekst van de regeling

Intitulé

Beleidsregels bijzondere bijstand

 

 

Beleidsregels bijzondere bijstand

Samenvatting

De gemeenteraad heeft een taakstelling vastgesteld om vanaf 2015 € 100.000,- te bezuinigen op het product bijzondere bijstand. Daarnaast heeft de regering vanaf 2012 een structurele verlaging van het budget van € 190.000,- doorgevoerd. Dit alles maakt het nodig om op de bijzondere bijstand een bezuiniging door te voeren.

Een werkgroep bijzondere bijstand heeft de vele aspecten met betrekking tot de bijzondere bijstand beoordeeld op noodzaak, voorliggende voorzieningen, gebruik, kosten, jurisprudentie, etc. en een voorstel aan het college van burgemeester en wethouders uitgebracht op welke onderdelen van de bijzondere bijstand een aanpassing van het beleid mogelijk dan wel nodig is.

Uw college heeft op 26 juni 2012 de notitie "Beleidsregels bijzondere bijstand" met de daarin opgenomen voorstellen in principe vastgesteld. De notitie is vervolgens ter consultatie aan de gemeenteraad voorgelegd. De commissie Dienstverlening en Economie heeft in zijn vergadering van 4 september 2012 met de notitie "Beleidsregels bijzondere bijstand" en de daarin opgenomen voorstellen ingestemd, behoudens punt 15. ‘indirecte studiekosten’. Met betrekking tot dit punt zijn in de collegebrief van 7 september 2012 een aantal vragen beantwoord en is het aanvankelijke voorstel om de bijstandsregeling voor indirecte studiekosten in te trekken, gewijzigd.

Bij het onderzoek is veelal naar het beleid van de gemeente Rotterdam gekeken. Waar mogelijk vindt aansluiting op dit beleid plaats.

In deze notitie komen achtereenvolgens de volgende onderwerpen met betrekking tot de bijzondere bijstand aan de orde.

 

Onderwerp Pagina

  • 1.

    Inleiding 2

  • 2.

    Draagkracht 3

  • 3.

    Drempel 5

  • 4.

    Aanvraagtermijn periodieke kosten 5

  • 5.

    Inrichtingskosten 5

  • 6.

    Prijzengids 8

  • 7.

    Categoriale bijzondere bijstand voor personen van 65 jaar en ouder 8

  • 8.

    Medische voorzieningen en behandelingen en medicijnen 9

  • 9.

    Eigen bijdrage GGZ 12

  • 10.

    Tandartskosten 12

  • 11.

    Brillen en contactlenzen 13

  • 12.

    Babyuitzet 15

  • 13.

    Langdurigheidstoeslag 16

  • 14.

    Kinderopvang sociaal medische indicatie 17

  • 15.

    Indirecte studiekosten 17

  • 16.

    Eigen bijdrage rechtsbijstand en griffierechten 18

  • 17.

    Legeskosten verblijfsvergunningen 19

  • 18.

    Bewijsstukken 19

  • 19.

    Ingangsdatum 20

  • 20.

    Financiële toelichting 20

  • 21.

    Samenvattende voorstellen 21

 

De Cliëntenraad van Sociale Zaken heeft in zijn vergadering van 30 mei 2012 positief advies uitgebracht over de voorstellen, behoudens het gestelde onder punt 4, in deze notitie.

 

1.Inleiding

Door bijzondere omstandigheden kan zich de situatie voordoen dat een persoon bijzondere noodzakelijke kosten moet maken. Als hij voor deze kosten geen beroep kan doen op een voorliggende voorziening (bijvoorbeeld de zorgverzekering) en deze uitgaven ook niet (volledig) uit zijn eigen inkomen en/of vermogen kan betalen, kan daarvoor bijzondere bijstand worden verstrekt.

De bijzondere bijstand is een openeindregeling en opgenomen in de Wet werk en bijstand (hierna WWB). De afdeling Sociale Zaken voert deze wet uit.

De gemeenteraad heeft vanaf 2015 een taakstelling vastgesteld om € 100.000,- te bezuinigen op het product bijzondere bijstand. Daar komt bij dat de regering de gemeentelijke inkomensondersteunende voorzieningen vanaf 1 januari 2012 heeft genormeerd op maximaal 110% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm (artikel 35 lid 9 WWB). Voor de gemeente betekent dit vanaf 2012 een structurele verlaging van € 190.000,-. Dit alles maakt het noodzakelijk op de bijzondere bijstand een bezuiniging door te voeren. In januari 2012 is hiervoor een werkgroep bijzondere bijstand samengesteld.

De werkgroep bestaat uit een unithoofd Inkomen, senior beleidsadviseur, beleidsadviseur, casemanager Inkomen, kwaliteitsmedewerker en een medewerker bezwaar en beroep. Ondanks een onderbesteding op het product bijzondere bijstand over 2011 is de prognose dat de uitgaven over 2012 weer hoger zullen liggen dan over 2011.Bij punt 20. treft u een financiële toelichting aan.

De werkgroep bijzondere bijstand heeft de vele aspecten met betrekking tot de bijzondere bijstand beoordeeld op noodzaak, voorliggende voorzieningen, gebruik, kosten, jurisprudentie, etc.

De gemeente Rotterdam heeft het afgelopen jaar een forse bezuinigingsoperatie ondergaan. Dit heeft ook zijn weerslag gehad op de bijzondere bijstand. Uit onderzoek blijkt dat de gemeente Rotterdam de vergoeding van sommige bijzondere bijstandskosten drastisch heeft verlaagd, soms zelfs twee keer in een jaar. Achter deze verlaging ligt niet altijd een (beleidsmatige) onderbouwing, doch is slechts alleen sprake van een bezuiniging. Waar de gemeente Rotterdam soms een hogere vergoeding verstrekt, geeft Capelle aan den IJssel een lagere vergoeding en omgekeerd. Daarbij moet ook aangetekend worden dat Rotterdam sowieso een ruimhartiger beleid had dan Capelle aan den IJssel, zodat zij meer redenen had om te bezuinigen dan Capelle aan den IJssel. In deze notitie zal blijken dat Rotterdam op sommige onderdelen nog steeds een ruimhartiger beleid voert dan Capelle aan den IJssel.

Het is noodzakelijk om de samenhang van het gehele bijzondere bijstandsbeleid in ogenschouw te nemen, waardoor het niet mogelijk is om ‘zo maar’ het beleid van een andere gemeente te volgen.

Vermeldenswaardig is dat de gemeente Capelle aan den IJssel vanaf 2009 bij de gemeente Rotterdam is aangesloten met de collectieve zorgverzekering voor mensen met een minimuminkomen. Dit betekent dat Capelse burgers met een laag inkomen dezelfde collectieve zorgverzekering kunnen afsluiten als Rotterdammers.

De werkgroep bijzondere bijstand heeft dit alles in ogenschouw genomen en goed afgewogen op welke onderdelen van de bijzondere bijstand een aanpassing van het beleid mogelijk is. Daarbij is ook gekeken of vergoedingen of hoogtes van vergoedingen in deze tijd nog wel reëel en financieel verantwoord zijn. Een effectieve uitvoering door de afdeling Sociale Zaken, zoals de controle van bewijsstukken, is ook bezien door de werkgroep. U treft over dit alles voorstellen aan.

Per onderwerp treft u een beschrijving aan van het huidige beleid en worden voorstellen voor aanpassing, handhaving of afschaffing gedaan. Een kostenbesparing per product aangeven is nauwelijks mogelijk, omdat het gebruik per jaar nogal fluctueert en het een openeindregeling betreft. Kostensoorten van de bijzondere bijstand die niet in deze notitie worden beschreven zijn wel door de werkgroep beoordeeld, maar worden relatief weinig verstrekt of drukken nauwelijks op het product bijzondere bijstand, bijvoorbeeld warme maaltijden voor ouderen. De werkgroep heeft ook geen aanleiding gezien om voor deze kosten een wijzigingsvoorstel te doen. Het zou te omvattend zijn om al deze onderwerpen te beschrijven en voorstellen uit te brengen om dit beleid ongewijzigd te handhaven.

De Cliëntenraad van Sociale Zaken heeft in zijn vergadering van 30 mei 2012 positief advies uitgebracht over de voorstellen, behoudens het gestelde onder punt 4, in deze notitie. De commissie Dienstverlening en Economie heeft in zijn vergadering van 4 september 2012 met deze notitie en de voorstellen ingestemd, behoudens punt 15. ‘indirecte studiekosten’. Met betrekking tot dit punt zijn in de collegebrief van 7 september 2012 een aantal vragen beantwoord en is het aanvankelijke voorstel om de bijstandsregeling voor indirecte studiekosten in te trekken, gewijzigd.

 

2.Draagkracht

Vervallen

 

 

 

3.Drempel

Vervallen

 

4.Aanvraagtermijn periodieke kosten

Vervallen

 

5.Inrichtingskosten

Vervallen

 

6.Prijzengids

Vevallen

 

7.Categoriale bijzondere bijstand voor personen van 65 jaar en ouder

Vervallen

 

8.Medische voorzieningen en behandelingen en medicijnen

Medische voorzieningen (hulpmiddelen), medische behandelingen en medicijnen krijgen burgers vergoed op grond van de zorgverzekering en de AWBZ.

De gemeente verstrekt bijzondere bijstand voor eigen bijdrages en bijvoorbeeld als het maximum aantal vergoedingen vanuit de zorgverzekering is bereikt. Deze vorm van bijstandsverlening moet gezien worden als buitenwettelijk begunstigend beleid. Veel gemeenten hanteren buitenwettelijk begunstigend beleid, maar niet voor alle kosten.

De laatste jaren is het aantal eigen bijdrages in de gezondheidszorg sterk toegenomen.

De Centrale Raad van Beroep (CRvB) doet de laatste jaren steeds meer uitspraken waarbij voor medische kosten de Zorgverzekeringswet (Zvw) en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) als passende en toereikende voorliggende voorzieningen worden gezien. Dit betekent kennelijk dat steeds meer gemeenten dit beleid voeren en burgers hiertegen beroep indienen.

Indien bij de Zvw en AWBZ een bewuste beslissing over de noodzakelijkheid van een medische voorziening is gemaakt door om één of meer kostensoorten niet te vergoeden of de voorziening in een bepaalde situatie niet noodzakelijk te achten, dient de WWB zich bij die keuze aan te sluiten. Bijstandsverlening is dan niet mogelijk. Verleent de gemeente wel bijstand dan is sprake van buitenwettelijk begunstigend beleid.

Indien er echter sprake is van zeer dringende reden als bedoeld in artikel 16 lid 1 WWB, kan er toch recht op bijstand bestaan. Het gaat daarbij om een acute noodsituatie die op geen enkele andere manier dan met bijstandsverlening kan worden opgelost.

De gemeente Rotterdam heeft over dit onderwerp per 1 juli 2011 het volgende in haar handboek opgenomen:

“De gemeente Rotterdam heeft met het Zilveren Kruis Achmea een collectieve zorgverzekering samengesteld. De dekking vanuit deze zorgverzekering is dusdanig uitgebreid dat verzekerden voor (para)medische kosten geen beroep meer hoeven te doen op de bijzondere bijstand. Het Zilveren Kruis Achmea vergoedt deze kosten. Vanaf 1 juli 2011 kan geen bijzondere bijstand meer worden verstrekt voor de kosten die in het pakket van de collectieve zorgverzekering zijn opgenomen.

Klanten die elders zijn verzekerd dan bij Zilveren Kruis Achmea, kunnen geen bijzondere bijstand meer krijgen voor medische kosten die ZKA zou vergoeden als ze daar verzekerd waren.”

De werkgroep heeft zich over dit onderwerp gebogen en komt tot de conclusie dat de Zvw en de AWBZ in beginsel als voorliggende voorziening moeten worden aangemerkt. Soms kan een klant naar reguliere geneeswijzen worden verwezen of is er bijvoorbeeld een alternatief medicijn beschikbaar. Zaken waarover de wetgever bewust heeft gekozen (bijvoorbeeld geen vergoeding, een maximum aantal vergoedingen) moeten niet doorkruist worden door de gemeente.

De volgende kosten komen hierdoor niet langer voor vergoeding via de bijzondere bijstand in aanmerking:

  • ·

    Alternatieve geneeswijze

  • ·

    Acupunctuur

  • ·

    Geneesmiddelen

  • ·

    Fysiotherapie

  • ·

    Paramedische behandelingen

  • ·

    Pedicurekosten. Dit geldt ook voor de kosten voor pedicure om niet-medische redenen.

Het is dan ook niet langer nodig om voor deze kosten een medisch advies op te vragen om de noodzakelijkheid vast te stellen.

De werkgroep ondersteunt het beleid van de gemeente Rotterdam niet dat klanten die elders zijn verzekerd dan via de collectieve zorgverzekering van Zilveren Kruis Achmea, geen bijzondere bijstand krijgen voor medische kosten die de collectieve zorgverzekering zou vergoeden als ze daar verzekerd waren.

Iedere burger bepaalt zelf bij welke zorgverzekeraar hij zijn zorgverzekering afsluit. Daar komt bij dat slechts per 1 januari van ieder jaar overgestapt kan worden naar een andere zorgverzekeraar. Een klant die gedurende het jaar afhankelijk wordt van een uitkering kan niet overstappen naar de collectieve zorgverzekering van Zilveren Kruis Achmea. Bovendien geldt dat een klant met geringe medische kosten veelal goedkoper kan uit zijn door niet deel te nemen aan de collectieve zorgverzekering. De gemeente kan klanten dan niet verplichten deel te nemen aan een duurdere zorgverzekering.

Ten slotte moet de bijstandsuitkering als een tijdelijke voorziening gezien worden. Iedere klant zal zo spoedig mogelijk moeten uitstromen naar werk, zodat de binding met de gemeente (en de collectieve zorgverzekering) in principe vrij kort zal zijn.

De werkgroep is van mening dat de (eigen bijdrages van de) volgende voorzieningen wel voor vergoeding in aanmerking moeten blijven komen via de bijzondere bijstand, zover de Zvw en ABWZ geen vergoeding verstrekken:

  • ·

    Orthopedisch schoeisel: Het is belangrijk dat een persoon goed kan blijven lopen en mogelijk heeft iemand zelfs speciaal schoeisel nodig om op de arbeidsmarkt te kunnen blijven meedoen.

  • ·

    Steunzolen. Hetzelfde als bij orthopedisch schoeisel.

  • ·

    Pruik. Dit is meestal aan de orde bij personen die door medische behandelingen te maken krijgen met haaruitval. De werkgroep vindt het uitermate belangrijk dat klanten dan een pruik kunnen aanschaffen.

  • ·

    Hoortoestellen: is noodzakelijk om goed te kunnen blijven functioneren. Kosten van batterijtjes worden nu ook vergoed. Voorgesteld wordt de vergoeding voor batterijtjes op € 50,- per 12 maanden te bepalen.

  • ·

    Huishoudelijke hulp.

  • ·

    Ziekenvervoer anders dan per ambulance. De zorgverzekering geeft veelal een maximum vergoeding per jaar. Als de kosten hoger liggen, moet de klant deze zelf betalen. De noodzaak voor een behandeling in een bepaald ziekenhuis moet wel vastgesteld worden. Deze vorm van bijstandsverlening komt overigens zelden voor.

  • ·

    Reiskosten medische behandelingen. Als een klant regelmatig ziekenhuizen (met zijn of haar kinderen) of verschillende artsen moet bezoeken dan heeft hij veel reiskosten te maken met het openbaar vervoer. De kosten kunnen flink oplopen. Het staande beleid van vergoeding van reiskosten is dat slechts de kosten die liggen boven de kosten van een twee-sterrenmaandabonnement voor vergoeding in aanmerking komen.

 

Aanvullende (tand)artsverzekering

De gemeente heeft het beleid dat van een klant verwacht mag worden dat hij minimaal beschikt over de goedkoopste aanvullende zorgverzekering alsmede de goedkoopst mogelijke aanvullende tandartsverzekering.

De afgelopen jaren zijn veel kosten vanuit de basisverzekering overgeheveld naar de aanvullende verzekeringen. Het is voor een goede dekking voor medische kosten al lang niet meer voldoende om alleen over een basisverzekering te beschikken. Heeft een klant geen aanvullende (tandarts)verzekering dan komen de kosten die onder de dekking van de goedkoopste aanvullende (tandarts)verzekering van zijn zorgverzekering vallen, niet voor vergoeding via de bijzondere bijstand in aanmerking.

De werkgroep stelt voor dit beleid te handhaven.

 

9.Eigen bijdrage GGZ

Dit onderdeel is onder voorbehoud. Per 1 januari 2012 is door de regering een bezuiniging ingeboekt op de eigen bijdrage GGZ. In het Lenteakkoord dat door het CDA, VVD, D66, GroenLinks en de ChristenUnie is aangeboden aan de regering is de eigen bijdrage (deels) geschrapt. Bij het opstellen van deze notitie is bekend dat de eigen bijdrage GGZ wordt verzacht om zo de toegang tot deze zorg voor kwetsbare groepen te garanderen. Nog niet bekend is hoe dit wordt geëffectueerd. Mocht de eigen bijdrage in zijn geheel komen te vervallen dan is er ook geen noodzaak om bijzondere bijstand te verstekken.

Geestelijke gezondheidszorg (ggz) werd tot voor kort grotendeels vergoed uit de basisverzekering. Kleinere eigen bijdrages waren meestal afgedekt via een aanvullende verzekering.

Om de groei van de uitgaven in de zorg af te remmen heeft het kabinet voor 2012 een aantal maatregelen genomen in de vergoeding van de geestelijke gezondheidszorg.

Nieuw in 2012 is onder meer een wettelijke eigen bijdrage voor de tweedelijns ggz zorg van maximaal 200 euro per jaar. Deze wettelijke eigen bijdrage is overigens volledig verzekerd in de huidige collectieve zorgverzekering van de gemeente.

Daarnaast kan sprake zijn van (kleine) eigen bijdrages (bijvoorbeeld bij de eerstelijnszorg) die niet door een zorgverzekeraar worden vergoed. Ook zullen personen die niet collectief verzekerd zijn tegen deze kosten aanlopen.

Ook wordt bij een opname van langer dan een maand in een inrichting een eigen bijdrage in rekening gebracht van € 145,- per maand. Ook deze eigen bijdrage wordt vanuit de collectieve zorgverzekering vergoed.

Omdat het voor de betreffende personen al een hoge drempel is om van deze vorm van hulpverlening gebruik te maken en de drempel door de eigen bijdrage alleen maar hoger is geworden, wordt voorgesteld om bijzondere bijstand te verstrekken in de eigen bijdrage geestelijke gezondheidszorg.

Het is uitermate belangrijk dat deze personen niet “afglijden” in de maatschappij en noodzakelijke behandelingen worden voortgezet. Bij de kosten voor opname in een inrichting moet de persoonlijke woon- en leefsituatie alsmede het inkomen en vermogen van de klant in ogenschouw worden genomen. Afhankelijk hiervan kan bezien worden of een vergoeding via de bijzondere bijstand mogelijk is of dat de eigen bijdrage zelf betaald moet worden.

In de praktijk vindt bijstandsverlening voor deze kosten al vanaf 1 januari 2012 plaats.

 

 

10.Tandartskosten

De zorgverzekering is de voorliggende voorziening voor tandartskosten. Met de jaren zijn tandartskosten meer en meer vanuit de basisverzekering overgeheveld naar de aanvullende pakketten. In onderdeel 8 van deze notitie is reeds beschreven dat van de klant verwacht wordt dat hij minimaal de goedkoopste aanvullende tandartsverzekering heeft afgesloten.

De gemeente heeft het bijzondere bijstandsbeleid dat bij alle kosten voor alle tandheelkundige behandelingen getoetst dient te worden aan het normbedrag van € 454,- per persoon per draagkrachtperiode.

Als de gevraagde bijzondere kosten (onder aftrek van de vergoeding vanuit de zorgverzekering) in een draagkrachtperiode het voornoemde normbedrag van € 454,- niet overschrijden, kan bijstand worden verleend in deze kosten zonder medisch advies van een onafhankelijk tandarts. Als de bijzondere bijstand in een draagkrachtperiode het normbedrag overschrijdt, kan alleen bijstand worden verleend op schriftelijk advies van een adviserend onafhankelijk tandarts.

De gemeente Rotterdam hanteert op dit onderdeel hetzelfde beleid als beschreven bij “Medische voorzieningen en behandelingen en medicijnen” van deze notitie. Vanaf 1 juli 2011 kan geen bijzondere bijstand meer worden verstrekt voor de kosten die in het pakket van de collectieve zorgverzekering zijn opgenomen.

Zoals eerder geschreven onder punt 8. geldt de zorgverzekering voor medische kosten volgens vaste jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep als een passende en toereikende voorliggende voorziening. Bij gemeenten die toch tot bijstandsverlening overgaan is sprake van buitenwettelijk begunstigend beleid. Dit geldt ook bij de beleidsregel bijzondere bijstand voor tandartskosten.

De werkgroep is van mening dat bijzondere bijstand voor tandartskosten deels in stand moet blijven. Deze kosten kunnen soms aardig oplopen. Personen met een slecht gebit kunnen te maken krijgen met gezondheidsklachten als voeding niet goed gekauwd kan worden. Ook kan dit mindere kansen op de arbeidsmarkt geven.

De werkgroep stelt voor - net als bij punt 8 - het beleid van Rotterdam niet over te nemen, maar om – net als bij brillen (zie punt 11.) - de bijzondere bijstand aan een maximumbedrag te verbinden, te weten € 500,- per kalenderjaar. De kosten kunnen tot dit bedrag vergoed worden voor behandelingen die op of na 1 oktober 2012 (zie punt 19.) aanvangen. Meerkosten komen niet voor vergoeding via de bijzondere bijstand in aanmerking. Het is op deze wijze ook niet meer nodig om een medisch advies op te vragen. De huidige maximale vergoeding vanuit de collectieve zorgverzekering bedraagt € 450,-. Met de maximale vergoeding vanuit de bijzondere bijstand kunnen mensen die een beroep op bijzondere bijstand moeten doen maximaal € 950,- per kalenderjaar vergoed krijgen voor tandartskosten.

De klant moet vooraf een (proforma) nota inleveren om de hoogte van de bijstand te kunnen bepalen.

Orthodontie

Voor personen van 18 jaar en ouder vergoedt de basisverzekering bij een medische noodzaak de kosten voor behandelingen orthodontie.

Bij kinderen tot 18 jaar vindt geen vergoeding vanuit de basisverzekering plaats. De meeste aanvullende (tandarts)verzekeringen geven hiervoor een maximumbedrag aan vergoeding. Voor de eigen bijdrage kan bijzondere bijstand worden verstrekt. De werkgroep ondersteunt noodzakelijke orthodontische behandelingen aan het gebit bij kinderen tot 18 jaar en stelt voor het staande beleid te handhaven.

 

11.Brillen en contactlenzen

Ook bij de kosten voor een bril is de (aanvullende) zorgverzekering de voorliggende voorziening voor de bijzondere bijstand. De vergoeding verschilt per verzekeraar en soort aanvullende verzekering. Als geen of slechts een gedeeltelijke vergoeding kan worden verkregen via de zorgverzekeraar, is (aanvullende) bijzondere bijstand mogelijk.

Het huidige bijzondere bijstandsbeleid is als volgt. De maximumvergoeding voor een brilmontuur bedraagt € 75,-. Voor één brillenglas kan ook € 75,- worden vergoed. De standaardvergoeding voor een volledige bril is dus maximaal € 225,-. Als de kosten meer bedragen door meerfocus (varilux), ontspiegeling, kunststof glazen en extra dunne glazen vanaf 4,25 dioptrieën, kan ook bijstand in deze meerkosten worden verleend. Deze extra voorzieningen worden niet als luxe aangemerkt. Is er sprake van andere extra voorzieningen, dan moet de klant zelf een medisch advies van een oogarts overleggen. In de praktijk komt het voor dat klanten duurdere brillen aanschaffen door bijvoorbeeld meerfocus (varilux), ontspiegeling, kunststof glazen of extra dunne glazen te nemen. Voor de casemanager is het zeer lastig te onderzoeken welk meerwerk in de bril is opgenomen en of er sprake is van luxe of juist (voor een deel) niet. Dit moet dan weer van de offerte worden afgetrokken. Contact met de opticien is altijd noodzakelijk.

In het vergoedingenoverzicht van de collectieve zorgverzekering 2012 is de vergoeding van een zogenaamde ‘budgetbril’ bij Pearl opgenomen. De verzekerde kan eenmaal per drie jaar een dergelijke bril met geharde en ontspiegelde glazen zonder bijbetaling krijgen. De bril kan zowel bifocaal als multifocaal worden aangeschaft. De bifocale budgetbril heeft op dit moment een waarde van € 129,- en de multifocale bril € 229,-.

 

Bijzondere bijstand

Voorgesteld wordt de bijstandsverlening in brillen te vereenvoudigen en de hoogte van de bijzondere bijstand aan een maximumbedrag te verbinden.

Is de klant collectief verzekerd dan kan hij aanspraak maken op een budgetbril. Bijzondere bijstand is dan niet noodzakelijk.

Is de klant op een andere wijze of bij een andere zorgverzekeraar verzekerd, dan is zijn zorgverzekering de voorliggende voorziening. Is de vergoeding van zijn zorgverzekering lager dan respectievelijk € 129,- dan wel € 229,- dan kan een aanvulling via de bijzondere bijstand worden verkregen tot één van deze twee bedragen.

Waar er voor deze kostensoort met maximumbedragen wordt gewerkt, is het financieel voordeel minder van een duurdere aanvullende verzekering bij de aankoop van een brilmontuur boven de maximale vergoeding. Staand beleid is de vergoeding vanuit de zorgverzekering in dergelijke gevallen van de daadwerkelijke kosten af te trekken en niet van de maximum bijstandsvergoedingen. De klant heeft bij de aanschaf van een duurdere bril dan nog enig financieel effect van zijn aanvullende verzekering. Dit beleid kan gehandhaafd blijven.

De maximale bijzondere bijstand voor de aanschafkosten voor brillen komt hiermee gelijk te liggen met de maximale vergoeding die via de collectieve zorgverzekering kan worden verkregen. Op dit moment is dat € 129,- voor een bifocale bril en € 229,- voor een multifocale bril. Deze bedragen zullen periodiek worden aangepast. Overigens geldt voor een zonnebril op sterkte dezelfde vergoedingen.

Voorgesteld wordt het systeem van vergoeding van kosten meerfocus (varilux), ontspiegeling, kunststof glazen en extra dunne glazen vanaf 4,25 dioptrieën te verlaten. Hoe de bril is samengesteld doet niet langer ter zake. Er is slechts sprake van een maximale vergoeding (thans € 129,- of € 229,-), die gelijk ligt met de hoogte van de vergoeding vanuit de collectieve zorgverzekering.

Moet de klant slechts een montuur of (één) brillenglas aanschaffen (om wat voor reden dan ook), dan valt deze aanschaf binnen de maximale vergoeding die per drie jaar kan worden verkregen. Kortom: er kan niet meer bijstand dan momenteel € 229,- per drie jaar worden verkregen. Zie ook “frequentie en nota”.

 

Contactlenzen

Voor contactlenzen geldt via de bijzondere bijstand nu ook een maximale vergoeding van € 225,- per drie jaar.

De verzekerde kan bij gebruik van de collectieve zorgverzekering ook kiezen voor budget maandlenzen. Hiervoor kan hij gedurende drie jaar maximaal twee keer een halfjaarpakket krijgen. Een halfjaarpakket vertegenwoordigt op dit moment een waarde van € 50,15. Tweemaal een halfjaarpakket vertegenwoordigt dus een waarde van € 100,30.

Dit betreft basislenzen. Is er sprake van extreme sterkte of zijn er cilinders nodig, dan zijn de kosten hoger. Om te voorkomen dat bij een aanvraag onnodig onderzoek gedaan moet worden naar de noodzaak van extra luxe, wordt voorgesteld om de maximale hoogte van de bijstand voor contactlenzen gelijk te trekken met de kosten van een multifocale bril, zijnde € 229,-.

Ook bij lenzen geldt dan dat eventuele meerkosten voor (noodzakelijke) luxe niet langer voor vergoeding in aanmerking komen. De samenstelling van de contactlenzen doet niet langer ter zake. Uiteraard moet ook hier eerst de vergoeding vanuit de zorgverzekering van de kosten worden afgetrokken en geldt hetzelfde systeem van (maximale) vergoedingen als bij brillen.

 

Lenzenvloeistof

Voor onderhoudskosten (vloeistof) van lenzen kan thans maximaal € 50,- per 12 maanden aan bijzondere bijstand worden verleend. De werkgroep is van mening dat het uitgangspunt is dat iedere klant met een bril kan volstaan en dat de aanschaf van lenzen niet noodzakelijk is. De kosten voor lenzenvloeistof zijn dus niet noodzakelijk.

De werkgroep stelt voor niet langer bijzondere bijstand te verstekken voor lenzenvloeistof.

 

Frequentie en nota

Bijstand voor een bril, zonnebril op sterkte of lenzen kan eenmaal per 36 maanden worden verstrekt. Daarbij is de zorgverzekering uiteraard de voorliggende voorziening. Het is niet zo dat de klant binnen 36 maanden zowel een bril bij zijn zorgverzekering kan declareren en bijzondere bijstand kan krijgen. Hij heeft binnen deze 36 maanden slechts recht op één bril.

Voor kinderen tot 18 jaar geldt 24 maanden. Dit beleid is in het verleden overgenomen vanuit de verstrekking van de aanvullende verzekering van Zilveren Kruis Achmea. De termijn van 24 maanden voor kinderen is inmiddels door Zilveren Kruis Achmea verlaten. Voorgesteld wordt voor kinderen tot 18 jaar de frequentie van vervanging ook op 36 maanden te bepalen.

Staand beleid is dat als binnen 36 maanden sprake is van een wijziging van de oogafwijking van 0,5 of meer (dioptrieën) verondersteld mag worden dat nieuwe brillenglazen of contactlenzen noodzakelijk zijn te achten. Voorgesteld wordt dit beleid te handhaven.

De klant moet vooraf een (proforma) nota inleveren om de hoogte van de bijstand te kunnen bepalen. Dit is volgens het bestaande beleid. Bij het onderdeel bewijsstukken wordt een voorstel gedaan voor de controle op nota’s.

 

12.Babyuitzet

Vervallen

 

13.Langdurigheidstoeslag

Vervallen

 

14.Kinderopvang sociaal medische indicatie

De kosten voor kinderopvang bij sociaal medisch indicatie doen zich voor in het geval bij de ouder lichamelijke, zintuiglijke, verstandelijke of psychische beperkingen aanwezig zijn of als een kind op grond van sociaal-medische problematiek kinderopvang nodig heeft om zich goed en gezond te kunnen ontwikkelen.

Deze kosten komen voor bij kinderen tot 4 jaar (=datum aanvang basisonderwijs) en komen niet via de Wet Kinderopvang voor vergoeding in aanmerking. Daar zijn ze van uitgesloten. Ondanks dat er slechts een kleine hoeveelheid klanten hiervan gebruik maakt, zijn de kosten heel hoog. Over 2011 is er € 142.612,- aan uitgegeven. De kosten blijven op nota uitbetaald worden.

De gemeente Rotterdam verleent ook een vergoeding voor deze kosten. De werkgroep is van mening dat deze bijstandsverstrekking overeind moet blijven in het belang van het kind en de ouder(s). Het gaat veelal om schrijnende (gezins)situaties waar een dergelijke kinderopvang noodzakelijk is. De noodzaak wordt vastgesteld door de medisch adviseur van de gemeente. De gemeente Rotterdam vraagt voor deze kosten advies op bij de GGD. Bij afhandeling van bezwaarschriften vraagt de gemeente nu soms ook al advies op bij de GGD. De werkgroep is van mening dat de GGD op dit vakgebied over meer specialisme beschikt en stelt voor de noodzaak voor de kosten in het vervolg te laten vaststellen door een medisch advies van de GGD.

 

15.Indirecte Studiekosten

De gemeente beschikt over een individuele bijzondere bijstandsregeling voor indirecte studiekosten voor kinderen van 9 tot 18 jaar. Het gaat om kosten voor:

  • ·

    schoolfonds (ook wel school- of ouderbijdrage genoemd);

  • ·

    schoolreisjes, excursies en werkweken;

  • ·

    door de school voorgeschreven extra kleding, zoals een overall, schort of sportkleding.

De bijdrage is € 50,- per jaar voor kinderen vanaf 9 jaar op het basisonderwijs en € 125,- per jaar voor kinderen tot 18 jaar op het voortgezet onderwijs.

Naast deze regeling beschikt de gemeente over de minimaregeling DOE MEE. Op basis van deze regeling kan een vergoeding worden verkregen voor activiteiten op het gebied van sport, cultuur en recreatie. In de vergadering van de commissie Dienstverlening en Economie van 5 september 2012 zijn vragen gesteld in hoeverre sprake is van ‘dubbelingen’ in beide regelingen voor wat betreft de te vergoeden kosten.

In de collegebrief van 7 september 2012 is aangegeven dat alleen sprake is van een ‘dubbeling’ waar het gaat om de vergoeding van schoolreisjes, schoolexcursies en werkweken.

Op 29 mei 2012 heeft uw college besloten om de DOE MEE-regeling voor het schoolseizoen lopend van 1 augustus 2012 tot 1 augustus 2013 voort te zetten met € 250,- per kind per jaar en de inkomensgrens voor deze regeling te bepalen op 110% van het minimumloon. Dit laatste vloeit voort uit per 1 januari 2012 in werking getreden wetgeving van het Rijk. Voorheen bedroeg de inkomens-grens 120% van het minimumloon. In de collegebrief van 7 september 2012 is voorts aangegeven dat de informatie in de brochure over de DOE MEE-regeling die eind juli 2012 aan de doelgroep is toegezonden, niet voldoende zorgvuldig is geweest. Uit deze informatie zou namelijk geconcludeerd kunnen worden dat Sociale Zaken voor ouderbijdragen en boekengeld op grond van een andere regeling een vergoeding zou kunnen verstrekken. Opgemerkt wordt dat boekengeld directe studiekosten betreffen, die niet door Sociale Zaken mogen worden vergoed. Voor boekengeld en andere schoolkosten dient een beroep te worden gedaan op regelingen die door het Rijk worden uitgevoerd. Dit geeft dan ook aanleiding om - op basis van een onderzoek naar de diverse voorliggende voorzieningen van het Rijk voor diverse schoolkosten - te bezien of er nog aanleiding is om nog via een bijzondere bijstandsregeling schoolgerelateerde kosten te vergoeden.

Uit oogpunt van zorgvuldigheid en redelijkheid is er aanleiding om de bestaande bijzondere bijstandsregeling voor indirecte studiekosten tot vooralsnog 1 augustus 2013 (einde van het lopende schooljaar) te handhaven maar voornoemde ‘dubbeling’ met betrekking tot de vergoeding van schoolreisjes, schoolexcursies en werkweken per 1 oktober 2012 te schrappen.

 

16. Eigen bijdrage rechtsbijstand en griffierechten

Vervallen

 

17. Legeskosten verblijfsvergunningen

Vervallen

 

18. Bewijsstukken

Vervallen

 

19. Ingangsdatum

Voorgesteld wordt de ingangsdatum van voornoemde voorstellen op 1 oktober 2012 te bepalen. Dit betekent dat het nieuwe beleid van toepassing is op nieuwe aanvragen om bijstand die op of na

1 oktober 2012 worden ingediend.

Bij lopende periodieke bijzondere bijstand gaan deze beleidsregels in aan het begin van een nieuwe draagkrachtperiode.

Na uw besluit zal uitgebreid intern en extern over deze wijzigingen worden gecommuniceerd.

 

 

 

21.Samenvattende voorstellen

2. Draagkracht

Vervallen

3 Drempel

Vervallen.

4. Aanvraagtermijn periodieke kosten

Vervallen.

5. Inrichtingskosten

Vervallen

6. Prijzengids

Vervallen

7. Categoriale bijzondere bijstand voor personen van 65 jaar en ouder

Vervallen

8. Medische voorzieningen en behandelingen en medicijnen

  • ·

    Als uitgangspunt bepalen dat de Zorgverzekeringswet (Zvw) en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) een passende en toereikende voorliggende voorzieningen zijn voor medische kosten. Dit betekent dat in beginsel eigen bijdrages, medische behandelingen, kosten of medicijnen die niet via deze wetten worden vergoed niet voor bijstandsverlening in aanmerking komen.

  • ·

    De volgende kosten door voornoemd voorstel niet langer voor bijstandsverlening in aanmerking laten komen:

    • o

      Alternatieve geneeswijze

    • o

      Acupunctuur

    • o

      Geneesmiddelen

    • o

      Fysiotherapie

    • o

      Paramedische behandelingen

    • o

      Pedicurekosten

  • ·

    De volgende kosten wel voor bijstandsverlening in aanmerking laten komen:

    • o

      Orthopedisch schoeisel

    • o

      Steunzolen

    • o

      Pruik

    • o

      Hoortoestellen

    • o

      Batterijtjes hoortoestel € 50,- per 12 maanden

    • o

      Huishoudelijke hulp

    • o

      Ziekenvervoer anders dan per ambulance

    • o

      Reiskosten medische behandelingen

  • ·

    Het beleid van de gemeente Rotterdam dat klanten die elders zijn verzekerd dan via de collectieve zorgverzekering van Zilveren Kruis Achmea, geen bijzondere bijstand krijgen voor medische kosten die de collectieve zorgverzekering zou vergoeden als ze daar verzekerd waren, niet overnemen.

  • ·

    De beleidsregel dat geen vergoeding via de bijzondere bijstand wordt verleend als de klant geen (goedkoopste) aanvullende zorgverzekering en aanvullende tandartsverzekering heeft afgesloten en de kosten wel onder de dekking van deze verzekeringen van zijn zorgverzekering vallen ongewijzigd handhaven.

9. Eigen bijdrage GGZ

  • ·

    Eigen bijdrage geestelijke gezondheidszorg (ggz) voor vergoeding via de bijzondere bijstand in aanmerking laten komen.

  • ·

    Afhankelijk van de persoonlijke woon- en leefsituatie en het inkomen en vermogen van de klant bij opname in een inrichting beoordelen of bijstand mogelijk is voor de maandelijkse eigen bijdrage.

10. Tandartskosten

  • ·

    De maximale vergoeding via de bijzondere bijstand voor tandartskosten bepalen op een bedrag van € 500,- per kalenderjaar voor behandelingen die op of na 1 oktober 2012 aanvangen.

  • ·

    Beleidsregel bijzondere bijstand orthodontie ongewijzigd handhaven.

11. Brillen en contactlenzen

  • ·

    De maximale vergoeding via de bijzondere bijstand voor een bifocale bril (montuur met glazen) en een multifocale bril bepalen op de maximale vergoeding uit de collectieve zorgverzekering.

  • ·

    De maximale vergoeding via de bijzondere bijstand voor contactlenzen gelijk stellen met de hoogte van de vergoeding voor een multifocale bril.

  • ·

    De beleidsregel dat als de kosten hoger liggen dan de maximumvergoeding, de vergoeding vanuit de zorgverzekering eerst van de daadwerkelijke kosten aftrekken, handhaven.

  • ·

    De beleidsregel voor bijstandsverlening voor mogelijke luxe aan brillen of contactlenzen intrekken.

  • ·

    De beleidsregel bijstandsverlening lenzenvloeistof intrekken.

  • ·

    De beleidsregel dat personen van 18 jaar en ouder slechts eenmaal per 36 maanden de maximale vergoeding kunnen krijgen handhaven.

  • ·

    De beleidsregel dat personen tot 18 jaar eenmaal per 24 maanden de maximale vergoeding kunnen krijgen wijzigen in 36 maanden.

  • ·

    De beleidsregel dat de vervangingstermijn van 36 maanden voor brillenglazen en contactlenzen niet van toepassing is als sprake is van een wijziging van de oogafwijking van 0,5 of meer dioptrieën handhaven.

12. Babyuitzet

Vervallen

13 Langdurigheidstoeslag

Vervallen

14. Kinderopvang sociaal medische indicatie

  • ·

    Beleid bijzondere bijstand kosten kinderopvang sociale medische indicatie handhaven.

  • ·

    Medische en sociale noodzaak voor deze kosten laten vaststellen door een advies van de GGD.

15. Indirecte studiekosten

  • ·

    De bestaande bijzondere bijstandsregeling voor indirecte studiekosten tot vooralsnog 1 augustus 2013 (einde van het lopende schooljaar) handhaven;

  • ·

    Bij aanvragen om bijzondere bijstand in indirecte studiekosten die worden ingediend op of na 1 oktober 2012 geen bijzondere bijstand meer verlenen voor schoolreisjes, schoolexcursies en werkweken;

  • ·

    Aan de hand van een in te stellen onderzoek naar de diverse voorliggende voorzieningen van het Rijk voor diverse schoolkosten, in het voorjaar van 2013 een besluit nemen over eventuele voortzetting van de bijzondere bijstandsregeling voor indirecte studiekosten per 1 augustus 2013

16. Eigen bijdrage rechtsbijstand en griffierechten

  • Vervallen

     

17. Legeskosten verblijfsvergunningen

Vervallen

18. Bewijsstukken

Vervallen

19. Ingangsdatum

·De ingangsdatum van deze beleidswijzigingen bepalen op 1 oktober 2012. Op aanvragen om bijstand die op of na 1 oktober 2012 worden ingediend het nieuwe beleid van toepassing verklaren. Bij lopende periodieke bijzondere bijstand gaan deze beleidsregels in aan het begin van een nieuwe draagkrachtperiode.