Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Castricum

Verordening op de heffing en de invordering van marktgelden 2019

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieCastricum
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening op de heffing en de invordering van marktgelden 2019
CiteertitelVerordening marktgelden 2019
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

artikel 229, eerste lid, van de Gemeentewet

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

17-11-2018Nieuwe regeling

08-11-2018

gmb-2018-245176

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening op de heffing en de invordering van marktgelden 2019

De raad van de gemeente Castricum;

 

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 25 september 2018;

 

gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Gemeentewet;

besluit vast te stellen de volgende verordening:

 

Verordening op de heffing en de invordering van marktgelden 2019

Artikel 1 begripsomschrijvingen

Deze verordening verstaat onder:

  • a.

    dag: marktdag;

  • b.

    kwartaal: een periode van 3 opvolgende kalendermaanden, aanvangende op 1 januari, 1 april, 1 juli of 1 oktober;

  • c.

    abonnement: een doorlopende regeling voor het innemen van standplaats voor vaste standplaatshouders, welke per kwartaal kan worden opgezegd.

Artikel 2 Belastbaar feit

Onder de naam 'marktgeld' wordt een recht geheven voor het hebben van een standplaats op een markt als bedoeld in de Marktverordening gemeente Castricum 2015.

Artikel 3 Belastingplicht

Het marktgeld wordt geheven van degene aan wie een standplaats ter beschikking is gesteld.

Artikel 4 Maatstaf van heffing en tarief

  • 1.

    De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

  • 2.

    Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een belastingtijdvak aangemerkt als een geheel belastingtijdvak.

Artikel 5 Belastingtijdvak

  • 1.

    Het belastingtijdvak is een dag.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid is het belastingtijdvak bij een abonnement gelijk aan het kwartaal waarop een abonnement betrekking heeft.

Artikel 6 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

  • 1.

    De rechten zijn verschuldigd bij het begin van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

  • 2.

    Indien de standplaats, waarvoor het marktgeld bij abonnement is voldaan, gedurende het betreffende kwartaal niet geregeld wordt bezet, wordt geen terugbetaling verleend.

  • 3.

    Indien van een standplaats, waarvoor het marktgeld bij abonnement is voldaan, gedurende een of meerdere marktdagen geen gebruik kan worden gemaakt omdat het marktterrein voor andere activiteiten in gebruik is, wordt teruggaaf verleend tenzij door het college van burgemeester en wethouders een andere plaats voor het houden van de markt is aangewezen.

    De teruggaaf wordt vastgesteld door het aantal marktdagen dat geen gebruik van de standplaats kan worden gemaakt te vermenigvuldigen met het tarief per marktdag voor de periode waarvoor het abonnement is verstrekt.

Artikel 7 Wijze van heffing

De rechten worden geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld.

Artikel 8 Termijn van betaling

  • 1.

    De rechten moeten worden betaald op het moment van uitreiking van de in artikel 7 bedoelde kennisgeving.

  • 2.

    Ingeval de kennisgeving wordt toegezonden, moeten de rechten worden betaald binnen 4 weken na de dagtekening van de schriftelijke kennisgeving.

Artikel 9 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van marktgelden.

Artikel 10 Overgangsrecht

De Verordening marktgelden 2018 van 9 november 2017, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 11, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 11 Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking.

  • 2.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2019.

Artikel 12 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als de 'Verordening marktgelden 2019'.

 

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 8 november 2018.

de griffier,

Mr. V.H.Hornstra

de voorzitter,

Drs. A.Mans

Tarieventabel 2019

behorend bij de 'Verordening marktgelden 2019’

Algemeen

  • 1.

    Alle in de verordening opgenomen tarieven zijn inclusief omzetbelasting indien deze verschuldigd is.

  • 2.

    Maatstaf van heffing is het langs de grond gemeten aantal strekkende meters van de frontbreedte van de standplaats waarbij een supplementair gedeelte van een strekkende meter als een gehele meter wordt aangemerkt.

  • 3.

    De frontbreedte wordt gemeten langs die zijden waar het publiek toegang heeft en waar handelswaren zijn uitgestald.

Hoofdstuk 1 Standplaatsen

1.1

Het marktgeld bedraagt voor het innemen van een standplaats voor een kraam met een frontbreedte van voor één marktdag

€ 8,75

1.2

voor elke meter of gedeelte van een meter frontbreedte boven de onder lid 1.1 aangegeven meters breedte voor één marktdag

€ 2,05

1.3

voor een kraam met een frontbreedte van minder dan voor één marktdag per strekkende meter

€ 2,05

Hoofdstuk 2 Abonnementen

2.1

Het in hoofdstuk 1 van de tarievenlijst genoemde tarief bedraagt voor vaste standplaatshouders gedurende een kwartaal per strekkende meter

€ 26,50

2.2

Een abonnement als bedoeld in het vorige lid dient uiterlijk tot twee weken voor aanvang van het tijdvak waarop het moet ingaan schriftelijk te worden aangevraagd bij het college van burgemeester en wethouders.

 

 

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 8 november 2018.

de griffier,

Mr. V.H.Hornstra

de voorzitter,

Drs. A.Mans