Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Gemeente Cranendonck

Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Cranendonck houdende regels omtrent toeristenbelasting Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2018

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OverheidsorganisatieGemeente Cranendonck
Officiële naam regelingVerordening van de gemeenteraad van de gemeente Cranendonck houdende regels omtrent toeristenbelasting Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2018
CiteertitelVerordening toeristenbelasting 2018
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

De datum van ingang van heffing is 1 januari 2018.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

artikel 224 Gemeentewet

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerking-

treding

Terugwerkende

kracht tot en met

Datum uitwerking-

treding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-01-2018nieuwe regeling

12-12-2017

gvop.nl

.

Tekst van de regeling

Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2018

DE RAAD VAN DE GEMEENTE CRANENDONCK

Gezien het voorstel van het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Cranendonck d.d. 14 en 28 november 2017;

Gelet op artikel: 224 van de Gemeentewet;

B E S L U I T:

Vast te stellen :

VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN TOERISTENBELASTING 2018.

Artikel 1 Belastbaar feit

Onder naam “ toeristenbelasting” wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven.

Artikel 2 Belastingplicht

  • 1.

    Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 1.

  • 2.

    De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene die verblijf houdt als

bedoeld in artikel 1.

3.Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot verblijf, is degene belastingplichtig die

verblijf houdt als bedoeld in artikel 1.

Artikel 3 Vrijstellingen

De belasting wordt niet geheven voor het verblijf:

  • a.

    van degene die verblijft in een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet

    Toelating Zorginstellingen;

  • b.

    van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die

    rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h van voornoemde wet,

    en voor zover deze persoon verblijf houdt als bedoeld in artikel 1 van de Verordening, onder

    verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers.

Artikel 4 Maatstaf van heffing

De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het belastingjaar. Het aantal overnachting -en wordt gesteld op het aantal overnachtende personen vermenigvuldigd met het aantal nachten.

Artikel 5 Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing

  • 1.

    Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:

    • a.

      kampeermiddel: tent, tentwagen, kampeerauto, caravan dan wel enig ander onderkomen of ander

      voertuig of gewezen voertuig of een gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde waarvoor

      een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel a,

      Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist; een en ander voor zover deze onderkomens of

      voertuigen geheel of ten dele blijven zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden

      gebruikt voor recreatief nachtverblijf.

    • b.

      kampeerterrein: terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht, en volgens die inrichting bestemd,

      om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen ten

      behoeve van recreatief nachtverblijf.

    • c.

      vaste standplaats: een terrein of terreingedeelte dat deel uitmaakt van een kampeerterrein en dat ter

      beschikking wordt gesteld voor de plaatsing van eenzelfde kampeermiddel gedurende een seizoen

      of een jaar.

    • d.

      volgtijdige standplaats: een terrein of terreingedeelte dat deel uitmaakt van een kampeerterrein en dat

      ter beschikking wordt gesteld voor de volgtijdige plaatsing van verschillende kampeermiddelen.

    • e.

      woning: een huis, een naar aard en inrichting vergelijkbare ander onderkomen of een deel van een

      huis of een vergelijkbaar onderkomen.

    • f.

      particulier: een natuurlijk persoon die buiten de uitoefening van een bedrijf of beroep gelegenheid

      biedt tot verblijf.

    • g.

      particulier verhuurde woning: een woning die door een particulier ter beschikking wordt gesteld voor

      het houden van verblijf met overnachting tegen een vergoeding in welke vorm dan ook.

  • 2.

    Voor particulier verhuurde woningen en voor kampeermiddelen op vaste of volgtijdige standplaatsen

kan het aantal overnachtingen op een bij de aangifte gedaan verzoek van de belastingplichtige forfaitair

worden vastgesteld.

  • 3.

    Bij de forfaitaire berekening voor particulier verhuurde woningen wordt per woning:

    • a.

      het aantal overnachtende personen gesteld op het aantal slaapplaatsen;

b.  
   
Het aantal nachten gesteld op:Als een woning in het belastingjaar geschikt is voor gebruik of alleen mag worden gebruikt gedurende:
50Niet meer dan drie (3) maanden
66Meer dan drie (3) maanden maar niet meer dan zes (6) maanden
69Meer dan zes (6) maanden maar niet meer dan negen (9) maanden
   
72Meer dan negen (9) maanden maar niet meer dan twaalf (12) maanden
  • 4.

    Bij de forfaitaire berekening voor kampeermiddelen op vaste standplaatsen wordt per standplaats :

    • a.

      het aantal overnachtende personen gesteld op:

      drie (3) personen, indien het aantal slaapplaatsen vier (4) of minder bedraagt;

      vier (4) personen, indien het aantal slaapplaatsen meer dan vier (4) bedraagt.

b.

Het aantal nachten gesteld op:Als een kampeermiddel in het belastingjaar geschikt is voor gebruik of alleen mag worden gebruikt gedurende:
50Niet meer dan drie (3) maanden
66Meer dan drie (3) maanden maar niet meer dan zes (6) maanden
69Meer dan zes (6) maanden maar niet meer dan negen (9) maanden
72Meer dan negen (9) maanden maar niet meer dan twaalf (12) maanden
   
  • 5.

    Bij de forfaitaire berekening voor kampeermiddelen op volgtijdige standplaatsen, wordt per standplaats:

    • a.

      het aantal overnachtende personen gesteld op

      drie (3) personen, indien het aantal slaapplaatsen vier (4) of minder bedraagt;

      vier (4) personen indien het aantal slaapplaatsen meer dan vier (4) bedraagt.

    • b.

      het aantal nachten gesteld op de gemiddelde bezetting per kalenderdag vermenigvuldigd met 365

      dagen. De gemiddelde bezetting per kalenderdag is het gemiddelde van zes tellingen gedurende het

      belastingjaar, waarbij iedere telling binnen een afzonderlijke periode van twee maanden valt.

Artikel 6 Belastingtarief

Het tarief bedraagt per overnachting € 1,05.

Artikel 7 Belastingjaar

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 8 Wijze van heffing

De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.

Artikel 9 Aanslaggrens

Geen belastingaanslag wordt opgelegd indien het aantal overnachtingen, waartoe gelegenheid wordt of is gegeven, gedurende het belastingjaar minder dan tien zal of heeft belopen.

Artikel 10 Termijnen van betaling

  • 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden

    betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand

    volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee

    maanden later.

  • 2. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in vorige leden gestelde termijnen.

Artikel 11 Kwijtschelding

Bij de invordering van toeristenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 12 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de toeristenbelasting.

Artikel 13 Overgangsrecht

De "Verordening op de heffing en de invordering van Toeristenbelasting 2017" van 13 december 2016, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 14, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 14 Inwerkingtreding

  • 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2018.

Artikel 15 Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als de “ Verordening toeristenbelasting 2018” .

Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Cranendonck

in de openbare vergadering d.d. 12 december 2017.

DE RAAD VOORNOEMD,

De griffier,De voorzitter,
mr. P.J.F. Bemelmansmr. H.C.R.M. de Wijkerslooth