Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Deventer

Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Deventer houdende regels omtrent de heffing en de invordering van Marktprecariobelasting Verordening Marktprecariobelasting 2019

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieDeventer
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening van de gemeenteraad van de gemeente Deventer houdende regels omtrent de heffing en de invordering van Marktprecariobelasting Verordening Marktprecariobelasting 2019
CiteertitelVerordening Marktprecariobelasting 2019
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Deze regeling vervangt de Verordening Marktprecariobelasting 2018.

De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2019.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

artikel 228 van de Gemeentewet

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

22-11-2018nieuwe regeling

07-11-2018

gmb-2018-248160

2018-001335

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Deventer houdende regels omtrent de heffing en de invordering van Marktprecariobelasting Verordening Marktprecariobelasting 2019

De raad van de gemeente Deventer,

 

Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 25 september 2018, 2018-001335

 

Gelet op artikel 228 van de Gemeentewet;

 

BESLUIT

Vast te stellen de Verordening op de heffing en de invordering van Marktprecariobelasting 2019.

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

markt: de door het college ingestelde warenmarkt, als bedoeld in artikel 1 van de Marktverordening van de gemeente Deventer en de overige markten in de gemeente Deventer;

standplaats: de ruimte die voor de duur van de markt is aangewezen voor het uitoefenen van de markthandel;

vaste standplaats: de standplaats die voor onbepaalde tijd ter beschikking is gesteld aan een

vergunninghouder;

dagplaats: de standplaats die per marktdag beschikbaar wordt gesteld aan een

vergunninghouder;

vergunninghouder: degene aan wie door het college vergunning is verleend voor het innemen

van een standplaats;

marktmeester: de persoon die als zodanig is aangewezen door het college.

week: periode van zeven achtereenvolgende dagen, beginnende met de maandag.

maand: kalendermaand.

jaar: kalenderjaar.

Artikel 2. Aard van de heffing en belastbaar feit

Onder de naam Marktprecariobelasting wordt een belasting geheven ter zake van het, in verband met het innemen van een standplaats op de markt, hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond op de dag, de plaats en gedurende de tijd dat ter plaatse een markt wordt gehouden.

Artikel 3. Belastingplicht

  • 1.

    De belasting wordt geheven van degene van wie of ten behoeve van wie de in artikel 2 bedoelde voorwerpen aanwezig zijn.

  • 2.

    Ter zake van een vaste plaats wordt als belastingplichtige, bedoeld in het eerste lid, aangemerkt de vergunninghouder.

Artikel 4: Tarieven.

  • 1.

    De belasting voor het hebben van voorwerpen als bedoeld in artikel 2 bedraagt voor de dinsdag -, woensdag- of donderdagmarkt in Deventer of de zaterdagmarkt in Bathmen per m²

    • 1.

      voor een dag of een gedeelte van een dag € 1,00

      doch met een minimum van € 7,97

    • 2.

      bij een vergunning zonder tijdsbepaling of voor een jaar of langer verleend,

      voor elk jaar. € 39,77

  • 2.

    De belasting voor het hebben van voorwerpen als bedoeld in artikel 2 bedraagt voor de vrijdag – of zaterdagmarkt op de Brink per m²

    • 1.

      voor een dag of een gedeelte van een dag € 1,39

      doch met een minimum van € 11,16

    • 2.

      bij een vergunning zonder tijdsbepaling of voor een jaar of langer verleend,

      voor elk jaar. € 54,64

  • 3.

    De belasting voor het hebben van voorwerpen als bedoeld in artikel 2 bedraagt voor de jaarlijkse Goede vrijdagmarkt, en de Kerstmarkt, per m²

    • 1.

      voor een dag of een gedeelte van een dag € 1,44

      doch met een minimum van € 11,58

Artikel 5. Meetvoorschrift

  • 1.

    Voor de toepassing van artikel 4, eerste lid, wordt de som van de oppervlakte van de voorwerpen in aanmerking genomen, ongeacht of een voorwerp zich in, op of boven de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond bevindt.

  • 2.

    De oppervlakte van ieder voorwerp wordt bepaald op tenminste 0,5 m2. De som van de oppervlakte van de voorwerpen wordt bepaald op ten hoogste de oppervlakte van de standplaats, waarbij een deel van een eenheid als een volle eenheid wordt aangemerkt.

Artikel 6. Tussentijdse aanvang van de belastingplicht

Indien de belastingplicht voor een vaste plaats in de loop van het jaar aanvangt, wordt in het geval dat de belastingplichtige kiest voor de belastingheffing per jaar, de belasting berekend over het aantal volle weken van het jaar dat resteert bij aanvang van de belastingplicht

Artikel 7. Ontstaan van de belastingplicht

De belasting is verschuldigd bij de aanvang van de belastingplicht.

Artikel 8. Ontheffing

Indien de belasting wordt geheven per jaar, wordt over het aantal dagen dat van de vaste plaats geen gebruik is gemaakt, ontheffing verleend indien:

  • a.

    de aan de belastingplichtige verleende vergunning is ingetrokken;

  • b.

    de belastingplichtige aantoont dat hij ten gevolge van ziekte gedurende een aaneengesloten periode van tenminste een maand de vaste plaats niet heeft kunnen innemen;

  • c.

    de belastingplichtige is geschorst.

Artikel 9. Heffingstijdvak en wijze van heffing

  • 1.

    De heffing van de belasting vindt plaats:

    • a.

      bij wege van aanslag indien het betreft een vaste standplaats;

    • b.

      bij wege van schriftelijke gedagtekende kennisgeving in de overige gevallen.

  • 2.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor de naar jaartarieven geheven precariobelasting voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde precariobelasting als er in dat tijdvak, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

Artikel 10. Termijnen van betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de gevorderde bedragen worden voldaan binnen 30 dagen na dagtekening van de schriftelijke kennisgeving.

  • 2.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.

  • 3.

    In afwijking in zoverre van het tweede lid, geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden in het belastingjaar waarin de aanslagen worden opgelegd overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten minste drie en ten hoogste tien bedraagt. De eerste termijn vervalt op de 25e dag van de maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

  • 4.

    In afwijking van het derde lid van dit artikel moeten aanslagen, die voldoen aan de daar genoemde criteria, die worden opgelegd ná het belastingjaar waarop zij betrekking hebben, worden betaald in drie gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de volgende termijnen telkens een maand later.

  • 5.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 11. Kwijtschelding

Van de belasting wordt geen kwijtschelding als bedoeld in artikel 26 van de Invorderingswet 1990 verleend.

Artikel 12. Nadere regels

Het college kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van Marktprecariobelasting.

Artikel 13. Inwerkingtreding, overgangsbepaling en citeertitel

  • 1.

    De Verordening Marktprecariobelasting 2018 vastgesteld door de raad van Deventer op 8 november 2017, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 2.

    Deze verordening treedt 1 dag na de dag van de bekendmaking in werking.

  • 3.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2019.

  • 4.

    Deze verordening wordt aangehaald als: "Verordening Marktprecariobelasting 2019".

     

 

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 7 november 2018

De raad voornoemd,

de griffier,

R. Weernekers

de voorzitter,

R.C. König