Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Dordrecht

Verordening ontheffingen autovrij gebied Dordrecht

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieDordrecht
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening ontheffingen autovrij gebied Dordrecht
CiteertitelVerordening ontheffingen autovrij gebied Dordrecht
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpbestuur en recht
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Wegenverkeerswet 1994, art. 150
  2. Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, art. 87

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

23-12-200803-12-2008artt. 1 t/m 4 en art. 7

02-12-2008

Gemeentenieuws, 2008-12-22

2008, SO/2008/6729
01-12-2002nieuwe regeling

09-07-2002

Gemeentenieuws 2002-08-07

2002, GB/2002/1918

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening ontheffingen autovrij gebied Dordrecht

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

a.

voetgangerszone:

het door het college van burgemeester en wethouders bij besluit aangewezen gedeelte van de binnenstad, waarvan de toegang is aangeduid met de verkeersborden model C1 en G7 van bijlage I van het RVV 1990 en dat in geel is aangegeven op de bij deze verordening behorende en als bijlage bijgevoegde kaart;

b.

autoluw gebied:

het door het college van burgemeester en wethouders bij besluit aangewezen gedeelte van de binnenstad dat gesloten is voor motorvoertuigen, met uitzondering van het openbaar vervoer en ontheffinghouders, waarvan de toegang is aangeduid met het verkeersbord model C12 van bijlage I van het RVV 1990 en dat in groen is aangegeven op de bij deze verordening behorende en als bijlage bijgevoegde kaart;

c.

autovrij gebied:

het gedeelte van de binnenstad dat gevormd wordt door de in sub a van dit artikel bedoelde voetgangerszone, het in sub b van dit artikel bedoelde gebied gesloten voor motorvoertuigen en de knips, zoals bedoeld onder o (en als kruis aangeduid op de bij deze verordening behorende en als bijlage bijgevoegde kaart);

d.

voertuig:

motorvoertuig, gehandicaptenvoertuig en wagen;

e.

gehandicaptenvoertuig:

voertuig dat is ingericht voor het vervoer van een gehandicapte, niet breder is dan 1,10 meter en niet is uitgerust met een motor, dan wel is uitgerust met een motor waarvan de door de constructie bepaalde maximumsnelheid niet meer dan 45 km per uur bedraagt, en geen bromfiets is;

f.

ontheffing:

een in de zin van artikel 87 RVV 1990 door het college van burgemeester en wethouders verleende ontheffing, krachtens welke het is toegestaan om met een voertuig het autovrije gebied of een gedeelte daarvan binnen te rijden;

g.

ontheffinghouder:

de natuurlijke of rechtspersoon aan wie de ontheffing is verleend;

h.

ontheffingpas/transponder:

het middel waarmee de ontheffinghouder zich bij de poller toegang tot het autovrije gebied kan verschaffen;

i.

eigen parkeergelegenheid:

een parkeerplaats op een terrein of in een garage in eigendom bij, uitgegeven in erfpacht of verhuurd aan de aanvrager van de ontheffing, dan wel een parkeerplaats te huur of te koop op het terrein of in de garage van een complex waarvan in de bouwvergunning, de huur- of koopovereenkomst of de erfpachtvoorwaarden is vastgelegd dat deze is bedoeld als parkeergelegenheid voor de aanvrager. Onder eigen parkeergelegenheid in de zin van deze verordening wordt tevens verstaan een door het college van burgemeester en wethouders aangewezen gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats;

j.

onmiddellijk laden en lossen van goederen:

het onmiddellijk, nadat het voertuig tot stilstand is gebracht, bij voortduring in- of uitladen van goederen van enige omvang of enig gewicht gedurende de tijd die daarvoor nodig is;

k.

route:

de route die de ontheffinghouder dient te volgen voor het bereiken van zijn bestemming in het autovrije gebied;

l.

periode:

de periode, met een minimum van een dag en een maximum van twaalf maanden, gedurende welke de ontheffing van kracht is;

m.

tijdvak:

de uren van de dag gedurende welke de ontheffinghouder daadwerkelijk van zijn ontheffing gebruik kan maken, dat wil zeggen zich bij de poller toegang tot het autovrije gebied kan verschaffen;

n.

poller:

beweegbare paal, geplaatst ter afsluiting van het autovrije gebied, waar de ontheffinghouder zichzelf met een ontheffingpas of transponder toegang tot het autovrije gebied kan verschaffen of waar hem door de beheercentrale toegang tot het autovrije gebied kan worden verschaft.

o.

Knip:

beweegbare paal, geplaatst om het doorgaand verkeer uit de historische binnenstad te weren, waar hulpdiensten en ontheffinghouders zichzelf met een ontheffingspas of transponder doorgang kunnen verschaffen.

p.

Venstertijden:

tijden waarin het is toegestaan het autoluwe- en het voetgangersgebied in te rijden ten behoeve van het laden en lossen van goederen of het in- en uit laten stappen van passagiers.

Artikel 2 Verlenen ontheffing

  • 1.

    Het college van burgemeester en wethouders kan op een daartoe strekkende aanvraag een ontheffing verlenen aan de eigenaar of houder van een voertuig voor:

    • a.

      het binnenrijden van (een gedeelte van) het autovrije gebied ten behoeve van de uitvoering van werkzaamheden waarbij de aanwezigheid van het voertuig noodzakelijk is;

    • b.

      het binnenrijden van (een gedeelte van) het autovrije gebied ten behoeve van het bereiken van eigen parkeergelegenheid;

    • c.

      het binnenrijden van (een gedeelte van) het autovrije gebied ten behoeve van het onmiddellijk in- of uitstappen van passagiers of het onmiddellijk laden of lossen van goederen.

  • 2.

    Als venstertijden, gedurende welke het binnenrijden van het autoluwe gebied met een voertuig is toegestaan, worden aangewezen:

    • maandag, dinsdag, woensdag en vrijdag van 0.00 uur – 11.00 uur en van 17.00 uur – 24.00 uur;

    • donderdag van 0.00 uur – 11.00 uur en van 21.00 uur – 24.00 uur; en

    • zaterdag van 0.00 uur – 11.00 uur en van 18.00 uur – 24.00.

  • 3.

    De categorieën hulpdiensten (politie, (dieren)ambulance en brandweer) zijn vrijgesteld van de verplichting tot het aanvragen van een ontheffing, wanneer deze het autovrije gebied willen binnenrijden.

  • 4.

    Het college van burgemeester en wethouders kan op een daartoe strekkende aanvraag een ontheffing verlenen aan bewoners en bedrijven woonachtig of gevestigd in vergunninghouderssector A of het gedeelte van sector D ten noorden van de Spuihaven. Ontheffing kan worden verleend van het verkeersteken C12 (gesloten voor alle bestuurders) geplaatst op de Vest en de Grote Markt.

  • 5.

    Het college van burgemeester en wethouders kan, indien zij dit noodzakelijk acht, de aanvraag voor een ontheffing voor nader advies voorleggen aan een deskundige.

  • 6.

    Het college van burgemeester en wethouders beslist binnen acht weken na ontvangst op de aanvraag voor een ontheffing.

  • 7.

    Voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een ontheffing zijn leges verschuldigd conform de Legesverordening van de gemeente Dordrecht. Voor het verstrekken van een ontheffingpas of een transponder wordt ter bescherming van het belang van een zorgvuldig gebruik van deze middelen een waarborgsom in rekening gebracht, die bij in levering van de ontheffingpas of de transponder wordt terugbetaald.

Artikel 3 Gegevens, voorschriften en beperkingen

  • 1.

    Een ontheffing bevat in ieder geval de volgende gegevens:

    • a.

      naam en adres van de ontheffinghouder;

    • b.

      het kenteken en/of de bedrijfsnaam en/of andere kenmerken van het voertuig waarvoor de ontheffing is verleend;

    • c.

      de periode waarvoor de ontheffing geldt en het tijdvak gedurende welke de ontheffing gebruikt kan worden;

    • d.

      het gebied en de route waarvoor de ontheffing geldt;

    • e.

      een omschrijving van de verboden waarvan ontheffing is verleend.

  • 2.

    Het college van burgemeester en wethouders kan aan een ontheffing voorschriften verbinden die strekken tot bescherming van het belang van het verbeteren van de leefbaarheid en bereikbaarheid van de binnenstad, een goede handhaving van de wegenverkeerswetgeving en de daarop gebaseerde besluiten, het verzekeren van de veiligheid op de weg en het beschermen van weggebruikers en passagiers.

  • 3.

    Het college van burgemeester en wethouders kan, indien bijzondere omstandigheden dit noodzakelijk maken, aan een ontheffing beperkingen verbinden met betrekking tot de periode, het tijdvak, het gebied en de route waarvoor de ontheffing van kracht is.

Artikel 4 Intrekkings- en wijzigingsgronden

Het college van burgemeester en wethouders kan een ontheffing intrekken of wijzigen:

  • a.

    op verzoek van de ontheffinghouder;

  • b.

    wanneer de ontheffinghouder het gebied waarvoor de ontheffing is verleend metterwoon verlaat of het daar uitgeoefende beroep of bedrijf beëindigt;

  • c.

    wanneer zich een wijziging voordoet in een van de omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van de ontheffing;

  • d.

    wanneer de ontheffinghouder handelt in strijd met de ontheffing of de daaraan verbonden voorschriften of beperkingen;

  • e.

    wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de ontheffing onjuiste gegevens zijn verstrekt;

  • f.

    wanneer de ontheffinghouder de voor het autovrije gebied geldende verkeersregels en verkeerstekens meer dan eenmaal heeft overtreden;

  • g.

    wanneer voor het betreffende gebied de aanwijzing tot voetgangerszone of gebied gesloten voor motorvoertuigen wordt ingetrokken;

  • h.

    wanneer de geslotenverklaring (C12) op de Grote Markt of de Vest wordt ingetrokken.

  • i.

    om redenen van openbaar belang

Artikel 5 Nadere regels

Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd nadere regels te stellen met betrekking tot het aanvragen, het verlenen en het gebruik van een ontheffing.

Artikel 6 Hardheidsclausule

Het college van burgemeester en wethouders kan van de bepalingen van deze verordening afwijken, voor zover toepassing leidt tot onbillijkheid van overwegende aard, dan wel ter voorkoming van onbedoelde effecten.

Artikel 7 Strafbepaling

Overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze verordening wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of een geldboete van de eerste categorie.

Artikel 8 Slot- en overgangsbepalingen

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking op 1 december 2002.

  • 2.

    De voor de inwerkingtreding van deze verordening verleende ontheffingen behouden gedurende zestien weken hun geldigheid. De betrokken ontheffinghouders krijgen gedurende deze periode bij de pollers van het autovrije gebied toegang op vertoning van hun ontheffing.

  • 3.

    Deze verordening kan warden aangehaald als "Verordening ontheffingen autovrij gebied Dordrecht".

    [“warden” moet zijn “worden”]

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 9 juli 2002.

de griffier

de voorzitter

Bijlage