Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Edam-Volendam

Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Edam-Volendam 2017

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieEdam-Volendam
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingBesluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Edam-Volendam 2017
CiteertitelBesluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Edam-Volendam 2017
Vastgesteld doorcollege van burgemeester en wethouders
Onderwerpmaatschappelijke zorg en welzijn
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Gemeentewet, art. 147
  2. Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Edam-Volendam, art. 12

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

12-05-201701-01-2017Nieuwe regeling

07-03-2017

Gemeenteblad, 11 mei 2017

Geen

Tekst van de regeling

Intitulé

Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Edam-Volendam 2017

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Edam-Volendam;

gelet op artikel 12 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Edam-Volendam 2016;

besluit vast te stellen het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Edam-Volendam2017.

Artikel 1. Definities en begrippen

Alle definities en begrippen in dit besluit hebben dezelfde betekenis als in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Verordening maatschappelijke ondersteuning Edam-Volendam 2016.

Artikel 2. Hoogte persoonsgebonden budget (pgb)

  • 1.

    De hoogte van een pgb:

    • a.

      wordt bepaald aan de hand van een door de cliënt opgesteld plan over hoe hij het pgb gaat besteden;

    • b.

      is toereikend om veilige, doeltreffende en kwalitatief goede diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, van derden te betrekken, en wordt indien nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering, en

    • c.

      bedraagt niet meer dan de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate voorziening in natura.

  • 2.

    De hoogte van een pgb voor:

    • a.

      een nieuwe zaak wordt bepaald op ten hoogste de kostprijs van de voorziening als de voorziening in natura zou zijn verstrekt, rekening houdend met een eventueel door de gemeente te ontvangen korting en rekening houdend met onderhoud en verzekering;

    • b.

      een tweedehands zaak wordt bepaald op ten hoogste de kostprijs van een vergelijkbare nieuwe voorziening rekening houdend met een eventueel door de gemeente te ontvangen korting en verminderd met een percentage vanwege afschrijving en rekening houdend met onderhoud en verzekering;

    • c.

      hulp bij het huishouden:

      • -

        het tarief voor personen uit het sociale netwerk van de cliënt bedraagt maximaal € 16,52 per uur;

      • -

        het maximale uurtarief bij een professionele hulp bedraagt voor HBH1 € 16,52, voor HBH2 € 23,26 en voor HBH3 € 24,28;

    • d.

      begeleiding/ dagbesteding/ kortdurend verblijf door een:

      • -

        persoon uit het sociale netwerk van de cliënt bedraagt maximaal € 20,- per uur of dagdeel en maximaal € 30,- per etmaal (bij kortdurend verblijf), maar kan nooit hoger zijn dan 80% van het gecontracteerde tarief geldend op 1 januari van het betreffende kalenderjaar voor de betreffende zorg in natura;

      • -

        daartoe opgeleid persoon werkzaam bij een professionele organisatie danwel werkzaam als zelfstandige zonder personeel (zzp-er) bedraagt 80% van het gecontracteerde tarief geldend op 1 januari van het betreffende kalenderjaar voor de betreffende zorg in natura.

    • e.

      vervoer van en naar de dagbesteding wordt bepaald op maximaal het gecontracteerde tarief voor het betreffende vervoer in natura;

    • f.

      gebruik van een (eigen) auto wordt bepaald op maximaal € 1.421,- per jaar;

    • g.

      gebruik van een bruikleenauto wordt bepaald op maximaal € 847,- per jaar;

    • h.

      taxikosten wordt bepaald op maximaal € 1.650,- per jaar;

    • i.

      rolstoeltaxikosten wordt bepaald op maximaal € 2.450,- per jaar;

    • j.

      aanpassing aan de eigen auto bedraagt de volledige kostprijs van de noodzakelijke voorzieningen op basis van een goedgekeurde offerte.

    • k.

      aanpassing van de eigen auto bedraagt maximaal € 2.000,- indien de persoon met beperkingen geïndiceerd is voor het collectief systeem van aanvullend openbaar vervoer maar niet in aanmerking wil komen voor de collectieve voorziening. Deze autoaanpassing kan alleen worden verstrekt in plaats van het collectief vervoer als deze voor een periode van minimaal vijf jaar adequaat wordt geacht. In aanvulling op dit pgb kan geen pgb toegekend worden voor de kosten van gebruik eigen auto of (rolstoel)taxi. Het pgb wordt niet vaker dan eens per vijf jaar verstrekt. Het pgb geldt tevens als bijdrage voor het onderhoud en reparatie van de autoaanpassing.

    • l.

      verhuiskosten voor een alleenstaande of gehuwden zonder minderjarige kinderen wordt bepaald op maximaal € 2.499,-;

    • m.

      verhuiskosten voor een alleenstaande of gehuwden met minderjarige kinderen wordt bepaald op maximaal € 3.749,-;

    • n.

      verhuiskosten voor personen die op verzoek van de gemeente een aangepaste woning vrijmaken wordt bepaald op € 3.749,-;

    • o.

      aanschaf en onderhoud van een sportrolstoel wordt bepaald op maximaal € 3.000,- en wordt maximaal één keer per drie jaar verstrekt;

    • p.

      het bezoekbaar maken van een woning ten behoeve van een inwoner van de gemeente Edam-Volendam wordt bepaald op maximaal € 5.000,-;

    • q.

      woningsanering bedraagt maximaal € 56,00 per strekkende meter, wanneer het gaat om het vervangen van zachte door harde vloerbedekking.Voor woningsanering gelden de volgende afschrijvingstermijnen:

      • -

        is een artikel nieuwer dan 2 jaar: 100% vergoeding

      • -

        is een artikel 2-4 jaar oud: 75% vergoeding

      • -

        is een artikel 4-6 jaar oud: 50% vergoeding

      • -

        is een artikel 6-8 jaar oud; 25% vergoeding

      • -

        is een artikel 8 jaar of ouder: geen vergoeding.

Artikel 3. Bijdrage voor algemene voorzieningen

Een cliënt is voor alle in de gemeente aanwezige algemene voorzieningen de betreffende reguliere bijdrage in de kosten verschuldigd.

Artikel 4. Bijdrage voor maatwerkvoorzieningen of pgb’s

  • 1.

    De bedragen per vier weken, de inkomensbedragen en de percentages die gelden voor de berekening van de eigen bijdrage zijn gelijk aan die genoemd in artikel 3.8, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015.

  • 2.

    De eigen bijdrage bedraagt niet meer dan de kostprijs van de voorziening.

  • 3.

    Voor een maatwerkvoorziening of pgb ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige is geen bijdrage verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is afgewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt.

  • 4.

    Geen bijdrage wordt opgelegd voor een pgb zoals genoemd onder artikel 2 lid 2 sub f, g, h, i, k, l, m, n en o van dit besluit.

  • 5.

    Geen bijdrage wordt opgelegd voor een rolstoel en het collectief vervoer.

Artikel 5. Klanttarief collectief vervoer

  • 1.

    In het collectief vervoer betaalt de klant een bedrag dat vergelijkbaar is met het kilometertarief van het reguliere openbaar vervoer.

  • 2.

    Het tarief voor een normale rit is € 0,90 voor het opstaptarief en € 0,15 per kilometer waarbij een kilometer afgerond wordt op een decimaal.

  • 3.

    Het tarief voor een plusrit is € 1,80 voor het opstaptarief en € 0,30 per kilometer waarbij een kilometer afgerond wordt op een decimaal.

Artikel 6. Anti-speculatiebeding

  • 1.

    De eigenaar-bewoner, die krachtens de verordening een woonvoorziening heeft ontvangen die leidt tot waardestijging van de woning, dient bij verkoop van deze woning binnen een periode van tien jaar na gereed melding van de voorziening, deze verkoop van de woning onverwijld aan het college te melden. De meerwaarde die door het treffen van de voorziening is ontstaan dient gedeeltelijk aan de gemeente te worden terugbetaald tot maximaal het door de gemeente gesubsidieerde bedrag voor de in de woning getroffen voorzieningen.

  • 2.

    De restitutie als bedoeld in het eerste lid bedraagt:

    • a.

      bij verkoop binnen 1 jaar na gereedmelding: 100 procent van de meerwaarde;

    • b.

      bij verkoop binnen 2 jaar na gereedmelding: 90 procent van de meerwaarde;

    • c.

      bij verkoop binnen 3 jaar na gereedmelding: 80 procent van de meerwaarde;

    • d.

      bij verkoop binnen 4 jaar na gereedmelding: 70 procent van de meerwaarde;

    • e.

      bij verkoop binnen 5 jaar na gereedmelding: 60 procent van de meerwaarde;

    • f.

      bij verkoop binnen 6 jaar na gereedmelding: 50 procent van de meerwaarde;

    • g.

      bij verkoop binnen 7 jaar na gereedmelding: 40 procent van de meerwaarde;

    • h.

      bij verkoop binnen 8 jaar na gereedmelding: 30 procent van de meerwaarde;

    • i.

      bij verkoop binnen 9 jaar na gereedmelding: 20 procent van de meerwaarde;

    • j.

      bij verkoop binnen 10 jaar na gereedmelding: 10 procent van de meerwaarde.

    De vaststelling van de eventuele meerwaarde geschiedt door een beëdigd taxateur, aan te wijzen en te betalen door het college.

Artikel 7. Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Dit besluit treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking.

  • 2.

    Dit besluit werkt terug tot 1 januari 2017.

  • 3.

    Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Edam-Volendam 2017.

Burgemeester en wethouders van Edam-Volendam,

de secretaris, drs. MA.J.R. Hermans

de burgemeester, L.J. Sievers

Toelichting Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Edam-Volendam 2017

Vanaf 1 januari 2015 is de Wmo 2015 in werking getreden en zijn gemeenten verantwoordelijk voor een belangrijk deel van de ondersteuning aan burgers die zelf onvoldoende zelfredzaam zijn of onvoldoende in staat zijn tot participatie. De verantwoordelijkheid van de gemeente is uitgebreid met taken vanuit de landelijke AWBZ (Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten).

In de Verordening maatschappelijke ondersteuning Edam-Volendam 2016 zijn gemeentelijke keuzes vastgelegd. In dit Besluit maatschappelijke ondersteuning zijn de financiële regels voor de uitvoering van de Wmo 2015 opgenomen. Dit Besluit is afgeleid van het landelijke Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. In dit besluit zijn nadere regels gesteld om te borgen dat in alle gemeenten een uniforme systematiek voor het vaststellen van inkomens- en vermogensafhankelijke bijdragen in de kosten worden gehanteerd.

 

Artikelsgewijze toelichting

Enkel die bepalingen die nadere toelichting behoeven, worden hieronder behandeld.

 

Artikel 2. Hoogte persoonsgebonden budget (pgb)

Bij de diverse tarieven is rekening gehouden met de deskundigheid van de zorgaanbieder.

Desondanks komt een daartoe opgeleid persoon werkzaam bij een professionele organisatie danwel werkzaam als zelfstandige zonder personeel (zzp-er) niet voor vergoeding van hetzelfde tarief als zorg in natura in aanmerking. Elke zorgaanbieder die aan de voorwaarden voldoet kan in aanmerking komen voor een contract met de gemeente voor levering van ondersteuning. De ondersteuning wordt dan als zorg in natura geleverd. Door bij een pgb een lagere vergoeding toe te staan wordt voorkomen dat aanbieders geen contract tekenen om onder bepaalde voorwaarden uit te komen. Bovendien is een belangrijk argument voor de keuze van een lager percentage om te komen tot een systeemverandering. Met de gecontracteerde aanbieders wordt een transitieagenda opgesteld waarin op basis van partnerschap gewerkt wordt aan het transformeren van het systeem.

In de Wmo bestond de mogelijkheid om financiële tegemoetkomingen te verstrekken. In de Wmo 2015 is deze mogelijkheid niet opgenomen. De gedachte hierachter is dat er in alle gevallen maatwerk geleverd moet worden en daar past een financiële tegemoetkoming niet bij. In de praktijk is dit echter nagenoeg niet uitvoerbaar. Vandaar dat voor een aantal kosten de vergoeding in de vorm van een pgb wordt verstrekt.

 

Artikel 4. Bijdrage voor maatwerkvoorzieningen of pgb’s

De rijksoverheid stelt jaarlijks in het Uitvoeringsbesluit Wmo de grenzen vast voor de maximaal op te leggen bijdrage. Het huidige beleid wordt voortgezet, waarbij de bijdrage wordt bepaald op basis van deze landelijk geldende regels. Deze zijn inkomensafhankelijk.

In artikel 12 lid 2 onder c van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Edam-Volendam 2016 is opgenomen dat het college bij nadere regeling kan bepalen of er een eigen bijdrage wordt opgelegd wanneer een woningaanpassing ten behoeve van een minderjarig kind nodig is. In dit artikel wordt uitvoering gegeven aan dit artikel en wel zo dat de eigen bijdrage niet wordt opgelegd.

Er wordt geen bijdrage opgelegd voor een pgb zoals genoemd onder artikel 2 lid 2 sub f, g, h, i, k, l, m, n en o van dit besluit. Het gaat hier namelijk om forfaitaire bedragen, zoals een verhuiskostenvergoeding, een auto- of taxikostenvergoeding. Dit forfaitaire bedrag betreft een tegemoetkoming, welke los van de werkelijke kosten en los van het inkomen wordt vastgesteld. Het is geen kostendekkend bedrag en wordt daarom niet op het inkomen van de aanvrager afgestemd.

 

Artikel 5. Klanttarief collectief vervoer

In dit artikel worden de tarieven aangegeven die een cliënt dient te betalen bij gebruikmaking van het collectief vervoer. Alleen in geval van eenmalige belangrijke gebeurtenissen in de privésfeer kan er gebruik gemaakt worden van een plus-rit. Dit zijn bijvoorbeeld inzegening van een huwelijk, begrafenis of een examen.

 

Artikel 6. Anti-speculatiebeding

Dit artikel geeft aan dat bij de verkoop van een aangepaste woning binnen tien jaar een eventueel bedrag, dat het gevolg is van de meerwaarde van de woning door de aanpassing, aan het college moet worden terugbetaald.