Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Ede

Beleidsregel vellen en herplanten houtopstanden

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieEde
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingBeleidsregel vellen en herplanten houtopstanden
Citeertitel
Vastgesteld doorcollege van burgemeester en wethouders
Onderwerpmilieu
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Door een technische fout is de regeling opnieuw gepubliceerd, oorspronkelijke bekendmaking in Gemeenteblad 2016, 1398

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xhtmloutput/Historie/Ede/CVDR246703/CVDR246703_6.html

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-01-2017nieuwe regeling

06-12-2016

gmb-2017-4457

59043

Tekst van de regeling

Intitulé

Beleidsregel vellen en herplanten houtopstanden

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ede;

gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en artikel 4:11b en 4:11c van de Algemene plaatselijke verordening Ede 2012;

overwegende dat:

- de gemeente Ede een groen imago heeft dat zij wenst te behouden;

- monumentale en waardevolle bomen en groenstructuren belangrijk zijn voor de herkenbaarheid en de identiteit van de omgeving en vormen gezamenlijk een belangrijk onderdeel van de ecologische infrastructuur.

Artikel 1 Begripsbepalingen

In dit besluit wordt verstaan onder:

compenserende maatregelen: herplant en maatregelen ter verbetering van de waarde en verlenging van de levensduur van bestaande houtopstanden.

monumentale boom, waardevolle houtopstand, houtopstand in groenstructuur hetgeen daaronder wordt verstaan in de nadere regel kappen houtopstanden Ede.

Artikel 2 Verlening omgevingsvergunning

1. Het college verleent een omgevingsvergunning voor het vellen van een monumentale houtopstand, waardevolle houtopstand of houtopstand in groenstructuur indien:

a. uit boomtechnisch onderzoek blijkt dat de houtopstand niet te handhaven is;

b. uit boomtechnisch onderzoek blijkt dat de gezondheidstoestand van de houtopstand onomkeerbaar onvoldoende is;

c. de houtopstand in een onomkeerbaar slechte conditie verkeert, waardoor verval binnen tien jaar is te verwachten;

d. de houtopstand in de weg staat bij de realisering van concrete gemeentelijke plannen voor herinrichting van de woon- en leefomgeving die niet kunnen worden uitgevoerd zonder de houtopstand te vellen;

e. de houtopstand in de weg staat bij de uitvoering van activiteiten die niet kunnen worden uitgevoerd zonder de houtopstand te verwijderen en waarvoor:

1° een omgevingsvergunning is verleend;

2° een aanvraag voor een omgevingsvergunning is ingediend die naar oordeel van het bevoegd gezag kan worden gehonoreerd.

2. Het college kan een omgevingsvergunning verlenen voor het vellen van een monumentale houtopstand, waardevolle houtopstand of houtoptand in groenstructuur indien de houtopstand ernstige overlast veroorzaakt die niet op andere wijze kan worden weggenomen.

3. Het college kan een omgevingsvergunning verlenen voor het vellen van een waardevolle houtopstand of een houtopstand in groenstructuur indien:

a. de houtopstand onder- en of bovengronds beperkte ontwikkelingsmogelijkheden heeft;

b. de houtopstand tot een soort behoort die een zodanige levensverwachting heeft dat de houtopstand de monumentale status nooit zal bereiken.

4. Het college kan voorts een omgevingsvergunning verlenen voor het vellen van een houtopstand in groenstructuur indien:

a. de houtopstand onderstandig is;

b. het andere houtopstanden met betere ontwikkelingsmogelijkheden beperkt.

Artikel 3 Onmiddellijke inwerkingtreding omgevingsvergunning noodkap

Indien een omgevingsvergunning wordt verleend op basis van artikel 4:11, vijfde lid, van de APV Ede 2012 dan maakt het college gebruik van zijn bevoegdheid op grond van artikel 6.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

Artikel 4 Herplantplicht monumentale en waardevolle houtopstand

1. Als een omgevingsvergunning wordt verleend met toepassing van artikel 2, eerste lid, onder a, b of c dan verbindt het college daaraan de voorwaarde dat een houtopstand van dezelfde soort in de directe omgeving wordt aangeplant met een handelsmaat (stamomtrek) van minimaal 20-25 cm.

2. Als een omgevingsvergunning wordt verleend met toepassing van artikel 2, eerste lid, onder d of e dan verbindt het college daaraan de voorwaarde dat volledige compensatie plaatsvindt. De compensatie wordt opgelegd:

a. in de vorm van een voorwaarde tot herplant op het zelfde perceel van één of meerdere houtopstanden met een handelsmaat (stamomtrek) van minimaal 20-25 cm waarvan ten minste één van dezelfde soort als de houtopstand waarvoor de omgevingsvergunning is aangevraagd;

b. indien herplant als bedoeld onder a op hetzelfde perceel niet mogelijk blijkt: compensatie in de vorm van een bijdrage in het gemeentelijke bomenfonds.

3. Indien de vergunningsplichtige houtopstand wordt geveld zonder of in afwijking van een verleende omgevingsvergunning is het tweede lid van overeenkomstige toepassing.

4. Het bepaalde in dit artikel blijft buiten toepassing:

a. indien voor compensatie voor het vellen van de houtopstand een regeling is getroffen in het bestemmingsplan;

b. indien compenserende maatregelen in de omgeving (feitelijk) onmogelijk zijn.

Artikel 5 Herplantplicht houtopstand in groenstructuur

1. Als het college de omgevingsvergunning verleent voor het vellen van een boom in een groenstructuur die essentieel is voor de structuur dan verbindt het aan de vergunning de voorwaarde dat een boom van dezelfde soort in de directe omgeving aangeplant moet worden met een handelsmaat (stamomtrek) van minimaal 18-20 cm.

2. Als de vergunningsplichtige houtopstand wordt geveld zonder of in afwijking van een verleende omgevingsvergunning dan ziet het college toe op volledige compensatie:

a. in de vorm van een verplichting tot herplant van één of meerdere houtopstanden met een handelsmaat (stamomtrek) van minimaal 18-20 cm waarvan ten minste één van dezelfde soort als de houtopstand waarvoor de omgevingsvergunning is aangevraagd;

b. in de vorm van een bijdrage in het gemeentelijke bomenfonds indien compensatie door herplant niet of onvoldoende mogelijk is.

3. Artikel 4, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 6 Slotbepalingen

1. De beleidsregel herplant bomen wordt ingetrokken.

2. Deze beleidsregel treedt in werking op 1 januari 2017.

3. Deze beleidsregel kan worden aangehaald als: Beleidsregel vellen en herplanten houtopstanden.

 

Artikelsgewijze toelichting Beleidsregel vellen en herplanten houtopstanden

Algemeen

Als op grond van de Wet natuurbescherming een vergunning of ontheffing is vereist en voor dezelfde activiteit ook een omgevingsvergunning is vereist, dan wordt de natuurvergunning

of –ontheffing onderdeel van de omgevingsvergunning. Er zal sprake zijn van een aanvraagprocedure bij een loket, leidend tot een integrale vergunning. Aanvragers moeten naar waarheid aangeven of zij op de hoogte zijn van beschermde plant- en diersoorten.

Artikel 2

Sub 2.1.a., b. en c.

Voor monumentale en waardevolle bomen is een boomtechnisch onderzoek noodzakelijk. Het onderzoek moet worden uitgevoerd door een ter zake kundige. Onder een ter zake kundige wordt verstaan een persoon die zich op grond van zijn of haar professie (zelfstandig of in dienst bij een bedrijf) bezig houdt met het beheer en onderhoud van bomen, en aangesloten is bij de daarvoor in Nederland bestaande certificeringsorganisaties (Groenkeur, ETW etc.). VTA (Visual Tree Assessment) rapportage noodzakelijk. In de meeste gevallen gaat het om het opdrukken van de verharding. Er zijn situaties waarin de situatie alleen te herstellen is door een flink deel van de wortels te verwijderen. De boom kan daardoor instabiel worden en gevaar opleveren. De vitaliteit van de boom wordt zonder meer aangetast. Indirect gevaar kan ook ontstaan als mensen door de aanwezigheid van bomen in het trottoir worden gedwongen op straat te lopen. Soms is dat acceptabel maar bij een hoge verkeersdruk kan het onacceptabel zijn. Als alternatieven ontbreken, is het verwijderen van bomen de enige oplossing.

Sub 2.1.d., e.

Voor het kappen van houtopstanden vanwege een gemeentelijke herinrichtingsplan of een particuliere omgevingsvergunning is alleen aanleiding indien de plannen voldoende concreet zijn. Bij een gemeentelijke herinrichtingsplan zal het moeten gaan om een definitieve keuze voor een nieuwe vormgeving van de omgeving, waarbinnen de houtopstand niet gehandhaafd kan blijven.

Sub 2.2

Overlast is een subjectief begrip dat altijd in samenhang met de waarde van de boom moet worden bekeken. Voor monumentale en waardevolle bomen geldt een hoge norm. Voor de categorie bomen in de groenstructuur geldt een minder strenge beoordeling.

Doelstelling is om afwegingen zo objectief en navolgbaar mogelijk te maken, maar deze wel altijd te baseren op een zorgvuldig en kwalitatief oordeel door mensen met specifieke kennis van bomen. Bij overlast wordt de waarde van de boom, de specifieke situatie en het specifieke probleem in beschouwing genomen en uitgegaan van de volgende richtlijnen:

Niet als overlast worden gezien:

• Schaduw

• Vallende bladeren

• Stuifmeel

• Normale vallende vruchten en zaden

• Normale aanwezigheid van wortels

• Normale overhangende takken

 

De volgende verschijnselen kunnen als overlast gezien worden:

• Schade door wortels, verwijderen van bomen is denkbaar bij zeer ernstige en onoplosbare schade;

• Terugkerende schade aan riolering door wortel ingroei;

• Schaduw, verwijderen van bomen is denkbaar als bomen uitzonderlijk dicht bij gebouwen staan of bomen gezien hun uiteindelijke omvang en karakter overduidelijk niet passen in het straatprofiel (schaduw op zonnepanelen is geen reden voor snoeien of verwijderen van bomen aangezien energieopwekking niet primair de functie van gebouwen in het stedelijk gebied is);

• Vallende grote of zware vruchten, verwijderen van bomen is denkbaar bij extreme overlast in woonstraten;

• Zaailingen, verwijderen van bomen is denkbaar bij extreme overlast door één of enkele bomen;

• Schuren van takken, verwijderen van bomen is denkbaar bij bomen die uitzonderlijk dicht bij gebouwen staan;

• Takken voor verlichting straatlantaarns of verkeerslichten, verwijderen van bomen is denkbaar in uitzonderlijke of gevaarlijke situaties;

• Ziekten en insecten, verwijderen van bomen is denkbaar bij veel of ernstige klachten, beïnvloeding van de gezondheid, beïnvloeding van het functioneren van de openbare ruimte en besmettelijke zieken die een gevaar vormen voor andere bomen;

• “Druipen”, verwijderen van bomen is denkbaar bij extreme invloed op het functioneren van terrassen of parkeerplaatsen;

 

Sub 2.3.a

Als er te beperkte ondergrondse en/of bovengrondse ruimte is kan een houtopstand zich niet goed ontwikkelen. Vaak kwijnt de houtopstand weg of geeft juist overlast door het opdrukken van de verharding. De soort staat niet op de juiste plaats of de plaats is niet geschikt voor de soort. De houtopstand zal nooit de monumentale status kunnen bereiken.

 

Sub 2.3.b

Van een waardevolle boom wordt verwacht dat deze geruime tijd gehandhaafd kan worden als waardevol of dat deze zich kan ontwikkelen tot een monumentale boom. Sommige soorten hebben op 40 jarige leeftijd nog maar een beperkte levensduur en zullen dus nooit als monumentaal worden aangemerkt.

 

Sub 2.4.

Een boom is onderstandig als de boom onder de kruin van een andere boom groeit. De boom groeit vaak scheef, kan zich niet volledig ontwikkelen en belemmert soms de grotere boom in een goede kroonontwikkeling.

Artikel 3

Als een houtopstand gevaar oplevert kan een noodkap nodig zijn. Van gevaar wordt in dit geval gesproken als er kans is op persoonlijk letsel of kans op aanzienlijke schade. Kans op lichte schade is acceptabel. Het directe gevaar moet worden vastgesteld door een boomexpert die minimaal gecertificeerd is als European Tree Worker.

Artikel 4

Bij een compensatieplicht wordt het gebruik van streekeigen en autochtoon plantmateriaal gestimuleerd, waarbij tevens aandacht wordt gevraagd voor verbetering van de voedselsituatie voor onder andere vlinders en bijen.

Sub 1.

Het gaat hier om bomen in een kansloze standplaats, bomen die ziek zijn of een onomkeerbaar slechte conditie hebben. Om de omgeving groen te houden verbindt het college aan de omgevingsvergunning de voorwaarde dat in de omgeving van deze boom/bomen een of meerdere bomen terug geplant worden op een voor die boom/bomen kansrijke plek.

Sub 2.

Het gaat hier in principe om gezonde bomen die moeten wijken. Daarom verbindt het college aan de omgevingsvergunning de voorwaarde dat de volledige boomwaarde wordt gecompenseerd.

Artikel 5

Zie toelichting artikel 4 en 4 sub 1.

Aldus vastgesteld in de vergadering van burgemeester en wethouders d.d. 6 december 2016, nr. 59043.

de secretaris, w.g. ai VISSER

de burgemeester w.g. VAN DER KNAAP