Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Eindhoven

ASV Eindhoven

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieEindhoven
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingASV Eindhoven
CiteertitelASV Eindhoven
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpbestuur en recht
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Gemeentewet, art. 149
  2. Algemene wet bestuursrecht, art. 4:23

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

15-07-2014Wijziging

17-06-2014

Gemeenteblad 2014, nr. 58

onbekend
01-03-201418-06-2014Wijziging

18-02-2014

Gemeenteblad 2014, nr. 18

onbekend
12-09-201301-01-201318-06-2014Wijziging

03-09-2013

Gemeenteblad 2013, nr. 85

dhe/BC13018716
29-06-201118-06-2014Onbekend

31-05-2011

Gemeenteblad 2011, nr. 29

dhe/EJ11024152

Tekst van de regeling

Intitulé

ASV Eindhoven

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eindhoven maakt bekend, dat de raad van deze gemeente in de vergadering van 31 mei 2011 heeft ingetrokken de Subsidieverordening gemeente Eindhoven 2008 en heeft vastgesteld de navolgende

Algemene subsidieverordening gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    raad: raad van de gemeente Eindhoven;

  • b.

    college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eindhoven;

  • c.

    Awb: Algemene wet bestuursrecht;

  • d.

    jaarlijkse subsidie: subsidie die per kalenderjaar of voor een bepaald aantal kalenderjaren voor een periode van maximaal vier jaar wordt verstrekt;

  • e.

    eenmalige subsidie: een subsidie die wordt verstrekt voor een activiteit met een eenmalig of incidenteel karakter voor een van tevoren bepaalde tijd van maximaal vier jaar;

  • f.

    de minimisverklaring: de door het college vastgestelde verklaring inzake de minimissteun, als bedoeld in de Verordening (EG), nr. 1998/2006.

  • g.

    samenwerkingspartner: een derde met wie de subsidieontvanger de activiteiten uitvoert.

     

Artikel 2 Reikwijdte verordening

  • 1.

    Deze verordening is van toepassing op alle gemeentelijke subsidies, tenzij de verordening of bepalingen ervan bij afzonderlijk besluit van de raad buiten toepassing is of zijn verklaard.

  • 2.

    Subsidies kunnen worden verstrekt voor activiteiten die overeenkomen met de beleidsterreinen in de programmabegroting, zijnde Inkomen, Zorg en welzijn, Onderwijs en jeugd, Kunst, cultuur en sport, Openbare orde en veiligheid, Burger en bestuur, Ruimtelijk en Economische ontwikkeling.

  • 3.

    Subsidie op basis van deze verordening wordt verstrekt aan een rechtspersoon of een rechtspersoon in oprichting. Het college kan bij nadere regeling (hierna te noemen: subsidieregeling) bepalen dat subsidieverstrekking aan een natuurlijk persoon mogelijk is.

     

Artikel 3 Subsidieregelingen

  • 1.

    Het college kan subsidieregelingen vaststellen, waarin de te subsidiëren activiteiten en de doelgroepen worden omschreven, met inachtneming van de in de gemeentebegroting opgenomen financiële middelen.

  • 2.

    Het college is bevoegd te besluiten over het verstrekken van subsidies met inachtneming van de in de gemeentebegroting opgenomen financiële middelen en –indien de begroting nog niet is vastgesteld, dan wel goedgekeurd- onder de voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld.

  • 3.

    Het college neemt in het kader van deze verordening besluiten over subsidieverlening, subsidieweigering, subsidievaststelling, wijziging of intrekking van de subsidieverlening of subsidievaststelling, bevoorschotting of terugvordering van subsidie. En het kan hiertoe nadere regels stellen.

  • 4.

    Het college kan voorwaarden aan de beschikking tot subsidieverlening verbinden.

  • 5.

    Het college kan formulieren vaststellen voor het indienen van de aanvraag om subsidie, voor de (tussentijdse) verantwoording en voor de aanvraag om vaststelling van de subsidie.

Artikel 4 Subsidieplafond

  • Het college kan de subsidieplafonds vaststellen. In dat geval bepaalt zij bij subsidieregeling de wijze van verdeling van de betrokken subsidie.

     

Hoofdstuk 2 Aanvraag van de subsidie

Artikel 5 Bij aanvraag in te dienen gegevens

  • 1.

    De aanvraag om subsidie wordt schriftelijk ingediend bij het college.

  • 2.

    Een subsidieaanvraag gaat naast het bepaalde in artikel 4:2 van de Awb vergezeld van:

    • a.

      een beschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd;

    • b.

      de doelen en resultaten, die daarmee worden nagestreefd, en hoe de activiteiten daaraan bijdragen. In het bijzonder ook in welke mate de activiteiten gericht zijn op de gemeente Eindhoven of haar ingezetenen en op door de gemeente Eindhoven vastgestelde doelen of beleidsterreinen;

    • c.

      een begroting en dekkingsplan van de kosten van de activiteiten, waar de subsidie voor wordt aangevraagd. Het dekkingsplan bevat een opgave van bij andere bestuursorganen of private organisaties of personen aangevraagde subsidies of vergoedingen ten behoeve van dezelfde activiteiten, onder vermelding van de stand van zaken daarvan;

    • d.

      indien van toepassing bij een jaarlijkse subsidie, de stand van de egalisatiereserve op het moment van de aanvraag;

    • e.

      vermelding van bestaan van (zakelijke) relaties op het niveau van bestuur of directie van de subsidieaanvrager met bloed- of aanverwanten dan wel eigen bedrijven, eigen stichtingen of andere eigen rechtspersonen en de aard van deze verhoudingen alsmede de financiële impact ervan.

    • f.

      een opgave van eventuele samenwerkingspartners;

  • 3.

    Indien een aanvrager voor het eerst een subsidie aanvraagt, voegt hij een exemplaar van de oprichtingsakte, de statuten, het jaarverslag, de jaarrekening en de balans van het voorgaande jaar als bijlagen toe aan het aanvraagformulier. Een balans is niet vereist als het een subsidie betreft van niet meer dan €5.000,--.

     

  • 4.

    Het college kan bepalen dat ook andere of minder dan de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor het nemen van een beslissing op de aanvraag van belang zijn, worden overgelegd.

Artikel 6 Aanvraagtermijn

  • 1.

    Een aanvraag voor een jaarlijkse subsidie wordt ingediend uiterlijk vóór 1 oktober in het jaar voorafgaande aan het jaar of de jaren, waarop de aanvraag betrekking heeft.

  • 2.

    Een aanvraag voor een eenmalige subsidie wordt ingediend tenminste 13 weken vóór aanvang van de activiteiten.

  • 3.

    Een aanvraag voor een eenmalige subsidie tot en met €5.000,-- als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, onderdeel d van de Awb wordt ingediend binnen 6 weken vóór aanvang van de activiteiten.

  • 4.

    Het college kan bij subsidieregeling andere termijnen stellen voor het indienen van een aanvraag.

Artikel 7 Beslistermijn

  • 1.

    Het college beslist op een aanvraag voor een jaarlijkse subsidie uiterlijk op 31 december van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar.

  • 2.

    Het college beslist op een aanvraag voor een eenmalige subsidie binnen 8 weken na ontvangst van de volledige aanvraag.

  • 3.

    Het college beslist op een aanvraag voor een eenmalige subsidie tot en met €5.000,-- als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, onderdeel d van de Awb binnen 3 weken na ontvangst van de volledige aanvraag.

  • 4.

    Het college kan bij subsidieregeling andere termijnen stellen.

  • 5.

    Als een aanvraag om subsidie in verband met staatssteun aan de Europese Commissie is voorgelegd, beslist het college daarop binnen 8 weken na de beslissing van de Europese Commissie.

Hoofdstuk 3 Weigering van de subsidie

Artikel 8 Weigerings-, intrekkings- en terugvorderingsgronden

  • 1.

    Het college weigert subsidie in ieder geval indien:

    • a.

      het college voor dezelfde activiteiten reeds subsidie heeft verstrekt; of

    • b.

      de subsidie is aangemerkt als ontoelaatbare staatssteun;

    • c.

      subsidieverstrekking niet past binnen de door de raad vastgestelde beleidskaders en financiële kaders.

  • 2.

    Het college kan naast het bepaalde in de artikelen 4:25 en 4:35 van de Awb subsidie weigeren indien:

    • a.

      de activiteiten van de aanvrager niet of niet in overwegende mate gericht zijn op de gemeente Eindhoven of haar ingezetenen;

    • b.

      de aanvrager ook zonder subsidie over de benodigde gelden, hetzij uit eigen middelen of uit middelen van derden kan beschikken om de kosten van zijn activiteiten te dekken;

    • c.

      op het niveau van bestuur of directie (zakelijke) relaties bestaan met bloed- of aanverwanten dan wel eigen bedrijven, eigen stichtingen dan wel andere eigen rechtspersonen die naar het oordeel van het college ongewenst zijn;

    • d.

      de doelstellingen of activiteiten van aanvrager in strijd zijn met de wet- en regelgeving, het algemeen belang of de openbare orde;

    • e.

      de activiteiten een politieke, godsdienstige of levensbeschouwelijke boodschap hebben.

    • f.

      in de bij de betrokken subsidieregeling bepaalde gevallen;

  • 3.

    Het college kan een subsidie in ieder geval weigeren of intrekken in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.

     

Hoofdstuk 4 Verlening van de subsidie

Artikel 9 Tussentijdse rapportage

  • 1.

    Indien een subsidie meer dan €50.000 bedraagt, dient de subsidieontvanger uiterlijk 1 juli een halfjaarrapportage in bij het college.

  • 2.

    Indien de halfjaarrapportage aanleiding geeft tot inhoudelijke en/of financiële aanpassingen door de subsidieontvanger, rapporteert subsidieontvanger het college hierover uiterlijk 1 oktober.

  • 3.

    Het college kan in de verleningsbeschikking afwijken van het bepaalde in het eerste en het tweede lid.

  • 4.

    In de overige gevallen besluit het college in de verleningsbeschikking over de wijze van rapporteren.

Artikel 10 Betaling en bevoorschotting

  • 1.

    Indien een beschikking tot subsidievaststelling als bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, wordt gegeven, vindt de betaling van de gehele subsidie in één keer plaats.

  • 2.

    Indien een beschikking tot subsidieverlening als bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel b, wordt gegeven, wordt 100% bevoorschot in één termijn.

  • 3.

    In de overige gevallen besluit het college bij de subsidieverlening ambtshalve over bevoorschotting. Daarbij worden de hoogte en de termijnen van de voorschotten bepaald en kan dit afhankelijk worden gesteld van de voortgang en uitvoering van de activiteiten. 

  • 4.

    Indien sprake is van een beschikking tot subsidieverlening aan een rechtspersoon in oprichting, wordt pas overgegaan tot bevoorschotting nadat de oprichtingakte is overgelegd.

Artikel 11 BTW en niet subsidiabele kosten

Subsidie kan alleen worden verstrekt voor BTW indien deze niet verrekend kan worden met de Belastingdienst of niet gecompenseerd kan worden bij het BTW-compensatiefonds.

Hoofdstuk 5 Algemene verplichtingen van de subsidieontvanger

Artikel 12 Algemene verplichtingen

  • 1.

    De subsidieontvanger doet ogenblikkelijk melding aan het college, zodra aannemelijk is dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, niet of niet geheel zullen worden verricht of dat niet geheel aan de beschikking tot subsidieverlening verbonden verplichtingen en voorwaarden zal worden voldaan.

  • 2.

    De subsidieontvanger informeert het college zo spoedig mogelijk schriftelijk over:

    • a.

      a. besluiten of procedures die zijn gericht op beëindiging van de activiteiten, waarvoor subsidie is verleend, dan wel ontbinding van de rechtspersoon;

    • b.

      b. relevante wijzigingen in de algemene en financiële situatie en relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhoudingen met derden;

    • c.

      c. ontwikkelingen die ertoe kunnen leiden dat aan de beschikking tot subsidieverlening verbonden verplichtingen geheel of gedeeltelijk niet kunnen worden nagekomen;

    • d.

      wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van de rechtspersoon, de persoon van de bestuurder(s) en het doel van de rechtspersoon.

  • 3.

    De subsidieontvanger heeft de toestemming van het college nodig voor de handelingen, bedoeld in artikel 4:71 van de Awb, als zij van invloed zijn op de gesubsidieerde activiteiten.

Artikel 13 Bijzondere verplichtingen

  • 1.

    In de gevallen bedoeld in artikel 4:41, tweede lid van de Awb is de subsidieont­vanger aan de gemeente Eindhoven een vergoeding van vermogenswaarden verschuldigd.

  • 2.

    Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding, zoals bedoeld in artikel 4:41, tweede lid van de Awb wordt uitgegaan van:

    • a.

      a. de waarde van de goederen en andere vermogensbestanddelen op het tijdstip waarop de vergoeding verschuldigd wordt, met dien verstande dat in geval van een aanspraak op schadevergoeding voor verlies of beschadiging van za­ken wordt uitgegaan van het bedrag dat als schadevergoeding door de sub­sidieontvanger wordt ontvangen;

    • b.

      b. de mate waarin de subsidiëring door de gemeente heeft bijgedragen tot het verwerven van eigendommen of het vormen van vermogen;

    • c.

      indien het onroerende zaken betreft, geschiedt de waardebepaling, zoals be­doeld in het vorige lid door een onafhankelijke deskundige.

  • 3.

    Het college kan besluiten dat geen vergoeding verschuldigd is indien de

    activiteiten of werkzaamheden van de subsidieontvanger worden overgenomen en voortgezet door een rechtspersoon met een gelijke of nagenoeg gelijke doelstelling en de activa en passiva ten boekwaarde worden overgenomen.

     

  • 4.

    De beloning van medewerkers van een gesubsidieerde instelling, inclusief directie en externe inhuur, bedraagt per kalenderjaar ten hoogste €155.000,--, vermeerderd met de opslagen, genoemd in artikel 2.3, eerste lid onder a, b en c van de Wet Normering Topinkomens;

    Bij overschrijding van deze norm wordt het in de verleningsbeschikking

    genoemde bedrag bij de subsidievaststelling verminderd. De vermindering is gelijk aan het bedrag van de overschrijding van de norm in het kalenderjaar waarop de verleningsbeschikking betrekking heeft.

     

  • 5.

    Op het niveau van bestuur en directie van de subsidieontvanger en eventuele samenwerkingspartners is geen sprake van ongewenste verhoudingen met bloed- of aanverwanten dan wel eigen bedrijven, stichtingen of andere rechtspersonen.

  • 6.

    Het college kan bij subsidieverlening subsidieontvangers van minimaal €100.000,-- subsidie en een personeelsbestand van minimaal 30 medewerkers in loondienst verplichten om een certificering Prestatieladder Sociaal Ondernemen (PSO) te behalen.

     

Hoofdstuk 6 Verantwoording en vaststelling van de subsidie

Artikel 14 Verantwoording subsidies tot en met €5.000,--

  • 1.

    Subsidies tot en met €5.000,-- worden door het college:

    • a.

      direct vastgesteld of;

    • b.

      ambtshalve vastgesteld binnen 13 weken, nadat de activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht;

  • 2.

    Bij een ambtshalve vaststelling als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, kan het college de aanvrager verplichten om op door haar aangegeven wijze aan te tonen dat de activiteiten, waarvoor de subsidie wordt verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.

Artikel 15 Verantwoording subsidies van meer dan €5.000,-- tot en met €50.000,--

  • 1.
    • Indien de subsidieverlening meer dan €5.000- of meer bedraagt, maar minder of gelijk aan €50.000,--, dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in bij het college uiterlijk vóór 1 mei in het jaar na afloop van het kalenderjaar waarvoor de subsidie is verleend.

     

  • 2.

    De aanvraag tot vaststelling bevat een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht.

  • 3.

    Het college kan bij subsidieregeling andere termijnen stellen of andere of minder gegevens verlangen.

     

Artikel 16 Verantwoording subsidies van meer dan €50.000,--

  • 1.

    Indien de subsidieverlening meer dan €50.000,-- bedraagt, dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in bij het college uiterlijk vóór 1 mei in het jaar na afloop van het kalenderjaar waarvoor de subsidie is verleend.

  • 2.

    De aanvraag tot vaststelling bevat:

    • a.

      een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht;

    • b.

      een overzicht van de activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening);

    • c.

      een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daar op;

    • d.

      een beoordelingsverklaring voor subsidies van meer dan €50.000,-- tot en met €200.000,--.

    • e.

      een controleverklaring voor subsidies van meer dan €200.000,--.

  • 3.

    Het college kan bij subsidieregeling of in de verleningsbeschikking andere termijnen stellen of meer of minder gegevens verlangen.

Artikel 17 Vaststelling subsidie

  • 1.

    Het college stelt binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling de subsidie vast.

  • 2.

    Deze termijn kan eenmaal voor ten hoogste 4 weken worden verdaagd.

  • 3.

    Het college kan bij subsidieregelingcategorieën van subsidies of subsidieontvangers aanwijzen, waarvoor de subsidie direct wordt vastgesteld zonder dat de subsidieontvanger een aanvraag voor subsidievaststelling hoeft in te dienen.

Hoofdstuk 7 Overige bepalingen

Artikel 18 Reserves en voorzieningen

  • 1.

    Het college kan bij de subsidieverlening een instelling verplichten een egalisatiereserve als bedoeld in artikel 4:72 Awb te vormen.

  • 2.

    Het is een instelling in principe toegestaan om bestemmingsreserves of voorzieningen te vormen, voor zover dit bij de aanvraag om subsidie wordt aangegeven en planmatig door aanvrager wordt onderbouwd.

  • 3.

    Het college kan bij de subsidieverlening (beperkende) voorwaarden verbinden ten aanzien van de hoogte van bestemmingsreserves en voorzieningen.

Hoofdstuk 8 Slotbepalingen

Artikel 19 Hardheidsclausule

Het college kan in bijzondere gevallen een artikel of artikelen van deze verordening buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover toepassing voor aanvrager of subsidieontvanger leidt tot onbillijkheid van overwegende aard. Dit met uitzondering van de artikelen 1, 2, 3, tweede lid en 8, eerste lid.

Artikel 20 Intrekking

De Subsidieverordening gemeente Eindhoven 2008 wordt ingetrokken.

Artikel 21 Overgangsbepalingen

  • 1.

    Subsidies die zijn aangevraagd of verstrekt vóór de datum van inwerkingtreding van deze verordening, worden behandeld overeenkomstig de regeling die gold ten tijde van de aanvraag.

  • 2.

    Subsidies die worden aangevraagd na de datum van inwerkingtreding van deze verordening en betrekking hebben op de uitvoering van activiteiten in 2011, worden behandeld overeenkomstig de Subsidieverordening gemeente Eindhoven 2008.

  • 3.

    Indien de aanvraag om subsidie betrekking heeft op de uitvoering van activiteiten vanaf 1 januari 2012, geldt deze verordening.

Artikel 22 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag volgend op haar bekendmaking.

Artikel 23 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als ASV Eindhoven.

 

Eindhoven, 28 juni 2011.

Het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven,

, burgemeester.

, secretaris.

 

Uitgegeven,28 juni 2011.

Mij bekend,

de gemeentesecretaris van Eindhoven,

mw. drs. P.M. Pistor.

 

dhe/EJ11024152