Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Elburg

Financiële verordening gemeente Elburg 2017.

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieElburg
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingFinanciële verordening gemeente Elburg 2017.
CiteertitelFinanciële verordening gemeente Elburg 2017
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerpfinanciële bepalingen
Externe bijlagenLijst privaatrechtelijke rechtshandelingen Notitie verstrekken geldleningen

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

artikel 212, eerste lid, van de Gemeentewet

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

11-07-201701-01-2017nieuwe regeling

03-07-2017

gmb-2017-117636

Tekst van de regeling

Intitulé

Financiële verordening gemeente Elburg 2017.

De raad der gemeente Elburg;

gelet op artikel 212 van de Gemeentewet,

gelet op het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten,

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 20 juni 2017.

Besluit vast te stellen de Financiële verordening gemeente Elburg 2017.

Artikel 1 Definities

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • 1.

    BBV: Het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten;

  • 2.

    Administratie: Het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, het functioneren en het beheersen van de organisatie van de gemeente Elburg en ten behoeve van de verantwoording die daarover moet worden afgelegd;

  • 3.

    Financiële administratie: Het onderdeel van de administratie dat omvat het systematisch maken en verwerken van aantekeningen betreffende de financiële gegevens van de organisatie van de gemeente Elburg, teneinde te komen tot een goed inzicht in:

    • De financieel-economische positie;

    • Het financiële beheer;

    • De uitvoering van de begroting;

    • Het afwikkelen van vorderingen en schulden;

    • Alsmede tot het afleggen van rekening en verantwoording daarover;

  • 4.

    Administratieve organisatie: Het stelsel van organisatorische maatregelen gericht op het tot stand brengen en het in stand houden van de goede werking van de bestuurlijke en ambtelijke informatieverzorging ten behoeve van de verantwoordelijke leiding;

  • 5.

    Financieel beheer: Het uitoefenen van bestuur over en toezicht op het beheer van middelen en het uitoefenen van rechten van de gemeente Elburg;

  • 6.

    Doelmatigheid: Het realiseren van bepaalde prestaties met een zo beperkt mogelijke inzet van middelen;

  • 7.

    Doeltreffendheid: De mate waarin de beoogde maatschappelijke effecten van het beleid ook daadwerkelijk worden behaald;

  • 8.

    Rechtmatigheid: Het in overeenstemming zijn met de relevante wet- en regelgeving, zoals bedoeld in het Besluit accountantscontrole decentrale overheden;

  • 9.

    Planperiode: Dit betreft het begrotingsjaar en de drie daaropvolgende jaren;

  • 10.

    Liquiditeitsratio: De liquiditeitsratio geeft aan in hoeverre de gemeente in staat is haar verplichtingen op korte termijn na te komen. De liquiditeitsratio wordt berekend door het totaal van de op korte termijn in liquide middelen om te zetten activa te delen door de kortlopende schulden;

  • 11.

    Netto schuld per inwoner: Bruto schuld minus de omvang van de geldelijke bezittingen gedeeld door het aantal inwoners op 31 december van het begrotingsjaar. Onder bruto schuld wordt verstaan het totaal van langlopende leningen, kortlopende schulden, crediteurenvorderingen en overlopende passiva. Onder geldelijke bezittingen wordt verstaan het totaal van verstrekte geldleningen en overige uitzettingen, debiteurenvorderingen, liquide middelen en overlopende activa;

  • 12.

    Onbenutte belastingcapaciteit onroerende zaakbelasting: Het verschil tussen (geraamde) opbrengst onroerende zaakbelasting op grond van de gemeentelijke tarieven en de opbrengst onroerende zaakbelasting berekend op basis van de tarieven die als inkomstenmaatstaf OZB worden gehanteerd bij de berekening van de algemene uitkering;

  • 13.

    Weerstandsratio: Dit betreft de uitkomst van de deling van de beschikbare weerstandscapaciteit door de benodigde weerstandscapaciteit. Weerstandscapaciteit wordt gedefinieerd als: het geheel aan beschikbare en vrij aanwendbare financiële middelen om mogelijke risico’s met financieel gevolg op te kunnen vangen. Er wordt hierbij onderscheid gemaakt tussen de structurele en de incidentele weerstandsratio.

Titel 1. Begroting en verantwoording

Artikel 2. Programma-indeling

  • 1.

    De raad stelt een programma-indeling vast.

  • 2.

    De raad stelt de taakvelden per programma vast.

  • 3.

    De raad stelt op voorstel van het college per programma de beleidsindicatoren vast. Het voorstel van het college bevat tenminste de verplichte beleidsindicatoren, bedoeld in artikel 25, 2e lid, onder a, BBV.

  • 4.

    De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode vast over welke onderwerpen hij in extra paragrafen naast de verplichte paragrafen van de begroting en de jaarstukken kaders wil stellen en wil worden geïnformeerd.

Artikel 3. Inrichting begroting en jaarstukken

  • 1.

    Bij de begroting en de jaarstukken worden onder elk van de programma’s de baten en lasten per taakveld weergegeven.

  • 2.

    Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt van de nieuwe investeringen, en de geplande nog niet aangevraagde investeringen, per investering het benodigde investeringskrediet weergegeven.

  • 3.

    Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt in aanvulling op het bepaalde in artikel 20 en artikel 21 BBV inzicht gegeven in de ontwikkeling van de schuldpositie als gevolg van de begroting, de meerjarenraming, de investeringen en de grondexploitatie (geprognosticeerde balans).

  • 4.

    In de jaarrekening wordt van de geautoriseerde investeringskredieten groter dan € 25.000 de totale besteding van het krediet in het jaar en de actuele raming van de totale uitgaven en inkomsten van de investering weergegeven.

Artikel 4. Kaders ontwerpbegroting

  • 1.

    Het college biedt jaarlijks aan de raad een voorjaarsnota aan met een voorstel voor het beleid en de financiële kaders van de begroting voor de komende planperiode. De voorjaarsnota bevat in ieder geval:

    • Meerjarenperspectief komende planperiode;

    • Totaal overzicht van te honoreren en niet te honoreren wensen;

    • Toelichting op ingediende wensen en bijbehorende dekkingsmiddelen.

  • 2.

    In de begroting wordt een stelpost onvoorzien van € 50.000 en een stelpost remweg van € 10.000 opgenomen.

Artikel 5. Autorisatie begroting en investeringskredieten

  • 1.

    De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de totale lasten en de totale baten per programma, het overzicht algemene dekkingsmiddelen, de gestelde doelen en de beoogde maatschappelijke effecten.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid kan de raad bij aanvang van de raadsperiode, indien hij een taakveld als prioriteit aanwijst, de baten en lasten van dit taakveld apart autoriseren.

  • 3.

    De investeringen voor het eerste begrotingsjaar worden bij de begrotingsbehandeling met het vaststellen van de begroting geautoriseerd. Bij de begrotingsbehandeling geeft de raad aan van welke nieuwe investeringen hij op een later tijdstip een apart voorstel voor autorisatie van het investeringskrediet wil ontvangen.

Artikel 6. Tussentijdse rapportage

  • 1.

    Het college informeert de raad door middel van tussentijdse rapportages over de realisatie van de begroting van de gemeente over de eerste 4 maanden en de eerste 8 maanden van het lopende boekjaar. Deze rapportages verschijnen als voorjaars- en najaarsrapportage.

  • 2.

    De tussentijdse rapportages bevatten een uiteenzetting over de uitvoering en het bijstellen van het beleid en een overzicht met de afwijkingen op de oorspronkelijke ramingen.

  • 3.

    In de tussentijdse rapportages worden incidentele afwijkingen op de oorspronkelijke ramingen van de baten en lasten en investeringskredieten in de begroting groter dan € 25.000 toegelicht. Tevens worden structurele afwijkingen op de oorspronkelijke ramingen van de baten en lasten groter dan € 10.000 toegelicht. Daarnaast worden alle mutaties in de reserves en de stelpost begrotingsoverschot toegelicht.

  • 4.

    In de tussentijdse rapportages wordt als toelichting op alle geautoriseerde investeringen groter dan € 25.000 de totale besteding van het krediet in het jaar en de actuele raming van de totale uitgaven van de investering weergegeven.

  • 5.

    Het college informeert de raad door middel van de rapportage grote projecten. De frequentie en de onderwerpen van de voortgangsrapportage worden door de raad vastgesteld.

Artikel 7. Informatieplicht

  • 1.

    Het college informeert in ieder geval vooraf de raad en neemt pas een besluit, nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen voor zover het betreft niet bij begroting geautoriseerde bedragen inzake:

  • a.

    Aankoop en verkoop van goederen en diensten groter dan € 25.000;

  • b.

    Het toekennen van subsidies groter dan € 25.000;

  • c.

    Het verstrekken van leningen, waarborgen en garanties groter dan € 25.000;

  • d.

    Onttrekkingen uit de bestemmingsreserves groter dan € 25.000;

  • e.

    Onttrekkingen uit de stelpost begrotingsoverschot groter dan € 25.000;

  • f.

    Investeringen groter dan € 50.000 waarbij de kapitaallasten niet hoger mogen zijn dan € 10.000.

  • 2.

    Indien het college voorziet dat een bij begroting geautoriseerd bedrag dreigt te worden overschreden met meer dan € 25.000, wordt dit door het college in de eerstvolgende raadsvergadering aan de raad gemeld. Het college voegt hierbij een voorstel voor wijziging van het budget of het investeringskrediet of een voorstel voor bijstelling van het beleid.

  • 3.

    Het college informeert de raad achteraf, indien vooraf rapporteren niet mogelijk blijkt te zijn geweest. De rapportage verschijnt binnen twee weken nadat de overschrijding van meer dan € 25.000, van een bij begroting vastgestelde verplichting, bekend is geworden.

  • 4.

    Het college informeert vooraf de raad en neemt pas een besluit nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen indien het college nieuwe meerjarige verplichtingen aangaat waarvan de jaarlijkse lasten groter zijn dan € 10.000, niet zijnde kapitaallasten.

  • 5.

    Het hiervoor onder lid 1 t/m 4 gestelde is niet van toepassing op besluiten tot en het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen, welke zijn opgenomen op een bij raadsbesluit van 23 januari 2003 gewaarmerkte lijst die als bijlage bij deze verordening is gevoegd.

  • 6.

    Het hiervoor onder lid 1c gestelde is niet van toepassing voor zover voldaan wordt aan de voorwaarden en afspraken zoals deze zijn opgenomen in de bij raadsbesluit van 27 mei 2013 vastgestelde beleidsnotitie ”Verstrekken rentedragende geldleningen aan verenigingen voor de (ver)bouw, aanleg c.q. aankoop van sportaccommodaties”. Dit raadsbesluit is als bijlage bij deze verordening gevoegd.

Titel 2. Financieel beleid

Artikel 8. Waardering en afschrijving vaste activa

Het college biedt de raad vierjaarlijks een nota waardering en afschrijving aan met daarin opgenomen beleidsvoornemens en kaders.

Artikel 9. Reserves en voorzieningen

Het college biedt de raad vierjaarlijks een nota reserves en voorzieningen aan met daarin opgenomen beleidsvoornemens en kaders.

Artikel 10. Kostprijsberekening

  • 1.

    Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, wordt een extracomptabel stelsel van kostentoerekening gehanteerd. Bij deze kostentoerekening worden naast de directe kosten, de overheadkosten en de rente van de financiering van de in gebruik zijnde activa betrokken.

  • 2.

    Bij de directe kosten worden de bijdragen aan en onttrekkingen van voorzieningen van de betrokken activa en de afschrijvingskosten van de in gebruik zijnde activa betrokken. Voor de rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, worden daarbij ook de compensabele BTW en de gederfde inkomsten van het kwijtscheldingsbeleid betrokken.

  • 3.

    Bij de toerekening van de overheadkosten aan de kostprijs van rechten en heffingen, bedoeld in het eerste lid, wordt een percentage berekend over de geraamde directe kosten van de economische categorieën 1.1 Salarissen en sociale lasten. Dit (ophogings-) percentage wordt berekend door het aandeel van de totale overheadkosten in een jaar te delen door de totale geraamde directe kosten van de economische categorie 1.1 Salarissen en sociale lasten.

  • 4.

    Het percentage van de omslagrente voor de toerekening van rente voor de financiering van de in gebruik zijnde activa, bedoeld in het eerste lid, wordt jaarlijks met de begroting vastgesteld. Het percentage van deze omslagrente wordt bepaald uit het gewogen gemiddelde van het bij de begroting geraamde rentepercentage van de opgenomen langlopende leningen en kortlopende leningen (rekening courant).

  • 5.

    In afwijking van het vierde lid wordt bij een verstrekte lening voor de bepaling van de rentekosten van de inzet van vreemd vermogen in de kostprijs uitgegaan van de actuele financieringskosten. Deze rente wordt verhoogd met een opslagpercentage en afgerond op 1/10e naar boven.

  • 6.

    In afwijking van het eerste lid worden bij vennootschapsbelastingplichtige activiteiten en grondexploitaties alleen de rentekosten voor de inzet van vreemd vermogen aan de kostprijs toegerekend. Ter berekening hiervan wordt het rentepercentage gecorrigeerd voor het aandeel van het vreemd vermogen in het balanstotaal (gewogen gemiddelde rentepercentage).

Artikel 11. Prijzen economische activiteiten

  • 1.

    Voor de levering van goederen, diensten of werken en bij het verstrekken van leningen of garanties door de gemeente aan derden, waarbij de gemeente in concurrentie met marktpartijen treedt, wordt ten minste de geraamde integrale kostprijs in rekening gebracht. Bij afwijking vanwege een publiek belang motiveert de raad dit vooraf voor elk van deze activiteiten afzonderlijk.

  • 2.

    Raadsbesluiten met de motivering van het publiek belang als bedoeld in het vorige lid zijn niet nodig als minder dan de integrale kostprijs in rekening wordt gebracht en sprake is van:

    • a.

      Leveringen van goederen, diensten of werken en het verstrekken van leningen en garanties aan andere overheden voor zover deze leveringen en verstrekkingen zijn bedoeld voor de uitoefening van de publieke taak door die andere overheid;

    • b.

      Een bevoordeling van activiteiten in het kader van een bij wet opgedragen publiekrechtelijke taak;

    • c.

      Een bevoordeling van activiteiten in het kader van een toegekend bijzonder of uitsluitend recht waarvoor prijsvoorschriften gelden;

    • d.

      Een bevoordeling van sociale werkplaatsen;

    • e.

      Een bevoordeling van onderwijsinstellingen;

    • f.

      Een bevoordeling van publieke media-instellingen en

    • g.

      Een bevoordeling die valt onder de reikwijdte van de staatssteunregels van het Werkingsverdrag van de Europese Unie en daarmee verenigbaar is.

Artikel 12. Financieringsfunctie

  • 1.

    Het college neemt bij de uitvoering van de financieringsfunctie de volgende kaders in acht:

    • a.

      Voor het aantrekken van financieringen met een looptijd langer dan twee jaar worden ten minste twee prijsopgaven bij verschillende financiële instellingen gevraagd;

    • b.

      Er wordt geen gebruik gemaakt van financiële derivaten als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Wet financiering decentrale overheden;

    • c.

      Bij een overschrijding van de wettelijke kasgeldlimiet langer dan 3 kwartalen achtereen wordt de raad geïnformeerd.

  • 2.

    Het verstrekken van leningen en garanties en het aangaan van deelnemingen wordt uitsluitend gedaan uit hoofde van de publieke taak. Het college motiveert in zijn besluit het publieke belang van dergelijke verstrekkingen. Bij verstrekkingen die een bedrag van € 25.000 te boven gaan wordt aan de raad vooraf de mogelijkheid geboden om wensen en bedenkingen bij het college in te dienen.

  • 3.

    Bij het uitzetten van middelen, het verstrekken van garanties en het aangaan van deelnemingen uit hoofde van de publieke taak bedingt het college indien mogelijk zekerheden.

  • 4.

    Het college stelt regels op ter uitvoering van het gestelde onder het eerste tot en met derde lid en legt deze regels alsmede de regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening vast in een treasurystatuut. Het college zendt het treasurystatuut ter kennisgeving aan de raad.

  • 5.

    Het hiervoor onder lid 2 gestelde is niet van toepassing voor zover voldaan wordt aan de voorwaarden en afspraken zoals deze zijn opgenomen in de bij raadsbesluit van 27 mei 2013 vastgestelde beleidsnotitie ”Verstrekken rentedragende geldleningen aan verenigingen voor de (ver)bouw, aanleg c.q. aankoop van sportaccommodaties”. Dit raadsbesluit is als bijlage bij deze verordening gevoegd.

Titel 3. Paragrafen

Artikel 13. Weerstandsvermogen & risicomanagement

  • 1.

    In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing bij de begroting en de jaarstukken neemt het college naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 11 BBV in ieder geval op als kengetal:

    • a.

      Coelo rangnummer op het gebied van woonlasten;

    • b.

      De incidentele en structurele weerstandsratio;

    • c.

      De liquiditeitsratio;

    • d.

      Ontwikkeling van de netto schuld per inwoner;

    • e.

      De onbenutte belastingcapaciteit onroerende zaakbelasting.

  • 2.

    Het college biedt de raad vierjaarlijks een nota weerstandsvermogen en risicobeheersing aan met daarin opgenomen beleidsvoornemens en kaders.

Artikel 14. Grondbeleid

Het college biedt de raad vierjaarlijks een nota grondbeleid aan met daarin opgenomen beleidsvoornemens en kaders.

Artikel 15. Lokale heffingen

Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf lokale heffingen naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 10 BBV in ieder geval op:

  • 1.

    De kostentoerekening van de geraamde rentekosten en de geraamde overheadkosten aan de rechten, leges en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht;

  • 2.

    Het kostendekkingspercentage voor de verschillende rechten, leges en heffingen.

Artikel 16. Financiering

Bij de jaarstukken neemt het college in de paragraaf financiering naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 13 BBV in ieder geval op:

De mate waarin overtollige middelen middels schatkistbankieren bij het rijk zijn uitgezet;

De mate waarin van de ruimte onder het drempelbedrag voor schatkistbankieren gebruik is gemaakt (per kwartaal);

De mate waarin van de wettelijke kasgeldlimiet gebruik is gemaakt (per kwartaal).

Artikel 17. Onderhoud kapitaalgoederen

  • 1.

    Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 12 BBV in ieder geval op:

    • a.

      Haven;

    • b.

      Speelvoorzieningen;

    • c.

      Begraafplaatsen;

    • d.

      Vervoermiddelen.

  • 2.

    Het college biedt de raad eens in de 4 jaar een beleidsplan openbare ruimte aan. Het plan geeft het kader weer voor het beoogde onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud en de kosten van het onderhoud voor het openbaar groen, water, wegen, kunstwerken en straatmeubilair.

  • 3.

    Het college biedt de raad eens in de 4 jaar een afvalwaterketenplan aan. Het plan geeft het kader weer voor het beoogde onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud, de uitbreiding van de riolering en de kosten daarvan.

  • 4.

    Het college biedt de raad eens in de 4 jaar een beheerplan onderhoud gebouwen vast. Het beheerplan bevat voorstellen voor het te plegen groot onderhoud, de planning van het onderhoud en de bijbehorende kosten.

Artikel 18. Bedrijfsvoering

In de paragraaf bedrijfsvoering bij de begroting en de jaarstukken neemt het college naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 14 BBV in ieder geval op:

  • 1.

    De omvang, opbouw en ontwikkeling van het personeelsbestand en de loonkosten;

  • 2.

    De kosten van inhuur derden;

  • 3.

    De ontwikkelingen rond ICT.

Artikel 19. Verbonden partijen

Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf verbonden partijen naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 15 BBV in ieder geval op:

Ontwikkelingen ten aanzien van de samenwerking in de regio.

Titel 4. Financiële organisatie en financieel beheer

Artikel 20. Administratie

De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval dienstbaar is voor:

Het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de gemeente als geheel en in de organisatie;

Het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van de vaste activa, voorraden, vorderingen, schulden, contracten, enzovoorts;

Het verschaffen van informatie over uitputting van de toegekende budgetten en investeringskredieten en voor het maken van kostencalculaties;

Het verschaffen van informatie over beleidsindicatoren met betrekking tot de gemeentelijke prestaties en de maatschappelijke effecten van het gemeentelijke beleid;

Het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving;

De controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de daaraan ontleende informatie, alsmede voor de controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving.

Artikel 21. Financiële organisatie

Het college draagt zorgt voor:

  • 1.

    Een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een eenduidig toewijzing van de gemeentelijke taken aan de domeinen en teams;

  • 2.

    Een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden, verantwoordelijkheden;

  • 3.

    De verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en investeringskredieten;

  • 4.

    De interne regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening van de financieringsfunctie;

  • 5.

    De te maken afspraken met de afdelingen over de te leveren prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten en uitputting van middelen;

  • 6.

    De kostenverdeelsleutels voor het eenduidig toewijzen van baten en lasten aan de taakvelden;

  • 7.

    Het beleid en de interne regels voor de inkoop en de aanbesteding van goederen, werken en diensten;

  • 8.

    Het beleid en de interne regels voor de steunverlening en de toekenning van subsidies aan ondernemingen en instellingen;

opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en verantwoording wordt voldaan.

Artikel 22. Interne controle

  • 1.

    Het college zorgt ten behoeve van het getrouwe beeld van de jaarrekening, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder a, van de Gemeentewet, en de rechtmatigheid van de baten en lasten en de balansmutaties, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder b, van de Gemeentewet, voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij afwijkingen neemt het college maatregelen tot herstel.

  • 2.

    Het college zorgt voor de systematische controle van de registratie en de ontwikkeling van de bezittingen en het financieel vermogen van de gemeente met dien verstande dat de waardepapieren, de voorraden, de uitstaande leningen, de debiteurenvorderingen, de liquiditeiten, de opgenomen leningen, de kortlopende schulden en de vorderingen van crediteuren jaarlijks worden gecontroleerd en registergoederen en bedrijfsmiddelen eenmaal in de 4 jaar. Bij afwijkingen in de registratie neemt het college maatregelen voor herstel van de tekortkomingen.

Titel 5. Slotbepalingen

Artikel 23. Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking en heeft terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2017.

  • 2.

    De Financiële verordening gemeente Elburg 2015, vastgesteld door de raad op 18 januari 2016, wordt ingetrokken per datum inwerkingtreding van deze verordening, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de jaarrekening en het jaarverslag en bijbehorende stukken van het begrotingsjaar 2016.

Artikel 24. Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Financiële verordening gemeente Elburg 2017.

Aldus besloten door de raad der gemeente Elburg

in zijn vergadering van 3 juli 2017

de voorzitter, de griffier

H. Dijksma. M.C. Luiting.