Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Elburg

1e wijziging verordening leges 2018

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieElburg
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regeling1e wijziging verordening leges 2018
Citeertitel1e wijziging verordening leges 2018
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. artikel 156, eerste lid, van de Gemeentewet
  2. artikel 156, tweede lid, van de Gemeentewet
  3. artikel 229, eerste lid, van de Gemeentewet
  4. artikel 2, tweede lid, van de Paspoortwet
  5. artikel 7 van de Paspoortwet
Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

13-07-2018nieuwe regeling

09-07-2018

gmb-2018-150001

Tekst van de regeling

Intitulé

1e wijziging verordening leges 2018

De raad van de gemeente Elburg;

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 8 mei 2018;

gelet op de artikelen 156, eerste en tweede lid, aanhef en onderdeel h, en 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Gemeentewet en de artikelen 2, tweede lid, en 7 van de Paspoortwet;

besluit:

vast te stellen de volgende verordening: ‘1e wijziging verordening op de heffing en de invordering van leges 2018’.

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

Deze verordening verstaat onder:

a. dag: de periode van 00.00 uur tot 24.00 uur, waarbij een gedeelte van een dag als een hele dag wordt aangemerkt;

b. week: een aaneengesloten periode van zeven dagen;

c. maand: het tijdvak dat loopt van een bepaalde dag in een kalendermaand tot dezelfde dag in de volgende kalendermaand;

d. jaar: het tijdvak dat loopt van een bepaalde dag in een kalenderjaar tot dezelfde dag in het volgende kalenderjaar;

e. kalenderjaar: de periode van 1 januari tot en met 31 december.

 

Artikel 2. Belastbaar feit

Onder de naam “leges”, worden rechten geheven voor het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten, genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel.

 

Artikel 3. Belastingplicht

Belastingplichtig is de aanvrager van de dienst, de Nederlandse identiteitskaart of het reisdocument, dan wel degene ten behoeve van wie de dienst is verleend of de handelingen zijn verricht.

 

Artikel 4 Vrijstellingen

Leges worden niet geheven voor:

a. diensten waarvan de kosten krachtens afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening (grondexploitatie) zijn of worden verhaald;

b. diensten met betrekking tot een aanvraag tot verlening of gehele of gedeeltelijke intrekking van een omgevingsvergunning of wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning, voor zover die aanvraag betrekking heeft op een activiteit met betrekking tot een inrichting als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;

c. het in behandeling nemen van een aanvraag tot verlening van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel i, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, voor zover het een activiteit betreft bedoeld in artikel 2.2a van het Besluit omgevingsrecht (omgevingsvergunning beperkte milieutoets);

d. het in behandeling nemen van een aanvraag om een beschikkingen op grond van de artikelen:

- artikel 2:1 lid 4: ontheffing verbod op samenscholing;

- artikel 2:6 lid 4: ontheffing aanbieden geschreven of gedrukte stukken;

- artikel 2:41 lid 1 en 2: ontheffing betreden gesloten woning of lokaal;

- artikel 2:60 lid 3: ontheffing houden hinderlijke of schadelijke dieren;

- artikel 4:18 lid 3: ontheffing recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen;

- artikel 5:3 lid 2: ontheffing te koop aanbieden van voertuigen;

- artikel 5:6 lid 2: ontheffing parkeren kampeermiddelen e.a.;

- artikel 5:11 lid 3: ontheffing aantasting groenvoorziening door voertuigen;

- artikel 5:13 lid 1: vergunning inzameling van geld of goederen;

- artikel 5:16 lid 3: ontheffing beperking venten met gedrukte stukken;

- artikel 5:23 lid 1: vergunning voor het organiseren van een snuffelmarkt;

- artikel 5:33 lid 5: ontheffing verkeer in natuurgebieden;

- artikel 5:34 lid 3: ontheffing afvalstoffen verbanden buiteninrichtingen of anderszins vuur te stoken;

- artikel 5:36 lid 2: ontheffing verstrooiing van as;

- artikel 5:51 lid 2: ontheffing innemen ligplaats;

van de Algemene plaatselijke verordening (APV).

 

Artikel 5. Tarieven

1. De leges worden geheven naar de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

2. Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het nemen van een projectuitvoeringsbesluit als bedoeld in artikel 2.10 van de Crisis- en herstelwet bedraagt het tarief de som van de bedragen die op grond van deze verordening verschuldigd zouden zijn voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning, ontheffing, vrijstelling of enig ander besluit in het kader van de ontwikkeling en verwezenlijking van het project, voor zover het projectuitvoeringsbesluit strekt ter vervanging van deze besluiten, zoals bedoeld in artikel 2.10, derde lid van de Crisis- en herstelwet.

 

Artikel 6. Wijze van heffing

1. De leges worden geheven bij wege van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, zegel, nota of andere schriftuur.

2. De leges voor digitale dienstverlening wordt in afwijking van het bepaalde in het eerste lid geheven bij wege van voldoening op aangifte door middel van directe betaling via internetkassa.

 

Artikel 7. Termijnen van betaling

1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de leges worden betaald ingeval de kennisgeving als bedoeld in artikel 6:

a. mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving;

b. digitaal wordt gedaan, door middel van directe betaling via internetkassa;

c. schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen 30 dagen na de dagtekening van de kennisgeving.

2. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen.

 

Artikel 8. Kwijtschelding

Bij de invordering van de leges wordt geen kwijtschelding verleend.

 

Artikel 9. Teruggaaf

Gehele of gedeeltelijke teruggaaf van leges ter zake van een in de tarieventabel omschreven dienst wordt verleend op een aanvraag als bedoeld in artikel 242 van de Gemeentewet en overeenkomstig een met betrekking tot die dienst in de bij deze verordening behorende tarieventabel opgenomen bepaling.

 

Artikel 10. Overdracht van bevoegdheden

Het college is bevoegd tot het wijzigen van deze verordening, indien de wijzigingen:

a. van zuiver redactionele aard zijn;

b. een gevolg zijn van nieuwe of gewijzigde rijksregelgeving waar een legesbedrag aan is gekoppeld;

c. een gevolg zijn van efficiëntie in de procesvoering van de dienstverlening waardoor de baten de kosten van de dienst overstijgen;

een en ander voor zover met deze wijzigingen niet reeds bij het vaststellen of latere wijziging van deze verordening bij raadsbesluit rekening is gehouden.

 

Artikel 11. Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffingen invordering van de leges.

 

Artikel 12. Inwerkingtreding, overgangsrecht en citeertitel

1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

2. De datum van ingang van de heffing is 16 juli 2018.

3. De Verordening op de heffing en invordering van leges 2018 van 18 december 2017, wordt ingetrokken met ingang van de in het tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

4. Deze verordening kan worden aangehaald als "1e wijziging verordening leges 2018".

 

 

 

 

 

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 9 juli 2018.

De voorzitter, ir J.N. Rozendaal

De griffier, mr. Ir. M.C. Luiting.

Tarieventabel behorende bij de 1e wijziging verordening leges 2018

 

Hoofdstuk 1. Algemene dienstverlening

Algemene schriftelijke verstrekkingen

1.1.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van gewaarmerkte afschriften van stukken of afschriften, doorslagen, of fotokopieën van stukken of stukken of uittreksels die op verzoek worden opgemaakt, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen: € 7,15;

1.1.1.1 verhoogd per pagina A-4 formaat (zwart/wit) met: € 0,05;

1.1.1.2 verhoogd per pagina A-3 formaat (zwart/wit) met: € 0,10;

1.1.1.3 verhoogd per pagina A-4 formaat (kleuren) met: € 0,15;

1.1.1.4 verhoogd per pagina A-3 formaat (kleuren) met: € 0,20;

1.1.1.5 verhoogd per pagina A-4 formaat (fotopapier) met: € 0,10;

1.1.1.6 verhoogd per pagina A-3 formaat (fotopapier) met: € 0,15;

1.1.1.7 voor het verstrekken van minder dan 20 kopieën per aanvraag wordt geen legesnota opgelegd;

1.1.1.8 indien de aanvraag, zoals bedoeld onder paragraaf 1.1.1, en de afhandeling daarvan elektronisch plaatsvindt, wordt de legesnota met 25% verminderd.

1.1.2 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een kopie of afdruk van een (plan)kaart of (lucht)foto: € 7,15;

1.1.2.1 verhoogd per afdruk A4-formaat (kleuren) met: € 0,90;

1.1.2.2 verhoogd per afdruk A3-formaat (kleuren) met: € 1,85;

1.1.2.3 verhoogd per afdruk A2-formaat (plotter, kleuren) met: € 7,20;

1.1.2.4 verhoogd per afdruk A1-formaat (plotter, kleuren) met: € 9,45;

1.1.2.5 verhoogd per afdruk A0-formaat (plotter, kleuren) met: € 13,90;

1.1.2.6 indien de aanvraag, zoals bedoeld onder paragraaf 1.1.2, en de afhandeling daarvan elektronisch plaatsvindt wordt de legesnota met 25% verminderd.

 

1.2 Beschikkingen op aanvraag

1.2.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag waarop een besluit (beschikking) moet worden genomen, voor zover daarvoor niet in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen: € 70,60.

1.2.1.1 Indien de aanvraag, zoals bedoeld onder paragraaf 1.2.1, de afhandeling en de betaling elektronisch plaatsvindt wordt de legesnota met 25% verminderd.

 

Hoofdstuk 2. Dienstverlening Domein Samen Leven

2.1 Evenementen

2.1.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het afgeven van een vergunning voor:

2.1.1.1 een kleinschalig evenement waarvoor een wegafsluiting noodzakelijk is: € 18,40;

2.1.1.2 alle overig vergunningplichtige evenementen: € 99,65.

 

2.2 Drank en Horecawet

2.2.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning ingevolge artikel 2:28 van de Algemene Plaatselijke Verordening: € 536,42.

2.2.2 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning ingevolge artikel 3 van de Drank- en Horecawet: € 229,15.

2.2.3 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het wijzigen van een vergunning ingevolge artikel 3 van de Drank- en Horecawet: € 79,30.

2.2.4 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing als bedoeld in artikel 35, lid 1, van de Drank- en Horecawet: € 160,95.

 

2.3 Kansspelvergunningen

2.3.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een aanwezigheidsvergunning als bedoeld in artikel 30b van de Wet op de kansspelen (Stb.1964, 483) juncto artikel 3 van het Speelautomatenbesluit 2000: Conform Rijkstarieven.

 

2.4 Vuurwerkvergunning

2.4.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het afgeven van een vergunning voor de verkoop van vuurwerk: € 280,05.

 

2.5 Kinderopvang

2.5.1 Het tarief is voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot:

2.5.1.1 het in exploitatie nemen van een kindercentrum (dagopvang en/of buitenschoolse opvang) of gastouderbureau als bedoeld in artikel 1.45, eerste lid van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen: € 742,85;

2.5.1.2 het bieden van gastouderopvang als bedoeld in artikel 1.45, tweede lid van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen: € 249,85.

 

Hoofdstuk 3. Dienstverlening Domein Dienstverlening

3.1 Huwelijksvoltrekkingen en geregistreerd partnerschap

3.1.1 Het tarief bedraagt voor de voltrekking van een huwelijk of registratie partnerschap, of de omzetting van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk, voor zover de plechtigheden in de het Gemeentehuis van Elburg (Jufferenstraat 6) plaatsvinden, op maandag tot en met vrijdag van 9.00 uur tot 17.00 uur:

3.1.1.1 indien één van de kandidaten van het huwelijk of registratie partnerschap als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen is ingeschreven: € 301,15;

3.1.1.2 indien geen van de kandidaten van het huwelijk of registratie partnerschap als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen is ingeschreven: € 410,60;

3.1.1.3 met dien verstande dat op maandag van 08.30 uur tot 10.00 uur op het Gemeentehuis (Zuiderzeestraatweg Oost 19) gelegenheid wordt geboden voor kosteloze huwelijksvoltrekking of registratie partnerschap.

3.1.1.4 Het tarief bedraagt op andere tijdstippen dan onder 3.1.1 genoemd op maandag tot en met vrijdag: € 482,65;

3.1.1.5 Het tarief bedraagt op zaterdag om 10.00, 11.00, 14.00 en 15.00 uur: € 776,95.

3.1.2 Het tarief bedraagt voor het verstrekken van een trouwboekje of partnerschapboekje: € 6,40.

3.1.3 Het tarief bedraagt voor een duplicaat trouwboekje of partnerschapboekje: € 19,10.

3.1.4 Het tarief bedraagt voor een omslag voor een trouwboekje of partnerschapboekje: € 26,15.

3.1.5 Het tarief bedraagt voor het kalligraferen van een trouwboekje of partnerschapboekje: € 15,75.

3.1.6 Als de huwelijkskandidaten ervoor kiezen om een gemeenteambtenaar als getuige te laten optreden, bedraagt het tarief per getuige: € 45,65.

3.1.7 Het tarief bedraagt voor de voltrekking van een huwelijk of registratie van een partnerschap of het omzetten van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk op een trouwlocatie anders dan het gemeentehuis of de trouwzaal in het Agnietenklooster:

- op maandag tot en met vrijdag van 9.00 uur tot 17.00 uur:

indien één van de kandidaten van het huwelijk of registratie partnerschap als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen is ingeschreven: € 255,50;

3.1.1.2 indien geen van de kandidaten van het huwelijk of registratie partnerschap als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen is ingeschreven: € 325,50;

- op een afwijkend tijdstip na ontheffing van het college van burgemeester en wethouders: € 375,50.

- op zaterdag om 10.00, 11.00, 14.00 en 15.00 uur € 530,55.

3.1.8 Vervallen

3.1.9 Het huwelijk kan worden voltrokken door een buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand (babs) beëdigd door een andere gemeente. Voor het in behandeling nemen van een verzoek tot het benoemen van een babs voor één dag is het tarief: € 70,60;

dit bedrag wordt in mindering gebracht op het in deze tabel genoemde bedragen voor het voltrekken van een huwelijk zoals genoemd onder paragraaf 3.1.1.1 tot en met 3.1.1.5 en 3.1.9.

3.1.10 Voor het in behandeling nemen van een verzoek tot aanwijzing van een trouwlocatie is het tarief: € 197,95.

 

3.2 Verstrekkingen uit de basisregistratie persoonsgegevens

3.2.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van gegevens, waarbij onder één verstrekking verstaan wordt één of meer gegevens van één persoon waarvoor de basisregistratie personen moet worden geraadpleegd, per verstrekking: € 7,80.

3.2.1.1 Indien de aanvraag, zoals bedoeld onder paragraaf 3.2.1, de afhandeling en de betaling elektronisch plaatsvindt wordt de legesnota met 25% verminderd.

3.2.2 Het tarief bedraagt voor het op verzoek doornemen van de basisregistratiepersoonsgegevens, of het doen van nasporingen in de registers van de Burgerlijke stand c.q. het archief van het BRP (voorheen GBA), voor ieder daaraan besteed kwartier: € 18,70.

 

3.3 Overige verstrekkingen

3.3.1 Het tarief bedraagt tot het verkrijgen van een legalisatie van een handtekening c.q. een document: € 7,80.

3.3.2 Het tarief bedraagt tot het verkrijgen van een bewijs van in leven zijn (attestatie de vita): € 13,20.

3.3.3 Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een akte burgerlijke stand of een uittreksel hiervan is: Conform Rijkstarief.

3.3.4 Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een verklaring van goed gedrag is: Conform Rijkstarief.

 

3.4 Reisdocumenten

3.4.1 Op grond van de artikelen 2, tweede lid en 7 van de Paspoortwet en artikel 6, tweede lid van het Besluit paspoortgelden bedraagt het tarief voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag:

3.4.1.1 van een nationaal paspoort, een reisdocument voor vluchtelingen, een reisdocument voor vreemdelingen of een faciliteitenpaspoort, naast de Rijksleges, ongeacht de geldigheidsduur: € 30,69.

3.4.1.2 van een nationaal paspoort, een groter aantal bladzijden bevattende dan een nationaal paspoort als bedoeld in 3.4.1.1 (zakenpaspoort), naast de Rijksleges, ongeacht de geldigheidsduur: € 30,69.

3.4.1.3 van een Nederlandse identiteitskaart (NIK) naast de Rijksleges, ongeacht de geldigheidsduur: € 23,72.

3.4.2 De tarieven als genoemd in de onderdelen 3.4.1.1 tot en met 3.4.1.3 worden bij een spoedlevering vermeerderd met het bedrag zoals vastgesteld door het Rijk, met dien verstande dat het tarief bij een gecombineerde spoedlevering van een nieuw reisdocument als bedoeld in 3.4.1.1 en 3.4.1.2 slechts één keer per reisdocument wordt berekend.

 

3.5 Rijbewijzen

3.5.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het afgeven, vernieuwen of omwisselen van een rijbewijs, naast de Rijksleges: € 29,75.

3.5.2 Het tarief als genoemd in onderdeel 3.5.1 wordt bij een spoedlevering vermeerderd met het bedrag conform Rijkstarief.

 

3.6 Persoonsregistratie (naturalisatie): Conform Rijkstarief.

 

3.7 Gehandicaptenparkeerkaart

3.7.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen, wijzigen of verlengen van een gehandicaptenparkeerkaart als bedoeld in artikel 49 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer:

3.7.1.1 met doktersadvies: € 172,55;

3.7.1.2 zonder doktersadvies € 96,45.

3.7.2 Voor het verstrekken van een duplicaat van een gehandicaptenparkeerkaart na verlies of diefstal is het tarief: € 50,75.

 

3.8 Parkeerontheffing

3.8.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

3.8.1.1 tot het verkrijgen van een ontheffing op grond van de Parkeerverordening binnenstad Elburg 1998 voor een kenteken waarvoor nog niet eerder een ontheffing is verleend: € 101,30;

3.8.1.2 tot het aansluitend verlengen van een ontheffing op grond van de Parkeerverordening binnenstad Elburg 1998 als bedoeld in paragraaf 3.8.1.1: € 60,80;

3.8.1.3 tot het gedurende het kalenderjaar wijzigen van een kenteken in een ontheffing, verleend op grond van de Parkeerverordening binnenstad Elburg 1998 als bedoeld in paragraaf 3.8.1.1: € 30,40.

3.8.2 Indien de aanvraag, zoals bedoeld onder paragraaf 3.8.1.1 en 3.8.1.3, de afhandeling en de betaling elektronisch plaatsvindt wordt de legesnota met 25% verminderd.

3.8.3 Indien een aanvraag, als bedoeld onder paragraaf 3.8.1.1 of 3.8.1.3, wordt ingetrokken voordat hierop een beslissing is genomen of na in behandeling name niet op verzoek van de behandelend ambtenaar voldaan is aan het verstrekken van nadere gegevens waardoor de aanvraag niet verder in behandeling kan worden genomen of op een aanvraag om een parkeerontheffing afwijzend wordt beschikt, wordt op schriftelijk verzoek 50% teruggaaf van de leges verleend.

 

3.9 Overige verkeersontheffingen

3.9.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: tot het verkrijgen van een ontheffing op grond van de Wegenverkeerswet 1994, het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, het Besluit Algemene Bepalingen inzake het wegverkeer, het Voertuigenreglement en de Wet Vervoer Gevaarlijk Stoffen voor zover noodzakelijk voor en direct samenhangend met de uitvoering van bijzondere transporten: € 60,80.

3.9.2 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een verklaring van geen bezwaar voor het opstijgen en landen van een helikopter en/of voetgestarte paramotor: € 30,40.

 

3.10 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevings-vergunning

3.10.1 Voor toepassing van deze titel wordt verstaan onder:

3.10.1.1 Aanlegkosten: de aanneemsom exclusief omzetbelasting als bedoeld in paragraaf 1, lid 1 van de Uniforme Administratieve Voorwaarden voor de uitvoering van werken 2012 (UAV), voor het uit te voeren werk, of voor zover deze ontbreekt, een raming van de aanlegkosten exclusief omzetbelasting opgegeven door de aanvrager, tenzij deze opgave niet aannemelijk is, dan worden de aanlegkosten ambtshalve vastgesteld. Indien de werken of werkzaamheden geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschieden wordt in deze titel onder aanlegkosten verstaan: de prijs die aan een derde in het economische verkeer zou moeten worden betaald voor de werken of werkzaamheden waarop de aanvraag betrekking heeft.

3.10.1.2 Bouwkosten: de bouwkosten worden bepaald met het (online)rekenprogramma “Basisbedragen Gebouwen 2016” (boekwerk ISBN: 978-94-6046-042-5).

3.10.1.3 Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

3.10.1.4 Wro: Wet ruimtelijke ordening.

3.10.2 In deze titel voorkomende begrippen die in de Wabo zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als bij of krachtens de Wabo bedoeld.

3.10.3 In deze titel voorkomende begrippen die niet nader in de Wabo zijn omschreven en die betrekking hebben op activiteiten waarvoor het toetsingskader in een ander wettelijk voorschrift is uitgewerkt, hebben dezelfde betekenis als in dat wettelijk voorschrift bedoeld.

 

3.11 Vooroverleg/beoordeling conceptaanvraag

3.11.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om vooroverleg in verband met het verkrijgen van een indicatie of een voorgenomen project in het kader van de Wabo vergunbaar is: € 227,75.

 

3.12 Omgevingsvergunning:

het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een project: de som van de verschuldigde leges voor de verschillende activiteiten of handelingen waaruit het project geheel of gedeeltelijk bestaat en waarop de aanvraag betrekking heeft en de verschuldigde leges voor de extra toetsen die in verband met de aanvraag moeten worden uitgevoerd, berekend naar de tarieven en overeenkomstig het bepaalde in dit hoofdstuk. In afwijking van de vorige volzin kan ook per activiteit, handeling of andere grondslag een legesbedrag worden gevorderd.

3.12.1 Bouwactiviteiten

3.12.1.1 Indien een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerst lid, onder a, van de Wabo, bedraagt het tarief:

3.12.1.1.1 3% van de naar boven, op een veelvoud van € 500, vastgestelde bouwkosten tussen de € 1.500 tot en met € 500.000 met een minimum van: € 184,70;

3.12.1.1.2 verhoogd met 2,5% van de naar boven, op een veelvoud van € 500, vastgestelde bouwkosten vanaf € 500.000 tot en met € 2.500.000:

3.12.1.1.3 verhoogd met 2% van de naar boven, op een veelvoud van € 500, vastgestelde bouwkosten vanaf € 2.500.000 tot en met € 5.000.000:

3.12.1.1.4 verhoogd met 1,5% van de naar boven, op een veelvoud van € 500, vastgestelde bouwkosten vanaf € 5.000.000 met een maximum van: € 500.000,00.

3.12.1.1.5 Indien de vastgestelde bouwkosten van de activiteit bouwen lager zijn dan € 1.500, bedraagt het tarief voor de toetsing van betreffende aanvraag: € 92,40.

 

3.12.2 Welstandstoets

3.12.2.1 Wanneer bij de behandeling van een aanvraag met de activiteit bouwen een welstandsadvies wordt afgegeven door de welstandscommissie voordat een besluit over het verlenen van de vergunning kan worden genomen, worden naast de leges genoemd in onderdeel 3.12.1.1, leges geheven ter hoogte van:

3.12.2.1.1 1,9‰ van de naar boven, op een veelvoud van € 500, vastgestelde bouwkosten vanaf € 0 tot en met € 500.000 met een minimum van: € 59,25;

3.12.2.1.2 plus 0,6‰ van de naar boven, op een veelvoud van € 500, vastgestelde bouwkosten vanaf € 500.000 tot en met € 2.500.000:

3.12.2.1.3 plus 0,25‰ van de naar boven, op een veelvoud van € 500, vastgestelde bouwkosten vanaf € 2.500.000 tot en met € 5.000.000:

3.12.2.1.4 plus 0,11‰ van de naar boven, op een veelvoud van € 500, vastgestelde bouwkosten vanaf € 5.000.000 met een maximum van: € 250.000,00.

3.12.2.1.5 Wanneer een welstandsadvies wordt afgegeven door de welstandscommissie voor het legaliseren van een (deels) gerealiseerde bouwactiviteit, wordt het tarief zoals berekend op grond van paragraaf 3.12.2 vermenigvuldigd met 1,5.

 

3.12.3 Aanlegactiviteiten

3.12.3.1 Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een aanlegactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder b van de Wabo bedraagt het tarief:

3.12.3.1.1 3% van de naar boven, op een veelvoud van € 500, vastgestelde aanlegkosten tussen de € 0 tot en met € 500.000 met een minimum van: € 98,80;

3.12.3.1.2 verhoogd met 2,5% van de naar boven, op een veelvoud van € 500, vastgestelde aanlegkosten vanaf € 500.000 tot en met € 2.500.000:

3.12.3.1.3 verhoogd met 2% van de naar boven, op een veelvoud van € 500, vastgestelde aanlegkosten vanaf € 2.500.000 tot en met € 5.000.000:

3.12.3.1.4 verhoogd met 1,5% van de naar boven, op een veelvoud van € 500, vastgestelde aanlegkosten vanaf € 5.000.000 met een maximum van: € 250.000,00.

 

3.12.4 Planologisch strijdig gebruik

3.12.4.1 Indien een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo bedraagt het tarief:

3.12.4.1.1 Indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 1°, van de Wabo wordt toegepast (binnenplanse afwijking): € 97,40.

3.12.4.1.2 Indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2°, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse kleine afwijking (kruimelgevallen)) waarvan de bouwkosten van het te realiseren bouwwerk niet hoger dan € 5.000 is: € 97,40.

3.12.4.1.2.1 Zijn de bouwkosten hoger dan € 5.000 wordt 1% van de bouwkosten als grondslag voor de op te leggen leges genomen met een minimum van: € 195,00;

3.12.4.1.2.2 en een maximum van: € 950,00.

3.12.4.1.3 Indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°, van de Wabo wordt toegepast (goede ruimtelijke onderbouwing (projectbesluit)):

3.12.4.1.3.1 voor strijdig gebruik van een perceel tot een oppervlakte tot en met 500 m²: € 4.112,80;

3.12.4.1.3.2 voor strijdig gebruik van een perceel met een oppervlakte groter dan 500 m², € 4.112,80 vermeerderd met € 5,00 per m² boven de 500 m² tot 1.000 m²;

3.12.4.1.3.3 voor strijdig gebruik van een perceel met een oppervlakte groter dan 1.000 m², € 6.612,80 vermeerderd met € 2,50 per m² boven de 1.000 m² tot en met 5.000 m²:

3.12.4.1.3.4 voor strijdig gebruik van een perceel met een oppervlakte groter dan 5.000 m², € 16.612,80 vermeerderd met € 1,00 per m² met een maximum van: € 20.000,00.

3.12.4.1.3.5 Met dien verstande dat voor toepassing van paragraaf 3.12.4.1.3 geldt dat het verzoek in behandeling wordt genomen twee weken na het toezenden van de kennisgeving van het legesbedrag.

3.12.4.1.4 Vervallen

3.12.4.1.5 Indien artikel 2.12, eerste lid, onder b, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van exploitatieplan): € 1.484,60.

3.12.4.1.6 Indien de aanvraag een project van provinciaal belang betreft, de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.1, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van provinciale regelgeving): € 1.484,60.

3.12.4.1.7 Indien de aanvraag een project van nationaal belang betreft, de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.3, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van nationale regelgeving): € 1.484,60.

3.12.4.1.8 Indien artikel 2.12, eerste lid, onder d, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van voorbereidingsbesluit): € 1.484,60.

3.12.5 Vervallen

3.12.6 Vervallen

 

3.12.7 Uitweg/inrit

3.12.7.1 Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het maken, veranderen of veranderen van het gebruik van een uitweg waarvoor op grond van een bepaling in een provinciale verordening of artikel 2.12 van de Algemene plaatselijke verordening een vergunning of ontheffing is vereist, als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wabo, bedraagt het tarief: € 71,10.

 

3.12.8 Opslag van roerende zaken

3.12.8.1 Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op de opslag van roerende zaken in een bepaald gedeelte van de provincie of de gemeente, waarvoor op grond van een bepaling in een provinciale verordening of artikel 2.10a van de Algemene plaatselijke verordening een vergunning of ontheffing is vereist, bedraagt het tarief:

3.12.8.1.1 indien de activiteit bestaat uit het daar opslaan van roerende zaken, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j, van de Wabo: € 71,10.

3.12.8.1.2 indien de activiteit bestaat uit het als eigenaar, beperkt gerechtigde of gebruiker van een onroerende zaak toestaan of gedogen dat daar roerende zaken worden opgeslagen, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder k, van de Wabo: € 71,10.

 

3.12.9 Handelsreclame

3.12.9.1 Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het aanbrengen van reclame, waarvoor op grond van een bepaling in een provinciale verordening of gemeentelijke verordening een vergunning of ontheffing is vereist, als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder h, van de Wabo, bedraagt het tarief: € 115,20.

3.12.9.2 Als voor een plan waarvoor een vergunning is aangevraagd uit oogpunt van welstand het advies is vereist van de commissie ruimtelijke kwaliteit worden de onder 3.12.9.1 genoemde tarieven per adviesaanvraag vermeerderd met: € 60,20.

 

3.12.10 Andere activiteiten

3.12.10.1 Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het verrichten van een andere activiteit of handeling dan in de voorgaande onderdelen van dit hoofdstuk bedoeld en die activiteit of handeling:

3.12.10.1.1 behoort tot een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie activiteiten die van invloed kunnen zijn op de fysieke leefomgeving, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder i, van de Wabo, bedraagt het tarief: € 71,10.

3.12.10.1.2 behoort tot een bij provinciale verordening, gemeentelijke verordening of waterschapsverordening aangewezen categorie activiteiten die van invloed kunnen zijn op de fysieke leefomgeving, als bedoeld in artikel 2.2, tweede lid, van de Wabo, bedraagt het tarief: €  71,10.

3.12.10.1.3 als het een gemeentelijke verordening betreft: het bedrag dat op grond van deze tarieventabel voor de betreffende vergunning of ontheffing verschuldigd is als de activiteit zou worden uitgevoerd zonder omgevingsvergunning. Als de activiteit in geen enkel geval kan worden uitgevoerd zonder omgevingsvergunning bedraagt het tarief: € 71,10.

3.12.10.1.4 als het een provinciale of waterschapsverordening betreft: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag om een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld. Indien een begroting als bedoeld in de eerste volzin is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

 

3.12.11 Omgevingsvergunning in twee fasen

3.12.11.1 Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning op verzoek in twee fasen plaatsvindt, als bedoeld in artikel 2.5, eerste lid, van de Wabo, bedraagt het tarief:

3.12.11.1.1 voor het in behandeling nemen van de aanvraag voor een beschikking met betrekking tot de eerste fase: het bedrag dat voortvloeit uit toepassing van de tarieven in dit hoofdstuk voor de activiteiten waarop de aanvraag voor de eerste fase betrekking heeft.

3.12.11.1.2 voor het in behandeling nemen van de aanvraag voor een beschikking met betrekking tot de tweede fase: het bedrag dat voortvloeit uit toepassing van de tarieven in dit hoofdstuk voor de activiteiten waarop de aanvraag voor de tweede fase betrekking heeft.

 

3.12.12 Beoordeling bodem- en/of akoestisch rapport:

onverminderd het bepaalde in de voorgaande onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, indien krachtens wettelijk voorschrift voor de in dat onderdeel bedoelde aanvraag één of meerdere rapporten moeten worden beoordeeld:

3.12.12.1 voor de beoordeling van een milieukundig bodemrapport: € 239,25;

3.12.12.2 voor de beoordeling van een archeologisch bodemrapport: € 239,25;

3.12.12.3 voor de beoordeling van een akoestisch rapport: € 239,25;

3.12.12.4 voor de beoordeling van een flora- en faunaonderzoek: € 239,25;

3.12.12.5 voor de beoordeling van een luchtkwaliteit onderzoek: € 239,25;

3.12.12.6 voor de beoordeling van een geurhinder en veehouderij onderzoek: € 239,25;

3.12.12.7 voor de beoordeling van een ander rapport of onderzoek niet met name genoemd maar wel noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag: € 239,25.

 

3.12.13 Advies van een andere adviesinstantie/verklaring van geen bedenkingen/toestemmingen in het kader van de Wet natuurbescherming

3.12.13.1 Het verschuldigde bedrag op grond van onderdeel 3.12.1 wordt, indien de aanvraag van een bouwactiviteit slechts kan worden afgehandeld wanneer een advies van de agrarische adviesinstantie noodzakelijk is, verhoogd met de kosten welke in rekening worden gebracht door het particuliere adviesbureau die de dienst betreffende de agrarische advisering heeft verleend, nadat vooraf aan het adviesbureau een offerte is gevraagd en de aanvrager met deze kosten akkoord is gegaan.

3.12.13.2 Onverminderd het bepaalde in de voorgaande onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, indien een daartoe bij wettelijk voorschrift aangewezen bestuursorgaan of andere instantie advies moet uitbrengen over de aanvraag of het ontwerp van de uit te voeren activiteit, de kosten welke in rekening worden gebracht door het bestuursorgaan of andere instantie die de dienst betreffende de advisering heeft verleend, nadat vooraf aan het bestuursorgaan of andere instantie een offerte is gevraagd en de aanvrager met deze kosten akkoord is gegaan.

3.12.13.3 Onverminderd het bepaalde in de voorgaande onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, indien een daartoe bij wet of algemene maatregel van bestuur aangewezen bestuursorgaan een verklaring van geen bedenkingen moet afgeven voordat de omgevingsvergunning kan worden verleend, als bedoeld in artikel 2.27, eerste lid, van de Wabo, het bedrag welke in rekening wordt gebracht door het bestuursorgaan die de verklaring van geen bedenkingen heeft afgegeven, nadat vooraf aan het bestuursorgaan een offerte is gevraagd en de aanvrager met deze kosten akkoord is gegaan.

3.12.13.4 Onverminderd het bepaalde in de voorgaande onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, indien een daartoe bij wet of algemene maatregel van bestuur aangewezen bestuursorgaan toestemming dient te verlenen voordat de omgevingsvergunning kan worden verleend, het bedrag welke in rekening wordt gebracht door het bestuursorgaan die bevoegd is tot het verlenen van de toestemming, nadat vooraf aan het bestuursorgaan een offerte is gevraagd en de aanvrager met deze kosten akkoord is gegaan.

 

3.12.14 Algemeen:

op grond van dit onderdeel worden leges geheven voor dienstverlening die doorgaans een relatie heeft met een activiteit of gerelateerd is aan (extra) administratieve handelingen.

3.12.14.1 Indien bij de verleende omgevingsvergunning het kaartje "kennisgeving aanvang werkzaamheden" en/of het kaartje "kennisgeving voltooiing werkzaamheden" is gevoegd, wordt het totaal op te leggen legesbedrag, per kaartje, verhoogd met € 25. De melding kan ook worden gedaan door middel van DigiD of een e-mailbericht met soortgelijk tekst als de kaart.

3.12.14.1.1 Indien het bij de verleende omgevingsvergunning gevoegde kaart "kennisgeving aanvang werkzaamheden" ingevuld en tijdig wordt teruggezonden, wordt het geheven legesbedrag, per kaartje, van € 25 teruggegeven. De melding kan ook worden gedaan door middel van DigiD of een e-mailbericht met soortgelijk tekst als de kaart.

3.12.14.1.2 Indien het bij de verleende omgevingsvergunning gevoegde kaartje "kennisgeving voltooiing werkzaamheden" ingevuld en tijdig wordt teruggezonden, wordt het geheven legesbedrag, per kaartje, van € 25 teruggegeven. De melding kan ook worden gedaan door middel van DigiD of een e-mailbericht met soortgelijk tekst als de kaart.

3.12.14.2 Het berekende verschuldigde legesbedrag voor een activiteit waarvan de aanvraag wordt ingediend na aanvang of gereed komen van de activiteit, wordt verhoogd met 25%.

3.12.14.3 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot wijziging van een omgevingsvergunning als gevolg van een, naar de omstandigheden beoordeelt, geringe wijziging in het nog niet geheel gerealiseerd project: € 71,10.

3.12.14.4 Een verleende omgevingsvergunning als bedoeld in onderdeel 3.12.1 tot en met 3.12.10 van deze verordening, is overdraagbaar, tenzij een wettelijke regeling zich daartegen verzet. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een verzoek tot het overschrijven van een verleende vergunning is: € 18,40.

 

3.12.15 Teruggaaf of vermindering

3.12.15.1 Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit activiteiten, als bedoeld in de onderdelen 3.12.1 tot en met 3.12.10, met uitzondering van 3.12.2 en 3.12.9.2, intrekt terwijl deze al in behandeling is genomen door de gemeente, maar nog niet op is beslist, bestaat op schriftelijk verzoek aanspraak op teruggaaf van 50% van de leges.

3.12.15.2 Als de gemeente een verleende omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit activiteiten als bedoeld in de onderdelen 3.12.1 tot en met 3.12.10, met uitzondering van 3.12.2 en 3.12.9.2, intrekt op aanvraag van de vergunninghouder, bestaat op schriftelijk verzoek aanspraak op teruggaaf van 50% van de leges, mits deze aanvraag is ingediend binnen 3 jaren na verlening van de vergunning en van de vergunning geen gebruik is gemaakt.

3.12.15.3 Indien binnen een half jaar na het intrekken van de aanvraag een aanvraag om een bouwactiviteit voor hetzelfde bouwplan wordt ingediend, worden de daarvoor te heffen leges verrekend met de al geheven leges voor het intrekkingsbesluit.

3.12.15.4 Indien een aanvraag, als bedoeld onder 3.12.1 tot en met 3.12.10, met uitzondering van 3.12.2 en 3.12.9.2 niet verder in behandeling wordt genomen om door de gemeente moverende redenen, wordt 50% van de verschuldigde leges in rekening gebracht.

3.12.15.5 Als de gemeente een omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit activiteiten als bedoeld in de onderdelen 3.12.1 tot en met 3.12.10, met uitzondering van 3.12.2 en 3.12.9.2, weigert, bestaat op schriftelijk verzoek aanspraak op teruggaaf van 50% van de leges.

3.12.15.6 Indien het legesbedrag op grond van paragraaf 3.12.14.1 is voldaan en de omgevingsvergunning is ingetrokken voordat van de vergunning gebruik is gemaakt wordt het legesbedrag teruggegeven.

3.12.15.7 Indien na beoordeling van een aanvraag om een omgevingsvergunning blijkt dat een activiteit vergunningsvrij is wordt geen legesnota opgelegd voor betreffende activiteit.

3.12.15.8 Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning is voorafgegaan door een aanvraag om vooroverleg als bedoeld in paragraaf 3.11, waarop de eerstgenoemde aanvraag betrekking heeft, worden de voor het vooroverleg geheven leges in mindering gebracht op de leges voor het in behandeling nemen van de aanvraag om de omgevingsvergunning.

3.12.15.9 Indien een aanvraag om een omgevingsvergunning met betrekking tot de activiteit bouwen wordt ingediend, waarbij de vastgestelde bouwkosten lager zijn dan € 500, wordt geen legesnota opgelegde voor de toetsing van betreffende aanvraag.

 

3.13 Wet Geluidshinder

3.13.1 Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot vaststelling van een hogere grenswaarde bedraagt: € 849,20.

3.13.1.1 Onverminderd het bepaalde in paragraaf 3.13.1 wordt, indien de aanvraag betrekking heeft op een plan waarvoor een procedure moet worden gevolgd op grond van de Wet ruimtelijke ordening en/of de Woningwet, het overeenkomstig paragraaf 3.13.1 verschuldigde bedrag verhoogd met het bedrag aan leges ingevolge de provinciale legesverordening en het bedrag aan leges ingevolge de van toepassing zijnde paragraaf in hoofdstuk 3 en 4 van deze tarieventabel.

 

3.14 Standplaatsen en sandwichborden (APV-vergunningen)

3.14.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het afgeven van een vergunning voor het hebben van een standplaats in de gemeente, geldig voor:

3.14.1.1 een maand of minder: € 44,60;

3.14.1.2 meer dan een kwartaal, doch minder dan een jaar: € 89.10;

3.14.1.3 een jaar tot maximaal zes jaar: € 218,15;

3.14.1.4 voor één dag: € 22,20.

3.14.1.5 Indien van de vergunning, zoals bedoel in paragraaf 3.14.1.3, voor een periode langer dan 8 weken geen gebruik wordt gemaakt, wordt de vergunning ambtshalve ingetrokken, tenzij door de vergunninghouder is aangegeven met welke reden en voor welke termijn de standplaats tijdelijk niet wordt ingenomen.

3.14.1.6 Als op een aanvraag negatief wordt beslist wordt 50% van het legesbedrag, zoals bedoeld in paragraaf 3.14.1.1 tot en met 3.14.1.3 in rekening gebracht.

3.14.2 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot jaarlijkse verlenging van de inschrijving als gegadigde voor een vaste standplaats op de weekmarkt te Elburg en de minimarkt te ’t Harde: € 13,10.

3.14.3 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om vergunning voor het plaatsen van “sandwichborden”: € 153,20.

 

Hoofdstuk 4. Dienstverlening Domein Ruimte

4.1 Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren (AVOI)

4.1.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een vraag voor een instemmingsbesluit of melding voor (spoedeisende) werkzaamheden van minder ingrijpende aard: € 120,00.

4.1.2 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een instemmingsbesluit voor het leggen, instandhouden en het opruimen van kabels en leidingen binnen het grondgebied van de gemeente: € 440,00.

4.1.2.1 Het in 4.1.2 genoemde bedrag wordt, indien met betrekking tot een aanvraag overleg benodigd is met netbeheerders en/of andere beheerders van openbare gronden, zoals Rijkswaterstaat, provincie, waterschap e.d., verhoogd met: € 340,00.

4.1.3 Indien met betrekking tot een aanvraag voor een instemmingsbesluit onderzoek naar de status van de kabel plaatsvindt, verhoogd met het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die ter zake door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld.

4.1.4 Indien een begroting als bedoeld in 4.1.3 is uitgebracht wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag is ingetrokken.

 

4.2 Bestemmingswijzigingen

4.2.1 Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het vaststellen van een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening, dan wel een wijzigingsplan of uitwerkingsplan als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onder a en b van de Wet ruimtelijke ordening, bedraagt maximaal: € 25.500,00.

4.2.1.1 Voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag als bedoeld onder 4.2.1 worden de te heffen bedragen, blijkend uit een begroting die door de gemeenteambtenaar bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel b van de Gemeentewet is opgesteld, aan de aanvrager meegedeeld.

4.2.1.2 Indien een begroting als bedoeld onder 4.2.1.1 is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de tiende werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze tiende werkdag schriftelijk is ingetrokken.

4.2.2 Als het college van burgemeester en wethouders besluit om, voordat het ontwerp van een plan als bedoeld onder 4.2.1 ter inzage is gelegd, hieraan geen medewerking te verlenen, wordt op verzoek van de aanvrager voor 50% van de geheven leges teruggaaf verleend.

 

4.3 Principeverzoek

4.3.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een principeverzoek om medewerking te verlenen aan een wijziging van een bestemmingsplan (artikel 3.6 Wro en partiële planherziening) voor zover deze wijziging of herziening uitsluitend of overwegend nodig is om de plannen die aan het principeverzoek ten grondslag liggen te kunnen honoreren: € 633,40.

4.3.2 Indien enkel een oordeel gegeven kan worden op het principeverzoek als door het ODNV een milieuadvies is uitgebracht wordt het bedrag onder 4.3.1 verhoogd met: € 671,95.

 

4.4 Coördinatieregeling op grond van artikel 3:30, lid 1 van de Wro

4.4.1 Voorafgaand aan het in behandeling nemen van een aanvraag waarbij gebruik wordt gemaakt van de Coördinatieverordening Wro Elburg 2016, worden de te heffen bedragen, blijkend uit een begroting die door de gemeenteambtenaar bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel b van de Gemeentewet is opgesteld, aan de aanvrager meegedeeld.

4.4.1.1 Indien een begroting als bedoeld onder 4.4.1 is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de tiende werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze tiende werkdag schriftelijk is ingetrokken.

4.4.2 Het door de aanvrager geaccepteerde begrote bedrag treedt in de plaats van de tarieven zoals vastgesteld in de paragrafen 3.10 tot en met 3.12.14 van deze tarieventabel.

4.4.3 Indien het college van burgemeester en wethouders besluit om, voordat het ontwerp van een plan als bedoeld onder 4.4.1 ter inzage is gelegd, hieraan geen medewerking te verlenen, wordt op verzoek van de aanvrager voor 50% van de geheven leges teruggaaf verleend.

 

4.5 Advies van een adviesinstantie

4.5.1 Het verschuldigde bedrag op grond van onderdeel 3.12.4, 4.2 of 4.4 wordt, indien de aanvraag voor een individuele bestemmingswijziging slechts kan worden afgehandeld wanneer een advies van een adviesinstantie noodzakelijk is, verhoogd met de kosten welke in rekening worden gebracht door het particuliere adviesbureau die de dienst betreffende de advisering heeft verleend, nadat vooraf aan het adviesbureau een offerte is gevraagd en de aanvrager met deze kosten akkoord is gegaan.

 

4.6 Verstrekken van vastgoedinformatie

4.6.1 Het tarief voor het in behandeling nemen van een verzoek om informatie uit het Kadastraal register of de Kadastrale kaart via Kadaster On Line is gelijk aan het tarief zoals door het kadaster zou worden opgelegd voor levering via de balie van het kadaster: Conform de regeling tarieven kadaster.

4.6.2 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van:

4.6.2.1 een uittreksel uit het Wkpb-register of Wkpb-registratie of een onbelastverklaring uit het Wkbp-register: € 13,00.

4.6.3 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor de afgifte van de op de kadastrale leggers betrekking hebbende:

4.6.3.1 kaarten en tekeningen, of lichtdrukken daarvan per kaart of tekening van het formaat A4: € 15,80;

4.6.3.2 kaarten en tekeningen, of lichtdrukken daarvan per kaart of tekening van het formaat A3: € 18,50.

4.6.4 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor de afgifte van de op de Basiskaart Elburg betrekking hebbende kaarten en tekeningen:

4.6.4.1 van het gebied buiten de bebouwde kom per ha.: € 21,85;

4.6.4.2 van het gebied binnen de bebouwde kom per ha.: € 58,10.

4.6.5 Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag om verstrekking van thematische kaarten en tekeningen, niet zijnde kaarten en tekeningen als bedoeld in de artikelen 4.6.4 wordt vastgesteld op een bedrag, blijkend uit een begroting die door de gemeenteambtenaar, bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel b van de Gemeentewet, is opgesteld en die voorafgaande aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager is meegedeeld.

4.6.5.1 Voor de toepassing van de vorige volzin wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de hiervoor bedoelde begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht.

 

Behoort bij raadsbesluit van 9 juli 2018.

 

 

Griffier van Elburg, mr. Ir. M.C. Luiting