Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Epe

Verordening rioolaanleggeld 2019

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieEpe
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening rioolaanleggeld 2019
CiteertitelVerordening rioolaanleggeld 2019
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerpbelastingen
Externe bijlageVoorstel belastingverordeningen 2019

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

artikel 229 van de Gemeentewet

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

1. Uitvoeringsregeling gemeentelijke belastingen Tribuut 2016

2. Beleidsregels ambtshalve vermindering gemeentelijke belastingen Tribuut 2016

3. Incassoreglement Tribuut 2018

4. Leidraad invordering gemeentelijke belastingen Tribuut 2017

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-01-2019nieuwe regeling

08-11-2018

gmb-2018-244012

2018-08995

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening rioolaanleggeld 2019

DE RAAD DER GEMEENTE EPE

 

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders; nr. 2018-08987d.d. 2 oktober 2018;

gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Gemeentewet;

 

BESLUIT

 

Vast te stellen de volgende verordening:

Verordening op de heffing en invordering van rioolaanleggeld 2019.

 

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Deze verordening verstaat onder:

a.

uitlegger:

een buisleiding vanaf een gemeentelijke rioolleiding tot en met het ontstoppingsstuk van het aan te sluiten eigendom;

b.

gesloten bestrating:

een straatbedekking bestaande uit een asfalt- of betonlaag;

c.

open bestrating:

elke andere straatbedekking dan een gesloten bestrating.

Artikel 2 Belastbaar feit

Onder de naam rioolaanleggeld worden rechten geheven voor het van gemeentewege aanleggen van een uitlegger.

Artikel 3 Belastingplicht

De rechten wordt geheven van degene die de dienst aanvraagt dan wel degene te wiens behoeve een dienst is verleend als bedoeld in artikel 2.

Artikel 4 Ontstaan van de belastingschuld

Het recht is verschuldigd op het moment dat de uitlegger is aangelegd.

Artikel 5 Wijze van heffing en termijnen van betaling

  • 1.

    De rechten worden geheven bij wege van aanslag.

  • 2.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de eerste maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.

  • 3.

    In afwijking in zoverre van het tweede lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, meer is dan € 50,- maar minder dan € 10.000,- en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden in het belastingjaar waarin de aanslagen worden opgelegd overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten minste drie en ten hoogste tien bedraagt. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op die welke in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

  • 4.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 6 Tarieven

1.

Het recht bedraagt voor het aanleggen van een uitlegger in open bestrating indien de doorsnede van de uitlegger

 

a. minder dan 160 mm bedraagt

2.828,00

 

b. 160 mm of meer, maar minder dan 200 mm bedraagt

2.850,00

 

c. 200 mm of meer bedraagt

2.908,00

2.

Indien de uitlegger moet worden aangelegd in gesloten bestrating, worden de rechten bedoeld in het eerste lid verhoogd met

875,00

Artikel 7 Vrijstellingen

De rechten worden niet geheven voor het aanleggen van een uitlegger bij eigendommen:

  • a.

    waarvan de gemeente genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is en die uitsluitend voor de publieke dienst worden gebezigd;

  • b.

    welke zijn gesticht op grond ten aanzien waarvan de aanlegkosten zijn verrekend als gevolg van een met de gemeente gesloten overeenkomst;

  • c.

    waarvoor door middel van heffing van baatbelasting in de aanlegkosten wordt bijgedragen.

Artikel 8 Nadere regels door het bestuur van Tribuut belastingsamenwerking

Het bestuur van Tribuut belastingsamenwerking kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de rechten.

Artikel 9 Overgangsrecht

De Verordening rioolaanleggeld 2018 van 9 november 2017 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 10, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 10 Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2019.

  • 2.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2019.

Artikel 11 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening rioolaanleggeld 2019'.

 

Epe, 8 november 2018

De raad voornoemd,

de voorzitter,

 

 

 

 

Ir. H. van der Hoeve MPA

 

de griffier,

 

 

 

 

V. Smit

 

 

Toelichting Verordening rioolaanleggeld 2019

In vrijwel alle gevallen binnen de bebouwde kom ligt het gemeentelijk riool op minder dan 6 meter van de perceelsgrens. Rioolaanleggeld is alleen aan de orde bij nieuwbouw op nieuwe locaties, waarbij kostenverhaal niet anderszins geregeld is. Bij grote nieuwbouwprojecten zoals de Klaarbeek is de aanleg van riolering opgenomen in het project en worden de kosten verhaald via de grondprijs. Het betreft dus zeer incidentele situaties binnen de kom.

Buiten de bebouwde kom komt het wel voor dat het gemeentelijk riool op grotere afstand van het perceel van het aan te sluiten eigendom ligt. In die gevallen is bijna altijd een drukriool nodig. Aanleg van de riolering in vrijverval zou leiden tot verstoppingen. De praktijk is dat de gemeente op eigen kosten een (druk)rioolleiding aanlegt op/onder het terrein van het aan te sluiten eigendom tot in de buurt van de woning. Voor die riolering wordt een zakelijk recht gevestigd (recht van opstal) zodat de gemeente eigenaar blijft van het riool en de gemeente wordt ook verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud. Er wordt een pompput geplaatst in de nabijheid van de aan te sluiten woning. Vanaf daar wordt een uitlegger geplaatst waarop de eigenaar van het perceel kan aansluiten.

De bestaande definitie van uitlegger beschreef de praktijk in het buitengebied niet correct. Met de nieuwe omschrijving wordt recht gedaan aan de praktijk. Er vindt uitbreiding plaats van het gemeentelijk riool, dus de omschrijving ‘aanwezige rioolleiding’ dekte de lading niet. De term ‘gemeentelijke rioolleiding’ ziet zowel op het bestaande deel, als op het deel dat specifiek wordt aangelegd en waarvoor een zakelijk recht wordt gevestigd: het nieuwe riool maakt onderdeel uit van het gemeentelijk riool.

De term ‘nabij de perceelsgrens’ was in situaties in het buitengebied niet juist, want het ontstoppingsstuk wordt daar in de nabijheid van de woning geplaatst. Dat is veelal niet nabij de perceelsgrens. Deze zinsnede voegt ook in situaties binnen de kom niets toe en komt daarom te vervallen.

De gemeente legt vanaf (meestal) een pompput die in eigendom is van de gemeente een buisleiding aan met ontstoppingsstuk. Voor de aanleg van die buisleiding is het rioolaanleggeld verschuldigd. Die buisleiding wordt eigendom van de eigenaar van het perceel. Het beheer en onderhoud daarvan komen dan ook voor rekening van de eigenaar van het perceel.