Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Groningen (Gr)

Verordening Leerlingenvervoer gemeente Groningen 2014

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieGroningen (Gr)
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening Leerlingenvervoer gemeente Groningen 2014
CiteertitelVerordening Leerlingenvervoer gemeente Groningen 2014
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerponderwijs
Eigen onderwerpVerordening leerlingenvervoer

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Artikel 20 Bevat overgangsbepalingen;

Deze regeling vervangt de Verordening leerlingenvervoer gemeente Groningen, vastgesteld bij raadsbesluit op 22 juni 2011;

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Wet op het primair onderwijs, art. 4
  2. Wet op het voortgezet onderwijs, art. 4
  3. Wet op de expertisecentra

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Verordening Cliëntenraad leerlingenvervoer

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-01-2014nieuwe regeling

30-10-2013

Gemeenteblad, 2013, 113

GR 13.3887133

Tekst van de regeling

Intitulé

VERORDENING LEERLINGENVERVOER GEMEENTE GRONINGEN 2014

DE RAAD VAN DE GEMEENTE GRONINGEN,

(GR 13.3887133);

 

Gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 3 september 2013;

 

Gelet op artikel 4 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 4 van de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet op de expertisecentra;

 

HEEFT BESLOTEN:

 

de Verordening Leerlingenvervoer gemeente Groningen 2014 vast te stellen.

Titel 1 Algemene bepalingen

 

Artikel 1 Begripsomschrijving

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    school:

    • -

      een basisschool of speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs (WPO) (Stb. 1998, 495);

    • -

      een school voor speciaal ( voortgezet) onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra (WEC) (Stb. 1998, 496);

    • -

      een school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs (WVO) (Stb.1998, 512);

  • b.

    ouders: de ouder(s), voogd(en) of verzorger(s) van de leerling;

  • c.

    leerling: een leerling die staat ingeschreven bij een school als bedoeld onder a;

  • d.

    gehandicapte leerling: een leerling, die door een lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke handicap niet in staat is om, ook niet met begeleiding, van het openbaar vervoer of het eigen vervoer gebruik te maken;

  • e.

    woning: de plaats waar de leerling structureel en feitelijk verblijft;

  • f.

    afstand: de afstand tussen de woning en de school, gemeten langs de kortste voor de leerling voldoende begaanbare en veilige weg;

  • g.

    leerlingenvervoer: eigen vervoer, openbaar vervoer of aangepast vervoer tussen de woning en de verblijfplaats dat plaatsvindt in aansluiting op het begin en einde van de schooldag volgens de schoolgids;

  • h.

    openbaar vervoer: voor een ieder openstaand personenvervoer volgens een dienstregeling per trein, metro, tram, bus, veerdienst of auto;

  • i.

    aangepast vervoer: vervoer per besloten (school)busvervoer, taxi, treintaxi of bustaxi met een maximum van negen dagdelen per week met inachtneming van het bepaalde in artikel 12;

  • j.

    eigen vervoer: vervoer per eigen motorvoertuig, bromfiets of fiets;

  • k.

    toegankelijke school:

    • -

      voor basisscholen en speciale scholen voor basisonderwijs: de basisschool van de verlangde godsdienstige of levensbeschouwelijke richting of de openbare school of de speciale school voor basisonderwijs waarop de leerling is aangewezen van de verlangde godsdienstige of levensbeschouwelijke richting of de openbare speciale school voor basisonderwijs;

    • -

      voor scholen voor speciaal onderwijs en scholen voor voortgezet onderwijs: de school van de soort waarop de leerling is aangewezen van de verlangde godsdienstige of levensbeschouwelijke richting of de openbare school van de soort waarop de leerling is aangewezen;

  • l.

    reistijd: ’s morgens de tijd van het verlaten van de woning tot de overdracht op de school en ‘s middags in omgekeerde volgorde;

  • m.

    inkomen: het volgens de Wet op de inkomstenbelasting 2001 (Stb. 2000, 215) vastgesteld verzamelinkomen van de ouders in het kalenderjaar, voorafgaande aan het schooljaar waarvoor bekostiging van de vervoerskosten wordt gevraagd;

  • n.

    vervoersvoorziening: een gehele of gedeeltelijke bekostiging van de door het college noodzakelijk geachte vervoerskosten van de leerling en zo nodig diens begeleider, of gehele of gedeeltelijke bekostiging van de goedkoopst mogelijke wijze van openbaar vervoer voor de leerling en zo nodig diens begeleider, of aanbieding van aangepast vervoer welke de gemeente verzorgt of doet verzorgen;

  • o.

    passend vervoer: vervoer dat past bij de beperking van de leerling en de mogelijkheden van de ouders de leerling zelf te vervoeren.

  • p.

    weekeinde- en vakantievervoer: vervoer van de leerling tussen de woning van de ouders en de plaats waar de leerling, met het oog op het bij hem passend (voortgezet) speciaal onderwijs, verblijft.

Artikel 2 Bekostiging van de door het college noodzakelijk te achten vervoerskosten
  • 1.

    Om naar school te gaan kent het college aan de ouders van de in de gemeente verblijvende leerlingen op aanvraag een vervoersvoorziening toe met inachtneming van de voorwaarden die in deze verordening staan.

  • 2.

    Toekennen van een vervoersvoorziening geschiedt voor de periode van één schooljaar.

  • 3.

    Met de bepalingen in deze verordening blijft de verantwoordelijkheid van de ouders voor het schoolbezoek van hun kinderen bestaan.

Artikel 3 Bekostiging naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school
  • 1.

    Bekostiging van de vervoerskosten wordt toegekend over de afstand tussen de woning en de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke school, tenzij het vervoer naar een verder weg gelegen school voor de gemeente minder kosten met zich mee zou brengen en de ouders met het vervoer naar die school schriftelijk instemmen.

  • 2.

    Ouders kunnen een vergoeding voor de vervoerskosten aanvragen voor het bezoeken van een school die op grotere afstand van de woning is gelegen dan in artikel 4 is bepaald. Dit wordt alleen toegekend als de ouders schriftelijk verklaren dat zij overwegende bezwaren hebben tegen de richting van het onderwijs van de scholen die dichter bij de woning zijn gelegen.

Artikel 4 De afstand tussen de woning en school
  • 1.

    Het college kent aan de ouders van de leerlingen een vergoeding toe mits:

    • a.

      de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke school voor basisonderwijs als bedoeld in de WPO meer dan zes kilometer bedraagt;

    • b.

      de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in de WPO meer dan driekilometer bedraagt;

    • c.

      de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de WVO meer dan twintig kilometer bedraagt.

    • d.

      de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke school van het speciaal onderwijs als bedoeld in de WEC uitgezonderd de scholen voor voortgezet onderwijs voor ZMOK (Zeer Moeilijk Opvoedbare Kinderen) en PI ( Pedologisch Instituut) meer dan drie kilometer bedraagt;

    • e.

      de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke school voor voortgezet onderwijs voor het ZMOK en het PI (Cluster 4 of REC, Regionaal Expertise Centra) meer dan vier kilometer bedraagt.

  • 2.

    Dit artikel is niet van toepassing op het vervoer van een gehandicapte leerling volgens de definitie in art. 1, lid d van deze verordening.

Artikel 5 Uitbetaling van de bekostiging

Het college bepaalt de wijze, het tijdstip van de uitbetaling en de tijdsduur van de bekostiging.

Artikel 6 Aanvraagprocedure
  • 1.

    Een aanvraag voor een vergoeding van de vervoerskosten gebeurt door het invullen, ondertekenen en inleveren bij het College van een voorgedrukt aanvraagformulier of digitaal op een daartoe beschikbaar formulier op de website van de Gemeente Groningen.

  • 2.

    Als dit voor een juiste beoordeling van de aanvraag noodzakelijk is, kan het college advies vragen aan deskundigen.

  • 3.

    Het college besluit over de aanvraag binnen zes weken na ontvangst van alle benodigde gegevens.

  • 4.

    Vergoeding van de vervoerskosten wordt verstrekt vanaf de datum van ontvangst van de aanvraag. Het verstrekken van een vergoeding met terugwerkende kracht is niet mogelijk.

Artikel 7 Doorgeven van wijzigingen
  • 1.

    De ouders zijn verplicht wijzigingen die van invloed kunnen zijn op de verstrekte bekostiging van de vervoerskosten, onder vermelding van de datum van wijziging, schriftelijk of digitaal zo snel mogelijk mee te delen aan het college.

  • 2.

    Wijzigingen dienen één werkdag van te voeren worden gemeld.

  • 3.

    Als een wijziging van invloed is op de verstrekte bekostiging, vervalt de aanspraak op bekostiging. Het college beslist dan opnieuw over de bekostiging van de vervoerskosten.

  • 4.

    Als de ouders niet voldoen aan het bepaalde in het eerste lid vervalt de aanspraak op bekostiging van de vervoerskosten direct. Het college deelt dit besluit schriftelijk mee aan de ouders.

  • 5.

    Ten onrechte genoten bekostiging zalvan de ontvanger worden teruggevorderd, of worden verrekend bij een eventuele nieuwe verstrekking van bekostiging.

Artikel 8 Andere vergoedingen

De aanspraak op bekostiging voor het leerlingenvervoer wordt verminderd met de aanspraak op een toelage, voor zover die voor de betrokken leerling betrekking heeft op de reiskosten.

Titel 2 Bepalingen over het vervoer van de leerlingen

 

Artikel 9 Voorkeursvolgorde bekostiging leerlingenvervoer
  • 1.

    Bij de bekostiging van het leerlingenvervoer is het uitgangspunt dat ouders de leerling zelf vervoeren (eigen vervoer).

  • 2.

    Indien het leerlingenvervoer met eigen vervoer niet mogelijk is, vindt het leerlingenvervoer plaats door middel van het openbaar vervoer, eventueel onder begeleiding als bedoeld in artikel 11, tweede lid.

  • 3.

    Indien het leerlingenvervoer met het openbaar niet mogelijk is, geschiedt het leerlingenvervoer met aangepast vervoer als bedoeld in art. 12.

  • 4.

    Een combinatie van de genoemde soorten vervoer is ook mogelijk.

Artikel 10 Bekostiging van de kosten van het eigen vervoer
  • 1.

    Het college vergoedt aan de ouders die een leerling zelf vervoeren of laten vervoeren een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de auto, afgeleid van de Reisregeling binnenland.

  • 2.

    Als de ouders recht hebben op een kilometervergoeding als bedoeld in het eerste lid, vergoedt het college aan de ouders die meer dan één leerling tegelijk zelf vervoeren, of laten vervoeren, het vervoer voor één kind.

Artikel 11 Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer
  • 1.

    Als de ouders recht hebben op een vergoeding van de kosten van het openbaar vervoer kan het college hiervoor een vergoeding verstrekken. gebaseerd op de goedkoopste reismogelijkheid.

  • 2.

    Als de ouders recht hebben op de bekostiging van het openbaar vervoer vergoedt het college ook de kosten van het vervoer van een begeleider mits:

    • a.

      de leerling jonger dan negen jaar is, of

    • b.

      door de ouders tot genoegen van het college is aangetoond dat de leerling niet zelfstandig met het openbaar vervoer kan reizen.

  • 3.

    Als de begeleider meer dan één leerling tegelijk begeleidt, wordt alleen de kosten van één begeleider vergoedt.

Artikel 12 Bekostiging van de kosten van aangepast vervoer
  • 1.

    Als de ouders bekostiging aanvragen van het aangepast vervoer kan het college dit vervoer (laten) uitvoeren als door de ouders is aangetoond dat de gehandicapte leerling vanwege de handicap niet zelfstandig en ook niet onder begeleiding van het openbaar vervoer of het eigen vervoer gebruik kan maken.

  • 2.

    In het geval dat aangepast vervoer als passend vervoer is toegekend, worden de kosten van het aangepast vervoer voor maximaal 9 dagdelen in de week vergoed. De ouders dienen minimaal één keer per week op een vast dagdeel of vaste dagdelen de leerling zelf naar school te brengen of van school te halen Hiervoor hebben zij recht op een vergoeding van de kilometerprijs zoals bepaald in artikel 10.

  • 3.

    Het bepaalde in lid 2 is niet van toepassing indien de leerling rolstoelgebonden is en de ouders niet beschikken over rolstoelvervoer;

  • 4.

    Indien de school meer dan 10 km buiten de gemeentegrens ligt kan het college dispensatie verlenen voor het bepaalde in lid 2.

  • 5.

    Indien er sprake is van een leerling die naar het oordeel van het college wel onder begeleiding gebruik kan maken van het eigen vervoer of het openbaar vervoer kan aangepast vervoer worden toegekend als de ouders tot genoegen van het college hebben aangetoond dat:

    • a.

      de werktijden van de ouder(s) samenvallen met de schooltijden van de leerlingen en dat de werktijden van de ouders niet kunnen worden aangepast aan de schooltijden van de leerling;

    • b.

      vanwege de zorg voor de andere kinderen in het gezin het voor de ouders niet mogelijk is om de leerling naar of van school te begeleiden;

    • c.

      de begeleiding van de leerling in het openbaar vervoer in totaal meer dan vier uur per dag vergt;

    • d.

      de leerling met gebruikmaking van het openbaar naar school of terug meer dan anderhalf uur per rit onderweg is en de reistijd met aangepast vervoer tot 50% of minder van de reistijd per openbaar vervoer kan worden teruggebracht, of

    • e.

      openbaar vervoer ontbreekt.

Artikel 13 Bekostiging van de kosten van het weekeinde- en vakantievervoer aan de in de gemeente wonende ouders
  • 1.

    Als de ouders een vergoeding aanvragen voor de kosten van het weekeindvervoer van de leerling, die volgens de voorgaande artikelen in aanmerking komt voor een vergoeding van het leerlingenvervoer vergoedt het college de kosten voor de eenmaal per weekeinde gemaakte reis van de plaats waar de leerling, met het oog op het bij hem passend (voortgezet) speciaal onderwijs, verblijft naar de woning van de ouders en terug, voor zover de weekeinden niet vallen binnen de schoolvakanties die voorkomen in de schoolgids van de school die de leerling bezoekt.

  • 2.

    Het college bekostigt aan de ouders op aanvraag de kosten van het vakantievervoer van de leerling voor de eenmaal per schoolvakantie van drie of meer dagen gemaakte reis van de plaats waar de leerling, met het oog op het bij hem passend (voortgezet) speciaal onderwijs, verblijft naar de woning van de ouders en terug, voor zover de vakantie voorkomt in de schoolgids van de school die de leerling bezoekt.

Titel 3Drempelbedrag en Eigen bijdrage

 

Artikel 14 Drempelbedrag en eigen bijdrage
  • 1.

    Indien een leerling, die een school voor basisonderwijs, een speciale school voor het basisonderwijs, of het voortgezet onderwijs bezoekt voor een vervoersvoorziening in aanmerking komt, betalen de ouders van de leerling per leerling per schooljaar een eigen bijdrage indien het verzamelinkomen van de ouders meer bedraagt dan € 25.000,-- in het peiljaar 2013.

  • 2.

    De eigen bijdrage is gelijk aan de hoogte van een jaarabonnement van het openbaar vervoer voor de afstand van de woning naar school.

  • 3.

    De eigen bijdrage is nooit hoger dan de kosten van het vervoer.

  • 4.

    Indien een leerling na het begin van het schooljaar instroomt en/ of uitstroomt wordt de hoogte van de eigen bijdrage evenredig aangepast.

  • 5.

    Het college kan het drempelbedrag, genoemd in lid 1 als volgt aanpassen: het verzamelinkomensbedrag wordt met ingang van 1 januari 2015 jaarlijks aangepast aan de wijziging die het indexcijfer van de regelingslonen van volwassen werknemers heeft ondergaan ten opzichte van 1 januari van het voorafgaande jaar en rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 500,--.

  • 6.

    Dit artikel is niet van toepassing op het vervoer van een gehandicapte leerling zoals gedefinieerd in artikel 1.

Titel 4 Sanctiebepalingen

 

Artikel 15 Gedragsregels
  • 1.

    Een leerling aan wie een vervoersvoorziening in de vorm van het aangepast vervoer of het openbaar vervoer is verstrekt, is verplicht de aanwijzingen betreffende de orde, rust, veiligheid en een goede bedrijfsgang op te volgen, die door of vanwege de vervoerder die het vervoer verricht, duidelijk kenbaar zijn gemaakt. Hieronder wordt mede begrepen het op tijd aanwezig zijn van de leerling bij het afhalen door de vervoerder.

  • 2.

    Het college kan een leerling aan wie een vervoersvoorziening in de vorm van het aangepast vervoer of het openbaar vervoer is verstrekt, tijdelijk of voor de rest van het schooljaar de toegang tot dit vervoer ontzeggen als bij herhaling gebleken is dat de leerling door agressief gedrag of anderszins de orde in het vervoermiddel verstoort, de veiligheid van het vervoermiddel en inzittenden in gevaar brengt en/of de aanwijzingen van de vervoerder niet opvolgt. Het bovenstaande is van overeenkomstige toepassing indien bij herhaling en/of zonder opgave niemand aanwezig is om de leerling ’s middags op te vangen.

  • 3.

    Indien een leerling de toegang tot het aangepast vervoer of het openbaar vervoer in ontzegd zal het college voor de duur van deze ontzegging de kosten van het eigen vervoer van en naar de school voor deze leerling en zo nodig voor een begeleider vergoeden.

Titel 5 Slotbepalingen

 

Artikel 16 Beleidsregels

Het College kan met betrekking tot de uitvoering van deze verordening beleidsregels vaststellen.

Artikel 17 Beslissing college in gevallen waarin de regeling niet voorziet

In gevallen die de uitvoering van het leerlingenvervoer betreffen en waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college.

Artikel 18 Afwijken van bepalingen

Het college kan ten gunste van de ouders afwijken van de bepalingen in deze verordening als er sprake is van zodanige specifieke omstandigheden dat toepassing van die bepalingen, gelet op de belangen van de aanvrager, naar het oordeel van het college leiden tot onbillijkheden van overwegende aard.

Artikel 19 Intrekking

De Verordening leerlingenvervoer gemeente Groningen, vastgesteld bij raadsbesluit van 22 juni 2011, wordt ingetrokken.

Artikel 20 Overgangsbepalingen
  • 1.

    Op aanvragen waarop is beslist voor de inwerkingtreding van deze verordening blijven, gedurende de geldigheid van de beschikking, de bepalingen van de Verordening leerlingenvervoer gemeente Groningen (raadsbesluit 22 juni 2011) van kracht.

  • 2.

    Op aanvragen die zijn ingediend voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening en waarop ten tijde van de inwerkingtreding nog niet is beslist, wordt beslist met toepassing van deze verordening.

  • 3.

    Op bezwaarschriften gericht tegen een beschikking op een aanvraag krachtens de Verordening leerlingenvervoer gemeente Groningen van 22 juni 2011, wordt beslist met toepassing van deze verordening.

Artikel 21 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2014.

Artikel 22 Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als Verordening Leerlingenvervoer gemeente Groningen 2014.

Gedaan te Groningen ter openbare raadsvergadering van 30 oktober 2013.

De griffier,

drs. A.G.M. (Toon) Dashorst.

De voorzitter,

dr. J.P. (Peter) Rehwinkel.