| Overheidsorganisatie | Gemeente Groningen (Gr) |
|---|---|
| Officiële naam regeling | Nadere regels parkeren op belanghebbenden- en parkeerapparatuurplaatsen |
| Citeertitel | Nadere regels parkeren op belanghebbenden- en parkeerapparatuurplaatsen |
| Vastgesteld door | college van burgemeester en wethouders |
| Onderwerp | ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer |
| Eigen onderwerp | Nadere regels parkeren op belanghebbenden- en parkeerapparatuurplaatsen |
Voor het eerst vastgesteld in decollegevergadering van 23 april 2003
Gemeentewet
Verordening parkeerbelastingen 2011, Parkeerverordening gemeente Groningen 1998
| Datum inwerking- treding | Terugwerkende kracht t/m | Datum uitwerking- treding | Betreft | Datum ondertekening Bron bekendmaking | Kenmerk voorstel |
|---|---|---|---|---|---|
| 25-02-2011 | art. 4 | 18-01-2011 Gemeenteblad, 2011, 19 | C 10.2484054 |
BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE GRONINGEN
Gezien het voorstel uit 2003;
HEBBEN BESLOTEN:
de Nadere regels parkeren op belanghebbenden- en parkeerapparatuurplaatsen vast te stellen.
1. Voor het verlenen van een vergunning voor het parkeren op parkeerapparatuurplaatsen worden aangewezen de gebieden:
2. Voor het verlenen van een vergunning voor op belanghebbendenplaatsen wordt aangewezen het gebied Binnenstad-Oost (= de plaatsen aan de Steentilkade, de Oostersingeldwarsstraat, de Lijnbaanstraat, de Oosterhavenstraat en Voor 't Voormalig Klein Poortje, alsmede de plaatsen die zijn gelegen binnen het gebied dat wordt begrensd door het Damsterdiep, het Schuitendiep OZ, de Turfsingel OZ, de Bloemstraat en de Oostersingel (de genoemde straten dus niet meegerekend) en uitgezonderd de Nieuweweg en de W.A. Scholtenstraat.
1. Verordening: de Parkeerverordening gemeente Groningen 1998.
2. Houder van een voertuig: degene die naar de omstandigheden als houder van een voertuig moet worden beschouwd.
3. Houder van een motorvoertuig [ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet 1994 (Stbl. 1994 nr. 475) aangehouden register van opgegeven kentekens]:
4. Vervoerplan: samenhangend pakket van maatregelen betrekking hebbende op het terugdringen van het woon- werkverkeer per auto.
1. Aan de houder van een voertuig die aantoont dat hij in de Binnenstad als bewoner staat ingeschreven, wordt op schriftelijk verzoek één vergunning verleend voor het betreffende gebied.
2. Per zelfstandige woning wordt één vergunning afgegeven. Onder zelfstandige woning wordt in dit verband verstaan: een woning die is voorzien van een uniek adres, een eigen toegang heeft en waarin de wezenlijke voorzieningen, zoals een was- en kookgelegenheid en een toilet, niet met bewoners van andere woonruimten hoeven te worden gedeeld.
3. Het maximum aantal uit te geven vergunningen is gelijk aan 100% van het aantal binnen de Diepenring beschikbare parkeerplaatsen.
4. Een houder die beschikt over een stallingsabonnement voor een buurtstalling komt niet in aanmerking voor een parkeervergunning voor bewoners van de Binnenstad.
5. De vergunningen gelden niet op maandag, dinsdag, en woensdag van 10.00 uur tot 22.00 uur en op donderdag, vrijdag en zaterdag van 10.00 uur tot 24.00 uur voor parkeren op parkeerapparatuurplaatsen in de volgende straten: de Oude Ebbingestraat, de Rode Weeshuisstraat, de Oude Boteringesatraat, de Rademarkt (voor het Hoofdbureau van politie), het Kwinkenplein, het Gedempte Zuiderdiep, het Gedempte Kattendiep (5 parkeerplaatsen ter hoogte van Gedempte Kattendiep 122) en de Steentilstraat.
6. Voor het verstrekken van een parkeervergunning aan binnenstadsbewoners die op 16 december 2007 al beschikten over een parkeervergunning voor parkeren binnen de Diepenring geldt een uitzondering op het bepaalde in lid 2 van dit artikel. Voor deze categorie personen geldt dat:
1. Aan de houder van een voertuig die aantoont dat hij in de Oosterpoortbuurt, Hortusbuurt, Herewegbuurt, Rivierenbuurt, Zeehelden- en Badstratenbuurt, Schildersbuurt, Oosterparkbuurt, Grunobuurt en Laanhuizen, Korrewegbuurt, Binnenstad-oost, een deel van de Oranjebuurt, De Linie de Papiermolen of Kop van Oost (uitsluitend Eemskanaal ZZ oneven nummers 5 tot en met 15) als bewoner staat ingeschreven wordt op schriftelijke aanvraag één vergunning verleend voor het desbetreffende gebied.
2. Degene die aantoont dat hij een beroep of bedrijf uitoefent in één van voornoemde gebieden, met uitzondering van Kop van Oost (uitsluitend Eemskanaal ZZ oneven nummers 5 tot en met 15) wordt op schriftelijke aanvraag één vergunning verleend voor het desbetreffende gebied.
3. Aan degene die een onder lid 2 bedoeld beroep of bedrijf uitoefent worden op schriftelijke aanvraag extra vergunningen verleend onder de volgende voorwaarden:
4. Aan een bedrijf dat of de beroepsuitoefenaar die aantoonbaar minder dan 11 werknemers in dienst heeft, wordt vrijstelling verleend van het opstellen van een vervoersplan.
5. De bewoner die staat ingeschreven in één van voornoemde gebieden, wordt op aanvraag een bezoekerskaart verleend voor het desbetreffende gebied. Als bijkomende voorwaarden geldt:
6. De vergunningen zijn niet geldig voor parkeren:
7. Een parkeervergunning ex artikel 3, lid 3 sub d wordt op aanvraag verstrekt aan:
De beroepsbeoefenaar dient praktiserend te zijn in de gemeente Groningen.
8. Een parkeervergunning ex artikel 3, lid 3 sub e wordt op aanvraag verstrekt aan:
De beroepsbeoefenaar komt onder voorwaarden in aanmerking voor een vergunning.
De aanvraag moet vergezeld gaan van een schriftelijke verklaring van het bedrijf waarvoor de beroepsbeoefenaar werkzaam is. Uit deze schriftelijke verklaring moet blijken dat de onderhavige vergunning noodzakelijk is voor een goede uitoefening van het beroep.
9. Een parkeervergunning ex artikel 3, lid 3 sub f wordt op aanvraag verstrekt aan:
De beroepsbeoefenaar komt onder voorwaarden in aanmerking voor een vergunning.
De volgende voorwaarden worden gesteld:
De vergunning is geldig voor het parkeren aan de Oosterhaven en in het gebied Kop van Oost.
10. Een parkeervergunning ex artikel 3, lid 3 sub g, ten behoeve van een particulier wordt op aanvraag verstrekt aan:
11. Een parkeervergunning ex artikel 3, lid 3 sub d en f wordt op aanvraag verstrekt aan:
De vergunning is geldig voor het parkeren in de gehele gemeente en op de hiertoe aangewezen autodateplaatsen.
12. Een tijdelijke parkeervergunning ex artikel 3, lid 3 sub h wordt op aanvraag verstrekt aan:
De vergunning is geldig voor het parkeren op parkeerapparatuurplaatsen in de wijk waarin de aanvrager ingeschreven staat.
De vergunning is geldig voor het parkeren op parkeerapparatuurplaatsen in de wijk waarin de aanvrager ingeschreven staat.
13. Een dagparkeervergunning (ex artikel 3 lid 3, sub i van de Parkeerverordening) wordt op aanvraag verstrekt aan bedrijven die ten behoeve van werkzaamheden het voertuig in de directe nabijheid van het werk moeten parkeren, maar niet in aanmerking komen voor een ontheffing op het inrij- en parkeerverbod.
14. Een dagparkeervergunning (ex artikel 3 lid 3, sub j van de Parkeerverordening) wordt op aanvraag vertrekt aan bedrijven die ten behoeve van werkzaamheden het voertuig in de directe nabijheid van het werk moeten parkeren.
15. Een tijdelijke vergunning (ex artikel 3 lid 3 sub k van de parkeerverordening) wordt op aanvraag verstrekt aan bewoners van schilwijken die op eigen naam een auto huren bij een erkend autoverhuurbedrijf.
16. Een tijdelijke vergunning (ex artikel 3 lid 3 sub l van de parkeerverordening) wordt op aanvraag verstrekt aan bewoners van de binnenstad die op eigen naam een auto huren bij een erkend autoverhuurbedrijf.
17. De houder die is ingeschreven in Binnenstad-Oost en beschikt over een stallingabonnement voor een buurtstalling komt niet in aanmerking voor een parkeervergunning voor bewoners.
De houder van een voertuig die een beroep of bedrijf uitoefent in Binnenstad-Oost en aantoont dat het in het belang van diens beroeps- of bedrijfsuitoefening noodzakelijk is in dat gebied meer dan één voertuig te parkeren, worden op schriftelijke aanvraag extra vergunningen verleend.
1. Deze nadere regels treden in werking op de derde dag na die waarop zij zijn bekend gemaakt.
2. Op dat tijdstip worden ingetrokken de nadere regels vastgesteld bij besluit van burgemeester en wethouders van 21 augustus 2002.
Vergunningen verleend op grond van de nadere regels als bedoeld in artikel 6 tweede lid blijven van kracht tot dat de tijd waarvoor zij verleend werden verstreken is of totdat zij worden ingetrokken.
Gedaan te Groningen in de B&W-vergadering van 23 april 2003.
De burgemeester, De secretaris,
J. Wallage. A. Wink