| Overheidsorganisatie | Gemeente Groningen (Gr) |
|---|---|
| Officiële naam regeling | Verordening Parkeerbelastingen 2011 |
| Citeertitel | Verordening Parkeerbelastingen 2011 |
| Vastgesteld door | gemeenteraad |
| Onderwerp | financiën en economie |
| Eigen onderwerp | Verordening Parkeerbelastingen 2011 |
Geen
Gemeentewet, art. 225
Parkeerverordening gemeente Groningen 1998, Nadere regels parkeren op belanghebbenden- en parkeerapparatuurplaatsen
| Datum inwerking- treding | Terugwerkende kracht t/m | Datum uitwerking- treding | Betreft | Datum ondertekening Bron bekendmaking | Kenmerk voorstel |
|---|---|---|---|---|---|
| 25-02-2011 | 01-01-2012 | art. 10, onderdeel I van de tarieventabel | 16-02-2011 Gemeenteblad, 2011, 20 | GR 11.2513645 |
DE RAAD VAN DE GEMEENTE GRONINGEN;
gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 9 november 2010, (GR 10.2464057);
gelet op artikel 225 van de Gemeentewet;
HEEFT BESLOTEN:
de Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen 2011 vast te stellen.
Onder de naam 'parkeerbelastingen' worden de volgende belastingen geheven:
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
1. De belasting bedoeld in artikel 1, onderdeel a, wordt geheven van degene die het voertuig heeft geparkeerd.
2. Als degene die het voertuig heeft geparkeerd wordt mede aangemerkt:
1. De belasting bedoeld in artikel 1, onderdeel a, is verschuldigd bij de aanvang van het parkeren.
2. In afwijking van het bepaalde in het vorige lid is de belasting terstond verschuldigd na afloop van het parkeren indien wordt geheven door middel van het inbellen bij de centrale computer van het bedrijf waarmee de gemeente Groningen een overeenkomst heeft gesloten voor het verlenen van diensten op het gebied van telefonische betaling bestemd voor de registratie van parkeerbewegingen.
3. De belasting bedoeld in artikel 1, onderdeel b, is verschuldigd op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.
Het tarief, het tijdvak en de maatstaf van heffing zijn vermeld in de tarieventabel behorende bij de Verordening parkeerbelastingen 2011.
1. De belasting bedoeld in artikel 1, onderdeel a, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte en moet worden betaald bij de aanvang van het parkeren.
2. In afwijking van het bepaalde in het vorige lid moet de belasting, indien het inwerking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door middel van het inbellen bij de centrale computer van het bedrijf waarmee de gemeente Groningen een overeenkomst heeft gesloten voor het verlenen van diensten op het gebied van telefonische betaling bestemd voor de registratie van parkeerbewegingen, betaald worden binnen één maand na de dag waarop het belastbare feit heeft plaatsgevonden.
3. De belasting bedoeld in artikel 1, onderdeel b, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte en moet worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.
4. Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald.
1. Indien de belastingplicht, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, in de loop van het jaar waarvoor de vergunning is verleend eindigt, wordt op aanvraag ontheffing verleend over de nog niet ingetreden volle kwartalen waarop de vergunning betrekking heeft.
2. Terugbetaling van reeds betaalde belastingsommen geschiedt vanaf € 10.
Houders van een geldige Europese Gehandicapten Parkeerkaart, landelijke invalidenparkeerkaart (zowel voor bestuurders als passagiers), gewestelijke invalidenparkeerkaart of buitenlandse invalidenparkeerkaart zijn vrijgesteld mits deze parkeerkaart met de daartoe bestemde zijde, in combinatie met een parkeerschijf waarop de aankomsttijd is ingesteld, op een van buitenaf duidelijk leesbare plaats direct achter de voorruit van het voertuig is geplaatst. Indien geen voorruit aanwezig is, dienen de vergunning en de parkeerschijf op een van buitenaf zichtbare plaats duidelijk leesbaar te worden aangebracht.
1. Tot zekerheid van de betaling van een naheffingsaanslag ter zake van de belasting bedoeld in artikel 1, onder deel a, kan aan het voertuig ook een wielklem worden aangebracht, waardoor wordt verhinderd dat het voertuig wordt weggereden.
2. Het college van burgemeester en wethouders wijst bij openbaar te maken besluit in alle gevallen de terreinen en weggedeelten aan waar de wielklem wordt toegepast.
3. Indien na het aanbrengen van de wielklem 24 uren zijn verstreken kan het voertuig naar een door het college van burgemeester en wethouders aangewezen plaats worden overgebracht en in bewaring worden gesteld.
De kosten van de naheffingsaanslag ter zake van de belasting bedoeld in artikel 1, onderdeel a, bedragen € 52.
Bij invordering van deze belasting wordt geen kwijtschelding verleend.
Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders
Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de parkeerbelastingen.
Inwerkingtreding en citeertitel
1. De ‘Verordening parkeerbelastingen’ van 26 juni 1991, nr. 18, laatstelijk gewijzigd bij raadsbesluit van 27 januari 2010, nr. 9b, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van de bekendmaking.
3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2011.
4. Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Verordening parkeerbelastingen 2011’.
Gedaan te Groningen ter openbare raadsvergadering van 15 december 2010.
De griffier, De voorzitter,
mr. L.A.M. (Leo) Aarden. dr. J.P. (Peter) Rehwinkel.
De tarieventabel, als bedoeld in artikel 5 van de verordening parkeerbelastigen