Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Groningen

Besluit van Provinciale Staten van de provincie Groningen houdende regels voor de gemeenschappelijke regeling Gemeenschappelijke Regeling Havenschap Groningen Seaports

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieGroningen
OrganisatietypeProvincie
Officiële naam regelingBesluit van Provinciale Staten van de provincie Groningen houdende regels voor de gemeenschappelijke regeling Gemeenschappelijke Regeling Havenschap Groningen Seaports
CiteertitelGemeenschappelijke Regeling Havenschap Groningen Seaports
Vastgesteld doorprovinciale staten
Onderwerpbestuur en recht
Eigen onderwerpBestuurlijke organisatie

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Het historisch overzicht van deze regeling is niet compleet.

Deze regeling bevat de vroegst mogelijke datum van inwerkingtreding.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

art. 53 WGR

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

26-01-2016nieuwe regeling

16-12-2015

Staatscourant 2016, 3477

.

Tekst van de regeling

Intitulé

Besluit van Provinciale Staten van de provincie Groningen houdende regels voor de gemeenschappelijke regeling Gemeenschappelijke Regeling Havenschap Groningen Seaports

De raden van de gemeenten Delfzijl en Eemsmond, en provinciale staten van de provincie Groningen;

 

NEMEN IN AANMERKING:

a. In 1989 is getroffen de gemeenschappelijke regeling Havenschap Delfzijl/Eemshaven;

b. De provincie Groningen en de gemeenten Delfzijl en Eemsmond wensen thans dat, voor zover het niet betreft op het openbaar lichaam Havenschap Groningen Seaports rustende publieke taken in verband met het nautisch beheer, de scheepvaart, de havens en de vaarwegen, te komen tot een verzelfstandiging van de activiteiten binnen het verband van de gemeenschappelijke regeling en het openbaar lichaam Havenschap Groningen Seaports, waarbij de exploitatie en het beheer van de havens en de bijbehorende industrieterreinen zoveel als mogelijk zullen worden verricht door een daartoe op te richten naamloze vennootschap: Groningen Seaports N.V.;

c. Het openbaar lichaam Havenschap Groningen Seaports wil zich daarbij in het vervolg beperken tot het (doen) uitoefenen van de publieke taken, alsmede tot het oprichten, het zijn van aandeelhouder en het vervullen van het aandeelhouderschap in de met het oog op de havens en bijbehorende industrieterreinen opgerichte en op te richten privaatrechtelijke rechtspersonen, waaronder begrepen Groningen Seaports N.V., alsmede het binnen de grenzen van de in verband daarmee te sluiten overeenkomsten financieel faciliteren daarvan;

d. sedert het treffen van de regeling is een aantal toepasselijke wettelijke bepalingen gewijzigd, zodat ook om die reden de gemeenschappelijke regeling aanpassing behoeft;

e. het is gewenst dat ook de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Eemsmond en Delfzijl en gedeputeerde staten van de provincie Groningen als deelnemer;

BESLUITEN:

de gemeenschappelijke regeling Havenschap Delfzijl/Eemshaven te wijzigen, zodat deze bij toetreding van de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Eemsmond en Delfzijl en gedeputeerde staten van de provincie Groningen als volgt komt te luiden:

§ 1 ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1 Begripsbepalingen

1.1 In deze regeling wordt verstaan onder:

  • -

    het algemeen bestuur: het bestuur als bedoeld in artikel 8;

  • -

    het beheersgebied: de gebieden aangeduid in artikel 6.2;

  • -

    de colleges: de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Delfzijl en Eemsmond en het college van gedeputeerde staten van de provincie Groningen;

  • -

    het dagelijks bestuur: het bestuur als bedoeld in artikel 17;

  • -

    de deelnemers: de raden, de staten en de colleges, alsmede, voor zover volgend uit de Wet of daarop blijkens de tekst van de regeling wordt gedoeld, de gemeenten en de provincie;

  • -

    de gemeenten: de gemeenten Delfzijl en Eemsmond;

  • -

    de GR: het openbaar lichaam Havenschap Groningen Seaports

  • -

    Groningen Seaports NV: de naamloze vennootschap Groningen Seaports N.V.

  • -

    de provincie: de provincie Groningen;

  • -

    de raden: de raad van de gemeente Delfzijl en de raad van de gemeente Eemsmond;

  • -

    de regeling: deze gewijzigde gemeenschappelijke regeling;

  • -

    de staten: provinciale staten van de provincie Groningen;

  • -

    de Wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen.

Artikel 2 Openbaar lichaam

2.1 De deelnemers hebben de regeling getroffen.

2.2 Er is een openbaar lichaam, als bedoeld in de Wet, genaamd: Havenschap Groningen Seaports; het is gevestigd te Delfzijl.

Artikel 3 Duur

3.1 De regeling is aangegaan voor onbepaalde tijd.

§ 2 DOELSTELLING EN TAKEN; BEHEERSGEBIED

Artikel 4

4.1 De GR heeft ten doel:

  • 1.

    het vervullen van de publieke taken in verband met het nautisch beheer, de scheepvaart, de havens en de vaarwegen in het beheergebied;

  • 2.

    het bevorderen van de verdere ontwikkeling en het gebruik van de havens en de daarbij behorende industrieterreinen gelegen in de gemeente Delfzijl en van de Eemshaven en de daarbij behorende industrieterreinen gelegen in de gemeente Eemsmond, mede teneinde

  • 3.

    daardoor de bedrijvigheid en de werkgelegenheid in de provincie Groningen te bevorderen.

 

4.2 Ter uitvoering van het in artikel 4.1 omschreven doel heeft de GR tot taak:

  • 1.

    het uitvoeren van alle op haar rustende publiekrechtelijke taken waaronder die welke verband houden met het nautisch beheer, voor zover verband houdende met de havens in het beheersgebied, voor zover die publiekrechtelijke taken niet, al dan niet rechtstreeks, aan (personen aangesteld bij) Groningen Seaports NV opgedragen mochten zijn of worden; en

  • 2.

    het oprichten van en deelnemen in privaatrechtelijke rechtspersonen, in het bijzonder in Groningen Seaports NV, die als doelstelling heeft de exploitatie en het op privaatrechtelijke wijze (doen) uitvoeren van de ondernemingsgerichte activiteiten in de meest ruime zin van het woord van de in artikel 4.1 genoemde havens en daarbij behorende industrieterreinen.

  • 3.

    het bevorderen van de financiering van Groningen Seaports N.V., zolang het algemeen bestuur dat noodzakelijk acht.

 

4.3 Aan de GR zijn en worden hierbij, door de deelnemers, ieder voor zover het hun bevoegdheden betreft, de bevoegdheden overgedragen, die zij hebben en  die ter uitvoering van haar in artikel 4.2 onder 1 omschreven taken nodig zijn, in het bijzonder:

  • 1.

    de publiekrechtelijke bevoegdheden in verband met het nautisch beheer, de scheepvaart, de havens en de vaarwegen, voor zover berustend bij de deelnemers, zoals die op grond van de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement, de Wrakkenwet, het Loodsplichtbesluit 1995, het Voorschriftenbesluit Registerloodsen, de Wet voorkoming verontreiniging door schepen, de Regeling vervoer gevaarlijke stoffen met zeeschepen (RVGZ), de Wet vervoer gevaarlijke stoffen, de Waterstaatswet, de Havenbeveiligingswet en het Besluit verkeersinformatie en verkeersaanwijzingen scheepvaart, alsmede andere regelingen de scheepvaart en scheepvaartladingen betreffende, en wel voor zover betrekking hebbende op het beheergebied; alsmede

  • 2.

    de bevoegdheid terzake (belasting)verordeningen te maken, ook voor zover op overtreding daarvan straf gesteld wordt; alsmede

  • 3.

    de bevoegdheid tot opleggen van heffingen of belastingen terzake de taken en/of bevoegdheden genoemd in artikel 4.3. onder 1

 

4.4 Tot de aan de GR overgedragen taken en bevoegdheden horen uitdrukkelijk niet die op grond van de Wegenwet en publiekrechtelijke taken en bevoegdheden in verband met de riolering en het baggeren.

 

4.5 Het algemeen bestuur kan, met instemming van de deelnemers, besluiten dat verandering wordt gebracht in de aan de GR overgedragen bevoegdheden, met dien verstande dat het algemeen bestuur niet kan besluiten tot uitbreiding van de overgedragen bevoegdheden. Van de instemming dienen de deelnemers vooraf schriftelijk blijk te geven.

Artikel 5

5.1 De GR tracht het in artikel 4.1 genoemde doel, behalve door de uitvoering van haar in artikel 4 genoemde taken, te bereiken met alle middelen rechtens.

Artikel 6

6.1 De in de artikelen 4.2 en 4.3 bedoelde taken en bevoegdheden worden uitgeoefend en zullen worden uitgeoefend over het beheergebied.

6.2 Het beheergebied is aangegeven op de bij de regeling behorende en vastgestelde kaart(en).

6.3 Voor zover aansluitend aan het beheergebied, direct of indirect, door Groningen Seaports NV andere terreinen en/of water geëxploiteerd zullen worden als haven, industrieterreinen en bijbehorende voorzieningen, stellen de deelnemers reeds thans vast dat het beheergebied alsdan zal kunnen worden uitgebreid tot die terreinen en/of water.

§ 3 HET ALGEMEEN BESTUUR

Artikel 7

7.1 Het algemeen bestuur staat aan het hoofd van de regeling en telt twaalf (12) leden.

7.2 Bij ontstentenis van een lid kan dat lid vervangen worden door een plaatsvervangend lid, dat is aangewezen door de raad respectievelijk de staten die het te vervangen lid benoemd heeft.

Artikel 8

8.1 De staten wijzen uit hun midden en uit het college van gedeputeerde staten vier (4) leden aan om zitting te nemen in het algemeen bestuur. Tenminste twee (2) van de aan te wijzen leden maken deel uit van het college van gedeputeerde staten.

8.2 De raad van de gemeente Delfzijl wijst uit zijn midden en uit het college van burgemeester en wethouders vier (4) leden aan om zitting te nemen in het algemeen bestuur. Tenminste twee (2) van de aan te wijzen leden maken deel uit van het college van burgemeester en wethouders.

8.3 De raad van de gemeente Eemsmond wijst uit zijn midden en uit het college van burgemeester en wethouders vier (4) leden aan om zitting te nemen in het algemeen bestuur. Tenminste twee (2) van de aan te wijzen leden maken deel uit van het college van burgemeester en wethouders.

Artikel 9

9.1 De staten wijzen uit hun midden en uit het college van gedeputeerde staten twee (2) plaatsvervangende leden voor het algemeen bestuur aan. Tenminste één (1) van de aan te wijzen plaatsvervangende leden maakt deel uit van het college van gedeputeerde staten.

 

9.2 De raad van de gemeente Delfzijl wijst uit zijn midden en uit het college van burgemeester en wethouders twee (2) plaatsvervangende leden voor het algemeen bestuur aan. Tenminste één (1) van de aan te wijzen plaatsvervangende leden maakt deel uit van het college van burgemeester en wethouders.

 

9.3 De raad van de gemeente Eemsmond wijst uit zijn midden en uit het college van burgemeester en wethouders twee (2) plaatsvervangende leden voor het algemeen bestuur aan.  Tenminste één (1) van de aan te wijzen plaatsvervangende leden maakt deel uit van het college van burgemeester en wethouders.

Artikel 10

10.1 De aanwijzing, als bedoeld in de artikelen 8 en 9, geschiedt zo spoedig mogelijk, doch in elk geval binnen dertien (13) weken na installatie van een nieuwe raad of nieuwe staten, althans, voorzover niet binnen negen (9) weken na de installatie een nieuw college van burgemeester en wethouders of een nieuw college van gedeputeerde staten is gevormd, binnen zes (6) weken nadat dat alsnog is gebeurd. Aftredende leden kunnen opnieuw worden benoemd.

10.2 De leden worden aangewezen voor een periode, gelijk aan de zittingsduur van de raad of de staten door wie zij aangewezen zijn.

Artikel 11

11.1 Een lid van het algemeen bestuur kan te allen tijde door een schriftelijke mededeling aan het dagelijks bestuur ontslag nemen.

11.2 Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt ook door het verloop van de periode als bedoeld in artikel 10.2 en voorts op het moment dat de raad of de staten die het lid hebben aangewezen, het vertrouwen van iemand als lid van het algemeen bestuur heeft opgezegd, of op het moment dat iemands lidmaatschap van de raad, de staten of enig college eindigt.

11.3 De betrokken raad of de staten voorziet zo spoedig mogelijk in een (tussentijdse) vacature, doch uiterlijk binnen zes (6) weken na het ontstaan daarvan. Het lid dat ontslag neemt als bedoeld in artikel 11.1 als lid van het algemeen bestuur blijft lid van het algemeen bestuur tot zijn opvolger zijn benoeming heeft aanvaard.

Artikel 12

12.1 Ten aanzien van plaatsvervangende leden zijn de artikelen 10 en 11 van overeenkomstige toepassing.

Artikel 13

13.1 In het algemeen bestuur hebben de leden aangewezen door de staten, de raad van de gemeente Delfzijl en de raad van de gemeente Eemsmond ieder respectievelijk drie (3), twee (2) stemmen en één (1) stem. Het maximum uit te brengen aantal stemmen is mitsdien vierentwintig (24).

Artikel 14

14.1 Er kunnen alleen rechtsgeldige besluiten worden genomen in een vergadering van het algemeen bestuur indien:

  • 1.

    ten minste meer dan de helft van het aantal leden, al dan niet zijnde plaatsvervangende leden vertegenwoordigd zijn, en

  • 2.

    door hen ten minste dertien (13) stemmen uitgebracht kunnen worden.

 

14.2 Voor het tot stand komen van een besluit bij stemming wordt volstrekte meerderheid vereist van het aantal rechtsgeldig uitgebrachte stemmen.

Artikel 15: bevoegdheden.

15.1 Het algemeen bestuur is met inachtneming van het bepaalde in de Wet en het overigens bepaalde in de regeling bevoegd tot alle daden van regeling en bestuur, nodig voor de behartiging van het belang van de regeling en de uitvoering van de taken van de GR.

15.2 Het algemeen bestuur stelt reglementen vast voor de orde en de huishouding van de GR en zijn organen vast, met inachtneming van de Wet en de regeling.

15.3 Het algemeen bestuur kan aan het dagelijks bestuur bevoegdheden overdragen, met uitzondering van:

  • 1.

    het vaststellen en wijzigen van de begroting;

  • 2.

    het vaststellen van de rekening;

  • 3.

    het vaststellen van verordeningen op overtreding waarvan straf is gesteld; en

  • 4.

    het vaststellen van regels met betrekking tot de controle op het geldelijke beheer en de boekhouding.

 

15.4 Het algemeen bestuur beslist over de wijze waarop door de voorzitter het stemrecht op de aandelen in Groningen Seaports NV zal worden uitgeoefend. Besluiten over de uitoefening van het stemrecht in verband met het aantal, de aanbeveling, benoeming of voordracht door de GR van een commissaris in Groningen Seaports NV en al hetgeen overigens ter besluitvorming van de algemene vergadering van Groningen Seaports NV is aangaande een commissaris in Groningen Seaports NV en de raad van commissarissen in Groningen Seaports NV, en besluiten tot wijziging van de statuten van Groningen Seaports NV of ontbinding van Groningen Seaports NV kunnen, in aanvulling op het bepaalde artikel 14.2, uitsluitend genomen worden indien tenminste respectievelijk een (1) lid dat benoemd is volgens artikel 8.1, artikel 8.2 en 8.3. voor een daartoe strekkend besluit stemt.

Artikel 16

16.1 Het algemeen bestuur stelt zo zij dat in het belang van de in artikel 4.2 omschreven taken nodig oordeelt, verordeningen vast. Op overtreding van deze verordeningen kan daarbij straf worden gesteld.

16.2 Het algemeen bestuur kan in deze verordeningen het dagelijks bestuur bevoegd verklaren nadere regelen te stellen nopens bepaalde in de verordening aangewezen onderwerpen.

§ 4 HET DAGELIJKS BESTUUR

Artikel 17

17.1 Het dagelijks bestuur bestaat uit:

  • 1.

    de voorzitter, op de wijze als bepaald in artikel 24 aangewezen;

  • 2.

    twee (2) andere leden, op de wijze als bepaald in artikel 19.1 aangewezen.

Artikel 18

18.1 Leden van het dagelijks bestuur kunnen slechts zijn leden van het algemeen bestuur. Bij het einde van het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt het lidmaatschap van het dagelijks bestuur.

Artikel 19

19.1 Het algemeen bestuur wijst uit zijn midden op voordracht van de desbetreffende raad als lid van het dagelijks bestuur aan:

  • 1.

    één (1) lid dat deel uitmaakt van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Delfzijl, en

  • 2.

    één (1) lid dat deel uitmaakt van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eemsmond.

19.2 Het algemeen bestuur wijst uit zijn midden op voordracht van respectievelijk de raden en de staten voor ieder lid van het dagelijks bestuur een plaatsvervanger aan. Het plaatsvervangende lid kan slechts het lid vervangen dat deel uit maakt van hetzelfde college als het te vervangen lid.

 

19.3 Een lid van het dagelijks bestuur kan te allen tijd door een schriftelijke mededeling aan het algemeen bestuur ontslag nemen.

 

19.4 In een (tussentijdse) vacature in het dagelijks bestuur wordt, met inachtneming van het bepaalde in lid 19.1, en 24.1 zo spoedig mogelijk voorzien, doch uiterlijk binnen zes (6) weken na het ontstaan daarvan.

Artikel 20

20.1 De leden van het dagelijks bestuur hebben ieder één (1) stem.

20.2 Indien, bijvoorbeeld door wijziging van de Wet, de besluitvorming over de onderwerpen genoemd in artikel 15.4 bij het dagelijks bestuur zou komen te liggen, kunnen de betreffende besluiten uitsluitend genomen worden met unanimiteit van stemmen in een vergadering waarin alle, al dan niet plaatsvervangende, leden van het dagelijks bestuur aanwezig zijn.

Artikel 21

21.1 Het dagelijks bestuur is belast met de voorbereiding van al hetgeen in de vergadering van het algemeen bestuur ter overweging en beslissing moet worden gebracht.

Artikel 22

22.1 Het dagelijks bestuur is belast met de uitvoering van de besluiten van het algemeen bestuur.

Artikel 23

23.1 Het dagelijks bestuur beheert de financiën en eigendommen van de GR.

§ 5 DE VOORZITTER

Artikel 24

24.1 Het algemeen bestuur wijst uit zijn midden op voordracht van de staten één van de leden die ook deel uit maakt van het college van gedeputeerde staten van Groningen aan tot voorzitter.

Artikel 25

25.1 De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur.

25.2 Hij draagt zorg voor een spoedige afdoening van zaken en ondertekent alle stukken die van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur uitgaan.

25.3 De voorzitter vertegenwoordigt de GR in en buiten rechte.

25.4 De voorzitter oefent namens de GR het stemrecht uit op de aandelen in Groningen Seaports NV, overeenkomstig het bepaalde in de regeling.

Artikel 26

26.1 In geval van afwezigheid, ziekte of ontstentenis van de voorzitter, danwel in geval van tegenstrijdige belangen, treedt als plaatsvervangend voorzitter op het lid van het algemeen bestuur als bedoeld in artikel 19.1 onder 1.

26.2 Indien ook het lid van het algemeen bestuur als bedoeld in artikel 19.1 onder 1 afwezig, ziek of niet beschikbaar is, treedt als tweede plaatsvervangend voorzitter op het lid van het algemeen bestuur als bedoel in artikel 19.1 onder 2.

§ 6 DE SECRETARIS

Artikel 27

27.1 Het algemeen en het dagelijks bestuur kunnen zich laten ondersteunen door een secretaris.

27.2 Het algemeen bestuur wijst de secretaris aan. De secretaris mag niet zijn lid van het algemeen bestuur.

27.3 De secretaris heeft het recht in de vergaderingen van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur het woord te voeren.

27.4 De secretaris ondersteunt de GR in het onderhouden van contacten met privaatrechtrechtelijke rechtspersonen waarin de GR, al dan niet direct, deelneemt.

§ 7 INLICHTINGEN EN VERANTWOORDING

Artikel 28

28.1 Het dagelijks bestuur verstrekt aan het algemeen bestuur, en het dagelijks bestuur en het algemeen bestuur verstrekken aan de raden en de staten, gevraagd en ongevraagd, de informatie die voor een juiste beoordeling van het bestuursbeleid nodig is. Voor zover het algemeen belang zich daartegen niet verzet wordt deze informatie tevens verstrekt op verzoek van een of meer leden van het algemeen bestuur, de raden of de staten.

28.2 Een lid van het algemeen bestuur verstrekt aan de raden of de staten die hem hebben aangewezen schriftelijk de door een of meer leden van die raden of staten schriftelijk verlangde inlichtingen, voor zover het verstrekken niet in strijd is met het belang van de GR.

28.3 Een lid van het algemeen bestuur is aan de raden of de staten die hem hebben afgevaardigd verantwoording verschuldigd over het door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid.

§ 8 FINANCIËLE BEPALINGEN

Artikel 29

29.1 Het boekjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 30

30.1 Het dagelijks bestuur maakt jaarlijks vóór 15 maart een ontwerpbegroting voor het eerstvolgende boekjaar. De ramingen in de ontwerpbegroting gaan vergezeld van een verslag van de werkzaamheden over het afgelopen jaar.

 

30.2 De algemeen financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening worden jaarlijks vóór 15 april aan de raden en staten aangeboden.

 

30.3De ontwerpbegroting wordt jaarlijks in ieder geval acht weken voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden, aan de raden en de staten toegezonden. De raden en staten kunnen hun gevoelen en bezwaren tegen de ontwerpbegroting vóór 1 juni kenbaar maken aan het dagelijks bestuur.

 

30.4 Het algemeen bestuur stelt, kennis genomen hebbende van de in artikel 30.2 bedoelde gevoelens en bezwaren, de begroting vast vóór 15 juli, waarna de begroting binnen twee weken na vaststelling, doch in ieder geval voor 1 augustus aan de Minister van Binnenlandse Zaken wordt toegestuurd.

Artikel 31 De jaarrekening.

31.1 Het dagelijks bestuur biedt jaarlijks vóór 15 april de door een registeraccountant gecontroleerde rekening over het afgelopen boekjaar aan de raden en staten aan. De raden en staten kunnen hun gevoelens en bezwaren tegen de jaarrekening vóór 15 juni kenbaar aan het algemeen bestuur, met een afschrift aan het dagelijks bestuur.

31.2 Het algemeen bestuur beslist zo spoedig mogelijk na 15 juni maar in elk geval vóór 1 juli, kennis genomen hebbende van de in artikel 31.1 bedoelde gevoelens en bezwaren, en stelt de jaarrekening vast, waarna de jaarrekening binnen twee weken na vaststelling, doch in ieder geval voor 15 juli aan de Minister van Binnenlandse Zaken wordt toegestuurd.

31.3 Het bepaalde in de artikelen 30 en 31 is van toepassing voorzover en totdat daarvan krachtens wettelijk voorschrift van afgeweken zou moeten worden. Indien dat het geval is zal zoveel mogelijk worden aangesloten bij de wettelijke voorschriften.

Artikel 32

32.1 Het algemeen bestuur besluit, of een batig saldo der rekening van de GR:

  • 1.

    geheel of gedeeltelijk zal worden gereserveerd, dan wel

  • 2.

    geheel of gedeeltelijk ten gunste van de provincie enerzijds en de gemeenten anderzijds zal worden gebracht in de verhouding zestig staat tot veertig (60:40).

32.2 Een ten gunste van de gemeenten komende aandeel in het batig saldo wordt verdeeld naar evenredigheid van het inwonertal op 1 januari van het betrokken jaar.

Artikel 33

33.1 Indien en voor zover de GR niet in staat is om haar (opeisbare) verplichtingen (waaronder begrepen verplichtingen strekkende tot gehele of gedeeltelijke aflossing van hoofdsommen, betaling van rente en/of kosten en/of afwikkeling van posities) jegens de bancaire financiers van de GR, waaronder begrepen wederpartijen in het kader van derivatentransacties, tijdig en adequaat na te komen, zijn de gemeenten en de provincie onvoorwaardelijk en onherroepelijk verplicht om de GR, in een verdeling met overeenkomstige toepassing van artikel 32, binnen tien (10) kalenderdagen na een daartoe strekkend verzoek, afkomstig van de GR, van voldoende gelden te voorzien om de GR in staat te stellen aan vorenbedoelde verplichtingen te voldoen.

Artikel 34

34.1 Het algemeen bestuur wijst één of meer registeraccountant(s) aan voor de controle op het geldelijk beheer en de boekhouding van de GR.

§ 9 ARCHIEFBEPALINGEN

Artikel 35

35.1 Het dagelijks bestuur is belast met de zorg voor de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden van de GR.

35.2 Het algemeen bestuur stelt regelen vast omtrent het beheer van de archiefbescheiden.

35.3 Bij opheffing van de regeling worden de archiefbescheiden overgebracht naar een daartoe door het algemeen bestuur aan te wijzen overheidsarchief.

§ 10 TOETREDING, UITTREDING, WIJZIGING EN OPHEFFING

Artikel 36

36.1 Toetreding van nieuwe deelnemers tot de regeling vindt plaats indien de deelnemers daarmee allen instemmen.

36.2 Een verzoek tot toetreding wordt gericht aan het algemeen bestuur.

36.3 Het algemeen bestuur zendt het verzoek binnen drie maanden aan de deelnemers onder overlegging van zijn advies omtrent de toetreding en de eventueel daaraan te verbinden voorwaarden.

36.4 Aan de toetreding kunnen door de deelnemers voorwaarden worden verbonden.

Artikel 37

37.1 Het college en de raad van een gemeente respectievelijk het college van gedeputeerde staten en de staten van de provincie kunnen, bij gelijkluidend besluit respectievelijk, het voornemen uiten uit de regeling te treden.

 

37.2 Het algemeen bestuur bepaalt de financiële gevolgen, alsmede de overige gevolgen van die uittreding.

37.3 Het college en de raad van een gemeente respectievelijk het college van gedeputeerde staten en de staten van de provincie kunnen op basis van het bepaalde ingevolge artikel 37.2, bij gelijkluidend besluit respectievelijk, besluiten tot uittreding.

37.4 De uittreding gaat in op 1 januari van het tweede jaar volgende op dat waarin het besluit tot uittreding onherroepelijk is geworden.

Artikel 38

38.1 De regeling kan worden gewijzigd en opgeheven bij daartoe strekkende, gelijkluidende besluiten van de deelnemers.

38.2 In een besluit tot opheffing van de regeling worden tevens de gevolgen van de opheffing voor de gemeenten en de provincie geregeld.

38.3 Ter uitvoering van de liquidatie blijft het algemeen bestuur zo nodig na het tijdstip van opheffing van de regeling in functie.

38.4 Een batig liquidatie saldo zal bij liquidatie ten gunste worden gebracht in de verhouding zestig staat tot veertig (60:40) tussen de provincie enerzijds en de gemeenten anderzijds. Het ten gunste van de gemeenten komende aandeel in het batig saldo wordt verdeeld naar evenredigheid van het inwonertal op 1 januari van het betrokken jaar

38.5 Een besluit tot opheffing kan niet inhouden een verplichting tot bijdrage van de gemeenten en de provincie in een negatief liquidatie saldo, behoudens voorafgaande goedkeuring van ieder van de deelnemers. Indien besloten wordt tot een verplichting tot een bijdrage in een negatief liquidatiesaldo is artikel 38.4 van overeenkomstige toepassing op de verdeling.

§ 11 OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 39

39.1 In alle gevallen waarin de regeling niet voorziet, beslist het algemeen bestuur.

39.2 Indien het algemeen bestuur van de in artikel 39.1 bedoelde bevoegdheid gebruik maakt, doet het daarvan mededeling aan de deelnemers.

Artikel 40

40.1 Het college van Gedeputeerde staten van Groningen draagt zorg voor de bekendmaking van besluiten tot het vaststellen, wijzigen of opheffen van de regeling. Bekendmaking vindt plaats in de Staatscourant.

40.2 Een besluit als bedoeld in het eerste lid treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking, tenzij bij het besluit anders is bepaald.

Artikel 41

41.1De in verband met de regeling geldende verordeningen, reglementen en besluiten, die van kracht zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van de regeling, blijven na genoemd tijdstip van kracht, voor zover deze niet uitdrukkelijk mochten zijn of worden ingetrokken of de grondslag voor de toepassing daarvan door de wijziging van de regeling is komen te vervallen.

41.2 Voor zover enige bepaling uit een verordening, reglement of besluit in strijd mocht zijn met de regeling, gaat het bepaalde in de regeling voor.

Artikel 42

42.1 De leden van algemeen bestuur en het dagelijks bestuur, en de voorzitter, van de GR blijven op het moment van in werking treden van de regeling in functie van de GR.

Artikel 43

43.1 De regeling kan worden aangehaald onder de naam "Gemeenschappelijke Regeling Havenschap Groningen Seaports".

 Aldus vastgesteld door Burgemeester en Wethouders van de gemeenten Eemsmond en Delfzijl (1 december 2015), de Raden van de gemeenten Eemsmond en Delfzijl ( 17 december 2015), Gedeputeerde Staten en Provinciale Staten van de provincie Groningen (3 november respectievelijk 16 december 2015).