Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Harderwijk

Verordening bestrijding misbruik bijstand 2004

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieHarderwijk
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening bestrijding misbruik bijstand 2004
CiteertitelVerordening bestrijding misbruik bijstand 2004
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpmaatschappelijke zorg en welzijn
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Onbekend.

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-11-2004 nieuwe regeling

09-09-2004

Harderwijker Courant 15-09-2004

Dossiercode 309126

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening bestrijding misbruik bijstand 2004

De gemeente stelt de verordening bestrijding misbruik bijstand 2004 vast.

HOOFDSTUK I: ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1.
  • a.

    Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk en bijstand en de Algemene wet bestuursrecht.

  • b.

    In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    bijstand: de bijstand zoals genoemd onder artikel 5 onder b van de Wet werk en bijstand;

  • b.

    alleenstaande: de persoon genoemd in artikel 4 onder a van de Wet werk en bijstand;

  • c.

    alleenstaande ouder: de persoon genoemd in artikel 4 onder b van de Wet werk en bijstand;

  • d.

    gezin: de personen genoemd in artikel 4 onder c van de Wet werk en bijstand;

  • e.

    recidive: het binnen een periode van 5 jaar wederom verwijtbaar niet nakomen van de inlichtingenplicht;

  • f.

    benadelingsbedrag: het nettobedrag aan bijstand dat ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend;

  • g.

    inlichtingenplicht: de verplichtingen genoemd in artikel 17 lid 1, 2 en 4 van de Wet werk en bijstand en de artikelen 28 lid 2 en 29 lid 1 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;

  • h.

    Maatregelenverordening Wet werk en bijstand: de verordening gebaseerd op artikel 8 lid 1 onder b van de Wet werk en bijstand

HOOFDSTUK II: BESTRIJDING MISBRUIK EN ONEIGENLIJK GEBRUIK

Artikel 2.
  • 1.

    Het college legt in beleidsregels vast op welke wijze zij misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet bestrijdt.

  • 2.

    In de beleidsregels wordt in ieder geval aandacht geschonken aan de volgende onderwerpen:

    • -

      rechtmatigheidcontrole bij aanvang, tijdens en bij beëindiging van de uitkering;

    • -

      preventie;

    • -

      signaal- en risicosturing;

    • -

      werkwijze fraudebestrijding;

    • -

      prioriteitsstelling.

  • 3.

    Jaarlijks dient, in overleg met het Instituut Sociale Recherche, het bepaalde in dit artikel te worden geëvalueerd.

  • 4.

    De beleidsregels uit lid 2 zullen als bijlage bij deze verordening worden opgenomen.

HOOFDSTUK III: TERUGVORDERING BIJ NIET NAKOMEN INLICHTINGENPLCHT

Artikel 3.
  • 1.

    Terugvordering van bijstand voor zover deze ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend als gevolg van het niet nakomen van de inlichtingenplicht genoemd in artikel 1 onder g van deze verordening door de personen genoemd in artikel 1 onder b, c en d van deze verordening, geschiedt met inachtneming van de bepalingen van deze verordening.

  • 2.

    Artikel 12 van de Maatregelenverordening Wet werk en bijstand is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 4.

Terugvordering van ten onrechte of tot een te hoog verleend bedrag aan bijstand vindt niet plaats indien dit belanghebbende niet te verwijten valt.

HOOFDSTUK IV: DE WIJZE VAN TERUG- EN INVORDERING

Artikel 5.
  • 1.

    Indien het benadelingsbedrag gedurende het lopende kalenderjaar niet volledig kan worden ingevorderd, kan het resterende deel, met toepassing van artikel 58 lid 4 Wet werk en bijstand, na afloop van voornoemd kalenderjaar, worden verhoogd met de verschuldigde loonbelasting, de premies volksverzekeringen alsmede de ziekenfondspremie.

  • 2.

    Bij gebreke van tijdige betaling kan de vordering worden verhoogd met de wettelijke rente en de op de terugvordering betrekking hebbende kosten.

  • 3.

    Van terugvordering kan worden afgezien in geval sprake is van dringende redenen.

HOOFDSTUK V: AANGIFTE

Artikel 6.
  • 1.

    Indien het benadelingsbedrag, verhoogd met de af te dragen loonbelasting, premies volksverzekeringen en ziekenfondspremie, de door het college van procureurs-generaal (op basis van de Aanwijzing i.d.v.z. artikel 130 lid 4 Wet R.O.) vastgestelde aangiftegrens overschrijdt, wordt door of namens het college Proces-verbaal opgemaakt en aangifte gedaan bij het Openbaar Ministerie.

  • 2.

    Jaarlijks maakt het College afspraken met het Openbaar Ministerie over de aan te leveren Processen-verbaal.

HOOFDSTUK VI: VERANTWOORDING COLLEGE

Artikel 7.
  • 1.

    De raad bepaalt de onderwerpen waarover het college dient te rapporteren.

  • 2.

    In ieder geval rapporteert het college aan de raad over:

    • -

      het aantal gevallen waarin is vastgesteld dat bijstand ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend;

    • -

      in hoeveel gevallen hierbij sprake is geweest van leefvormfraude inclusief het aantal verrichte huisbezoeken;

    • -

      of, en zo ja in hoeveel gevallen tot terugvordering is besloten onderscheidenlijk in hoeveel gevallen, met redenen omkleed, is afgezien van terugvordering;

    • -

      of, en zo ja in hoeveel gevallen is ingevorderd en tot welk bedrag;

    • -

      in hoeveel gevallen toepassing is gegeven aan het gestelde in artikel 9 en 10 van deze verordening;

    • -

      in hoeveel gevallen aangifte heeft plaatsgevonden.

    • -

      de uitkomsten van de evaluatie als bedoeld in artikel 2 lid 3.

HOOFDSTUK VII: OVERIGE BEPALINGEN

Artikel 8.

De uitvoering van deze verordening berust bij het college van burgemeester en wethouders.

Artikel 9.

In gevallen waarin deze verordening niet voorziet beslist het college.

Artikel 10.

Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen ten gunste van de uitkeringsgerechtigde afwijken van de bepalingen van deze verordening, indien toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.

Artikel 11.

Deze verordening treedt in werking op 1 november 2004.

Artikel 12.

Deze verordening kan worden aangehaald als:

Verordening bestrijding misbruik bijstand 2004.

Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Harderwijk in zijn openbare vergadering van 9 september 2004, onder nummer 60.

Toelichting

Algemeen

Bij amendement is artikel 8a in de Wet werk en bijstand opgenomen dat de gemeenteraad regels dient te stellen voor de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van bijstand alsmede van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet. In de toelichting bij dit amendement is verwezen naar artikel 212 Gemeentewet. Strekking van laatstgenoemde artikel is dat de verordening dient te waarborgen dat aan de eisen van rechtmatigheid, verantwoording en controle wordt voldaan.

Onderhavige verordening regelt hoe wordt omgegaan met gevallen waarbij sprake is van het tot een ten onrechte of tot een te hoog verleend bedrag aan bijstand als gevolg van het verwijtbaar niet-nakomen van de inlichtingenplicht. Uitgangspunt is dat verplicht wordt teruggevorderd, tenzij het benadelingsbedrag minder bedraagt dan € 100,=. Indien sprake is van recidive wordt in alle gevallen teruggevorderd.

Slechts bij hoge uitzondering kan van terugvordering van ten onrechte of tot een te hoog verleend bedrag aan bijstand worden afgezien.

Indien het benadelingsbedrag, verhoogd met de af te dragen belastingen en premies € 6000,= of meer is wordt aangifte gedaan bij het Openbaar Ministerie. Dit bedrag kan door de procureurs-generaal worden aangepast.

Over de omvang van de fraudebedragen en de resultaten van de fraudebestrijding rapporteert het college jaarlijks aan de gemeenteraad.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1

Dit artikel spreekt voor zich. Wat betreft de recidive is het zo dat aangehaakt wordt bij de verjaringstermijn, zoals opgenomen in het Burgerlijk Wetboek.

Artikel 2

Dit artikel draagt het college op om beleidsregels op te stellen ten aanzien van de bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet. Er is gekozen voor beleidsregels, met verantwoording achteraf, teneinde een slagvaardig beleid terzake te kunnen voeren.

Artikel 3

Dit artikel beschrijft de werkingssfeer van de verordening.

Het tweede lid verwijst naar de Maatregelenverordening Wet werk en bijstand aangezien het niet nakomen van de inlichtingenplicht-sec een reden vormt om tot een verlaging van de bijstand te besluiten.

Artikel 4

Indien gemotiveerd vast staat dat belanghebbende c.q. belanghebbenden geen enkel verwijt treft met betrekking tot het ontstaan van de vordering, vindt geen terugvordering plaats.

Artikel 5

Uitgangspunt is dat alle benadelingsbedragen die € 100,-- of meer zijn van de belanghebbende dan wel belanghebbenden wordt c.q. worden teruggevorderd. Het voorgaande is slechts anders indien sprake is van recidive die zich binnen 5 jaar na de eerder terugvordering voordoet. Van terugvordering kan worden afgezien indien naar mening van het college sprake is van dringende redenen.

Hierbij kan gedacht worden aan levensbedreigende situaties, mits onderbouwd en voldoende gemotiveerd. Het hebben van schulden is even wel geen dringende reden om van terugvordering af te zien, tenzij dit in het kader van een schuldsaneringsregeling tot onoverkomelijke problemen leidt, waardoor een saneringsregeling dreigt te mislukken.

Artikel 6

Dit artikel voorziet in de strafrechtelijke afhandeling van fraudegevallen waarbij het benadelingsbedrag, verhoogd met de af te dragen loonbelasting, premies volksverzekeringen en ziekenfondspremie boven de door het Openbaar Ministerie (OM) vastgestelde grens ligt, die op dit moment is vastgesteld op €6.000,-. De gemeente zal jaarlijks met het OM afspraken maken over de aan te leveren processen-verbaal.

Artikel 7

In dit artikel wordt invulling gegeven aan de opdracht die door de raad, in het kader van haar kaderstellende en controlerende taak, aan het college is opgedragen. Verder voorziet dit artikel er in dat, naast de verplichte onderdelen waarover jaarlijks verantwoording dient te worden afgelegd, andere onderwerpen toe te voegen.

Artikel 8

Dit artikel spreekt voor zich.

Artikel 9

Dit artikel mandateert de bevoegdheid aan het college om een besluit te nemen in gevallen waarin deze verordening onverhoopt niet voorziet.

Artikel 10

Dit artikel heeft betrekking op de hardheidsclausule en maakt het mogelijk in voordeel van de cliënt af te wijken van hetgeen in de verordening is vastgelegd.

Artikel 11 en 12

Deze artikelen spreken voor zich.