Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Heerhugowaard

Verordening van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heerhugowaard houdende regels omtrent participatie en solciale samenhang Deelsubsidieverordening Participatie en sociale samenhang

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieHeerhugowaard
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heerhugowaard houdende regels omtrent participatie en solciale samenhang Deelsubsidieverordening Participatie en sociale samenhang
CiteertitelDeelsubsidieverordening Participatie en sociale samenhang
Vastgesteld doorcollege van burgemeester en wethouders
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Artikel 15 lid 1 is gewijzigd bij besluit van 18-12-2018 en is bekendgemaakt in gemeenteblad 2019 nr. 4124.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Algemene Subsidie Verordening artikel 2, tweede lid, artikel 4, derde lid, artikel 6, tweede lid

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

09-01-201902-01-2017artikel 10c

18-12-2018

gmb-2019-4100

BW18-0429
02-08-201701-07-201709-01-2019Wijziging artikel 15, 6, en 9

04-07-2017

Publicatie via www.officielebekendmakingen.nl d.d. 25-7-2017

BW17-0217
31-05-201601-01-201626-05-2016Wijziging artikel 10a, 10b en 15

10-05-2016

Publicatie via www.officielebekendmakingen.nl d.d. 23-5-2016

BW16-0166
26-05-201602-08-2017Wijziging artikel 10a, 10b en 15

10-05-2016

Publicatie via www.officielebekendmakingen.nl d.d. 23-5-2016

BW16-0166

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heerhugowaard houdende regels omtrent participatie en solciale samenhang Deelsubsidieverordening Participatie en sociale samenhang

Nr.BW16-0166

Het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Heerhugowaard;

 

overwegende dat het gewenst is dat

  • -

    iedereen kan meedoen in de samenleving door het behouden en versterken van de sociale samenhang, burgerparticipatie en ontwikkeling van perspectief gericht op het versterken en behouden van de zelfredzaamheid;

  • -

    bewoners bijdragen aan een gezond sociaal klimaat binnen hun woonomgeving;

  • -

    bewoners actief participeren bij ontwikkeling en beheer ten aanzien van de sociaal maatschappelijk woon- en leefomgeving;

  • -

    er een breed basisaanbod van laagdrempelige ontmoetingsactiviteiten in stand wordt gehouden;

  • -

    er een toename is van kwalitatief hoogwaardig vrijwilligerskader;

  • -

    er een stevig, gebiedsgericht, sociaal vangnet van professionals en vrijwilligers is;

  • -

    bij kwetsbaren sprake is van een verhoogde maatschappelijke participatiegraad en toegenomen zelfredzaamheid.

     

gelet op artikel 2, tweede lid, artikel 4, derde lid en artikel 6, tweede lid van de Algemene subsidieverordening Heerhugowaard 2011;

 

b e s l u i t

 

vast te stellen de volgende regeling:

 

Deelsubsidieverordening participatie en sociale samenhang

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    Algemene subsidieverordening: de Algemene subsidieverordening Heerhugowaard 2011.

  • b.

    Sociale samenhang: de sociale relaties tussen mensen.

  • c.

    Burgerparticipatie: inwoners nemen deel aan het maatschappelijk verkeer, maken gebruik van voorzieningen en leveren een bijdrage aan het maatschappelijk leven.

  • d.

    Perspectief: jezelf ontwikkelen waardoor kansen op studie, werk en een zinvolle tijdsbesteding worden vergroot.

  • e.

    Zelfredzaamheid: het vermogen om dagelijkse algemene levensverrichtingen zelfstandig te kunnen doen en om sociaal te kunnen functioneren.

  • f.

    Laagdrempelige ontmoetingsactiviteiten: activiteiten die voor iedereen open staan met als doel het in contact komen met anderen. Deze contacten kunnen incidenteel zijn maar ook uitmonden in een regelmatig contact, waardoor een sociaal netwerk ontstaat. Ontmoeting is voorloper van participatie en perspectief.

  • g.

    Professionele organisatie: een organisatie die werkt met deskundig en conform de CAO betaalde krachten.

  • h.

    Vrijwilligerskader: groep personen die actief zijn als vrijwilliger.

  • i.

    Gebiedsgericht sociaal vangnet: signalering, ondersteuning en begeleiding van kwetsbaren binnen een geografisch afgebakende eenheid (straat, wijk, buurt etc), waardoor de zelfredzaamheid en/of het sociaal functioneren van mensen wordt hersteld of bevorderd.

  • j.

    Kwetsbaren: een burger die niet in staat is op eigen kracht volledig deel te nemen aan de samenleving, waarbij er sprake kan zijn van kwetsbaarheid op basis van leeftijd en/of gezondheid, etniciteit of financiële / economische situatie.

  • k.

    Curatief - of begeleidingsaanbod: activiteiten in verband met een somatische, psychogeriatrische of psychiatrische aandoening of beperking, een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap of een psychosociaal probleem, gericht op herstel, bevordering en behoud van zelfredzaamheid of bevordering van de integratie in de samenleving.

  • l.

    De activiteit in strijd is met gemeentelijk beleid.

Artikel 2 Algemene bepaling

Met de regionale instellingen worden in regionaal verband afspraken gemaakt. Deze afspraken kunnen afwijken van hetgeen in deze verordening is neergelegd. Dit laatste geldt ook voor afspraken van het college met door haar aangewezen instellingen.

Artikel 3 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen

Subsidie op grond van deze regeling kan worden verstrekt ten behoeve van activiteiten die bijdragen aan het bereiken van de volgende beleidsdoelen:

  • 1.

    bewoners kennen elkaar en staan open voor het anders zijn van anderen;

  • 2.

    buurtbewoners vragen elkaar hulp en bieden elkaar ondersteuning;

  • 3.

    kwetsbaren vergroten hun sociaal netwerk en vangnet in de wijk/buurt;

  • 4.

    kwetsbaren vergroten hun kennis en vaardigheden waardoor zij beter zelf regie over hun eigen leven kunnen voeren.

  • 5.

    professionele ondersteuning van vrijwilligers gericht op vergroten van zelfstandigheid en toename van aantal vrijwilligers;

  • 6.

    ontwikkelen van een gebiedsgericht netwerkverband van vrijwilligersorganisaties en professionele organisaties.

Artikel 4 Weigeringsgronden

Onverminderd het bepaalde in de artikelen 8 en 9 van de Algemene subsidieverordening kan de subsidie in ieder geval worden geweigerd indien:

  • a.

    de aanvrager geen rechtspersoon is;

  • b.

    het een subsidieaanvraag betreft die gericht is op de instandhouding van de eigen organisatie;

  • c.

    niet is aangetoond dat de activiteiten meerwaarde opleveren bovenop het reeds bestaande aanbod in Heerhugowaard;

  • d.

    de activiteiten zijn gericht op het promoten van een religieuze, levensbeschouwelijk of politieke overtuiging, hetgeen onder andere kan blijken uit de doelstelling, inhoud, doelgroep of toegankelijkheid;

  • e.

    met de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd is begonnen voordat de subsidie is verleend;

  • f.

    de aanvraag voor subsidie lager is dan €250,-;

  • g.

    de aanvrager niet heeft aangetoond dat er behoefte is aan de geplande activiteiten;

  • h.

    met de activiteiten waarvoor subsidie is aangevraagd begonnen is voordat de subsidie is verleend;

  • i.

    het een niet-professionele organisatie betreft die activiteiten aanbiedt met als doel het versterken van de competentieontwikkeling van jongeren;

  • j.

    de aanvraag een curatief - of begeleidingsaanbod betreft waarover geen overeenstemming met (andere) betrokken professionals uit de werkvelden welzijn en/of zorg is geweest;

  • k.

    van de aangeboden activiteiten is niet helder welke bijdrage ze leveren aan het oplossen van aantoonbare sociaal maatschappelijke knelpunten;

  • l.

    de gesubsidieerde activiteiten niet in hoofdzaak zijn bedoeld voor de inwoners van Heerhugowaard.

  • m.

    het algemene belang het lokale belang duidelijk overstijgt. Het gaat hierbij onder andere om bovenlokale liefdadigheidsinstellingen of belangengroeperingen.

  • n.

    de activiteit in strijd is met gemeentelijk beleid.

Artikel 5 Doelgroep

Subsidie op grond van deze regeling wordt uitsluitend verstrekt voor activiteiten die zich hoofdzakelijk richten op inwoners van Heerhugowaard.

Artikel 6 Procedurebepaling

1.Termijnen

Op grond van artikel 6, eerste lid Algemene subsidieverordening Heerhugowaard 2011 dient een aanvraag voor subsidie ingediend te worden tussen 1 juli en 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het jaar of de jaren dat met de activiteiten wordt gestart. Aanvragen die zijn ingediend voor de indieningstermijn worden gedateerd op de begindatum van de termijn.

  • 2.

    Indiening van de aanvraag

    • -

      Ten aanzien van subsidieaanvragen die meer bedragen dan €50.000 geldt in aanvulling op het bepaalde in artikel 5 van de AVS dat de aanvraag vergezeld dient te gaan van een bedrijfsplan.

Een bedrijfsplan dient te bevatten:

  • a.

    Beleidsplan:

    • ·

      doelstelling organisatie

    • ·

      beschrijving van de gestelde doelen, activiteiten en prestaties, alsmede de wijze waarop de prestaties worden gemeten en geregistreerd

    • ·

      werkgebied

    • ·

      doelgroepenbeleid

    • ·

      toegankelijkheid van de voorziening (fysiek, financieel)

    • ·

      afstemming van activiteiten in relatie tot andere beleidsvelden of instellingen

  • b.

    Organisatieplan:

    • ·

      bestuurs- en personeelsplan

    • ·

      visie op vrijwilligersbeleid

    • ·

      public relations en marketingplan

  • c.

    Financieel plan:

    • ·

      investerings-, reserverings- en onderhoudsplan, inclusief doelbeschrijving en termijnvisie

      ● exploitatiebegroting voor het eerstkomende jaar en een meerjarenraming, waaronder

      financiële termijnvisie en toelichting

    • ·

      geprognosticeerde balans

Artikel 7 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen

  • 1.

    In aanmerking voor subsidie komen die kosten die noodzakelijk zijn voor de organisatie van de activiteit(en).

  • 2.

    Loon- en prijscompensatie

    • a.

      Instellingen die meer dan € 50.000 subsidie ontvangen kunnen in aanmerking komen voor loon- en prijscompensatie. De percentages voor loon- en prijsstijgingen wordt jaarlijks door het college van burgemeester en wethouders vastgesteld als onderdeel van de uitgangspunten van de begroting en de meerjarenraming van de gemeente.

    • b.

      Instellingen meer dan € 50.000 ontvangen dienen inzicht te verschaffen in het loongevoelige- prijsgevoelige- en constante deel van de uitgaven. De looncompensatie wordt berekend over het loongevoelige deel en de prijscompensatie over het prijsgevoelige deel.

    • c.

      Indien de loon- en/of prijscompensatie hoger is dan de feitelijke loon en/of prijsstijging, dan dient het meerdere na afloop van het subsidiejaar te worden toegevoegd aan de egalisatiereserve. Indien de loon- en/of prijscompensatie lager is dan de feitelijke loon en/of prijsstijging, dan kan het tekort worden onttrokken aan de egalisatiereserve

      3.Reserveringen

    • a.

      Reserveringen zijn alleen toegestaan indien zij onderdeel uitmaken van de subsidieaanvraag en in de beschikking tot toekenning zijn vermeld.

    • b.

      De volgende reserves worden onderscheiden:

      • -

        egalisatiereserve: voor het opvangen van schommelingen in de exploitatie;

      • -

        bestemmingsreserve: voor noodzakelijke periodieke investeringen op basis van een meerjarenplan;

      • -

        voorzieningen: voor redelijkerwijs te verwachten betalingsverplichtingen.

    • c.

      De egalisatiereserve is maximaal 10% van de gemiddelde totale inkomsten van de instelling over de afgelopen 4 jaar.

    • d.

      De hoogte van bestemmingsreserves en voorzieningen is afhankelijk van de aard van de organisatie en haar activiteiten.

    • e.

      Het is instellingen toegestaan het positieve verschil tussen het bedrag van de subsidieverlening en de (lagere) subsidievaststelling toe te voegen aan de egalisatiereserve.

Artikel 8 Berekening van de subsidie

  • 1.

    De subsidie wordt berekend aan de hand van het volgende:

    • -

      Beoordeeld wordt aan welke van onderstaande beleidsdoelstellingen zoals genoemd in artikel 3, de activiteit hoofdzakelijk bijdraagt.

      • -

        Aan deze doelstellingen is een percentage gekoppeld. Dit percentage betreft het maximaal te subsidiëren gedeelte van de kosten die voor subsidie in aanmerking komen.

      • -

        Wanneer de activiteit in evenredigheid bijdraagt aan meerdere beleidsdoelen wordt een gemiddeld percentage gehanteerd.

    • -

      Er wordt uitgegaan van een door de aanvrager ingediende begroting, Bij ongewijzigde activiteiten in kwaliteit en kwantiteit, blijft het subsidiebedrag gehandhaafd.

    • -

      70% van de deelnemers is woonachtig in Heerhugowaard

Beleidsdoel

Subsidieberekening

1.Bewoners kennen elkaar en staan open voor het anders zijn van anderen.

50%

2.Buurtbewoners vragen elkaar hulp en bieden elkaar ondersteuning.

50%

3.Kwetsbaren vergroten hun sociaal netwerk en vangnet in de wijk/buurt.

80%

4.Kwetsbaren vergroten hun kennis en vaardigheden waardoor zij beter zelf regie over hun eigen leven kunnen voeren.

80%

5.Professionele ondersteuning van vrijwilligers gericht op het vergroten van zelfstandigheid en toename aantal vrijwilligers.

60%

6.Ontwikkelen van een gebiedsgericht netwerkverband van vrijwilligersorganisaties en professionele organisaties.

60%

2.In die gevallen waarin normering niet voorziet beslist het college van burgemeester en wethouders.

Artikel 9 Verdeling van het subsidieplafond

Indien het subsidiebedrag, voor de in beginsel voor honorering in aanmerking komende aanvragen, het subsidieplafond overtreft, gelden achtereenvolgens de onderstaande verdeelregels:

  • 1.

    Instellingen die in de periode 1 juli tot en met 1 oktober voorafgaande aan het betreffende subsidiejaar, hun aanvraag hebben ingediend (groep A) gaan voor instellingen die na 1 oktober voorafgaand aan het betreffende subsidiejaar hun aanvraag hebben ingediend (groep B).

  • 2.

    Indien het subsidiebedrag voor de in beginsel voor honorering in aanmerking komende aanvragen van groep A het subsidieplafond overtreft, wordt het subsidiebudget naar rato van de in beginsel te verlenen subsidie verdeeld over de subsidieaanvragen van groep A.

  • 3.

    Indien het resterende subsidiebedrag voor de in beginsel voor honorering in aanmerking komende aanvragen van groep B ontoereikend is om alle aanvragen uit groep B te honoreren, wordt het subsidiebudget in volgorde van ontvangst van de subsidieaanvragen verdeeld.

  • 4.

    Indien bij toepassing van lid 3 blijkt dat het resterende budget dient te worden verdeeld tussen twee of meer instellingen van wie de aanvraag die op dezelfde datum zijn ontvangen, waarbij het budget ontoereikend is om deze aanvragen volledig te honoreren, dan wordt het budget naar rato van de in beginsel te verlenen subsidie verdeeld over de betreffende subsidieaanvragen.

  • 5.

    Wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de onvolledige aanvraag aan te vullen, geldt als datum van ontvangst van de aanvraag de datum waarop de aanvraag is aangevuld.

Artikel 10 Subsidievaststelling

  • 1.

    In afwijking op artikel 15 Algemene Subsidie Verordening Heerhugowaard, dienen aanvragers van subsidie tot € 5000, uiterlijk vier weken na afloop van de activiteiten een bewijs in dat de activiteit waarvoor subsidie is verstrekt heeft plaatsgevonden.

  • 2.

    Als bewijs kan dienst doen: een persbericht, foto’s, presentielijst van deelnemers of kort inhoudelijk verslag.

  • 3.

    Het bedrag van de vaststelling is nooit hoger dan het bedrag van de verlening.

Artikel 10a Eindverantwoording subsidies tot en met € 5.000

  • 1.

    Bij subsidies tot en met € 5.000 kunnen burgemeester en wethouders op grond van artikel 13lid 3, 4 en 5 van de Algemene subsidieverordening bepalen dat de subsidie-ontvanger uiterlijk binnen 13 weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht, een aanvraag tot

    vaststelling indient.

  • 2.

    De aanvraag bevat:

  • -

    een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht;

  • -

    een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening);

  • 3.

    Burgemeester en wethouders kunnen andere gegevens verlangen.

Artikel 10b Eindverantwoording subsidies tussen € 5.000 en € 50.000

  • 1.

    Bij subsidies van meer dan € 5.000 doch minder dan € 50.000 kunnen burgemeester en wethouders op grond van artikel 14 lid 2 en 3 van de Algemene subsidieverordening bepalen dat de aanvraag tot vaststelling ook een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening) bevat;

  • 2.

    Burgemeester en wethouders kunnen andere gegevens verlangen.

Artikel 10c Eindverantwoording subsidies van € 50.000 en meer

Burgemeester en wethouders kunnen andere gegevens verlangen dan omschreven in artikel 15 lid 2 van de Algemene subsidieverordening.

Artikel 11 Verplichtingen

  • 1.

    De subsidievrager dient eerst actief op zoek te gaan naar (andere) vormen van financiële ondersteuning. Uit de aanvraag moet blijken hoe de instelling dit heeft gedaan.

  • 2.

    Voor het organiseren van gesubsidieerde activiteiten wordt zoveel als mogelijk:

  • a.

    de samenwerking met andere (vrijwilligers en professionele) organisaties gezocht;

  • b.

    de mogelijkheid voor maatsschappelijke stages geboden;

  • c.

    gebruik gemaakt van de mogelijkheid aan te sluiten bij de Huijgenpas om het activiteitenaanbod voor financieel beperkt draagkrachtige deelnemers toegankelijk te blijven.

  • 3.

    Het College van Burgemeester en wethouders kan aan de verlening van subsidie Verplichtingen opleggen die niet in deze verordening zijn vermeld, voor zover dit naar verwachting de kwaliteit verbetert of de resultaten beter zichtbaar en verantwoord kunnen worden of in het belang zijn van:

  • -

    een goede spreiding over Heerhugowaard van activiteiten op het gebied van sociale participatie en sociale samenhang;

  • -

    het voorkomen van onwenselijke dubbelingen in het totale activiteitenaanbod vallen onder deze subsidieverordening;

  • -

    inclusie van kwetsbaren binnen het activiteitenaanbod.

Artikel 12 Overgangsbepalingen

Aanvragen om subsidie die zijn ingediend voor 1 januari 2012 worden afgedaan volgens de bepalingen van de subsidieverordening waarop de aanvraag betrekking heeft.

Artikel 13 Hardheidsclausule

Het college kan, in bijzondere gevallen, een artikel of artikelen van deze verordening buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang van de aanvrager of subsidieontvanger leidt tot onbillijkheid van overwegende aard. Het van toepassing verklaren van dit artikel wordt gemotiveerd in het besluit en hiervan wordt periodiek verslag gedaan aan de raad.

Artikel 14 Betalingsschema

Subsidiebedragen tot € 5.000 : betaling in de maand februari

Subsidiebedragen vanaf € 5.000 tot € 50.000 : betaling 50% in de maand februari: betaling 50% in de maand mei

Subsidiebedragen vanaf € 50.000 : betaling 25% in de maand februari

: betaling 50% in de maand mei : betaling 25% in de maand september

Artikel 15 Slotbepalingen

  • 1.

    Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2012 en is van kracht tot 1 januari 2021.

  • 2.

    De regeling wordt aangehaald als: Deelsubsidieverordening participatie en sociale samenhang

     

Heerhugowaard, 6 december 2011

Burgemeester en wethouders van Heerhugowaard,

de secretaris, de burgemeester,