Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Hellendoorn

Verordening financiële bijdrageregelingen maatschappelijke participatie gemeente Hellendoorn 2018

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieHellendoorn
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening financiële bijdrageregelingen maatschappelijke participatie gemeente Hellendoorn 2018
CiteertitelVerordening financiële bijdrageregelingen maatschappelijke participatie gemeente Hellendoorn 2018
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpmaatschappelijke zorg en welzijn
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

artikel 149 van de Gemeentewet

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Nadere regels financiële bijdrageregelingen maatschappelijke participatie gemeente Hellendoorn 2019, Gemeenteblad 2019, nr. 41805

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

10-02-201801-01-2018nieuwe regeling

06-02-2018

gmb-2018-28488

17INT06500

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening financiële bijdrageregelingen maatschappelijke participatie gemeente Hellendoorn 2018

Nijverdal, 6 februari 2018 Nr. 17INT06500

 

De raad van de gemeente Hellendoorn;

overwegende, dat het gewenst wordt geacht om inwoners met een laag inkomen de mogelijkheid te geven deel te nemen aan maatschappelijke activiteiten op het gebied van sport, cultuur en vorming;

overwegende dat het gewenst wordt geacht om de armoede onder kinderen te bestrijden;

gezien het voorstel van het college van Burgemeester en Wethouders van 2 januari 2018;

gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;

B e s l u i t :

vast te stellen de:

Verordening financiële bijdrageregelingen maatschappelijke participatie gemeente Hellendoorn 2018

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsbepalingen

  • 1.

    Alle begrippen, die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet, de Algemene wet bestuursrecht en de Gemeentewet.

  • 2.

    In deze verordening wordt verstaan onder:

    • a.

      de wet: de Participatiewet;

    • b.

      peildatum: 1 januari van het jaar waarin een aanvraag voor de financiële bijdrageregelingen wordt ingediend;

    • c.

      peilmaanden: januari en september van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de aanvraag wordt ingediend;

    • d.

      datum van aanvraag: de datum waarop een aanvraag is ingediend;

    • e.

      gezinslid: de alleenstaande, de alleenstaande ouder en de echtgenoot;

    • f.

      declaratiefonds: totaal van voorzieningen voor volwassenen van 18 jaar en ouder op het gebied van sport, cultuur en maatschappelijke deelname en vorming;

    • g.

      kindpakket: totaal van voorzieningen voor kinderen van 0 tot 18 jaar op het gebied van sport, cultuur, school en maatschappelijke participatie, als ook de vergoeding voor de aanschaf van een Nederlandse identiteitskaart of een paspoort;

    • h.

      inkomen: inkomen, zoals bedoeld in artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a van de Participatiewet, inclusief algemene periodieke bijstand voor levensonderhoud op grond van de Participatiewet.

Hoofdstuk 2 Doelgroepbepaling

Artikel 2 Belanghebbenden

Tot de doelgroep behoren inwoners van de gemeente Hellendoorn:

  • a.

    met een inkomen dat direct voorafgaande aan de peildatum gedurende minimaal 12 aaneengesloten maanden lager is dan de van toepassing zijnde inkomensgrenzen als bedoeld in artikel 3;

  • b.

    niet zijnde een studerende, die uit ‘s Rijks kas bekostigd onderwijs volgt in het jaar voorafgaande aan de aanvraag en/of op de datum van aanvraag;

  • c.

    die niet beschikken over een vermogen als bedoeld in artikel 3;

verder te noemen ‘belanghebbende’.

Artikel 3 Inkomens- en vermogensgrenzen

  • 1.

    Het college stelt de inkomens- en vermogensgrenzen vast.

  • 2.

    Het college kan verschillende grenzen vaststellen voor het declaratiefonds en het kindpakket.

Hoofdstuk 3 Declaratiefonds en Kindpakket

Artikel 4 Voorwaarden voor de financiële bijdrageregeling maatschappelijke participatie (Declaratiefonds)

  • 1.

    De hoogte van de bijdrage bedraagt maximaal € 142,00 per kalenderjaar per gezinslid, die op de datum van aanvraag de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt. Uitsluitend kosten die liggen op het gebied van sport, cultuur, maatschappelijke deelname en vorming komen voor vergoeding in aanmerking. Voorbeelden van kosten zijn:

    Op het gebied van sport;

    • abonnementen (ook zwembadpas);

    • lidmaatschappen;

    • contributies.

    Op het gebied van cultuur en maatschappelijke deelname:

    • bezoek aan familieleden bij een afstand van meer dan 50 kilometer;

    • NS kortingskaart;

    • lidmaatschap ouderenvereniging/wijkvereniging/buurtvereniging;

    • uitstapjes met een vereniging die maatschappelijke participatie bevordert, zoals ouderenvereniging, buurtvereniging;

    • bezoek kaart- en soosbijeenkomsten;

    • lidmaatschap zangkoor, toneelvereniging;

    • museumjaarkaart;

    • cultureel jongeren paspoort (CJP);

    • telefoon en kerktelefoon;

    • vrijwilligerswerk;

    • bezoek culturele voorstellingen (theater/musea);

    • gebruik van internet (inclusief abonnementskosten);

    • lidmaatschap van de Vereniging Wevers Transactie Systeem.

    Op het gebied van vorming:

    • krantenabonnement;

    • kosten (re)creatieve cursus;

    • muzieklessen;

    • lidmaatschap bibliotheek;

    • tijdschriftenabonnement.

  • 2.

    De hoogte van de bijdrage voor de aanschaf van een Nederlandse identiteitskaart of een paspoort is gelijk aan de kosten van het document verhoogd met € 7,50. Afhankelijk van de geldigheidsduur van het identiteitsbewijs kan aan elk gezinslid eenmaal per vijf of tien jaar een bijdrage worden verstrekt. De bijdrage wordt niet verstrekt indien het identiteitsbewijs om niet wordt verstrekt.

  • 3.

    Het bedrag, genoemd in het eerste en tweede lid, kan door het college jaarlijks worden aangepast tot maximaal de ontwikkeling van de consumentenprijsindex volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek. Het bedrag wordt dan afgerond op hele euro’s.

Artikel 5 Voorwaarden voor het Kindpakket

  • 1.

    Voor een ten laste van de belanghebbende komend kind die op de aanvraagdatum de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, kan de belanghebbende aanspraak maken op een kindpakket.

  • 2.

    De omvang van het kindpakket wordt door het college bepaald.

  • 3.

    De voorzieningen worden zoveel mogelijk in natura verstrekt.

  • 4.

    De uitvoering van het kindpakket zal zo mogelijk bij een externe partij worden belegd.

Hoofdstuk 4 Uitvoeringsbepalingen

Artikel 6 Aanvraag

  • 1.

    De (financiële) bijdrage uit het declaratiefonds en/of het kindpakket wordt bij het college aangevraagd door middel van een aanvraagformulier.

  • 2.

    De aanvraag moet ingediend worden in het jaar waarin de kosten zijn gemaakt.

  • 3.

    Bij de aanvraag moeten bewijsstukken met betrekking tot het inkomen over de peilmaanden worden overgelegd. Daarnaast dient een verklaring te worden ondertekend met betrekking tot het vermogen. In de door het college te bepalen gevallen dienen desgevraagd ook bewijsstukken van het vermogen te worden ingediend.

Artikel 7 Verificatie

  • 1.

    Verificatie van inkomen vindt in alle gevallen plaats.

  • 2.

    Verificatie van het vermogen vindt steekproefsgewijs plaats.

  • 3.

    Verificatie van betalingsbewijzen van kosten, waarvoor de financiële bijdrage is gebruikt, vindt steekproefsgewijs plaats.

  • 4.

    De aanvrager is verplicht aan het verificatieonderzoek mee te werken en dient aanvullende gegevens te verstrekken.

Artikel 8 Uitbetaling

Een financiële bijdrage wordt binnen 6 weken na de beslissing op de aanvraag uitbetaald.

Hoofdstuk 5 Overige bepalingen

Artikel 9 Nadere regels en hardheidsclausule

  • 1.

    Het college stelt ter uitvoering van deze verordening nadere regels vast.

  • 2.

    In bijzondere gevallen kan ten gunste van de belanghebbende afgeweken worden van de bepalingen in deze verordening, indien strikte toepassing daarvan tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.

Artikel 10 Citeertitel en inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening financiële bijdrageregelingen maatschappelijke participatie gemeente Hellendoorn 2018.

  • 2.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag, volgende op die van haar bekendmaking, en werkt terug tot 1 januari 2018.

  • 3.

    De Verordening financiële bijdrageregelingen maatschappelijke participatie gemeente Hellendoorn 2015 wordt ingetrokken met ingang van de dag, volgende op die van haar bekendmaking en werkt terug tot 1 januari 2018.

 

De raad voornoemd,

de griffier de voorzitter

Toelichting

Algemeen

De mogelijkheden om categoriale bijzondere bijstand te verstrekken, zijn met de komst van de Participatiewet 2015 aanzienlijk beperkt.

Uit de Memorie van Toelichting bij de Participatiewet 2015 blijkt dat de regering groot belang hecht aan het maatwerkprincipe van de individuele bijzondere bijstand. De verlening van categoriale bijzondere bijstand aan categorieën personen bij wie niet is vastgesteld of de betreffende kosten daadwerkelijk nodig of gemaakt zijn, wil de regering in de Participatiewet daarom beperken. De regering stelt zich op het standpunt dat algemeen, generiek inkomensbeleid voorbehouden dient te zijn aan het Rijk en dat de beleidsruimte voor colleges om een eigen generiek inkomensbeleid te voeren, moet worden beperkt.

De regering heeft ervoor gekozen om alleen de categoriale bijzondere bijstand in de vorm van een collectieve aanvullende zorgverzekering of een tegemoetkoming in de premie van een dergelijke verzekering te handhaven.

De overige bestaande vormen van categoriale bijzondere bijstand voor ouderen, chronisch zieken en gehandicapten en voor ouders met schoolgaande kinderen zijn – in verband met de ongerichtheid van deze vorm van generieke inkomensondersteuning – afgeschaft.

Alternatief voor categoriale bijzondere bijstand

In het kader van de bevordering van de deelname aan culturele, maatschappelijke en sportieve voorzieningen en activiteiten wijst de regering op andere mogelijkheden, zoals het bestaan van het inkomensondersteunende instrument van de zogenaamde stadspas die colleges op grond van artikel 108 Gemeentewet – ook voor de hiervoor genoemde doelgroepen – kunnen verstrekken. De verstrekking van een stadspas valt niet onder de bijstand. De regering vindt het zeer belangrijk dat vooral kinderen de kans krijgen om deel te nemen aan activiteiten zoals sport, muziek of danslessen.

Verder stelt de regering dat colleges de mogelijkheid hebben om deelname aan culturele, maatschappelijke en sportieve voorzieningen en activiteiten – al dan niet in plaats van een stadspas – te bevorderen door de mogelijkheid tot het aanvragen van een financiële bijdrage voor deze kosten te bieden.

Uit het Hellendoornse collegeprogramma blijkt dat burgemeester en wethouders in Hellendoorn het ook belangrijk vinden dat alle inwoners deel kunnen nemen aan maatschappelijke activiteiten. In het collegeprogramma en het coalitieakkoord staat: “dat wanneer maatschappelijke uitsluiting dreigt, het college burgers financieel wil ondersteunen met een minimaregeling en dat het armoedebeleid onverkort in stand blijft.”

Op grond van artikel 149 van de Gemeentewet kan de gemeenteraad verordeningen maken die hij in het belang van de gemeente nodig oordeelt. Zo kan de gemeenteraad er in deze verordening dus voor kiezen om een regeling in het leven te roepen die als inkomensondersteuning voor de inwoners van de gemeente kan gelden met het doel dat alle inwoners kunnen participeren in de samenleving.

In de afgelopen jaren was er al de mogelijkheid om een financiële bijdrage te verstrekken uit het declaratiefonds voor kosten die liggen op het gebied van sport, cultuur, maatschappelijke deelname en vorming, alsook een financiële bijdrage uit het school- en verenigingenfonds. Deze mogelijkheden zijn bedoeld voor alle inwoners van de gemeente Hellendoorn met een laag inkomen van 18 jaar en ouder (met uitzondering van studenten). Het staat vast dat deze groep extra kosten heeft, die hun financiële draagkracht te boven gaat, waardoor het voor hen lastiger is om deel te nemen aan maatschappelijke activiteiten.

Vanuit de gemeenteraad is door middel van een aangenomen motie op 31 oktober 2017 de wens geuit om de armoede onder kinderen beter te bestrijden. Om dit mogelijk te maken, zijn de mogelijkheden voor (financiële) bijdragen aangepast in deze verordening. In plaats van de bestaande mogelijkheid een financiële bijdrage uit het declaratiefonds en/of het school- en verengingenfonds te verlenen aan ouders met (schoolgaande) kinderen is de mogelijkheid opgenomen om een (financiële) bijdrage uit het kindpakket te verstrekken. In dit kindpakket zijn alle mogelijke voorzieningen ten behoeve van een kind op het gebied van sport, cultuur, school, maatschappelijke participatie en de kosten van de aanschaf van een Nederlandse identiteitskaart of paspoort. Om de toegang tot deze voorziening uit te breiden, is de mogelijkheid opgenomen dat het college verschillende inkomens- en vermogensgrenzen hanteert voor belanghebbenden en belanghebbenden met ten laste komende kinderen onder de 18 jaar.

Financiële bijdrage

Het verstrekken van de bijdrage uit het declaratiefonds vindt plaats in de vorm van een geldelijke bijdrage. Het verstrekken in natura is, gelet op de verscheidenheid van de kosten, niet doelmatig.

Het verstrekken van een bijdrage uit het kindpakket zal zoveel mogelijk in natura plaats vinden.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1

Begrippen die in de verordening worden gebruikt en toegelicht dienen te worden, worden in dit artikel nader beschreven.

Artikel 2 en 3

Bij de bepaling van de doelgroep voor deze regelingen is aansluiting gezocht bij het eerder ingezette minimabeleid met dien verstande dat alleen inwoners van 18 jaar en ouder gebruik kunnen maken van de regeling. Voor kinderen tot 18 jaar is het minimabeleid op een andere wijze, in de vorm van een kindpakket, vorm gegeven.

Het college stelt de inkomensgrenzen vast. Hierbij is het uitgangspunt dat de inkomensgrens voor het declaratiefonds gelijk is aan 110 procent en voor het kindpakket 120 procent van de bijstandsnorm.

Verder stelt het college de vermogensgrenzen vast. Hierbij is het uitgangspunt dat de vermogensbepalingen van de Participatiewet en met name artikel 34 van de wet van toepassing zijn. Er geldt een extra vrijlating van € 5.000,00 voor alleenstaanden en alleenstaande ouders en € 10.000,00 voor echtparen/samenwonenden.

Artikel 4

Het eerder ingezette minimabeleid ten aanzien van het declaratiefonds wordt voortgezet.

De kosten van een identiteitsbewijs zijn noodzakelijke kosten voor degene waarvoor de identificatieplicht geldt, maar het identiteitsbewijs kan ook gebruikt worden als reisdocument. De hoogte van de vergoeding is afgestemd op de kosten van het document en pasfoto’s. Vanaf maart 2014 is de geldigheidsduur van een identiteitsbewijs voor personen van 18 jaar en ouder gewijzigd in 10 jaar.

Het college kan de hoogte van de bijdragen jaarlijks indexeren tot maximaal de ontwikkeling van de consumentenprijsindex volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek.

Artikel 5

Voor kinderen van ouders met een laag inkomen is een kindpakket beschikbaar. Nadrukkelijk is hierbij bepaald dat het kind op de datum van de aanvraag jonger moet zijn dan 18 jaar. Het kindpakket bestaat uit verschillende onderdelen op het gebied van sport, cultuur, school, maatschappelijke participatie. Verder bestaat de mogelijkheid tot de aanschaf van een Nederlandse identiteitskaart of paspoort. De verschillende onderdelen wordt door het college vastgesteld.

Het college bepaalt de toegang tot het kindpakket. De uitvoering zal zo mogelijk worden belegd bij een externe stichting.

Artikel 6, 7 en 8

De uitvoering van de bijdrageregelingen wijkt af van de reguliere aanvragen bijzondere bijstand. Daarom zijn enkele uitvoeringsbepalingen opgenomen, die alleen gelden voor de uitvoering van deze verordening.

Een aanvraag voor de financiële bijdrageregelingen moet worden ingediend in het jaar waarin de kosten zijn of worden gemaakt.

Verificatie van inkomen vindt in alle gevallen plaats. Het moet zonder meer duidelijk zijn dat de aanvrager tot de doelgroep van de regeling behoort.

Steekproefsgewijs worden aanvragen (achteraf) in het geheel beoordeeld. Dit betekent dat de aanvrager dan ook om bewijzen ten aanzien van zijn vermogenspositie wordt gevraagd en om een overzicht van kosten (betalingsbewijzen) van de maatschappelijke activiteiten die zijn ondernomen. De aanvrager dient aan het onderzoek zijn medewerking te verlenen.

De algemene regel is dat op een aanvraag binnen 8 weken een beslissing wordt genomen. Wanneer dit niet mogelijk is, zal het college dit tijdig moeten meedelen aan de aanvrager en daarbij aangeven binnen welke termijn de beslissing wel kan worden genomen. Vervolgens moet binnen 6 weken de bijstand worden betaald. In artikel 7 is daarom een termijn opgenomen van 6 weken waarbinnen de bijdrage betaald wordt.

Artikel 9

Het college stelt nadere regels vast over de hoogte en de uitvoering van de financiële bijdrageregelingen. Nadrukkelijk is een hardheidsclausule opgenomen.

Artikel 10

Dit artikel geeft de citeertitel aan en regelt de inwerkingtreding.