Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Hellendoorn

Verordening op de heffing en invordering van vermakelijkhedenretributie 2019

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieHellendoorn
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening op de heffing en invordering van vermakelijkhedenretributie 2019
CiteertitelVerordening vermakelijkhedenretributie 2019
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerpVerordening vermakelijkhedenretributie 2019

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. artikel 156 van de Gemeentewet
  2. artikel 229 van de Gemeentewet
Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

22-12-2018nieuwe regeling

18-12-2018

gmb-2018-276789

18INT02663

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening op de heffing en invordering van vermakelijkhedenretributie 2019

Nijverdal, 18 december 2018 Nr. 18INT02663

 

De raad van de gemeente Hellendoorn;

gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 13 november 2018;

gelet op de artikelen 156, eerste en tweede lid, aanhef en onderdeel h, en 229, eerste lid, onderdeel c van de Gemeentewet;

b e s l u i t vast te stellen de:

Verordening op de heffing en invordering van vermakelijkhedenretributie 2019

Artikel 1 Begripsomschrijving

Voor de toepassing van deze verordening wordt onder een vermakelijkheid verstaan: een activiteit, waarbij wordt beoogd of mede wordt beoogd het publiek amusement, verstrooiing, ontspanning of vermaak te verschaffen of waarbij het publiek dit amusement, verstrooiing, ontspanning of vermaak zoekt, ondergaat, vindt, pleegt te vinden of kan vinden, een en ander in of op daartoe bestemde of geschikte voor een ieder toegankelijke inrichtingen, terreinen, wateren en dergelijke.

Artikel 2 Aard van de belasting en belastbaar feit

Onder de naam "vermakelijkhedenretributie" worden geheven rechten ter zake van het, tegen betaling of vergoeding van welke aard dan ook en voor welk onderdeel van de vermakelijkheid dan ook, geven van vermakelijkheden, waarbij gebruik wordt gemaakt van door of met medewerking van het gemeentebestuur tot stand gebrachte of in stand gehouden voorzieningen of waarbij een bijzondere voorziening in de vorm van toezicht of anderszins van de zijde van het gemeentebestuur getroffen wordt.

Artikel 3 Belastingplicht

Belastingplichtig is degene die de vermakelijkheid geeft, dan wel degene voor wiens rekening en risico de vermakelijkheid gegeven wordt.

Artikel 4 Vrijstellingen

De vermakelijkhedenretributie wordt niet geheven indien en voor zover:

  • a.

    uit hoofde van een privaatrechtelijke overeenkomst ter zake van het geven van vermakelijkheden waarbij gebruik wordt gemaakt van de in artikel 2 bedoelde voorzieningen, een bedrag wordt gevorderd;

  • b.

    de gemeente de vermakelijkheid geeft;

  • c.

    de vermakelijkheid bestaat uit een braderie, rommelmarkt, kermis of vergelijkbaar evenement dat zich voornamelijk op de openbare weg afspeelt;

  • d.

    het gaat om een vermakelijkheid die in hoofdzaak wordt genoten door personen met een lidmaatschap/abonnement;

  • e.

    degene die de vermakelijkheid geeft dit doet ter aanvulling van zijn/haar hoofdactiviteit.

Artikel 5 Maatstaf van heffing

De grondslag voor de heffing van de vermakelijkhedenretributie is het aantal betalende bezoekers c.q. deelnemers aan de vermakelijkheid.

Artikel 6 Belastingtarief

Het tarief bedraagt € 0,23 per betalende bezoeker, met dien verstande dat voor de eerste 100.000 bezoekers per belastingtijdvak het tarief € 0,00 per bezoeker bedraagt.

Artikel 7 Belastingtijdvak

Het belastingtijdvak is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 8 Wijze van heffing

  • 1.

    De vermakelijkhedenretributie wordt bij wege van aanslag geheven.

  • 2.

    Na aanvang van het belastingtijdvak kan aan de belastingplichtige een voorlopige aanslag worden opgelegd tot ten hoogste het bedrag waarop de aanslag over het belastingtijdvak vermoedelijk zal worden vastgesteld.

Artikel 9 Ontstaan van de belastingschuld

De belasting is verschuldigd aan het einde van het belastingtijdvak, doch voor het einde van het belastingtijdvak kan een voorlopige aanslag worden opgelegd.

Artikel 10 Termijnen van betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld, en de tweede twee maanden later.

  • 2.

    Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de Invorderingswet 1990 met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete is het vorige lid van dit artikel van overeenkomstige toepassing, voor zover deze gelijktijdig wordt opgelegd met de vaststelling van de aanslag.

  • 3.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 11 Kwijtschelding

Bij de invordering van de vermakelijkhedenretributie wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 12 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven voor de heffing en de invordering van de vermakelijkhedenretributie.

Artikel 13 Overdracht van bevoegdheden

Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het wijzigen van deze verordening, indien de wijzigingen:

  • a.

    van zuiver redactionele aard zijn;

  • b.

    een tariefsverlaging betreffen;

  • c.

    een gevolg zijn van nieuwe of gewijzigde rijksregelgeving die in werking treedt of is getreden;

met dien verstande dat het college van burgemeester en wethouders de raad zo snel mogelijk achteraf informeert over de toegepaste bevoegdheid.

Artikel 14 Overgangsrecht

De "Verordening vermakelijkhedenretributie 2018", vastgesteld bij raadsbesluit van 12 december 2017, nr. 17INT02677, wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2019 met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich vóór die datum hebben voorgedaan.

Artikel 15 Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 2.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2019.

Artikel 16 Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening vermakelijkhedenretributie 2019".

 

De raad voornoemd,

de griffier, de voorzitter