Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Hellendoorn

Sociaal Statuut

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieHellendoorn
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingSociaal Statuut
CiteertitelSociaal Statuut
Vastgesteld doorcollege van burgemeester en wethouders
Onderwerpbestuur en recht
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Onbekend

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

27-06-2012Onbekend

27-06-2012

Onbekend

01-01-201127-06-2012nieuwe regeling

07-12-2010

Hellendoorn Journaal, 17-12-2010

10INT02076

Tekst van de regeling

Intitulé

Sociaal Statuut

 

Sociaal Statuut

Artikel 1 Werkingsfeer

Dit sociaal statuut is van toepassing op alle wijzigingen van de ambtelijke organisatie van de gemeente Hellendoorn, niet zijnde een organisatiewijziging als gevolg van een gemeentelijke herindeling.

Het voorgenomen besluit tot organisatiewijziging wordt conform de Wet op de ondernemingsraden om advies voorgelegd aan de ondernemingsraad. Een afschrift van deze adviesaanvraag wordt ter kennisneming gezonden aan de commissie voor georganiseerd overleg. De ondernemingsraad brengt advies uit over de inhoud van het voorgenomen besluit. Het georganiseerd overleg kan verzoeken naast dit sociaal statuut aanvullende afspraken te maken ten aanzien van rechtspositionele consequenties.

Het bepaalde in hoofdstuk 3 en 4 van dit sociaal statuut kan buiten beschouwing blijven, indien met wederzijdse instemming tussen werkgever en direct betrokken medewerker(s) een oplossing wordt gevonden.

Artikel 2 Definities

In dit sociaal statuut wordt verstaan onder:

  • a

    ambtenaar: hij die door of vanwege de gemeente is aangesteld om in openbare dienst werkzaam te zijn alsmede hij met wie een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht is aangegaan, zoals bedoeld in de CAR;

  • b

    werkgever: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hellendoorn;

  • c

    organisatiewijziging: een inkrimping of wijziging van de werkzaamheden van de gemeente (of een onderdeel daarvan) of een wijziging van de laatst vastgestelde organisatiestructuur van de gemeente (of een onderdeel daarvan), die niet van tijdelijke aard is en die personele gevolgen met zich meebrengt, dan wel privatisering / verzelfstandiging of een publierechtelijke taakoverheveling;

  • d

    privatisering: organisatiewijziging die het gevolg is van de verzelfstandiging van een deel van de organisatie tot een nieuwe (privaatrechtelijke) rechtspersoon of de overdracht van een deel van de organisatie aan een derde (privaatrechtelijke) partij;

  • e

    publiekrechtelijke taakoverheveling: organisatiewijziging die het gevolg is van de overheveling van een deel van de organisatie naar een ander publiekrechtelijk orgaan;

  • f

    personele gevolgen: gevolgen voor de functie of de rechtspositie van de betrokken ambtenaren;

  • g

    salaris: het voor de ambtenaar geldende bedrag van de aan de ambtenaar toegekende schaal als bedoeld in artikel 3:1 van de CAR;

  • h

    salarisperspectief: de opeenvolgende salarisperiodieken tot en met het hoogste bedrag van de functieschaal en uitloopschaal van de ambtenaar en eventueel schriftelijk vastgelegde extra individuele salarisafspraken;

  • i

    bezoldiging: het salaris, vermeerderd met het bedrag van de aan de ambtenaar toegekende emolumenten en toelagen, niet zijnde onkostenvergoedingen, als omschreven in de bezoldigingsregeling;

  • j

    functiegebonden toelage: de toelage waarmee het salaris wordt vermeerderd ingevolge de bezoldigingsverordening van de gemeente Hellendoorn;

  • k

    persoonsgebonden toelage: de toelage, niet zijnde een functiegebonden toelage, waarmee het salaris wordt vermeerderd;

  • l

    functie: het geheel van werkzaamheden dat door ambtenaar is te verrichten;

  • m

    ongewijzigde functie: een functie die gelijk of nagenoeg gelijk (tenminste 80%) is aan de functie die de ambtenaar voor de organisatiewijziging vervulde;

  • n

    passende functie: een functie die de ambtenaar redelijkerwijs kan worden opgedragen gelet op het werk- en denkniveau van die functie en gezien de persoonlijke en bijzondere omstandigheden van de ambtenaar. Onder persoonlijkheid en bijzondere omstandigheden kunnen in ieder geval worden verstaan: interesse, capaciteiten, ervaring, leeftijd, gezondheidstoestand, gezinsomstandigheden en scholing. Een passende functie is doorgaans van hetzelfde functieniveau als de functie die de ambtenaar voor de organisatiewijziging vervulde, maar kan ook van een hoger niveau of maximaal één niveau lager zijn;

  • o

    geschikte functie: een functie die niet valt onder het begrip passende functie, maar die de ambtenaar (na onderling overleg en aanbieding van de functie) bereid is te vervullen;

  • p

    diensttijd: de totale periode in dienst van de sector gemeenten;

  • q

    georganiseerd overleg: de commissie voor georganiseerd overleg, zoals bedoeld in artikel 12:1 van de CAR;

  • r

    ondernemingsraad: de ondernemingsraad zoals bedoeld in artikel 2 van de Wet op de ondernemingsraden;

  • s

    sociaal plan: nadere afspraken, gebaseerd op en aanvullend op dit sociaal statuut, met betrekking tot de personele en arbeidsvoorwaardelijke gevolgen van een organisatiewijziging;

  • t

    herplaatsingscommissie: de commissie als bedoeld in hoofdstuk 4 Herplaatsingprocedure, artikel 1.

Artikel 3 Bevoegdheid tot het nemen van het besluit tot organisatiewijziging

Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het nemen van besluiten over de wijziging van de ambtelijke organisatie.

Artikel 4 Bevoegdheid tot het nemen van besluiten betreffende individuele ambtenaren

Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het nemen van besluiten over wijziging van de aanstelling, her- en/of overplaatsing en eventueel ontslag van ambtenaren.

Artikel 1 Onderzoek naar organisatiewijziging

Als de werkgever voornemens is de mogelijkheid en wenselijkheid van een organisatiewijziging te onderzoeken, worden de ondernemingsraad, het plaatselijk georganiseerd overleg (d.m.v. een afschrift van de adviesaanvraag) en de betrokken ambtenaren hier in een vroeg stadium van op de hoogte gesteld.

Het tijdstip van kennisgeving is dusdanig, dat de ondernemingsraad zijn mening over het onderzoek kenbaar kan maken.

De ambtenaren en de ondernemingsraad worden zo veel mogelijk betrokken bij de uitvoering van het onderzoek. Bovendien worden zij, indien mogelijk, tussentijds op de hoogte gehouden van de vorderingen van het onderzoek.

De schriftelijke eindrapportage van het onderzoek wordt ter kennisneming toegezonden aan de ondernemingsraad en het georganiseerd overleg.

Artikel 2 Extern advies

Indien de werkgever voornemens is om over de wenselijkheid van de organisatiewijziging extern advies te vragen, wordt de ondernemingsraad om advies gevraagd over het verstrekken en formuleren van de adviesopdracht, conform artikel 25 van de Wet op de ondernemingsraden.

Artikel 3 Advies ondernemingsraad over organisatiewijziging

Voordat een definitief besluit wordt genomen ten aanzien van de organisatiewijziging, wordt de ondernemingsraad schriftelijk om advies gevraagd, conform artikel 25 van de Wet op de ondernemingsraden.

De adviesaanvraag bevat een heldere omschrijving van het voorgenomen besluit, de beweegredenen van het besluit, de personele gevolgen van het besluit en de naar aanleiding daarvan te nemen personele maatregelen.

Met de ondernemingsraad wordt een Plan van Aanpak overeengekomen waarin in ieder geval afspraken worden gemaakt over de wijze van voorlichting en communicatie, de tijdsplanning en eventuele cultuur-ontwikkelingstrajecten.

Het advies wordt op een zodanig tijdstip gevraagd, dat het nog van wezenlijke invloed kan zijn op het te nemen besluit.

Artikel 4 Taakverdeling tussen ondernemingsraad en georganiseerd overleg

Ten aanzien van de medezeggenschap van ambtenaren en vakcentrales geldt het algemene uitgangspunt dat onderwerpen die gedurende het proces van organisatiewijziging aan bod komen, primair door één orgaan worden behandeld.

Artikel 5 Kennisgeving en uitvoering besluit

Als er een definitief besluit is genomen tot wijziging van de organisatie, wordt dit besluit zo spoedig mogelijk meegedeeld aan het georganiseerd overleg, de ondernemingsraad en de betrokken ambtenaren. Daarbij wordt tevens ingegaan op de personele gevolgen van het besluit.

Als in dit besluit wordt afgeweken van het advies van de ondernemingsraad, zal deze afwijking duidelijk worden gemotiveerd. De uitvoering van het besluit tot organisatiewijziging wordt in dit geval uitgesteld tot op zijn vroegst een maand nadat de ondernemingsraad van het besluit in kennis is gesteld, conform artikel 25, zesde lid, van de Wet op de ondernemingsraden.

Artikel 1 Werkingssfeer hoofdstuk

Dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op interne organisatiewijzigingen, niet zijnde privatiseringen en publiekrechtelijke taakoverhevelingen.

Artikel 2 Werkgelegenheid bij interne organisatiewijziging

De werkgever hanteert als uitgangspunt dat gedwongen ontslagen worden voorkomen.

Artikel 3 Voorkeursvolgorde bij herplaatsing

De werkgever hanteert, bij het nemen van besluiten ten aanzien van de ambtenaren die betrokken zijn bij de organisatiewijziging, de volgende voorkeursvolgorde:

  • a

    de ambtenaar blijft de ongewijzigde functie vervullen (mens volgt functie);

  • b

    de ambtenaar wordt overgeplaatst naar een passende functie binnen de gemeentelijke organisatie;

  • c

    de ambtenaar wordt overgeplaatst naar een geschikte functie binnen de gemeentelijke organisatie;

  • d

    de ambtenaar wordt boven de formatiesterkte geplaatst.

Herplaatsingsbesluiten als bedoeld in het eerste lid onder b en c worden genomen met inachtneming van de herplaatsingsprocedure, zoals beschreven in hoofdstuk 4.

Artikel 4 Uitgangspunten herplaatsing

Bij het nemen van besluiten als bedoeld in hoofdstuk 3 Algemene uitgangspunten voor sociaal beleid bij interne organisatiewijziging, artikel 3, eerste lid, onder b en c, wordt met de volgende gegevens rekening gehouden:

  • a

    de geschiktheid van de ambtenaar voor een passende of geschikte functie, zoals die blijkt uit opleidings- en ervaringsgegevens en beoordelingsgesprekken;

  • b

    de voorkeur van de ambtenaar voor bepaalde functies;

  • c

    de diensttijd van de ambtenaar;

  • d

    de leeftijd van de ambtenaar;

  • e

    het type dienstverband van de ambtenaar.

De ambtenaar is verplicht om mee te werken aan gesprekken en tests (ter bevestiging van het oordeel van de herplaatsingscommissie) die nodig zijn voor het verzamelen van gegevens als genoemd in het eerste lid onder a. De kosten van eventuele tests zijn voor rekening van de werkgever.

Artikel 5 Belangstellingsregistratie

Voordat herplaatsingsbesluiten als bedoeld in hoofdstuk 3 Algemene uitgangspunten voor sociaal beleid bij interne organisatiewijziging, artikel 3, eerste lid onder b en c, worden genomen, wordt de betrokken ambtenaar in de gelegenheid gesteld zijn voorkeur voor maximaal drie functies kenbaar te maken. De belangstellingsregistratie wordt vastgelegd op het Belangstellingsregistratie Formulier (bijlage 1).

Artikel 6 Geen passende of geschikte functie

Indien de werkgever er niet in slaagt om de ambtenaar een passende dan wel geschikte functie aan te bieden binnen de gemeentelijke organisatie, zullen de werkgever en de ambtenaar zich inspannen om gezamenlijk een structurele oplossing te vinden. Onderdeel van deze oplossing kan zijn:

  • -

    bijscholing en omscholing;

  • -

    tijdelijke tewerkstelling binnen de gemeentelijke organisatie, al dan niet bovenformatief;

  • -

    een passende functie binnen de gemeentelijke organisatie, die na de herplaatsingsprocedure is ontstaan;

  • -

    tijdelijke detachering naar een externe organisatie;

  • -

    outplacementbegeleiding;

  • -

    een passende functie buiten de gemeentelijke organisatie;

  • -

    flankerende maatregelen waaronder:

    • a

      training sollicitatiegesprekken Op verzoek kan een training of cursus worden gevolgd, teneinde de kans bij sollicitatiegesprekken te vergroten.

    • b

      tegemoetkoming in de verhuiskosten Bij ontslag op eigen verzoek kan een tegemoetkoming in de verhuiskosten worden verleend indien betrokkene om een nieuwe baan te verwerven moet verhuizen en de nieuwe werkgever geen verhuiskostenvergoeding geeft.

    • c

      reiskosten woon-werkverkeer Indien bij een nieuwe werkgever geen vergoeding van woon-werkverkeer wordt ontvangen, kan betrokkene in aanmerking komen voor een tegemoetkoming in die reiskosten voor een periode van één jaar, in bijzondere gevallen te verlengen tot maximaal twee jaren. De kosten worden vergoed op basis van de tarieven openbaar vervoer.

    • d

      tegemoetkoming in woonlasten Een medewerker, die in verband met het aanvaarden van een andere werkkring moet verhuizen, kan, indien als gevolg daarvan zijn woonlasten hoger zijn dan voorheen, in aanmerking komen voor een tegemoetkoming in de meerkosten. De tegemoetkoming bedraagt maximaal € 100,- per maand, gedurende maximaal twee jaren.

    • e

      detachering Teneinde de positie c.q. kansen van de medewerker op de arbeidsmarkt te verbeteren bestaat de mogelijkheid de medewerker tijdelijk, voor een periode van maximaal 2 jaar extern te detacheren.

    • f

      FPU-stimuleringregeling Een medewerker die met de FPU kan, krijgt een eenmalige "FPU-stimuleringspremie". De premie bedraagt maximaal € 10.000,- netto. Dit bedrag kan alleen worden toegekend aan een medewerker die zich -op verzoek van Burgemeester en Wethouders- verplicht van de FPU gebruik te maken op het moment dat hij in aanmerking komt voor een FPU uitkering ter hoogte van 70% van zijn laatstverdiende salaris. Deeltijders ontvangen een bedrag naar rato.

    • g

      Proeftijd Indien de ambtenaar op basis van een proeftijd -van maximaal de in artikel 652 van het BW bepaalde termijn van twee maanden -een functie bij een andere werkgever aanvaardt, behoudt de betreffende medewerker, indien na het verstrijken van de proeftijd de aanstelling in het kader van de proeftijd niet in een definitieve aanstelling wordt omgezet, de rechten waarop hij op basis van dit Sociaal Statuut aanspraak kan maken.

De kosten van bijscholing, omscholing en outplacementbegeleiding zijn voor rekening van de werkgever.

De ambtenaar, die de leeftijd heeft bereikt die 5 jaren of minder voorafgaat aan de eerstvolgende FPU-mogelijkheid (uitgaande van de spilleeftijd) en dan op zijn vroegst 5 jaren voorafgaand aan deze mogelijkheid, óf aan de (ouderdoms)pensioenmogelijkheid, kan verzoeken om d.m.v. een ‘maatwerkoplossing’ met behoud van (gedeeltelijk) salaris op non-actief gesteld te worden tot de datum dat hij met toepassing van het pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP van die FPU-/pensioenmogelijkheid gebruik kan maken indien:

  • a

    zijn functie als gevolg van de organisatiewijziging komt te vervallen en na de herplaatsingsprocedure blijkt dat geen andere passende functie voorhanden is;

  • b

    zijn functie als gevolg van de organisatiewijziging komt te vervallen en hij 55 jaar of ouder is;

  • c

    zijn functie zodanige verandering ondergaat, dat er geen sprake meer is van een ongewijzigde functie. Voor wat betreft het gestelde onder a, b en c dient de ambtenaar uitdrukkelijk schriftelijk te hebben verklaard dat hij van de mogelijkheid om bij het bereiken van de leeftijd, waarop van de regeling FPU gebruik kan worden gemaakt, ook daadwerkelijk gebruik maakt. Burgemeester en wethouders beslissen op een dergelijk verzoek binnen vier weken.

Van de in het derde lid bedoelde regeling kan gebruik worden gemaakt tot maximaal één jaar na het aanvaarden van de nieuwe functie of, in het geval van een herplaatsing voor een proefperiode, voor die einddatum van deze periode.

Indien de werkgever na zorgvuldig onderzoek constateert dat geen structurele oplossing als bedoeld in het eerste lid of derde lid kan worden gevonden, zal de ambtenaar eervol ontslag wegens reorganisatie worden verleend, als bedoeld in artikel 8:4 van de CAR. Deze datum gaat niet eerder in dan twee jaar na het reorganisatiebesluit als gevolg waarvan de functie wordt opgeheven. De bovenwettelijke werkloosheidsuitkeringsregeling van de CAR is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 7 Verplichting ambtenaar

De ambtenaar is verplicht, onverminderd het recht op bezwaar en beroep, een passende functie die hem met inachtneming van de herplaatsingsprocedure is toegewezen, te aanvaarden.

Wanneer de ambtenaar na herhaald en zorgvuldig overleg weigerachtig is ten aanzien van aanvaarding van een passende functie of niet meewerkt aan het vinden van een oplossing als bedoeld in hoofdstuk 3 Algemene uitgangspunten voor sociaal beleid bij interne organisatiewijziging, artikel 6, eerste lid, kan het college van burgemeester en wethouders overgaan tot ontslag. Daarbij kan het college van burgemeester en wethouders melding maken bij de instelling die de Werkloosheidswet uitvoert, dat de betreffende ambtenaar weigert een passende functie te aanvaarden of niet meewerkt aan het vinden van een oplossing als bedoeld in hoofdstuk 3 Algemene uitgangspunten voor sociaal beleid bij interne organisatiewijziging, artikel 6, eerste lid.

Artikel 8 Salarisgarantie

De ambtenaar, die wordt overgeplaatst naar een andere functie binnen de gemeentelijke organisatie, behoudt recht op het salaris en het salarisperspectief, zoals die voor hem golden in de oude functie.

Artikel 9 Functiegebonden toelagen

Voor de ambtenaar die wordt overgeplaatst naar een andere functie binnen de gemeentelijke organisatie vervallen de functiegebonden toelagen.

Aan de ambtenaar, wiens bezoldiging als gevolg van het vervallen van de functiegebonden toelagen een blijvende verlaging ondergaat, wordt een aflopende compensatie toegekend indien de ambtenaar deze toelagen gedurende ten minste een jaar zonder wezenlijke onderbreking heeft genoten.

Deze compensatie kent het volgende verloop:

  • a

    het eerste en tweede jaar na de overplaatsing ontvangt de ambtenaar 100% van de daling van de bezoldiging, die het gevolg is van het vervallen van de functiegebonden toelagen;

  • b

    het derde en vierde jaar na de overplaatsing ontvangt de ambtenaar 50% van de daling van de bezoldiging, die het gevolg is van het vervallen van de functiegebonden toelagen.

De ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, behoudt de functiegebonden toelage indien hij bij de overplaatsing 55 jaar of ouder is en bedoelde toelage tenminste een jaar heeft genoten.

Artikel 10 Persoonsgebonden toelagen

De ambtenaar die wordt overgeplaatst naar een andere functie binnen de gemeentelijke organisatie, behoudt recht op zijn persoonsgebonden toelagen.

Artikel 11 Persoonlijk ontwikkelingsplan

De ambtenaar die wordt overgeplaatst naar een andere functie binnen de gemeentelijke organisatie, behoudt de rechten die hem op grond van het persoonlijk ontwikkelingsplan zijn toegekend, indien hij de studie voortzet.

De ambtenaar die wordt overgeplaatst naar een andere functie binnen de gemeentelijke organisatie en die in overleg met zijn nieuwe leidinggevende besluit te stoppen met zijn studie, wordt ontheven van terugbetalingsverplichtingen die uit het eerdergenoemde persoonlijk ontwikkelingsplan voortvloeien.

Artikel 12 Aanvullende scholing

De werkgever onderzoekt of het nodig is de ambtenaar, die is overgeplaatst naar een passende of geschikte functie binnen de gemeentelijke organisatie, bij of om te scholen voor het vervullen van zijn nieuwe functie. De kosten van de scholing zijn voor rekening van de gemeente.

Artikel 13 Functie buiten de gemeentelijke organisatie

Indien de ambtenaar, waarvoor in de herplaatsingsprocedure geen passende of geschikte functie is gevonden, een functie accepteert buiten de gemeentelijke organisatie, wordt hem eervol ontslag verleend.

De ambtenaar die overeenkomstig het eerste lid ontslag wordt verleend, wordt ontheven van eventuele terugbetalingsverplichtingen die voortvloeien uit het persoonlijk ontwikkelingsplan, de verhuiskostenregeling en de regeling betaald ouderschapsverlof of andere regelingen.

Indien de ambtenaar als bedoeld in het eerste lid een functie van ten minste een gelijke betrekkingsomvang accepteert buiten de gemeentelijke organisatie, vult de werkgever gedurende vijf jaar, na de datum van de definitieve organisatiewijziging, aan op basis van de netto bezoldiging die de ambtenaar genoot direct voorafgaand aan het ontslag. De ambtenaar die een functie accepteert met een kleinere betrekkingsomvang ontvangt gedurende twee jaar na de datum van de organisatiewijziging een aanvulling van zijn netto bezoldiging naar rato van het dienstverband.

Artikel 1 Herplaatsingsprocedure

Het college van burgemeester en wethouders kan een herplaatsingscommissie in het leven roepen, die als taak heeft om de benodigde gegevens te verzamelen en om het college van burgemeesters en wethouders te adviseren over de te nemen herplaatsingsbesluiten.

Het college van burgemeester en wethouders beslist over de samenstelling van de herplaatsingscommissie, na overeenstemming in het georganiseerd overleg.

Artikel 2 Advies over herplaatsing

De herplaatsingscommissie verzamelt alle volgens haar benodigde gegevens en adviseert op basis van deze gegevens het college van burgemeester en wethouders over de herplaatsing van de betrokken ambtenaren.

Het college van burgemeester en wethouders informeert de ambtenaar schriftelijk over het advies van de herplaatsingscommissie over zijn herplaatsing, respectievelijk over het advies van de commissie om hem vooralsnog geen passende of geschikte functie aan te bieden.

De ambtenaar dient op zijn verzoek te worden gehoord door de herplaatsingscommissie.

Artikel 3 Bedenkingen tegen voorstel

Indien de ambtenaar bedenkingen heeft tegen het advies van de commissie over zijn herplaatsing, respectievelijk tegen het advies van de commissie om hem vooralsnog geen passende of geschikte functie aan te bieden, kan hij deze binnen één maand na dagtekening van de brief schriftelijk indienen bij het college van burgemeester en wethouders.

De ambtenaar kan verzoeken om mondeling te worden gehoord door (een vertegenwoordiging van) het college van burgemeester en wethouders. De ambtenaar die hiertoe een verzoek indient, zal binnen 14 dagen worden gehoord. Van de hoorzitting wordt schriftelijk verslag opgemaakt.

De ambtenaar kan zich laten bijstaan door een raadsman.

Artikel 4 Herplaatsingsbesluiten

Het college van burgemeester en wethouders neemt het besluit tot herplaatsing van de betrokken ambtenaar. De ambtenaar wordt zo spoedig mogelijk schriftelijk op de hoogte gesteld van dit besluit. In de motivering van het besluit wordt ingegaan op eventuele bedenkingen die door de ambtenaar zijn ingediend.

De ambtenaar voor wie in de herplaatsingsprocedure geen passende of geschikte functie is gevonden, wordt zo spoedig mogelijk schriftelijk van dit besluit in kennis gesteld. In de motivering van het besluit wordt ingegaan op eventuele bedenkingen die door de ambtenaar zijn ingediend.

Artikel 1 Werkingssfeer

Dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op privatiseringen en publiekrechtelijke.

Artikel 2 Werkgelegenheid

De werkgever hanteert als uitgangspunt dat gedwongen ontslagen worden voorkomen en publiekrechtelijke taak overhevelingen.

De werkgever treedt met de betrokken privaatrechtelijke of publiekrechtelijke instantie in overleg over de overname van de ambtenaren van het desbetreffende organisatieonderdeel. Gemaakte afspraken worden schriftelijk vastgelegd.

Voordat de werkgever een besluit neemt over de overgang van een ambtenaar naar de betrokken privaatrechtelijke of publiekrechtelijke instantie, biedt hij de betrokkene de gelegenheid om zijn belangstelling kenbaar te maken voor passende functies die op dat moment vacant zijn of op korte termijn vacant worden in de gemeentelijke organisatie. De ambtenaar wordt als interne herplaatsingskandidaat beschouwd.

Artikel 3 Geen passende of geschikte functie

Indien de werkgever er niet in slaagt om de ambtenaar onder te brengen bij de nieuwe werkgever dan wel een passende functie aan te bieden binnen de gemeentelijke organisatie, zullen de werkgever en de ambtenaar zich inspannen om gezamenlijk een structurele oplossing te vinden. Onderdeel van deze oplossing kunnen zijn:

  • -

    bijscholing en omscholing;

  • -

    tijdelijke tewerkstelling binnen de gemeentelijke organisatie, al dan niet bovenformatief;

  • -

    een geschikte functie binnen de gemeentelijke organisatie;

  • -

    een na de herplaatsingsprocedure vrijgekomen passende functie binnen de gemeentelijke organisatie;

  • -

    tijdelijke detachering naar een externe organisatie;

  • -

    outplacementbegeleiding;

  • -

    een passende functie buiten de gemeentelijke organisatie;

  • -

    flankerende maatregelen, die erop gericht zijn financiële nadelen voor betrokkene van een mogelijke oplossing weg te nemen.

Het gestelde in hoofdstuk 3 Privatisering en taakoverheveling, artikel 6, paragraaf 3 van dit sociaal statuut is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 4 Sociaal plan

Als het georganiseerd overleg van mening is dat de privatisering of taakoverheveling zodanig ingrijpende personele gevolgen met zich meebrengt dat hierover aanvullende afspraken moeten worden gemaakt, wordt door de werkgever een sociaal plan opgesteld. Dit plan regelt de overplaatsingsprocedure (inclusief de ontslag- en aanstellingsprocedure van het over te plaatsen personeel) en bevat rechtspositionele bepalingen. Over dit sociaal plan moet overeenstemming worden bereikt in het georganiseerd overleg.

Er worden geen definitieve besluiten genomen ten aanzien van ambtenaren voordat er overeenstemming is over het sociaal plan.

Artikel 5 Rechtspositievergelijking

Indien de betrokken ambtenaren overgaan naar een privaatrechtelijke of een andere publiekrechtelijke werkgever waarvoor een afwijkende rechtspositieregeling of CAO geldt, maakt de werkgever een vergelijking tussen de arbeidsvoorwaardenpakketten die van toepassing zijn op de gemeentelijke werkgever en de nieuwe werkgever.

Indien uit de vergelijking blijkt dat het totaalpakket van arbeidsvoorwaarden (bestaande uit in ieder geval salaris, uitkeringen en toelagen, (pre)pensioen, vakantie, ziektekostenregeling en werkloosheidsuitkering) bij de nieuwe werkgever minder is dan het totaalpakket bij de gemeentelijke werkgever, worden in het sociaal plan nadere afspraken gemaakt over afbouw, behoud of compensatie van aanspraken.

Het sociaal plan bevat in ieder geval de volgende garanties:

  • a

    netto-nettogarantie van het salaris en het salarisperspectief, rekening houdend met onder andere de gevolgen van de nieuwe (andere) ziektekostenpremie en het komen te vervallen van toelagen;

  • b

    de ambtenaar tenminste op dezelfde rechten aanspraak kan maken als in geval van een gemeentelijke (interne) overplaatsing;

  • c

    er afspraken worden gemaakt met betrekking tot de pensioenvoorziening;

  • d

    er afspraken worden gemaakt over de termijn waarop de arbeidsplaats en standplaats worden gegarandeerd;

  • e

    er ingeval van ontslag bij de nieuwe werkgever als gevolg van reorganisatie recht bestaat op uitkering van het bovenwettelijke deel van werkloosheidsuitkering door de gemeente.

  • f

    ambtenaren die een vaste aanstelling hebben, krijgen bij de nieuwe werkgever een vaste aanstelling dan wel een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd zonder proeftijd.

Artikel 1 Hardheidsclausule

In gevallen waarin toepassing van het sociaal statuut zou leiden tot een onbillijke situatie voor een ambtenaar, zal het college van burgemeester en wethouders van het sociaal statuut afwijken in een voor de ambtenaar gunstige zin.

In gevallen waarin het sociaal statuut niet voorziet, beslist het college van burgemeester en wethouders.

Artikel 2 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: “Sociaal Statuut Gemeente Hellendoorn”.

Artikel 3 Inwerkingtreding

Dit sociaal statuut treedt, onder gelijktijdige intrekking van de "Nota gedragsregels bij organisatie-ontwikkeling en -verandering", in werking met ingang van 6 mei 2003.