Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Gemeente Helmond

(Geluids)overlast van evenementen in de gemeente Helmond

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OverheidsorganisatieGemeente Helmond
Officiële naam regeling(Geluids)overlast van evenementen in de gemeente Helmond
Citeertitel(Geluids)overlast van evenementen in de gemeente Helmond
Vastgesteld doorcollege van burgemeester en wethouders
Onderwerpalgemeen
Eigen onderwerpopenbare orde en veiligheid

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Algemene politieverordening Helmond 1978

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerking-

treding

Terugwerkende

kracht tot en met

Datum uitwerking-

treding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

05-03-2002nieuwe regeling

14-09-2001

--

--

Tekst van de regeling

(GELUIDS)OVERLAST VAN EVENEMENTEN IN DE GEMEENTE HELMOND

"Iedere dag feest?"

1. Inleiding.

Probleemstelling

Evenementen zijn belangrijk voor een stad. Ze trekken toeristen aan, bevorderen het imago van de stad en versterken de saamhorigheid in buurten en wijken. Maar evenementen kunnen ook voor overlast zorgen. Irritatie bij buurtbewoners omdat straten worden afgezet en parkeerplaatsen tijdelijk zijn opgeheven, overlast in de vorm van onveiligheid, vervuiling, vernielingen en vooral ook lawaai.

Voor de gemeente is het soms moeizaam laveren tussen het belang van de stad, dat gebaat is bij de organisatie van evenementen en het belang van het woongenot van de eigen burgers.

Het evenementenbeleid dat in deze nota wordt gepresenteerd heeft dan ook tot doel de negatieve kanten van evenementen tot een minimum te beperken. Deze nota is een aanvulling op het Horecabeleidsplan 2000 - 2010 van de gemeente Helmond.

Onder een evenement wordt verstaan een één- of meerdaagse activiteit, al dan niet terugkerend, op het gebied van de sport, cultuur en/of ontspanning met een binnen- en/of bovengemeentelijke uitstraling en veelal met een promotioneel, wervend karakter voor de stad Helmond.

Samenvatting en leeswijzer

Voor de leefbaarheid in de stad zijn evenementen belangrijk. Ze hebben echter voor de omwonenden ook negatieve aspecten. Geluidsoverlast komt het meeste voor. Op basis van door de Milieudienst uitgevoerde geluidsmetingen tijdens evenementen wordt in deze nota een (geluid-) beleid geformuleerd voor evenementen.

Uitgangspunt van dit beleid is de eigen verantwoordelijkheid van de organisator. Hij bepaalt het gewenste geluidsniveau bij zijn evenement. Naarmate het evenement gepaard gaat met hogere geluidsniveaus, zullen er echter meer beperkingen gelden. Een belangrijke beperking is het aantal evenementen met hoge geluidsniveaus dat op één bepaalde locatie mag worden gehouden. Op basis van de VVV - evenementenkalender (die in het Horecabeleidsplan werd voorgesteld) kan de gemeente zorgdragen voor een goede verdeling.

In Hoofdstuk 2 wordt het algemene kader aangegeven waarbinnen evenementen worden georganiseerd. Daarbij wordt ingegaan op de vóór- en nadelen van evenementen en het wettelijk kader waarbinnen evenementen kunnen plaatsvinden.

Geluidhinder is een groot en veel voorkomend probleem bij de organisatie van evenementen. Daarom is, in het kader van de ontwikkeling van het Horeca- en Evenementenbeleid, in 1998 aan de Milieudienst regio Eindhoven (vestiging Helmond) opdracht gegeven om vooral de akoestische aspecten van evenementen te onderzoeken. De resultaten van dat onderzoek worden in hoofdstuk 3 beschreven.

In hoofdstuk 4 wordt vervolgens ingegaan op de belangrijkste aandachtspunten bij evenementen en worden voorstellen geformuleerd voor het reguleren van de negatieve kanten daarvan. Daarbij wordt in hoofdzaak aandacht gegeven aan geluidsoverlast.

2. Algemeen

Evenementen en overlast

In Helmond vindt jaarlijks een groot aantal evenementen plaats. Het gaat hierbij onder meer om de kermissen, de carnavalsoptocht, het jazzfestival en andere muziekfestivals, buurtfeesten, sportevenementen en braderieën.

Deze evenementen worden georganiseerd met meerdere oogmerken:

  • .

    het creëren van gezelligheid voor bewoners en bezoekers;

  • .

    het verschaffen van (product)informatie aan de Helmondse inwoners en bezoekers;

  • .

    het verbreden van cultuur- en sportuitingen bij het publiek;

  • .

    als aantrekkelijk promotiemiddel voor de stad

  • .

    het trekken van publiciteit

  • .

    het bevorderen van de sociale interactie

  • .

    het bevorderen van commerciële activiteiten.

Bijna alle georganiseerde evenementen leveren in meer of mindere mate overlast op voor de omgeving. Deze overlast kan bestaan uit geluidsoverlast en trillinghinder, geurhinder (b.v. door het bakken van voedingsmiddelen), verkeersoverlast, zwerfafval en vernielingen.

Voor de gemeente is het soms moeizaam laveren tussen het belang van de stad, dat gebaat is bij de organisatie van evenementen en het belang van het woongenot van de eigen burgers.

Om een zorgvuldige afweging te kunnen maken tussen de wenselijkheid van het houden van bepaalde evenementen en de (geluids-)overlast die deze evenementen met zich mee kan brengen wil de gemeente Helmond een beleid ontwikkelen.

Dit beleid moet aan potentiële organisatoren, maar ook vergunningverleners, handhavers en omwonenden een eenduidig beeld geven van de mogelijkheden en onmogelijkheden bij het organiseren van evenementen en bovendien rechtsongelijkheid voorkomen.

Onder het begrip evenement wordt verstaan een één- of meerdaagse activiteit, al dan niet terugkerend, op het gebied van de sport, cultuur en/of ontspanning met een binnen- en/of bovengemeentelijke uitstraling en met een promotioneel, wervend karakter voor de stad Helmond.

Het overlastbeleid bij evenementen is een aanvulling op het integrale horecabeleid, dat is beschreven in de nota "de smaak te pakken" (Horecabeleidsplan Helmond 2000-2010). In hoofdstuk 4 wordt hierop nader ingegaan.

Juridisch kader

Juridisch gezien bestaan er twee soorten evenementen:

  • a.

    Evenementen die worden georganiseerd binnen één of meerdere (horeca)inrichting(en), waarop de Wet Milieubeheer van toepassing is,

  • b.

    Evenementen op "openbaar gebied", waarop de Algemene Politieverordening (APV) van toepassing is.

Een combinatie van beide is ook mogelijk.

Ad. a

Indien een inrichting (bijvoorbeeld een horeca onderneming) beschikt over een vergunning op basis van de Wet Milieubeheer (Wm) zijn de voorwaarden van die vergunning bij een evenement in die inrichting onverkort van toepassing. Indien een inrichting regelmatig evenementen organiseert is het (zowel voor de ondernemer als het bevoegd gezag) aan te raden hiervoor afzonderlijke voorschriften in de vergunning op te nemen.

Een inrichting kan ook vallen onder een Algemene Maatregel van Bestuur (AmvB) op grond van de Wet Milieubeheer. Zo vallen de meeste horecabedrijven en sportverenigingen onder de AmvB Horeca-, sport- en recreatievoorzieningen (1998). In dat geval gelden algemene regels (en soms nader door het bevoegd gezag gestelde regels), die ook van toepassing zijn bij evenementen. Tot 1 oktober 2001 is een overgangsregeling van kracht waardoor voor sommige inrichtingen (nog) specifieke normen gelden.

In het algemeen is de Wm-vergunning (c.q. AmvB) van toepassing in die situaties dat een evenement wordt georganiseerd in of op het terrein van een inrichting die onder de Wm valt.

Inrichtingen die vallen onder de Wet Milieubeheer moeten voor een vergunningaanvraag of melding (AmvB) terecht bij de Milieudienst Regio Eindhoven (vestiging Helmond).

In vrijwel alle vergunningen en in de AmvB zijn geluidsnormen opgenomen, gedifferentieerd voor de dag- (07.00-19.00 uur), de avond- (19.00 - 23.00 uur) en de nachtperiode (23.00 - 07.00 uur).

Veelal geldt een norm van respectievelijk 50, 45 en 40 dB(A) ter plaatse van nabijgelegen woningen, in het centrumgebied (zie bijlage 2) kunnen deze 5 dB(A) hoger zijn. Voor muziekgeluid wordt een 10 dB(A) strengere norm gehanteerd. Omdat deze normen relatief streng zijn, is in de meeste vergunningen en in de AmvB bepaald dat een inrichting maximaal 12 dagen per jaar een ontheffing kan krijgen van de gestelde geluidsvoorschriften. Een dergelijke ontheffing dient vooraf (en per inrichting) te worden aangevraagd bij de dienst Stadsbeheer. Tot 1-1-2001 was dat bij de afdeling "Bestuurs- en juridische zaken" (BJZ) van de Bestuursdienst. De individuele ontheffingen kunnen onder voorwaarden (o.a. betreffende begin en eindtijd, geluids-niveaus e.d.) worden verleend.

Naast deze individuele ontheffingen kan de gemeente collectieve ontheffingen verlenen voor bepaalde delen van de stad en aangewezen evenementen, zoals carnaval en kermis. De collectieve ontheffingen worden (met voorwaarden) in een gemeentelijke verordening vastgelegd.

Ad. b

Indien een evenement plaats vindt op openbaar terrein is de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van toepassing. Voor het organiseren van deze evenementen dient men te beschikken over één of meer vergunningen en/of ontheffingen.

Hieraan worden ook voorschriften verbonden, die tot doel hebben mogelijke hinder, overlast en schade vanwege de inrichting c.q. het evenement te voorkomen of te beperken.

Met betrekking tot geluidhinder gelden geen specifieke bepalingen en heeft het gemeentebestuur de bevoegdheid per evenement een normering vast te stellen. Worden géén geluidsvoorschriften gesteld dan gelden in principe de bepalingen uit de APV (en eventueel een WM-vergunning).

In de APV (art. 126d) wordt gesteld: Het is verboden met toestellen of geluidsapparaten dan wel op andere wijze handelingen te verrichten, waardoor voor een omwonende of overigens voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt, of toe te laten dat deze handelingen worden verricht. Onder geluidhinder verstaat de Wet geluidhinder in het algemeen geluidsniveaus die ter plaatse van (de gevels van) woningen hoger zijn dan 50 dB(A) etmaalwaarde. Dat betekent overdag 50 dB(A), 's avonds 45 dB(A) en 's nachts 40 dB(A)

Naast geluidhinderaspecten kunnen voorschriften ter beperking van overlast ook betrekking hebben op de volgende onderwerpen:

  • .

    Afvalwater

  • .

    Veiligheid

  • .

    Brandblusmiddelen

  • .

    Afvalstoffen

  • .

    Terrassen

  • .

    Verkeer / parkeren

Ook indien er niets dan wel onvoldoende is geregeld in de vigerende milieuvergunning (of AmvB) die voor het evenement van toepassing is, kunnen aanvullende voorwaarden worden gesteld. Verder kunnen nog specifieke voorwaarden een rol spelen, afhankelijk van de aard van het evenement.

Voor een vergunning op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening is eveneens de dienst Stadsbeheer verantwoordelijk.

Het vervolg van deze nota heeft vooral betrekking op de geluidsvoorschriften die gesteld worden bij het verlenen van een vergunning voor evenementen op grond van de APV, alsmede bij ontheffingen van de geluidsvoorschriften van WM- vergunningen en AmvB's.

3. Onderzoek geluidhinder van evenementen

Omdat geluidhinder een groot en veel voorkomend probleem is bij de organisatie van evenementen is, in het kader van de ontwikkeling van het Horeca- en Evenementenbeleid, aan de Milieudienst regio Eindhoven (vestiging Helmond) gevraagd om de akoestische aspecten van evenementen te onderzoeken. Ten behoeve hiervan is in 1998 een gericht onderzoek uitgevoerd. Verder is nagegaan of ook uit de reguliere geluidsmetingen in 1999 en 2000 (o.a. kermissen) conclusies getrokken konden worden.

Uitgangspunten voor het onderzoek

Aanvullend op de algemene normstelling (50 dB(A) etmaalwaarde) ter plaatse van gevels van woningen wordt in de Wet geluidhinder gesteld dat, door geluid dat van buiten een woning komt, het geluidsniveau in geluidgevoelige ruimten niet hoger mag zijn dan 35 dB(A) etmaalwaarde.

Voor evenementen is deze normstelling binnen de woning niet bruikbaar en onnodig streng. Het gaat immers om uitzonderingssituaties en niet om een "dagelijkse" geluidbelasting. Daarbij is een waarde binnen woningen ook moeilijk handhaafbaar. Een maximaal toelaatbare waarde buiten woningen is eenvoudiger te controleren.

Ten behoeve van het geluidsonderzoek is in eerste instantie een maximaal toelaatbare waarde bepaald aan de hand van de publicatie van de Inspectie Milieuhygiëne Limburg "Evenementen met een luidruchtig karakter" (augustus 1996). In die nota wordt als uitgangspunt gehanteerd dat in de woning, bij gesloten ramen en deuren, een normaal gesprek mogelijk moet zijn. Gedurende de dag- en avondperiode mag daarom het geluidsniveau ten gevolge van het evenement in de woning niet hoger te zijn dan 50 dB(A).

Gedurende de nachtperiode speelt niet alleen de spraakverstaanbaarheid een rol, maar zal ook het wel of niet kunnen slapen een belangrijk toetsingscriterium moeten zijn. Gezien de aard van het geluid (herkenbaarheid van teksten bij muziek en/of het ritme) ondervinden veel mensen reeds bij een geringe verstaanbaarheid van het geluid slaapproblemen. Het is wel verdedigbaar de nachtperiode bij evenementen later te laten ingaan dan gebruikelijk (23.00 uur). Uit deze overwegingen volgen de maximale gevelbelastingen als aangegeven in onderstaande tabel 1. Op basis van deze tabel is tijdens evenementen een maximale gevelbelasting van 80 dB(A) toelaatbaar.

Tabel 1 Maximale waarden geluid bij evenementen

Periode

Basisnorm Binnenniveau

Maximaal Binnenniveau

Gevelisolatie ** (gemiddeld)

Maximale *** Gevelbelasting

Dag

35 dB(A)

50 dB(A)

25 - 30 dB(A)

75 - 80 dB(A)

Avond

30 dB(A)

50 dB(A)

25 - 30 dB(A)

75 - 80 dB(A)

Nacht

25 dB(A)

50 dB(A)*

25 dB(A)

25 - 30 dB(A)

75 - 80 dB(A)

* Afhankelijk van het evenement is, gedurende 1 á 2 uur (dus tot maximaal 01.00 uur) een hoog binnenniveau acceptabel.

** Er is uitgegaan van een goede geluidsisolatie van de gevel. Oudere huizen zullen veelal een lager gevelisolatie hebben, nieuwe huizen met extra geluidsisolatie (bijvoorbeeld nieuwbouw langs drukke wegen) kunnen een hogere isolatiewaarde hebben. Een spreiding van 5 dB(A) lagere of hogere waarde is mogelijk, maar zal zonodig locatiespecifiek moeten worden nagegaan.

*** Invallend geluid op de gevel.

Onderzochte evenementen

Om na te gaan of de hierboven geformuleerde theoretische normering ook praktisch hanteerbaar is, heeft de Milieudienst in 1998 op de volgende locaties en bij de aangegeven evenementen een akoestisch onderzoek uitgevoerd:

  • a.

    Horecaconcentratiegebied (Markt, Speelhuisplein, Havenplein en Steenweg)

    • .

      Voorjaars- en zomerkermis

    • .

      Happy Harbour (Havenplein)

    • .

      Rodeowedstrijd (Stadsherberg de Kei)

    • .

      Jazzfestival

  • b.

    Caratpaviljoen

    • .

      Royal Night of the Proms

  • c.

    Berkendonk

    • .

      Familiedag Super de Boer

Bij iedere locatie zijn een aantal waarneempunten gekozen met een bijbehorend ter plaatse toelaatbaar geluidsniveau. Dat niveau is berekend uit enerzijds het maximale toelaatbare geluidsniveau op de woning die het dichtst op de geluidsbron(nen) is gelegen, de afstand van het waarneempunt tot de bron(nen) en de mogelijke cumulatie van geluidsniveaus.

Aan de organisatoren van de evenementen (c.q. de exploitanten van de attracties) is gevraagd welk geluidsniveau minimaal noodzakelijk werd geacht voor een goed verloop van het evenement.

De verdere uitgangspunten en de resultaten van het akoestisch onderzoek zijn in de bijlagen bij dit rapport opgenomen.

Resultaten akoestisch onderzoek

Tijdens de beide kermissen zijn, naast metingen op de gebruikelijke waarneempunten, op 14 andere plaatsen metingen verricht, die een beeld geven van de totale geluidsproductie van de kermis. Uit de resultaten blijkt dat in 1998, met name gedurende de zomerkermis, door een aantal attracties hoge geluidsniveaus werden geproduceerd, hetgeen ook heeft geleid tot hoge gevelbelastingen op een aantal locaties. Met name de geluidsniveaus bij gesproken tekst waren hoog. Ook tijdens het Jazzfestival en de rodeowedstrijd bij Stadsherberg "de Kei" werden overschrijdingen van de normwaarden gemeten, terwijl bij deze evenementen op diverse plaatsen hogere normwaarden dan het theoretische maximum van 80 dB(A) zijn gehanteerd. De reden hiervan was dat door de betreffende organisatoren een hoger geluidsniveau bij het evenement noodzakelijk werd geacht dan wel dat deze niveaus slecht te beïnvloeden zijn ("levende muziek" bij Jazz-festival en Carat paviljoen).

Bij de meetresultaten moet worden opgemerkt dat 1998 niet het meest optimale jaar was voor het uitvoeren van geluidsmetingen. Er was sprake van (dreigende) regen en lagere temperaturen, waardoor het publiek niet in die mate opkwam zoals in voorgaande jaren waardoor de geluidsproductie ook lager bleef.

Ontvangen klachten

De minder optimale weersomstandigheden hebben er waarschijnlijk ook aan bijgedragen (ramen en deuren bleven gesloten) dat het aantal klachten in deze periode beperkt is gebleven.

In onderstaande tabel 2 zijn de klachten vermeld die op evenementen betrekking hadden en bij de politie zijn ingekomen in de periode van 1 mei 1998 tot en met 31 augustus 1998.

Tabel 2 Ontvangen klachten bij de Politie n.a.v. evenementen.

Dag

Datum

Tijdstip

Locatie klager

Evenement

Zaterdag

16-05-1998

 

Berkveld

Feesttent Dijkse Boys

Zondag

17-05-1998

 

Berkveld

Feesttent Dijkse Boys

Donderdag

04-06-1998

 

1e Haagstraat

Oranje feesttent

Zaterdag

04-07-1998

 

Waalstraat

Controlepost Kennedymars

Zondag

05-07-1998

 

Horst

Evenement Aarle-Rixtel

Zondag

05-07-1998

 

Middenloop

Controlepost Kennedymars

Zondag

05-07-1998

19.57 uur

Havenweg

Happy Harbour

Zondag

23-08-1998

01.24 uur

Hyacintstraat

Jazzfestival

Verder is, tijdens de zomerkermis, door de afdeling Voorlichting één klacht ontvangen afkomstig van een bewoner bij het Speelhuisplein. Bij de Milieudienst werden geen klachten met betrekking tot evenementen ontvangen.

Drie van de genoemde klachten hadden betrekking op evenementen waarbij ook een akoestisch onderzoek is uitgevoerd. Uit de bijlagen valt op te maken, dat (tijdens de metingen) aan de normstelling voor de betreffende evenementen werd voldaan. Een rechtstreeks verband tussen de klachten en de geluidsniveaus gedurende de evenementen is niet aangetoond.

Conclusies

Uit het voorgaande blijkt dat niet zozeer het absolute geluidsniveau bepalend is voor het optreden van hinder, maar dat het vaak gaat om een combinatie van factoren. Wetenschappelijke conclusies kunnen niet uit de geluidsmetingen worden getrokken. Uit onderzoeken elders blijkt wel dat naarmate het aantal malen dat een evenement plaatsvindt afneemt, de acceptatiegrens hoger komt te liggen. De betrokkenheid van de omgeving (potentiële klager) bij het evenement speelt daarbij ook een rol. Het ligt daarom dan ook voor de hand om voor een op te stellen evenementenbeleid uit te gaan van een combinatie van geluidsniveaus en frequentie van evenementen per locatie.

Met betrekking tot de normstelling is uit de metingen gebleken dat een maximaal "zend"niveau van de attracties (het geluidsniveau op 2 m' vóór de attracties of podia) van 85 dB(A) realistisch is, terwijl 80 dB(A) door organisatoren en exploitanten als minimaal te hanteren geluidsniveau wordt ervaren. Ter bescherming van omwonenden is 85 dB(A) zendniveau een acceptabele grens. Als indicatie geldt dat bij iedere afstandsverdubbeling het geluidsniveau van één geluidsbron met 3 dB(A) verminderd, dus 82 dB(A) op 4 meter, 79 dB(A) op 8 meter, 76 dB(A) op 16 meter, enz.

In de meeste gevallen blijft hiermee de gevelbelasting lager dan 80 dB(A), zie figuur A. Uit deze figuur blijkt ook dat meerdere bronnen van 80 tot 85 dB(A) kunnen leiden tot een hogere gevelbelasting, waardoor een vaste norm van 80 dB(A) als absolute maximale gevelbelasting te rigide is.

Figuur A Gevelbelastingen bij 85 dB(A) "zend"niveau

Figuur A Gevelbelastingen bij 85 dB(A) "zend"niveau

Uit de figuur blijkt ook dat, waar de aard van het evenement dat mogelijk maakt, best lagere gevelbelastingen kunnen worden bereikt door het verstandig opstellen van de attracties en bepalen van de richting van de geluidsuitstraling.

Door een vergunningenregime te hanteren waarbij de voorwaarden strenger worden naarmate de "zend" niveaus toenemen, worden de organisatoren van evenementen gedwongen na te denken over de te hanteren geluidsniveaus en kan invloed worden uitgeoefend op de gevelbelastingen en daarmee de hinder voor de omwonenden.

4. Evenementenbeleid

Uitgangspunten

Voor het in dit hoofdstuk geformuleerde beleid met betrekking tot geluidsoverlast bij evenementen zijn randvoorwaarden opgenomen in het Horecabeleidsplan 2000 -2010 van de gemeente Helmond. Het beleid is tevens gebaseerd op de resultaten van het uitgevoerde onderzoek.

Horecabeleidsplan

In het Horecabeleidsplan 2000 - 2010 staan de volgende algemene aanbevelingen geformuleerd ten aanzien van de milieubelasting bij evenementen:

Er komt een voorstel voor milieubelasting bij evenementen (in de buitenruimte), eventueel gekoppeld aan het reguliere ontheffingenbeleid, op basis van gehouden geluidsexperimenten en nader onderzoek onder omwonenden en op basis van de volgende beleidskeuzen:

  • .

    De overheid (de gemeente) verleent steun aan de horeca bij de organisatie van evenementen. Het doel is om het evenementenaanbod in Helmond te vergroten en te verbeteren.

  • .

    In een beleid met betrekking tot milieubelasting worden normen opgenomen voor de buitenruimte (eventueel gekoppeld aan de normen in horecagelegenheden), waarbij gebiedsgewijze afwijkende normen kunnen gelden. Voor de horecaconcentratiegebieden Kanaalzone en Oostzijde Markt moeten hogere maximum normen kunnen gelden.

Het evenementenbeleid dat hierna wordt geformuleerd moet derhalve enerzijds optimale mogelijkheden bieden aan de organisatoren van evenementen, anderzijds moet de daarbij mogelijke hinder voor omwonenden zoveel mogelijk worden voorkomen.

Hinderbelevingsonderzoek

In het Horecabeleidsplan werd voorgesteld om via een bewonersenquête de hinderbeleving te onderzoeken. De hinderbeleving bij evenementen is ondergebracht in een meer algemeen milieubelevingsonderzoek dat eind 2000 is uitgevoerd als onderdeel van de inwonersenquête. Slechts 0,4% van de ondervraagde Helmonders blijkt vaak overlast te ondervinden van evenementen. Alleen in de Binnenstad en Helmond Noordwest liggen deze percentages hoger, respectievelijk 1,2 en 1,3%.

De resultaten kunnen worden gezien als een 0-meting voor de uitvoering van dit geluidsbeleid bij evenementen. Bij herhaling van het milieubelevingsonderzoek na een paar jaren kan dan worden bezien of het beleid succesvol is geweest, dan wel bijstelling behoeft.

Conclusies akoestisch onderzoek

In hoofdstuk 3 werd al aangegeven dat voor de geluidsnormering bij evenementen het best kan worden uitgegaan van een combinatie van geluidsniveaus en frequentie van evenementen per locatie. De voorwaarden bij het verlenen van een vergunning strenger zijn naarmate de geluidsniveaus toenemen. Ook elders in Nederland worden deze uitgangspunten gehanteerd.

Als maximaal "zend"niveau van de attracties (het geluidsniveau op 2 m' vóór de attracties of podia) wordt voor de normale gevallen 85 dB(A) aangehouden. In de meeste gevallen blijft daarmee de gevelbelasting lager dan 80 dB(A). Dit kan echter per situatie verschillen, zodat bij meerdere "zend"niveaus vanaf 75 dB(A) maatwerk, in de vorm van nadere advisering met betrekking tot plaatsing podia, richting van het geluid e.d., noodzakelijk is.

Geluidbeleid bij evenementen

De geluidsnormering bij evenementen maakt deel uit van het totale gemeentelijke geluidbeleid. Een dergelijk integraal gemeentelijk geluidbeleid moet echter nog worden ontwikkeld. Dit zal geschieden in het kader van de Modernisering Instrumentarium Geluidhinder (MIG) waarbij geluidstaken door hogere overheden aan de gemeente worden overgedragen. Een vast te stellen geluidsnormering in het kader van het evenementenbeleid moet gezien worden als een voorloper op het integrale gemeentelijk geluidbeleid.

Categorieën Evenementen

Het "zend"geluidsniveau bepaalt, in combinatie met de eindtijd van het evenement, in welke categorie een evenement wordt ingedeeld.

Categorie I staat voor "onversterkte en versterkte muziek" vanuit één of meerdere bronnen, met een geluidsniveau (gemeten op 2m' vóór de attractie, geluidsboxen of het podium) van maximaal 75 dB(A). Deze evenementen zijn overal toelaatbaar, mits ze om 24.00 uur zijn afgelopen. In de praktijk blijken dergelijke geluidsniveaus zelden tot klachten te leiden. Te denken valt aan bijvoorbeeld een buurtbarbecue, onversterkte straatmuziek, een draaiorgel e.d.

In categorie II vallen evenementen met een "zend" geluidsniveau van 75 tot 85 dB(A). Voor deze evenementen geldt dat de opstelling van geluidsboxen, podia e.d. moet geschieden in overleg met de Milieudienst. De gevelbelastingen bij de meest nabijgelegen woningen mogen de 80 dB(A) in principe niet overschrijden. Hierdoor zal de hinder beperkt blijven. De eindtijd van het evenement is strikt 24.00 uur, behalve op de vrijdag en zaterdagavond. Dan geldt als uiterste eindtijd 01.00 uur. De meeste activiteiten in het centrumgebied (kermis, carnaval), maar ook clubfeesten op sportterreinen, activiteiten met een ontheffing van de geluidsvoorschriften bij horeca-inrichtingen e.d. vallen onder deze categorie. Daar waar hogere gevelbelastingen dan 80 dB(A) bij woningen niet kunnen worden vermeden, zal de overlast voor de bewoners beperkt blijven tot enkele malen per jaar.

In categorie III vallen tenslotte de evenementen met een "zend" geluidsniveau boven de 85 dB(A). Dit zijn meestal feesten met een (boven)stedelijk karakter, met hoge geluidsniveaus zoals muziekfestivals, popconcerten, e.d. Deze activiteiten worden gespreid over verschillende locaties binnen de stad, zodat overlast voor omwonenden beperkt blijft. Voor de evenementen in categorie III zullen vaak specifieke voorschriften noodzakelijk zijn. Waar vergunningen in de categorieën I en II via mandaat kunnen worden verstrekt, zullen vergunningen voor evenementen in categorie III altijd ter fiattering aan het college van Burgemeester en Wethouders worden voorgelegd.

Een evenement op een vrijdag of zaterdagavond, met een "zend" niveau dat lager is dan 75 DB(A), maar dat duurt tot 01.00 uur, valt niet in categorie I, maar in categorie II. Zou voor dit evenement een eindtijd worden toegelaten na 01.00 uur, of zou het evenement ook doorgang vinden op de zondagavond, dan valt het evenement in categorie III en zullen zonodig, middels specifieke voorschriften, toch extra voorzieningen worden verlangd om overlast te voorkomen. Een evenement met een "zend" niveau van 90 dB(A) valt altijd in categorie III, ook wanneer de eindtijd vóór 24.00 uur ligt.

Voor de categorie II en III geldt, dat middels akoestische berekeningen de verwachte geluidbelasting op de gevels van woningen wordt bepaald. Blijkt het niet mogelijk deze gevelbelastingen (door bijvoorbeeld een andere opstelling van geluidsboxen te kiezen) te verlagen tot waarden onder de 80 dB(A), dan wordt dat per (woning)gevel geregistreerd. Bij categorie II evenementen gaat het daarbij altijd om geringe overschrijdingen, bij categorie III evenementen kunnen grotere overschrijdingen plaatshebben. Daarbij geldt dat een dergelijke situatie in het centrum maximaal vijfmaal per gevel en in de rest van de stad maximaal driemaal per gevel en per jaar mag voorkomen. Deze aantallen gelden per evenement en kunnen door het College van Burgemeester en Wethouders worden aangepast.

In onderstaande tabel wordt de normstelling samengevat:

Tabel 3 indeling evenementen in categorieën

Categorie

Geluidsniveau

Tijdsduur tot*

Locatie(s)

Max. gevelbelasting

I

< 75 dB(A)

24.00 uur

Overal

80 dB(A)

II

< 85 dB(A)

24.00 uur /

01.00 uur **

Overal, veelal in stadscentrum. Locatie en sterkte geluidsbron i.o.m. Milieudienst

80 dB(A)***

III

> 85 dB(A)

Per geval te bepalen

Zoveel mogelijk verspreid. Locatie en sterkte geluidsbron i.o.m. Milieudienst ****

Per evenement bepaald

* Bij duur tot een later tijdstip geldt voor het evenement één categorie hoger.

** Op vrijdag en zaterdag tot 01.00 uur, overige dagen (ook zondag) tot uiterlijk 24.00 uur.

*** In uitzonderingsgevallen (door cumulatie) maximaal 85 dB(A), zie ook ****

**** Maximaal vijfmaal per jaar een hogere geluidsbelasting per gevel door evenementen in het centrumgebied.

In andere stadsdelen maximaal driemaal. B&W kunnen besluiten hiervan af te wijken.

Spreiding van evenementen

In de praktijk blijken gevelbelastingen boven de 80 dB(A) te leiden tot klachten. Daarbij zijn niet alleen de soort van de muziek en de kwaliteit van de geluidsversterking bepalend voor de mate van overlast, maar vooral ook de frequentie van dit soort evenementen. Ook het handhaven van de eindtijden speelt een belangrijke rol. Voorgesteld wordt daarom de geluidsbelasting door de evenementen in de categorieën II en III zoveel mogelijk te spreiden.

Akoestisch horecaconcentratiegebied

In 1993 heeft de gemeente Helmond de grenzen vastgesteld van het akoestische horecaconcentratiegebied. Dat is het gedeelte van het centrum, globaal begrenst door de Steenweg, de Kasteeltraverse, de Noord en Zuid Koninginnewal, de Watermolenwal, de Havenweg en de Christinalaan. De exacte begrenzing is op kaart A, bijlage 2 aangegeven.

In 1999 is door de Milieudienst Regio Eindhoven onderzoek verricht naar de achtergrondgeluidsniveaus in dit gebied, met als doel na te gaan of een verhoogde normering voor horeca-inrichtingen in dit gebied mogelijk is. Uit metingen en berekeningen ten aanzien van het heersende wegverkeerslawaai blijkt dat in grote delen van het horecaconcentratiegebied in de nachtperiode achtergrondniveaus voorkomen onder de 30 dB(A). Op basis van deze resultaten is thans geen verhoogde normering voor horeca-inrichtingen mogelijk. In het kader van een te ontwikkelen gebiedsgericht beleid (MIG) bestaat wellicht deze mogelijkheid wel. Dit heeft echter vooral gevolg voor de normstelling van de normale, "dagelijkse" geluidsniveaus van horeca-inrichtingen. Voor het geluidsbeleid bij evenementen heeft dit geen consequenties.

Het is wel zo dat in dit gebied vaker evenementen zullen plaatsvinden, dat hoort bij de levendigheid van het binnenstadsgebied. De kans op hogere gevelbelastingen dan 80 dB(A) zal daardoor in dit gebied groter zijn dan elders in de stad.

Ontheffingen en vergunningen

In hoofdstuk 2 werd al aangegeven dat de gemeente bij verordening collectieve evenementen, voor aangewezen stadsgebieden, kan aanwijzen. Voorgesteld wordt dit te doen voor de gehele stad gedurende carnaval en de oud-/ nieuwjaarsdag. Overwogen kan worden dit ook te doen voor het akoestisch horecaconcentratie(centrum) gebied gedurende de voorjaars- en zomerkermis.

Een ruime(re) aanwijzing van collectieve evenementen is niet noodzakelijk omdat iedere horeca-inrichting voldoende mogelijkheden heeft voor het vragen van ontheffingen voor individuele evenementen en veel evenementen in openbaar gebied per (APV) vergunning worden toegestaan. Een individuele ontheffing maakt bovendien een betere controle mogelijk op de spreiding van geluidhinder door evenementen en kan ook beter worden gehandhaafd. Een concept verordening "horeca-, sport- en recreatie-inrichtingen milieubeheer" zal in 2002 worden aangeboden.

Overige aandachtspunten

Een normstelling voor toelaatbare geluidbelastingen alleen is niet voldoende. Er zijn ook afspraken nodig om deze normstelling na te leven en zonodig te handhaven.

Eigen verantwoordelijkheid

Voor de evenementen in categorie II en III moet vooraf contact worden opgenomen met de Milieudienst Regio Eindhoven (vestiging Helmond) omtrent de opstelling van podia en geluidsboxen, de wijze van inregelen, metingen e.d. De gemeente kan de organisatoren van een evenement verplichten muziekbegrenzers te installeren. De kosten hiervan komen voor rekening van de organisatie.

Organisatoren van evenementen zouden echter zelf ook verantwoordelijkheid moeten nemen om de overlast voor omwonenden zoveel mogelijk te beperken en optredende geluidsniveaus (laten) controleren op het effect ter plaatse van de meest nabijgelegen woningen. Zonodig kan dit ook bij voorschrift worden opgelegd.

De eigen verantwoordelijkheid geldt ook voor het handhaven van de eindtijden van een evenement en voor de overige voorwaarden en voorschriften die de organisatoren hebben ontvangen.

Handhaving

Het geluidbeleid bij evenementen biedt de organisatoren ervan veel vrijheid. Daarmee wordt wel een beroep gedaan op de eigen verantwoordelijkheid van de organisatie om ook de optredende geluidsniveaus binnen de gestelde grenzen te houden.

Waar nodig zullen politie en/of gemeentefunctionarissen bij geconstateerde overtredingen (en niet alleen betreffende de geluidsvoorschriften) actief optreden.

In het algemeen ontvangt de organisator bij een geconstateerde overtreding één waarschuwing. Indien daaraan niet onmiddellijk gevolg wordt gegeven volgt een proces verbaal en wordt het evenement stilgelegd.

Constateringen van overtredingen kunnen gevolgen hebben voor het organiseren van hetzelfde of een vergelijkbaar evenement in de toekomst. Te denken valt aan:

  • .

    strengere voorschriften bij een volgend evenement (bijvoorbeeld meet- en rapportageverplichting, geluidsbegrenzing),

  • .

    het evenement niet meer toestaan,

  • .

    het hanteren van een borgstelling.

Klachten

Klachten omtrent evenementen kunnen worden doorgegeven via de Milieuklachtentelefoon die 24 uur per etmaal en zeven dagen per week bereikbaar is via 040-2594500. Ook bij de politie kunnen klachten worden doorgegeven. Bij dringende klachten kan een politieambtenaar of geconsigneerde medewerker van de Milieudienst constateren of er sprake is van overtredingen.

Naast een mogelijke onmiddellijke actie als aangegeven onder "handhaving" worden klachten ook geregistreerd en betrokken in de evaluatie van het evenement c.q. de vergunningverlening of ontheffing bij een volgend evenement.

Evenementenregistratie

Het belang van een registratie van evenementen is hiervoor al aangegeven. Het betreft een aanvulling op de (VVV-) evenementenkalender die het Horecabeleidsplan is vermeld.

De evenementenregistratie heeft een tweeledig doel:

  • 1.

    Evenementen in de categorieën II en III behoeven een zorgvuldige akoestische inpassing om te voorkomen dat te hoge gevelbelastingen ontstaan. Alleen een vroegtijdige aanmelding geeft organisatoren de zekerheid dat de gewenste geluidsniveaus en locaties mogelijk zijn.

  • 2.

    Een zorgvuldige inpassing is ook noodzakelijk om te voorkomen dat steeds dezelfde bewoners met hoge belastingen te maken krijgen. Bovendien kan het voor omwonenden van evenementenlocaties van belang zijn om te weten op welke data, welke evenementen in hun omgeving zullen plaats vinden.

Daarom wordt voorgesteld om in afstemming met de (VVV-) evenementenkalender een registratiesysteem te hanteren waarmee het voor de gemeente inzichtelijk is voor welke evenementen een vergunning of ontheffing wordt gevraagd en welke "zend" geluidniveaus (categorie I,II of III) daarbij te verwachten zijn op welke locaties. Ter indicatie wordt in bijlage 3 voor het jaar 2001 een overzicht gegeven. De registratie zal worden bijgehouden door de dienst Stadsbeheer, waarbij onderstaande procedure wordt gehanteerd.

Procedures

Evenementen worden aangemeld door middel van een (nader vorm te geven) formulier. Hierin moet onder meer worden aangegeven of het een ontheffing betreft van de Wet Milieubeheer dan wel een vergunning op grond van de APV (zie art. 52 APV). Tevens wordt de categorie vermeld van het "zend" geluidsniveau en, bij de categorie II en III, de exacte locatie van het evenement. Voor alle categorieën gaat een afschrift van het formulier naar de Milieudienst. De Milieudienst adviseert over de te hanteren maximale "zend" geluidsniveaus, de opstelling van podia, attracties en geluidsboxen, alsmede de begin- en eindtijden. De Milieudienst geeft bij de categorieën II en III alle (woon)locaties aan waar een gevelbelasting zal optreden die hoger is dan 80 dB(A). Op basis hiervan kan waar nodig worden geadviseerd een andere locatie voor het evenement (en/of de podia, attracties e.d.) te kiezen. Gevelbelastingen welke niet kunnen worden teruggebracht, alsmede hogere belastingen vanwege evenementen in categorie III, worden per woning geregistreerd en meegenomen bij de beoordeling van het volgende evenement. Vergunningen voor evenementen in categorie I en II kunnen volgens mandaat worden verleend, de vergunningen voor evenementen in categorie III worden altijd ter fiattering aan B&W voorgelegd.

Tijdens het evenement worden steekproefsgewijze geluidsmetingen uitgevoerd ter controle van de gestelde voorwaarden. De meetresultaten, alsmede eventuele handhavingsacties, worden aan de registratie van Stadsbeheer toegevoegd. Deze gegevens worden meegewogen bij de akoestische beoordeling van een volgend evenement van dezelfde organisator.

Kosten van het evenementenbeleid.

Aan dit evenementenbeleid zijn extra uitvoeringskosten verbonden, met name vanwege een meer uitgebreide advisering en het uitvoeren van geluidsmetingen door de Milieudienst. In het budget van Bestuurszaken bij de Milieudienst is voor geluidsmetingen bij evenementen een bedrag opgenomen van Fl. 7.500,-.( € 3.403,29) Voorgesteld wordt dit budget ten laste van de Bestuursdienst te verhogen tot Fl. 20.000,- ( € 9.075,44) en vervolgens te monitoren of dat voldoende is.

Voor de evenementenregistratie door Stadsbeheer zullen ook extra kosten gemaakt moeten worden. De procedure is echter zo eenvoudig mogelijk gehouden en sluit aan op de bestaande praktijk.

Een bewonersenquête is al opgenomen in het uitvoeringsprogramma van het Milieubeleidsplan.

De overige werkzaamheden (vergunningen, ontheffingen e.d.) vallen nu ook al binnen de reguliere werkzaamheden (budgetten) van de gemeente.

5. Nawoord

Het in deze nota voorgestelde evenementenbeleid sluit aan op de huidige praktijk, met dien verstande dat nu is vastgelegd binnen welke randvoorwaarden evenementen kunnen plaatsvinden. Dat schept duidelijkheid, zowel voor de organisatoren als voor de omwonenden.

In de formulering van het beleid zijn wel een aantal aannamen gedaan, al of niet onderbouwd met onderzoek. Zo is de categorie-indeling gebaseerd op akoestisch onderzoek in Helmond en ervaringen elders, maar wordt (nog) niet gestaafd door de ervaringen van de omwonenden.

Het aantal evenementen met hoge gevelbelastingen is vooralsnog gebaseerd op een inschatting, een afdoende registratie ontbreekt.

Het is daarom noodzakelijk, zeker in de eerste jaren, goed te evalueren of het voorgestelde beleid voldoet aan de verwachtingen van alle betrokkenen. De voorgestelde evenementenregistratie is hiervoor onontbeerlijk. Indien het beleid in 2001 kan ingaan, dan zou een eerste evaluatie in 2003 kunnen plaatsvinden. In dat geval zou de bewonersenquête die eind 2000 wordt uitgevoerd ook eind 2002 moeten worden herhaald.

Bijlage 1 Geluidsmetingen bij evenementen

In deze bijlage wordt in afzonderlijke rapportages per evenement beschreven hoe de geluidsmetingen volgens een gestandaardiseerde meetmethode zijn uitgevoerd.

Voor het uitvoeren van de metingen is gebruik gemaakt van;

  • .

    een geluidsniveaumeter Brüel & Kjær Type 2221, dan wel

  • .

    een geluidsniveaumeter Rion NL 14, dan wel

  • .

    een geluidsniveaumeter Rion NA 29E, en

  • .

    een ijkbron Cell type 177

De metingen zijn uitgevoerd op 1.5 m' boven het plaatselijk maaiveld en op zodanige afstand van de geluidsbron dat er geen sprake is geweest van beïnvloeding door stoorgeluid. Tijdens de metingen is zoveel mogelijk vermeden om te meten tijdens het optreden van stoorgeluiden, zoals het geluid van passerend verkeer.

De geluidsnormen zijn vastgesteld na overleg met de organisatoren. De geluidssterkte aan de bronnen is steeds zodanig geweest dat daarmee, naar hun oordeel, goed gewerkt kon worden.

Als maximaal geluidsniveau aan de gevel is 80 dB(A) aangehouden. Waar mogelijk is een lager niveau als norm vastgelegd. Duidelijke overschrijdingen van de gestelde normen zijn in de tabellen vet gedrukt aangegeven.

In Tabel A en B zijn de metingen weergegeven welke "standaard" worden uitgevoerd tijdens de kermissen op een afstand van 2 meter van de attracties teneinde het vastgestelde en waar nodig begrensde geluidsniveau per attractie te controleren.

Bij deze metingen wordt het volgende opgemerkt:

  • .

    Het maximale "zend"niveau van de attracties is, gezien de algemene nomstelling bij de gevels van de woningen, vastgesteld op 80 dB(A). Vóór aanvang van de kermis zijn waar nodig geluidsbegrenzers afgeregeld. Deze zijn ca. 3 dB(A) hoger afgeregeld dan de normstelling omdat tijdens de metingen geen publiek (geluidsdemping) aanwezig was. Het genormeerde zendniveau werd hierdoor 83 dB(A).

  • .

    De voorgeschreven begrenzer bij de "Space Roller" is niet aangebracht, omdat dit technisch niet mogelijk is gebleken. De geluidsapparatuur is van Franse makelij, en kon niet worden gekoppeld aan de hier te lande gebezigde begrenzers. Met de exploitant zijn afspraken gemaakt over de hoogte van het toe te passen geluidsniveau, door markering van de schuiven van het mengpaneel. Het stemgeluid blijkt evenwel de maatgevende factor te zijn.

  • .

    De attracties "Crazy mouse" en "Virtual world" zijn niet begrensd.

Tabellen bijlage 1 [Klik hier om het document te downloaden]

Bijlage 2 Akoestisch horecaconcentratiegebied Centrum Helmond

Vastgesteld bij Raadsbesluit 1993 - nr. 138

Bijlage 3 Stadsevenementen Helmond in 2001

Datum Evenement Plaats Begin tijd Eind tijd Onth/ Verg* Cat. ** Opm.
21-1ConcertT. Driessensint.15.30  NvtNvt  
27-1Playback festivalDansschool Gelijns Kloosterstraat    NvtNvt  
28-1Verhalen vertellenDe verwisseling Kanaal    NvtNvt  
18-2ConcertT. Driesseninst.15.30  NvtNvt  
24 t/m 27-2Carnaval      Alg. WmIIGeluidinst.
25-2CarnavalsoptochtCentrum14.30  Idemidem  
27-2KloonendagCentrum14.00  Idemidem  
04-3KoopzondagCentrum    Nvtnvt  
04-3ClubkampioenschapWielerbaan    WmII  
25-3MotorrijdersbeursGeseldonk10.0017.00NvtNvt  
5 t/m 9-4VoorjaarskermisCentrum    APVIIOnth per Horecainr ?
14+15-4MuseumweekeindDiverse plaatsen    NvtNvt  
22-4WelkomstmarktElzaspassage, Speelhuis e.o.13.0017.00APVI - II  
30-4KoninginnedagCentrum    APVI - II  
16 t/m 19 - 5Avondwandelvier Daagse      APVI - II  
24 t/m 27 - 5ArtimondDiverse locaties    APVI - II  
27-5KoopzondagCentrum    NvtNvt  
24-5BinnenstadsrondeCentrum    APVII  
24-5Brabantse Grote Stedenfietstocht      APVII  
Zond. T/m 7CaratconcertenWarandepark    APVII  
3-6BoeremertBrouwhuis    APVII  
4-6KastelendagKasteel    NvtNvt  
4-6BaanomniumWielerbaan    WmII  
10 t/m 17 -6LandjuweelWarandepark    APVII  
24-6Straattheaterfest.Centrum    APVI - II  
24-6Truckers dayKloosterstraat Stiph    APVII  
24-6Streetdance festivalSpeelhuisplein    APVIII  
1-7WegwedstrijdIndustrieterrein    APVII  
3 t/m 6 - 7Fietsvierdaagse De Peel      APVI - II  
6 t/m 12 -7ZomerkermisCentrum    APVII  
16 t/m 21-7Int. Jeugdtour Buitenlust      APVII  
Na tourWiellerronde Stiphout      APVIII  
Vrijd. T/m 8Kasteeltuinconcert      APVII  
10 t/m 12-8Jazz in catstownCentrum    APV WmII - III  
8-9Monumentendag      NvtNvt  
16-9Koopzondag      NvtNvt  
24-9Modeshow't Aambeeld Stiph.    NvtNvt  
6-10Opening Boscotondo      APVII  
7-10KoopzondagCentrum    NvtNvt  
14-10Afsluiting seizoenWielerbaan    WmII  
6 t/m 11-11Circus      APVII  
18-11Intocht St. NicolaasCentrum    APVII  
18-11KoopzondagCentrum    NvtNvt  
2-12KoopzondagCentrum    NvtNvt  
22-12OliebollenraceWielerbaan    WmII  
23-12KoopzondagCentrum    NvtNvt  
30-12Koopzondag Centrum    NvtNvt  

Opmerkingen:

* Aangegeven is of naar verwachting een vergunning op grond van de APV, dan wel een ontheffing op basis van de Wm nodig is. De organisator dient hier nader inzicht te geven.

** De aangegeven categorie is een inschatting op basis van bij de Milieudienst bekende gegevens. Bij de vergunnings- / ontheffingsaanvrage moet de organisator aangeven in welke categorie (gewenste geluidsniveaus en eindtijden) het evenement valt.

Algemeen:

Individuele ontheffingen voor evenementen in (horeca)inrichtingen staan (nog) niet in dit schema opgenomen.