Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Hoogheemraadschap van Rijnland

Vaarwegenverordening Rijnland 2013

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieHoogheemraadschap van Rijnland
OrganisatietypeWaterschap
Officiële naam regelingVaarwegenverordening Rijnland 2013
CiteertitelVaarwegenverordening Rijnland 2013
Vastgesteld dooralgemeen bestuur
Onderwerpbestuur en recht
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

art. 78 Waterschapswet, art 3 lid 2 Inspraakverordening Rijnland 2012

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

03-10-2013Onbekend

25-09-2013

Onbekend

12.75359

Tekst van de regeling

Intitulé

Vaarwegenverordening Rijnland 2013

Registratienr.: 13.21049

Vaarwegenverordening Rijnland 2013

1. Inleiding

 

Rijnland is verantwoordelijk voor het waterbeheer, inclusief de afvalwaterzuivering en de waterstaatkundige veiligheid in het gebied dat globaal is gelegen tussen Wassenaar, Gouda, Amsterdam en IJmuiden. Naast de verantwoordelijkheid voor het waterbeheer heeft Rijnland ook een beperkt aantal taken op het gebied van het vaarwegbeheer en het nautisch beheer.

Vaarwegbeheer: het in stand houden van de scheepvaartweg ten behoeve van de scheepvaart door baggeren, vrij houden van obstakels, onderhoud van oevers en kunstwerken.

Nautisch beheer: Regeling van het verkeer op het water (Scheepvaartverkeerswet).

2. Kader

 

In het belang van een vlot en veilig verloop van het scheepvaartverkeer, het in stand houden van de scheepvaartwegen en het voorkomen of beperken van schade door de scheepvaart aan waterstaatkundig gezien kwetsbare wateren, heeft Rijnland op grond van artikel 3 lid 4 van het Reglement van bestuur voor het hoogheemraadschap van Rijnland en de aanwijzingsbesluiten van de provincies Zuid- en Noord-Holland, alsmede op grond van artikel 42 van Scheepvaartverkeerswet in voorliggende Vaarwegenverordening regels gesteld voor de onder beheer van Rijnland vallende scheepvaartwegen. Van de in deze verordening opgenomen ge- en verboden kan het college bij (vaar)vergunning een ontheffing verlenen.

3. Voorwaarden

Artikel 1, begripsomschrijvingen:

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    college: het college van dijkgraaf en hoogheemraden van Rijnland;

  • b.

    gemotoriseerd vaartuig: een vaartuig zoals omschreven in artikel 1, eerste lid sub b, van de Scheepvaartverkeerswet, dat is voorzien van enige vorm van mechanische middelen tot voortbeweging.

Artikel 2, reikwijdte Vaarwegenverordening:

  • a.

    De in artikel 4 en 5 opgenomen bepalingen zijn alleen van toepassing voor die vaarwateren waar Rijnland nautisch beheerder is (zie bijlage C).

  • b.

    De in artikel 4 en 5 opgenomen bepalingen gelden niet indien in een Algemene Plaatselijke Verordening van een gemeente, of vaarwegen- en havenverordening van een gemeente, bepalingen ten aanzien van vaarsnelheden en/of afmeren, aanleggen of ligplaats innemen zijn opgenomen, met het oog op dezelfde belangen als genoemd in paragraaf 2 (kader).

Artikel 3, vaarverboden:

  • a.

    Voor de in bijlage A genoemde wateren geldt een vaarverbod voor gemotoriseerde vaartuigen.

  • b.

    Van het in het eerste lid bedoelde verbod kan door het college een vaarvergunning worden verleend.

  • c.

    De aanvraag voor een vaarvergunning wordt schriftelijk gedaan op een nader door het college te bepalen wijze.

  • d.

    Een vaarvergunning wordt verleend voor één of meer van de in bijlage A genoemde wateren.

  • e.

    Een vaarvergunning (maximaal 1 per aanvrager) wordt slechts verleend aan de eigenaar, huurder of pachter van een onroerend goed (woning, bedrijf, land, etc.) waarvan het onroerend goed grenst aan betreffend water en die vanwege de locatie van betreffend onroerend goed gebruik dient te maken van het betreffende water. Huurders van kleine percelen land met als oogmerk daar een ligplaats voor een gemotoriseerd vaartuig te hebben, komen niet voor een vergunning in aanmerking.

  • f.

    In navolging van lid e geldt voor de Zoetermeerse Plas dat ook een vaarvergunning wordt verleend indien het onroerend goed grenst aan water dat in open verbinding staat met de Zoetermeerse Plas.

  • g.

    Bij de aanvraag voor een vaarvergunning verstrekt de aanvrager een afschrift van de gegevens betreffende de locatie van het onroerende goed, waaruit de noodzaak van het gebruik van het desbetreffende water blijkt.

  • h.

    Bij het verlenen van de vaarvergunning wordt een sticker verstrekt die op een duidelijk zichtbare plaats aan bakboordzijde van het vaartuig moet worden bevestigd.

  • i.

    Ter aanduiding van het in lid 2 bedoelde verbod worden aan de ingang dan wel uitgang van de desbetreffende wateren verkeerstekens geplaatst volgens model A.12 (verboden voor motorvaart) en daar waar nodig volgens model E.11 (einde verbod) van bijlage 7 van het Binnenvaartpolitiereglement.

Artikel 4, maximale vaarsnelheid:

  • a.

    De maximale vaarsnelheid bedraagt 6 kilometer per uur met uitzondering van de Wijde Aa en het Oegstgeesterkanaal (maximum vaarsnelheid 12 kilometer per uur).

  • b.

    Er dient zoveel als mogelijk in het midden van het water te worden gevaren en op zodanige wijze, dat geen haalgolven ontstaan.

Artikel 5, afmeren, aanleggen en/of ligplaats innemen:

  • a.

    Het met een vaartuig afmeren (ankeren), aanleggen of ligplaats innemen is alleen toegestaan op plaatsen die daarvoor kennelijk zijn ingericht of aangegeven.

  • b.

    Het is verboden met een vaartuig te varen, af te meren (te ankeren), aan te leggen of ligplaats in te nemen, in of aan een rietkraag, alsmede binnen een strook van 2 meter vanaf een rietkraag.

Artikel 6, Bijzondere situaties

In uitzonderlijke of bijzondere situaties (zoals eenmalige vaartochten) beoordeelt Rijnland per aanvraag of een vergunning kan worden verstrekt.

Artikel 7, uitzonderingen:

Van het in deze Vaarwegenverordening bepaalde zijn de gemotoriseerde politievaartuigen, de eigen Rijnlandse vaartuigen, de in opdracht van Rijnland opererende vaartuigen en toezichthoudende of hulpverlenende vaartuigen (reddingsbrigades, zeilverenigingen) vrijgesteld.

Artikel 8, Inwerkingtreding; citeertitel:

  • a.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van bekendmaking en vervangt de verordening vaarverboden en vaargelden Rijnland 2005, zoals vastgesteld door het Algemeen Bestuur van Rijnland op 23-03-2005.

  • b.

    Deze verordening kan worden aangehaald als de ‘Vaarwegenverordening Rijnland 2013'.

4. Toelichting

 

4.1 Algemeen

Aanleiding

Rijnland hanteerde tot en met 2011 een vaarvergunningenstelsel voor een geselecteerd aantal vaarwegen in de provincie Zuid-Holland. Dit vergunningenstelsel had enerzijds tot doel de scheepvaart in - waterstaatkundig gezien - kwetsbare wateren te beperken om schade te voorkomen en anderzijds om het fonds oeverherstel financieel te voeden. Het fonds oeverherstel heeft tot doel aangelanden - op grond van de Verordening Subsidies Oeverherstel - van die wateren waarvoor een vaarvergunning wordt verleend, subsidie te verstrekken indien door scheepvaart oeverafslag heeft plaatsgevonden. Vanwege verschillende redenen was het noodzakelijk het vaarvergunningenstelsel en het fonds oeverherstel te actualiseren:

• Nut en noodzaak vaarvergunningenstelsel.

• Eenduidigheid en rechtmatigheid.

• Deregulering.

Uit het oogpunt van deregulering is besloten de algemene vaarvergunningen met ingang van 2012 af te schaffen, de daaraan gekoppelde Verordening Subsidies Oeverherstel en het fonds oeverherstel met ingang van 2015 op te heffen (of zoveel eerder als het fonds oeverherstel leeg is). Daarnaast wordt alleen voor de wateren die vanuit waterstaatkundig oogpunt bescherming behoeven een vaarvergunningenstelsel in stand gehouden.

Ontwikkelingen

De provincies Noord- en Zuid-Holland zijn bezig met een actualisatieslag van het vaarweg- en nautische beheer. Het huidige vaarweg- en nautische beheer in West-Nederland is met name voor de recreatievaart versnipperd geregeld. Zo is het voor een aantal ‘kleine' vaarwateren onduidelijk wie nu precies de nautische beheerder is. Zowel provincies, de waterschappen als gemeenten (in hun APV of

aparte verordeningen) hebben soms overlappende regelgeving. Dit is ongewenst. Een actualisatieslag zoals nu door de provincies wordt voorbereid, is dan ook noodzakelijk. Medio 2013 zal dit zijn beslag krijgen.

4.3 Toelichting per artikel

Bijlage A: Lijst vaarverboden

 

Conform artikel 3, lid 1 geldt voor onderstaande wateren een vaarverbod voor gemotoriseerde vaartuigen, zie ook de kaart in bijlage B:

  • 1.

    Akkersloot.

  • 2.

    Boekhorstvaart.

  • 2.

    Boerenbuurt.

  • 4.

    Dinsdagse Watering, vanaf brug Herenweg tot de Haarlemmer trekvaart.

  • 5.

    Dobbewatering, met uitzondering van het traject Rijn - bebouwde kom grens Leiden.

  • 6.

    Hanepoel

  • 7.

    Mallegat.

  • 8.

    Meer- of Buurwatering.

  • 9.

    Noord Aase Vliet, traject Elleboogse Watering - Meer- of Buurwatering.

  • 10.

    Noord Ade, vanaf de brug kruising ‘Oude Kerkweg - Frederikskade' tot de A4.

  • 11.

    Ofwegenerwatering.

  • 12.

    Oude Ade.

  • 13.

    Steengrachtkanaal.

  • 14.

    Stroomsloot.

  • 15.

    Vaarsloot, tussen de Stingsloot en de Oude Ade.

  • 16.

    Veenwatering, met uitzondering van het traject Rijn - bebouwde kom grens Leiden.

  • 17.

    Weipoortse Vliet, vanaf de Hoge Rijndijk in zuidelijke richting.

  • 18.

    Zandsloot of Lisserbeek, vanaf de brug in de Heereweg (N208) in westelijke richting.

  • 19.

    Zilkvaart of Elsbroekkanaal en Veenenburg.

  • 20.

    Zoetermeerse Plas.

  • 21.

    Zomersloot.

  • 22.

    Zuidbuurtse Wetering, traject Noord Aa - brug in het Korte Kerkpad.

Bijlage C: Lijst Nautische beheerders

 

Rijnland is conform de aanwijzingsbesluiten van de provincies Noord- en Zuid-Holland nautisch beheerder van de wateren waar geen andere nautische beheerder is. In onderstaand overzicht is weergegeven hoe de verdeling van het nautische beheer er in het beheergebied van Rijnland uitziet.

Beroepsvaarwegen, nautisch beheerder provincie Zuid-Holland (provinciale verordening);

• Aarkanaal.

• Additionele kanaal.

• Heimanswetering.

• Gouwe.

• Katwijkskanaal.

• Korte Vlietkanaal.

• Oude Rijn, traject Bodegraven - Zijl.

• Oude Wetering.

• Rijn, traject Korte Vlietkanaal - Additionele kanaal.

• Rijn Schiekanaal.

• Vaargeul Braassemermeer.

• Vaargeul Kagerplassen.

• Zijl.

Beroepsvaarwegen, nautisch beheerder provincie Noord-Holland (provinciale verordening);

• Ringvaart van de Haarlemmermeerpolder.

Beroepsvaarwegen, nautisch beheer gemeente Amsterdam (verordening op het binnenwater);

• Nieuwe Meer.

Beroepsvaarwegen, nautisch beheer gemeente Haarlem (scheepvaart en havenverordening);

• Zuider Buiten Spaarne, Spaarne en Noorder Buiten Spaarne.

Recreatie plassen (aanwijzingsbesluiten provincies);

• De Westeinder Plas, gemeente Aalsmeer.

• Braassemermeer (m.u.v. de vaargeul), gemeente Kaag en Braassem.

• Kagerplassen (m.u.v. de vaargeul), gemeente Teylingen.

• Nieuwkoopse Plassen, gemeente Nieuwkoop.

• Reeuwijkse Plassen, gemeente Bodegraven - Reeuwijk.

Gemeentelijke wateren (APV gemeente en/of vaarwegen- en havenverordening);

Een aantal gemeenten hebben in hun Algemene Plaatselijke Verordening en/of vaarwegen- of havenverordening (soms aangeduid met iets andere naam) bepalingen ten aanzien van de veiligheid op het water opgenomen, zoals maximale vaarsnelheden en/of vaarverboden. Hiermee treden betreffende gemeenten (deels) op als nautische beheerder, zonder dat zij hiervoor specifiek door de provincie zijn aangewezen. In de praktijk is daartoe een ondoorzichtige lappendeken aan regeling ontstaan en is niet helder welke instantie nu precies verantwoordelijk is voor het nautische beheer. De provincies zijn bezig met een actualisatie en herzieningsslag.

Toelichting artikel 2, reikwijdte Vaarwegenverordening:

Circa de helft van de gemeenten in Rijnlands gebied hebben in hun Algemene Plaatselijke Verordening en/of vaarwegen- of havenverordening (soms aangeduid met iets andere naam) bepalingen ten aanzien van de veiligheid op het water opgenomen, zoals maximale vaarsnelheden en/of vaarverboden. Daar waar dit het geval is, zijn de gemeentelijke bepalingen geldig.

Toelichting artikel 3, vaarverboden:

Motorvaartuigen kunnen - onder andere door slibopwerveling - invloed hebben op de in de waterkolom (en oever) aanwezige (bijzondere) flora en fauna. Om de gevolgen van scheepvaart op - waterstaatkundig gezien - kwetsbare wateren te reguleren heeft Rijnland voor een beperkt aantal wateren (zie bijlage A) een vaarverbod ingesteld voor gemotoriseerde vaartuigen. Alleen voor de Zoetermeerse Plas geldt dat vanuit het oogpunt van (verkeers)veiligheid een vaarverbod is ingesteld. Van dit vaarverbod wordt alleen ontheffing verleend aan de personen die vanwege de locatie van hun woning of economische bestemming gebruik dienen te maken van de betreffende vaarweg. Onder land wordt verstaan land dat bestemd en in gebruik is voor agrarische doeleinden.

Toelichting artikel 4, maximale vaarsnelheid:

Door het maximaliseren van de vaarsnelheid wordt voorkomen dat onnodige opwerveling van slib (negatieve invloed op waterkwaliteit) en schade aan oevers ontstaat.

Toelichting artikel 5, afmeren, aanleggen en/of ligplaats innemen:

De in artikel 6 opgenomen bepalingen hebben de bescherming van de (begroeide) oevers - zoals rietkragen - tot doel.

Toelichting artikel 6, Bijzondere situaties

Dit artikel maakt het mogelijk voor bijzondere situaties zoals eendaagse vaarevenementen vergunning te verlenen, ook al wordt niet voldaan aan de voorwaarden uit artikel 3 lid e.

Toelichting artikel 7, uitzonderingen:

Dit artikel draagt er zorg voor dat voor handhaving en uitvoering onderhoud, toezicht houdende instanties en Rijnlanders of aannemers die voor Rijnland werken, hun werk naar behoren kunnen uitvoeren.