Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Hoogheemraadschap van Rijnland

Besluit Ondermandaten Rijnland 2019

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieHoogheemraadschap van Rijnland
OrganisatietypeWaterschap
Officiële naam regelingBesluit Ondermandaten Rijnland 2019
CiteertitelBesluit Ondermandaten Rijnland 2019
Vastgesteld doorgemandateerde functionaris
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

N.v.t.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

21-02-2019Nieuwe regeling

09-01-2019

wsb-2019-1837

Tekst van de regeling

Intitulé

Besluit Ondermandaten Rijnland 2019

De secretaris-algemeen directeur heeft op 23 januari 2019 het navolgende ‘Besluit Ondermandaten Rijnland 2019’ vastgesteld, onder intrekking van het Besluit Ondermandaten Rijnland 2018. Het besluit treedt in werking de dag na bekendmaking. Het nieuwe besluit luidt als volgt:

Besluit Ondermandaten Rijnland 2019

Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen

 

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In dit besluit wordt verstaan onder:

 

  • 1.

    bestuursorgaan: de verenigde vergadering, het college van dijkgraaf en hoogheemraden of de dijkgraaf;

  • 2.

    college: het college van dijkgraaf en hoogheemraden van Rijnland, oftewel het dagelijks bestuur van Rijnland, bedoeld in artikel 8 van het Reglement van bestuur voor het hoogheemraadschap van Rijnland;

  • 3.

    mandaat: de bevoegdheid om namens het college onder verantwoordelijkheid van het college en met inachtneming van aanwijzingen en richtlijnen van het college besluiten te nemen, stukken van het college vast te leggen en te ondertekenen;

  • 4.

    ondermandaat: een door de secretaris-algemeen directeur aan een daartoe aangewezen functionaris gegeven bevoegdheid om namens het college onder verantwoordelijkheid van het college en met inachtneming van aanwijzingen en richtlijnen van het college besluiten te nemen, stukken van het college vast te leggen en te ondertekenen;

  • 5.

    Rijnland: het hoogheemraadschap van Rijnland;

  • 6.

    secretaris-algemeen directeur: de ambtenaar die de functie van manager s18 vervult;

  • 7.

    verenigde vergadering: het algemeen bestuur van Rijnland, bedoeld in artikel 8 van het Reglement van bestuur voor het hoogheemraadschap van Rijnland;

  • 8.

    volmacht: de bevoegdheid om in naam van de dijkgraaf de met privaatrechtelijke rechtshandelingen samenhangende schriftelijke stukken te ondertekenen.

Artikel 2 Aangewezen functionarissen

In dit besluit wordt verstaan onder:

 

  • 1.

    manager s16: de ambtenaren die de rol van directeur vervullen;

  • 2.

    manager s14/s15: de ambtenaren die de rol van organisatiemanager, stafhoofd Bestuur en Directie dan wel stafhoofd Concern Control, of strateeg vervullen;

  • 3.

    manager s11/s12/s13: de ambtenaren die de rol van teamleider vervullen;

  • 4.

    projectleider s13/s14: de ambtenaren die de rol van resultaatmanager dan wel opdrachtgever vervullen;

  • 5.

    projectleider s11/s12: de ambtenaren die de Integraal Projectmanagement (IPM) rollen vervullen.

  • 6.

    andere in de budgethoudersregeling aangegeven functionarissen: de ambtenaren die in de budgethoudersregeling genoemd zijn.

Artikel 3 Ondermandaat

 

  • 1.

    De in hoofdstuk 2 van dit besluit opgenomen bevoegdheden en de ondertekening van genoemde stukken worden door de secretaris-algemeen directeur via de desbetreffende manager s16, respectievelijk manager s14/s15, respectievelijk projectleider s13/s14 (resultaatmanager) opgedragen aan de daartoe in hoofdstuk 2 aangewezen functionarissen.

  • 2.

    De in het eerste lid bedoelde functionarissen kunnen het hen verleende ondermandaat, tenzij dat expliciet is toegestaan, niet door middel van ondermandaat opdragen aan door hen aan te wijzen andere functionarissen.

  • 3.

    De secretaris-algemeen directeur kan aan het ondermandaat nadere voorschriften verbinden.

  • 4.

    De managers s16 brengen op verzoek aan de secretaris-algemeen directeur verslag uit over de wijze waarop zij gebruik hebben gemaakt van het hen verleende ondermandaat.

  • 5.

    De managers s14/s15 brengen op verzoek aan een van de managers s16 dan wel indien het de managers s14/s15 (stafhoofd Concern Control, stafhoofd Bestuur en Directie en strateeg) betreft de secretaris-algemeen directeur, verslag uit over de wijze waarop zij en anderen binnen hun cluster gebruik hebben gemaakt van het hen verleende ondermandaat.

  • 6.

    De projectleiders s13/s14 (resultaatmanagers) brengen op verzoek aan een van de managers s16 verslag uit over de wijze waarop zij gebruik hebben gemaakt van hun ondermandaat.

  • 7.

    De managers s11/s12/s13 brengen op verzoek aan een van de managers s14/s15 (organisatiemanagers) of aan de projectleiders s13/s14 (resultaatmanagers) verslag uit over de wijze waarop zij gebruik hebben gemaakt van het hen verleende ondermandaat.

Artikel 4 Plaatsvervanging

 

  • 1.

    Bij afwezigheid van een manager s16 wordt diens bevoegdheid uitgeoefend door een andere manager s16.

  • 2.

    Bij afwezigheid van de manager s14/s15 van de stafafdelingen wordt diens bevoegdheid uitgeoefend door de secretaris-algemeen directeur dan wel door een door de secretaris-algemeen directeur aan te wijzen manager s14/s15.

  • 3.

    Bij afwezigheid van een manager s14/s15 wordt diens bevoegdheid uitgeoefend door een andere manager s14/s15, dan wel in bijzondere gevallen door een manager s16.

  • 4.

    Bij afwezigheid van een manager s11/s12/s13 wordt diens bevoegdheid uitgeoefend door de betreffende manager s14/s15 of een andere manager s11/s12/s13.

  • 5.

    Bij afwezigheid van een projectleider s13/s14 (resultaatmanager) wordt diens bevoegdheid uitgeoefend door een andere projectleider s13/s14 (resultaatmanager) dan wel door een manager s16.

  • 6.

    Bij afwezigheid van een projectleider s13/s14 (opdrachtgever) wordt diens bevoegdheid uitgeoefend door een andere projectleider s13/s14 (opdrachtgever) dan wel door een projectleider s13/s14 (resultaatmanager).

  • 7.

    Bij afwezigheid van een projectleider s11/s12 wordt diens bevoegdheid uitgeoefend door een projectleider s13/s14 (opdrachtgever).

  • 8.

    Onder afwezigheid wordt verstaan: afwezigheid wegens verlof of wegens ziekte.

Artikel 5 Financieel ondermandaat

Indien de uitoefening van een ondermandaat tevens het beslissen over de besteding van budgetten met zich meebrengt, geschiedt dit met inachtneming van het bepaalde in de Verordening beleids- en verantwoordingsfunctie van het hoogheemraadschap van Rijnland en de budgethoudersregeling.

 

Artikel 6 Uitzonderingen op ondermandaat

Een ondermandaat geldt niet voor:

 

  • 1.

    zaken die een bestuurlijke afweging vereisen, waaronder wordt begrepen zaken die leiden tot afwijking of aanvulling van een eerder vastgestelde beleidslijn, afdoening van die zaken niet voorziene financiële of andere belangrijke consequenties heeft of dit door het college kenbaar is gemaakt; en

  • 2.

    gevallen waarin Rijnland aan zichzelf een vergunning verleent en daarbij tevens sprake is van een afwijking van de ter zake gestelde beleidskaders.

Artikel 7 Wijziging wetten en regelingen

De in hoofdstuk 2 van dit besluit opgenomen ondermandaten worden geacht te zijn gewijzigd voor zoveel en op het tijdstip dat de hierin genoemde wetten en regelingen zijn gewijzigd.

 

Hoofdstuk 2 Ondermandaten

Artikel 8 Financiën

 

  • 1.

    De manager s14/s15 van het cluster Bedrijfsvoering heeft de volgende ondermandaten:

    • a.

      Het aangaan van langgeldleningen tot een bedrag als aangegeven in de vastgestelde begroting van het hoogheemraadschap van het desbetreffende jaar.

    • b.

      Het aangaan van rekening-courantovereenkomsten tot een kredietlimiet als aangegeven in de vastgestelde begroting van Rijnland van het desbetreffende jaar.

    • c.

      Het uitlenen, beleggen of herbeleggen van kasgelden.

  • 2.

    De manager s11/s12/s13 van het team Juridische zaken en vastgoed van het cluster Bedrijfsvoering heeft het volgende ondermandaat:

    • a.

      Het aantekenen van bezwaar tegen en/of akkoord gaan met door gemeenten afgegeven beschikkingen met betrekking tot de vastgestelde WOZ-waarde van Rijnlandse eigendommen (gebouwen, woningen en installaties).

  • 3.

    De manager s11/s12/s13 van het team Financiën, inkoop en subsidies van het cluster Bedrijfsvoering heeft de volgende ondermandaten:

    • a.

      Het bepalen van voorschotten en afrekeningen van kosten van wateronttrekkingen aan en waterlozingen op Rijnlands boezem.

    • b.

      Het bepalen van voorschotten en afrekeningen grensoverschrijdend afvalwater.

    • c.

      Het doen van aangiften omzetbelasting.

    • d.

      De vaststelling van afrekening van subsidies aan derden.

    • e.

      Het doen van af- en overschrijvingen per waterschapstaak, voor zover het budget onvoorzien in de exploitatiebegroting niet wordt aangesproken en het niet ten koste gaat van de (afgesproken) prestaties.

    • f.

      Het verlenen van vermindering of kwijtschelding aan hen die hebben aangenomen ten behoeve van het hoogheemraadschap iets te doen of te leveren voor zover een en ander een bedrag van € 25.000 niet te boven gaat.

    • g.

      Het goedkeuren van budgettaire regelingen binnen het totaalbudget van de taken watersysteembeheer en waterkwaliteitsbeheer voor zover het budget onvoorzien in de exploitatie­begroting niet wordt aangesproken en het niet ten koste gaat van (afgesproken) prestaties.

  • 4.

    De managers s11/s12/s13 van de teams Vergunningverlening en Handhaving van het cluster Beleid en Omgeving hebben het volgende ondermandaat:

    • a.

      Het doen uitgaan van dwangbevelen.

Artikel 9 Onroerende goederen

De manager s11/s12/s13 van het team Juridische zaken en vastgoed van het cluster Bedrijfsvoering heeft de volgende ondermandaten:

 

  • 1.

    Het kopen, ruilen en vervreemden van onroerende goederen; en

  • 2.

    het aangaan en verlenen, wijzigen en beëindigen van persoonlijke en zakelijke gebruik- en genotrechten en bij het aangaan, wijzigen en beëindigen van verhuringen, verpachtingen en ingebruikgevingen tot een maximumbedrag van

€ 25.000 per geval per jaar; en

  • 3.

    het kwijtschelden van vorderingen wegens huur, pacht en gebruik van onroerende eigendommen van het hoogheemraadschap,

alles voor zover nodig een passend krediet is verleend en bij koop tot een koopprijs van ten hoogste € 100.000 per geval per jaar en bij verkoop tot een verkoopprijs van ten hoogste € 250.000 per geval per jaar. Deze beperking geldt niet voor de verkoop van de daartoe aangewezen dienstwoningen.

Artikel 10 (Buiten) Gerechtelijke procedures

De manager s11/s12/s13 van het team Juridische zaken en vastgoed van het cluster Bedrijfsvoering heeft de volgende ondermandaten:

 

  • 1.

    Het nemen van procesbesluiten inzake tegen het hoogheemraadschap of een besluit van een bestuursorgaan van het hoogheemraadschap ingestelde rechtsgedingen voor burgerlijke en administratieve gerechten.

  • 2.

    Het nemen van procesbesluiten inzake rechtsgedingen voor burgerlijke of administratieve gerechten, waarbij het hoogheemraadschap of een bestuursorgaan van het hoogheemraadschap als belanghebbende als bedoeld in artikel 8:26 Algemene wet bestuursrecht kan worden aangemerkt.

  • 3.

    Het nemen van procesbesluiten ter zake van het voeren van rechtsgedingen voor burgerlijke en administratieve gerechten, waaronder begrepen het indienen van bezwaar of het instellen van beroep, indien deze rechtsgedingen strekken of mede strekken tot uitvoering van door een bestuursorgaan van het hoogheemraadschap genomen besluiten.

  • 4.

    Het aangaan van dadingen en het sluiten van andere schriftelijke overeenkomsten, waarbij door tegemoetkoming van beide zijden een publiekrechtelijke, privaatrechtelijke of strafrechtelijke procedure kan worden voorkomen of beëindigd.

Artikel 11 Verlenging of verdaging van de beslistermijn

 

  • 1.

    De managers s11/s12/s13 van de teams Vergunningverlening en Handhaving van het cluster Beleid en omgeving, hebben het volgende ondermandaat: Het verlengen van de beslistermijn als bedoeld in artikel 3:18 en 4:14 van de Algemene wet bestuursrecht ter zake van aanvragen om een vergunning of maatwerk en verzoeken tot handhaving.

  • 2.

    De manager s11/s12/s13 van het team Juridische zaken en vastgoed van het cluster Bedrijfsvoering heeft de volgende ondermandaten:

  • a.

    Het verdagen van een beslissing als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de Wet openbaarheid van bestuur.

  • b.

    Het verdagen van een beslissing op bezwaar als bedoeld in artikel 7:10, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 12 Gedoogplicht

De projectleiders s13/s14 (resultaatmanagers) hebben het volgende ondermandaat:

Het nemen van besluiten over het opleggen van een gedoogplicht als bedoeld in hoofdstuk 5 van de Waterwet.

 

Artikel 13 Nadeelcompensatie

De manager s11/s12/s13 van het team Juridische zaken en vastgoed van het cluster Bedrijfsvoering heeft de volgende ondermandaten:

 

  • 1.

    Het krachtens artikel 7.14 van de Waterwet en de verordening nadeelcompensatie Rijnland op aanvraag toekennen van een vergoeding tot een bedrag van € 25.000 per ingediende aanvraag.

  • 2.

    Het krachtens artikel 7.14 van de Waterwet en de verordening nadeelcompensatie Rijnland afwijzen van een aanvraag om nadeelcompensatie.

Artikel 14 Projectplannen

 

  • 1.

    De projectleiders s13/s14 (resultaatmanagers) hebben het volgende ondermandaat:

2. De vaststelling van een projectplan als bedoeld in artikel 5.4 van de Waterwet voor zover de begrote kosten van een project niet meer bedragen dan 3 miljoen euro en tenzij de secretaris-algemeen directeur van oordeel is dat er redenen zijn – waaronder in ieder geval begrepen mogelijke grote bestuurlijke of maatschappelijke consequenties – die vaststelling van een projectplan door het college rechtvaardigen.

Artikel 15 Budgetten (Contracten)

 

  • 1.

    De aangewezen functionarissen als bedoeld in artikel 2 van dit besluit hebben het volgende ondermandaat:

Het met inachtneming van de budgethoudersregeling geven van opdrachten, doen van bestellingen van goederen en diensten en het goedkeuren van facturen zonder verplichting.

  • 2.

    De bevoegdheid tot het verlenen van ondermandaat van de bevoegdheden als bedoeld in het eerste lid, is nader geregeld in de budgethoudersregeling.

Artikel 16 Personeel

 

  • 1.

    De managers s16 hebben de volgende ondermandaten:

  • a.

    Het met inachtneming van de ter zake geldende regelingen ten aanzien van alle medewerkers binnen de portefeuille uitvoering geven aan de navolgende artikelen van de SAW:

    • i.

      artikel 3.1.11: het toekennen en intrekken van een persoonlijke toelage;

    • ii.

      artikel 3.1.12: het toekennen van extra verlof of een bijzondere beloning wegens buitengewone toewijding of bijzonder loffelijke vervulling van de betrekking;

    • iii.

      artikel 3.3.10: het toekennen van een arbeidsmarkttoelage;

    • iv.

      artikel 3.4.14: het toekennen van schadevergoeding;

    • v.

      artikel 4.2.6: het intrekken van vakantie wegens dienstbelang en vergoeding van schade ten gevolge van die intrekking.

b. Het met inachtneming van de ter zake geldende regelingen ten aanzien van de managers s14/s15 dan wel projectleiders s13/s14 binnen de portefeuille uitvoering geven aan de bepalingen in de SAW, met uitzondering van de in artikel 23, eerste en tweede lid, van het Mandaat- en Volmachtbesluit Rijnland 2019 genoemde onderwerpen.

2. De managers s14/s15 (het stafhoofd Concern Control en het stafhoofd Bestuur en Directie) alsmede de managers s11/s12/s13 hebben het volgende ondermandaat:

Het met inachtneming van de ter zake geldende regelingen ten aanzien van de medewerkers van het team uitvoering geven aan de bepalingen in de SAW, met uitzondering van:

  • a.

    de in artikel 23, eerste en tweede lid, van het Mandaat- en Volmachtbesluit Rijnland 2019 genoemde onderwerpen; en

b. de in het eerste lid van dit artikel genoemde onderwerpen.

Artikel 17 Correspondentie

 

  • 1.

    De managers s16 hebben de volgende ondermandaten:

  • a.

    Het voeren van correspondentie van beleidsgevoelige aard.

  • b.

    Het besluiten tot het inwinnen van extern advies, alsmede het selecteren van en het voeren van correspondentie met deze adviseurs, voor zover het de clusters/resultaatgebieden overstijgt.

  • c.

    Het voeren van correspondentie ter voorbereiding en uitvoering van besluiten van de verenigde vergadering.

  • 2.

    De managers s14/s15 alsmede de projectleiders s13/s14 (resultaatmanager) hebben de volgende ondermandaten:

  • a.

    Het besluiten tot het inwinnen van extern advies, alsmede het selecteren van en het voeren van correspondentie met deze adviseurs, binnen de clusters/resultaatgebieden.

  • b.

    Het voeren van correspondentie ter voorbereiding of uitvoering van door dijkgraaf en hoogheemraden te nemen of genomen besluiten.

  • 3.

    De managers s11 tot en met s15, hebben, met de bevoegdheid tot het verlenen van ondermandaat, het volgende ondermandaat: Het voeren van correspondentie van niet-beleidsgevoelige aard en standaardbrieven.

  • 4.

    De projectleiders s11 tot en met s14 hebben het volgende ondermandaat: Het voeren van correspondentie van niet-beleidsgevoelige aard ter zake van de projecten.

Artikel 18 Beleid- & Planontwikkeling

De managers s11/s12/s13 van het cluster Beleid en Omgeving hebben het volgende ondermandaat:

De uitvoering van hoofdstuk 2 van de Wet ruimtelijke ordening: het voeren van (ambtelijk) vooroverleg over structuurvisies en andere strategische plannen.

 

Artikel 19 Plantoetsing, Vergunningverlening & Handhaving

De managers s11/s12/s13 van de teams Vergunningverlening en Handhaving van het cluster Beleid en Omgeving, hebben met inachtneming van het bepaalde in artikel 7.4 lid 1 sub b van het Besluit Omgevingsrecht (functiescheiding handhaving en vergunningverlening) het volgende ondermandaat:

 

  • 1.

    Plantoetsing:

  • a.

    De uitvoering van artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening juncto de artikelen 3.26 en 3.28 Wet ruimtelijke ordening juncto artikel 3.10 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht: het voeren van vooroverleg over bestemmings-, inpassingsplannen en omgevingsvergunningen voor planologische afwijkingen (watertoets).

  • b.

    De uitvoering van artikel 4.17, lid 3 Wet Milieubeheer: de voorbereiding van gemeentelijke milieubeleidsplannen.

  • c.

    De uitvoering van artikel 4.23, lid 1, Wet Milieubeheer: de voorbereiding van gemeentelijke rioleringsplannen.

  • d.

    De uitvoering van hoofdstuk 7 Wet Milieubeheer: het vooroverleg over en het indienen van bedenkingen ter zake van milieueffectrapportages.

  • 2.

    Vergunningverlening:

  • a.

    Het krachtens artikel 6.2, eerste lid, van de Waterwet en de daarop gebaseerde AMvB’s nemen van besluiten inzake het verbod stoffen te brengen in een oppervlaktewaterlichaam.

  • b.

    Het krachtens artikel 6.2, tweede lid, van de Waterwet verlenen van een vergunning inzake het verbod om met behulp van een werk, niet zijnde een openbaar vuilwaterriool, water of stoffen te brengen op een zuiveringtechnisch werk.

  • c.

    Het krachtens artikel 3.3 van de Keur Rijnland 2015 verlenen van een vergunning en krachtens artikel 3.2 lid 4 van de Keur Rijnland 2015 verlenen van een maatwerkbesluit.

  • d.

    Het krachtens artikel 6.17 van de Waterwet afhandelen van een aanvraag die betrekking heeft op een handeling of samenstel van handelingen ten aanzien waarvan meer dan één bestuursorgaan bevoegd is.

  • e.

    Het krachtens artikel 6.18, eerste lid, van de Waterwet bepalen dat een revisievergunning moet worden aangevraagd.

  • f.

    Het krachtens artikel 6.19, eerste lid, van de Waterwet ambtshalve verlenen van een revisievergunning.

  • g.

    Het krachtens artikel 6.21 van de Waterwet weigeren van een vergunning.

  • h.

    Het krachtens artikel 6.22, eerste lid, van de Waterwet wijzigen of aanvullen van een vergunning en de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen;

  • i.

    Het krachtens artikel 6.22, tweede en derde lid, van de Waterwet geheel of gedeeltelijk intrekken van een vergunning.

  • j.

    Het krachtens paragraaf 7.6 van de Wet Milieubeheer nemen van besluiten op uitgevoerde vormvrije m.e.r.-beoordelingen als bedoeld in artikel 2, vijfde lid, sub b van het Besluit milieueffectrapportage.

  • k

    Het verlenen van vaarvergunningen als bedoeld in artikel 3 van de Vaarwegenverordening Rijnland 2013.

  • l

    Het nemen van verkeersbesluiten op grond van artikel 5 van de Scheepvaartverkeerswet.

  • m

    het verlenen van ontheffingen op grond van artikel 7 van de Scheepvaartverkeerswet van een gebod of verbod, aangegeven met een verkeersteken.

  • n

    Het nemen van besluiten op grond van artikel 1 van de Wrakkenwet.

  • o

    Het nemen van besluiten op grond van artikel 2.2.1, derde lid, van de Keur Rijnland 2015.

  • 3.

    Handhaving:

  • a.

    De uitvoering van artikel 61 van de Waterschapswet juncto hoofdstuk 8 van de Waterwet juncto afdeling 5.3 van de Algemene wet bestuursrecht.

  • b.

    De uitvoering van artikel 61 van de Waterschapswet juncto de Keur Rijnland 2015 juncto afdeling 5.3 van de Algemene wet bestuursrecht.

  • c.

    Het uitvoering geven aan artikel 257ba Wetboek van Strafvordering juncto artikel 4.2 lid 1 sub b Besluit OM-afdoening.

Artikel 20 Subsidieregelingen

 

  • 1.

    De managers s11/s12 /s13 van de teams Vergunningverlening en Handhaving van het cluster Beleid en Omgeving, hebben het volgende ondermandaat:

  • a.

    De uitvoering van de Algemene Subsidieverordening Rijnland 2010.

  • b.

    De uitvoering van de Subsidieverordening Baggerkosten Rijnland 2012.

  • c.

    De uitvoering van de Verordening Subsidies Natuurvriendelijke oevers en vispaaiplaatsen 2014.

  • 2.

    De managers s11/s12/s13 van de teams Vergunningverlening en Handhaving van het cluster Beleid en Omgeving en van het team Documentaire en historische informatievoorziening van het cluster Informatie, hebben het volgende ondermandaat:

Het toekennen van bijdragen aan derden ter hoogte van maximaal 25% van de begrote kosten van incidentele activiteiten indien deze activiteiten:

  • a.

    binnen het gebied van Rijnland worden ontplooid of daarop betrekking hebben, en

  • b.

    aan water, de taken van Rijnland of Rijnland als organisatie zijn gerelateerd.

Artikel 21 Archivering

 

  • 1.

    De manager s11/s12/s13 van het team Documentaire en historische informatievoorziening van het cluster Informatie heeft het volgende ondermandaat:

  • a.

    Het vervangen van archiefbescheiden door reproducties, teneinde de aldus vervangen bescheiden te vernietigen, overeenkomstig artikel 7 van de Archiefwet 1995 en artikel 6, eerste en tweede lid van het Archiefbesluit 1995.

  • b.

    Het opmaken van een verklaring van vervanging van archiefbescheiden door reproducties, overeenkomstig artikel 8 van het Archiefbesluit 1995.

  • c.

    Het vervreemden van archiefbescheiden overeenkomstig artikel 8, eerste en tweede lid van de Archiefwet 1995 en artikel 7, eerste en tweede lid, en artikel 8 van het Archiefbesluit 1995.

  • d.

    Het opmaken van een verklaring van vervreemding van archiefbescheiden, overeenkomstig artikel 8 van het Archiefbesluit 1995.

  • e.

    Het overbrengen van archiefbescheiden naar de archiefbewaarplaats, overeenkomstig artikel 12 eerste lid van de Archiefwet 1995 en artikel 9, eerste, tweede en derde lid van het Archiefbesluit 1995.

  • f.

    Het vervroegd overbrengen van archiefbescheiden naar de archiefbewaarplaats, overeenkomstig artikel 13, eerste lid van de Archiefwet 1995.

  • g.

    Het verzoeken om het verlenen van een machtiging door Gedeputeerde Staten tot opschorting van de overbrenging van archiefbescheiden naar de archiefbewaarplaats, overeenkomstig artikel 13 derde en vierde lid van de Archiefwet 1995.

  • h.

    Het opmaken van een verklaring van overbrenging van archiefbescheiden naar de archiefbewaarplaats, overeenkomstig artikel 8 van het Archiefbesluit 1995.

  • i.

    Het opmaken van een verklaring van vernietiging van archiefbescheiden, overeenkomstig artikel 8 van het Archiefbesluit 1995.

  • j.

    Het stellen of opheffen van beperkingen aan de openbaarheid van archiefbescheiden, overeenkomstig artikel 15 eerste tot en met derde lid en artikel 16 tweede lid van de Archiefwet 1995 en artikel 10 van het Archiefbesluit 1995.

  • 2.

    De manager s11/s12/s13 van het team Facilitaire dienstverlening van het cluster Bedrijfsvoering heeft het volgende ondermandaat:

Het nemen van besluiten over de uitleen van kunstvoorwerpen.

  • 3.

    De functionaris die is benoemd als waterschapsarchivaris als genoemd in artikel 37 van de Archiefwet heeft het volgende ondermandaat:

    • a.

      Het op verzoek buiten toepassing laten van de in lid 1 sub j gestelde beperkingen, indien het belang van de gestelde beperking niet opweegt tegen het belang van de verzoeker tot raadpleging of gebruik van de archiefbescheiden, overeenkomstig artikel 15 derde lid van de Archiefwet 1995.

Artikel 22 Besluiten op verzoeken op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming

De manager s11/s12/s13 van het team Juridische Zaken en Vastgoed van het cluster Bedrijfsvoering heeft het volgende ondermandaat:

Het nemen van besluiten op verzoeken op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming.

 

Hoofdstuk 3 Inwerkingtreding

Artikel 23 Inwerkingtreding; citeertitel

 

  • 1.

    Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van bekendmaking en vervangt: het Besluit Ondermandaten Rijnland 2018, zoals vastgesteld door de secretaris-algemeen directeur op 9 januari 2018.

  • 2.

    Met dit besluit worden de volgende besluiten ingetrokken:

    • a.

      Besluit ondermandaat afdeling Vergunningverlening en handhaving van 13 november 2014;

    • b.

      Besluit ondermandaat cluster informatie van 20 november 2018.

  • 3.

    Dit besluit kan worden aangehaald als het Besluit Ondermandaten Rijnland 2019.