Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Hoorn

Regeling opleiden, ontwikkelen en studiefaciliteiten 2009

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieHoorn
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingRegeling opleiden, ontwikkelen en studiefaciliteiten 2009
CiteertitelRegeling opleiden, ontwikkelen en studiefaciliteiten 2009
Vastgesteld doorcollege van burgemeester en wethouders
Onderwerpbestuur en recht
Eigen onderwerp002 personeel

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

770A

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. CAR UWO, art. 17
  2. Gemeentewet , art. 160

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

1.Geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

02-10-200916-12-2017nieuwe regeling

22-09-2009

Gemeenteblad 2009=32b

2009 09.44860

Tekst van de regeling

Intitulé

Regeling opleiden, ontwikkelen en studiefaciliteiten 2009

 

 

 

Registratienummer: 09.44860

 

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hoorn;

 

gelezen het voorstel van afdeling Advies en Control;

 

overwegende dat de verordening Studiefaciliteiten aan herziening toe is vanwege de benodigde aansluiting bij hoofdstuk17 van de CAR/UWO en behoefte aan duidelijkheid over de terugbetalingsverplichting;

 

gelet op

  • -

    hoofdstuk 17 van de CAR/UWO;

  • -

    het gestelde in artikel 160 gemeentewet;

  • -

    verkregen instemming van de Ondernemingsraad d.d. 8 september 2009;

besluit:

 

vast te stellen de navolgende

 

Regeling opleiden, ontwikkelen en studiefaciliteiten 2009

Artikel 1 Definities

Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:

  • 1.

    medewerker: de ambtenaar als bedoeld in artikel 1:1 lid 1 sub a van de CAR, met uitzondering van de ambtenaren in de zin van artikel 1:2:1 leden 2 t/m 4 van de UWO;

  • 2.

    bestuursorgaan: Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.het bevoegd gezag met bestuurs- en beslissingsbevoegdheid. In het kader van deze regeling is de gemeenteraad het bestuursorgaan ten behoeve van de functies en medewerkers van de raadsgriffie. Het college van burgemeester en wethouders is het bestuursorgaan ten behoeve van de functies en medewerkers welke tot de ambtelijke organisatie worden gerekend. Het nemen en ondertekenen van besluiten in het kader van deze regeling is gemandateerd conform het geldende mandaatbesluit en –register;

  • 3.

    opleiding: een studie of cursus in de vorm van een leergang of reeks van lessen die elkaar opvolgen volgens een zeker plan bij een erkend opleidingsinstituut; welke een afgesloten geheel vormt en waarbij een duidelijk afrondingsmoment plaatsvindt in de vorm van bijvoorbeeld een tentamen, examen, afstudeer- of eindgesprek.

  • 4.

    persoonlijk ontwikkelingsplan (POP): een door de direct leidinggevende en de medewerker vastgelegd en ondertekend geheel aan afspraken over de te ondernemen activiteiten van beide partijen in het kader van de ontwikkeling van de medewerker;

  • 5.

    opleidingsplan: een plan dat jaarlijks door het bestuursorgaan wordt vastgesteld of bekrachtigd, waarin de prioriteiten ten aanzien door het personeel te volgen opleidingen zijn vastgelegd.

  • 6.

    opleidingsbudget: het bedrag dat jaarlijks door het bestuursorgaan beschikbaar wordt gesteld voor de uitvoering van de opleidingsplannen;

  • 7.

    opleidingsnoodzaak: functiegerichte opleidingen die nodig zijn om medewerkers aan de (veranderende) eisen vanuit de omgeving, en daarmee aan de (veranderende) behoeften van de organisatie, te laten voldoen en opleidingen die verplicht zijn opgedragen conform artikel 15:1:26 UWO en als zodanig zijn opgenomen in het opleidingsplan;

  • 8.

    opleidingsbehoefte: opleidingen die voortkomen uit de behoefte die medewerkers hebben om hun kennis en vaardigheden verder te ontwikkelen, dan wel een nieuw loopbaanpad binnen of buiten de gemeente Hoorn in te slaan;

  • 9.

    studiefaciliteiten:

    • a.

      studieverlof en compensatieverlof als bedoeld in artikel 3;

    • b.

      tegemoetkoming in de studiekosten en reis- en verblijfskosten als bedoeld in artikel 4;

  • 10.

    studiebelastinguren: uren die buiten de reguliere lestijden besteed worden aan de opleiding.

Artikel 2 Algemene voorwaarden

  • 1.

    Met de medewerker wordt minimaal eenmaal per drie jaar een POP-gesprek gevoerd. De resultaten van het gesprek worden vastgelegd in het persoonlijk ontwikkelingsplan.

  • 2.

    Opleidingen, trainingen en seminars/studiedagen die zijn opgenomen in het persoonlijk ontwikkelingsplan als opleidingsnoodzaak en die passen binnen het opleidingsplan en opleidingsbudget worden door het bestuursorgaan volledig vergoed.

  • 3.

    Opleidingen, trainingen en seminars/studiedagen die niet direct betrekking hebben op de huidige functie van de medewerker, maar in het kader van loopbaan(ontwikkeling) gericht zijn op een toekomstige functie worden volledig dan wel gedeeltelijk vergoed afhankelijk van de mate van het dienstbelang ten opzichte van het persoonlijk belang van de medewerker.

  • 4.

    Opleidingen, trainingen en seminars/studiedagen die enkel in het persoonlijk belang van de medewerker worden gevolgd worden niet vergoed door het bestuursorgaan.

  • 5.

    De leidinggevende is er verantwoordelijk voor, dat de opleiding, training, seminar of studiedag een bijdrage levert aan de prestaties van de betreffende medewerker(s). Hierbij is het van belang, dat nieuw aangeleerde kennis, vaardigheden en/of gedrag toegepast wordt in de (nieuwe) werksituatie.

Artikel 3 Aanvraag en toekenning studiefaciliteiten

  • 1.

    Het bestuursorgaan kan met toepassing van de Regeling opleiden, ontwikkelen en studiefaciliteiten 2009– voor zover het belang van de afdeling of dienstonderdeel en het vastgestelde opleidingsbudget dit toelaat – aan een medewerker op diens verzoek studiefaciliteiten toekennen.

  • 2.

    Deze aanvraagprocedure is niet van toepassing voor een seminar/studiedag of voor opleidingen en trainingen die het bestuursorgaan vanuit opleidingsnoodzaak zelf organiseert.

  • 3.

    De medewerker die voor studiefaciliteiten in aanmerking wenst te komen, dient het volledig ingevulde aanvraagformulier met bewijsstukken, daartoe in vóór aanvang van de opleiding.

  • 4.

    De medewerker verklaart bij de indiening van het verzoek op de hoogte te zijn van de “Regeling opleiden, ontwikkelen en studiefaciliteiten 2009” en akkoord te gaan met de voorwaarden zoals gesteld in deze regeling en de afspraken zoals overeengekomen met de leidinggevende en/of vastgelegd in het persoonlijk ontwikkelingsplan.

  • 5.

    De aanvraag wordt niet in behandeling genomen wanneer de aanvraag niet is ondertekend door de medewerker en is mede ondertekend door de leidinggevende.

  • 6.

    Met de opleiding kan niet eerder worden gestart dan nadat het bestuursorgaan schriftelijk studiefaciliteiten heeft verleend.

  • 7.

    Het bestuursorgaan kan, alvorens studiefaciliteiten te verlenen, een studieadvies of in bijzondere gevallen – na overleg met de medewerker – een psychologisch- en/of loopbaanadvies (met een assessment) inwinnen. Tenzij deze adviezen worden ingewonnen op uitdrukkelijk verzoek van de medewerker komen de daaraan verbonden kosten voor rekening van het bestuursorgaan.

  • 8.

    Studiefaciliteiten worden verleend voor een bepaalde termijn, die wordt afgeleid van de normaal te achten duur van de opleiding. Het bestuursorgaan kan deze termijn verlengen.

  • 9.

    Verleende studiefaciliteiten kunnen, al dan niet tijdelijk, worden ingetrokken als het bestuursorgaan op grond van de verkregen informatie van oordeel is dat de medewerker aantoonbaar nalatig is, c.q. lessen niet aanwezig is en niet in die mate studeert en/of vorderingen maakt, dat hij in staat kan worden geacht de opleiding binnen in het achtste lid bedoelde termijn te voltooien. De intrekking gebeurt niet als de medewerker aannemelijk maakt dat deze omstandigheden niet aan zichzelf te wijten zijn.

  • 10.

    In geval van functiewijziging of ontslag van de medewerker beoordeelt het bestuursorgaan het al dan niet voortzetten van de verleende studiefaciliteiten en het toepassen van de terugbetalingsregeling op grond van artikel 7 van deze regeling naar redelijkheid en billijkheid.

  • 11.

    Als de medewerker niet slaagt voor het eindexamen, c.q. het vereiste diploma niet behaald voor een opleiding in het kader van een opleidingsnoodzaak, beoordeelt het bestuursorgaan de situatie en kan de verleende studiefaciliteiten verlengen en de medewerker één of meerdere examenherkansingen laten doen. Het opleidingsinstituut wordt daarbij om advies gevraagd.

Artikel 4 Studieverlof

  • 1.

    Het bestuursorgaan kan studieverlof c.q. compensatieverlof verlenen aan de medewerker voor het volgen van een opleiding die vastgesteld is als opleidingsnoodzaak, ingeval de opleiding noodzakelijk in werktijd gevolgd moet worden.

  • 2.

    Bij het volgen van een opleiding die is vastgesteld als opleidingsnoodzaak en die alleen in de avonduren gevolgd kan worden, worden de gevolgde lessen uitsluitend gecompenseerd in tijd (100%).

  • 3.

    Onverminderd het bepaalde in het eerste lid kan voor een opleiding, zowel in het kader van opleidingsnoodzaak als opleidingsbehoefte, studieverlof worden verleend voor ten hoogste één dag ter voorbereiding op een tentamen of examen, en voor de dag waarop deelgenomen wordt aan een examen of tentamen, dat aan het einde van de opleiding plaatsvindt dan wel volgt op een duidelijk afgerond onderdeel van de opleiding.

  • 4.

    Studiebelastinguren en reistijd komen niet in aanmerking voor vergoeding.

Artikel 5 Vergoeding studiekosten en reis- en verblijfskosten

  • 1.

    De hoogte van de studiekostenvergoeding bedraagt:

    • a.

      100% voor alle opleidingen die worden gevolgd in het kader van een opleidingsnoodzaak.

    • b.

      50% voor alle opleidingen die worden gevolgd in het kader van een opleidingsbehoefte waarbij sprake is van een gedeeld persoonlijk belang van de werknemer en dienstbelang.

  • 2.

    Studiekosten zijn de in verband met de opleiding door een medewerker redelijk gemaakte kosten voor collegegeld, examengeld en studieboeken, en worden met uitzondering van schrijfbehoeften, verzendkosten, duurzame gebruiksartikelen en niet verplicht voorgeschreven boeken op declaratiebasis vergoed. Het opleidingsmateriaal is eigendom van de medewerker.

  • 3.

    Als de opleiding in een andere plaats dan de woon- of standplaats moet worden gevolgd worden de gemaakte reiskosten en de door de medewerker redelijk gemaakte kosten voor maaltijden, logies en verblijfkosten volledig vergoed op declaratiebasis conform de Vergoedingsregeling dienstreizen en verblijfkosten.

Artikel 6 Verplichtingen medewerker

  • 1.

    De medewerker verplicht zich de overeengekomen opleiding naar beste vermogen te doorlopen en bij alle lessen aanwezig te zijn.

  • 2.

    De medewerker verplicht zich – na het verstrijken van de door het bestuursorgaan bepaalde termijn – deel te nemen aan het eerstvolgende voor de opleiding geldende examen (indien van toepassing). De medewerker deelt vervolgens de uitslag van dit examen mee aan de leidinggevende.

  • 3.

    De medewerker houdt zijn leidinggevende minimaal eenmaal per kwartaal op de hoogte van de voortgang van de opleiding.

  • 4.

    De medewerker meldt het voornemen tot onderbreken, opschorten of afbreken van de opleiding onmiddellijk aan zijn leidinggevende.

  • 5.

    De medewerker levert (indien van toepassing) na afloop van de opleiding een kopie van het diploma of getuigschrift in bij de servicedesk P&O.

Artikel 7 Terugvordering vergoeding studiekosten

  • 1.

    De medewerker is verplicht tot terugbetaling van de toegekende vergoeding in de studiekosten ingeval:

    • a.

      hij de hem in artikel 6 opgelegde verplichtingen niet nakomt, tenzij dat buiten eigen schuld of toedoen en met goedkeuring van het bestuursorgaan is gebeurd;

    • b.

      hij de opleiding, waarvoor vergoeding is toegekend, beëindigt zonder dat de opleiding tot het behalen van een diploma heeft geleid;

    • c.

      hij op eigen verzoek of als gevolg van aan hemzelf te wijten feiten of omstandigheden wordt ontslagen vóór het einde van de opleiding waarvoor vergoeding is toegekend, of binnen twee jaar na het behalen van het voor deze opleiding geldende diploma.

  • 2.

    De terugvordering geldt alleen voor een opleiding, leergang of reeks van lessen die:

    • a.

      langer dan een aaneengesloten periode van een half jaar in beslag nemen;

    • b.

      elkaar opvolgen volgens een zeker plan;

    • c.

      wordt afgesloten met een examen of eindopdracht.

  • 3.

    Terugvordering vindt niet plaats, als voortzetting van de opleiding, waarvoor vergoeding is toegekend, redelijkerwijs niet van de medewerker kan worden verlangd.

  • 4.

    Terugvordering op grond van het gestelde in lid 1 sub c is niet van toepassing als de medewerker aansluitend aan zijn ontslag een betrekking aanvaardt, waaraan het deelnemerschap in de zin van het ABP-pensioenreglement is verbonden.

  • 5.

    Het bedrag waarvoor de in dit artikel bedoelde terugbetalingsverplichting geldt, bedraagt ten hoogste de helft van de aan de medewerker toegekende vergoeding in studiekosten (exclusief reis- en verblijfkosten) verminderd met 1/24 deel voor iedere kalendermaand liggende tussen de beëindiging van de termijn van de aanspraak op studiefaciliteiten en de datum van ingang van het ontslag.

  • 6.

    Terug te vorderen studiekosten worden, mits de medewerker daarmee akkoord gaat, verrekend met tegoeden op salaris, vakantiegeld en eindejaarsuitkering.

Artikel 8 Medewerker in deeltijd

Voor de medewerkers die in deeltijd werken geldt dat zij recht kunnen doen gelden op studiefaciliteiten, zoals deze ook worden gehanteerd voor medewerkers die in voltijd werken.

Artikel 9 Onvoorziene gevallen

In gevallen waarin deze regeling niet of niet in redelijkheid voorziet, kan het bestuursorgaan een bijzondere voorziening treffen.

Artikel 10 Overige bepalingen en inwerkingtreding

  • 1.

    Dit besluit kan worden aangehaald als: “Regeling opleiden, ontwikkelen en studiefaciliteiten 2009”.

  • 2.

    Dit besluit treedt in werking op de dag na publicatie in het gemeenteblad onder gelijktijdige intrekking van de “Regeling opleidingsfaciliteiten 2006” van 28 februari 2006.

  • 3.

    De faciliteiten verleend op grond van de in lid 2 genoemde regeling blijven - voor de termijn waarvoor deze zijn toegekend - van kracht.

  • 4.

    Dit besluit wordt bekendgemaakt in het Gemeenteblad en via Intranet.